Posts tonen met het label Clinton | Hillary. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Clinton | Hillary. Alle posts tonen

3 februari 2018

Le Monde diplomatique over Harvey Weinstein


In Le Monde diplomatique staan elke maand wel dingen die je in andere publicaties niet vindt, en aangezien Mark Grammens er niet meer is om de lof van dat blad te zingen, moet een ander het doen.

Een van de artikels die mij in het februarinummer sterk bevielen was van de hand van de Amerikaanse auteur en journalist Thomas Frank: La gauche selon Harvey Weinstein. De man dus over wie u eindeloos veel hebt gelezen in andere bladen, maar zijn artikel herkauwt niet wat u allang weet.

Thomas Frank publiceerde eerder onder meer ‘Pourquoi les pauvres votent à droite’, en binnenkort verschijnt ‘Pourquoi les riches votent à gauche’, beide bij Agone – Contre-feux en voorzien van een voorwoord van Serge Halimi, redactiedirecteur van Le Monde diplomatique.
Genoemd artikel gaat over de democraat-en-filantroop Weinstein:

In 2012 koopt hij de rechten voor het Amerikaans grondgebied van Serment de Tobrouk [De Eed van Tobroek], een documentaire gemaakt door een elegant gekleed gaande Franse essayist, Bernard-Henri Lévy, en bedoeld om op de internationale scène de vernietiging van het regime van Mouammar Kadhafi in 2011 te promoten – een vernietiging die in de Verenigde Staten beter bekend staat als ‘Hillary’s Oorlog’, waarvan Libië zeven jaar later nog altijd niet bekomen is.

De omschrijving die mijnheer Weinstein erbij geeft, illustreert welke hoogten van nadrukkelijkheid en pedanterie iemand in één paragraafje kan bereiken:

Deze buitengewone film laat de ongelooflijke moed van BHL zien, en de krachtdadigheid van oud-president Nicolas Sarkozy, en tegelijk belicht hij het onschatbare leiderschap van president Barack Obama en van staatssecretaris Hillary Clinton. Hij laat het Amerikaanse publiek toe een blik te werpen achter de coulisses, waar de regering van ons land en die van Frankrijk hebben samengewerkt om een eind te stellen aan het uitmoorden van onschuldige burgers, en er op briljante manier in geslaagd zijn een regime omver te werpen.’

Dat leverde hem een toegenegen wederwoord van Bernard-Henri Lévy op:
‘Ik heb een diepe achting voor Harvey Weinstein. Meer dan voor zijn succesvolle filmwerk, is hij voor mij in de eerste plaats de man die in de Verenigde Staten Amnesty International heeft gelanceerd, die tegen de doodstraf heeft geageerd, en in Amerika een der weinigen is die de strijd heeft gevoerd tegen diegenen die Polanski wilden lynchen.’ – de maker van Chinatown en Rosemary’s Baby, die vervolgd wordt voor de verkrachting van een dertienjarige.

15 maart 2017

Wetenschap als dienstmaagd van de ideologie


4 maart 2017

Linguïste Elisabeth Wehling [1] onderzoekt hoe politici de kiezers met terminologie manipuleren. Ze zegt hoe rechts-populistische taal werkt – en hoe wij daarmee omgaan. Res Strehle [2] belde met haar.

Res Strehle: Hallo, ik bel u als vertegenwoordiger van de fake-news-afdeling.
Elisabeth Wehling: Zeg dat toch niet!

Strehle: Waarom niet?
Wehling: Als u zich op dat debat nog maar inlaat hebt u al verloren. Voor het rechts-populistische kamp is het een succes als de media het begrip fake news voortdurend herhalen en ingaan op de vraag hoe geloofwaardig en betrouwbaar zij wel zijn. Daarmee hebt u de inhoudelijke aanval van de tegenpartij tot de uwe gemaakt en propageert u dit denkraam [3]  zelf. Hetzelfde geldt overigens voor het debat over de leugenpers [Lügenpresse] in de Duitstalige wereld.

Strehle: Een denkraam staat voor alles wat onderhuids meespeelt als wij een begrip gebruiken?
Wehling: Zo kan men dat inderdaad zeggen. Telkens als u een woord gebruikt of hoort, wordt in uw hoofd een zogenaamd denkraam actief. Dat is het raam dat structuur verleent aan uw ervaring en kennis van de wereld. Als u bijvoorbeeld “muis” hoort, dan activeert uw brein het beeld van een snelle beweging, vaak ook de tegenstelling kat-en-muis, vaagweg ook een grootte en de visuele herinnering van hoe een muis eruitziet. Anders valt een woord niet te begrijpen. Interessant daarbij is, dat als u aansluitend een object wil rangschikken in een orde van vlugheid, u het als snel inschat – want muizen bewegen zich snel. Dat is dan het aandeel van het weten in het geactiveerde denkraam. Zelfs woorden waarvan u denkt dat ze volkomen objectief zijn, brengen een waaier van associaties mee.

Strehle: Wie een fobie heeft voor muizen, zal al gruwen als hij het woord nog maar hoort?
Wehling: Precies. Ook emoties kunt u makkelijk door taal activeren. Bij rechts-populisten horen we vaak over onreinheid, ziekten, parasieten – op zulke begrippen reageren de hersenen onmiddellijk met angst en weerstand. Veel mensen gaan dan automatisch naar rechts, de weg naar conservatieve, autoritaire wereldbeelden.[4]

Strehle: Het rechts-populisme trekt niet enkel de onafhankelijkheid van de media in twijfel, maar ook die van de rechtbanken. Eenzelfde soort framing?
Wehling: De aanval op de rechtbanken is iets anders, maar het effect is hetzelfde. Als Donald Trump over “zogenaamde rechters” spreekt, dan gillen de gevestigde en de sociale media meteen: Hoe durft hij! Dan wordt dat thema breed uitgemeten en bediscussieerd. Op die manier pas prent men in de koppen van het onbesliste midden de idee dat er zoiets als “zogenaamde rechters” bestaat. In die valkuil trapt tegenwoordig een groot deel van de openbare mening, inclusief de democraten.

Strehle: Wat gedaan om aan deze muizenval te ontsnappen?
Wehling: Men moet een eigen denkraam oprichten – tegen de «Lügenpresse» iets als: laten we de waarheid behoeden![5] Met de ontkenning van een denkraam daarentegen, valt niets te winnen, wel integendeel: je bevestigt het.  De media zelf delen in de schuld als wij vandaag een zo hevig debat over ze voeren.

Strehle: In ons spraakgebruik zitten maar twee procent rationele feiten en inzichten, schrijft u. Achtennegentig procent zijn gevoelens, vooroordelen, mythen, geruchten, opwellingen die onbewust meespelen. Hoe heeft men dat kunnen meten?
Wehling: Dat is op dit moment de schatting, berustend op meta-analyses van de psychologische en neurocognitieve gedragsstudie.

Strehle: Klinkt geheimzinnig. Kan het wat concreter?
Wehling: Als wij bijvoorbeeld zeggen dat iemand verbitterd is, of zoet van aard, dan gebruiken wij metaforisch de smaakzin om over de vriendelijkheid van een medemens na te denken en te spreken. Nu kan men bij hersenonderzoek aantonen dat zulke begrippen de desbetreffende schakelkringen in het smaakcentrum activeren, diegene dus die voor de echte smaakgewaarwording instaan.[6]

Strehle: Het komt erop neer dat het nooit enkel om de zaak zelf gaat?
Wehling: Het gaat nooit enkel over feiten. In een debat over milieuvervuiling, werkloosheid of immigratie kunnen wij geen enkel feit verstaan, ook niet een verondersteld objectief feit, zonder dat ons brein een beroep doet op een denkraam. Dat maakt framing zo ongelooflijk belangrijk in politieke debatten. De vraag welk denkkader geactiveerd wordt, zal de beoordeling van begrippen en uitspraken bepalen.

Strehle: Laten we een actueel voorbeeld nemen: immigratie.
Wehling: Dit debat gaat nauwelijks over het aantal immigranten, meestal wordt over de feitelijke toestand gestreden met ideologisch gevormde begrippen. Men gebruikt dan beelden als vluchtelingenstromen, migratiegolven, die automatisch afweer en indamming activeren – er is nauwelijks iemand die het over bescherming of kansen heeft. We hebben hier te maken met een absoluut gebrek aan democratische verscheidenheid.[7] Hetzelfde geldt voor het debat over belastingen en het denkraam belastingdruk.

Strehle: Zwitserland voert het migratiedebat met het begrip “massa-immigratie”, dat uit een burgerinitiatief komt. Is door deze framing de gezindheid dan op voorhand bepaald?
Wehling: Minstens wordt ze sterk beïnvloed door het denkraam. Een massa is niet iets individueels, zij is iets groots, zonder gezicht en gevaarlijk – emotioneel zitten we dan weer bij de watermassa’s en de overstromingen. Dat condenseert dan tot een waargenomen bedreiging. De ideologie daarachter is dat de nationale middelen niet gedeeld mogen worden met mensen die bescherming en uitwegen zoeken. Op zich kun je iets dergelijks aan niets of niemand verwijten, over ideologie valt niet te discussiëren,[8] en wat dat betreft formuleren een aantal mensen zeer duidelijk wat zij denken. Maar wie het belangrijker vindt om mensen beschutting te geven tegen gevaren, empathie voor hun situatie te betonen, ze te integreren – die moet een krachtige eigen beeldspraak scheppen. Anders voeren we geen transparant debat.

Strehle: Angela Merkel probeerde dat met haar «Wir schaffen das!» – politiek bekwam dit haar slecht.
Wehling: De formulering van Angela Merkel was nogal ongelukkig gekozen. Weliswaar had zij een beslissing genomen die op bescherming, solidariteit en empathie berustte, maar zij heeft deze politieke boodschap niet goed in woorden vertaald: iets klaarspelen betekent niet dat je dat ook wil, en evenmin dat je je identificeert met een politiek besluit. Wat je hiermee niet doet, is de waarden van de empathie hooghouden en zeggen: voor ons als mensen is dat moreel belangrijk. Dat was correct geweest, om de speciale uitdaging [9] van het moment aan te gaan.

Strehle: De boodschap over empathie heeft het moeilijker dan een haatboodschap. Als gevolg van de globalisering en de digitale revolutie zien velen in Europa en de VS zichzelf als verliezers. Is als gevolg daarvan het ressentiment hier populairder dan de goede wil?
Wehling: De haatboodschap wordt in sterke mate door ideologie aangedreven. In de VS heeft zowat een klein derde een streng wereldbeeld: autoritaire waarden in de kamp tussen goed en kwaad, sociale voorzorg enkel voor de eigen groep, discipline bijbrengen door beloning en bestraffing, natuurlijke selectie door de marktwerking. Met het gepaste stel waarden en emoties wist de verkiezingsstrategie van Trump dit derde op te halen.

Strehle: Gebruikte hij daarbij inzichten uit het hersenonderzoek?
Wehling: Uit hersenonderzoek weten wij, als tendens, dat mensen minder empathie opbrengen voor wie van henzelf verschillen, bijvoorbeeld een ander huidskleur hebben. Dat kwam Trump van pas. En het ging om de onbesliste kiezers in het midden, vijfentwintig procent ongeveer, die ideologisch flexibel zijn. Zij worden door de framing van beide kanten aangesproken – Trump heeft door zijn taalgebruik zijn punt van strenge, autoritaire waarden duidelijker gebracht dan Clinton haar zorgzame, progressieve boodschap. Daardoor vonden vele twijfelaars bij haar geen aanknopingspunt.[10]

Strehle: Als men zo bewust en empathisch voor een bepaald taalgebruik kiest, dan wordt men verdacht van politieke correctheid, en de afwijzing daarvan lijkt een oorzaak van Trumps overwinning te zijn geweest. Zijn kiezers hielden hem ten goede dat hij zei wat anderen enkel dachten.
Wehling: Ja, maar een strenge autoritaire kijk op de wereld onder woorden brengen is niet per se wenselijk. De taal van Trump berust hierop dat men mensen op grond van hun kenmerken indeelt en afwijst, omdat men ervan uitgaat dat sommige mensen beter zijn dan anderen. Dat heet sociale dominantie, behoort tot de gestrenge ideologie, en zij kan evengoed op vrouwen slaan als op mindervaliden, homoseksuelen, Mexicanen of armen. Op het spelletje dat het propageren van deze kijk op de wereld inhoudt ‘want zo denkt toch iedereen’, mag men niet ingaan.[11]

Strehle: Wat beveelt u dan aan, om bewust met taal om te gaan?
Wehling: Zeggen wat men denkt.[12] Tegenover Trumps framing van strijd en uitsluiting een empathisch denkraam plaatsen ­– dan ben je een zorgzame, progressieve mens.[13]
____________


[1] Duitse (Hamburgse) onderzoekster; doceert neuro-linguïstiek en -cognitie aan de UCLA (Berkeley).
[2] De Zwitser Andreas «Res» Strehle is journalist en auteur; voormalig chefredacteur van de Tages-Anzeiger.
[3] Grote schrijvers verrijken hun taal met nuttige nieuwe woorden. In dit geval Marten Toonder (1912-2005), maar het Nederlands (en het Duits) hebben nu eenmaal het Engelse framing en frame overgenomen.
[4] Hier lijken we het strenge pad van de wetenschap te verlaten.
[5] Lijkt me niet zo’n geweldige suggestie.
[6] Het is niet verboden om hier je meta-schouders op te halen, of je meta-wenkbrauwen te fronsen.
[7] Het zal in Duitsland dan anders zijn geweest, maar hier hoorde je aanvankelijk alleen over hoogopgeleiden, en over kindjes. Goed, dat was naderhand niet vol te houden, maar in dezen kan niemand onze journalisten kwade wil of nalatigheid toedichten.
[8] Iets als smaken en kleuren dus. Wehling moet een paar Duitse auteurs gemist hebben.
[9] “Uitdaging” is natuurlijk ook een frame-woordje, afkomstig uit het managerstaaltje.
[10] Kijk, dat is nu eens wetenschap zie! Achteraf gezien toch, want vóór de uitslag bekend was meende Wehling nog dat de zorgzame Hillary Clinton het zou halen. Maar misschien zijn die cijfers over één derde en 25% wetenschappelijk niet helemaal juist, dat kan ook.
[11] Niet ingaan op dingen lijkt wel tot de strenge neuro-linguïstisch-cognitieve wetenschap te behoren.
[12] Sterke suggestie deze keer.
[13] Zoals Hillary dus... Ingrid Riocreux zei op FaceBook: «Elle dit la même chose que moi, mais en blonde.» Ze zegt hetzelfde als ik, als blondje dan ...ik vermoed daar enige spot achter, of liever: in mijn hersenen werd dat centrum geactiveerd.


14 maart 2017

Populisme houdt vast aan ankerpunten waar de elites verachting voor hebben


journalist: Vianney Passot
gepubliceerd op 3 maart

Na de Brexit en de verkiezing van Donald Trump, met binnen enkele dagen verkiezingen in Nederland, en met de Franse presidentsverkiezing binnen een paar maanden, maakt Chantal Delsol voor FigaroVox een stand van zaken op wat betreft de positie van de “populistische” partijen in Frankrijk en de wereld.

FigaroVox: In januari 2015 publiceerde u het boek «Populisme: les demeurés de l'histoire» [Populisme: de achterlijken van de geschiedenis] en daarin legt u uit dat in de westerse democratieën populistische stromingen beschimpt worden. Dat was nog voor de Brexit en voor de verkiezing van Donald Trump. Hebben de populisten nu revanche genomen op de geschiedenis?
Chantal Delsol: “Revanche”, dat weet ik zo niet, maar in elk geval gaat het om stromingen die constant beschimpt en door het slijk gehaald worden, en erin slagen om verkiezingen te winnen zonder enige steun van de gevestigde instellingen. Men mag niet vergeten dat Trump zowat alle media tegen zich had, en in heel Europa was dat min of meer hetzelfde bij de Brexit. De commentatoren denken onvoldoende na over het volgende bijzonder merkwaardige fenomeen: in een democratie wordt een hele stroming, die sterk genoeg staat om overwinningen te behalen achteloos weggezet als een gevaar, of in het beste geval als een soort kwalijke grap. Het statuut van deze stromingen doet zeer vreemd aan: aan de ene kant heeft men geen argumenten om ze wettelijk te verbieden (democratieën kunnen met recht en reden antidemocratische bewegingen verbieden, nazi’s of communisten bijvoorbeeld) maar tegelijk beschimpt men hen met zo'n geweld dat zij geen recht krijgen op het statuut van democratische partner: diegene met wie men in debat treedt. Het democratische debat mikt enkel op hun uitsluiting, soms op een volslagen hysterische manier. Waarom precies zegt men niet, men volstaat ermee hen over één kam te scheren met “de somberste bladzijden uit onze geschiedenis”! Ik ben ervan overtuigd dat er onuitgesproken drijfveren zitten achter dit beschamende verstoppertjesspel. In hoofdzaak het feit dat deze stromingen gehecht blijven aan ankerpunten (vaderland, familie) waar de universalistische en kosmopolitische elites die het in het Westen voor het zeggen hebben, verachting voor hebben.

FigaroVox: De term “populisme” komt in elk geval meer en meer voor in de pers. Is die term nog altijd even negatief, of wordt hij langzamerhand banaal?
Chantal Delsol: Zolang niemand zich de term populist toe-eigent en hem voor zijn rekening neemt, zolang niemand zegt “ik ben een populist”, zolang zal de term een belediging blijven. Enkel diegenen die hem gebruiken om te schimpen, nemen hem in de mond. Mogelijk zal de term de komende jaren anders gebruikt worden, want de betekenis van woorden evolueert. Maar voor het moment roept hij het beeld op van een vergiftige relatie met het volk, waarvan men de gemoedsopwellingen en slechte neigingen benut – en nu het niet langer naar links neigt, heeft het volk alleen nog gemoedsopwellingen en slechte neigingen. Met dit doel heeft men zelfs een complete en tamelijk schandelijke grammatica bedacht, zoals «la post-vérité». [post-truth, de waarheid voorbij]

FigaroVox: In Frankrijk zien we dat in de aanloop naar de presidentsverkiezingen het Front National zeer hoog staat in de peilingen, en François Fillon lijkt een kandidaat van het volk te willen worden, tegen de elites. Hij komt nochtans uit een partij die het systeem nooit heeft aangevochten. Kan het hem dan toch lukken om de aanhangers van het “populisme” te verleiden, of gaat zoiets noodzakelijk gepaard met de verwerping van de gevestigde instellingen?
Chantal Delsol: Wat men populisme noemt laat zich niet als een verwerping van de instellingen definiëren, maar als een verwerping van de instellingen in de mate dat deze al te zeer (denkt men) en in elk opzicht het universalisme en het mondialisme bevorderen.
[een aantal details over Fillon hier, doen er niet langer toe aangezien de man geen kans meer maakt]
Politiek is geen moraal, ook al moet zij er rekening mee houden, zoals elke menselijke activiteit. Als Fillon dus een beroep doet op het “volk”, zoals laatst op Trocadéro, dan is dat omdat hij weet dat de argumenten van zijn aanhangers maar heel weinig weerklank vinden in de media, behalve als het is om erop te schelden (het volstaat om even te kijken naar de hysterische media die we de laatste maand hebben meegemaakt). Men zou haast denken dat die aanhangers niet bestaan, want er wordt niet over gerept! Je moet ze al fysiek samenbrengen om hun bestaan aan te tonen.

FigaroVox: In uw boek onderstreept u heel vaak dat aan diegenen die men als populisten bestempelt, “de elites niet met argumenten antwoorden, maar met minachting.” Zullen de gebruikers ervan hun procedé moeten herbekijken, nu de zogenaamde “populisten” aan de macht komen, zoals in de Verenigde Staten, of er niet ver meer vandaan staan, zoals in Frankrijk Marine Le Pen nooit hoger stond in de peilingen?
Chantal Delsol: We kunnen vaststellen dat wat Marine Le Pen betreft, het procedé dat enkel op minachting berust al is herzien en bijgesteld. In de huidige campagne wordt zij geïnviteerd door journalisten die hebben aanvaard om met argumenten te debatteren – het volstaat om uitzendingen van tien jaar geleden te bekijken om de vooruitgang te zien. Het is een teken van wat men gewend is hun dediabolisering te noemen.
Maar het dient gezegd dat het onbehouwen karakter van de leiders van deze strekkingen ook een grote rol heeft gespeeld in de ontvangst die men hen heeft bereid. Heeft iemand de indruk dat er met Trump echt te debatteren valt? Het lijkt toch alsof die man zelf puur op slogans en beledigingen drijft, wat misschien een verklaring kan zijn voor de behandeling die journalisten hem reserveren – maar die twee dingen houden elkaar in stand. De leiders van de zogeheten populistische partijen zijn nu eens weinig opgevoed (Trump), of anders weer blijven steken in een antieke brutaliteit (Jean-Marie Le Pen) die in deze tijd van democratische zachtmoedigheid inacceptabel geworden is. Men moet ook erkennen dat deze zo verachte gedachtestromingen geen intellectuele elite hebben, en dat is onvermijdelijk zo want alles wat zij aanraken valt ten prooi aan ostracisme – een academicus die met Marine Le Pen zou meegaan, verliest meteen zijn statuut, zijn vakgroep, zijn uitgevers, en bijgevolg zou hij niet langer nog academicus zijn.

FigaroVox: U zegt dat de haat tegen populisme en het misprijzen voor de lagere klassen nauw verbonden zijn. Waarom?
Chantal Delsol: Er heeft zich de laatste dertig jaar een belangrijke transformatie voorgedaan. Tot aan de val van de Berlijnse muur, was wat men “het volk” noemt, te weten de categorie van de bescheiden inkomens, grotendeels links, want het werd nog altijd, zij het alsmaar minder aangetrokken door de hoop die uitging van communisme en socialisme. Rond de eeuwwisseling hebben de zaken langzamerhand een andere wending genomen. Ontgoocheld door de val van het communisme en de mislukkingen van links aan de macht, is dat bescheiden Frankrijk beetje bij beetje gaan overhellen naar rechts, in het bijzonder naar extreemrechts. Grote verwondering moet dat niet baren want tenslotte, hoe bescheidener mensen zijn, des te meer houden zij vast aan hun wortels – dat is trouwens altijd een der paradoxen van het socialisme geweest, die ambitie om bevolkingsklassen die dit grondig verwerpen het universalisme te laten omarmen. Vandaag hebben wij bijvoorbeeld dat Frankrijk “van de periferie” zoals men zegt, dat leeft in kleine leeggelopen stadjes, en dat ziet dat zijn elite zich enkel nog interesseert voor wat er in Brussel of Berlijn omgaat, en dat daardoor begrijpelijkerwijze naar rechts en uiterst rechts overstapt om zijn verankering te verdedigen. Wat daarop volgt hebben we al gezien ten tijde van Lenin. Deze steunde op het volk dat hij zich als universalistisch gezind voorstelde, en de wereldrevolutie genegen. Toen hij merkte dat de arbeiders voor alles hun syndicale belangen verdedigden, heeft hij ze aan zijn dictatuur onderworpen. In onze dagen hebben de elites het volk begrepen en bemind zolang dit het universele socialisme omarmde, maar zodra het zijn grondgebied en zijn plaatselijke gemeenschappen begon te verdedigen zijn ze het beginnen te beschimpen (onze hedendaagse vorm van ostracisme).
Kijk eens aan hoezeer de Europese elites de volkeren minachten. Zodra een kiesuitslag hen niet bevalt, wijzen ze deze af en revoceren hem met allerlei slinkse en beschamende middelen. Ik vind het ijzingwekkend te zien hoe de verdediging van de Europese instellingen tot een klassenstrijd is verworden.

FigaroVox: Als François Fillon bij de tweede ronde zou ontbreken, wat zou ons dat dan leren over de Franse samenleving? Wordt die dan opgedeeld onder de voorwaarden van het Front National, tussen onverzoenlijke “populisten” en “mondialisten”?
Chantal Delsol: Dat zou inderdaad inhouden dat er geen redelijke manier meer bestaat om aan de verzuchting naar ankerpunten gehoor te geven. En al even belangrijk, om de structuurhervormingen door te voeren waaraan we uiterst dringend nood hebben (in dit verband wil ik eraan herinneren dat de aanhangers van Fillon in de eerste plaats diegenen zijn die hun kinderen geen land willen nalaten dat verzinkt in zware schuld en weldra in armoede). Het land zou dan even verdeeld zijn als de Verenigde Staten na de jongste presidentsverkiezing: Clinton en Trump waren elk voor zich ware karikaturen van hun kamp, dat van de “mondialisten” en de “populisten”. Hier zien we hetzelfde want Macron is de karikatuur van de universalistische en compleet ontwortelde sciences-po [iemand die politicologie, marketing, communicatie, human resources of aanverwante studeerde, bijvoorbeeld aan het gerenommeerde Institut d'études politiques de Paris, of zoals Macron, de ENA, École nationale d'administration waar veel politici en managers vandaan komen: les énarques], en Marine Le Pen is de karikatuur van geworteldheid in een grotesk simplistische gedaante. Ik meen nochtans niet dat het hier zal lopen zoals in de VS. Een zwakte van mij is het om te denken dat de Fransen “geciviliseerder” zijn dan Amerikanen, want ouder en meer op vormelijkheid gesteld. Dat kan hen overigens tot allerlei soorten van hypocrisie brengen, maar om eerlijk te zijn, ik zie geen meerderheid van de Fransen, of toch vandaag niet, voor Trump stemmen – en de familie Le Pen mist duidelijk de distinctie waar Fransen zo dol op zijn.
Als het Macron en Le Pen mocht worden, dan denk ik dat eerstgenoemde de grote overwinnaar wordt, omgeven met de stralenkrans van alle theatrale en pompeuze beloften van het zegevierende mondialisme. Maar ik geloof eerder dat de peilingen die men ons opdient evenveel waard zijn als die welke voorafgingen aan Trump, de Brexit, of de voorverkiezingen bij rechts – niet veel met andere woorden: elke stroming die opkomt voor verankering wordt systematisch ondergewaardeerd. En precies deze permanente onderwaardering zou een probleem moeten vormen voor onze elites, als zij democraten waren die naam waardig.
___________
Chantal Delsol doceert filosofie en ideeëngeschiedenis, is lid van het Institut de France, stichtte het Institut Hannah Arendt, en publiceerde recent Le Populisme et les Demeurés de l'Histoire (éd. Le Rocher, 2015) en La haine du monde. Totalitarismes et postmodernité (éd. Cerf, 2016).

5 februari 2017

De "deplorables" van de achttiende eeuw


In die term deplorables van Hillary Clinton zit toch een bepaalde empathie (om ook eens die modeterm te gebruiken), maar in de achttiende eeuw noemde men slechte kiezers nog gewoon the dregs of the people.


Reflections
on
The Revolution in France
and on the Proceedings in Certain Societies in London Relative to that Event
in a Letter Intended to have been sent to a Gentleman in Paris
Edmund Burke
[1790]

In de gezaghebbende uitgave van Conor Cruise O'Brien (1986, Penguin Classics) staat wat hier volgt op de pagina's 145-146


Ik weet wel dat men ons voor een saai, futloos volkje houdt, dat lijdzaam is geworden omdat het zijn situatie wel draaglijk vindt, en dat aan zijn mediocre vrijheid juist een beletsel heeft om deze ooit ten volle te bereiken. Uw leiders in Frankrijk deden eerst nog alsof ze het Britse stelsel bewonderden, bijna adoreerden. Maar eens zij veld hadden gewonnen, keken ze er met diepe minachting op neer. Bij ons hier hebben de vrienden van uw Assemblée Nationale een al even lage opinie over wat eertijds nog als de trots van hun vaderland werd beschouwd.
De Revolution Society* is tot de bevinding gekomen dat de Engelse natie in onvrijheid leeft. Onze onevenredige vertegenwoordiging is, daar zijn ze van overtuigd, ‘een zo grof en tastbaar defect van ons bestel, dat dit hooguit in formele zin of in theorie voortreffelijk kan heten.’ En verder vinden zij dat niet enkel in een koninkrijk een wettelijk geregelde volksvertegenwoordiging de enige basis vormt voor elke constitutionele vrijheid, maar dat dit ook zo is voor ‘elk legitiem bestuur, en dat bij gebreke hiervan regeren gewoon neerkomt op usurperen’ – en dat ‘als de vertegenwoordiging maar partieel is, het koninkrijk enkel partiële vrijheid kent; en als ze extreem partieel is, er alleen een schijn van vrijheid bestaat; en indien niet enkel extreem partieel maar nog eens valselijk verkozen, dan wordt ze een hinderpaal.’
Dr. Price** beschouwt deze inadequate vertegenwoordiging als onze fundamentele reden voor misnoegdheid. En van deze valse schijnvertegenwoordiging hoopt hij dat ze nog niet haar volmaakte en diepste punt van verdorvenheid heeft bereikt. Hij vreest dat ‘er niets ondernomen zal worden om ons vooruit te helpen op weg naar die onontbeerlijke zegening, tot een of ander grof machtsmisbruik onze verontwaardiging oproept, of anders een grote ramp ons flink schrik aanjaagt, of wie weet, totdat de zuivere en evenredige vertegenwoordiging in andere landen schaamte bij ons opwekt, omdat wij met onze afschaduwing daarvan uitgelachen worden.’ En hij voegt hier een noot aan toe, in deze bewoordingen: ‘Een volksvertegenwoordiging, goeddeels gekozen door het Bestuur van de belastingen, en verder door een paar duizenden uit de droesem van de bevolking die voor hun stem gewoonlijk betaald worden.’
Hier zult u wel glimlachen bij de rechtlijnigheid van die democraten die in een onbewaakt ogenblik de meer bescheiden lagen van de gemeenschap met de grootste minachting bejegenen, en tegelijk voorwenden ervoor te zullen zorgen dat alle macht bij hen zal berusten.
________


* De Revolution Society was gesticht in 1788, ter herdenking van de Glorious Revolution een eeuw eerder – de term ‘revolutie’ had in Engeland toen nog een gunstige klank. Na de val van de Bastille stuurde de voorzitter van de Society, Charles Mahon, third Earl Stanhope, een felicitatiebrief aan de revolutionairen.
** Richard Price (1723-1791), dissidente presbyteriaanse predikant, voorstander van de Amerikaanse en Franse revoluties. Zijn A Discourse on the Love of Our Country van 4 november 1789, was voor Burke reden te meer voor het schrijven van de Reflections.

23 januari 2007

Hillary en Barack, en gelukkig ook Salvador

.
Het Arabische begrip al-Taqiyya lezers, is de meesten onder u wellicht onbekend. Dat is spijtig, want als wij willen begrijpen wat er in Amerika aan de hand is met de Democratische senatoren Hillary Clinton en Barack Hussein Obama – in hun lange run naar de presidentsverkiezingen – dan kunnen wij deze term niet lang meer ontlopen.
Eén van de weinigen hier te onzent die de term geloof ik wél goed kent, is de voormalige NAVO-secretarisgeneraal Willy Claes, maar zijn vertaling was dan altijd ontveinzen, en ook al staat dat woord misschien in van Dale, ik vind het geen mooi woord. Het heeft iets dubbels. Dissimulatie is nog zo’n vertaling. Begrijpelijk genoeg, maar het zelf gebruiken doe je niet.
Wat Hillary recent aan Barack heeft verweten, is dat deze laatste verzwegen zou hebben dat hij, ter verre voorbereiding van zijn democratische carrière wellicht, vier jaar in een madrassa, een koranschool heeft doorgebracht. Barack Obama sprak wel vrijelijk over zijn christelijke achtergrond langs moederskant, over de Verenigde Kerk van de Drievuldigheid in Chicago waar hij wel eens langs ging, en ook nog over het atheïsme van zijn vader, maar over die madrassa hield hij zijn mond, en dat is bij Hillary slecht gevallen. Hij had dat direct moeten zeggen.
Wellicht ontgaat ook haar het begrip al-Taqiyya. Essentieel is het een positief begrip. Het komt er op neer dat het aan een moslim is toegestaan om tegenover een ongelovige te liegen of de waarheid te verdraaien. Het wordt onze moslim trouwens niet enkel toegestaan, onder omstandigheden is al-Taqiyya juist een deugdzame houding, waar zijn zieleheil aan vasthangt.
Een kwestie van afwegen dus: zijn ook de anderen moslims, dan is het natuurlijk simpel en geldt al-Taqiyya niet; maar zijn zij dat niet, dan mag de goede gelovige het gevaar voor zichzelf inschatten, en vooral moet hij ook goed overdenken of zijn Geloof beter is gediend met de waarheid, dan wel met een leugen.
Om de moeilijke term al-Taqiyya enigszins te Europeaniseren zou ik hem willen vergelijken met de beroemde reservatio mentalis van de jezuïeten. Ook zij hielden lange tijd vol dat leugen, zelfs meineed er mee door konden, als er een hoger belang in het spel was, én als je in je binnenste een kleine toevoeging deed aan je uitgesproken formule. Je kon bijvoorbeeld zweren: "Ik was gisteren niet op de plek van de moord" en dan in één adem, maar binnensmonds toevoegen: "of liever, eergisteren was ik er niet". Op die manier was God ook op de hoogte, en was er moreel gesproken niets aan de hand.
Misschien vindt u dit belachelijk lezer, en stonden uw verwachtingen rond het Opperwezen hoger, maar gelukkig heeft destijds Salvador Dali, leerling van de jezuïetenpaters en altijd een goede katholiek gebleven, uw bezwaren opgevangen met zijn verklaring: “Dieu n’est pas grrand, il fait un mètrre à peu prrès, et puis il n’est pas iintelligent.
Dali verwierp, op theologisch goede gronden meen ik*, het goddelijk attribuut der intelligentie, als zijnde een typisch menselijk gebrek.


o-o-o-o-o-o
* 1Korintiërs 1:25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.
.o-o-o-o-o-o

Noot van 25 januari:
CNN heeft intussen dit verhaal over de madrassa
tegengesproken..Of het verhaal afkomstig is uit de omgeving van Hillary Clinton, of dat er integendeel sprake is van een "right wing hit job", zoals men daar zegt, is niet duidelijk.

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html