Posts tonen met het label geloofwaardigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloofwaardigheid. Alle posts tonen

11 november 2025

Het begint erg pijn te doen, dokter


“Ja we zien da wel op zoveel terreinen gebeuren, je had het daarstraks over desinformatie van de trollenfabrieken, wat heel erg richting mainstream media gaat dat dan weer, om onze geloofwaardigheid compleet onderuit te halen. Maar als je die geloofwaardigheid onderuithaalt, wilt zeggen dat iemand anders, ja, het stokje wil overnemen van, ja, maar wij willen het narratief* nu bepalen.”


Kijk, Inge Vrancken, er zijn geen fabrieken nodig om de geloofwaardigheid van bijvoorbeeld de BBC onderuit te halen. Dat kunnen ze daar zelf wel. En daarbij gaat het niet alleen over hun vervalste speech van Trump, maar ook over de ‘journalisten’ van Hamas van wie ze de berichten en cijfers gretig overnamen en voor waar verkochten ...en niet alleen zij, nietwaar?

Berichten toewijzen aan fabrieken (~ d’où parles-tu, camarade?) is handig om niet in te hoeven gaan op zaken die de goede media onwelgevallig zijn. Dat de sociale media het stokje overnemen wordt dag na dag duidelijker, en dat hebben die goede media uitsluitend en alleen aan zichzelf te danken.
___________

* Narratief, dé journalistieke modeterm, die ze uit hun Engels hebben gehaald. Een vertelling dus, terwijl journalistiek over verslaggeving moet gaan, niet over verhaaltjes.

30 september 2025

Journalisten moeten hun geloofwaardigheid opvijzelen

 Het Nederlandse dagblad Trouw brengt vandaag een artikel dat ik helaas niet kan lezen want het zit achter hun betaalmuur. Er hoort wel een mooie foto bij, met een wat merkwaardig onderschrift.

een-demonstratie-in-rabat-op-maandag ANP / EPA

Wat ik nog net kan lezen is dit:

Wel een voetbalstadion, maar geen goede zorg.
Marokkaanse jongeren komen in opstand

Marokkaanse jongeren willen verandering. Als Gen Z-212 protesteren zij voor betere gezondheidszorg, een sterkere banenmarkt en verbetering van het onderwijs. Volgens hen geeft de regering alleen om de aanstaande voetbalkampioenschappen.

Ik wil het graag geloven, maar een term als Gen Z-212 lijkt mij niet aangewezen in een ernstig bedoelde analyse.
Ook moeten journalisten vermijden de term 'jongeren' nog te gebruiken, want door hun verdoezelend taalgebruik heeft die voor de gewone lezer zijn oorspronkelijke betekenis al lang verloren. Woorden verslijten.
Verder is het zonde van dat lage camerastandpunt van ANP / EPA. Met al die platte daken in Marokko had men ons toch makkelijk een beter idee kunnen geven van de omvang van die demonstratie?

27 december 2020

Nergens vind je nog een telefooncel!

Als hij wilde telefoneren liep Maigret meestal een café binnen. Hij dronk bij die gelegenheid vlug un petit calva of ‘s zomers een pint bier. In de lente soms een wit wijntje. Op straat waren er ook wel cabines maar mijn indruk is dat hij daar minder gebruik van maakte.

Politiemensen moeten zich vandaag anders zien te behelpen want de cafés zijn dicht, en zoals zoveel dingen zijn de telefooncabines verdwenen. Telefoons heten trouwens niet meer telefoon: ze hebben nu andere namen en doen veel andere dingen.

Wat ook verdwijnt zijn de politieke partijen, of in ademnood veranderen die van naam in de hoop op nieuwe golven mee te kunnen surfen. Voor hen ziet Zemmour het in de komende tijd niet de goede kant opgaan:


Éric Zemmour: In 1990 bracht Jacques Chirac de Staten-Generaal van de oppositie samen, toen dus de RPR en de UDF. Weet u wat het programma rond immigratie was? Het was: afschaffing van de familiehereniging; sociale uitkeringen bij voorkeur voor mensen met de Franse nationaliteit; einde van het droit du sol; én, de islam is niet compatibel met de Franse cultuur.
Zemmour: Ik verzeker u, ik was erbij in 1990, ik weet het nog heel goed.
Elkrief: Hmm.
Zemmour: En u mag het opzoeken, want tegenwoordig verifieert men alles op het internet.
Elkrief: Want dat is belangrijk, het is belangrijk en ik zal…
Zemmour: Het spreekt dat ze niets van dit alles uitgevoerd hebben. In 2007 voert Nicolas Sarkozy campagne rond identiteit. Zijn fameuze Kärcher, u herinnert zich dat. Hij belooft de Kärcher en we krijgen Kouchner. Hij geloofde met andere woorden dat hij met een identitair discours de kiezers van het Front National zou weghalen. Alleen zijn de kiezers van het Front National één keer bedrogen geweest, en zullen ze dat geen tweede keer laten gebeuren. Ik denk dus… daarom is het dat ik u zeg dat ze dood zijn. Ze zijn dood omdat de mensen hen niet langer geloven, precies zoals de Parti Socialiste.
Elkrief: We komen daar nog op terug want inderdaad: hoe kan republikeins rechts nog overleven, of helemaal niet, of gaat het verdwijnen?
Zemmour: Ja, ja het zal verdwijnen.
Elkrief: De partij Les Républicains zal verdwijnen?
Zemmour: De LR zal verdwijnen, net zoals de PS zal verdwijnen …of nog even blijven zoals de telefooncabines.



19 november 2019

Een klein beetje liegen mag


Uit enquêtes blijkt dat het publiek tegenwoordig niet langer voetstoots aanneemt wat kranten en in het algemeen journalisten vertellen, en dat het bijgevolg altijd maar minder kranten koopt. Was dat vroeger dan anders, kun je je afvragen.

Stendhal heeft drie jaar geschreven voor de Journal de Paris, van september 1824 tot 1827, voornamelijk over schilderkunst, theater en opera. Zelf geloofde hij niet vaak wat kranten schreven, in het besef dat redacteurs niet de vrije hand hadden – ook al koesteren zij ook vandaag vaak die illusie, maar misschien was het grote publiek in die dagen wel nog goedgelovig.

In juli 1824 schreef hij een brief* aan baron Adolphe de Mareste, die hij achtte (‘un homme de mérite’) maar die niet echt een vriend was (‘il y avait estime, mais non amitié’). Overigens deelden zij wat vrouwen betreft dezelfde smaak: Alberthe de Rubempré – ze stond op die ‘h’ in haar voornaam – was een nichtje van Eugène Delacroix die haar schilderde, en ze was achtereenvolgens minnares van Stendhal, later van Prosper Mérimée en weer later
van Mareste.

In die brief, waarin hij Mareste vraagt een goed woordje voor hem te doen, zegt Stendhal dat hij ter wille van de glorie van het land wel bereid is een klein beetje te liegen, en bijvoorbeeld de grote tentoonstelling van 1824 wat te sparen: ‘mentant un peu pour ménager la gloire nationale.
Hij besefte dat zijn eigen opvattingen over beeldende kunst en schoonheid, die hij in zijn boeken uitgebreid had geëtaleerd, niet onverkort in de krant konden.
Maar het mocht ook niet te ver gaan, men mocht hem niet tot grove leugens dwingen. Hier een paar fragmentjes:


Woensdag om vier uur.
Goede vriend,

[…] Crozet is van oordeel dat aangezien men toch geen kranten meer leest, een eerbaar man nu in een krant kan schrijven; dat komt me goed uit want met behulp van de dierbare confraters die literatuur bedrijven, zal ik voor 4000 frank mijn eigen boeken kunnen slijten.

[…] Welke graad van absurditeit en leugen wordt er door de hoofdredacteur verlangd? That is the question. Aangezien men op den duur toch altijd bekend raakt, ben ik niet van de partij als ik verplicht word me belachelijk te maken of al te hard te liegen. Maar voor de rest, als het mijn eer niet te na komt beloof ik nauwgezetheid, en gewillig zal ik mijn stukken naar hartenlust laten verminken door de hoofdredacteur, de hoge rechter van de partij der welvoeglijkheid en van de gevoelige tenen die ontzien moeten worden.

 […] In één woord, wees mijn ambassadeur, honoraria laten me koud maar niet de eer. Ik zou absoluut willen dat men mij uitsluitend kent onder de naam
Royer
_____
* in : Aux âmes sensibles, Lettres choisies (1800-1842)
Édition de Mariella Di Maio (Folio, 2011, pp. 294-5).

11 januari 2017

Post-truth in 1773


De lexicograaf Samuel Johnson hield in Londen een of twee keer per week een literary club in de Mitre Tavern. Ongeveer zoals men in die tijd in Parijs salons had, maar in deze club ging het zonder vrouwen. Er werd veel portwijn gedronken, en men sprak over alle onderwerpen. Soms had men het blijkbaar ook over wat wij nu samen met de Oxford English Dictionary 'post-truth' mogen noemen, al zou in Johnson's Dictionary een dergelijk Amerikaans woordbrouwsel nooit zijn weg hebben gevonden. Johnson hield het nog bij woorden die echt iets betekenen. 
In tegenstelling tot onze dagen verschenen er toen ook in de mainstream media veel verdraaiingen en leugens, in de grote kranten en tijdschriften. Niet enkel in roddelblaadjes dus, zoals tegenwoordig in de sociale media zegevierde de leugen met af en toe een harde waarheid ertussendoor
Wie vaak liegt  of belangrijke zaken verzwijgt, zeg ik erbij  wordt ongeloofwaardig. We lezen bij Johnson's biograaf, de Schotse advocaat James Boswell volgend gesprek:*

Goldsmith.** "There are people who tell a hundred political lies every day, and are not hurt by it. Surely, then, one may tell truth with safety." Johnson. "Why, Sir, in the first place, he who tells a hundred lies has disarmed the force of his lies. But besides; a man had rather have a hundred lies told of him, than one truth which he does not wish should be told." Goldsmith. "For my part, I'd tell truth, and shame the devil." Johnson. "Yes, Sir ; but the devil will be angry. I wish to shame the devil as much as you do, but I should choose to be out of the reach of his claws." Goldsmith. "His claws can do you no harm, when you have the shield of truth.

Goldsmith. “Er zijn mensen die elke dag honderd politieke leugens verkopen en daarmee wegkomen. De waarheid vertellen moet dan wel volkomen gevaarloos zijn.” Johnson. “Wel, eerst en vooral, Sir, haalt diegene die honderd leugens vertelt het effect van zijn leugens onderuit. En wat meer is: een mens heeft liever dat men honderd leugens over hem vertelt, dan die ene waarheid die hij niet graag hoort vertellen.” Goldsmith. “Wat mij betreft, ik zou de waarheid zeggen en aan die duivelse bekoring weerstaan.” Johnson. “Juist Sir. Maar de duivel zal boos worden. Niet minder dan u wens ik aan de verleiding te weerstaan, maar toch zou ik proberen uit zijn klauwen te blijven.” Goldsmith. “Zijn klauwen kunnen geen kwaad doen aan wie het schild van de waarheid bezit.”
________
* in: Boswell’s Life of Johnson; Introduction by Sir Sydney Roberts, lately Master of Pembroke College, Cambridge. 1958, J.M. Dent & Sons Ltd.– Everyman’s Library n°1, deel I, p. 460.
** De Ier Oliver Goldsmith (?1730-1774) kennen we nog van The Vicar of Wakefield (1766). Hij was goed bevriend met Samuel Johnson.

[van links naar rechts: James Boswell, Samuel Johnson, Joshua Reynolds, David Garrick, Edmund Burke, Pasquale Paoli, Charles Burney, Thomas Warton en Oliver Goldsmith]

29 september 2012

Op zoek naar graziger weiden


De page van Patrick
Wordt menner bij de Knack
Dat houdt de teugels strak
Maar lezers zijn geen paarden
Zij gaan naar uiterwaarden
Op vakantie met Rik

17 december 2006

Dat nepjournaal is geen probleem, Yves Thiran wel

.
Al de flauwekul die de laatste dagen verkocht wordt rond de journalistieke geloofwaardigheid van diegenen die hebben meegewerkt aan het RTBf-nepjournaal, is flauwekul. Laat ik het niet weer over Peter Vandermeersch hebben, die man heeft al slaag genoeg gekregen.
Een ernstiger probleem vormt geloof ik Yves Thiran, "directeur de l'information et de l'éthique RTBf ".
Wat is dat voor een titel? Hoe kan iemand tegelijk twee zulke taken vervullen? Dat kan enkel in een wereld waar Sein en Sollen volkomen samenvallen vrees ik, een situatie die, al lijkt ze voor Noël Verhofstadt vanzelfsprekend, in democratieën nog nooit is voorgekomen.
In mijn boekje hoort journalistiek zich uitsluitend bezig te houden met Sein, en dan heb ik verder geen bezwaar tegen een onafhankelijke ethische commissie of iets dergelijks.
Als ik echter Thiran goed begrepen heb donderdag, toen ik hem het Nep-nieuws hoorde verdedigen op zijn eigen zender – en ik citeer uit mijn hoofd – dan lijkt deze man de journalistiek eerder te zien als een moderne vorm van zendelingenwerk: .L'information de la RTBf ne doit pas être lisse; elle peut brusquer [of choquer, of zelfs nog een ander woord, ik weet het niet meer], si c'est pour la bonne cause.
Hiermee wil ik allerminst beweren dat het aan Vlaamse kant anders, of beter zou zijn, integendeel, misschien is die openlijke bekentenis in de functieomschrijving zelf van die man, juist een vorm van openheid die wij niet kennen. En verder geloof ik ook niet dat volledige objectiviteit denkbaar zou zijn. Schreef immers niet Heinrich Heine al in 1829, in zijn essay "Shakespeares Mädchen und Frauen": . Die sogenannte Objektivität, wovon heute soviel die Rede, ist nichts als eine trockene Lüge.
.

4 januari 2006

Komt zij pas uit de kool vandaan?


.Hoe kun je als krantenlezer met relatieve zekerheid vaststellen of een journalist of columnist overtuigd is van zijn eigen boodschap? Voluntarisme kan ook onder journalisten lelijk huishouden, en in welke mate bijvoorbeeld tracht niet een auteur vooral zichzelf te overtuigen van wat hij schrijft?
Is er voor de wakkere lezer wel een waarmerk of watermerk te vinden? Lijkt een moeilijke vraag, maar het antwoord is eenvoudig.
Het laatste namelijk wat je in twijfelgevallen moet doen, is de eigenlijke boodschap van de auteur in beschouwing nemen. Datgene wat aan de lezer expliciet wordt ingeprent laat je best even rusten. Je leest die boodschap natuurlijk, daar koop je tenslotte een krant voor, maar de reflex moet zijn om meteen een vracht haakjes en accolades er bij te halen.
In het atheneum of college, in de les algebra, leerde je wellicht hoe je haakjes en vierkante haakjes en accolades efficiënt kunt openen en sluiten. Heel ingewikkelde vergelijkingen werden plots zodanig versimpeld dat er nog maar een paar bewerkingen overbleven. Pas aan het eind werkte je die haakjes weg. Als nu de leraar wiskunde een menslievende persoon was, dan bleek de gevonden oplossing altijd 1, of 0, of –1, zodat je tegelijk ook wist dat je goed had gezeten met je haakjes. De deugd was haar eigen beloning.
Net zo bij het krantenlezen. Misschien kun je enkele van de mededelingen in een nieuwsbericht of opiniestukje zelf wel beoordelen, omdat je toevallig kennis van zaken hebt, en dan hoef je geen haakjes, maar in de meeste gevallen ben je overgeleverd aan een auteur van wie je niet weet in wiens dienst hij schrijft, of wat voor programma hijzelf voor ogen heeft. Inhoudelijk oordelen is moeilijk genoeg als je bij gebeurtenissen zelf aanwezig was, laat staan dat je aangewezen bent op het verslag van iemand die misschien voortdurend naar de ogen van zijn broodheer moet kijken of een wit pootje wil halen bij de communis opinio van de andere redactieleden.
Inhoud dus komt tussen haakjes, maar eens dat gebeurd, kun je je als lezer verlaten op een eenvoudig en volkomen afdoend criterium: stijl, gebruikte zinswendingen, uitdrukkingen.
Die verraden zoveel. Het is een beetje zoals met de misdaad. Een achtergebleven peuk leert ons meer dan de geleerdste psychologieprofessor.
Laten we een praktisch voorbeeld nemen. Evita Neefs begint in De Standaard een artikel met: Het nieuwe jaar is vrij rustig begonnen in de Franse steden. De gevreesde opflakkering van de rellen is uitgebleven. Toch is de rust maar schijn, waarschuwen jongeren in de banlieues.
Dit is al veel te ingewikkeld voor mij om zomaar te beoordelen. Evita Neefs was met Nieuwjaar misschien in het vrij rustige Frankrijk, maar ik niet en om haar zonder meer te geloven is veel gevraagd aangezien wij uit andere verslagen weten dat er slechts 425 auto’s in brand zijn gestoken toen.* Haakjes aanbrengen dus. Ook de vriendelijke, bijna civieke waarschuwingen van die jongeren in de banlieues lijken mij aparte haakjes te verdienen.
Zo verdwijnt de hele inleidende alinea al tussen vierkante haakjes.
Ook de volgende paragrafen verdwijnen op die manier. Geen feitelijke mededelingen, enkel duiding ter verdoezeling. Accolades openen en sluiten!
Aan het eind vertelt Evita toch iets waarvan je zou kunnen denken dat het haar eigen woorden zijn. Zij klinkt meteen zo vals als een kat: ..We kunnen van een moslimmigrant niet verlangen dat hij boerenkool met worst en een glas trappist lust, […].
Ze heeft dat zinnetje deels afgeschreven uit een Hollands recept denk ik, want weinig autochtone Vlamingen eten boerenkool met worst, en zelfs de aanschaf van een echte boerenkool is hier niet altijd eenvoudig. Anderzijds drinken vermoedelijk weinig Hollanders trappist.
Vlamingen en Hollanders mogen dan onverdraagzame zuurpruimen zijn, ik heb nog nooit gehoord dat zij van de moslim-immigranten zouden verlangen om bizarre eetgewoonten aan te nemen.
Die ene stinkende peuk van een zin vertelt mij dat Evita weliswaar hard naar haar woorden heeft gezocht, en tot in verre windstreken op zoek is gegaan naar argumenten ...maar tegelijk ook dat het weinig nut heeft om al mijn haakjes nog verder uit te werken.

____________________________________

Ingrediënten:
1 kilogram boerenkool, 1 deciliter water, 1 kilogram aardappelen, 500 gram rookworst, 2 kopjes melk, nootmuskaat, peper, zout, azijn.
Bereidingswijze:
Breng de gewassen gestroopte en kleingesneden boerenkool aan de kook met kokend water en zout. Voeg, zodra de kool geslonken is, de geschilde aardappelen erbij. Leg de worst er bovenop. Breng alles aan de kook en en laat het zachtjes doorkoken tot alles goed gaar is (ongeveer 20 minuten). Neem de worst uit de pan en houd hem warm. Stamp de massa goed door elkaar en roer daar de boter, melk, eens scheutje azijn en naar smaak de zout, peper en nootmuskaat door. Leg de worst er bovenop.

{en haal een [(trappist) uit de kelder(!)]}
___________________________________
* [noot van 6 januari] Over het treinincident van Nieuwjaar, tussen Nice en Lyon (vernielingen, roof en sexuele aanrandingen) met twintig-dertig jongeren (je hoort soms ook het getal van honderd, maar het blijft moeilijk te beoordelen, omdat gewoon verslag uitbrengen van zulke gebeurtenissen niet meer kàn, en je bijgevolg aangewezen bent op duiding, waar je dan zelf halve feiten uit moet distilleren) was mij op het moment nog niets bekend. Wel lijkt Yves Desmet vandaag in zijn editoriaal artikeltje toch liever het thema van het blanke racisme te willen aansnijden...

19 augustus 2005

The postman always rings twice

.
Kristien Hemmerechts schreef enkele dagen geleden in De Standaard een recensie van de The Postman always rings twice, het boek van James M. Cain (1934) en de verfilmingen ervan. Ik heb haar bedenkingen gelezen en besproken, en was daarbij naïef en geweldig toegeeflijk.
Dat boek, schreef Hemmerechts, was een klassieker ondanks : “ondanks het vaak schokkende racisme”.
Nu weet ik niet of een literair werk aan morele normen moet voldoen – ik denk van niet, zulke overwegingen zijn op hun plaats in burgerromannetjes en in het socialistisch realisme, om even Vergès te citeren, maar al van in de Oudheid, bijvoorbeeld in sprookjes en fabels waren ze van geen tel. Ook werden lezers altijd verondersteld het onderscheid te weten tussen een auteur, of een acteur, en zijn personage. Zo weiger ik te geloven dat Shakespeare een doorslechte mens was.
In het geval van iemand die zelf boeken schrijft, zou je deze gave des onderscheids bijna vooropstellen.
Ik had die postman rings twice ook gelezen, en herinnerde mij niets van racisme, niet van de auteur Cain, en niet van zijn personages. Maar ik las dat pocketje wel dertig jaar geleden. En ik vond het thuis niet meer terug, dus moest ik het opnieuw kopen, want ik wilde speciaal het citaat van Cora, het vrouwelijke hoofdpersonage eens bekijken, waar die het heeft over haar echtgenoot. Hemmerechts had hier opmerkingen bij.
Wat blijkt? Mijn dertigjarige geheugen is scherper dan haar directe geheugen, want zij slaagt erin om uit dat dunne boekje vals te citeren.
Cora is volgens Hemmerechts racistisch, want zij spreekt over haar echtgenoot als “a little soft greasy Greek guy with black kinky hair”. (kleine opmerking: of zulke uitspraak racisme zou inhouden betwijfel ik, maar dat stond in het eerste blog al.)
Meer ten gronde: heeft Cora dat wel gezegd? Neen!
Nee, want wat Cora aan haar minnaar vertelde was veel erger:

"And you’re hard all over. Big and tall and hard. And your hair is light. You’re not a little soft greasy guy with black kinky hair that he puts bay rum on every night.
First Vintage Crime
Black Lizard Edition
New York, August 1992, p.16

Cora hééft het niet over a Greek, maar over een vent die haar tegensteekt ...ook al is haar wettige echtgenoot inderdaad een Griek.
Slordigheidje van Hemmerechts? Een gebrek aan elementaire eerbied voor de teksten van een getalenteerde vakbroeder? Of goedbedoelde, maar kwade trouw? Want zonder dat woordje "Greek" bleef van heel haar racismeverhaal niet veel over.
Ik houd het op slordigheid, omdat Hemmerechts ook op andere plaatsen slecht heeft gelezen. Zij schrijft bijvoorbeeld: "5. de titel: wordt niet verklaard; klinkt goed."
Cain had zijn titel moeten verklaren! Dat hij eerst een mislukte moordpoging beschrijft, en daarna een gelukte volstond niet voor onze Vlaamse schrijfster.
Verder zegt ze dat Cora “woest was” omdat de man die kort daarop haar minnaar zou worden haar voor een Mexicaanse hield.
Wat er in het boek gebeurt is heel iets anders: het verhaal speelt aan de Tex-Mex-grens, en de vagebond die halt houdt bij haar pompstation en kennis heeft gemaakt met haar man Nick, eet een enchilada die zij heeft klaargemaakt. We gaan nu even terug, en zitten weer op pagina 6.

“Enchiladas? Well, you people sure know how to make them.”
“What do you mean, you people?”
“Why, you and Mr. Papadakis. You and Nick. That one I had for lunch it was a peach.”
“Oh.”
“You got a cloth? That I can hold on to this thing with?”
“That’s not what you meant.”
“Sure it is.”
“You think I’m Mex.”
“Nothing like it.”
“Yes, you do. You’re not the first one. Well, get this. I’m just as white as you are, see? I may have dark hair and look a little that way, but I’m just as white as you are. [...]"

Ik zie het racisme niet van een vrouw die bij een eerste kennismaking met een brutale kerel, die haar belangstelling heeft ...haar eigen duidelijke plaats wil afbakenen, maar Kristien Hemmerechts is gechoqueerd! Wat haar vooral zou moeten choqueren is dat Cain een levendige dialoog weet te schrijven, en dat kan niet elke schrijver.
Vakmanschap komt eerst, daarna komt de moraal.

Weer verder zegt Cora (we zijn aan p. 38, en een derde is al verorberd want bij schrijvers die iets te vertellen hebben gaat het vooruit: "a good, swift, violent story"Dashiell Hammett) aan haar Frank, dat haar man Nick een kind van haar wil, maar dat zij enkel een kind wil van hém, al maakt ze zich weinig illusies over Frank.

"I can’t have no greasy Greek child Frank. I can’t, that’s all. The only one I can have a child by is you. I wish you were some good. You’re smart, but you’re no good."

Ik daag Kristien Hemmerechts uit, om haar overigens niet ter zake doende racisme-aanklacht te stofferen met andere citaten uit het boek.
.

4 augustus 2005

De roep om censuur

.

Er zijn mensen die na lectuur van de Bijbel tot de conclusie komen dat ze de film The ten Commandments toch beter vonden.
Dat zijn uitzonderingen want meestal hoor je over boekverfilmingen het omgekeerde.

Kristien Hemmerechts, lees ik in De Standaard der Letteren, heeft zich twee DVD-s aangeschaft van The Postman Always Rings Twice. Ze heeft ook het boek gelezen van James M. Cain.

Over deze auteur zei de criticus Edmund Wilson: “A poet of the tabloid murder”. Later vond Tom Wolfe: “Nobody has ever quite pulled it off the way Cain does”. Albert Camus zei dat hij aan The Postman dacht toen hij L'Étranger schreef.°

Hemmerechts' oordeel is minder positief dan dat van deze groten, al vindt zij het boek toch beter dan de films:

Terecht een klassieker, ondanks het vaak schokkende racisme. Cora noemt haar man “a little soft greasy Greek guy with black kinky hair”. Het laatste wat ze wil is “a greasy Greek child”. Ze is woest wanneer Frank haar vanwege haar zwarte haar voor een Mexicaanse houdt. In 1934 was een Griek in Californië blijkbaar het equivalent van een moslimfundamentalist in Londen vandaag.

"Ondanks"? Ja, dat zulke zinnen als a little soft greasy Greek guy toen nog gedrukt mochten worden! Cora mag haar vent dan beu zijn, ze kon dat op een beleefdere manier gezegd hebben. Schokkend dus, sterk allitererend ook, maar racistisch zou ik haar zin niet meteen noemen, omdat ik geen apart ras van Grieken ken. En dan weigert die Cora ook nog om voor een Mexicaanse door te gaan, en Cain mag dat allemaal schaamteloos opschrijven. Auteurs hadden toen wel érg veel vrijheid.

Wat die Londense moslimfundamentalisten hier komen zoeken is mij niet duidelijk*, en dat spijt mij want er moet een logica zijn aangezien Hemmerechts het woord “blijkbaar” gebruikt. Misschien is dat een kleine stilistische zwakte in een weliswaar truttig, maar verder nog behoorlijk geschreven stukje.
*L'amalgame, c'est la défaite de la pensée, le degré zéro de la réflexion
(Elisabeth Badinter)

° Postscriptum: De Morgen, 27 januari 2010.

'Liefdeshistories. Dat is de agenda’

DM: [...] En zo zijn we meteen beland bij het onderscheid tussen misdaadliteratuur en literatuur met grote L. Het is een cliché, maar heel wat sublieme Amerikaanse schrijvers stierven miskend in het gettogenre. Jim Thompson en James M. Cain, bijvoorbeeld.

Ellroy: Neem nu Cains De postbode belt altijd tweemaal. 2010 is het jaar waarin we Albert Camus herdenken (op 4 januari 1960 raakte de wagen waarin Camus en zijn uitgever Michel Gallimard naar Saint-Tropez reden van de weg; beiden waren op slag dood; deze vijftigste verjaardag vormt onder meer de aanleiding voor een Camusweek op het twintigste Prague Writers Festival in juni, JS). Zijn befaamdste boek is zoals iedereen weet De vreemdeling. Wat niemand echter weet, is dat Camus het idee voor De vreemdeling uit Cains De postbode belt altijd tweemaal haalde. Hij gaf het zelf grif toe. Het zijn twee korte boeken. Iedereen moet maar eens de tijd nemen ze meteen na elkaar te lezen. Als je nadien niet zegt dat je Cains werk beter vond dan dat van Camus, of gewoon verklaart dat De postbode belt altijd tweemaal een beter boek is dan De vreemdeling, wel dan, mijn beste, you don’t have a fuckin’ brain. Camus kreeg de Nobelprijs. En Cain? Wel, die kent men van de films noirs die op zijn boeken zijn gebaseerd. Tussen haakjes, Doodvonnis per verzekeringspolis (‘Double Indemnity’, JS) is nog beter dan De postbode belt altijd tweemaal.

7 juni 2005

De Gucht: je bent ontslagen wegens VULGARITEIT

.

Premier Balkenende heeft onze politici en ons allen opmerkzaam gemaakt op de uitzonderlijke vulgariteit van Karel De Gucht. Zonder het met zoveel woorden te zeggen liet Balkenende weten: ver van stijfburgerlijk te zijn, die De Gucht is een vent zonder stijl.
Het ging Balkenende daarbij niet om de keiharde leugens van De Gucht, daar heeft de Nederlandse premier immers niets mee uit te staan. Dat Karel eerst nog zijn eigen woorden wilde ontkennen ("de woorden die ik al dan niet zou gezegd hebben"), daarna de journalist leugenachtig wilde maken, ter plekke nog uitvond dat er geen interview was geweest, dat is allemaal zeer onwaardig maar daar ging het Balkenende niet om. Natuurlijk, ministeriële leugens en ontkenningen zouden op zich voldoende moeten zijn voor ontslag, al dan niet vrijwillig, maar zulke kwesties worden hier op zijn Belgisch geregeld, weet ook Balkenende.
Ook tilde hij niet te zwaar aan de flauwe opmerkingen over Harry Potter. De Gucht zal zichzelf wel grappig vinden, maar een normaal mens kijkt bij het horen van ingepikte en afgezaagde grappen beleefd opzij en zoekt bij de omstaanders discreet naar oogcontact. Sommigen drijven de beleefdheid verder dan anderen, en Vera Dua bijvoorbeeld vond dat die potterpraat onder de "parler-vrai" viel, iets waar in de politiek behoefte aan was. De kinderhand is gauw gevuld.
Balkenende kan zichzelf verdedigen, maar schier ondraaglijk werd mijn plaatsvervangende schaamte voor de kerel die bij ons op Buitenlandse Zaken zit, toen Balkenende er nog eens op wees dat De Gucht ook een man had aangevallen die zichzelf niet meer kan verdedigen: Pim Fortuyn. De Guchts bewoordingen waren inderdaad onwaardig, en als het een levende Fortuyn had betroffen dan had hij ze niet eens in de mond durven nemen, maar nu betrof het een dooie buitenlander.
Niemand echter heeft zichzelf gemaakt, en misschien heeft Kareltje in zijn jeugd nooit veel goede voorbeelden gezien, maar zeker zal hij nog flink moeten slijpen aan het ruwe steentje van zijn persoon. Er is nog passend werk aan de winkelhaak!
Geen van de Belgische politici heb ik die opmerking horen maken, terwijl ze nochtans voor de hand lag. Ook hoor ik geen protesten van het roze front.
Voor we te veel gewicht geven aan de woorden van Karel: Fortuyn was een politicus waar een dwerg als hij nog niet aan tippen kan. Met een snelheid en een verstand waar de euh traag-spre-ken-de, euh be-dacht-za-me De Gucht nooit bij zou kunnen (vele journalisten lijken juist zijn zonde der traagheid op te vatten als een teken van verstand). Met een stijl ook waarvan de ironie onze Karel volkomen ontgaat: Fortuyn liet zich in een Bentley rondrijden in Rotterdam, terwijl De Gucht in Berlare met een Porsche Cayenne zijn mestkevers doodreed – al ontkent hij ook dát nu waarschijnlijk.

Gij leugeneire!..

P.S. voor een afbeelding van het oorspronkelijke model van zijn jeep verwijs ik naar een vroegere blog..
.

20 mei 2005

Bladzijden uit de oorspronkelijke atomaschriftjes van de Burgermanifesten teruggevonden !

.
Bladzijden uit de atomaschriftjes waarin Guy Verhofstadt zijn Burgermanifesten heeft geschreven zijn onlangs per toeval weer opgedoken. De vondst is helaas zeer fragmentair, maar toch blijkt nu al dat de gedrukte versie in sommige details enigszins afwijkt van het handschrift. Eerst de tekst die wij allemaal kennen:

België is op sterven na dood. Dat is het resultaat van de tientallen communautaire compromissen en politieke koopjes die werden gesloten.

[...] Nergens ter wereld bestaat er een federale staat waarvan, zoals dat in België het geval is, de territoria van de deelgebieden overlappen.
[We moeten] streven naar duidelijk afgescheiden deelgebieden, waarbij de faciliteiten definitief verdwijnen.
[...] Het alternatief is het wanordelijk uiteenvallen van het land. Het ogenblik waarop dit dreigt te gebeuren, is misschien niet zo ver meer af. Het volstaat dat [...] de Franstaligen beslissingen nemen die flagrant in strijd zijn met de Grondwet en de wetten van dit land, opdat in Vlaanderen een meerderheid zou gevonden worden om de Belgische staat definitief op te geven.
[...] Nog eens een kaakslag te moeten verduren, is een vernedering die negen op tien Vlamingen niet meer zullen slikken.

.
Burgermanifest, 1992
.
Een eerste, voorlopige indruk die wij na vluchtige lectuur van onderstaand handschrift alvast kunnen formuleren is: Guy, die toentertijd nog niet naar de spindokter ging, drukte zich in zijn jonge jaren veel genuanceerder uit dan soms wordt gedacht.

Oens Balguy staot er were! Dad ès ‘t rezultoat van oens uniek overlègmodal, en giel de werold klapt doarvan, meetamme wolder altijd zu goe ‘t akkoorte geroake.
[…] in de reste van de werold zoen ze veur ‘t minste geringste makanders de keel oversnaaie, veur e lapke groend of e corridorke, moar wij Balge zegge:
[Allé allé] zù juuste moet dad amoal niet zijn! Aos't en beetse ès die èst al lange goe, en we gome die koterije loate stoan woar da ze stoat!
[…] Anders die goat 't land noar de kluute. En da zoe zierder keune zein of dadde 't peist! In een einde […] pak neu dan de gebure older niet-nie-mier an en wille trekke van dienen èwe Compremis van in den tijd da oenze boempa nog leefdege, of van al die ander Overienkomste dien loaters gemoakt zijn. Moeme doarveure toens giel ‘t gebuurte loaten oenploffe? 'k Weet het, g’èt azu mensche dien alles op de spitse zoen drijve.
[…] Moar de gruten huup zegt toch : 't en ès nog nunt gien iene gestoorve van een koaksmete.

.

8 mei 2005

Een niet al te gewaagde voorspelling

.
Zoals de Remmery-kwestie er nu lijkt voor te staan, zou –zonder op het onderzoek ook maar enigszins vooruit te lopen– heel de zaak best kunnen eindigen als een doordeweekse affaire de cul tussen zekere Marijke en de uiterst sympathieke sms-ende ondernemer Rik Vannieuwenhuyse.
Helaas hebben in deze maandenlange affaire, zowel het hof als de kerk het niet kunnen nalaten om hun eerbiedwaardige gat te verbranden. Zij werden tijdens deze pijnlijke oefening bijgestaan en aangevuurd door hun verzamelde perslakeien.

Dat die bisschop graag wat aandacht wilde, en met dat doel voor ogen zijn soutane wat te hoog opstroopte, stoort mij niet – democratisch gesproken doet dat niet terzake – maar dat het hoofd van de uitvoerende macht hier schaamteloos vooruitliep op de uitslag van een onderzoek …dat is heel andere koek, en daar is de regering, of minstens één minister verantwoordelijk voor.
Mij laat het koud of de zaak eindigt als een groot racistisch schandaalstuk, met de organisatie ‘Nieuw Vrij Vlaanderen’ in de schrikwekkende hoofdrol, of als een ondermaatse boulevardkomedie. Albert de Tweede echter gaat in geen van beide gevallen vrijuit, en daar moet in ons grondwettelijk bestel een consequentie aan verbonden worden, want die Albert zelf is niet verantwoordelijk.

Hoe moet het nu verder? Politieke gevolgtrekkingen zullen er niet komen: die kwamen er ook niet toen – en ik geef dit enkel als voorbeeld – lolbroek Eyskens in de Khaled-affaire éigenlijk ontslag had moeten nemen en zulks zelfs openlijk toegaf, maar het niettemin vertikte om dat te doen en daarvoor nooit werd afgestraft. Integendeel: die kwast is niet van het scherm te branden (ik bedoel natuurlijk de jónge Eyskens, het nog levende bewijs van Marx’ dictum dat de geschiedenis zich herhaalt: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als komedie).
Sinds die tijd zijn er talloze voorbeelden te noemen van ministers, zelfs van senaatsvoorzitters die éigenlijk ontslag hadden moeten nemen en dat niet deden, immers: "de mensen liggen daar niet wakker van". Deze figuren lijken geen besef te hebben van de walg die zij opwekken. Wat men ook mag vertellen: geloofwaardigheid is in de politiek nooit een probleem, het gaat om de macht op korte termijn.

Die vraag hoe het verder moet stelt zich het meest prangend voor journalisten. Helaas is reporting, verslag uitbrengen, iets waar zij gemeenlijk op neerkijken. Wat telt is: de mensen in het juiste spoor houden met duiding.
Wat er moet worden geduid hoeven echter niet noodzakelijk feiten te zijn! Wie voor de kwaliteitspers werkt ziet de zaken in een "breder verband" [zie de blog hieronder] en wil juist wég uit dat keurslijf van enge feiten. Het is bijna aandoenlijk om te zien hoe velen van hen werkelijk geloven dat zij een sturende functie hebben, dat zoiets in hun macht ligt.

Toch moeten er ook journalisten zijn die enige geloofwaardigheid op prijs stellen. Zij staan voor een moeilijke taak, en daar hebben zij zelf voor gezorgd met hun titels over de volle breedte van pagina één, waarin telkens weer een nieuwe als racistisch geduide brief, of weer iets anders, als feit werd aangekondigd. Let wel: die brieven bestáán, niemand betwist dat, alleen ...ze werden onmiddellijk geduid en geplaatst. Voor vele journalisten immers was het loutere bestaan van die brieven, dat Feit dus, volslagen bijkomstig: de brieven waren voor hen een overbodig bewijs voor een breder fenomeen dat Zij allang kenden. Vaak zelfs viel de naam van een politieke partij, die moeiteloos als inspirator werd gebrandmerkt.

Is het denkbaar dat enkele eerlijke journalisten nu besluiten dat het welletjes is geweest? en dat zij zullen mogen herroepen wat hun eigen media hebben verspreid?
Zover zal het niet komen.

Wat zal gebeuren is: dat over het verleden gezwegen wordt, en dat wij toekomstige ontwikkelingen in deze zaak op pagina 17 zullen lezen. Het wordt probleem 177.
Het enige slachtoffer blijft dan Naïma Amzil, die met de hele zaak allicht niets te maken heeft –laten we alweer het onderzoek afwachten– en die onze oprechte sympathie verdient, maar die door politiek en pers is gebruikt voor een agenda in dienst van de macht.

Maar wat dan nog? met één slachtoffer valt te leven, en tenslotte: het was voor het goede doel!

Play it low, tune it down!

4 april 2005

Wacht De Standaard op een Autodafé?

.
Merkwaardig dat De Standaard alweer een “cultureel” berichtje heeft (op p.17 deze keer, eerder gaven ze al eens iets op p. 15...) betreffende de Turkse auteur Orhan Pamuk, die met censuur te maken heeft in zijn land.
Het is blijkbaar geen politiek nieuws als een toekomstig "Europees land" via zijn officiële instanties boeken uit de rekken laat halen. De gouverneur van Isparta vergeeft aan Pamuk zijn uitspraken over de Armeense genocide niet. Hij deed die uitspraken in de Zwitserse Tagesanzeiger.
Nu had de gouverneur zich deze moeite kunnen besparen voegt onze krant er aan toe, want in die rekken liggen toch al geen boeken van Pamuk! Laten we ons niet druk maken. Tot een autodafé moet het dus niet komen in Turkije, en anders lezen we dat wel op de culturele pagina’s. In Turkije liggen wel andere boeken in de rekken, en die worden door de officiële instanties niet weggehaald. Vrije meningsuiting wél voor Mein Kampf – principieel terecht overigens – maar niet voor Pamuk.
Vervelend blijft dat De Standaard in dat minuscule artikeltje net doet alsof ze een zin van Pamuk uit het beruchte interview letterlijk aanhalen, mét aanhalingstekens.

Eerst geef ik de Standaardvertaling, en dan wat Pamuk werkelijk heeft gezegd.
De Standaard: ”Dertigduizend Koerden en één miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. Bijna niemand durft erover te praten behalve ik, en de nationalisten haten me erom”, zei Pamuk in het gewraakte interview.
En dit was Pamuks échte antwoord op de vraag: Und Sie reden trotzdem davon. Wollen Sie unbedingt Schwierigkeiten bekommen?
Ja, jeder sollte das tun. Man hat hier 30 000 Kurden umgebracht. Und eine Million Armenier. Und fast niemand traut sich, das zu erwähnen. Also mache ich es. Und dafür hassen sie mich.

Beëdigde vertaler gevraagd! ofwel een eerlijke journalist want, al was er in de rest van het interview wel degelijk sprake van nationalisten, en zelfs van ultra-nationalisten... hier bedoelde Pamuk heel iets anders, en de feiten wijzen ook uit dat het niet om groepjes van ultra’s gaat, maar om officiële gezagsdragers, en naar ik aanneem worden die democratisch gedragen door de bevolking.

Ik zou aan die Standaardjongen [*] willen suggereren om aan de gematigde Turk Erdoğan een vraag te stellen, om het even welke, ...omtrent de Armeense genocide. Even nagaan of die gematigde democraat niet ook onder zijn „nationalisten“ valt.


.


[*] hij tekent met kgv

3 februari 2005

Het winterkoninckxske is terug in het land !

Binnen de SP.a, en nog meer daarbuiten, spreekt iedereen schande van Flor "Stanley" Koninckx, omdat die man graag op TV komt en omdat hij daar grif een maand parlementair werk voor over had. Intussen is die maand ingekort tot amper veertien dagen, en ik zie het probleem niet: een partij die er voor kiest om TV-vedetten op haar lijst te zetten zou in dezen consequent mogen zijn, en als één man achter haar Stanley postvatten.

Erger vond ik het enkele jaren terug, toen kapitein Flor in zijn versgestreken rijkswachtuniform de verkeersveiligheid predikte op ons blanke scherm en tegelijkertijd ging deelnemen aan de moorddadige race van Parijs-Dakar. Dat kereltjes als een Koen Wauters zulke zaken doen is tot daar, maar een “expert” inzake verkeersveiligheid ?! Toen Flor nog deelnam vielen er net als nu geregeld doden in die race. Akkoord, niemand die zal struikelen over een dooie piloot, of eventueel een halfdooie – daar valt mee te leven. Die mensen zijn verzekerd en temeer daar het hier een soort van natuurlijke selectie betreft, komen er geen termen van Goed of Kwaad aan te pas.

Anders is het als de slachting niet netjes tot de deelnemers zelf beperkt blijft. En ja, in die dagen werd er door de sportieve chauffeurs wel eens een nieuwsgierig negertje van de pittoreske dorpswegeltjes weggemaaid. Tegenwoordig hoor je daar minder van, omdat de organisatoren hebben geleerd dat zulke klachten, en de negatieve beeldvorming die daarmee gepaard gaat, nog het best vermeden kunnen worden door onderweg enkele spiegeltjes of wat geld rond te strooien, zodat de plaatselijke bevolking de indruk krijgt dat ze wél vaart bij dat circus.

Maar wat die VT4-kwestie betreft: geen probleem hoor Florimond!


Normaal heb ik mijn agenda
goed onder controle!
.

22 december 2004

Aan de Standaard: Nieuws is geen confectiepakje dat je kan ophalen bij de wetenschappelijke stomerij


.Met een artikel als dat van woensdag, "Spiegeltje, spiegeltje..." op p.9, waar de "impressiescores" van een aantal politici worden vergeleken: daarmee gaat deze tabloid een stap te ver! Om op de pagina "politiek" een verhaaltje te moeten lezen dat volledig speelt in de virtuele kinderwereld van enquêtes en "politieke communicatie" ...dat is teveel gevraagd van uw publiek. Twee politieke "wetenschappers" hebben zichzelf werk verschaft op kosten van de gemeenschap: dat is zowat het enige dat een ernstige mens hier kon opsteken.

Over het statuut van hun tak der wetenschappen zou veel te vertellen zijn, en iemand als Karl Popper, of bij ons Karel van het Reve, heeft dat gedaan. Het komt erop neer dat woorden als "communicatie", "beeldvorming" &cet. helemaal niet behoren tot enige wetenschap, maar wel verdoken propaganda- en reclame-instrumenten zijn.

Neem liever een voorbeeld aan een krant als Het Parool, om er één te noemen, en doe aan reporting, ipv van aan zogenaamde duiding. Zo gaf Het Parool gisteren het bericht over de terechtstelling van kinderen in Iran. Dit is een FEIT, zij het een nogal confronterend feit, niet passend in de jongste "presidentiële" toespraak van Guy Verhofstadt.
Of zeg eens iets over de nieuwe Rushdie-affaire in Birmingham? Dat de auteur moet onderduiken. Het Parool doet dat wél.

Probeer dus, geachte redactie, in het vervolg zulke artikels als "Spiegeltje..." aan het jarige Dag Allemaal te slijten, en vertel uw lezers wat er gaande is in de echte wereld.

Om er even Timothy Garton Ash bij te halen, in The Guardian juni vorig jaar:


"What can we do against this real-life Matrix? Find the facts, and report them. "Facts are subversive," said the great American journalist IF Stone. A friend and I have long had a fantasy of starting a newspaper called, simply, The Facts. Not The Truth: that is so difficult to find, and so much a matter of interpretation. Just the facts."

20 december 2004

Karel de Gucht heeft zichzelf gedeclasseerd

.
Hoe beschamend is het niet dat De Gucht (in de Zevende Dag) de feitelijke maar wederrechtelijke bezetting van een stuk van Griekenland heeft erkend: "Heb je al eens gezien waar Cyprus ligt?" zei hij aan Vanhecke, "...dat ligt nog onder Turkije ! onder die bocht! het is nog verder dan Turkije!".

Dat klopt maar half (Turkije loopt nog wel iets verder door naar het Oosten) maar daar gaat het niet om: De Gucht was even buiten adem en wist gewoon niet meer wat gezegd. Dat kan gebeuren. Buitenlandse Zaken is een moeilijk departement, en de wereldkaart is groot. En, zoals geloof ik Bomans opmerkte: een klein land heeft meer buitenland dan een groot.

In plaats van er onder omstandigheden het zwijgen toe te doen, als een verstandig man, permitteerde De Gucht zich liever een ongelooflijke lichtzinnigheid (die overigens aan de ingebedde moderator ontsnapte).

Voor wie een moment nadenkt is De Guchts feitelijke erkenning van de Turkse bezetting van Cyprus volslagen eerloos, maar hijzelf dacht blijkbaar dat het wel zou passeren, al was zijn uitspraak tegen het volkenrecht in.

En zo'n man zetten wij aan tafel bij de komende "onderhandelingen" met Turkije ...een man die al lang blij is als Erdoğan een vage, mondelinge toezegging doet over een soort van handelsovereenkomst met Nicosia. Een gebaar in het najaar volstaat voor onze neofiet.

Stelt u zich even in de plaats van een christen burger van Nicosia: wat zou u denken als u de vertaling onder ogen kreeg van wat Karel De Gucht daar in de Zevende Dag uit zijn nek heeft gekletst? "Die minister geeft blijkbaar weinig om óns Europees burgerschap", zal hij zeggen; of, "Burgerschap is voor jullie misschien iets anders dan voor ons ...maar ja, wij nieuwkomers stellen ons allicht te veel voor"?

Nu geloof ik nooit dat De Gucht zelf de draagwijdte van zijn woorden heeft beseft: kwaadaardig is die man immers niet ...al kan hij beter stevig aan de leiband worden gehouden.

Aan die Nicosiaan zou ik de situatie zo uitleggen: Wat die minister zei was niet meer dan een duizeling, een dwaasheid, een zwakte, een lafheid in de hitte van het debat. Kortom wat wij hier noemen: "een slechte communicatie".

Maar ik vrees dat hij antwoordt: De consequenties van wat uw minister De Gucht heeft gezegd, die blijven! en die zullen in Ankara, iets voorbij Cyprus, uitstekend ontvangen zijn..

..

16 december 2004

Europese democraten rest enkel nog de INNERE EMIGRATION

.
De feiten vandaag zijn, wat onze politici ten gerieve van hun "achterban" ook mogen vertellen: nog vijf-zes jaar en Turkije is volwaardig lid van de Europese Unie, en er gelden géén voorwaarden meer voor de uitzwerming van miljoenen Turken over ons oude continent.

Bij hun beslissing hebben onze politici aangetoond dat ze geen enkel eergevoel hebben, en ze hebben ook alle logica met voeten getreden: als zelfs de brave Standaard vandaag schrijft, post factum dus …dat de hele Turkije-kwestie puur een Amerikaans verzinsel is! Bushblair heeft Europa in het hart getroffen, en bediende zich daartoe van het "Europarlement" als van een stel draadpoppen.

Ernstige argumenten, geografische, historische, religieuze, culturele argumenten zijn door die perspectiefloze politici weggeblazen. Wie over zulke zaken nog maar begint, wordt op de meest geniepige manieren verdacht gemaakt. Zelfs hun eigen schertsargumenten, de zogenaamde “Kopenhagencriteria” hebben ze noodgedwongen ingeslikt, want het rapport daaromtrent zei dat Ankara simpelweg aan geen énkel van deze criteria voldoet. “Er werden grote inspanningen geleverd, dus zijn er geen beletsels meer”, heet het nu... credo quia absurdum.

Noch het Turkse negationisme wat betreft de volkerenmoord, 1915 en later, op de Armeense christenen (“in dit stadium is het te laat om daarover te beginnen”), noch de wederrechtelijke bezetting van een stuk van Europa (“in dit stadium is het te vroeg om daarover te beginnen”) tellen nog mee.
Al nemen zij vaak woorden als “historische kans” in de mond: onze politieke ignoramussen hebben geen besef van geschiedenis en zijn daar nog fier op ook, want zij kijken vóóruit en niet de hele tijd achteruit! (Karel de Gucht)

Een onbenullige democratische bemerking: de Europese bevolking is tégen deze “toetreding”, enkel de “volksvertegenwoordigers” zijn er voor. En dan hoor je Karel Pinxten op de radio het woord “geloofwaar­digheid” in de mond nemen. Pinxten over geloofwaardigheid, mijn God !

In de Standaard van de week dacht deze Karel nog een heel slim argument te hebben gevonden om Turkije "Europees" te verklaren. Eén van zijn medewerkers moet hem een tekst in de hand hebben geduwd, waarin stond dat tsaar Nikolaas I. ooit sprak over Turkije als "de zieke man van Europa". .Dus! zegt onze historicus Pinxten: hier zie je toch, Turkije wordt al lang als een deel van Europa beschouwd.

Helaas voor hem, a bit of learning can be a dangerous thing! Wat Nikolaas bedoelde was namelijk heel iets anders. Er is daaromtrent een geschreven bron, maar die lag verder dan de armlengte van de VLD-studiedienst.

De Britse gezant in StPetersburg, Sir G.H. Seymour schrijft op 22 januari 1853 een brief aan Lord John Russell en rapporteert daarin dat de tsaar tijdens een onderhoud: het Byzantijnse Rijk "een man" had genoemd, en die man was na de eindeloze reeks Turks-Russische oorlogen "in een staat van aftakeling" geraakt. Er zijn ook aanwijzingen dat de tsaar iets zei in de aard van: dat Rijk is zo ziek en zo verzwakt, dat het voor het grijpen ligt voor een Europese staat, Frankrijk, of eerder nog Engeland. Ze konden het zo koloniseren! In dát opzicht noemde hij "Turkije" ...van Europa.

Mijn vraag is nu: kun je van alle hout pijlen maken? Zeker, Cupidon fait flèche de tout bois, maar mogen politici dat ook?
Of anders gezegd: gesteld dat Pinxten van het bovenstaande kennis had gehad ...dit gesteld, zou hij dan afgezien hebben van zijn aanlokkelijke en erudiete "argument"?

P.S. (noot van 24 maart 2006) De genaamde Karel Pinxten heeft dit bericht, dat hij persoonlijk heeft gekregen, nooit beantwoord. Iedereen mag daar het zijne van denken, maar ik denk dat hij te laf is om zijn mond open te doen als hij iemand tegenkomt die zijn halfbakken wijsheden ontmaskert. En het zijn niet eens zijn eigen wijsheden... hij heeft ze ook maar van horen zeggen, en is al lang blij dat hij mee mag blaten met de andere schapen.

30 oktober 2004

Rocco Buttiglione of Tariq Ramadan?

Le Figaro, 15 octobre 2004
Le bloc-notes d'Ivan Rioufol


De «schandalige» M. Buttiglione


Gewis: het politiek correcte denken neemt eindeloos nieuwe vormen aan, tot in de gangen van het Europees Parlement. Deze keer kwam het schandaal van Rocco Buttiglione, die was voorbestemd voor de post van commissaris belast met justitie en binnenlandse zaken. Men verwijt aan deze katholieke Italiaan uit de omgeving van Johannes-Paulus II de uitspraak: “Volgens mij is homoseksualiteit zonde”, waar hij aan toevoegde “maar dat mag de politiek niet beïnvloeden”. Volgens het officiële verslag heeft hij ook verklaard: “Een vrouw heeft het recht om kinderen te hebben en de bescherming te genieten van een man”. (De versie van de media doet hem zeggen: “het gezin is er om aan de vrouw toe te laten kinderen te hebben, en een kerel die hen beschermt”). Afgrijzen dus deze week onder de Europese vertegenwoordigers, die de homofobe en seksistische uitspraken aan de kaak stelden. Curieus daarbij is het, dat deze hooggestemde gewetens zich nooit hebben geërgerd aan de aanwezigheid van de islamistische theoloog Tariq Ramadan in een groep van “wijzen” die werd aangesteld door uittredend commissievoorzitter Romano Prodi. Ramadan is de man die ijvert voor de her-islamisering van de muzelmannen en die inzake de steniging van vrouwen om een “moratorium” vraagt. In Brussel zijn er die hem fatsoenlijker vinden dan de al te christelijke Buttiglione.


Le "scandaleux" M. Buttiglione
Décidément, le politiquement correct se décline inépuisablement, jusque dans les couloirs du Parlement européen. Cette fois, le scandale est venu de Rocco Buttiglione, pressenti au poste de commissaire chargé de la justice et des affaires intérieures. Il est reproché à ce catholique italien proche de Jean-Paul II d'avoir dit: «A mon avis, l'homosexualité est un péché», en ajoutant «mais cela ne doit pas influencer la politique». Il a également déclaré, selon le compte rendu officiel : «Une femme a le droit d'avoir des enfants et de bénéficier de la protection d'un homme.» (La version des médias lui fait dire : «La famille existe pour permettre à une femme d'avoir des enfants et d'avoir un mâle qui les défend»). Effroi donc cette semaine chez les députés européens dénonçant des propos homophobes et sexistes. Curieusement, ces grandes consciences ne se seront jamais offusquées de la présence du théologien islamiste Tariq Ramadan dans un groupe de «sages» nommé par Romano Prodi, président sortant de la Commission. Ramadan est celui qui œuvre à la réislamisation des musulmans et qui demande un «moratoire» pour la lapidation des femmes. À Bruxelles, certains le trouvent plus fréquentable que le trop chrétien Buttiglione.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html