13 april 2026

Rousseau, Casanova, Schopenhauer en de vrouwen

Soms moet je een boek kopen dat je al hebt, zelfs in meerdere uitgaven al hebt. De leerjaren van Casanova in Parijs ken je bijvoorbeeld uit zijn Histoire de ma vie. Een boekje met passages uit die Histoire heb je dan niet nodig ...tenzij iemand als Chantal Thomas daar een inleiding bij schrijft, want die wil je wél lezen.

Thomas vergelijkt Casanova's kijk op vrouwen met die van Jean-Jacques Rousseau.* Giacomo Casanova is enthousiast bij zijn aankomst in Parijs, al houden de Parisiennes hem soms voor de gek met zijn Italiaans-Frans. Dat vindt hij helemaal niet erg, integendeel, het amuseert hem. Hij is verbaasd over hun onafhankelijkheid, la liberté des femmes, en die complexloze radheid van tong.**

Rousseau ziet die liberté ook, maar beoordeelt ze helemaal anders. Thomas verklaart dit verschil: [...] l'expérience personelle que fut, pour Rousseau, la rencontre avec les femmes Parisiennes – une expérience cuisante, een schrijnende ervaring. In haar nabijheid voelde Rousseau zich als een man in een mijnenveld. Dat lag anders bij Casanova die altijd kon rekenen op le suffrage à vue, de verkiezing in een oogopslag.

Voor Casanova-citaten gebruikt Chantal Thomas de prachtige Brockhaus-Plon-uitgave, goud op snee – die ik cadeau kreeg van een gelijkgestemde radio-collega.

Hier wat Chantal Thomas geeft uit Rousseau's brievenroman Julie ou la Nouvelle Héloïse  die ik niet bezit:

In Parijs zijn er, van de Faubourg Saint-Germain tot aan de Halles, maar weinig vrouwen wier voorkomen en blik niet zó brutaal zijn, dat ze iedereen van zijn stuk brengen die dat in zijn eigen land nooit heeft meegemaakt, en de stunteligheid die men buitenlanders aanwrijft komt voort uit hun verbazing over die lompe manieren. Het wordt nog erger zodra zij hun mond opendoen. Hier niet de zachte, lieflijke stem van onze Vaudoises, maar een soort hard, schril, vragend, dwingend, spottend toontje, luider dan dat van een man. Blijft er in hun stem toch enige vrouwelijke charme over, dan wordt die helemaal tenietgedaan door hun zonderlinge, vermetele manier om iemand aan te staren. Het lijkt wel of ze daar plezier in hebben en genieten van de verlegenheid die ze veroorzaken bij wie hen voor het eerst zien.

[Die attitude komt voort uit]
de constante menging zonder onderscheid van beide geslachten, waardoor elk van hen de houding, de taal en manieren van de ander overneemt. Onze Zwitserse vrouwen komen graag onder elkaar bijeen, ze vertoeven dan in een aangename vertrouwdheid, en hoewel ze het gezelschap van mannen zo te zien niet verafschuwen, brengt hun aanwezigheid toch een soort ongemak teweeg in deze kleine gynaecocratie.

In Parijs is het precies het tegenovergestelde. Vrouwen leven het liefst alleen met mannen, ze voelen zich alleen bij hen op hun gemak. In elk gezelschap staat de vrouw des huizes bijna altijd alleen te midden van een kring van mannen. Het is moeilijk je voor te stellen waar al die mannen vandaan komen, maar Parijs zit vol avonturiers en vrijgezellen die hun leven doorbrengen met het ronddwalen van huis tot huis. Die mannen lijken zich te vermenigvuldigen door hun omzwervingen. Daar leert de vrouw dus spreken, handelen en denken zoals zij, en vice versa.
____________
* Terloops ook met de opvatting van Schopenhauer, zij het in de vrije, moderne vertaling van Didier Raymond. Thomas citeert die in een voetnoot (Essai sur les femmes, Arles, Actes Sud, 1987, p. 33): Ce qu’on appelle à proprement parler la femme européenne est une sorte d’être qui ne devrait pas exister. Einstein heeft dat misschien gezegd, maar niet Schopenhauer. Niet dat die vriendelijk is voor onafhankelijke vrouwen: Produkt unserer abnormen, ja widernatürlichen Zustände. Waar Didier Raymond iets over la femme européenne en dier bestaansrecht heeft gezien, mag hij ons altijd vertellen. Arme Fransen die het met een gekleurde interpretatie moeten klaarspelen.
** In Lana Caprina schreef Casanova twintig jaar eerder al: L’homme et la femme pensent en réalité de la même façon, et ce que le diffamateur de l’utérus appelle différence de dialectique n’est autre qu’une différence d’inclinations, de désirs, de passions qui ne changent rien à la façon de penser.

Histoire de ma vie
F.A. Brockhaus Wiesbaden
Librairie Plon Paris
MCMLX - MCMLXII

Mon apprentissage à Paris
Préface de Chantal Thomas
1998, Éditions Payot & Rivages

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html