Posts tonen met het label Rousseau | Jean-Jacques. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rousseau | Jean-Jacques. Alle posts tonen

9 mei 2026

Gevoelig onderwerp: suïcide


Jean-Jacques Rousseau kondigde zijn postuum te verschijnen Bekentenissen als volgt aan:
Ik begin aan een onderneming die nog nooit een voorbeeld heeft gekend en waarvan de uitvoering geen navolging zal vinden. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien in de volle waarheid van de natuur, en die mens zal ik zijn.

Alles goed en wel, maar ik heb zijn Confessions nooit kunnen uitlezen. Om te beginnen wáren er al voorbeelden, onder meer Augustinus’ Confessiones, en verder is de man mij te klagerig en te huilerig.
Rousseau, avec la sincérité calculée qui est la sienne… met de berekende oprechtheid die hem eigen is, schrijft zijn moderne editor. Geen krachtige aanbeveling.

Hoe anders klinkt niet Casanova!

De dag dat ik er zin in krijg om de geschiedenis te schrijven van alles wat mij is overkomen in de achttien jaar dat ik door heel Europa heb rondgereisd, zal ik beginnen bij die tijd* en mijn lezers zullen zien dat ze in dezelfde stijl zijn geschreven, want geen auteur heeft er twee, zoals ook geen aangezicht twee uiteenlopende trekken heeft. [...]

Ofwel zal mijn verhaal nooit het daglicht zien, ofwel zal het een echte bekentenis zijn. Lezers die nog nooit in hun leven hebben gebloosd, zal het doen blozen want het wordt een spiegel waarin zij zich af en toe zullen herkennen, en sommigen zullen mijn boek het raam uitgooien.
Toch zullen ze mij lezen, en het aan niemand vertellen. De waarheid houdt zich immers verborgen op de bodem van een put, maar als het in haar hoofd opkomt zich te vertonen, staart iedereen haar in verstomming aan, want ze is naakt, en een vrouw, en heel mooi. Ik zal mijn verhaal niet de titel ‘bekentenissen’ geven, want sinds een halvegare** die term heeft bezoedeld, kan ik hem niet meer verdragen. Maar een bekentenis zal het zijn, zo er ooit een was.

Ook over een ernstige aangelegenheid als de dood, zelfs de zelfgekozen dood weet Casanova een luchtige toon te treffen. Hier kondigt hij zijn Nove dialoghi sul suicidio aan, die pas lang na zijn dood zijn gepubliceerd. Hijzelf vond suïcide een recht van de mens, ongeveer zoals een majordomus zijn dienst kon verlaten en zonder meer naar een andere plek vertrekken. En één keer in zijn leven stond hij inderdaad op het punt er een eind aan te maken. Dat was toen een zeventienjarig Zwitsers hoertje, La Charpillon, hem haar gunsten had ontzegd. Ce jour-là j'ai commencé à mourir. Hij werd ook een dagje ouder besefte hij, 39 jaar al, de leeftijd waarop vrouwen minder acht op je slaan. Bijna had hij zich toen in de Theems geworpen. Maar nu schrijft hij negen, vaak grappige dialogen:

« Donec revertaris in humum, cum ex ea desuptus fueris:
nam pulvis es et in pulverem reverteris. »***

De auteur tot de lezer

Dertien jaar geleden schreef ik een korte verhandeling tégen zelfmoord en publiceerde die.**** In de jaren daarop bereikte mij het nieuws van de zelfmoord van twee personen die tot de daad waren overgegaan de dag nadat ze mijn verhandeling hadden gelezen. Dat bezwaarde mij. Mijn betoog over suïcide als verfoeilijke daad moet ik slecht hebben onderbouwd, zo dacht ik, want deze twee lezers zouden dan niet die extreme daad hebben gesteld. Hadden ze mijn betoog niet gelezen, waren ze misschien nog in leven. Bedroefd door dit gebeuren, en verlangend het kwaad te verhelpen dat ik de mensheid onbedoeld had aangedaan, besloot ik een pleidooi te schrijven pro zelfmoord, in de overtuiging dat als mijn redenering ertégen de rechterhand had gewapend, het effect van dit nieuwe essay haar zou ontwapenen.

______________________
      1756, de tijd van zijn ontsnapping uit Les Plombs, I Piombi, de gevangenis van Venetië: Histoire de ma fuite des prisons de la République de Venise, verhaal gepubliceerd in 1788 in Leipzig. In zijn postuum verschenen Histoire de ma Vie, doet hij dat verhaal nog eens over, in andere bewoordingen. Overigens begint hij daar met zijn kinderjaren. 
    ** Hij vond het niet nodig die halvegare te noemen.  ATILF: un extravagant: Dont la raison, l'imagination sont déréglées. Quasi-synon. fou, délirant.
  *** Letterlijk zegt de Vulgata (Genesis 3:19): ...donec revertaris in terram de qua sumptus es quia pulvis es et in pulverem reverterisIn de Statenvertaling: ...totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.
Casanova citeert Hiëronymus uit het hoofd, niet letterlijk maar wel correct naar betekenis. Zijn suptus in plaats van sumptus moet een schrijffout zijn, ofwel een verwarring met het bestaande adjectief suptus: lager gelegen, onder (OLD). Hier dus geen sprake van een vals citaat in de zin van bv. rector P. De Sutter of journalist P. Vandermeersch.
**** Discorso sul suicidio, verschenen in Lugano in 1769, en misschien het jaar daarvoor geschreven in de gevangenis van Barcelona waar hij een straf van 42 dagen uitzat. Wellicht zijn de Nove dialoghi sul suicidio dus van 1782, maar ze bleven ongepubliceerd. Pas in 1994 verscheen een Duitse vertaling van het manuscript (teruggevonden in het archief van Praag, maar er ontbreken vele bladzijden).
___________
Jean-Jacques Rousseau
Les Confessions
Livres I à XII
Édition établie, préfacée et annotée par François Raviez
Classiques. Le Livre de Poche, 2012/2025

Giacomo Casanova
Discours sur le suicide
Traduit, annoté et préfacé par René de Ceccaty
2007, Éditions Payot & Rivages
(hierin ook de Neuf Dialogues)

13 april 2026

Rousseau, Casanova, Schopenhauer en de vrouwen

Soms moet je een boek kopen dat je al hebt, zelfs in meerdere uitgaven al hebt. De leerjaren van Casanova in Parijs ken je bijvoorbeeld uit zijn Histoire de ma vie. Een boekje met passages uit die Histoire heb je dan niet nodig ...tenzij iemand als Chantal Thomas daar een inleiding bij schrijft, want die wil je wél lezen.

Thomas vergelijkt Casanova's kijk op vrouwen met die van Jean-Jacques Rousseau.* Giacomo Casanova is enthousiast bij zijn aankomst in Parijs, al houden de Parisiennes hem soms voor de gek met zijn Italiaans-Frans. Dat vindt hij helemaal niet erg, integendeel, het amuseert hem. Hij is verbaasd over hun onafhankelijkheid, la liberté des femmes, en die complexloze radheid van tong.**

Rousseau ziet die liberté ook, maar beoordeelt ze helemaal anders. Thomas verklaart dit verschil: [...] l'expérience personelle que fut, pour Rousseau, la rencontre avec les femmes Parisiennes – une expérience cuisante, een schrijnende ervaring. In haar nabijheid voelde Rousseau zich als een man in een mijnenveld.*** Dat lag anders bij Casanova die altijd kon rekenen op le suffrage à vue, de verkiezing in een oogopslag.

Voor Casanova-citaten gebruikt Chantal Thomas de prachtige Brockhaus-Plon-uitgave, goud op snee – die ik cadeau kreeg van een gelijkgestemde radio-collega.

Hier wat Chantal Thomas geeft uit Rousseau's brievenroman Julie ou la Nouvelle Héloïse  die ik niet bezit:

In Parijs zijn er, van de Faubourg Saint-Germain tot aan de Halles, maar weinig vrouwen wier voorkomen en blik niet zó brutaal zijn, dat ze iedereen van zijn stuk brengen die dat in zijn eigen land nooit heeft meegemaakt, en de stunteligheid die men buitenlanders aanwrijft komt voort uit hun verbazing over die lompe manieren. Het wordt nog erger zodra zij hun mond opendoen. Hier niet de zachte, lieflijke stem van onze Vaudoises, maar een soort hard, schril, vragend, dwingend, spottend toontje, luider dan dat van een man. Blijft er in hun stem toch enige vrouwelijke charme over, dan wordt die helemaal tenietgedaan door hun zonderlinge, vermetele manier om iemand aan te staren. Het lijkt wel of ze daar plezier in hebben en genieten van de verlegenheid die ze veroorzaken bij wie hen voor het eerst zien.

[Die attitude komt voort uit]
de constante menging zonder onderscheid van beide geslachten, waardoor elk van hen de houding, de taal en manieren van de ander overneemt. Onze Zwitserse vrouwen komen graag onder elkaar bijeen, ze vertoeven dan in een aangename vertrouwdheid, en hoewel ze het gezelschap van mannen zo te zien niet verafschuwen, brengt hun aanwezigheid toch een soort ongemak teweeg in deze kleine gynaecocratie.

In Parijs is het precies het tegenovergestelde. Vrouwen leven het liefst alleen met mannen, ze voelen zich alleen bij hen op hun gemak. In elk gezelschap staat de vrouw des huizes bijna altijd alleen te midden van een kring van mannen. Het is moeilijk je voor te stellen waar al die mannen vandaan komen, maar Parijs zit vol avonturiers en vrijgezellen die hun leven doorbrengen met het ronddwalen van huis tot huis. Die mannen lijken zich te vermenigvuldigen door hun omzwervingen. Daar leert de vrouw dus spreken, handelen en denken zoals zij, en vice versa.
____________
* Terloops ook met de opvatting van Schopenhauer, zij het in de moderne vertaling van Didier Raymond. Thomas geeft een commentaar van Raymond (Essai sur les femmes, Arles, Actes Sud, 1987, p. 33): Ce qu’on appelle à proprement parler la femme européenne est une sorte d’être qui ne devrait pas exister. Einstein heeft dat misschien gezegd, maar niet Schopenhauer. Niet dat die vriendelijk is voor onafhankelijke vrouwen: Produkt unserer abnormen, ja widernatürlichen Zustände. Waar Didier Raymond iets over la femme européenne en dier bestaansrecht heeft gezien, mag hij ons altijd vertellen. Arme Fransen die het met een gekleurde interpretatie moeten klaarspelen.
** In Lana Caprina schreef Casanova twintig jaar eerder al: L’homme et la femme pensent en réalité de la même façon, et ce que le diffamateur de l’utérus appelle différence de dialectique n’est autre qu’une différence d’inclinations, de désirs, de passions qui ne changent rien à la façon de penser.
Man en vrouw denken in wezen op dezelfde manier, en wat de lasteraar van de baarmoeder een verschil in dialectiek noemt, is niets anders dan een verschil in voorkeuren, verlangens en passies, die aan de manier van denken niets veranderen.
*** In zijn Les Confessions (uitgave van François Raviez, 2012, Le Livre de Poche) lezen we: Mijn geringe succes bij de vrouwen vloeide altijd voort uit het feit dat ik te veel van ze hield (p. 145). Zij die dit lezen, zullen ongetwijfeld lachen om mijn amoureuze avonturen, als ze zien dat ook de meest vergevorderde na veel gedoe uitliepen op een handkus (p. 228).

Histoire de ma vie
F.A. Brockhaus Wiesbaden
Librairie Plon Paris
MCMLX - MCMLXII

Mon apprentissage à Paris
Préface de Chantal Thomas
1998, Éditions Payot & Rivages

7 september 2021

Is de naam Rousseau een handicap voor politici?


Ooit zag ik in Londen – ik meen in Shaftesbury Theatre, of misschien was het Queen’s Theatre – de musical Les misérables. En Victor Hugo treft hier geen schuld, maar ik heb me daarbij stierlijk verveeld. Ik weet niet eens meer of het volgende rijmpje erin voorkwam (in het Engels dan) :

Je suis tombé par terre,
C'est la faute à Voltaire,
Le nez dans le ruisseau,
C'est la faute à Rousseau.

Dat laatste vers van Hugo is spreekwoordelijk geworden. Rousseau krijgt inderdaad de schuld van alles en nog wat. Je kunt geen ongunstige ontwikkeling in de staatsordening noemen of hij zit er voor iets tussen. Er zijn hele traktaten geschreven over de gelijkenissen en verschillen tussen hem en bijvoorbeeld Marx.
Maar dat Jean-Jacques een verderfelijke invloed heeft gehad op de ecologisten is zonder meer duidelijk. In Frankrijk heb je nu de partij Europe Écologie-Les Verts, met als boegbeeld Sandrine Rousseau, en die verklaarde ooit in Charlie Hebdo: ‘Je préfère des femmes qui jettent des sorts plutôt que des hommes qui construisent des EPR.*

Liever toverheksen dan kernfysici dus. Had ik het boek van haar naamgenoot gelezen, Discours sur l'origine et les fondements de l'inégalité parmi les hommes, van 1755, zou ik weten of hij daarin even ver ging als Sandrine. Goed, retour à la nature dus.

En recent verklaarde ze weer: ‘Si vraiment il y a des personnes qui sont dangereuses, de potentiels terroristes, ce n’est pas parce qu’ils restent en Afghanistan qu’ils sont moins dangereux en vrai. Quelque part les avoir en France, cela nous permet aussi de les surveiller.’
 [Als er inderdaad mensen tussen zitten die gevaarlijk zijn, potentiële terroristen, dan is het waarlijk niet omdat ze in Afghanistan blijven dat ze echt minder gevaarlijk zijn. Hen hier in Frankrijk hebben, stelt ons ergens ook in staat ze in de gaten te houden.]
Deze uitspraak werd in heel het land op hoongelach onthaald en in arren moede verklaarde Sandrine daarop: ‘C’était assurément une phrase maladroite.’ Onhandig dus, niet stompzinnig, geen Connerie.

Helaas twittert zij ook graag, en na de dood van Jean-Paul Belmondo kon ze alweer haar mondje niet houden:
Misschien kun je met de naam Rousseau het twitteren beter aan anderen overlaten, en de politiek zelfs helemaal. 
______

* European Pressurized Reactor, een geavanceerde kernreactor ontworpen door het Franse Areva.


17 oktober 2010

Wat zou het woord "populisme" toch betekenen?

.
Wie Vlaamse kranten leest, en overal de woorden populisme, populistisch of populist aanstreept, zou na verloop van tijd een soort definitie moeten kunnen geven. Uit de contextuele informatie moet die af te leiden zijn. Dat is ook zo, en ik kom dan uit op: slecht, gemeen, gevaarlijk, goedkoop, afkeurenswaardig, smerig, doortrapt, onbeschaafd, kwaadwillig, fout. Het is blijkbaar een term die uit de moraalfilosofie komt, en niet uit de politieke filosofie, al lees ik dat juist heel wat politici populisten zijn.
Franse journalisten werken graag met klare definities. Loze en sentimentele kreten staan bij hen minder in aanzien.
Daarom vroeg Finkielkraut gistermorgen aan twee wetenschappers, wat we moesten verstaan onder die term populisme. Ik vertaal enkele zinnen uit zijn gesprek. De rest vindt u op France Culture.


.
De quoi parle-t-on exactement, quand on parle de populisme, à quel trait reconnaît-on un discours, une idéologie, une ambiance populiste, Jacques Julliard?
Euh, c’est pas toujours facile à définir parce que comme beaucoup de termes de la science politique, celui-ci est un terme un peu vague […] alors une fois cela dit, qu’est-ce que le populisme? Je pense que c’est …une doctrine c’est trop dire, mais une pensée, une manière de penser, qui fait du peuple, un: la source là, de la souveraineté, jusqu’ici c’est une donnée de faits dans nos sociétés, et ça se confond avec la démocratie elle-même, et c’est d’ailleurs toute la question de savoir si le populisme ne se confond pas avec une certaine acception de la démocratie. Deuxièmement: alors ça va déjà un peu plus loin, la source de toute légitimité, mais en plus, j’ajouterais, de toute sagesse et de toute infaillibilité. Le peuple en tant que tel, notion qui resterait à définir, a toujours raison, alors que les élites –puisque dès qu’on parle de peuple, dans un optique populiste, et bien, on a immédiatement tendance à l’opposer aux élites– le peuple-lui est sage, le peuple est d’une certaine manière infaillible. Alors, juste un mot sur cette définition que je propose: on voit qu’elle collerait très bien avec le Contrat Social de Rousseau. Tout ce que j’ai dit là, au fond, on pourrait le tirer du Contrat Social.
Or, quelle est la différence entre le populisme au sens un peu général du terme et la démocratie elle-même ? À mon avis c’est la notion de Droit. Dans la démocratie, telle que nous la concevons, il y a la souveraineté du peuple, tel qu’il a été pensé par Rousseau, enfin, la volonté générale si vous préférez. Et deuxièmement il y a l’idée de Droit, telle qu’elle sort… surgit notamment de Montesquieu, mais de bien d’autres évidemment. Alors que dans le populisme, le Droit disparaît. D’une certaine manière le populisme c’est le peuple, moins la démocratie, moins les institutions formelles, dont le Droit, dont le Parlement etc., qui sont l’œuvre, qui sont les effets de la démocratie. Voilà comment…

Et diriez-vous que le populisme, Jacques Julliard, est particulièrement présent aujourd’hui?
Alors, il n’y a aucun doute qu’il y a une remontée du populisme. Je ne sais pas si on s’engage tout de suite dans le débat de fond, mais moi je dirais si vous me sollicitez là-dessus, je dirais qu’il y a trois raisons qui expliquent cette montée du populisme.
Il y a d’une part la défiance à l’égard du système représentatif. Ça c’est déjà assez ancien, mais je pense que c’est en train de monter. Toute une série de facteurs le montrent évidemment. Le système représentatif, tel qu’il a été inventé au dix-neuvième siècle reposait sur trois piliers: le Parlement, ou plus exactement, le suffrage universel, le Parlement et les partis. Or vous voyez que ces trois institutions sont en crise. Ça c’est la première cause, à mes yeux.
La seconde cause évidemment, c’est le… c’est le… l’immigration, le fait que les migrations dans nos sociétés sont importantes. Et lorsqu’on dit: «Mais, ça se produisait déjà au dix-neuvième siècle!». Non. Pas dans ces mêmes proportions. Vous me direz, il y a le cas des États-Unis, mais justement, il y a eu un populisme aux Etats-Unis à la fin du dix-neuvième siècle.
Et la troisième raison à mes yeux, mais je pense qu’il va falloir un peu revenir sur tout ça, la troisième raison c’est la crise. C’est la crise qui a accentué à la fois la réalité de la coupure entre les riches et les pauvres, mais a accentué encore d’avantage la perception de cette coupure.
___________________

Waar hebben wij het precies over, als we van populisme spreken? Aan welke trekken herken je een discours, een ideologie of een stemming als populistisch, Jacques Julliard?
Wel, dat is niet altijd makkelijk af te bakenen, want zoals veel termen van de politieke wetenschap, is het een wat vage term […], maar dit gezegd zijnde, wat is populisme? Volgens mij is het een …een doctrine is te veel gezegd, maar een gedachtegoed, een denkwijze die van het volk, ten eerste de bron maakt van de soevereiniteit. Tot vandaag is dit een feitelijk gegeven in onze samenleving, en is het niet te onderscheiden van de democratie zelf. Dat is trouwens de hele vraag: of populisme niet versmelt met een bepaalde betekenis van de term democratie?
Bron ten tweede –en dit gaat al wat verder– van elke legitimiteit en, ik voeg er nog aan toe, van elke wijsheid en elke onfeilbaarheid. Het volk als zodanig, een term die om een definitie vraagt, heeft altijd gelijk, terwijl de elites –want zodra je in een populistische optiek van volk spreekt, heb je onmiddellijk de neiging om de elites er tegenover te plaatsen– het volk dus, is wijs, het volk is in zekere zin onfeilbaar.
Nog een kleine toelichting bij de definitie die ik voorstelde: iedereen ziet dat zij zonder moeite aansluit bij het Contrat Social van Rousseau. Alles wat ik hier gezegd heb kun je tenslotte uit het Contrat Social halen.
Wat is dan het verschil tussen het populisme in enigszins brede zin, en de democratie zelf? Naar mijn oordeel is dat het besef van wat Recht is. In de democratie, zoals wij die opvatten, ligt de soevereiniteit bij het volk, in de betekenis die Rousseau er aan gaf, kortom, de brede volkswil zo u verkiest.
En ten tweede is er de rechtsopvatting zoals die naar voren komt bij Montesquieu, en bij vanzelfsprekend ook vele anderen. Terwijl in het populisme, het Recht verdwijnt. Op een bepaalde manier is het populisme: het volk minus de democratie, minus de gevestigde lichamen, waaronder het Recht, het Parlement etc., die het werk zijn, of effecten zijn van de democratie. Ziedaar hoe…
En zou u zeggen, Jacques Julliard, dat het populisme vandaag bijzonder aanwezig is?
Wel, er is geen twijfel dat het populisme opnieuw opgang maakt. Ik weet niet of wij hier meteen het debat ten gronde aangaan, maar ik zou desgevraagd daarop zeggen dat er drie redenen zijn die deze opgang van het populisme verklaren.
Aan de ene kant is er het wantrouwen ten opzichte van het vertegenwoordigend systeem. Dat is er al langer, maar ik meen dat het stijgend is. En hele reeks factoren tonen dit duidelijk aan. Het systeem van de vertegenwoordiging, zoals het in de negentiende eeuw is uitgevonden, berustte op drie pijlers: het Parlement, of juister gezegd, het algemeen kiesrecht, het Parlement en de partijen. Maar nu zien we dat deze drie instellingen een crisis doormaken. Dat is in mijn ogen de eerste oorzaak.
De tweede oorzaak is natuurlijk de, de …de immigratie, het feit dat de migratiestromen vandaag aanzienlijk zijn. En dan zegt men: “Maar, die kwamen al in de negentiende eeuw voor!”. Nee. Niet in diezelfde proporties. U zult me het geval van de Verenigde Staten tegenwerpen, maar precies in de Verenigde Staten was er aan het eind van de negentiende eeuw een populistische stroming.
En de derde reden in mijn ogen, maar ik denk dat we op dit alles nog moeten terugkomen, de derde reden is de crisis. Het is de crisis die tegelijk de realiteit van de kloof tussen arm en rijk heeft geaccentueerd, maar die op de gewaarwording van deze kloof nog sterker het accent heeft gelegd.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html