10 oktober 2004

De Amicitia

.
Vriendschap is mooi maar in de politiek, hoor je vaak zeggen, komt vriendschap bijna nooit voor. Politici hebben het ontzettend druk en hun tijd is schaars. Toch zijn er uitzonderingen.
Dehaene-Tobback is zo’n uitzondering heb ik ergens gelezen. Die twee komen inderdaad vaak samen op de buis als er in de Belgische politiek belangrijke zaken aan de orde zijn, of anders als er zaken zijn waar de jongere generatie politici niet uit raakt, en bij die gelegenheden spreken zij elkaar nooit aan met de familie­naam, maar altijd met Louis en Jean-Luc. De interviewster blijft keurig mevrouw. Dat zullen dus wel vrienden zijn; temeer daar beiden lid zijn van verschillende partijen lijkt het me niet uitgesloten, en Louis is socialist zoals bekend en Jean-Luc christelijk.
Ook over de taalgrens heen kan de vriendschap, zoals men zegt bruggen slaan. Iemand vertelde me dat de oude Eyskens, de man van het Sleutelplan en van de Eénheidswet, heel goede maatjes was met André Cools, de man die later in Luik met een pistool werd doodgeschoten.
Maar zelfs binnen de schoot van één partij komt vriendschap voor: in vele inter­views kun je nalezen hoe Dirk Sterckx tot het liberalisme werd bekeerd door zijn vriend Karel De Gucht. Sommigen zullen zeggen dat we hier met een randgeval te maken hebben, want aanvanke­lijk was Dirk niet blauw, maar wel al bevriend met Karel. Dat is juist, maar in elk geval heeft zijn toetreding tot de partij hun weder­zijdse vriendschap niet bedorven en zelfs heeft Dirk zijn vriend later in moeilijke momenten nog flink geholpen.

Vriendschappen tussen politici komen meer voor dan wij denken, al was het maar omdat er ook gevallen moeten zijn waar wij geen weet van hebben. Daarbij, om met Phil Bosmans en Staf Nimmegeers te spreken: vriendschap kost enkel een beetje tijd. Phil en Staf zouden trouwens ook vrienden kunnen zijn zonder dat wij daarvan op de hoogte zijn, maar ze vallen buiten ons bestek omdat wij nu over politiek spreken.

Vaak staan niet eens continenten de vriendschap in de weg! Zo herinner ik me Henry Kissinger en Golda Meïr. Indertijd was daar veel om te doen, en de kranten vertelden alles op een eigenaardig toontje want er was de complicatie dat die twee van verschillend geslacht waren. Hetzelfde met Thatcher en Reagan.
In die dagen deden politici nog niet veel interviews en ze hadden bijgevolg weinig omhanden. Margaret had bovendien geen omzien naar haar huishouden, want dat werd omzeggens helemaal door haar man gedaan, Denis; zij kon dus flink wat tijd overhouden voor Ronald met zijn anekdotes over de film. Die Kissinger pendelde wat, of hij pingpongde, maar veel was er nooit aan de hand. Van Golda weten we minder, maar de hele sabbat zal ze wel vrij gehad hebben.

Komen zulke intercontinentale vriendschappen ook nu nog voor?
Net zagen we Bush in de VN-gangen “Hé, kaffer!”, of was het “Hé, koffie!” roepen, en ver­vol­gens gaf hij schouder­klopjes aan de Voorzitter van de Verenigde Naties. Ook legde hij bij herhaling zijn handje op de rug en in de lenden van die man. Maar om dat meteen vriend­schap te noemen? Daartoe moet er eerst sprake zijn van zekere zielsverwant­schap! Unilaterale ruggestrelingen en Texaanse kreten kunnen een aanzet zijn, maar meer niet. De beelden waren te kort om een oordeel te geven, maar ik geloof niet dat er bij die gelegenheid twee continenten met elkaar in ontmoeting zijn getreden.

Anders is het met Günter Verheugen en Recep Tayyip Erdoğan.
Laten we die mensen even voorstellen. Die Verheugen is geen Vlaming zoals ik eerst dacht, maar een Duitser en hij heet eigenlijk Verhoigen of Vérhoigen, maar dat wordt in het Duits anders geschreven. Verhoigen heeft een klein jaartje stage gelopen als Duitse Buitenland­minister, een post die weinig om het lijf heeft, en daarna is hij lid kunnen worden van de Europese Commissie. Zulke promotie komt meer voor. Het ging wat snel misschien deze keer, maar verder is er niets aan de hand.

Günter spreekt de laatste tijd vaak over zijn vriend Recep Tayyip, en over het vertrouwen dat zij in elkaar hebben, maar vooraleer we daarover verder gaan kan misschien de naam van Günters vriend uw nieuwsgierigheid gewekt hebben.
Inderdaad, Recep Tayyip klinkt voor ons heel raar, maar dat komt enkel omdat die man Turks is, zodat wij in zijn naam geen enkele Europese stam kunnen herkennen.
Neem de situatie dat je op de trein in gesprek raakt met een koppeltje dat zich voorstelt als Jekaterina en Pavel. Dan denk je al vlug: juist… Pol en Katrien. Moeilijker is het als ze Lindsey en Kevin heten maar dankzij de kabeltelevisie went ook dat. Voor Aziatische stammen echter heb je al direct een schotelantenne nodig, en niet iedereen heeft die.

Voor we verder gaan over de vriendschap tussen Günter en Recep: de functie van Recep is nog niet vermeld. Wel, Recep is niet enkel Turks, hij is de premier van Turkije. Aan piloten van chartermaatschappijen moet je niet uitleggen waar Turkije ligt, zij weten dat ze richting Oosten, of Azië moeten kiezen en dan zitten ze goed, maar het brede publiek heeft geen idee. Dat publiek vliegt tenslotte enkel mee, ziet onderweg nooit een kompas, en in een vliegtuig verlies je je benul van afstanden.

Wat je vroeger in de hoogste klassen van de lagere school zag, dat was een grote kaart aan de muur die de hele wereld voorstelde. Die kaarten zijn tegenwoordig te vinden op rommel­markten, want in de klassen hangt nu de creatieve inbreng van de leerlingetjes zelf, ofwel een affiche. Op die aardbolkaart konden geen details worden weergegeven; Engeland kon je nog net zien, maar bijvoorbeeld Cyprus was te klein en stond er niet op. Die kaart was groot maar weer niet zo groot. De continenten waren eenvormig ingekleurd. Blauw was voor de zee. Azië, heel logisch, kreeg geel. Afrika was donker gekleurd, ik meen donker­paars. Europa was groen. Met wat voor kleuren die andere continenten waren ingekleurd weet ik niet meer, maar ze waren duidelijk onderscheidbaar, en beide polen hadden de vorm van een horizontale witte streep. Dat laatste is een kleine fout zullen geologen opmerken want de Noordpool is geen continent, maar een bevroren stuk zee waar je zelfs onderdoor kunt varen als je over een Nautilus beschikt. Dat had dus ook blauw gemoeten. Die kaart was niet perfect. Zo waren alle kleurvlakken ten opzichte van de zwarte contouren een ietsje verschoven, waardoor de continenten een klein streepje blauw hadden aan één kant. Dat stoorde mij meer dan die polen waar ik toen nog niets van afwist.
Wat je wel kon zien was dat Turkije even geel was als Indië en China. Over Constantinopel kan ik me niet uitspreken want ik weet niet meer of er misschien een klein vlekje geel was op de plaats waar de grote kerk van de Heilige Wijsheid staat; ik denk dat de makers van die kaart dat stukje gemakshalve groen hadden gelaten, wellicht om druktechnische redenen.

Over die kerk gesproken, keizer Justinianus had er in de jaren vijfhonderd, vólle vijf jaar voor nodig om dat werk af te krijgen. Tegenwoordig zetten wij wel ingewikkel­der gebouwen, vaak met honderden bureaus erin, ik denk aan het Schumanplein in Brussel. Zulke werken duren vanzelfsprekend langer. Onze Justinianus was overigens geen man om vriendschap mee te sluiten, want toen zijn kerk af was riep hij: Salomon, ik heb u overtroffen!

Recep en Günter zul je nooit horen roepen. Die mannen weten wat vriendschap is en stil en ongedwongen hebben ze veel voor elkaar over. Wat Günter erg betreurt is dat zijn vriend altijd op een ander continent zit, en dat is begrijpelijk want je hebt je vrienden graag dichtbij. Recep zou het zelf ook anders willen. Maar volgens velen gaan zij de laatste tijd nogal ver in hun vriendschap. Om elkaar te troosten hebben ze nu praktisch op eigen houtje besloten om een soort continentale drift teweeg te brengen, en daar schijnen vele onderdanen van Günter niets voor te voelen. Bij aardverschuivingen vinden die, zijn de gevolgen niet te overzien. Günters onmondige onderdanen zouden liever een soort hoffelijke verbintenis zien, zonder dat het geel en het groen te ver over de lijntjes moet komen. Ik zie ook wel iets in zo’n verbintenis, en heb een constructief voorstel.

Enkelen onder ons zullen zich herinneren hoe vroeger koninkrijken al eens verenigd raakten in een Personele Unie. Dat was een duistere term, en wat ik er nog van weet is dat het vaak met een koninklijke trouwpartij gepaard ging, en dat die Unie ten einde kwam als het met dat huwelijk afgelopen was. Ook weet ik nog dat op een bepaald moment Luxemburg verenigd was met de Nederlanden, in een Personele Unie. In ieder geval was zo’n Unie altijd een tijdelijke kwestie.

Misschien weet iemand of vorst Günter dochters heeft, ik weet het niet, en ook als hij die heeft zullen ze vermoedelijk te oud zijn voor wat ik op het oog heb, maar misschien zijn er wel kleindochtertjes, of anders nichtjes. Enige voorwaarde is dat het gaat om meisjes van negen of iets ouder, en dat ze dichte familie van vorst Günter zijn. Hij kan er dan ééntje uithuwelijken aan sultan Recep, en we hebben allemaal wat we willen.


Kleine geschenken onderhouden de vriendschap !
.

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html