Posts tonen met het label Hazlitt | William. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hazlitt | William. Alle posts tonen

28 augustus 2024

Het belang van onafhankelijke media

 

De recente schuldbekentenis van Mark Zuckerberg is mooi, en hij belooft ook beterschap, al kunnen we dit laatste maar beter afwachten. Niet enkel met Biden trouwens maakte hij louche afspraakjes, hij deed dat ook met onder meer Macron, zoals u hier kunt zien. Het ging deze heren natuurlijk om het muilkorven van de vrije pers – de social media en de blogs dus, want de goede media kunnen ze ook zonder afspraakjes wel in het gareel houden.

Dat is niet altijd en overal het geval geweest. Zo lezen we bij Stendhal dat eertijds, in de Pauselijke Staten van de zestiende eeuw, niemand het zou hebben  aangedurfd om zelfs moorden aan te klagen, maar dat in zijn eigen tijd buitenlandse, vooral Engelse kranten daar verandering in brachten:

Wie zou een Romeinse prins, een neef van de paus of een andere grote figuur, hebben willen beschuldigen zonder bewijzen in handen te hebben? Alles wat hem dan restte is de beroemde stelregel:
De misdaad begaat hij die er baat bij heeft.
In de zestiende eeuw werd de ene vergiftiging gewroken door de andere. Tegenwoordig denkt men dat het grootste obstakel voor dit soort misdaden de angst is dat twee maand later in een of andere Engelse krant een opiniestuk over Rome die zaken uit de doeken doet. Men noemt een aantal verslaggevers van Engelse kranten wier reizen naar Italië worden betaald door de stukken die ze in de Times of de Morning Chronicle plaatsen. Persvrijheid is dus nuttig, zelfs in landen die er verstoken van zijn.

Ainsi, la liberté de la presse est utile même dans les pays qui en sont privés: Stendhal denkt hier aan zijn goede vriend William Hazlitt (hij had meer Engelse dan Franse vrienden lijkt me), de grote reporter van de negentiende eeuw: On lit dans M.Hazlitt et plusieurs autres reporters de journaux anglais…


Promenades dans Rome (1829)
Édition établie et annotée par Victor Del Litto
Préface de Michel Crouzet
Gallimard 1973,1997

8 april 2019

Populisme en opportunisme


Eerder al kwam William Hazlitt (1778-1830) hier aan bod.
Liberty is short and fleeting, a transient grace that lights upon the earth by stealth and at long intervals – But power is eternal.*

Vrijheid is kort en vluchtig, een voorbijgaande gunst die steels en bij grote tussenpozen op aarde neerstrijkt – Maar macht is eeuwigdurend.

Bij het gedachtestreepje last Hazlitt enkele verzen van Robert Burns (1759–1796) in. Onderaan kan u die lezen – in een iets andere volgorde want wellicht citeerde Hazlitt uit zijn hoofd – en u zult ze ook met het juiste accent horen zeggen door David Sibbald, maar eerst iets anders.

Allerlei instanties nemen zich vandaag voor om die vluchtigheid van de vrijheid nog wat in de hand te werken, te beginnen bij de vrijheid op het web. De EU wil dat, Macron wil dat, Zuckerberg van Facebook en Dorsey van Twitter ook, en er zijn nog wel meer machthebbers die dat willen. Natuurlijk hebben deze lieden de beste bedoelingen. Ze wensen fake news tegen te gaan, populistische praat uit te bannen, de Russen tegen te houden enzovoort. Ook moet de toegelaten woordenschat bijgesteld worden, en houden ze van huisbereide fact checking. Kortom, ze willen de informatie graag wat gestroomlijnder zien, en deze vooral in de handen laten van enkele grote spelers en vertrouwde mediagroepen.

 Ze haten het als de gewone burger op populaire sites zomaar kan vertellen wat hij dagelijks zelf ziet of denkt. Beter kunnen ernstige mensen hem vertellen wat hij diént te zien en te denken.
Een recent voorbeeld van dat laatste was wat Charles Michel over de volkenmoord in Rwanda vertelde. Daar moet al een soort populisme bij gespeeld hebben, meende Charles. Die term kan tien jaar geleden nog niet in dat aandoenlijke kopje van hem hebben gezeten, maar toch kan het geen kwaad, zal zijn speechschrijver gedacht hebben, om ook bij de herdenking van een volkenmoord de term populisme te laten vallen. Dat getuigt misschien niet van goede smaak, eerder van schaamteloosheid en opportunisme, maar zoiets kleurt toch altijd af op de dingen die ons vandaag bezighouden.

Nee, wat vrijheid betreft kun je beter de overdenkingen van Hazlitt lezen, en de prachtige teksten van Burns horen, liever dan dat onbeschaamde, geestloze, nergens op slaande gebazel van een Belgisch ministertje.




But pleasures are like poppies spread,
You seize the flower, its bloom is shed;
Or like the snow falls in the river,
A moment white – then melts for ever;
Or like the borealis race,**
That flit ere you can point their place;
Or like the rainbow's lovely form
Evanishing amid the storm.-

________
* What is the People? And who are you that ask the question? One of the people. (1817) in: Selected Writings, edited with an Introduction and Notes by Jon Cook, Oxford World's Classics, 1991. 
Hazlitt hield van constructies met een kort slotakkoord. In zijn essay The Pleasure of Hating, schrijft hij: Love turns, with a little indulgence, to indifference or disgust: Hatred alone is immortal. Dat laatste, grappige zinnetje is spreekwoordelijk geworden.
** 'rays': stralen van de Aurora Borealis (deze voetnoot is uitsluitend bestemd voor de enkele, hier wellicht per ongeluk verzeilde simpele ziel die bij het woord 'borealis' reflexmatig aan racisme zou denken).

2 november 2015

Onwaarschijnlijke Boekenbeurssuggestie


William Hazlitt (1778-1830) was een man die wij nu bij de progressieven zouden rekenen. Zo was hij de ideeën van de Franse Revolutie toegedaan, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Edmund Burke. Hazlitt was een schitterende essayist, de beste van zijn tijd, vaak heel grappig ook, en enkele van zijn titels doen bijzonder actueel aan: “What Is The People?”, “On Public Opinion”, On Fashion, “Why The Arts Are Not Progressive?”, “On Personal Identity” enzovoort.
“On The Pleasure Of Hating” is er ook zo een. Een grappig, of liever een bitter stuk fondant dat hij schreef vier jaar voor zijn dood.
In volgende passage heeft hij het over bijeenkomsten met oude kennissen, en over de gesprekken die zij dan voeren:

We spaarden vriend noch vijand. Menselijke zwakheden offerden wij op het altaar van de waarheid. De skeletten waar alle levenssappen uit waren getrokken kon je zien hangen, fladderend als vliegen in een spinnenweb. Of we bewaarden ze in een geraffineerd zuur, voor nadere inspectie. De scene was altijd even mooi als nieuw. Van gal kun je nooit te veel drinken; niets conserveert zo goed als een afkooksel van galligheid. Van alles krijgen wij genoeg, behalve van het belachelijk maken van anderen, waarbij wij onszelf feliciteren met hun gebreken.
Zelfs onze favoriete boeken vallen na een tijdje in ongenade, om dezelfde reden. We kunnen niet eeuwig dezelfde werken lezen. Aan onze wittebroodsweken komt onvermijdelijk een eind, al zijn we met de Muze getrouwd; wat volgt is onverschilligheid of zelfs afkeer. […]

Hij gaat nog even door, maar aan het eind van het stuk verklaart Hazlitt zich ontevreden met de politiek in het algemeen, en met wat wij nu opiniemakers noemen. Hij blijkt een ontgoochelde progressieve te zijn:

Wat betreft mijn vroegere opinies, daar ben ik flink misselijk van. En niet zonder reden, want ze hebben me jammerlijk ontgoocheld. Ik had altijd geleerd dat karakter geen lichtekooi was – dat deugd geen masker was – dat vrijheid niet zomaar een benaming was – dat liefde haar plek had in het menselijk hart. Vandaag zou het me nog weinig uitmaken als deze woorden uit het woordenboek werden geschrapt, of als ik ze nooit had gehoord. In mijn oren zijn ze enkel nog een aanfluiting en een verzinsel. In plaats van patriotten en vrienden van de vrijheid, zie ik niets dan tirannen en slaven, het volk zowel als de koningen zijn vastgeklonken aan de ketenen van despotisme en superstitie. Dwaasheid zie ik samengaan met ploertigheid, en samen bepalen die de maatschappelijke sfeer en de publieke opinie.

Die eerstgenoemde essays zijn te vinden in: William Hazlitt, Selected Writings, Oxford World’s Classics, Edited with an Introduction and Notes by Jon Cook (1991/1998). De vertaalde fragmenten komen uit: William Hazlitt, On the Pleasure of Hating, edited by Ronald Blythe, Penguin Books–Great Ideas, 2004.

3 juni 2015

Zou het hier ook zo erg zijn?


De Ier Conor Cruise O’Brien (1917-2008), was een briljante geest, essayist, diplomaat, professor, minister (Labour, lid van de Fabian Society), en waar het hier over gaat: in 1968 schreef hij een prachtige en natuurlijk zeer erudiete inleiding bij de Penguin Classics-uitgave van Edmund Burke’s “Reflections on the Revolution in France” (1790), waarvan hij editor was.

O’Brien maakte daar een opmerking die zijn socialistische vrienden maar matig konden smaken:
'De intelligente man van rechts vraagt niet dat men hem redenen geeft waarom hij Marx en de Marxisten zou moeten lezen. Hij leest die omdat ze belangrijk zijn, en aan de andere kant staan. Hij leert van hen, en door hen wordt hij soms ergens opmerkzaam op gemaakt: in de negentiende eeuw kon een Duitse bourgeois uit de geschriften van Marx en Engels bijvoorbeeld leren dat het onverstandig zou zijn al te snel van wal te steken in de kwestie van de opruiming van feodale restanten. De intelligente man van rechts maakt gebruikt van de Marxistische inzichten, maar dan voor eigen doeleinden. […] Bij zijn tegenstanders leert hij over de sterke en zwakke punten van zijn eigen positie – en de hunne. De intellectuele linkerzijde aan de andere kant al zijn er enkele opmerkelijke uitzonderingen heeft sterk de neiging om zijn tegenstanders te veronachtzamen, en zelfs hun meest belangrijke geschriften van tafel te vegen, ongelezen, met een spotlach.'

The intelligent rightist does not ask to be given reasons why he should read Marx and the Marxists. He reads them because they are important, and because they are on the other side. He learns from them and sometimes is warned by them: for example a German bourgeois could learn from the writings of Marx and Engels in the nineteenth century that it would be unwise to proceed too hastily in the matter of the abolition of feudal vestiges. The intelligent rightist makes use of the Marxist insights, but for his own purposes. […] He learns from his adversaries about the strengths and weaknesses of his own position – and of theirs. The intellectual left on the other hand though with some notable exceptions– has a strong tendency to neglect its adversaries and to dismiss even their most influential writings, unread, with a sneer.

Bij O’Brien las ik dat William Hazlitt (1778-1830), de grote essayist en literair criticus, bevriend met bv. Stendhal, een soort proefje klaar had liggen in zulke gevallen:
“It has always been with me a test of the sense and the candour of any one belonging to the opposite party, whether he allowed Burke to be a great man.” (On the Character of Burke, 1807, ook Penguin Classics, in Selected Writings)
“Voor het verstand en de oprechtheid van iemand van de andere partij, is het wat mij betreft altijd een test geweest of die toegaf dat Burke een groot man was.”

Volgens Simon Leys, in zijn portret van George Orwell, “Orwell ou l’horreur de la politique” (1984, hier eerder vermeld) is het zelfs nog erger, en is de genoemde blindheid niet eens selectief. Leys ziet dat nieuwrechts de socialist Orwell graag wil annexeren, en wel op basis van enkele uitspraken die diens partijgenoten toen liever niet lazen, en nu nog minder:
«Cette annexion d’Orwell par la nouvelle droite reflète moins le potentiel conservateur de sa pensée que la persistante stupidité d’une gauche qui, au lieu de commencer enfin à le lire et le comprendre, s’est laissé scandaleusement confisquer le plus puissant de ses écrivains.» (p.73)
‘Die annexatie van Orwell door nieuwrechts weerspiegelt minder het conservatieve potentieel van diens denkwereld, dan wel de hardnekkige stupiditeit van een soort links dat, in plaats van hem te beginnen lezen en begrijpen, op schandelijke manier zijn krachtigste schrijver in beslag heeft laten nemen.’

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html