Een groot auteur herken je meteen
De Franse taal is de lievelingszus van de mijne. Vaak kleed ik haar aan op zijn Italiaans. Ik bekijk haar dan, ze lijkt me mooier, bevalt me nog meer en ik voel me content. Overtuigd van mijn grammatica, en zeker dat geen enkele lezer mij obscuur zal vinden, heb ik mijn uitgever verboden correcties over te nemen die deze of gene geconstipeerde purist in mijn manuscript zou willen aanbrengen.
Als
wij ons in Italië gevleid voelen wanneer we in het mooie proza van
de geleerde graaf
Algarotti een grote hoop gallicismen aantreffen, en als
het ons voorkomt dat die vreemde versieringen de materie die hij
behandelt juist aangenamer maken, waarom zou ik dan de Franse
taal niet ontvankelijk vinden voor Italiaanse versiersels?
Waarom zou ik
het begrip van de Fransman afpalen en hem het vermogen ontzeggen om
de kracht van een zin te begrijpen, alleen omdat die een langere adem
vereist? Zij zullen hem koesteren, eens zij ervan overtuigd raken dat
hij zo méér zegt. Zij zullen het vooroordeel laten varen dat hen doet
geloven dat hun taal geen vreemde verfraaiingen duldt.
Wie heeft hen dat verteld? Is dat een Salische wet? Die hebben ze
allemaal al afgeschaft. Wie had dat gedacht?
Zij zullen ook hun
taal een nieuwe grondwet geven, net zoals ze dat met hun muziek
hebben gedaan, en die revolutie zal geen bloedbad worden.
Uittreksel uit het voorwoord van 1791
Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma Vie
Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne
Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013, Tome I, p. 1330


Geen opmerkingen:
Een reactie posten