Posts tonen met het label Bilger | Philippe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bilger | Philippe. Alle posts tonen

1 september 2020

We weten wel wie


De vakantie zit erop voor Zemmour, en zoals Christine Kelly ons vorige week al aankondigde is hij 'bronzé, presque noir'. Hier een stukje uit zijn eerste optreden van het seizoen:

Christine Kelly: Verwildering, onwellevendheid* …Éric Zemmour, waar is de juiste maat te vinden, welke termen moet de regering gebruiken om over de gewelddaden in de samenleving te spreken?
Éric Zemmour: Kijk, om deze discussie juist te plaatsen moet men begrijpen dat woorden een ideologische en politieke lading hebben. Dat is essentieel, en wie zijn woordenschat aan de samenleving weet op te leggen heeft de ideologische strijd gewonnen. Links weet dit al heel lang, en daarom vindt het voortdurend woorden uit. Bijvoorbeeld, voor ‘illegaal’**  zullen zij zeggen ‘mensen zonder papieren’, en vervolgens verzinnen ze ‘migrant’. Ziet u, dat is nu helemaal gangbaar, en men heeft de indruk dat het om mensen gaat die men niet mag aanhouden, het is tenslotte legitiem, zij migreren! en weet u, dat deden ze heel de geschiedenis van de mensheid door al. ‘Illegaal’ betekent: ‘U respecteert de wet niet? eruit dan!’ Bon. 
Of neem nu – hier zijn de feministen heel sterk in – ‘feminicide’. Vroeger, toen wij nog klein waren zei men ‘passionele misdaad’. Ah, dan waren de juryleden al meteen vertederd. Vandaag met ‘feminicide’ heeft men de indruk dat het om genocide gaat. Mannen doden vrouwen dus puur omdát het vrouwen zijn, en zij de vrouwen willen uitroeien.
Bon, dat is semantiek.
Onwellevendheid nu. Wat is onwellevendheid? Dat is niets: je mag niet op de grond spuwen, geen papiertjes op de grond gooien, dát zijn onwellevendheden. En Emmanuel Macron gebruikt die term voor diefstallen, verkrachtingen, misdaden. Daar zie je al een ontkenning van de werkelijkheid die voor mij grenst aan minachting voor wat de mensen meemaken.
En daartegenover dan dat woord ‘verwildering’.*** Kijk, dat woord ‘ensauvagement’ heeft een interessante geschiedenis. Natuurlijk, het spreekt dat we in ‘verwildering’ ook ‘wilde’ horen. En onder ‘wilde’ verstaan we ‘barbaar’. En dus denken we aan de plundering van Rome door de barbaren in 496, en tegelijk ook zien we alle latere invasies enzovoort. En laat voor een keer dat woord ‘verwildering’ nu van links komen: Aimé Césaire**** koos die term om de kolonisatie aan de kaak te stellen, die de pre-koloniale samenlevingen ‘verwilderd’ had, en die term is in de jaren 2000 verschoven naar…

Kelly : Naar rechts.
Zemmour : …naar rechts. Er is het boek van Laurent Obertone, La France Orange Mécanique, en zelfs Marine Le Pen heeft hem overgenomen, nog vele anderen en zodoende. Ziet u, die term komt uit die tijd. Maar laat ik u zeggen: in werkelijkheid gaat het noch om ‘onbeschaafdheden’ noch om ‘verwildering’. Er is geen verwildering van de hele Franse samenleving.

Kelly : Wat dan wel?
Zemmour : Wel, men weet heel goed wie er ‘verwildert’. Ik las in de laatste dagen van de vakantie een artikel van procureur Philippe Bilger zelf, die zegt: wij weten wie verwildert, wij weten wie agressie pleegt, wij weten wie op de agente Melanie inreed, wij weten wie de buschauffeur in Bayonne doodde, wij weten wie alles kapotslaat in recreatiecentra, wij weten goed wie de stranden van Marseille verpest, wij weten goed wie in Zwitserland de toegang tot een zwembad werd verboden. We weten dat maar al te goed. We weten dat voor negenennegentig komma negen procent het gaat om kinderen van de Maghrebijnse en Afrikaanse immigratie. Dat wil niet zeggen dat álle Maghrebijnse en Afrikaanse immigranten dat doen! Natuurlijk niet. Maar het betekent wel dat men weet wie het zijn. En men weet overigens ook wie de slachtoffers zijn. Dat zijn Melanies, en de moordenaars van Melanie heten dan Youssef of zo. Dat weten we allemaal. En we weten maar al te goed dat de kranten dat niet willen zeggen. En als dan – dat komt ook voor – toevallig een François de verkrachter is, dan staat in alle kranten gedrukt: ‘François V.’ Bizar is dat.
Dus eigenlijk weten we alles. Het probleem met die ‘verwildering’ is bijgevolg: wie verwildert? en wie is de schuldige en wie het slachtoffer?
_______
* ‘Incivilité’. Zoals altijd is het onmogelijk om alle connotaties mee te nemen. ‘Onbeschaafdheid’ kwam ook in aanmerking. Maar ‘une incivilité’ kan ook een gewone onbeleefdheid zijn, wat wel aangeeft dat Macron erg ver ging met zijn eufemisme.
** ‘Clandestin’ zegt hij, maar het Nederlands kent niet ‘clandestien’ als substantief, wel ‘illegaal’.
*** Gérald Darmanin, minister van Binnenlandse zaken, gebruikte die term op 24 juli in een interview met Le Figaro, en Marlène Schiappa (minister van samenleving, ‘citoyenneté’) trad hem gisteren bij. Zij zou hem ook gebruiken, zegt ze bij France Inter: « Je crois qu'il a tout à fait raison de l'utiliser, ce terme, et ça ne me dérangerait pas de l'utiliser. » Voor France Inter is dat een woord van l’extrême droite. Ze keken niet ver genoeg terug.
**** Césaire bedacht het woord ‘négritude’, ook door Léopold Senghor gebruikt. Diezelfde gietvorm bracht hier iemand tot het begrip ‘belgitude’ maar dat zou ons te ver voeren nu.



Christine Kelly: Ensauvagement ou incivilité, Éric Zemmour, où se trouve la juste mesure, et quels termes doit utiliser le gouvernement pour parler des violences dans la société ?
Éric Zemmour : Alors, il faut bien, pour bien comprendre cette discussion, il faut bien comprendre que les mots ont une valeur idéologique et politique. C’est essentiel, celui qui met des mots, et qui impose ses mots à la société a gagné la bataille idéologique. La gauche le sait depuis très longtemps. C’est pour ça qu’elle invente en permanence des mots. Par exemple, pour ‘clandestin’ elle dira ‘sans-papiers’, et ensuite elle inventera ‘migrant’. Et ‘migrant’, on a l’impression que c’est des gens, on ne peut pas les arrêter quoi, ça tient depuis tout le tour, et puis c’est légitime : ils migrent ! voilà, c’est l’histoire de l’humanité. Vous voyez : ‘clandestin’ ça fait : ‘tu ne respectes pas les lois ? dégage!’. Vous voyez ? Bon. Quand par exemple on dit – là les féministes sont très fortes aussi – ‘féminicide’. Avant, quand on était petit on disait ‘crime passionnel’. Ah, déjà les jurés, bon, ils étaient déjà attendris. Aujourd’hui ‘féminicide’, on a l’impression que c’est ‘génocide’. Donc que les hommes tuent le femmes uniquement parce qu’elles sont femmes et qu’ils veulent exterminer les femmes, vous voyez. La sémantique, bon.
Donc ‘incivilité’, qu’est-ce que c’est ‘incivilité’ ? C’est rien, c’est on crache par terre, on ne jette pas un papier, c’est ça les incivilités. Et Emmanuel Macron l’a utilisé pour des vols, des viols, des crimes. Voyez déjà le déni de réalité, qui va je pense jusqu’au mépris de ce que vivent les gens.
Et puis il y a le mot ‘ensauvagement’, hein, c’est de l’autre côté. Voilà, c’est très intéressant l’histoire du mot ‘ensauvagement’. Évidemment, dans le mot ‘ensauvagement’ on entend ‘sauvage’, c’est une évidence. Et dans ‘sauvage’ on entend ‘barbare’. Et donc on entend le sac de Rome par les barbares en 496, et puis on entend toute la suite, toutes les invasions et-cetera. Et ‘ensauvagement’ pour une fois, c’est un mot qui vient de la gauche : c’est le mot choisi par Aimé Césaire pour dénoncer la colonisation, que ils ont ensauvagé les sociétés coloniales – heu, les sociétés pré-coloniales, pardon – et qui est passé dans les années 2000 ...

Kelly : À droite.
Zemmour : …à droite. C’est le livre de Laurent Obertone, La France Orange Mécanique, c’est même Marine Le Pen qui l’a repris, d’autres gens qui l’ont repris et-cetera. Vous voyez, c’est un mot qui remonte à cette époque-là.
Mais je vais vous dire, en vérité, le vrai sujet c’est ni des incivilités, ni un ensauvagement. C’est pas un ensauvagement de toute la société française.

Kelly : C’est quoi ?
Zemmour : Ben, on sait bien qui ensauvage. J’ai lu il y a quelques jours avant la fin des vacances un article de monsieur le procureur Philippe Bilger lui-même, qui dit : on sait bien qui ensauvage, on sait bien qui agresse, on sait bien qui roule sur la gendarme Mélanie, on sait bien qui tue le chauffeur de bus de Bayonne, on sait bien qui cassent tout dans les centres de loisirs, on sait bien qui pourrit les plages de Marseille, on sait bien qui est interdit dans une piscine en Suisse. On sait bien tout ça. On sait que ce sont à quatre-vingt-dix-neuf  pourcent virgule neuf des enfants de l’immigration maghrébine et africaine. Ça ne veut pas dire que tous les immigrés maghrébins et africains font ça ! Évidemment que non. Mais ça veut dire qu’on sait qui ils sont. Et on sait qui sont les victimes d’ailleurs. On sait que c’est des Mélanie, et que les assassins de Mélanie s’appellent Jouseph ou autre. On sait tout ça. Et on sait d’autant plus que les journaux ne veulent pas le dire. Et que quand par hasard – et ça arrive – c’est un François qui est un violeur comme un autre, là, dans tous les journaux il y a écrit ‘François V.’ C’est bizarre.
Donc on sait tout ça. Donc le problème de l’ensauvagement c’est : qui ensauvage ? et qui est coupable, et qui est victime ?

13 juni 2019

Het Vrije Woord komt uit Québec


Voor mij is veel Amerikaans een lelijk soort Engels, maar Surinaams weer een mooi soort Nederlands, en Afrikaans ook en Québecs een mooi soort Frans. Akkoord, soms ontsnapt je iets: bij de onderstaande tekst bijvoorbeeld ontgingen me enkele woordjes, maar de Québecse filosoof Mathieu Bock-Côté is ook zonder deze interessant genoeg, en zijn lofzang op de literatuur zal alvast de mensen van de Arkprijs interesseren, want Bock-Côté heeft het over de Vrijheid van Gedachte, en laat nu Het Vrije Woord, de vrucht daarvan, net een concept zijn waar dat comité zich niets bij kan voorstellen.
(Het volledige gesprek ziet u op YouTube)

Philippe Bilger: Om er een naam aan te geven, wat is voor u de tegenpool van de conservatieve denktrant?
Mathieu Bock-Côté: Het progressisme. Het progressisme dat het fundamentalisme van de moderniteit is. Ik zal preciseren: het gaat niet om alle maatregelen die zich op het progressisme beroepen, dus op de sociaaldemocratie, op een bepaald socialisme. Mij jagen maatregelen van sociale herverdeling, van economische herverdeling geen schrik aan. Maatregelen die ongelijkheden corrigeren zijn vaak noodzakelijk. Goed, daar stoor ik me dus niet aan. Waar ik me wel aan stoor is dat antropologisch progressisme dat er hoofdzakelijk in bestaat ons te vertellen dat de mens zich moet bevrijden, moet losrukken van alle overleveringen, van elk erbij horen, om zodoende zich op een dag over te geven aan het waanbeeld dat hij zichzelf heeft gemaakt. Het individu zou dan zelf zijn eigen schepper worden, zijn… en vandaar – men merkt het in de gendertheorie – die wil om mannelijkheid en vrouwelijkheid uit te wissen, want dat zouden enkel sociale en tijdsgebonden constructen zijn afhankelijk van omstandigheden, om op die manier het feit weg te vlakken dat wij desalniettemin in een seksueel gedifferentieerde mensheid ter wereld komen, dat wij een afstamming aanvaarden, zaken die onze eigen grillen of wensen overstijgen. In dat licht is als filosofie het progressisme een logica van de desincarnatie die ertoe neigt de deconstructie tot het uiterste te drijven. Daarom dus verzet ik mij ertegen.

Philippe Bilger: Excuus voor deze lichte contradictie, maar zijn niet, in de mate dat zij voorspelbaar zijn, de conservatieve zowel als de progressistische denkwijzen ten gronde losgezongen van de vrijheid van denken?
Mathieu Bock-Côté: Welnee! Want voor mij is de vrijheid van denken… laat ik een precisering aanbrengen die me essentieel lijkt. Ik denk dat elke gemeenschap een progressistische en een conservatieve pool nodig heeft. En dat zeg ik niet om mezelf grootmoediger voor te doen dan ik ben: ik meen dat in het menselijk hart aspiraties woelen die even tegenstrijdig als legitiem zijn. De mens heeft kosmopolitisme nodig en geworteldheid. Hij heeft vrijheid nodig en autoriteit. Hij heeft gelijkheid nodig en verschillen. Een gemeenschap heeft links nodig en rechts nodig. Welnu, de kunst van de politiek – en hier verlaten we dan het terrein van de zuivere politieke filosofie – de kunst van de politiek bestaat erin al naargelang de eigen tijd aan die behoeften een antwoord te geven door er met verstand een hiërarchie in aan te brengen, en die is in de loop van de tijd weer verschillend, om zo tegemoet te komen aan de heersende verzuchtingen van het menselijk hart, verzuchtingen die altijd contradictoir zullen zijn, want opnieuw – zo conservatief ben ik hierin nog wel – in het hart van de mens zit onvermijdelijk zowel goed als kwaad, en het is een lange weg eer men met behulp van de beschaving het onderscheid weet te maken tussen het ene en het andere.
Ik meen dus dat beide polen nodig zijn, en dus moet men… de hele kunst van de politiek bestaat erin een vertaling te bieden… een voorlopige synthese te maken die men onvermijdelijk geregeld weer zal moeten bijstellen. Dit gezegd zijnde, wat betreft de vrijheid van denken, nee, ik vind niet… en vanzelfsprekend zal een man die een bepaald intellectueel systeem aanhangt …ongeveer kun je wel raden wat die zal denken. Maar laat me zeggen dat elk van de kampen zijn genieën heeft, en dus ben ik gekant tegen elke vorm van dogmatische beslotenheid in een denksysteem dat onafwendbaar een neiging tot verstening zal vertonen. Er zijn aan beide kanten bijzonder voortreffelijke auteurs wier oeuvre uitstijgt boven hun eventuele ideologie die ons misschien op de zenuwen gaat. Ik denk dat je in alle kampen begenadigde auteurs aantreft en je moet die werken tegemoet treden die ons intellectueel, of weerspreken of beantwoorden aan andere affecten en andere passies, of aan een andere denkwijze, ik bedoel aan een andere denkwijze dan die waar wij spontaan toe geneigd zijn. Zo bekeken is de literatuur wellicht de magnifiekste leerschool van de vrijheid, want zij dwingt ons buiten onszelf op weg te gaan – en al zal ons dat wellicht niet anders doen stemmen als er verkiezingen aankomen, niettemin biedt zij de mogelijkheid om niet exclusief binnen de eigen categorieën te blijven denken in een referentiesysteem dat alleen naar zichzelf verwijst.



Philippe Bilger : Pour la nommer, quel est le contraire selon vous de la pensée conservatrice?
Mathieu Bock-Côté : Le progressisme. Le progressisme, qui est ce fondamentalisme de la modernité. Le progressisme. Et là je précise: non pas toutes les mesures qui se réclament du progressisme, donc de la social-démocratie, d’un certain socialisme. Moi, des mesures de redistribution sociale, des mesures de redistribution économique, ne me font pas peur, elles sont nécessaires bien souvent, des mesures de correction des inégalités, très bien : ce n’est pas à cela que je m'en prends. Ce à quoi je m’en prends c’est cette anthropologie progressiste qui consiste essentiellement à nous dire que l’homme doit s’affranchir, s’arracher à tous les héritages, à toutes les appartenances, pour devenir un jour, se livrer au fantasme de l’auto-engendrement. Donc, l’individu deviendrait à lui-même son propre créateur, son… et ça, on le voit dans la théorie du genre, c’est la volonté d’abolir le masculin et le féminin, qui ne seraient plus que des constructions sociales, temporaires, circonstancielles, pour abolir le fait que nous naissons néanmoins dans une humanité sexuée, que nous sommes dans une filiation que nous assumons, quelque chose qui va au-delà des celles des caprices de notre volonté. Et de ce point de vue, le progressisme comme philosophie, est une logique de désincarnation qui a tendance à aller jusqu’au bout de la déconstruction. Voilà pourquoi je m’y oppose.

Philippe Bilger : Au fond, et pardon pour cette légère contradiction, la pensée conservatrice, comme la pensée progressiste, ne sont-elles pas, dans la mesure où elles sont prévisibles, déconnectées de la liberté de pensée ?
Mathieu Bock-Côté : Ah non ! Parce que la liberté de pensée pour moi… alors je fais une précision qui me semble essentielle. Je crois que toute cité a besoin d’un pôle progressiste et d’un pôle conservateur. Alors je ne dis pas ça pour paraître plus magnanime que je ne le suis: je crois que le cœur humain est traversé d’aspirations contradictoires mais également légitimes. L’homme a besoin de cosmopolitisme et d’enracinement. Il a besoin de liberté et il a besoin d’autorité. Il a besoin d’égalité et de différence. Une cité a besoin d’une gauche et besoin d’une droite. Or, l’art politique – et là on quitte le domaine effectivement de la pure philosophie politique – l’art politique consiste selon les époques à répondre à ces besoins, en les hiérarchisant intelligemment, et c’est pas toujours de la même manière d’une époque à l’autre, pour répondre aux aspirations présentes dans le cœur de l’homme, aspirations toujours contradictoires, parce que de ce point de vue, encore une fois, je suis assez conservateur sur ça, il faut que le bien et le mal soient mélangés dans le cœur de l’homme et c’est un long travail de discernement que d’être capable de distinguer l’un de l’autre, c’est [xxx] aidés par la civilisation. Donc je crois que ces pôles sont nécessaires, et ensuite il faut… l’art politique consiste à traduire… à construire une synthèse, inévitablement provisoire, qu’il faudra remettre à neuf régulièrement. Cela dit, sur la liberté de pensée, non je …évidemment ensuite un homme qui a un système intellectuel …on divine à peu près ce qu’il va penser. Mais je suis contre toute forme d’enfermement dogmatique dans un système mental qui a tendance inévitablement à se pétrifier parce que en dernière instance, je dirais qu’il y a des génies dans chaque camp. Il y a des auteurs absolument remarquables dans chaque camp, dont l’œuvre dépasse même l’idéologie qui peut nous agacer lorsqu’ils y adhèrent. Je pense que des penseurs de grand talent on trouve dans tous les camps, et il faut aller à la rencontre de ces œuvres qui soit nous contredisent intellectuellement, ou répondent à d’autres affects ou à d’autres passions, ou un autre imaginaire, c'est-à-dire un autre imaginaire que celui auquel on adhère spontanément. Et de ce point de vue, la littérature est probablement la plus belle école de liberté, parce qu’elle nous force à voyager au-delà de nous-mêmes – ce qui ne nous amènera probablement pas à voter autrement lorsque viendront les élections – mais néanmoins c’est la possibilité de ne pas penser exclusivement à travers ses propres catégories, dans un système autoréférentiel.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html