Posts tonen met het label Vandermeersch | Peter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vandermeersch | Peter. Alle posts tonen

20 maart 2026

Bluffen is altijd gewaagd, en citeren ook

 

Je zult altijd mensen hebben die graag uitpakken met kennis die zij niet bezitten, en dan bijvoorbeeld met citaten van Einstein of anderen komen aanzetten. Niet alleen rectoren doen dat, ook lieden die zich voordoen als ernstige, betrouwbare journalisten wagen zich aan mooie citaten zonder die te controleren.

Bluffen is menselijk maar gevaarlijk. Niets op tegen, maar je moet het dan wel met verstand doen, en liefst nog met je eigen verstand, zoals we hier kunnen leren van Giacomo Casanova, toen die zich even voor geoloog en econoom uitgaf:

Dezelfde jonge kamerheer die me voor het bal had uitgenodigd stelde me voor aan de verzamelde adel van de stad, toch wat de dames betreft. Maar ik had geen tijd om er een het hof te maken.
De volgende dag dineerde ik bij de heer de Kaiserling, en ik bracht Lambert* naar een jood om hem fatsoenlijk te laten aankleden.
De dag daarop werd ik uitgenodigd aan het hof voor een diner met de hertog, waar ik alleen maar mannen zag.
Deze oude prins liet mij voortdurend aan het woord. Toen het gesprek tegen het eind van het diner op de bodemschatten van het land kwam, en dat zijn alleen mijnen en halfmineralen,** waagde ik te zeggen dat deze rijkdommen onzeker konden worden, afhankelijk van de exploitatie, en om mijn bewering te rechtvaardigen sprak ik over dit onderwerp alsof ik er zowel in theorie als in de praktijk volmaakt bekend mee was.
Een oude kamerheer die de leiding had over alle mijnen van Courland en Semigallia, liet me eerst alles vertellen wat mijn enthousiasme me ingaf maar mengde zich vervolgens in het gesprek en voerde tegenwerpingen aan, al keurde hij alles goed wat ik voor redelijks had gezegd over de bedrijfsvoering, waar het nut van de exploitatie volledig van afhing.
Had ik, toen ik als kenner aan mijn verhaal begon, geweten dat er ook een echte kenner naar me luisterde, dan zou ik zeker veel minder hebben gezegd want ik was zeer onwetend op dit gebied. Maar ik zou erbij hebben ingeboet want dan had ik geen indruk gemaakt.
De hertog zelf was zo goed me als zeer geleerd te beschouwen, en na de maaltijd leidde hij me naar zijn kabinet en vroeg me of ik hem, mocht er geen haast zijn bij mijn reis naar Sint-Petersburg, twee weken van mijn tijd wilde schenken. Ik verklaarde me bereid om zijn wens in te willigen en hij zei me dat dezelfde kamerheer die me had aangesproken, mij zou rondleiden langs alle exploitaties die hij in zijn hertogdom bezat, en of ik zo vriendelijk wilde zijn mijn opmerkingen over de bedrijfsvoering op te schrijven.
Daar stemde ik direct mee in, en mijn vertrek werd vastgesteld op de volgende dag. De hertog, zeer tevreden met mijn bereidwilligheid om aan zijn wens tegemoet te komen, liet de kamerheer meteen roepen. Die verzekerde me bij dageraad voor de deur van mijn herberg te zullen staan in een koets met zes paarden.
Zodra ik thuiskwam pakte ik mijn spullen in, en liet Lambert weten dat hij zich klaar moest maken om met mij mee te gaan, met zijn wiskundekoffertje.*** Toen ik hem vertelde waar het om ging, verzekerde hij me dat hij, hoewel hij geen verstand had van de betreffende wetenschap, mij graag met al zijn kennis van dienst zou zijn.
We vertrokken op het afgesproken tijdstip met z'n drieën in de koets, een bediende zat achterin, en twee anderen reden te paard
voor ons uit, gewapend met sabels en geweren. Om de twee of drie uur kwamen we op een plek waar we van paarden wisselden. Daar verfristen we ons door iets te eten en goede wijn uit de Rijnstreek of uit Frankrijk te drinken, waarvan we een ruime voorraad in de koets hadden.
Tijdens onze reis, die vijftien dagen duurde, stopten we op vijf plaatsen met onderdak voor degenen die in de koper- of ijzermijnen werkten. Ik hoefde geen kenner te zijn om overal iets te noteren en goed te redeneren, vooral over de economie, het belangrijkste onderwerp dat de hertog mij had aanbevolen.
Op de ene plek hervormde ik wat ik nutteloos vond, en op een andere gaf ik opdracht tot uitbreiding van de mankracht om de inkomsten te verhogen. In een belangrijke mijn, waar dertig man aan het werk was, gaf ik opdracht tot de aanleg van een kanaal dat uitmondde in een klein riviertje, en dat hoewel erg kort door de kracht van zijn helling bij de opening van een sluis drie raderen zou aandrijven, waardoor de directeur van de mijn twintig man kon uitsparen. Lambert tekende onder mijn leiding het plan van het bouwwerk perfect uit, mat de hoogtes, tekende de sluis en de raderen, en plaatste zelf de markeringen van de hoogte van het terrein om het kanaal rechts en links af te bakenen tot aan het einde. Door middel van verschillende andere kanalen heb ik grote valleien drooggelegd om in grotere overvloed zwavel en vitriool te verzamelen, waar de gronden die we onderzochten verzadigd van waren.****
Ik keerde terug naar Mitau, verheugd dat ik niet had geposeerd maar geredeneerd, en dat ik een talent in mezelf had ontdekt waarvan ik niet wist dat ik het bezat.
De volgende dag besteedde ik helemaal aan het opschrijven van mijn waarnemingen, en het op groot formaat laten kopiëren van de tekeningen die ik erbij had gevoegd. De dag daarop legde ik al mijn waarnemingen aan de hertog voor, die zich zeer dankbaar toonde.
Tegelijk nam ik afscheid van hem en bedankte hem voor de eer die hij mij had bewezen. Hij zei dat hij me in een van zijn rijtuigen naar Riga zou laten brengen, en mij een brief zou meegeven voor prins Karel, zijn zoon die daar gelegerd was.
De wijze, door ervaring gevormde oude man vroeg me of ik liever een sieraad wilde, of de waarde daarvan in geld. Ik antwoordde hem dat ik van een prins als hij liever het geld zou ontvangen, hoewel ik al heel tevreden was met de eer zijn hand te mogen kussen. Hij gaf me een briefje waarin hij zijn penningmeester opdroeg mij contant vierhonderd Albersthaler uit te keren. Ik ontving deze in Hollandse dukaten, geslagen in de munt van Mitau. De Albersthaler is een halve dukaat waard. Ik kuste de hand van de hertogin en dineerde voor de tweede keer met de heer de Kaiserling.

Histoire de ma Vie
Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne
Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013, Tome III, pp. 300-302

_____________
      * Zijn bediende.
    ** Demi-minéraux is een term die in de Encyclopédie niet voorkomt bij Holbach. Minéraux wel, en dat waren dan geen gesteenten of metalen, maar bijvoorbeeld vitriool, sulfer en antimoon (voetnoot in Bouquins).
  *** Koffertje met meet- reken- en tekeninstrumenten.
**** Hier doet Casanova denken aan baron Munchausen. De auteur van die verhalen (1785), Rudolf Erich Raspe, was evenwel een échte geoloog.

Postscriptum: Na een clemente reprimande van mijn goede vriend Jan, geoloog, zie ik nu klaar in dat ik noch Casanova, noch Raspe geoloog had mogen noemen. Die discipline bestond in de XVIIIde eeuw nog niet. Wel mag ik zeggen dat Casanova zich uitgaf voor mijnbouwkundige, bodemkundige desnoods, en Raspe was een mineraloog/petrograaf.

25 februari 2012

Twee omschrijvingen voor één ding

.
Peter Vandermeersch, toen hij nog maar pas in zijn stoel bij de NRC gekatapulteerd was:
.

.
"Ik vind De Volkskrant niet betrouwbaar genoeg. Ik vind het grote verschil tussen wat NRC is en wat De Volkskrant is: als 't in NRC staat is 't juist. Soms een dag later, soms zelfs twee dagen later, maar 't is betrouwbaar. In De Volkskrant zie ik heel veel verschijnen waarvan je een dag later zegt: nou ja, het zat er toch wel een beetje naast."
.
Jan Mulder lachte hem daarmee uit, en noemde Peter "vulgair" en "een blaaskaak".
Iemand, ergens, moet die Mulder toch kunnen tegenspreken?
.

17 juni 2010

Waarom Bart De Wever superieur is aan de journalistjes die hem proberen te 'duiden'

.
Gisteren heeft de Kwaliteitstabloid een loffelijke poging ondernomen om grappig uit de hoek komen, maar die doelstelling hebben ze niet goed weten te implementeren. Ik zal u zeggen waarom ik dat vind.
Zoals de meeste mensen beseffen: bij een geslaagde grap hangt veel ervan af wáár je ze vertelt, in welk gezelschap, hoe laat op de avond &cet.

Bij het geval dat wij hier bespreken, lag de mislukking alvast niet aan de plek waar ze de grap verkochten, want op hun pagina's Opinie&Analyse worden vaker goede moppen getapt. Ze kunnen daar rekenen op enkele vaste waarden, hun Huyses, Hooghes, Sinardets et aliis*, die destijds –ik spreek van lang geleden– elk op hun beurt en met veel succes konden aantonen dat de kiezers van Leterme eigenlijk niet nationalistisch gezind waren.

Voor ernstige, zij het soms ironische journalistieke mededelingen hebben ze bij De Standaard een andere en veel kleinere rubriek, namelijk Kreten&Gefluister.
Het moet voor de medewerkers van die rubriek dan ook een lichte ontgoocheling zijn geweest, dat gisteren in Terzake de Marketeer hen als clowns wegzette:. Euh, enfin, in ons geval es het opgepikt in, euh, meer in een rubriek van heu, kijkt eens hoe dwaas heu of welke dwaze onderzoeken er nu wel allemaal euh gebeuren, mar je moe natuurlik vastellen, ja dit ding, euh, het ziet er goed uit… dat is professioneel gemaakt he… Datadriven, onderzoeksbureau euh… 

Hij had het vanzelfsprekend over de manier waarop De Standaard in de val van Woestijnvis (en Belga) was getrapt, en over die veelvuldig en goed coïterende VLD-ers.
Bijzonder moedig was hij misschien niet, maar we begrijpen dat Peter het feit moest maskeren dat zijn kwaliteitstabloid het heel soms moet afleggen tegen het Belang van Limburg en de Gazet van Antwerpen.
En vaak gelooft de Marketeer ook echt dat hij iets te vertellen heeft. Bijvoorbeeld als het gaat over de tatoeage van een (vermoed ik) Engelse voetballer, die het Latijn wellicht niet uitstekend beheerst, en die in Chinese inkt "vini" op zijn arm had laten prikken, in plaats van "veni".

Om zoiets te melden jaagt Peter graag twee van zijn journalisten in touw, in dit geval Bernard Bulcke en Wouter Woussen, en hij laat hen veiligheidshalve zelfs bijstaan door een latinist, want een fout tegen het Latijn is rap gemaakt.
Bij de foto van die voetballer laat hij drukken: Zoek de (intussen verbeterde) fout op de arm van Jonathan Legear. En rond die foto staan dan een hoop Latijnse lapidaire zinnen (Peter zelf meent dat het om citaten gaat), die een kwaliteitslabel meekrijgen dat ...ons behoedde voor flaters zoals die van de voetballer Jonathan Legear (zie foto).

En dan schrijft hij:

‘Verba volent, scripta manent.’
Vertaling: ‘Woorden vervliegen, geschriften
blijven.’
Toepasselijk op: Al wie soms de aanvechting
voelt gespierde taal aan het papier,
een journalist of een camera toe te vertrouwen.


Het spreekt dat ik Peter in een mail, en op de site van DS, erop gewezen heb dat het "volant" was, net zoals die voetballer "veni" had moeten laten graveren.
Een figuur als marketeer Vandermeersch antwoordt dan niet, misschien omdat een prætor zich niet met kleinigheden bezighoudt, en mijn reactie online verscheen evenmin... maar Petertje liet die kemel wel snél rechtzetten op de site, en vandaag stond er zelfs een klein mea culpa'tje in de krant, zij het zonder enige verwijzing naar het artikel met dat kwaliteitslabel (en de gedrukte versie van zijn gazet kon zelfs Hij niet meer stilletjes verbeteren, aangezien scripta manent).

Hoe anders reageerde niet Bart De Wever, op een blog die ik jaren geleden aan hem wijdde? En die u nu eerst moet lezen, lezer...
De Wever schreef mij toen onmiddellijk: "... dat zal mij leren van te spreken over zaken waar ik niets van afweet." . Punt.

Er blijft toch een verschil in stijl, tussen een rurale évolué en een stadsmens.
_____________
* hier mag geloof ik de verbogen vorm.
.

25 augustus 2009

Ronduit liegen staat een Kwaliteitskrant niet

.
Nu de premier weer terug is in het land, en niet te ver van zijn deur veilig in Zaventem is neergestreken, mogen wij de vakantie als afgesloten beschouwen.
Bij wijze van herhalingsoefening zullen wij direct beginnen met een paar zinnetjes van Marc Reynebeau, en daarna onmiddellijk het ernstige werk aanpakken.
Reynebeau had vandaag een klein opstelletje in De Standaard en, hoe vergeeflijk ook, zijn stukje was niet geheel van fouten vrij. Na de grote vakantie komt zoiets vaker voor.
We zien onze Marc schrijven: “Maar de meeste van die pendelaars kennen Brussel zoals Yves Leterme hem kent.” In dit korte zinnetje staan twee fouten, die elk voor zich nu mag verbeteren, maar let u op zijn derde, en op zijn voorlaatste woord.
Inhoudelijk viel zijn stukje nog goed mee, zeker voor een eerste opstel. Wel begon Marc onbewust met een oude FDF-slogan over Vlamingen die naar hun dorp terug moeten. Maar aangezien Marc .–zoals iedereen weet– Geschiedenis heeft gestudeerd, zal die slogan (die pas van de jaren zestig dateert) hem onbekend zijn omdat die periode nog te vers is.
Enigmatisch was echter een andere zin van hem: “Vooral om historische redenen is een stedelijke mentaliteit vele Vlamingen nu eenmaal vreemd.”
Marc, wat je wel had mogen onthouden uit jouw studies, is dat de meeste geschiedkundigen (bv de befaamde Norman Davies in zijn “Europe, a History” van 1996) …het fenomeen van de verstedelijking juist typisch Noord-Italiaans én Vlaams noemen. Misschien ligt die geschiedenis voor jou weer te veraf.

Nu dus ernstiger werk.
Gisteren of eergisteren begon de ramadan, en omdat ze bij De Standaard beseffen dat de meeste Vlamingen dat woord nog nooit gehoord hebben, stuurden zij hun reporter Shaju Hendrikx op speurtocht naar een gezin waar deze gewoonte in ere wordt gehouden.
Hij kwam terecht bij de familie Lesage-Kaçar in Gent. Geen doorsneegezinnetje, want vader is prof politicologie aan de univ, een soort wetenschapper kun je zeggen, en moeder is gemeenteraadslid.
Het werd een mooi artikel, meer een culinair verslag eigenlijk, maar zonder taalfouten (Hendrikx is geen vaste redacteur). Het bevatte wel één zin die fel mijn aandacht trok: "Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw."
Professor Lesage, bevestigt ons de reporter, is dus zelf geen moslim, maar wel degelijk getrouwd met een moslimse!
Zoiets kan natuurlijk niet. Een moslim kan wel een ongelovige vrouw nemen, en de profeet zelf gaf hier het voorbeeld wil het verhaaltje, maar dat een mohammedaanse een ongelovige man zou kunnen huwen is uitgesloten. Dan moet zij zelfs worden omgebracht door haar mannelijke familieleden lees je in buitenlandse kwaliteitskranten, die wel eens verslag uitbrengen over zulke feiten.

Maar we mogen niets uitsluiten. Wellicht hebben wij te maken met een volslagen nieuw fenomeen, een totale omslag in de islam eigenlijk …en heeft deze ideologie hier –in de verstedelijkte Vlaamse omgeving– na eeuwen van achterlijkheid en brutaliteit, tenslotte een mate van rationaliteit geïncorporeerd? of zelfs een bepaalde verdraagzaamheid?

Of heeft onze reporter dat zinnetje gewoon verzonnen? De gedachte is ondraaglijk, maar de wens is de vader van de gedachte, en Hendrikx kan tenslotte de bedoeling hebben gehad om aan zijn simpele lezers te laten geloven, wat hijzelf zo graag zou willen? Zoiets heet duiding tenslotte. Het leven, zoals het leven zou moeten zijn.
Hij had natuurlijk aan de professor zélf kunnen vragen hoe de vork in de steel zat, en of hij dat zo mocht opschrijven, van die ongelovige die met een moslimse getrouwd was ...maar of Shaju dat ook heeft gedaan, weten wij lezers niet.
Moeten wij dan maar veronderstellen dat onze Standaardman Shaju Hendrikx bewust gelogen heeft?

Ik stelde hem deze vragen per mail, en ook aan de bekroonde Marketeer van De Standaard vroeg ik wàt er nu van aan was, maar helaas verkozen zij solidair hun mond te houden.

Dat is spijtig, want journalisten genieten al zo weinig vertrouwen bij het publiek.
Bij gebrek aan beter dus, mag ik stellen dat Hendrikx, en daarna Vandermeersch, bewust gelogen hebben, en het vertrouwen van hun lezers niet waard zijn.
.

1 december 2008

Geen gewetenloos geklieder met drukinkt !

.
Beste lezer,
al sinds enkele dagen is het mij onduidelijk of Arthur Schopenhauer wel gelijk had in §283 van zijn Über Schriftstellerei und Stil :

[…] so lese ich aus einem Autor ein paar Seiten und weiß dann schon ungefähr, wie weit er mich fördern kann.
[laat mij van een auteur een paar bladzijden lezen, en dan weet ik wel ongeveer tot waar die mij vooruithelpen kan]

Mijn twijfel aan de uitspraak van Arthur Schopenhauer kwam, omdat ikzelf al geruime tijd de geschriften van Peter Vandermeersch lees –meer dan eens heb ik u deze lectuur deelachtig gemaakt– maar daarbij toch een valse indruk van de auteur moet hebben opgedaan.

Vandermeersch schreef vrijdag namelijk een stuk –deels als antwoord aan zekere Thomas Siffer, deels ook als wraakoefening op Van Cauwelaert van Knack– en wat mij opviel in zijn stuk was dat het duidelijk en goed geschreven was. Vandermeersch sprong met zijn inkt zuinig om.
Schopenhauer zou gezegd hebben: van gewissenlose Tintenklexerei is hier geen sprake. Het was een moedig stuk.
De uitleg voor deze stijlbreuk bij Vandermeersch is eenvoudig: “Daher nun ist die erste, ja, schon für sich allein beinahe ausreichende Regel des guten Stils diese, DASS MAN ETWAS ZU SAGEN HABE: o, damit kommt man weit!
[Vandaar dat de eerste, ja, op zich al bijna voldoende regel van de goede stijl deze is: DAT MEN IETS TE VERTELLEN HEEFT : o, daar kom je een eind mee!]

En Vandermeersch hád iets te vertellen, en zelfs extra nog iets te vertellen dat ook mij wat op de lever had gelegen, al had die kleinigheid mij geen moment belet om de petitie van dr.
Frank Thevissen te ondertekenen.
Vandermeersch merkt in zijn artikel terecht op dat Draulans bijna verwijtend werd toegevoegd dat hij "van origine bioloog" was. Ik ging er onmiddellijk van uit dat die toevoeging niet zo bedoeld was, maar dat neemt niet weg dat zij er beter niet had kunnen staan, immers: “Alles Entbehrliche wirkt nachtheilig.

En er zijn ook zo veel biologen die schitterend schrijven, altijd een stuk beter, spannender, zinniger dan sociologen, politicologen, zelfs filosofen en tutti quanti.
Biologie is een precies bèta-vak, misschien niet even precies als fysica, maar wel dichter bij onze wereld op menselijke schaal.
Om een paar biologen-schrijvers te noemen die ik voor geen geld had willen missen, en ik noem expres Leo Vroman niet: Jacques Monod, Stephen J. Gould, Edward O. Wilson, en iets verder terug de grote J.B.S. Haldane.
Deze schreef ooit een prachtig essay: "On the Importance of Being the Right Size", ik meen eind jaren dertig.
Haldane wees erop dat als je in een put valt, het veel verschil maakt hoe groot je bent, en dat (als ik me de voorbeelden goed herinner) een muis een diepe val in zo'n put met gemak zal overleven, een hond ook nog, wel met pijn in zijn botten, terwijl een mens gebroken blijft liggen en een paard zelfs uiteenspat.
Vooral de val van die hond en dat paard zal bij zijn Engelse lezers hard zijn aangekomen, maar het essay zelf werd een stukje Engelse Literatuur – dat helaas aan de nochtans anglofiele graafkikker Lippens voorbij moet zijn gegaan.
.

21 september 2008

Houten Klaas komt met een vlot artikel !

.
Marketeer Vandermeersch beschouwt De Standaard blijkbaar als zijn privéspeeltuintje. Vrijdag nog liet hij de hofnar Fabre een karikatuur maken van wat een krant moet zijn, en zaterdag liet Peter ons een bladzijde uit zijn eigen stamboek zien.


In zijn familie viel iets te vieren. Goede gelegenheid om zijn beste pen boven te halen, en de lezer op een stukje Flandre profonde te vergasten. De familie Vandermeersch zette zich aan de dis in de salons De Vrede in Ichtegem. Ik vermeld dit, lezer, voor het geval u daar eens langs mocht komen.
Het werd een schitterend maal, ook al was niet alles perfect in De Vrede. Bij het betreden van de salons, was Peter zijn oog al direct op een storende taalfout gevallen.
De salons gaan er prat op dat 'alles kan aangepast worden naar (sic) de wens van de klant'.
Wat er mis is met die “naar” moet hij mij eens uitleggen. Markthandelaar als de besten, maar Nederlands? zelfs zijn West-Vlaams is niet vlekkeloos vrees ik, want hij laat één van zijn neven, een supporter van Dedecker, zeggen:
' [...] En diene Leterme kan met heel zijn boeltje terug naar Ieper. Schrief dat moa ne ké up in uw gazetje.'
Als Gentse buitenstaander moet ik hier vanzelfsprekend het oordeel van deskundigen afwachten, maar toch vraag ik mij af, of die neef niet eerder “joen gazetje” zal gezegd hebben. Mijn vermoeden is, dat de auteur hier een kleine onnauwkeurigheid heeft toegelaten, ietwat ten detrimente van de kleurenpracht die zijn tafereeltje verder uitstraalt.

Opvallend is wel dat al zijn familieleden hem zo nauwkeurig voorzeggen wat Peter zelf denkt dat zij moéten zeggen, waardoor alles tegelijk mooi aansluit bij die laatste enquête in zijn gazetje.
Antipolitiek, Leterme knoeier, Verhofstadt moet terugkomen, BHV flauwekul, Dedecker: de proef op de som klopt voor mij te goed.

Vandermeersch vertelt ons niet of er ook doperwtjes op het menu stonden in Ichtegem, maar toch doet hij mij denken aan die oude Augustijnermonnik Gregor Mendel, de geneticus die weliswaar een juiste theorie had over erwten, maar die met statistische gegevens kwam aanzetten die zo perfect klopten, dat ze later als onwaarschijnlijk werden beschouwd. Mendel had zijn resultaten misschien enigszins selectief meegedeeld, dacht men.*

Maar laten wij Vandermeersch zelf nog eens aan het woord. Aan zijn tafel zit een mooie Russische, en Peter wil laten zien dat hij ook van internationale politiek het zijne afweet. Houten Klaas doet dat zo:
Ik probeerde het debat op gang te trekken over Russen en Georgiërs. Maar de mooie Russische wilde vooral weten waarom wij er in dit kleine België maar niet in slagen om overeen te komen.
Even de handen gaan wassen. Ik sta letterlijk te plassen als naast mij een aangetrouwde neef van wal steekt. “Ik ben dat spuugzat. […]”
Nu vraag ik mij af hoe Vandermeersch het klaarspeelt om soms ook niet letterlijk te plassen.
______________

*
Die twijfel werd later weggenomen door Hartl en Fairbanks van Harvard, die Mendel vrijpleitten. Te vrezen valt dat Peter niet op hen zal kunnen rekenen.
.

5 april 2008

Het solitaire schrijfgebeuren

.
Ik stamp een open deur in, maar die Peter Vandermeersch van De Standaard is echt van alle markten thuis. Het was waarlijk niet voor niets toen ze hem laatst nog die prijs gaven van beste standwerker van het jaar. Dat terwijl, laten we het niet vergeten, hij van zijn hoofdberoep eigenlijk journalist is.

Politiek, economie, maatschappij, je vraagt hem iets en hij schrijft iets. En hij zal daarbij niet uitgesproken links of rechts zijn, eerder centrum. Belangrijker daarbij is nog dat Peter vaak goed de volkse toon weet te treffen. Als het woord bestond, zou ik durven zeggen dat hij een soort centrumpopulistische pen bezit.

Wat ik van de man weer niet wist, is dat hij ook een groot hart heeft voor de velokoers. Dat facet van zijn persoonlijkheid was mij te enen male ontgaan, maar in zijn redactioneel commentaartje vandaag somt hij verschillende namen van coureurs op, mannen van nu zowel als van gisteren. Ballan, Boonen, Museeuw, Leman, Magni, Buysse, nogmaals die Ballan, en tenslotte ook Cancellara, Pozzato en Hoste. Wie zal morgen winnen? vraagt Peter zich af.
Misschien vraagt u zich op uw beurt af, lezer, wat zulke dingen verloren mogen hebben in een dagblad voor staatkundige maatschappelijke en ekonomische belangen.?
Wel, die ontboezemingen en voorspellingen staan daar omdat De Ronde van Vlaanderen iets meer is dan een koers die toevallig door Het Nieuwsblad wordt georganiseerd. Aan die Ronde zitten heel wat interessante kantjes, raakvlakken, onverwachte aspecten. Het is kortom een heel gebeuren. Peter kan dit beter zelf uitleggen:

'Erbij zijn' - als vip in de karavaan of langs het parkoers met bier en worst in de hand - is voor veel mensen stukken belangrijker dan de wedstrijd zelf. De Ronde van Vlaanderen is daarom hét voorbeeld bij uitstek van een groots en warm community-gebeuren.

Het koersgebeuren zelf, in enge zin dus, was, zien wij nu, voor Peter enkel een aanleiding om ons een breed maatschappelijk tafereel te schetsen. Daar is een woord voor: journalistiek.
Zijn artikel is, om een beeld te gebruiken, niet alweer een soort autopromotie of zelfbevlekking, maar eerder de vrucht van een kruisbestuiving tussen alle facetten van Vandermeersch' eigen persoonlijkheid.

Hoe vermijd je dat er ongevallen gebeuren waarbij renners betrokken raken of, minstens even erg, toeschouwers? […] In geen enkele sport staan de supporters zo dicht op het gebeuren. Dat maakt mee de geweldige charme van het wielrennen. Maar leidt ook tot het gevaar.

Humanistische scherpslijpers zullen hier bezwaar hebben tegen het bijwoordje "minstens", omdat zij ervan uitgaan dat een mens een mens is, coureur of geen coureur.
Daar is iets voor te zeggen, maar dit uitschuivertje zou ik alvast niet populistisch noemen. Wél een klein stilistisch haastigheidje, maar zoiets kan de beste gebeuren.
.

28 december 2007

In the red light district

.
De dag voor Kerstmis heeft zekere Tine Peeters van De Morgen honteuze gevoelens in mij wakker gemaakt. Tot 24 december wist ik van het bestaan van Tine niet af, en eigenlijk weet ik nog niets van haar, behalve dan dat zij die dag een artikeltje begon met een argeloze, alreine, angelieke aanhef: “Het zijn niet altijd de beste vrienden, de pers en de politiek, maar gisteren verbroederden ze samen in het parlement […]”.

Na lectuur van deze kerstgedachte meende ik in een eerste opwelling mijn boertige poot op Tines blanke boezem te moeten leggen. Ik weet het, niemand wil er getuige van zijn als kinderlijke onschuld geschonden wordt, maar om met van Ostaijen te spreken, vooruit dan maar zonder supporters!

Of laten wij misschien de beschreven gemoedstoestand eerst in een breder kader plaatsen.
Er is hier al meermaals gesproken over marskramers zoals de bekroonde Vandermeersch van De Standaard, en dan niet omdat die jongen niet kan schrijven – dat weet iedereen – maar wel omdat die man in zijn driekleurig kraam zich te vaak laat bewonderen met te weinig ondergoed aan.
Begrijp mij goed: ik ben voorstander van de legalisering van zijn handel. Het is misschien niet altijd makkelijk om in kwesties als deze rechtlijnig te blijven, maar het blijft mijn vaste overtuiging dat ook iemand als Vandermeersch zijn stiel in treffelijke omstandigheden moet kunnen bedrijven.
Zulke zaken zijn ook niet tegen te houden. Zonder markt zouden er geen marketeers zijn. En wie zijn wij om te oordelen? Wat weten wij hoe zo’n jongen zo ver is gekomen? Voor hetzelfde geld stonden wij op zijn plekje, denk daar eens aan.*

Met Tine ligt het anders. Jong en naïef vertoont ze nog een zekere gêne bij het uitoefenen van het beroep. Sunt denique fines, en zij heeft nog besef van zekere grenzen, ook al zou zij heel zeker een pak meer kunnen verdienen, bijvoorbeeld met het ontvangen van gehandicapten zoals die spraakgebrekkige Landuyt, die met het vettige voorstel op haar afkwam om het eens al rechtstaande te doen:

[…] rond de kerstboodschap van Kamervoorzitter Herman Van Rompuy. Die vroeg een daverend applaus voor "de eveneens vermoeide pers", wat ervoor zorgde dat de het hele halfrond zich klappend naar de perstribunes richtte. Uittredend minister Renaat Landuyt (sp.a) probeerde zelfs even om de journalisten het applaus al staand in ontvangst te doen nemen, maar dat vonden we toch net iets te ver gaan.

Ik trek mijn smerige poot terug, en verwijs Tine naar Payoke.
________________

* Il s'en fallait de peu, mon cher,
Que cett' putain ne fût ta mère,

met de woorden van de onsterfelijke Brassens.

18 december 2007

De dood van al onze handelsreizigers

.
Vandaag, net als gisteren en eergisteren, en trouwens de voorbije weken en maanden, stond in het blaadje van marketeer Vandermeersch alweer dat bepaalde zinnetje dat mijn bijzondere wrevel opwekt. Deze keer zette Sturtewagen zijn handtekening als commis-voyageur van dienst, maar dat is niet meer dan een detail, want de koopwaar is bij alle kranten dezelfde.

Aangezien hun kiezers al lang niet meer kunnen volgen waarover het politieke debat de jongste weken nog ging, durven de christendemocraten de risico's aan.

Waar Sturtewagen het precies over had doet er even niet toe, laat mij vertalen: van stemrecht stellen wij oudgediende handelsreizigers van de firma Paars ons niet veel voor. Een goed werkende democratie is eenmaal de vrucht van publieke amnesie en wijdverbreide dwaasheid. Politieke beloften zijn kraaltjes en zilverpapier. Volwassen journalisten gooien die de dag na de verkiezingen meteen weer weg.
Dat geen enkele journalist vóór de verkiezingen heeft gezien wat het belangrijkste thema zou worden ...dat is het publiek helaas nog niet vergeten. De publieke amnesie is selectiever dan onze Desmetten&Vandermeerschen wellicht hadden gehoopt.

Arthur Miller, maar die man is alweer twee jaar dood, dacht nog anders over de taak van een deftige krant: “A good newspaper, I suppose, is a nation talking to itself.
En onze journalisten beseffen geeneens waar de natie over denkt! Bij ons praten kwaliteitskranten dus niet met, maar denigrerend over de natie.
Spijtig trouwens dat ze zoveel stukken moeten leveren, want wat onze koelies nog het liefste doen is werken aan hun verstandhouding onderling én met de machthebbers. Zo mogen zij bijwijlen iets oplikken van de kruimkens die van deze laatsten hun tafelen vallen.

Een mens moet elke dag eten inderdaad, en ik begrijp Sturtewagen zijn collega’s Verschelden en Samyn dan ook als zij in het flutrubriekje “Kreten&Gefluister” hun beklag doen over, in bedekte termen, Leterme natuurlijk.
Want er viel niet genoeg te rapen toentertijd in Hertoginnedal. Maar nu is Verhofstadt er weer!


Bij een van de laatste oranje-blauwe stuiptrekkingen in november was de chauffeur van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) nog zo vriendelijk een thermos koffie te halen voor de half bevroren journalisten op de stoep van de Wetstraat. Het was een zeldzaam moment van oranje-blauwe gastvrijheid. Toen premier Guy Verhofstadt twee weken geleden door de koning in de ring werd gestuurd, gaf hij prompt te kennen dat de journalisten niet langer onbeschut, onverwarmd en dorstig zouden moeten wachten.
En kijk. Terwijl Verhofstadt zondagavond in zijn ambtswoning aan de Lambermontstraat vergaderde met CD&V/N-VA, Open VLD, MR en PS en buiten het kwik tot -3° daalde, hield de premier woord. De wachtende journalisten konden om de hoek in een lokaaltje van het kabinet van staatssecretaris Gisèle Mandaila terecht om even op te warmen. Er stonden koffie, soep en frisdrank voor de dorstigen en wafeltjes voor de hongerigen. 'Want ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven, ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven, ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen', klinkt het in het evangelie naar Mattheus. Verhofstadt is misschien geen christendemocraat, maar hij kent duidelijk zijn klassiekers.

Wat ik wilde zeggen, Wouter of Steven, is dat er verderop in de evangeliën nog interessante zaken staan. Bij Lukas lezen wij over zekere Lazarus (niet de Lazarus die uit de doden is opgewekt, een andere, misschien wel een journalist in volle doen?).

Lukas 16; En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper [toen al] en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; en begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Laat de kruimels, voor de tijd dat het nog duurt, jullie goed smaken jongens! En verder maar hopen op het hiernamaals?


.

16 november 2007

Bij een prijsuitreiking

.
.
.
Wat een journalist moet kunnen
En op school nooit heeft geleerd
Is de waarheid zo verdunnen
Dat zij niemand nog geneert



Hartelijk aan Peter opgedragen
bij zijn heuglijke verkiezing als Marketeer van het Jaar

AD MULTOS ANNOS
.
.
.

12 september 2007

Een beschaafde avond


Het was lang geleden, maar ik heb gisteren twee volwassen maagden gezien.
En niet enkel maagden, het waren twee compleet onbespoten voyageurs van de bekende firma Desmet&Vandermeersch. Ze heetten allebei trouwens Desmet&Vandermeersch want het gaat hier om een ééneiige tweeling.

Bij deBuren, het prachtige Nederlands-Vlaams huis naast de Munt, was er een debat over Bye-Bye-Belgium, de roemruchte uitzending van de RTBf. Nuttig, want al zullen velen zeggen van wél, zo goed als niemand in Vlaanderen heeft die uitzending live gezien, misschien omdat er toen op de eigen zender voetbal was of iets anders. Intussen hebben velen hun schade ingehaald.

Aan de debattafel zaten behalve twee Nederlandse journalisten ook de mensen van de RTBf zelf, Deborsu en Gerlache, en hun morele consulent Thiran (die minder in zijn mars had dan de twee vorigen). Verder Laporte van de Libre Belgique, plus Bracke van de VRT, en de twee Maagden van onze Kwaliteitskranten.

De mensen van de RTBf vond ik indrukwekkend (hun halfacht-journaal is dat in de regel ook). Openheid en beschaving zou ik zeggen, en grappigheid ook, surtout Deborsu, maar Gerlache niet minder. Zij legden uit dat weliswaar niet alle journalisten van hun eigen redactie akkoord gingen met de geplande nepuitzending, maar dat er om redenen zus en zo toch besloten was om door te gaan met het plan.
Interessante uitleg, maar zonder het woord te vragen kwam plots Peter tussen, en die jongen riep iets over LEUGENS die hij aan tafel had gehoord.
Onze Peter maakte een wat onbeheerste indruk. Misschien had hij al iets binnen, want zelfs in dat sappige West-Vlaams van hem, dat nochtans veel vergeeft, kwam zijn plotse acte de présence slecht aan. De mensen van de RTBf waren daarna verwittigd, en bleven koel. Ik had de indruk dat zij bij het niveau van Peter de avond minder interessant vonden.
Peter zijn broer Yves kwam nu gelukkig te hulp, en stak een kort preekje af over journalistieke normen en waarden. Dat was heel mooi. Die mannen van de RTBf waren met hun nepjournalistiek flink over de ethische schreef gegaan.
Helemaal geloofwaardig voor de zaal was Yves misschien niet (er zaten veel Morgenlezers tussen was mijn indruk), maar het was zonder meer een nuttige tussenkomst gezien de omstandigheden. Zijn wauwelende vennoot trad hem zo goed als mogelijk bij maar hield verder min of meer zijn gemak, en iedereen apprecieerde dat Desmet het bedreigde niveau van de avond had gerafistoleerd.
De basics van de journalistiek was Desmet zijn thema. Facts and comments moesten goed onderscheiden blijven. Facts waren voor hem heilig als ik goed heb gevolgd, en comments waren free. Enfin, mooi dus, en niets tegen in te brengen. De RTBf was haar geloofwaardigheid kwijt, en Deborsu in het bijzonder, en Yves sprak hier in naam van de firma. Ik denk dat die man zichzelf geloofde want anders kun je zo’n sérieux niet volhouden.

Toen, ik geloof Laporte, maar het kan ook Gerlache geweest zijn, de vraag stelde aan Peter waarom diezelfde Deborsu dan elke week een column mocht vullen in De Standaard, wist die brave jongen niets te vertellen. Het leek hem niet te deren. Peter bleef volmaakt gelukkig rondkijken en een antwoord kwam er niet.

Hier en daar klonk er dus een vals nootje van de schrijvende pers. Zo noemde Laporte, van de Libre ...Bart De Wever in één adem met het fascisme. Maar ik neem aan dat Christian met zijn term enkel "slechte mens" bedoelde, of gewoon "Vlaming". Misschien moest Christian eens de tijd nemen voor een goed boek over het fascisme – het moet geen droog theoretisch werk zijn, maar iets van Maurras bijvoorbeeld – en wat minder schrijven in zijn gazet, of komen zeveren in panels.

Overigens stapte iedereen tactvol aan deze onnozelheid voorbij, en zo bleef het al bij al nog een beschaafde avond bij deBuren.
Ten bewijze: aan het eind van de publieksvragen voelde plots die gezellige pastoor Staf Nimmegeers de drang om even te melden dat hij nog altijd bestond, en zelfs op dat moment heeft niemand in het publiek het uitgeproest.
.
.

23 juli 2007

Vandermeersch zijn eigen Belgische "gaffe"

.
De hoofdredacteur van Le Standaard is blij vandaag met het schouderklopje dat de Vorst gaf aan de redacties “die zoveel energie gestopt hebben in dat uitzonderlijke en opwindende project”. Wat ik over deze dankbaarheid denk weet u al.
Verder relativeert hij (in zijn eikenhouten stijl) de “gaffe” van Leterme:
[…] een enige, prachtige, vettige Belgische klucht […] op de trappen van de kathedraal waar prinsen huwen en koningen worden begraven.

Dat van die prinsen is juist Peter, en ik voel de neiging om je hier een schouderklopje te geven, maar koningen worden begraven, of bijgezet in de crypte van Laken.

Dat zal ook met de Laatste het geval zijn vermoed ik, als daar tenminste nog plaats is. En anders moeten de ouderen maar wat aanschuiven, ook al vindt mijn geliefde Georges Brassens dat niet helemaal gepast:

Mon caveau de famille, hélas ! n'est pas tout neuf,
Vulgairement parlant, il est plein comme un œuf,
Et d'ici que quelqu'un n'en sorte,
Il risque de se faire tard et je ne peux,
Dire à ces braves gens : poussez-vous donc un peu,
Place aux jeunes en quelque sorte.




Voor Belgische journalisten blijven FEITEN gevaarlijke vijanden.
.

.

20 juli 2007

De lakeien worden beloond

.
Nu het hoofd van de Uitvoerende Macht, in een ware paniek-toespraak, Le Standaard en De Soir heeft gefeliciteerd,* hebben vele burgers het koninklijke alarmbelletje horen rinkelen. Maar ik geloof niet dat ze op de genoemde redacties iets gehoord zullen hebben.

Nochtans zou het voor journalisten beneden hun waardigheid moeten zijn om loftuitingen uit die hoek te aanvaarden. Zij moeten die hautain afwijzen. Maar in België is het de hoogste betrachting van vele journalisten om de macht te dienen, en wellicht ooit nog baron te worden.

Wat een verschil met journalisten als . ik noem er enkelen die ik waardeer .Heine, Börne, Poesjkin, Herzen, of zelfs Gezelle in bepaalde opzichten, die nooit goede maatjes werden met de machthebbers van hun tijd, en integendeel verbanningen of vernederingen met waardigheid in ontvangst namen.

Een journalist die geprezen wordt door de Macht is geen journalist, Vandermeersch, maar een zolenlikker.

Daar is een Belgische koning
Veel Belgische vertoning
Een Belgische vlag, een Belgisch lied
Maar Belgen, neen Belgen zijn er niet

René De Clercq

__________________

* zie de correctie van Luc Van Braekel hieronder.


17 december 2006

Dat nepjournaal is geen probleem, Yves Thiran wel

.
Al de flauwekul die de laatste dagen verkocht wordt rond de journalistieke geloofwaardigheid van diegenen die hebben meegewerkt aan het RTBf-nepjournaal, is flauwekul. Laat ik het niet weer over Peter Vandermeersch hebben, die man heeft al slaag genoeg gekregen.
Een ernstiger probleem vormt geloof ik Yves Thiran, "directeur de l'information et de l'éthique RTBf ".
Wat is dat voor een titel? Hoe kan iemand tegelijk twee zulke taken vervullen? Dat kan enkel in een wereld waar Sein en Sollen volkomen samenvallen vrees ik, een situatie die, al lijkt ze voor Noël Verhofstadt vanzelfsprekend, in democratieën nog nooit is voorgekomen.
In mijn boekje hoort journalistiek zich uitsluitend bezig te houden met Sein, en dan heb ik verder geen bezwaar tegen een onafhankelijke ethische commissie of iets dergelijks.
Als ik echter Thiran goed begrepen heb donderdag, toen ik hem het Nep-nieuws hoorde verdedigen op zijn eigen zender – en ik citeer uit mijn hoofd – dan lijkt deze man de journalistiek eerder te zien als een moderne vorm van zendelingenwerk: .L'information de la RTBf ne doit pas être lisse; elle peut brusquer [of choquer, of zelfs nog een ander woord, ik weet het niet meer], si c'est pour la bonne cause.
Hiermee wil ik allerminst beweren dat het aan Vlaamse kant anders, of beter zou zijn, integendeel, misschien is die openlijke bekentenis in de functieomschrijving zelf van die man, juist een vorm van openheid die wij niet kennen. En verder geloof ik ook niet dat volledige objectiviteit denkbaar zou zijn. Schreef immers niet Heinrich Heine al in 1829, in zijn essay "Shakespeares Mädchen und Frauen": . Die sogenannte Objektivität, wovon heute soviel die Rede, ist nichts als eine trockene Lüge.
.

Moet een mens daar zijn abonnement voor betalen?

.
Bart Brinckman heb ik, zoals velen onder u wellicht, een goede week geleden bezig gezien in een TV-debatje. Onderwerp was de onwaardige manier waarop de NV-A Jean-Marie Dedecker had behandeld.
Gênant was het ook ...om Bart bezig te zien. Intellectueel noch moreel was onze kwaliteitsjournalist opgewassen tegen de judocoach. Ook dat afgeborsteld Antwerps van hem maakte geen beste indruk. Voor mij was het de eerste keer dat ik die levende pop bezig hoorde, bijna live …maar ochgod, laten wij dat debatje verder voor wat het was, iedereen heeft zelf kunnen oordelen en punten geven.
De kracht van die jongen zit misschien meer in zijn pen? Niet-Standaardlezende kijkers moeten zeker op die gedachte zijn gekomen, want de gave des woords mag niet iedereen zijn geschonken, zonder scherpe pen kom je een kwaliteitskrant niet in, toch?
Voor deze brave mensen nu een voorbeeld ’s mans schrijfstijl. Hieronder heeft B.B. het over Verhofstadts Vierde Burgermanifest, en over de presentatie ervan door de auteur zelf, in Brugge gisteren.

– even een terzijde als u mij toestaat: toen ik daarnet op TV zag hoe die jeugdige Marino Keulen bewonderend opkeek naar zijn leider, moest ik denken aan wijlen Leni Riefenstahl, die in haar beeldverslagen van Partijdagen ook altijd oog had voor ontroerende shots van enthousiaste sidekicks
Brinckman nu weer. Eerst denkt hij nog even terug aan de eerdere Burgermanifesten, welker waarde wij eenvoudige burgers ondertussen goed hebben leren inschatten al was het maar omdat de tijd zo’n uitstekende leermeester is.

[…] Natuurlijk is er in twaalf jaar tijd veel veranderd. Elk tijdsgewricht behoeft ook eigen uitdagingen en oplossingen. Maar de dadendrang van Verhofstadt bleef al die jaren onaangetast. Steevast draagt hij als een evangelist visie en geloof uit. Zoniet valt de huidige premier ten prooi aan een gekmakend immobilisme.
De burgermanifesten zijn producten van hun tijd. Als eerste minister staat Verhofstadt op het kruispunt van zijn carrière. In mei 2007 wacht hem een derde ambtstermijn of een afscheid van de Wetstraat 16, waar de regen gezien de emmers in zijn kantoor vrij spel heeft. De doelstelling van het vierde burgermanifest verschilt daarom fundamenteel van die van zijn voorgangers. Straks moet Verhofstadt zijn positie verdedigen tegen de aanvallen van zijn grote uitdager, Yves Leterme. De vorige boekjes waren Stalinorgels in een veroveringstocht tegen de rooms-rode meerderheid […]
Ik kan best begrijpen lezer, dat u hierna geen behagen meer vindt in een zinsgewijze analyse vanBrinckmans paragrafen. Maar even verwijzen naar een prachtig boek zult u mij nog toestaan, een boek dat elke journalist zou moeten lezen vóór hij nietszeggende woorden en zinsneden uit zijn pen laat vloeien als:
  
“natuurlijk”, “veel veranderd”, “tijdsgewricht”, “uitdagingen” en “oplossingen”, “steevast”, “zoniet”, “gekmakend immobilisme”, “producten van hun tijd”, “kruispunt van zijn carrière”, “fundamenteel”
&cet.
Duidelijk zijn voor je lezer, gemeenplaatsen vermijden, horen bij de eerste dingen die een schrijver moet leren zegt Robert Graves (1895-1985) in “The Reader Over Your Shoulder(1943). Ik las dat boek lang geleden, maar nu zie ik dat er passages op het web beschikbaar zijn.
Graves gaat systematisch te werk: vooraf geeft hij zijn principes aan de lezer, daarop leest hij enkele teksten van collega's, geeft dan zijn kritiek volgens de genoemde principes, en herschrijft tenslotte de teksten, tot wat hij onbescheiden "a fair copy" noemt.
En Graves richt zijn pijlen niet, zoals ik op kwaliteitsjournalistjes, maar op …Daphne Du Maurier, T.S. Eliot, Ernest Hemingway, Aldous Huxley, J.B. Priestly, Bertrand Russell, G.B. Shaw, Stephen Spender, H.G. Wells, en anderen.

Seg ammai Bart, da moeste gai oek is leise!


P.S. Ik hoor net Peter Vandermeersch, de man die opkomt voor de journalistieke geloofwaardigheid, op TV verklaren dat die RTBf-nepreportage voor hem niet door de beugel kan omdat hij "nét te veel journalist is in hart en nieren". Dat voorbeeld mag je niet volgen Bart: uitdrukkingen als in hart en nieren, en nét te veel gaan nooit samen.

20 oktober 2006

Werkpaarden en circuspaarden

.
Toen ik de titel van De Standaard gisteren zag, “PAARS IS WEER HELEMAAL TERUG”, met daarboven eerst een foto die goed de helft van mijn tabloid besloeg, toen dacht ik: wat voor beters kan een machthebber zich bedenken dan een braaf gareelpaard als Peter Vandermeersch? Peter likte zijn riemen en kettingen nog gewilliger dan de bijpaarden Yves Desmet en Luc Van der Kelen, al bleven ook die natuurlijk mooi aan de dissel lopen. Goeie werkpaarden alledrie.
Het zou verkeerd zijn om hier een vergelijking te maken met dressuurpaarden of met circuspaarden die zoals iedereen die niet blind is kan zien, hun kunstjes altijd met tegenzin vertonen omdat zij van de zweep hebben moeten leren. Gewone werkpaarden hebben geen zweep nodig en zijn content met wat suikerklontjes.
Er zijn mij geen financiële of andere experts bekend die het manègenummertje rond en om de begroting hebben toegejuicht, maar de zacht gefluisterde labeurpaardenafspraak was duidelijk: misschien niet het land, maar toch zeker Verhofstadt stond er weer, helemaal.
De volgende dagen mogen experts in dezelfde krantjes brandhout maken van de disselboom waar de correcte journalist aan vastzit. Geen probleem, want gezeur achteraf daar slaat geen mens nog acht op.
.

21 juni 2006

Een sukkel minder

.
Misschien lezer, zegt de naam Walter Pauli u iets, of anders niets maar dan is het nu te laat om hem te leren kennen. Tot eergisteren was die man journalist bij De Morgen. Hij heeft zijn ontslagbrief daar ingediend is mijn indruk. De man geeft op.
Ontmoedigd geraakt. Ik denk een burn-out. Wellicht bestaan er accuratere medische termen maar laten wij dan in wielertaal zeggen, de pedalen kwijt. Of in WK-termen, geen balcontrole. Of in pianistieke termen, de pedalen kwijt. Of in violistieke termen, problemen met de intonatie. Wat dat laatste betreft: als toehoorder stap je daar glimlachend over. Het is altijd een beetje erg als het gebeurt natuurlijk, maar het maakt niet uit als je iets anders in de plaats krijgt. Het moet vanzelfsprekend niet te bont worden.
Ik geef een wat cru voorbeeld: beeldt u zich in dat een gerespecteerde krant een hoofdartikel te lezen geeft waarin termen als strontvinger, tussen de benen schoppen, of poepen, neuken e.d. worden aangewend als instrumenten van politieke analyse. Ondenkbaar zult u zeggen, degraderend voor de schrijver en beledigend voor de lezer. Een normale mens verwacht beschouwingen over oorzaken, gevolgen &cet., uitgaand eerst van een nuchtere erkenning van feiten. Stilzwijgend verwacht hij ook een terminologie die in beschaafd gezelschap citeerbaar blijft.
Bijvoorbeeld Yves Desmet noch Peter Vandermeersch zouden de genoemde scheldtermen in hun blad willen veronderstel ik. Metro al zeker niet. Het Laatste Nieuws ook niet – een vervalste foto van een betoging tot daar aan toe, maar verder zullen ook zij niet gaan.
Pauli in zijn moedeloosheid wél. In zijn artikel (misschien was het vakantie voor Desmet?) zag hij als vanouds af van elke poging tot feitenweergave (geen persoonlijk verwijt aan Pauli, meer een slepende ziekte van het huis), en van elke analyse. In stede daarvan begon hij de nietsvermoedende lezer de huid vol te schelden.
Hij was anders redelijk goed begonnen, met een mooie lofzang op de VLD, omdat dat goed staat bij de jonge kaderleden die hij graag wil aanspreken. Verder had Pauli, die het Engels blijkbaar machtig is [*], zijn termen eerst vertaald. Je las bij hem dus geen Derde-Rijk-invectieven als mestkevers of zo, enkel het nette Amerikaanse fuck you. [**]
Niettemin, voor wie zijn yankeetaal terugvertaalt, is Pauli gewoon een vulgair ventje. Je vraagt je af, hoe raakt iemand zo ver?
De harde realiteit is mijn enige verklaring. Hoe het moést heeft Walter immers altijd al geweten, maar nu zag hij plots hoe het was. Als journalist was zijn model geloof ik de bioloog die de flora beschrijft, maar dan zonder de giftige planten, en de fauna zonder de bijtende beesten.
Adjunct-hoofdredacteur Pauli stelt ook in zijn laatste stukje nog voor om die beesten buiten beschouwing te laten. Hij herhaalt dat nog één keer voor zichzelf, als betrof het een nieuwe, nog onbeproefde tactiek, maar van zoveel zelfbedrog brandt een mens op. Burn-out, het moet hem plotseling zijn gedaagd dat een krantje als het zijne nauwelijks enige invloed heeft. Geen invloed. Niet geloofwaardig.
En nu verwijnt hij als journalist achter de bocht, hij abdiceert en bang achteruit kijkend steekt hij zijn middelvinger nog even op.
Bon débarras! Als de realiteit te straf wordt, dan blijkt ogenblikkelijk wat zulke analistjes als Pauli waard zijn: helden als het op lopen aankomt.

[*] Of toch enige notie heeft. De Engelse speler Gary Lineker zei ooit grappig: “Football is a game played by 22 people for 90 minutes and in the end the Germans win.” Zo staat het op de site van de FIFA. Bij Pauli wordt dat – feiten tellen natuurlijk niet echt – “Football is a simple game: 22 people chase a ball for 90 minutes and in the end the Germans always win.” Al een stuk minder grappig, door Pauli's nadrukkelijkheid, vooral dat “simple”, en het on-Engelse “always” dat alles finaal naar de bliksem helpt.
[**] Er is een reusachtig verschil tussen de term "mestkever", gebruikt tegen één persoon (moet kunnen denk ik, al kan elk geval door de rechter beoordeeld worden), en diezelfde term, gebruikt als aanduiding van een groep. Zelfs de aanduiding ermee van een welbepaalde groep kan nog acceptabel zijn meen ik. Echter, een heterogene groep zoals de kiezers van een grote partij ermee aanduiden lijkt mij roekeloos. Zulke groep bestaat uit kevers met vele verschillende kenmerken, zelfs tegenstrijdige. Ik neem aan dat zulke onderscheiden (eenvoudige klassenlogica nochtans, extentioneel, intentioneel) ook aan De Gucht voorbijgaan.

10 juli 2005

Karakteristiek voor een kwaliteitskrant is dat ook de onnozele rubrieken interessant zijn

.
Misschien slaat u dergelijke zaken over, maar onder de hoofding Opinie&Analyse heeft de kwaliteitskrant elke zaterdag een entertainmentrubriekje, De Vraag van de Week, waarin BV-s losjes over de actualiteit mogen keuvelen. De onnozelheid van die titel alleen al! Alsof maatschappelijke thema's zich per week voordoen, net zoals vroeger de cinemazalen elke week een nieuwe film toonden Gewoonlijk zitten er enkele correcte politici of ambtenaren tussen, een correcte zanger of sportsman, voorts een paar lezers (al eens minder correct), en om het vol te maken wordt de zaak gestoffeerd met woestijnvislullen.
Analyses kunnen deze mensen niet leveren, en dat wordt hen ook niet gevraagd. Meestal worden zij geconfronteerd met een feel-good question – het weekend staat voor de deur.
Een paar vlotte, vermoedelijk telefonische babbeltjes over allerlei indrukken en gevoelens, daarnaast een kolommetje met Vandermeersch’ eigen bedenkseltjes, en alweer is een bladzij vol gedrukt! Je hoort vaak van wél, maar kwaliteitsjournalistiek hoeft niet duur te zijn. On peut être heureux à peu de frais.

Vraag van de week was: “Bent u bang voor een aanslag?”

ij de eerste reactie was het meteen raak: we vernemen dat de baas van het spoor, ex-kabinetschef Jannie Haek zich op zijn gemak voelt in de Brusselse metro met die brede perrons, terwijl hij de smalle pijpen van de Londense metro maar niks vindt. Verstandige praat van Haek, maar van die man wisten we al dat hij kwaliteiten bezat.

Als tweede komt een verkozene des volks aan het woord, zeker Europarlementslid Said El Khadraoui. Hij begint nog voorzichtig, maar verliest al snel de pedalen:

“We mogen nooit gerust zijn. Een aanslag kan altijd, maar laten we niet vergeten dat België fel gekant was tegen de oorlog in Irak. Hopelijk heeft dat ons wat goodwill opgeleverd bij de terroristen.”
Dit is ontoelaatbaar en onverenigbaar met enige beschaving: die mijnheer heeft blijkbaar nooit geleerd dat een democratie geen goodwill koopt bij terroristen, nog gesteld dat zoiets mogelijk was. Daarbij lijkt hij te willen suggeren dat het de moslimterroristen om Irak te doen is. Belachelijk! Ook zonder die oorlog wilden islam-ideologen Europa destabiliseren, met aanslagen als het moet, maar met steeds op de achtergrond de demografische druk. Iemand sprak in dit verband nogal scherp over het terrorisme van de baarmoeder. Doel is dat Europa ooit ten prooi valt aan hun achterlijke theocratische denkbeelden.
In een rubriekje als De Vraag van de week is Khadraoui op zijn plaats, echter: ik onthoud dat deze mijnheer niet in staat is tot, of wijselijk afziet van een analyse van de aard van het moslimterrorisme [*], en dat zijn uitspraak hem een rel van eerste orde zou moeten opleveren, of tenminste enige billenkoek, maar zover komt het hier nooit.

Ik weet niet of de rest van zijn indrukken u zal boeien, maar Khadraoui had nog een beschouwing van statistische, of liever speltheoretische aard – volkomen misplaatst natuurlijk: het geeft geen pas om hier aan kansberekening te doen – maar behalve dat ze zinloos is, getuigt zijn uitspraak ook van een slecht ontwikkelde humanitas: “Brussel blijft wel de hoofdstad van Europa, dat is een belangrijk symbool. Maar ik laat er mijn levenswijze niet door beïnvloeden. Een aanslag kan overal gebeuren, ook op een rustig eiland. En het risico dat je bij een aanslag betrokken raakt, blijft nog altijd zeer klein.”

Daarna kwam dan een lezer die zinnige dingen zei, en de “clash of civilizations” er bij betrok. Niet zo gek, maar het was al gauw weer de beurt aan Margriet Hermans &cet. en daar stond mijn hoofd niet meer naar.

De Standaard besluit vrolijk: De discussie gaat door op onze site: www.standaard.be/forum
[* - voetnoot toegevoegd op 16 juli] In het lievelingsblad van onze vriend El Khadraoui, in Le Monde van 14 juli verklaart de veiligheidsexpert prof. François Heisbourg, voorzitter van het IISS, het Internationaal Instituut voor Strategische Studies:
Nous ne connaissons pas les motivations spécifiques des terroristes de Londres. Ce que nous savons à travers les déclarations des groupes se réclamant d'Al-Qaida, c'est que ces terroristes nous attaquent pour ce que nous sommes, pas pour ce que nous faisons.
L'Irak, le Proche-Orient, ne sont évidemment pas absents mais ils ne sont pas déterminants. La France, qui n'a pas de troupes en Irak, est tout aussi menacée ; plusieurs attentats ont été déjoués. La connexion avec l'Irak est ailleurs. Ce pays est devenu une sorte de libre-service du terrorisme, dans lequel toute une série de personnes peuvent se former aux techniques de la guérilla urbaine.

Ook hij lijkt niet geneigd om de analyse van Khadraoui ernstig te nemen.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html