Posts tonen met het label Baudrillard | Jean. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Baudrillard | Jean. Alle posts tonen

22 februari 2026

Met een boek in de hand

 

Bij het zoeken naar een boek valt je oog vaak op weer andere boeken die je half vergeten had. Zo las ik dertig-veertig jaar geleden nogal wat Baudrillard, en sloeg ik nu diens Cool Memories open. Daar staan grappige opmerkingen in, over een voorbije wereld:

Le retour automatique du chariot de la machine à écrire, la fermeture électronique des quatre portes de la voiture, ça c’est des choses qui comptent. Le reste n’est que théorie et littérature.
–Het automatisch terugspringen van de slede van de schrijfmachine, het elektronisch sluiten van de vier autoportieren, dat zijn dingen die ertoe doen. De rest is niet meer dan theorie en literatuur.

Le geste célèbre d’arracher sa page de la machine à écrire, par où l’écrivain ou le journaliste s’égalent au héros de l’Ouest qui dégaine.
–De bekende geste van het uit de schrijfmachine rukken van zijn blad, waarmee de schrijver of journalist de westernheld evenaart die zijn pistool trekt.

Disque compact laser. Il ne s’use pas, même si l’on s’en sert. C’est terrifiant. C’est comme si vous ne vous en étiez jamais servi. C’est donc comme si vous n’existiez pas. Si les objets ne vieillissent plus, c’est que c’est vous qui êtes mort.
–Laser-cd. Die slijt niet, zelfs niet als je hem gebruikt. Dat is beangstigend. Het is alsof je hem nooit hebt gebruikt. Het is dus alsof jij niet bestond. Als de voorwerpen niet meer verouderen, dan ben jij zelf dood.

L’ironie est un trait d’esprit, forcément méchant, forcément pire, mais qui dévitalise la réalité du mal.
–Ironie is een vorm van geestigheid, noodzakelijkerwijs kwaadaardig, noodzakelijkerwijs zelfs meer, maar die de ernst van het kwaad ontkracht.

Zeker die laatste, tijdloze opmerking blijft geldig.


Cool Memories I et II
Éditions Galilée, 1987 et 1990
Livre de Poche

13 oktober 2023

Misschien kan dit de VLD nog enige troost bieden

„Es ist unsere Pflicht, Optimist zu sein,“ meende Karl Popper, en na die 7,9% van de kiesintenties bij de jongste peiling van RTBf en Libre, doen ze er bij de VLD goed aan zijn raad plichtsbewust op te volgen. Zij moeten wijzen op de foutenmarge van 4,4%, zodat het evengoed 12,3% zou kunnen worden, en zeker niet 3,5% – wat deze bescheiden, zuinige, zelfs wat vrekkige peiling nochtans ook toelaat.

Maar nóg beter kunnen ze de grappige Jean Baudrillard lezen. Bijvoorbeeld een stukje uit Les Stratégies fatales, en peilingen dan maar laten voor wat ze zijn. Tenslotte komen er nog 77 vóór die fatale dag volgend jaar:

De wetenschap voelt er zich altijd zeker van, dat haar object van onderzoek met haarzelf onder één hoedje speelt. Onwezenlijke verstandsverbijstering! Ze onderschat de kwalijke eigenschappen van het object, de spot, de nonchalance, de gespeelde verstandhouding, alles wat het normale verloop kan ironiseren, alles wat voedsel geeft aan de basisstrategie van het object, die het mogelijk wint van die van het subject.

Zo bekeken merken we dat opiniepeilingen net het tegenovergestelde bewerken van wat ze beogen. Ze leveren showinformatie (informatie is net zoiets als de Revolutie: het volk wenst er alleen het spektakel van te zien), en bijgevolg zijn ze een aanfluiting van informatie — maar bovenal functioneren ze als een aanfluiting van de politiek en de politieke klasse.

De onbedoelde humor van opiniepeilingen (en het kwaadaardige plezier dat we aan deze 'wetenschappelijke' fantasmagorie beleven) komt hieruit voort, dat ze elke politieke geloofwaardigheid tenietdoen. Wat voor mannen zijn het ook die peilingen nodig hebben om beslissingen te nemen, voor wie tests de plaats innemen van een strategie? Elk initiatief wordt hen ontnomen, juist door de valstrik die het medium waaraan ze hun macht toevertrouwen voor hen spant. In alle media zit deze fascinerende valstrik verscholen: de politieke functie in een samenleving vernietigen ze, en zo bevredigen ze de onbewuste ironie van de massa, wier diepste impuls goed en wel blijft: de symbolische moord op de politieke klasse.



La science, par une aberration fantastique, se croit toujours assurée de la complicité de son objet! Elle sous-estime ses vices, la dérision, la désinvolture, la fausse complicité, tout ce qui peut ironiser les processus, tout ce qui alimente la stratégie originale, éventuellement victorieuse, de l’objet opposée à celle du sujet.

Si on prend les sondages dans ce sens, on voit qu’ils fonctionnent exactement à l’inverse de leur objectif prétendu. Ils fonctionnent comme spectacle de l’information (l’information, c’est comme la Révolution: le peuple n’en veut que le spectacle), donc comme dérision de l’information — mais surtout ils fonctionnent comme dérision du politique et de la classe politique.

L’humour involontaire des sondages (et le malin plaisir que nous prenons à cette fantasmagorie «scientifique») vient de ce qu’ils effacent toute crédibilité politique. Qu’est-ce que ces hommes qui ont besoin de sondages pour décider, à qui les tests tiennent lieu de stratégie? Ils sont dépossédés de toute initiative, et ce par le piège même du médium auquel ils confient leur puissance. Tous les media recèlent ce piège éblouissant: ils anéantissent la fonction politique d'une société, et satisfont ainsi à l’inconscient ironique des foules, dont la pulsion profonde reste bien le meurtre symbolique de la classe politique.

Jean Baudrillard
Les Stratégies fatales
Éditions Grasset & Fasquelle, 1983
Livre de Poche, pp. 102-103

9 september 2015

Les bons sentiments médiatiques


Nicolas Dupont-Aignan was te gast bij Axel de Tarlé, in "C à dire" (France5). De man is jurist, énarque ook (gestudeerd aan de École nationale d'administration), twintig jaar burgemeester van Yerres (Essonne), en voorzitter van de partij Debout la France. Hij stemde destijds, samen met de meerderheid van de Fransen overigens, tegen het “Verdrag van Maastricht”. Maar nu gaat het gesprek over de migratiegolf:

Dupont-Aignan: Een land dat onbekwaam is om werk te verzekeren voor zijn jongeren, die trouwens vaak voortkomen uit de immigratie, en waarbij de werkloosheidsgraad vijftig procent bedraagt in onze wijken, een land dat politieke verantwoordelijken heeft die zó onverantwoordelijk zijn, want als je je niet met je medeburgers inlaat – en dat geldt evengoed voor rechts, les Républicains (van voorzitter Sarkozy), zie maar mijnheer Fillon, zie maar mijnheer Juppé die…
de Tarlé: Mijnheer Juppé zegt: ik heb er verwelkomd in bepaalde wijken van Bordeaux, we hebben een feestje gebouwd en de migranten hebben er verbroederd met de buurtbewoners.
Dupont-Aignan: Dat is heel sympathiek op televisie, we zitten dan in de goedaardige mediatieke sfeer, maar de realiteit is dat het mijnheer Juppé is die de Franse grenzen heeft opengesteld, samen met mijnheer Fillon en mijnheer Sarkozy. Het is mijnheer Juppé die samen met mijnheer Sarkozy Libië is binnengevallen, en die Khadaffi ten val bracht, in een moment van opwinding. Herinner je Bernard-Henri Lévy in Benghazi, dat was emotie, dat was verschrikkelijk. Zedenles: in Libië hebben we nu de sharia, en er raakten honderdduizenden migranten en wapens verspreid. Hebben we dan in Frankrijk nood aan televisie-animatoren [...d’accord] die staatshoofdje spelen, of aan staatsleiders die op een bepaald moment de zorg voor Frankrijk en Europa behartigen?




Dupont-Aignan: Un pays qui n’est pas capable d’assurer un emploi pour ses jeunes, qui sont d’ailleurs souvent issus d’immigration, et qui sont à cinquante pourcent de taux de chômage dans nos quartiers, un pays qui a des responsables politiques aussi irresponsables, parce que si vous ne vous occupez pas de vos concitoyens – et c’est la droite autant, les Républicains, voyez monsieur Fillon, monsieur Juppé qui…
de Tarlé: Monsieur Juppé dit : moi j’en ai accueilli dans certains quartiers de Bordeaux, on a fait un «pot» et les migrants ont fraternisé avec les habitants du quartier.
Dupont-Aignan: Ça c’est très gentil à la télévision, on est dans les bons sentiments médiatiques, mais la réalité c’est que monsieur Juppé qui a ouvert les frontières françaises avec monsieur Fillon et monsieur Sarkozy. C’est monsieur Juppé avec monsieur Sarkozy qui a envahi la Libye, et qu’a mis à bas Khadaffi, sous l’émotion, vous vous souvenez de Bernard-Henri Lévy à Benghazi, c’était l’émotion, c’était horrible. Moralité : on a la sharia en Libye, et on a des centaines de milliers de migrants et des armes qui sont disséminées. Donc, est-ce qu’on a besoin en France d’animateurs de télévision [...d’accord] comme chefs d’États, ou est-ce qu’n a besoin de chefs d’États, de chefs d’États qui à un moment donné prennent soin de la France et de l’Europe?

Nu goed, iedereen is het er vandaag over eens dat de actie in Libië een monsterachtige  stupiditeit was, die evenwel ook door onze deputés en journalisten unaniem werd goedgekeurd. Puur kuddegedrag van beide categorieën, een onvermogen tot zelfstandig denken.
Maar wat te denken over dat feestje in Bordeaux? ...dat op de televisie zo’n goede indruk maakte. Over soortgelijke dingen zei wijlen Jean Baudrillard destijds het volgende:

Verdict van stomme verbazing en ongeloof, dat zich vandaag uitstrekt tot alles wat wij via de media- en informatiekanalen geleverd krijgen en, waarom niet, door die van de wetenschap. Van dat alles nota nemen doen we nog wel, er ook geloof aan hechten niet […]. De dag van vandaag zijn er mensen (de peilingen zeggen het!) die niet eens in de space shuttle geloven! Geen sprake hier van een filosofische twijfel over schijn en zijn: de grondige onverschilligheid tegenover het realiteitsprincipe komt voort uit de teloorgang van elke illusie. […]
Zo komt het dat het oude vertrouwde kritische en ironische oordeel niet langer tot de mogelijkheden behoort. Als je vroeger vond dat iets er gemaakt uitzag, kon je zeggen: “Dat is literatuur!” Als je iets bedrieglijk vond en dat aan de kaak wilde stellen, kon je zeggen: “Dat is cinema!” Wat je niet kunt zeggen, om wat dan ook aan de kaak te stellen is: “Dat is TV!” Omdat er geen allesomvattend referentiekader meer is. Omdat de illusie dood is, of omdat zij totaal is. De dag dat wij het doodnormaal zullen vinden om te zeggen: “Dat is TV! Dat is informatie!”, zal alles er anders uitzien.

Verdict d’incrédulité, de mécréance, qui s’étend aujourd’hui à tout ce qui nous est livré par le canal des média et de l’information, voire par celui de la science. Nous enregistrons tout, mais nous n’y croyons pas [...]. Il y a des gens aujourd’hui (ce sont les sondages qui le disent!) qui ne croient même pas à la navette spatiale! Il ne s’agit plus ici de doute philosophique quant à l’être et aux apparences, il s’agit de l’indifférence profonde au principe de réalité sous le coup de la perte de toute illusion. [...]
C’est ce qui fait que le bon vieux jugement critique et ironique n’est plus possible. On pouvait dire, pour en dénoncer la rhétorique: «Ça, c’est de la littérature!» On pouvait dire, pour en dénoncer l’artifice: «Ça, c’est du théâtre!» On pouvait dire, pour en dénoncer la mystification: «Ça, c’est du cinéma!» On ne peut pas dire, pour en dénoncer quoi que ce soit: «Ça, c’est de la télé!» Parce qu’il n’y a plus d’univers de référence. Parce que l’illusion est morte, ou parce qu’elle est totale. Le jour où nous pourrons dire de la même façon: «Ça, c’est de la télé! Ça, c’est de l’information!» c’est que tout aura changé.

We zijn nu dertig jaar verder, en we kunnen inderdaad zeggen: «Ça, c’est de la télé! Ça, c’est de l’information!»

5 november 2014

Baudrillard in New York


Wellicht lezer, hebt u ook die wandeling door New York gezien, de remake van de wandeling door Brussel een tijd geleden, “Femme de la rue”. De oogst na tien uur flink stappen leek me mager.
Dan was de pastiche met die kerel die ook tien uur had gestapt veel beter, zij het soms op het grove af. Zo moest de brave man zich van omstaanders laten welgevallen dat hij eruitzag als iemand die wel een Starbucks-koffie zou lusten.
Het is nu wachten op wandelingen door nog andere steden, en dan kunnen er doctorale proefschriften geschreven worden.

Iemand die al veel vroeger door New York en andere Amerikaanse steden stapte, was Jean Baudrillard, en onder meer in “Amérique” (Grasset et Fasquelle, 1986) en “Cool Memories” (Éditions Galilée, 1987) deed hij daar verslag van.
Sommigen vonden Baudrillard slecht verteerbaar. Bijvoorbeeld Leo Apostel sprak in zijn laatste boek (Gebroken Orde. De vergeten toekomst van de filosofie, 1992) over “intellectueel terrorisme”, dat helaas “gezag van spreken had verworven”. Dat oordeel betrof, dient gezegd, niet de twee boeken die ik net noemde, wel zijn filosofische geschriften en die van zijn geestesgenoten.

Maar ik vind Baudrillard grappig, en achteraf gezien soms visionair.
In Amerikaanse steden viel zijn scherpe oog op fenomenen die wij toen nauwelijks kenden, onder meer "joggers":

«Les primitifs désespérés se suicidaient en nageant au large jusqu’au bout de leurs forces, le jogger se suicide en faisant des aller et retour sur le rivage. Ses yeux sont hagards, la salive lui coule de la bouche, ne l’arrêtez pas, il vous frapperait, ou il continuerait de danser devant vous comme un possédé.
La seule détresse comparable est celle de l’homme qui mange seul debout en pleine ville.»
Wanhopige primitieven pleegden zelfmoord door in open zee weg te zwemmen tot hun krachten ten einde liepen, de jogger pleegt zelfmoord door aan de oever heen en weer te lopen. Zijn ogen staan wild, speeksel loopt hem uit de mond, hou hem niet staande want hij zou u slaan, of als een bezetene voor u blijven dansen.
De enige vergelijkbare ellende, is die van de man die in volle stad alleen en al rechtstaande eet.

En Baudrillard merkte er ook de aanzet tot een soort feminisme dat wij vandaag overal zien, en dat hij als overgevoelig beschrijft:

«Un clin d’œil, un geste, une mise en scène — tout est viol puisque tout est signe. Le moindre signe est une prémisse de détournement. Tel est aussi l’imaginaire féministe: pas de différence entre viol et séduction, toute avance de l’autre est une promiscuité inacceptable.»
Een knipoog, een gebaar, een toneeltje – alles is verkrachting want alles is een teken. [van huis uit is Baudrillard germanist en vertaler, en hier denkt hij misschien aan Hegel: Das Wort ist der Mord am Ding.] Het minste teken is een aanzet tot verdraaiing. Zo werkt de feministische verbeelding ook: geen onderscheid tussen verkrachting en verleiding, elke avance van de ander is een onaanvaardbare promiscuïteit.

12 maart 2007

Een genadeloos lucide romanticus

.
Toen ik daarstraks zag hoe Vande Lanotte en di Rupo in Terzake een forum kregen, en hoe zij probeerden zich te positioneren, terwijl zij op hun stoelen vastgelijmd zaten en enkel een paar mantra's wisten uit te brengen, kreeg ik bijna medelijden. Bijna, want meer op zijn plaats is natuurlijk verachting voor politici die geen ernstig woord lossen, en die zelfs op bevriend terrein geen centimeter vooruit kunnen of willen of durven kijken. Kunnen en durven in één geval en willen in het andere.
Eén zin van Vande Lanotte beviel mij anders wel, want in zijn zenuwen zei de man: dat er geen wetenschap van de politiek bestaanbaar was – anders waren er geen politici meer, enkel nog wetenschappers. Mij goed, maar wat zullen zijn politicologische confraters daarvan denken? Verder kwam er niets uit, behalve dat hij misschien, en misschien van de tewerkstellingspolitiek een puntje wilde maken, eventueel. (Dit alles gesteld natuurlijk, dat hij straks mee aan tafel zal mogen zitten? maar daar leek niemand aan te twijfelen.)
Ontroerend nog in deze uitzending, was de grote blijdschap die op alle gezichten stond na de schitterende resultaten van de enquête in de Libre Belgique.
Ach, ik wilde over iets anders spreken. De ons nu ontvallen Jean Baudrillard beweerde vijfentwintig jaar geleden dingen die ik soms op het scherp van de snee vond. Hij schreef wél heel mooi altijd, en grappig. Daarom vooral las ik hem, want zijn uitspraken klonken mij al eens gewild provocerend in de oren, dandy-achtig of goeroe-achtig zelfs. En diezelfde uitspraken ...als ik ze nu herlees, klinken mij soms wat achterhaald ...in de zin van bewaarheid en vanzelfsprekend geworden.
Baudrillard vond de "media" – hun manier om boodschappen uit te sturen – compleet ongeloofwaardig. Niet soms ongeloofwaardig, of in één of ander opzicht: .altijd en noodzakelijk.
Hij drukte dat ongeloof voortdurend uit in een onfilosofische stijl, scherp zoals ik al zei, maar met een flou artistique. Soms viel in zijn zinnen het werkwoord weg, soms het onderwerp, zolang zijn lezer maar kon invoelen wat er aan de hand was. Meer kon hij niet doen want Baudrillard was een romanticus (vertaalde eerst nog Duitse dichters) en hij vond zijn eigen boodschap al even problematisch als die van anderen.

Verdict d’incrédulité, de mécréance, qui s’étend aujourd’hui à tout ce qui nous est livré par le canal des média et de l’information, voire par celui de la science. Nous enregistrons tout, mais nous n’y croyons pas [...]. Il y a des gens aujourd’hui (ce sont les sondages qui le disent!) qui ne croient même pas à la navette spatiale! Il ne s’agit plus ici de doute philosophique quant à l’être et aux apparences, il s’agit de l’indifférence profonde au principe de réalité sous le coup de la perte de toute illusion. [...]
C’est ce qui fait que le bon vieux jugement critique et ironique n’est plus possible. On pouvait dire, pour en dénoncer la rhétorique: «Ça, c’est de la littérature!» On pouvait dire, pour en dénoncer l’artifice: «Ça, c’est du théâtre!» On pouvait dire, pour en dénoncer la mystification: «Ça, c’est du cinéma!» On ne peut pas dire, pour en dénoncer quoi que ce soit: «Ça, c’est de la télé!» Parce qu’il n’y a plus d’univers de référence. Parce que l’illusion est morte, ou parce qu’elle est totale. Le jour où nous pourrons dire de la même façon: «Ça, c’est de la télé! Ça, c’est de l’information!» c’est que tout aura changé.

Jean Baudrillard.
Les Stratégies fatales.
Éditions Grasset & Fasquelle, 1983.

Verdict van stomme verbazing en ongeloof, dat zich vandaag uitstrekt tot alles wat wij door de kanalen van media en informatie geleverd krijgen en, waarom niet, door die van de wetenschap. Van dat alles nota nemen doen we nog wel, er ook geloof aan hechten niet […]. De dag van vandaag zijn er mensen (de peilingen zeggen het!) die niet eens in de space shuttle geloven! Geen sprake hier van een filosofische twijfel over schijn en zijn: de grondige onverschilligheid tegenover het realiteitsprincipe komt voort uit de teloorgang van elke illusie. […]
Zo komt het dat het oude vertrouwde kritische en ironische oordeel niet langer tot de mogelijkheden behoort. Als je iets artificieel vond, kon je zeggen: “Dat is literatuur!” Als je iets bedrieglijk vond, en dat aan de kaak wilde stellen, kon je zeggen: “Dat is cinema!” Wat je niet kunt zeggen, om wat dan ook aan de kaak te stellen is: “Dat is TV!” Omdat er geen allesomvattend referentiekader meer is. Omdat de illusie dood is, of omdat zij totaal is. Alles zal anders zijn, de dag dat wij het doodnormaal zullen vinden om te zeggen: “Dat is TV! Dat is informatie!”


6 maart 2007

Jean Baudrillard a disparu

. 

Jean Baudrillard is dood. Het staat op de site van Le Monde.
Die man analyseerde, lang voor de meesten, op een scherpe, soms genadeloze maar altijd speelse en zelfs liefdevolle manier wat de consequenties zijn van ...niet minder dan de Verlichting, van de Rationaliteit zelve. Hij was bang voor l'utopie réalisée. Grappige filosofen bestaan! En hij was er een. Hier beschrijft hij, het is maar een splintertje van zijn gedachten, twintig jaar geleden de Marathon van New York — waar wij Vlamingen tegenwoordig ook sterk mee meeleven.
Je n’aurais jamais cru que le marathon de New York puisse vous arracher des larmes. C’est un spectacle de fin du monde. [...] Ils sont 17000 à courir, et on pense à la vraie bataille de Marathon, où ils n’étaient même pas 17000 à se battre. Ils sont 17000, et chacun court seul, sans même l’esprit d’une victoire, simplement pour se sentir exister. «Nous avons gagné!» souffle le Grec de Marathon en expirant. «I did it!» soupire le marathonien épuisé en s’écroulant sur la pelouse de Central Park. I did it! [...] J’ai couru le marathon de New York: I did it! J’ai vaincu l’Annapurna: I did it! Le débarquement sur la lune est du même ordre: We did it! Un événement moins surprenant au fond que programmé d’avance dans la trajectoire du progrès et de la science. Il fallait le faire. On l’a fait. Mais cet événement n’a pas relancé le rêve millénaire de l’espace, il l’a en quelque sorte épuisé. Il y a le même effet d’inutilité dans toute exécution d’un programme, comme dans tout ce qu’on fait pour se prouver qu’on est capable de le faire: un enfant, une escalade, un exploit sexuel, un suicide. [...] Faut-il continuellement faire la preuve de sa propre vie? Étrange signe de faiblesse, signe avant-coureur d’un fanatisme nouveau, celui de la performance sans visage, celui d’une évidence sans fin.
Jean Baudrillard. Amérique. Grasset et Fasquelle, 1986.
___________ . 

Misschien is het ongepast om het nu in herinnering te brengen, maar een verschrikkelijk onrechtvaardige zin van Leo Apostel vond ik altijd, toen hij schreef: .Zowel in de Angelsaksische landen als in Frankrijk krijgen deconstructieve geesten als Deleuze, Guattari, Baudrillard, Lyotard en Derrida gezag van spreken. Deze vorm van intellectueel terrorisme is een verschijnsel van een algemeen crisisbewustzijn. [...] de ontoegankelijkheid van de wetenschap en het verdwijnen van ieder wereld- of waardebeeld, dit alles brengt een golf van antirationalisme teweeg en vermengt zich met lusteloosheid en apathie. (Gebroken Orde; de vergeten toekomst van de filosofie, 1992) Op die manier kan alvast ik niet terugdenken aan de grote Baudrillard. . .

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html