30 januari 2020

Wordt blasfemie een misdrijf in Frankrijk?


Gisteren op Europe1 heeft de Franse minister van Justitie, Nicole Belloubet geantwoord op vragen van Sonia Mabrouk. Het ging met name over de 'affaire Mila' een lesbische lyceumleerlinge die zich op Instagram beledigend had uitgelaten over de islam, en bijgevolg nu met de dood wordt bedreigd.

De minister, die blijkbaar niet van de snuggersten is, deed bij Mabrouk een uitspraak die impliciet een wet op godslastering goedkeurt, en ook kondigde ze censuurmaatregelen aan op de sociale media. Twee dingen die in de Franse lekenstaat voorlopig nog als een vloek klinken. 
De in Engeland levende Algerijn Aldo Sterone, een blogger en auteur die ik al lang volg, gaf daarbij de beste commentaar tot nog toe, en ik vertaal hem onderaan.

Sonia Mabrouk : Wat is het zwaarste misdrijf van de twee: een religie beledigen of iemand met de dood bedreigen?
Nicole Belloubet : Kijk, in een democratie zijn doodsbedreigingen onaanvaardbaar. Het is absoluut onduldbaar, het breekt met het respect dat men anderen verschuldigd is. Het is onduldbaar, onaanvaardbaar. Een religie beledigen is vanzelfsprekend een aanslag op de gewetensvrijheid, dat is zwaarwichtig maar het heeft niets met bedreiging te maken.
Sonia Mabrouk : Wat u daar zegt is belangrijk, u plaatst ze niet op gelijke voet. Mag ik u erop wijzen dat er twee enquêtes zijn geopend betreffende de adolescente die de islam heeft beledigd. Een enquete rond het aanzetten tot haat, en een enquete rond de doodsbedreigingen die ze krijgt. Voor u is er echt…
Nicole Belloubet : Voor mij zijn doodsbedreigingen ...ik zeg dat duidelijk: met doodsbedreigingen kunnen wij niet te werk gaan in een democratie, met geweld zoals dat vandaag tot uiting komt ook op de sociale media, gaat het niet. Dat is trouwens de reden waarom er nu een wetsvoorstel ter discussie staat rond de bestraffing van haatspraak op het internet. [la loi Avia is bedoeld]



Sonia Mabrouk : Quel est le délit le plus grave, entre insulter une religion ou menacer de mort quelqu’un ?
Nicole Belloubet : Écoutez, dans un démocratie la menace de mort est inacceptable. C’est absolument impossible, c’est quelque chose qui vient rompre avec le respect que l’on doit à l’autre. C’est impossible, c’est inacceptable. L’insulte à la religion, c’est évidemment une atteinte à la liberté de conscience, c’est grave, mais ça n’a pas à voir avec la menace.
Sonia Mabrouk : C’est important ce que vous dites, vous ne le mettez sur le même plan. Je vous rappelle que deux enquêtes sont ouvertes sur le cas d’une adolescente qui a insulté l’islam. Une enquête pour incitation à la haine, la visant, et une enquête sur les menaces de mort qu’elle subit. Pour vous il y a vraiment…
Nicole Belloubet : Pour moi les menaces de mort, je le dis clairement : nous ne pouvons pas fonctionner dans une démocratie avec des menaces de mort, avec de la violence, comme elle s’exprime aujourd’hui, y compris sur les réseaux, ça n’est pas possible. C’est la raison d’ailleurs pour laquelle il y a actuellement une proposition de loi en discussion, sur la répression de la haine sur internet.


Aldo Sterone: In landen waar blasfemie een misdrijf is, staat dat maar zelden als dusdanig in de wet. Het zijn andere, schijnbaar onschuldige wetten die de rechtbanken zo interpreteren dat ze godslasteraars kunnen straffen. 
In Frankrijk zou men iets van deze aard kunnen zien: 'De Republiek is een lekenstaat, maar zij verdedigt de meningsvrijheid van al haar burgers. Wie een religie beledigt pleegt een zware aanslag op die vrijheid, en dient veroordeeld te worden.' 
Dat is exact wat Belloubet vertelt, een minister van Justitie in 2020.

Hiermee wordt de doos van Pandora geopend. Bij een volgend incident maken we misschien het volgende mee: 'Velen van onze medeburgers onderhouden de vasten tijdens de Ramadan. In de publieke ruimte eten tijdens die maand is een onduldbare aanslag op de gewetensvrijheid van diegenen die vasten. Al blijft de Republiek frenetiek laïcistisch, zij moet langs gerechtelijke weg respect eisen voor religies.' 
Het delict blasfemie komt wellicht nooit in het wetboek. Maar naar het voorbeeld van de vele landen die al zwichtten voor de eisen van extremisten, zal het er de facto komen.

28 januari 2020

Hoe kun je een brief besluiten?


Net bracht de postbode me een prachtig boek dat ik nooit helemaal gelezen zal krijgen (vijftienhonderd zesendertig pagina's): Joseph de Maistre, Correspondance (Paris, Les Belles Lettres, 2017). Maistre is een schitterende stilist en veel van die brieven zijn ook gericht aan mensen die we nog kennen, of er worden mensen in vermeld, en dan helpt bij het grasduinen zo'n naamregister achteraan.

Het pakje dat de vriendelijke B-postman me overhandigde was naar behoren gefrankeerd, en een van de zegels ziet u hiernaast, met de beeltenis van Hughes Félicité Robert de Lamennais. Toevallig een kerel die me interesseert: toen die de leeftijd had om zijn eerste communie te doen, weigerde hij dat want hij had Rousseau en nog enkele philosophes gelezen. Later veranderde hij van gedacht, liet zich dopen en werd zelfs priester. Hij publiceerde veel en kreeg het aan de stok met Gregorius XVI die zijn geschriften veroordeelde want Lamennais was voor de vrije meningsuiting. Hij liet het katholicisme voor wat het was, en werd volgens zijn wens burgerlijk begraven op Père Lachaise.

Dus las ik meteen alle brieven aan deze Lamennais, en de brieven waarin zijn naam valt. En dat Maistre een charmante briefschrijver is moge blijken uit zijn slotzinnen hieronder:

À Mme la Duchesse des Cars
Turin, 28 mai 1819

[...] Dites-moi donc de finir, Madame la Duchesse ; il y a deux occasions où je n’ai pas ce talent : c’est quand je parle à vous, ou de vous. Cependant, Madame de Sévigné ayant décidé expressément que toute lettre doit finir, je ne puis contredire une décision aussi respectable.

__________
P.SOver de opvattingen van Lamennais wist behalve die paus ook Heine iets te vertellen: '…die republikanisch-katholischen Lehren eines Lamennais, welcher die Jakobinermütze aufs Kreuz gepflanzt hat.' (in: Über die französische Bühne – theaterkritieken, 1837)

20 januari 2020

Jihadisten zijn geen rechtsonderhorigen als anderen


Vrijdag 17 januari had de Franse advocaat Régis de Castelnau alweer een interessante beschouwing op REACnROLL. Hij neemt een gewaagd standpunt in, dat velen evenwel binnensmonds al beaamd zullen hebben. Mijn indruk is dat diegenen die hem wensen tegen te spreken best vroeg kunnen opstaan.

Ik heb de tekst niet eerst uitgeschreven, maar direct in het Nederlands vertaald, soms wat parafraserend, en ook zijn er uitweidingen weggelaten. De lezer vindt klankfragmenten hieronder, maar de volledige commentaar van Castelnau is te vinden bij deze link:




De kwestie is delicaat. We leven in een rechtsstaat, in een democratie, die ontegenzeglijk wordt aangevallen en zeer verdeeld is. En die staat zit met een zeer grote uitdaging, namelijk die moslimreligie van een groot aantal van onze landgenoten, met de moorddadige uitwassen die we vandaag kennen. We zouden onze principes en onze rechtsstaat willen vasthouden als leidraad en daarnaar handelen. Recht moet geschieden: het zijn overtredingen, delicten, misdaden enzovoort.
Het probleem is dat onze rechtsmiddelen  waaraan ik gehecht ben als aan mijn oogappel – dat die ongeschikt zijn voor de werkelijkheid van deze oorlog. Want een oorlog is het, een asymmetrische oorlog zo u wil, maar een oorlog, met mensen die wapens dragen, oorlogswapens, die moorddadig gedrag vertonen, als soldaten in dienst van een zaak, en die bovendien ons land zelf aanvallen. Anders gezegd, zij proberen het te destabiliseren, te verzwakken, pijn te doen. Tot nader order heet zoiets oorlog, en bij de meest driftigen is de uitgesproken doelstelling om in Frankrijk de oemma en het kalifaat te vestigen.



Ik denk dat sommigen niet graag zullen horen wat ik vertel, maar dan is er toch het CCIF met hun leider Marwan Muhammad destijds die zei: ‘Niemand kan ons de hoop ontnemen om de sharia in Frankrijk in te voeren, eens we in de meerderheid zijn.’* Bon, dat is een excellente manier om het vivre ensemble te bevorderen.


Er is een echte tegenstrijdigheid tussen onze juridische voorzieningen, die slaan op een gestabiliseerde, democratische samenleving – ook al is daar onrust en zijn er spanningen – en de agressie waar wij het voorwerp van zijn, want de voorzieningen en wapens waarover wij beschikken zijn niet berekend voor wat er op het spel staat.



Het probleem met mensen van wie men weet dat ze geradicaliseerd zijn, waarvan men weet dat ze tot de daad kunnen overgaan, de ‘verwarden’, de ‘solitaire wolven’ enzovoort, het probleem daarmee is dat vandaag het habeas corpus dat normalerwijze geldt in ons land, totaal in tegenstrijd is met de noodzaak te voorkomen dat men radicaliseert en tot daden overgaat die pure oorlogsdaden zijn.
Evengoed heb ik polemieken gehad betreffende diegenen die in het Midden-Oosten gevangen zitten en Frankrijk dus hadden verlaten en verworpen om naar daar te gaan, en die vandaag zeggen – ik meen dat het de man is die onlangs vrijgelaten werd – ‘Ha, maar ik heb niets misdaan …ik was daar verkeersagent’. Misschien kan men eens ophouden met iedereen voor de gek te houden, hè. Hij heeft zijn land verworpen en heeft zich ginds dan aan afschuwelijkheden overgegeven, want wie ook die daar is geweest weet heel goed wat er aan de hand was, en heeft zeker en vast gruwelijkheden bijgewoond, als hij er al niet aan heeft deelgenomen.

Dus als er in bepaalde landen mensen zijn aangehouden voor wandaden en misdaden, en zij daar vastzitten en de juridische sancties ondergaan die in die landen voorzien zijn, dan mag men in geen geval daarin tussenkomen. Men kan een advocaat ter beschikking stellen, men kan zorgen voor contact met de familie en zo meer, maar in de werking zelf van die procedures hoort men niet tussen te komen. Terwijl ik dan vaststel dat die campagne voor terugkeer, voor een recht op terugkeer van deze criminelen deels al vruchten heeft afgeworpen, want ik meen dat Erdoğan, de Turken die hen vasthielden en daarover onderhandeld hebben, maar al te blij waren ze ons in de maag te splitsen en hen niet het lot te laten ondergaan dat ze in oorlogsomstandigheden, laten we dat niet vergeten, verdienden.



Wat ik bedoel is dat onze eigen categorieën hierbij hanteren – onze troetelbehandeling zoals men zegt – en deze toepassen op situaties die tot de zuivere barbarij behoren, dat vind ik toch een beetje ongewoon, des te meer omdat wij met die onverenigbaarheid zitten: we kunnen de problemen niet aanpakken zoals het hoort.
Het spijt me, maar in een oorlog hebben de krijgsgevangenen geen recht op het habeas corpus. Er zijn Conventies van Genève waarover lang is onderhandeld en die een bepaald aantal zaken voorzien en gerespecteerd worden – niet helemaal in bijvoorbeeld Guantánamo – maar in elk geval gaat het niet om het normale recht, wil ik zeggen. En dan zal men mij zeggen, ja maar nu bent u bezig burgers uit te stoten uit de universele categorie van de Franse burgers en van de vreemdelingen die regulier in Frankrijk wonen en onder de wetten van dit land vallen. U maakt er een aparte categorie van. En dan antwoord ik: ja, want zij hebben de wapens tegen ons opgenomen. Men kan hen niet …dat maakt hen niet tot rechtsonderhorigen zoals de anderen.


Kijk, ik besef dat ik heel wat kritiek zal mogen horen over dit standpunt, maar ik denk dat we de dingen onder ogen moeten zien. Wat ik heb vastgesteld is dat men wetten maakt rond veiligheid en wat al niet  en dat die als bij toeval ieders vrijheden beknotten en diegenen die vastbesloten zijn oorlog met ons te voeren niet al te zeer hinderen. In plaats daarvan zou ik wel te vinden zijn voor rechtsmiddelen, beperkt in de tijd en niet enkel bij noodtoestand of belegering, nee nee, om dus bijvoorbeeld de administratieve aanhouding in te voeren. Dat die dan onder de verantwoordelijkheid van een rechter zou vallen, na een procedure, waarom niet tenslotte?
Maar als je iemand onder aanhoudingsmandaat plaatst dan val je onder de Conventies, onder het Europees Hof der Mensenrechten, onder dit en onder dat, nabijheid van de familie enzovoort. Nee, welnee, men moet ze samenbrengen want hoe gaat het vandaag? Het is toch wel sterk dat je in onze gevangenissen een grote moslimpopulatie hebt – om sociale redenen hé, want het zijn gewoonlijk de meest kansarme groepen – en die daar in die gevangenissen geëxploiteerd wordt door de salafisten. Dat is zo klaar als wat. Omdat men geen middelen voorziet om dat te controleren omdat het moeilijk is, en ook omdat men gekneld zit in normen die daartoe ongeschikt zijn.

Ah ja, maar madame Taubira – die zich daar geen bal van aantrekt hè – is vertrokken met de woorden: ik ben tegen de vervallenverklaring van de nationaliteit. En waarom wel? Zij hebben besloten ons te beoorlogen! Ah, ho! we mogen geen staatlozen creëren! Wel het spijt me, maar dan moeten wij die conventie opzeggen.
We hebben toch een specifiek probleem hier bij ons: namelijk dat wij een sterke moslimgroep hebben, die over alle rechten beschikt, en waarvan het overgrote deel in dit land leeft en rust wenst en in het algemeen een afschuw heeft van die lui. Maar er zijn gaten, en sociale mechanismen die maken dat ze potentieel een jachtprooi worden voor hun vijanden. En diegenen die van kamp veranderen, diegenen die hun land verraden, diegenen die hun natie verraden, die hebben hier niet langer hun plaats, of het moest zijn in de grachten van Vincennes** voor de meest schuldigen onder hen.

Ik heb dus een wat militaire kijk op de zaak, en de vraag die men daarbij dan stelt is: Kan men een helemaal burgerlijk systeem laten bestaan naast een militair systeem? Wel, dat weet ik niet.
___________
* Een product van de moslimbroeders. ‘Islamofobie is geen opinie, het is een delict’ zeggen deze gematigden in hun manifest. De uitspraak van Marwan Muhammad mocht eens voorgelegd worden aan diegenen die het begrip omvolking (≈remplacement) graag willen weglachen.
** Toespeling op de executie van de hertog van Enghien in 1804.

16 januari 2020

En ze waren allemaal 'Charlie'


Wie graag eens een ex-communist de katholieken hoort verdedigen, kan luisteren naar wat de ereadvocaat Régis de Castelnau te vertellen had over het liedje ‘Jésus est un pédé’, dat op de publieke zender France Inter ten gehore werd gebracht. Dat had hem, atheïst zijnde gestoord.
Castelnau komt een stuk krachtiger uit de hoek dan bijvoorbeeld die vijg van een paus waar de brave katho’s mee opgescheept zijn, en die nooit verder komt dan wat platitudes.
Zonder zich illusies te maken spoort hij de Parijse procureur Rémi Heitz aan tot enige actie, want van de Audiovisuele Raad (een weinig respectabele bende volgens hem) verwacht hij in het geheel niets. En die fine équipe van France Inter beschrijft hij als knechtjes, des petits valets, in dienst van wat hen 'de goede zaak' lijkt.
Iemand, zegt Castelnau, moest op dat plateau zijn opgestaan en aan die laffe zanger gezegd hebben: Heel goed, en nu mag u dat liedje brengen met in plaats van de naam Jezus die van Mohammed... 'cette autre religion'.


Maar beter nog dan deze audio beluisteren is kijken naar REACnROLL,
wat u kunt doen voor vijf euro per maand.
______________
Noot van 17 januari: France Inter heeft intussen zijn verontschuldigingen aangeboden aan de 'LGBT+gemeenschap' voor het gebruik van de term pédé.

15 januari 2020

De maskers vallen af !


De Franse betalende site REACnROLL (vijf euro per maand) is zijn geld meer dan waard. Elke dag heb je er een mooi gesprek dat in de gewone pers geen kans zou krijgen. De grappigste gesprekken vind ik altijd die tussen Régis de Castelnau en Barbara Lefebvre, geen R&R dus maar R&B.

Vandaag hadden zij het over Carlos Ghosn, de Braziliaans-Libanees-Franse tycoon* die tot voor kort nog de baas was van Renault-Nissan. Deze man werd in Japan aangehouden op beschuldiging van corruptie, maar wist te ontsnappen en zit nu in Libanon.

De ere-advocaat Régis (de Curières) de Castelnau was destijds lid van en advocaat van de communistische partij. Barbara Lefebvre is geografe, auteur en essayiste. 
Wat zij vertelden was ongunstig voor Macron ('notre ami Macron' noemt Castelnau hem altijd, en Lefebvre knikt dan glimlachend). Blijkbaar had, of heeft die een staande vete met Ghosn, en gunde hij hem zijn lot wel.

Dat komt zo: toen Macron nog geen president was, maar minister van Economische Zaken en Industrie, was de fusie van Renault met Nissan aan de orde, en aangezien de Franse staat hoofdaandeelhouder is van Renault moest er met de officiële instanties gesproken worden. Ghosn wilde echter enkel met de president praten, niet met een ministertje... vandaar de stilte van Frankrijk bij diens aanhouding. Of de staatsbelangen daarmee gediend zijn is een andere zaak.

'Le personnage est très antipathique', zegt Castelnau van Ghosn, maar dat deze het onmenselijke en totaal corrupte Japanse rechtsapparaat ontvluchtte vindt hij meer dan begrijpelijk.

Hier het slot van het gesprekje:


Affaire Ghosn: Un système judiciaire nippon ni mauvais




Barbara Lefebvre : L’intérêt national, j’ai l’impression qu’il n’est pas très très bien compris.
Régis de Castelnau : Et qu’il… en tout cas il n’est pas porté par Emmanuel Macron. Aucune de ses décisions depuis qu’il a été élu ne procède de l’intérêt général et de l’intérêt national, donc heu… oh, c’est Marine Le Pen qui a dit ça. C’est blasphématoire ce que je viens de dire.
Lefebvre : Vous êtes démasqué, Régis.
Castelnau : Je suis démasqué, hein …sûrement.

____________
* タイクーン

Taikūn: Japans voor 'belangrijk personage' las ik ergens.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html