Posts tonen met het label Chesterton | Gilbert Keith. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chesterton | Gilbert Keith. Alle posts tonen

31 januari 2019

Kogels afschieten op de eigen bevolking


Zelfs met buitensporig geweld lijkt Emmanuel Macron de woede van de gilets jaunes niet meester te worden, en de financiële toegevingen die hij deed hebben de bevolking zelfs nog kwader gemaakt, terwijl die nochtans een flink gat in zijn begroting zullen slaan. Hij begrijpt niet dat de onvrede dieper zit dan centen, en dat ze ook veel ouder is dan zijn aanmatigende en huichelachtige verkiezingsleuze ‘het ene zowel als het andere, links én rechts’– een slogan die voorlopig niet opgaat voor de rubberkogels die hij op de betogers laat afschieten, want die troffen tot nog toe telkens slechts één oog.*

Wat Emmanuel niet snapt is dat het centrale gezag van Parijs niet meer aanvaard wordt. Het Franse centralisme staat onder druk van ‘la France périphérique’. Daar wees bijvoorbeeld de geograaf Christophe Guilluy twintig jaar geleden al op, maar wellicht drong die boodschap niet door bij zijn werkgever Rothschild & Cie.
Grotendeels is de bevolking ‘désaffiliée’ zegt Guilluy, ze heeft afgehaakt. Zeker, de gilets jaunes verwerpen het centralisme, maar verder gaan hun eisen alle richtingen uit, en het socialisme noch het liberalisme kunnen hen bekoren. Ideologisch valt er geen peil op te trekken.

In vroegere eeuwen en tot aan de Revolutie deed het katholicisme dienst als ideologisch bindmiddel, maar de revolutionairen vernietigden het – terwijl ze anderzijds het Parijse centralisme van Louis XIV onverkort overnamen.
Dat katholicisme had dus wel een bepaald nut, maar om de bevolking in het gareel te houden kan het nu niet meer dienen, evenmin als enige andere ideologie. Heinrich Heine waarschuwde in 1834, in zijn Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland, al voor zo’n ontwikkeling. Lang voor Chesterton dus – ‘He who does not believe in God will believe in anything,’  althans volgens het citaat dat nergens bij hem te vinden is.

‘Als men de laatste nog zichtbare resten van het katholicisme zou verdelgen,’ schreef Heine, ‘dan kon het wel eens gebeuren dat de idee ervan in een nieuwe vorm weer opdook, toevlucht zocht in een ander lijf als het ware, en dat het, de naam christendom afleggend, ons in zijn nieuwe gedaante nog veel meer ergerlijke last bezorgt dan dat laatste in zijn huidige gebroken, geruïneerde en algemeen in diskrediet geraakte gestalte.’ 
Dat ideologieën ook door pure chaos konden vervangen worden vermeldt hij hier niet. 

Manu, die zich op twaalfjarige leeftijd liet dopen en vormen, zal het met Heine eens zijn vermoed ik, althans wat de grote lijnen betreft, maar wellicht minder met wat die een jaar later schreef over het Franse centralisme:

De achttiende eeuw heeft het katholicisme in Frankrijk zo grondig verpletterd, dat er bijna geen levend spoor meer van overgebleven is, en dat wie het katholicisme in Frankrijk weer wil invoeren als het ware een volkomen nieuwe religie predikt. Onder Frankrijk versta ik Parijs, niet de provincie, want wat de provincie denkt maakt even weinig uit als wat onze benen denken; het hoofd is de zetel onzer gedachten. Ik heb me laten vertellen dat de Fransen in de provincie goede katholieken zijn; dat kan ik niet bevestigen of tegenspreken; de mensen die ik in de provincie aantrof zagen er allemaal uit als mijlpalen, met op hun voorhoofd gegrift hun grotere of kleinere verwijdering van de hoofdstad. De vrouwen daar zoeken in het christendom wellicht troost omdat zij niet in Parijs kunnen wonen. In Parijs zelf heeft het christendom na de Revolutie niet meer bestaan, en zelfs daarvoor al had het hier alle ware betekenis verloren. In een afgelegen hoekje van een kerk lag het te loeren als een spin, het christendom, en het sprong nu en dan haastig naar voren als het een kind in de wieg had weten op te merken, of een grijsaard in zijn doodkist. Ja, enkel bij twee gelegenheden, als hij net ter wereld kwam of die wereld net weer verliet, kwam de Fransman in de greep van de katholieke pastoor; de hele tijd daartussen was hij bij zijn verstand en lachte hij met wijwater en zalving.

Das achtzehnte Jahrhundert hat den Katholizismus in Frankreich so gründlich ekrasiert,** daß fast gar keine lebende Spur davon übriggeblieben und daß derjenige, welcher den Katholizismus in Frankreich wiederherstellen will, gleichsam eine ganz neue Religion predigt. Unter Frankreich verstehe ich Paris, nicht die Provinz; denn was die Provinz denkt, ist eine ebenso gleichgültige Sache, als was unsere Beine denken; der Kopf ist der Sitz unserer Gedanken. Man sagte mir, die Franzosen in der Provinz seien gute Katholiken; ich kann es weder bejahen noch verneinen; die Menschen, welche ich in der Provinz fand, sahen alle aus wie Meilenzeiger, welche ihre mehr oder minder große Entfernung von der Hauptstadt auf der Stirne geschrieben trugen. Die Frauen dort suchen vielleicht Trost im Christentum, weil sie nicht in Paris leben können. In Paris selbst hat das Christentum seit der Revolution nicht mehr existiert, und schon früher hatte es hier alle reelle Bedeutung verloren. In einem abgelegenen Kirchwinkel lag es lauernd, das Christentum, wie eine Spinne, und sprang dann und wann hastig hervor, wenn es ein Kind in der Wiege oder einen Greis im Sarge erhaschen konnte. Ja, nur zu zwei Perioden, wenn er eben zur Welt kam oder wenn er eben die Welt wieder verließ, geriet der Franzose in die Gewalt des katholischen Priesters; während der ganzen Zwischenzeit war er bei Vernunft und lachte über Weihwasser und Ölung.
Die romantische Schule, Paris 1835.
___________

* Le Monde diplomatique van februari, op p.5, schrijft: On peut se demander si l'obstination du gouvernement à utiliser des armes et techniques dont ont sait qu'elles peuvent tuer ou mutiler ne relève pas d'une stratégie délibérée visant à dissuader les citoyens de manifester. Vraag is of de hardnekkigheid waarmee de regering wapens en technieken inzet waarvan geweten is dat ze dodelijk of verminkend kunnen zijn, niet voortkomt uit een bewuste strategie met als bedoeling burgers het betogen te ontraden.
** Zoals zijn uitgever van 1893, Ernst Elster opmerkt, zinspeelt Heine met zijn verduitste Franse woord op Voltaire's « Écrasez l’infâme! ». 

25 juli 2016

Wat te verkiezen, de stad of het land?


Houellebecq heb ik op enkele korte stukken na niet gelezen, maar door zijn toedoen nam ik toch Joris-Karl Huysmans (1848-1907) ter hand. Die halve Hollander schrijft op een manier die je eigen misantropie, mocht die aanwezig zijn, sterk kan relativeren.
Iedereen kent het klassieke gedicht van de echte Hollander Jakobus Cornelis Bloem, anderhalve generatie na Huysmans, waarin hij de stad – Amsterdam in dit geval – verheerlijkt en de natuur tussen haakjes plaatst. Hij schrijft het zo mooi dat het hier moet staan – daarna komt ook Huysmans beter tot zijn recht:

       De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig in de Dapperstraat.


Bij Huysmans – in Certains, 1889 – lezen we over Parijs. Hij ziet niet veel goeds in die stad:

[...] cette honte du goût moderne, la rue; ces boulevards sur lesquels végètent des arbres orthopédiquement corsetés de fer et comprimés par les bandagistes des Ponts et Chaussées, dans des roues de fonte; ces chaussées secouées par d’énormes omnibus et par des voitures de réclame ignobles; ces trottoirs remplis d’une hideuse foule en quête d’argent, de femmes dégradées par les gésines, abêties par d’affreux négoces, d’hommes lisant des journaux infâmes ou songeant à des fornications et à des dols le long de boutiques d’où les épient pour les dépouiller, les forbans patentés des commerces et des banques […].

Hij, anders dan Bloem, moet de stad uit: fuyant dans les au-delà, planant dans le rêve, loin des excrémentielles idées, secrétées par tout un peuple.

Ongetwijfeld zal de natuur hem een troost zijn? bijvoorbeeld in een villa of landhuisje dicht bij een vaart of een bos? Of anders de kunst, een mooi natuurschilderijtje misschien?

La nature a fait son temps; elle a définitivement lassé, par la dégoûtante uniformité de ses paysages et de ses ciels […] quel monotone magasin de prairies et d’arbres, quelle banale agence de montagnes et de mers! (À Rebours, 1884)

Zulke dingen lezen doet een mens deugd aan het hart. Chesterton had gelijk: ‘Unfortunately, good temper is sometimes more irritating than bad temper.’


3 april 2015

Een lijfgeur doet niet altijd, of iedereen braken


Aan de VUB hebben ze een prof die, in biologische termen gesproken onder de menselijke soort dient ingedeeld te worden. Niet vér eronder, met wat we de laatste twee dagen allemaal te lezen kregen op Twitter &c., maar toch eronder. Of beter nog misschien: ernaast, in een zijtak. De taxonomie houdt immers geen waardeoordeel in: een zwijn, een hond, een aap, een stinkdier, een mestkever, voor biologen zijn het allemaal beestjes.
“Elias” heet het wezen waar we het hier over hebben. “Willem Elias”, in de mooie binominale nomenclatuur die we aan Linnaeus mogen danken.

Deze man –laten we hem gemakshalve zo noemen, al zullen scherpslijpers misschien liever hominide of iets dergelijks gebruiken– deze man waar geen normale mens aan tafel naast zou willen zitten als er nog gegeten moet worden, vanwege zijn zurige lijfgeur misschien, is zo te zien volkomen aanvaardbaar in het VUB-milieu, en trouwens in nog een paar andere.

Blijkbaar zijn de wasems die hij afgeeft niet voor elke mens ondraaglijk. Sommigen houden er zelfs van. Zo zie je maar hoe verschillend ons reukorgaan op prikkels kan reageren. Allerlei omstandigheden kunnen een invloed hebben, gewoontes, affiliaties misschien, verwantschappen en dergelijke. Stercus cuique suum bene olet, elk riekt graag zijn eigen stront, merkte Erasmus al op.
In ieder geval, de tweet die ons onderzoeksobject heeft geschreven vandaag, kreeg direct zestig “likes”. U leest hem zelf maar, maar mocht u tot het menselijk ras behoren, the human race, to which so many of my readers belong, om met Chesterton te spreken, dan kunt u beter eerst een anti-emeticum slikken.


24 april 2009

De naïeve hoogleraar


Met wat 'parler vrai' gaan we er niet komen
Geert Buelens

(De Morgen, donderdag 23 april)

Deze kop komt van Buelens zelf, in tegenstelling met de Vlaamse intellectuelen op drift” van enkele dagen terug, waar hij het vaderschap van ontkent. Hij schrijft die titel toe aan de redactie van De Morgen, wat ik zonder meer aanneem.
Buelens zijn vaststelling is correct: “parler vrai” is inderdaad niet de oplossing voor de immense problemen die de moslimimmigratie ons heeft gebracht. Anderzijds kan het nooit kwaad kan om feiten onder ogen te zien, en ze te benoemen. Parler vrai is dus de aanzet tot een mogelijke oplossing.

Ik ben blij te lezen dat wat Benno Barnard betreft 'iedere moslim welkom is, op voorwaarde dat zijn activiteiten niet in strijd zijn met onze wet- en regelgeving.' Daarover zijn we het dus eens en met ons, allicht, nagenoeg iedereen. Ik ken althans niemand die vindt dat we dringend criminelen moeten importeren.

De vraag is natuurlijk of het boek –dat de moslims toeschrijven, niet aan Mohammed maar aan hun god zelf– niet enkele passages bevat die bezwaarlijk anders dan crimineel genoemd kunnen worden? en of bijgevolg wij niet van inwijkelingen mogen eisen om tenminste daar expliciet afstand van te nemen? .Zo is een bevel tot moord op ongelovigen moeilijk in overeenstemming te brengen met een beschaafde wereld, en daar willen de inwijkelingen zich toch vestigen, en zich geïntegreerd in zien.

Op Barnards lange passage over het Vlaams Belang ga ik n
iet in. Los van de loutere vermelding van de Mitterandbiografie van VB'er Koen Dillen ging mijn stuk helemaal niet over die partij. Ik ben het niet oneens met Barnard omdat die het eens blijkt met Filip Dewinter. Ik ben het oneens met Barnard omdat ik niet zie hoe zijn extreme verwerping van de islam de maatschappelijke problemen ook maar een stap dichter bij een oplossing kan brengen. Dat geweld, uitgevoerd in naam van de islam, een groot probleem is, lijkt me vanzelfsprekend.

Of dat enkel “in naam van” de islam is, valt nog te bezien. Zoals gezegd: de onveranderlijke teksten van god zelf lijken tot geweld aan te zetten. Overigens zijn er genoeg mohammedaanse geleerden en gezagsdragers die zeggen dat “un islam modéré” gewoon ondenkbaar is, want contradictoir.

Tot nader order zijn vooral andere moslims daar massaal het slachtoffer van.

Dat er onder de mohammedanen veel slachtoffers vallen kunnen Westerse mensen inderdaad betreuren, maar het is tenslotte zaak voor de gelovigen zelf om daar maatregelen tegen te bedenken. Wat geloof ik nog méér te betreuren is, is dat zij hun geweld wensen te exporteren naar bevolkingen die er niet om gevraagd hebben om islaminwijkelingen in hun midden te zien verschijnen, en die ook nooit enig uitstaans met deze ideologie hebben gewild.

Ik denk dat Barnard zich vergist als hij denkt dat het systematische geschimp op hun religie mensen tot matiging of geloofsafval zal brengen. Hoe meer je een groep aanvalt, hoe sterker die zich aan zijn groepsidentiteit zal vastklampen.

Wat heet schimpen? Waar schimpt Barnard? of bedoelt Buelens nu weer Dewinter?
Wat betekent overigens het woord "systematisch" in dit verband? Is systematiek een wetenschappelijke aberratie voor Buelens?
Of is, laten wij zeggen het citeren van koran- of hadithvoorschriften volgens hem al schimpen? Als Buelens dat bedoelt, is hij niet enkel blasfemisch, maar wat erger is, ook neerbuigend. Hij neemt die mohammedanen niet ernstig, wellicht omdat hij ergens aanvoelt dat het gesprek, of de dialoog dan wel érg ongezellig kon worden.

Vandaag verkeert de Westerse liberale democratie acuut in gevaar, volgens Barnard, en hij is blij dat er na twintig jaar stilaan 'een vorm van vrije meningsuiting over de islam' is aan het ontstaan. Die opmerking zegt veel over zijn eigen slechte geweten en selectieve geheugen. Er is toch geen enkele schrijver die eind jaren tachtig in de Rushdie-affaire de kant van de ayatollahs heeft gekozen. In 1992 schreef Guy Verhofstadt dat diezelfde Rushdie-affaire 'het ultieme bewijs [vormde] van de onmogelijkheid van de islam zich in te passen in onze samenleving.' Dat leverde hem veel kritiek op, maar bij mijn weten geen proces.

Wat Verhofstadt in 1992 allemaal heeft geschreven betekent natuurlijk niets. Dat heeft de praktijk van die man wel bewezen. De vraag is of Verhofstadt dat nu nog zegt, of dat de staatsman intussen weer iets anders vertelt, dat hem vandaag gunstig lijkt voor zijn persoontje.
Ernstiger is dat vele journalisten toen vonden …dat Rushdie het zelf had gezocht. Hij had het min of meer over zich afgeroepen.
Dat vonden velen van hen ook toen Van Gogh ritueel werd geslacht. Dat vonden velen ook van Hirsi Ali. Dat vonden velen ook, toen de Deense cartoons verschenen, een zaak waar bijvoorbeeld de kranten bij ons wekenlang over zwegen (wellicht wisten zij in alle eerlijkheid niet eens dat er iets gaande was, zo goed werkt hun zelfcensuur, en geholpen als zij zijn door hun beperkte horizon), tot op het moment dat zij, onder druk van de bloggers, niet langer konden zwijgen zonder in een totale irrelevantie te verzakken.

Barnard roept iedereen op dringend wakker te worden en zijn ogen te openen voor het 'nieuwe fascisme'. Maar wie binnen 'de clerus van het linkse godshuis' is daar blind voor? Tarik Fraihi, als medeoprichter van Kif Kif een scherp criticus van de opvatting van Verhofstadt en volgens Barnard vast een opperpriester van de linkse kerk, schreef letterlijk dat het islamitisch fundamentalisme en het fascisme op dezelfde lijn staan. Op de avond van de moord op Theo van Gogh noemde hij die daad in Terzake een uiting van islamitisch fascisme. Tom Lanoye beaamde dat. Fraihi veroordeelde al jaren geleden het antisemitisme en de homofobie in moslimmiddens. De propaganda van de nu door Barnard zo heldhaftig verketterde radicale imams noemde Fraihi toen al 'misselijkmakend', 'gevaarlijk', 'achterlijk' en 'beangstigend'. Wie lag er dan te slapen?

Heeft Buelens een idee of zo’n enkele geïsoleerde, en ja, wellicht enigszins verlichte filosoof binnen zijn eigen gemeenschap ook iets voorstelt? Historisch hoor je vaak Averroës aanhalen, of nog één of twee anderen, maar die kerels werden uit hun eigen gemeenschap verbannen
Ik geloof dat G.K. Chesterton er niet ver naast zat: [...] we may say broadly of the Moslem philosophers, that those who became good philosophers became bad Moslems. (Saint Thomas Aquinas,“The dumb ox”, 1933, p.85.)

De kern van de zaak lijkt me dus niet dat dit soort dingen niet gezien of gezegd zouden (mogen) worden. De kern is dat Barnard de islam (door hem geen godsdienst maar een 'politieke ideologie' genoemd) in wezen incompatibel lijkt te achten met de Westerse liberale democratie.

Daar hebben we helaas geen Barnard voor nodig: dat zeggen zij zelf. Verhofstadt heeft het blijkbaar ooit ook eens gezegd, en dat was een argument voor Buelens, zoals we net zagen. De Gucht snapt dat misschien nog niet, maar alle andere Europese ministers van Buitenland wel.
Misschien dat Geert Buelens zijn hoop stelt in een figuur als Tariq Ramadan? …die men in Rotterdam stilaan begint te kennen, zoals men hem in Genève en Lyon al láng kent.
Deze Tariq Ramadan acht de Westerse rechtsorde wel degelijk compatibel met de islamitische …op voorwaarde dat het Westen een plaats inruimt voor de sharia! (cf. Caroline Fourest: Frère Tariq, discours, stratégie et méthode de Tariq Ramadan, Grasset & Fasquelle, 2004).*
Weet Geert Buelens wat dat betekent, de sharia een plaats geven?

Hij zegt wel eerst dat het volstaat dat moslims de wet respecteren, maar uit de rest van zijn betoog blijkt dat hij moslims daartoe eigenlijk niet in staat acht. Wat dan met de imam die in de Belgische senaat voor het homohuwelijk heeft gestemd? Het VB stemde daar toen tegen.

Het is niet het credo dat homo’s moeten kunnen huwen dat ons moet bezighouden: nooit in de menselijke geschiedenis is zoiets voorgekomen. Buelens is hier wel erg naïef. Dat een imam daar toch vóór stemde, komt natuurlijk voort uit partijtucht, en misschien heeft die man daar wel hartelijk om gelachen als hij zijn stemgedrag in zijn eigen gemeenschap heeft verklaard.
Of heeft hij gezegd dat hij een politique du pire volgde? Dat mag immers volgens de islamitische leer der al-Taqiyya. Zulke uitleg zou ik hem in elk geval aanraden, maar wellicht heeft niemand daar hem zelfs om uitleg gevraagd, aangezien onze Westerse rechtsorde toch moet verdwijnen.

"Je bent aan verdachtmakingen onderhevig omdat je het een verstandig idee vindt de brandweer te bellen als het brandt", schrijft hij. Een intrigerende vraag in dat verband is wie hij dan als 'brandweer' beschouwt. Niet het VB, neem ik aan, want die hebben geen directe macht en staan niet bekend om hun bluskwaliteiten. De vorige Amerikaanse regering? (Alvast niet de nieuwe, gezien wat Obama laatst in Turkije vertelde over zijn eigen band met de islam.) Wil Barnard de Belgische wetten aanpassen - dat hij dan concreet zegt welke hij bedoelt. Als het islamfascisme zo alomtegenwoordig en machtig is als hij suggereert, dan gaan we er met een hoofddoekenverbod niet komen. En met wat parler vrai op websites en in onze kranten evenmin. Een verbanning van moslims wil Barnard niet, zegt hij, maar wat dan wel? Dat de islam 'veel wijn bij het water doet'. En dus ophoudt islam te zijn? Ik vrees dat dit voor mijn moslimburen in Borgerhout dan toch op uitsluiting zal neerkomen.

Dus Buelens vindt dat de teksten van deze gemeenschap (die zoals gezegd van hun god zelf afkomstig zijn, en waar zij begrijpelijkerwijs niet over zullen onderhandelen) hier onverkort, zonder aanlengen droit de cité moeten krijgen? Alweer, beseft Geert Buelens wel wat hij dan verkondigt?
Uitsluiting van nieuwkomers die de principes van een bestaande gemeenschap aanvallen, lijkt mij juist een normale en gezonde reflex. Overigens is deze reflex in de landen die door de islam zijn veroverd de gewone, eeuwenoude politiek, en heeft men daar nooit één enkele vorm van uitsluiting geschuwd, om het beschaafd te zeggen.

Nu hij toch vrijuit aan het spreken is, moet Barnard misschien eens toelichten hoe hij denkt de 'nieuwe vijand' een halt toe te roepen. Zelf ben ik geneigd te denken dat de islam een godsdienst is en geen politieke stroming, dat we overal ter wereld gematigde en hervormingsgezinde moslims moeten steunen en dat we ons voorts allemaal maar beter aan de wet kunnen houden en diegenen die aanzetten tot haat en geweld streng moeten vervolgen. Wie onze regelgeving graag veranderd wil zien, kan op 7 juni zijn of haar voorkeur uitspreken.

Dat de islam een gedragscode is, die het dagelijkse doen en laten van een gemeenschap tot in de details regelt, een politiek stelsel dus, eerder dan een godsdienst of zelfs een moraal ...dat moet Buelens zich maar eens door een moslim laten uitleggen.
Ik zal toch één voorbeeld geven. Vaak hoor je Westerse mensen vragen wat de betekenis is van de hoofddoek. Wel, die is er niet.
De islam kent geen spiritualiteit, tenzij als puur individueel bijverschijnsel. De hoofddoek “betekent” bijgevolg niets meer dan: ik draag een hoofddoek want ik weet hoe het hoort, en jullie, ongelovige honden zijn verwerpelijk.

En zelfs Buelens zijn slotzinnetje, over de verkiezingen, is gewoon niet waar, en dat moet hij toch beseffen, want helemaal op zijn hoofd gevallen kan hij toch niet zijn?

_________
* op p. 231 lezen wij een uitspraak, één van vele, van Tariq Ramadan: "On ne va pas faire comme eux, simplement pour donner l'impression qu'on suit la même culture." De schrijfster Fourest merkt op: On notera le "comme eux" particulièrement glacial.
Zulke uitspraken doet Ramadan natuurlijk niet in TV-studio's, en ook niet in zijn gedrukte teksten, maar wel op de audiocassettes die hij verkoopt aan zijn vaak nauwelijks geletterde volgelingen.
In het boek worden juist die toespraken van hem goed gedocumenteerd.
.

11 april 2009

Isabel Albers houdt (bijna) goed haar Pasen

.
The more dead and dry and dusty a thing is the more it travels about, schreef Gilbert Keith Chesterton in 1905 in zijn prachtige Heretics (Dover Publications, 2006, p.23). Fertile things are somewhat heavier, voegde hij nog toe.

José Happart, Maurice Bayenet, Jean-Claude Van Cauwenberghe, Jean-Pierre Dardenne, René Thissen en Michel Lebrun zullen Chestertons opvattingen over reizen vermoedelijk maar matig kunnen smaken, en ik neem aan dat de heren meer voelen voor Marguerite Yourcenar: “Qui consentirait à mourir sans avoir fait au moins le tour de sa prison?”,* want zij zijn met hun vrouwen en gezellinnen gezellig op studiereis in Californië.

Oorspronkelijk was hun reisplan nog om de rekeningen naar de belastingbetaler door te schuiven, maar die laatste etappe wordt geannuleerd belooft Elio di Rupo, die tenslotte al sinds 2005 als een Heracles zijn partij aan het saneren is: Je ne veux plus de parvenus. Je les traquerai moi-même. J'en ai marre des parvenus! Il n'y a pas de place pour les parvenus au Parti Socialiste!
Et patati et patata,
vergat hij nog erbij te zeggen.

Nu brengt vandaag Isabel Albers verslag uit over deze reishistorie:

Het is niet de eerste keer dat het Waals Parlement snoepreisjes organiseert. Wel de eerste keer is het dat er dagenlang schande over geschreven wordt in –inmiddels– de voltallige Franstalige pers. De gewoonlijk zo gezagsgetrouwe Franstalige journalisten pikken het niet meer. De internetgemeenschap stuwt hen voort. Bloggers hebben opgeroepen om woensdagochtend om half acht in Zaventem de oude krokodillen van het Waalse parlement een warm welkom te komen heten.
De partijen reageerden in slow motion. Pas toen de heisa dagenlang werd uitgesmeerd in de kranten, vond de PS plots dat er nieuwe regels moesten komen voor parlementaire reizen. Een kwestie van fatsoen tegenover de burgers in crisis, zei Elio Di Rupo, nadat zijn kwelgeesten Happart en Van Cau het kwaad hadden aangericht.

Dit is ongetwijfeld een mooi eerbetoon aan de bloggers waarvoor dank, Isabelmaar als jouw Paasbiecht kan het nog niet dienen, want je lijkt wel te insinueren dat het met de Vlaamse journalisten anders gesteld is, en dat die niét embedded zouden zijn?
Eerlijk zijn in de biecht hé, anders telt het niet, en komt er zelfs nog een zonde bij!.
.
* in: Les Yeux ouverts
Entretiens avec Matthieu Galey
Livre de Poche, p.84.



http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html