Over omzichtigheid bij het citeren
U kent het gezegde wellicht, lezer, dat een paar erudiete citaten de hele mens sieren, want het staat al jaar en dag hiernaast in de linkerkolom, en het komt uit Das Buch Le Grand (1826), waarin Heine een heel hoofdstuk wijdt aan de kunst van het citeren. Ik vertaal een paar beginfragmentjes.
Kapittel XIII.
Madame,
[...] In alle voorgaande hoofdstukken staat geen enkele regel die niet ter zake doet, ik schrijf beknopt, ik vermijd alles wat overbodig is, ik sla zelfs vaak het noodzakelijke over, ik heb bijvoorbeeld nog niet eens behoorlijk geciteerd [...] terwijl toch het citeren uit oude en nieuwe boeken het grootste plezier van een jonge auteur is, en een paar erudiete citaten de hele mens sieren.Denkt u vooral niet, Madame, dat ik geen kennis heb van boektitels. Bovendien ken ik de knepen van grote geesten die weten hoe ze de krenten uit de broodjes, en de citaten uit de collegeboeken moeten halen.
In geval van nood zou ik bij mijn geleerde vrienden zelfs citaten kunnen lenen. Mijn vriend G. in Berlijn is als het ware een kleine Rothschild op het gebied van citaten, en leent me er graag een paar miljoen, en als hij ze zelf niet in voorraad heeft, kan hij ze gemakkelijk bij een paar andere kosmopolitische geestelijke bankiers bij elkaar brengen – Maar ik hoef nu nog geen lening aan te gaan, ik ben een welgesteld man, jaarlijks heb ik mijn 10.000 citaten om te verbruiken, ja, ik heb zelfs ontdekt hoe je valse citaten voor echte kunt laten doorgaan. Mocht een of andere grote, rijke geleerde, bijvoorbeeld Michael Beer,* dit geheim van mij willen kopen, dan wil ik het graag afstaan voor 19.000 Taler contant; hij mag voor mijn part zelfs wat afbieden.



