Een tienjarenplan voor geloofwaardigheid
.
Wat de geloofwaardigheid van de media maar matig bevordert, is het gekeuvel over de geloofwaardigheid van de media. Dat bleek deze middag weer in de Zevende Dag. Zelfs een zinnetje dat je nu gedurig hoort en leest, en dat daar aan tafel ook viel, namelijk dat journalistiek mensenwerk blijft, heeft voorlopig niet het gewenste effect. En als er bij dat mensenwerk een foutje gebeurt, dan willen excuses achteraf ook niet goed helpen. Nu zijn journalistieke of politieke excuses altijd te belachelijk om dood te doen, vijgen na Pasen en mosterd na de maaltijd als het kalf verdronken is. Denken we maar aan de excuses die Verhofstadt destijds ging aanbieden in Rwanda. Of aan de excuses die wij binnen enkele jaren in Libië zullen zien aanbieden door onze voltallige Kamer.
Excuses zijn flauwekul. Misschien ligt het journalistieke probleem ook niet bij een enkel incidentje, een slechte inschatting of zelfs bij een reeks flaters? Misschien ligt de oorzaak bij de geestesgesteldheid zelf van redacties?
Bekijken we even de sereniteit waarmee vandaag de tiende verjaardag van de dood van Pim Fortuyn wordt herdacht. In De Standaard lezen we: “Zelfs op links is het dezer dagen ver zoeken naar iemand die nog iets slechts wil zeggen over Fortuyn.”
Dat geldt voor journalisten en politici, en het is niet goed voor hun geloofwaardigheid want toen de man nog in leven was, klonken zij totaal anders. De haat en de verachting dropen van de pagina’s toen, en dat was in die tijd heel respectabel. Iemand als bijvoorbeeld de hondenliefhebber Chris Dusauchoit mocht toen over die moord nog verklaren: “…ik had er toch geen slecht gevoel bij. Ik dacht: erger kwaad is voorkomen. One down, twenty to go. Het heeft mij verwonderd dat de zaak zo lekker snel geïmplodeerd is.”
Nu is het nog maar de vraag of erger kwaad ook ís voorkomen, want we hebben nu Wilders, en die leeft nog, helaas volgens velen, en mede natuurlijk omdat hij beschermd wordt tegen bijvoorbeeld dierenliefhebbers.
Maar in dezelfde krant deze week las ik, aan Wilders’ adres, een lezersbriefje van 280 woorden van de journalist Lucas Vanclooster. Vanclooster antwoordde op een genuanceerd stuk van Geert van Istendael. Dat stuk moet hem bijzonder hebben gestoord.
Laten we even kijken wat Lucas schrijft, en wat De Standaard dus publiceerbaar acht. Ook Lucas zal binnen tien jaar vanzelfsprekend anders schrijven, als de wind gedraaid is, maar tot zolang behoort zijn stijl en zijn grote zedelijke verontwaardiging tot de gewone journalistiek, terwijl die nochtans probeert geloofwaardig te zijn. Ik geef hieronder 47 van zijn woorden, dat is een op de zes. Stilistische beoordeling laat ik aan de lezer over:
Hitler en zijn trawanten – onversneden racistisch fascisme – simplistische anti-elitaire kretologie, waarvan de echo's bij Geert Wilders nog helder doorklinken. Overigens, 'De rattenvanger van Hamelen' is een Duits verhaal. – Wilders is een volbloed populist – Zijn pseudo-proletarisch discours – typisch voor een poujadistische populist – ziekelijke aandacht voor iemand als Wilders.
.
