Posts tonen met het label Erdogan | Recep Tayyip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Erdogan | Recep Tayyip. Alle posts tonen

4 augustus 2023

Gecorrigeerde benaming voor de Bulgaarse Nationale Feestdag?

 

Bulgarije heeft zijn nationale feestdag op 3 maart. Officieel heet die dag: Денят на Освобождението на България от османско иго, Dag van de bevrijding van Bulgarije van het Osmaanse juk. Op deze dag in 1878 (19 februari in de oude stijl) werd het Verdrag van San Stefano getekend, ter beëindiging van de Russisch-Turkse Oorlog die na vijf eeuwen onderdrukking tot de bevrijding van Bulgarije leidde.

Het afwerpen van dat islamitische juk kwam er dus met de hulp van Rusland, want alleen kon het land die strijd niet aan. Talloze steden en dorpen hebben er standbeelden ter ere van de jonge soldaten van het Russische leger die toen sneuvelden. Het bekendste van die beelden, Alyosja, staat op een heuvel in Plovdiv.

Nu zijn Turkije en Bulgarije grenslanden en vele verkozenen in het Bulgaarse parlement hebben beide nationaliteiten, maar als puntje bij paaltje komt weegt hun Turkse afstamming het zwaarst. Begrijpelijk dus dat zij een andere benaming en een andere datum voor die feestdag willen zien.

Sommige Bulgaren willen liever 24 mei, de naamdag van Cyrillus en Methodius, heiligen van de negende eeuw. Cyrillus is de uitvinder van het glagolithisch alfabet (later vereenvoudigd tot het huidige Cyrillisch) en Methodius vertaalde de bijbel in het Oudkerkslavisch. Afwachten wat het Bulgaarse Parlement zal beslissen.

Hier en daar gaan zelfs stemmen op om ook die Russische Alyosja meteen maar te laten verdwijnen. Bij de EU en haar Amerikaanse bazen zullen zulke inzichten wel in goede aarde vallen. Tenslotte willen zij Turkije op de een of andere manier in de EU-club binnenloodsen, al vindt de Europese bevolking dat een Aziatisch land met een totaal andere religie en cultuur nooit Europees kan zijn.

Ons Belgisch afdankertje, Charles Michel, zou in die richting zelfs al toezeggingen hebben gedaan aan Erdoğan, vanzelfsprekend zonder goed te beseffen waar hij mee bezig was.


18 november 2021

Viriliteit met een toevoeging

De Morgen heeft een rubriek ‘Achtergrond’, en daarin schrijft Rob Vreeken over Erdoğan die zijn ‘mannelijke viriliteit wil bewijzen’ – nu eens door op een paard te springen, dan weer met een partijtje basketbal.

De 25ste maart van 1765 schreef Voltaire een brief aan d’Alembert, met daarin een stilistische opmerking: ‘... l’adjectif affaiblit souvent le substantif, quoiqu’il s’y rapporte en cas, en nombre et en genre.’

Akkoord, dat is lang geleden, en misschien heeft Vreeken hier juist gelijk met zijn precisering: vandaag weten we immers dat viriliteit niet alleen toxisch kan zijn, maar blijkbaar ook feminien.


7 april 2021

Charles Michel is een vijg

Geen nieuws, wij wisten dat al, maar nu weet heel de wereld wat voor een slapjanus die zoon van zijn vader is, en de Fransen zullen beter begrijpen waarom Macron die vijg als ‘president’ van de EU wilde.

Het is waar, hij heeft het van niet ver onze Charel want ook zijn vader is nooit een groot licht geweest, herinner u zijn belachelijke, gespeelde woedeaanval in het ‘EU-parlement’ en daarvoor nog zijn verbod om in Oostenrijk te gaan skiën, terwijl er in dat land nog helemaal geen corona was, maar wel al ‘fascisme’.

De kleine Charles zal van zijn vader weinig geschiedenis geleerd hebben, en het is dus begrijpelijk dat hij geen islamofascist kan herkennen al stond die recht voor hem.

Dat nog daargelaten, erger is dat Charel thuis ook geen manieren heeft geleerd.

Bij CNews was men niet mals voor ons plompe kereltje. Geen discussie: het had zijn plaats moeten aanbieden aan Ursula von der Leyen vond de moderator ...‘ça va de soi.’ Opstaan dus, de rug rechten in plaats van hem te krommen voor Macron, of zoals hier voor Erdoğan.

‘Dat zal hem blijven aankleven,’ horen we in het fragment hieronder. ‘We hebben het Europa, en het Europees politiek personeel dat we verdienen,’ vond de advocaat Gilles-William Goldnadel. ‘We zagen, drie stappen op de achtergrond een gesluierde, een vernederde vrouw, en Erdoğan liet aan iedereen zien waar de plaats van vrouw is,’ zei de advocate Sophie Obadia. ‘Charles Michel, c’est complètement indécent,’ vond de journaliste Véronique Jacquier.


29 oktober 2020

Zijn Amerikaanse belangen ook de onze?


Éric Zemmour mag dan voor onze journalisten de baarlijke duivel zijn (ze hebben iets dergelijks eens opgevangen ergens), maar een woord inbrengen tegen zijn analyses gaat denkelijk velen hun krachten te boven (en dan zwijg ik nog over zijn eruditie  de man kent zijn geschiedenis  of over zijn verbale begaafdheid).
Wat hij hier zegt over de Franse elites (en dat geldt voor de onze niet minder), ja, zulke dingen worden hem niet licht vergeven. Er gaan dan ook stemmen op om hem uit de media te weren: de man heeft te veel succes en CNews wordt een bedreiging voor de mainstream zenders.
   
 

Éric Zemmour: Vandaag hebben wij Fransen, in de confrontatie tussen Griekenland en Turkije voor de Grieken gekozen. We zijn eens te meer de enigen die deze keuze maken. Je ziet goed dat de Duitsers zich heel gedeisd houden, zich laten vergeten en we leggen straks uit waarom.
Ook de Amerikanen helpen de Grieken niet. In werkelijkheid staan ze juist achter de Turken. De Amerikanen staan achter de Turken op alle gebied. Ze laten die hun gang gaan in Libië, laten ze hun gang gaan in Syrië, laten ze hun gang gaan in Azerbeidzjan. Eigenlijk zijn de Turken de vertegenwoordigers van de Amerikanen, de proxy’s zegt men vandaag met een militaire uitdrukking, wat betekent dat Turken de werkjes opknappen waar de Amerikanen zelf niet meer aan willen. En dat biedt de mogelijkheid de Russen te op de zenuwen te werken, en bij de Europeanen verdeeldheid te zaaien.
Christine Kelly: Waarom schaart Frankrijk zich achter Griekenland, terwijl de Franse elites nog tot voor enkele jaren ervoor pleitten om Turkije tot de EU toe te laten?
Zemmour: Omdat de Franse fascinatie voor Turkije niet is gestopt na François I. Twintig jaar geleden is het, dat weet iedereen nog, dat heel onze elite, Chirac, Juppé, Rocard, Strauss-Kahn, Fabius, dat al die lui ijverden voor de entree van Turkije in de EU.
En daar heeft Erdoğan heel handig op ingespeeld. Zoals u weet was het wapen van Atatürk zijn leger, en om zijn land te laïciseren, te seculariseren, en om het te verwestersen gebruikte hij het leger. Het was een militaire dictatuur. De islamist Erdoğan heeft gedaan net alsof hij meeging met de canon van de democratische Europeanen, om op die manier zijn leger – als ik dat zo kan zeggen – te ontwapenen, en er een politieke dwerg van te maken. En de Europeanen stonden te applaudisseren.
Die naïevelingen hadden niet door dat Erdoğan dat allemaal deed, niet om de Europese democratie te plezieren, maar integendeel om zijn land te islamiseren en zich te ontdoen van dat leken-korset.
De Franse elite getuigde van een ongelooflijke stupiditeit, ze hebben niets begrepen en niets gezien. En ja hoor, in die tijd, en zelfs nog na de eeuwwisseling hadden de Franse elites het over Erdoğan en de Turkse islamisten ...als waren die een soort christendemocraten op zijn moslims. Je moet dat vandaag herlezen, je lacht je een breuk, en het is een schande voor al die lui, die nu allemaal hun mond zouden moeten houden.
Want wat zien we nu met Erdoğan? Dat hij tegelijk een islamist is, moslimbroeder, en Daesh (De Islamitische Staat) heeft gesteund. Vergeten we dat nooit! De echte peetvader van Daesh was Turkije. En ten tweede, is hij een nostalgicus die terugdenkt aan het Ottomaanse Rijk, en heel de regio wil re-ottomaniseren. We zien dat de plekken waar hij tussenkomt  hij staat op vier-vijf fronten  uitsluitend gebieden zijn waarover het Ottomaanse Rijk zich uitstrekte.
En Frankrijk gaat dus achter Griekenland staan, niet enkel om historische redenen, Plato enzovoort, maar ook om geostrategische redenen, begrijp dat wel.
In werkelijkheid houdt Turkije iedereen in een houdgreep met zijn geografische ligging. Het was de zuidflank van de NAVO, tegen Rusland, destijds de USSR dus. Vandaag heeft hij het migrantenkraantje in handen. In Duitsland zijn er miljoenen Turken, dus is mevrouw Merkel verlamd: zodra Erdoğan de stem verheft gaat ze braaf liggen en kruipt onder het tapijt.
Komt daarbij dat er op Turkse bodem nucleaire NAVO-basissen zijn – dat is zonder meer fundamenteel – er zijn Amerikaanse antiballistische raketten gestationeerd. Als dus de Turken zich meester maken van die raketten, dan zijn ten eerste de Amerikanen verloren, en ten tweede is Europa niet langer nucleair beschermd en moet men met andere woorden mogelijk toegeven aan nucleaire chantage, ook met onze atoombom als afschrikkingsmiddel.
En zo houdt Erdoğan iedereen in zijn greep, en jaagt hij iedereen schrik aan.
En dan zijn de enigen die hun stem een beetje durven verheffen de Fransen – we mogen hier ten andere Emmanuel Macron hulde brengen …maar die gaat niet het hele eind. U zult zich herinneren dat hij het had over de hersendood van de NAVO, en dat ging om Turkije. Tenslotte bedreigt Turkije NAVO-bondgenoten als Frankrijk en Griekenland.* Daarin zijn wij de geallieerden van de Grieken, en hun militaire macht is niet verwaarloosbaar. Hun militair budget bedraagt meen ik, deze namiddag keek ik het na, 2,2% van het bruto nationaal inkomen.
Dimitri Pavlenko: En ze kopen Rafales.
Zemmour: En ze kopen Rafales, en hebben een leger van 100.000 man. Maar goed, de Turken hebben er 4 à 500.000. Dat is niet niks, het Turkse leger is een stuk sterker, maar we kunnen ons achter de Grieken scharen. En daar is Macron halverwege blijven steken: hij heeft het als enige aangedurfd om zijn stem luid tegen Erdoğan te verheffen, maar daar blijft het bij.
Hij durft niet… hij stemt zijn politiek toch af op de Amerikanen. Hij verwacht dat de Amerikanen Erdoğan het zwijgen opleggen. En dat zullen de Amerikanen niet doen. Het is, als u wil het gebruikelijke Franse probleem: men stemt zijn politiek af op de Verenigde Staten, omdat men meent dat zij dezelfde belangen hebben als wij, terwijl zij maar zelden dezelfde belangen hebben.
__________
* Een Turkse oorlogsbodem richtte zijn vuur-radar op een Frans marineschip, het volstond dus om enkel nog de trekker over te halen. De Franse kapitein heeft niet gereageerd. Niet zo'n aangename situatie voor de matrozen.

10 september 2020

Nu zwijgen ze stilletjes

Wie we nog weinig horen zijn de EU-commissarissen, en de Belgische politici en hun journalisten die destijds Turkije mordicus bij hun ‘club’ wilden – ‘club’ was de term van Erdoğan voor de EU, maar niemand maalde om dat woordgebruik. Blijkbaar is enig eergevoel geen vereiste om EU-commissaris te worden. Die EU mocht geen ‘christelijke club’ blijven preciseerde Erdoğan, en in zijn eigen land alvast wil hij de laatste restanten van het christendom wegvegen: onder meer de Hagia Sofia is weer een moskee.

Evenmin maakte iemand bezwaar toen diezelfde Erdoğan zei dat de democratie iets was als een tram: je neemt die tot aan de halte waar je uitstapt. En dat Turkije een stuk van Cyprus militair bezet houdt (een oorlogsdaad gericht tegen …een Navo-bondgenoot) liet men eerder al over zich heen gaan. Een Karel De Gucht bijvoorbeeld keurde die bezetting impliciet zelfs goed.

Vandaag zwijgen die grote lichten in alle talen, want Turkije stuurt nu troepen naar Libië – voormalig Ottomaans bezit – en op zoek naar gas vaart het met marineschepen in Griekse territoriale wateren.

Maar wie nog tot voor kort verschillend dacht over dat EU-lidmaatschap was een kortzichtige, een bekrompene, iemand die niet het geopolitieke verstand van een Karel De Gucht of een Günter Verheugen bezat. Of erger nog: het was een racist of een mestkever. Turkije zelf mocht dan wel de genocide op de Armeniërs loochenen: zoiets moest je door de vingers zien.

Het was goed dat Éric Zemmour dit alles nog eens op een rijtje zette in het panel van CNews:


Christine Kelly: Harold Hyman, nog een woordje tot besluit?
Harold Hyman: Een woordje tot besluit. Morgen zal het gaan over dat nieuwe Turkije dat een bedreiging wordt, en dan hebben de Europeanen tenminste toch gezegd dat de oostelijke Middellandse Zee onder de soevereiniteit van de Europese naties valt. Dat zal wel voor enige deining zorgen, en vanzelfsprekend hoeft het geen betoog dat Turkije geen lid wordt van de EU. Dat is volslagen…
Éric Zemmour: Maar Harold leest mijn gedachten! Want als toemaatje wilde ik net herinneren aan al die verklaringen van een jaar of tien-vijftien terug – en ik wil hier geen zaag spannen hé…
Christine Kelly: Non, non, non…
Éric Zemmour: …al die Chiracjongens , die Juppés, de socialisten…
Christine Kelly: Het zijn er wel wat.
Éric Zemmour: …die zegden dat Turkije zo nodig bij de EU moest. En als dan simpele mensen hen zegden: maar dit slaat nergens op! dat is een mohammedaans land! dat ligt niet in Europa! …dan werden die voor sufferds versleten door de grote weldenkenden en de grote lichten van die tijd. En nu slaan die zelf een ridicuul figuur, dat moeten we toch zeggen! Dat moet toch gezegd worden!
Christine Kelly: Laat dit dan het laatste woord zijn…
Éric Zemmour: Wel ja, een beetje geheugen kan geen kwaad!
Christine Kelly: Zo is dat. Dankjewel voor deze opmerkingen, We hebben maar weinig tijd meer voor onze twee genodigden…

Christine Kelly : Harold Hyman, un dernier mot.
Harold Hyman : Dernier mot, demain voilà on va parler de cette Turquie nouvelle qui commence à menacer et les Européens ont dit quand même que la Méditerranée orientale est un enjeu de souveraineté pour des nations européennes. Donc là ça va tanguer et puis, évidemment, est-il besoin de préciser que la Turquie ne rentrera pas dans l’Union européenne. C’est complètement…
Éric Zemmour : Mais Harold lit dans mes pensées, parce que j’allais rappeler quand même, pour la bonne bouche, toutes les déclarations d’il y a dix, quinze ans. Non, mais je ne vais pas ...je ne vais pas scier tout le monde hein…
Christine Kelly : Non, non non.
Éric Zemmour : ...tous les chiraciens, les juppés, les socialistes…
Christine Kelly : Il y en a plein.
Éric Zemmour : …qui disaient qu’il fallait que la Turquie rentrât dans l’Union européenne, et quand les pauvres gens leur disaient : mais! ça n’a rien avoir, mais! c’est un pays musulman, mais! ce n’est pas en Europe… ils se faisaient traiter d’abrutis par les grandes consciences et les grandes intelligences de l’époque. Donc il faut dire quand même ils sont ridicules ces gens-là aujourd’hui quand même. Il faut quand même le dire, il faut le dire.
Christine Kelly : On restera sur ce dernier mot…
Éric Zemmour : Eh oui, quand-même, il faut quand-même un peu de mémoire quoi!
Christine Kelly : Tout à fait. Merci pour ces remarques. Il nous reste peu de temps pour nos deux invités…

20 januari 2020

Jihadisten zijn geen rechtsonderhorigen als anderen


Vrijdag 17 januari had de Franse advocaat Régis de Castelnau alweer een interessante beschouwing op REACnROLL. Hij neemt een gewaagd standpunt in, dat velen evenwel binnensmonds al beaamd zullen hebben. Mijn indruk is dat diegenen die hem wensen tegen te spreken best vroeg kunnen opstaan.

Ik heb de tekst niet eerst uitgeschreven, maar direct in het Nederlands vertaald, soms wat parafraserend, en ook zijn er uitweidingen weggelaten. De lezer vindt klankfragmenten hieronder, maar de volledige commentaar van Castelnau is te vinden bij deze link:




De kwestie is delicaat. We leven in een rechtsstaat, in een democratie, die ontegenzeglijk wordt aangevallen en zeer verdeeld is. En die staat zit met een zeer grote uitdaging, namelijk die moslimreligie van een groot aantal van onze landgenoten, met de moorddadige uitwassen die we vandaag kennen. We zouden onze principes en onze rechtsstaat willen vasthouden als leidraad en daarnaar handelen. Recht moet geschieden: het zijn overtredingen, delicten, misdaden enzovoort.
Het probleem is dat onze rechtsmiddelen  waaraan ik gehecht ben als aan mijn oogappel – dat die ongeschikt zijn voor de werkelijkheid van deze oorlog. Want een oorlog is het, een asymmetrische oorlog zo u wil, maar een oorlog, met mensen die wapens dragen, oorlogswapens, die moorddadig gedrag vertonen, als soldaten in dienst van een zaak, en die bovendien ons land zelf aanvallen. Anders gezegd, zij proberen het te destabiliseren, te verzwakken, pijn te doen. Tot nader order heet zoiets oorlog, en bij de meest driftigen is de uitgesproken doelstelling om in Frankrijk de oemma en het kalifaat te vestigen.



Ik denk dat sommigen niet graag zullen horen wat ik vertel, maar dan is er toch het CCIF met hun leider Marwan Muhammad destijds die zei: ‘Niemand kan ons de hoop ontnemen om de sharia in Frankrijk in te voeren, eens we in de meerderheid zijn.’* Bon, dat is een excellente manier om het vivre ensemble te bevorderen.


Er is een echte tegenstrijdigheid tussen onze juridische voorzieningen, die slaan op een gestabiliseerde, democratische samenleving – ook al is daar onrust en zijn er spanningen – en de agressie waar wij het voorwerp van zijn, want de voorzieningen en wapens waarover wij beschikken zijn niet berekend voor wat er op het spel staat.



Het probleem met mensen van wie men weet dat ze geradicaliseerd zijn, waarvan men weet dat ze tot de daad kunnen overgaan, de ‘verwarden’, de ‘solitaire wolven’ enzovoort, het probleem daarmee is dat vandaag het habeas corpus dat normalerwijze geldt in ons land, totaal in tegenstrijd is met de noodzaak te voorkomen dat men radicaliseert en tot daden overgaat die pure oorlogsdaden zijn.
Evengoed heb ik polemieken gehad betreffende diegenen die in het Midden-Oosten gevangen zitten en Frankrijk dus hadden verlaten en verworpen om naar daar te gaan, en die vandaag zeggen – ik meen dat het de man is die onlangs vrijgelaten werd – ‘Ha, maar ik heb niets misdaan …ik was daar verkeersagent’. Misschien kan men eens ophouden met iedereen voor de gek te houden, hè. Hij heeft zijn land verworpen en heeft zich ginds dan aan afschuwelijkheden overgegeven, want wie ook die daar is geweest weet heel goed wat er aan de hand was, en heeft zeker en vast gruwelijkheden bijgewoond, als hij er al niet aan heeft deelgenomen.

Dus als er in bepaalde landen mensen zijn aangehouden voor wandaden en misdaden, en zij daar vastzitten en de juridische sancties ondergaan die in die landen voorzien zijn, dan mag men in geen geval daarin tussenkomen. Men kan een advocaat ter beschikking stellen, men kan zorgen voor contact met de familie en zo meer, maar in de werking zelf van die procedures hoort men niet tussen te komen. Terwijl ik dan vaststel dat die campagne voor terugkeer, voor een recht op terugkeer van deze criminelen deels al vruchten heeft afgeworpen, want ik meen dat Erdoğan, de Turken die hen vasthielden en daarover onderhandeld hebben, maar al te blij waren ze ons in de maag te splitsen en hen niet het lot te laten ondergaan dat ze in oorlogsomstandigheden, laten we dat niet vergeten, verdienden.



Wat ik bedoel is dat onze eigen categorieën hierbij hanteren – onze troetelbehandeling zoals men zegt – en deze toepassen op situaties die tot de zuivere barbarij behoren, dat vind ik toch een beetje ongewoon, des te meer omdat wij met die onverenigbaarheid zitten: we kunnen de problemen niet aanpakken zoals het hoort.
Het spijt me, maar in een oorlog hebben de krijgsgevangenen geen recht op het habeas corpus. Er zijn Conventies van Genève waarover lang is onderhandeld en die een bepaald aantal zaken voorzien en gerespecteerd worden – niet helemaal in bijvoorbeeld Guantánamo – maar in elk geval gaat het niet om het normale recht, wil ik zeggen. En dan zal men mij zeggen, ja maar nu bent u bezig burgers uit te stoten uit de universele categorie van de Franse burgers en van de vreemdelingen die regulier in Frankrijk wonen en onder de wetten van dit land vallen. U maakt er een aparte categorie van. En dan antwoord ik: ja, want zij hebben de wapens tegen ons opgenomen. Men kan hen niet …dat maakt hen niet tot rechtsonderhorigen zoals de anderen.


Kijk, ik besef dat ik heel wat kritiek zal mogen horen over dit standpunt, maar ik denk dat we de dingen onder ogen moeten zien. Wat ik heb vastgesteld is dat men wetten maakt rond veiligheid en wat al niet  en dat die als bij toeval ieders vrijheden beknotten en diegenen die vastbesloten zijn oorlog met ons te voeren niet al te zeer hinderen. In plaats daarvan zou ik wel te vinden zijn voor rechtsmiddelen, beperkt in de tijd en niet enkel bij noodtoestand of belegering, nee nee, om dus bijvoorbeeld de administratieve aanhouding in te voeren. Dat die dan onder de verantwoordelijkheid van een rechter zou vallen, na een procedure, waarom niet tenslotte?
Maar als je iemand onder aanhoudingsmandaat plaatst dan val je onder de Conventies, onder het Europees Hof der Mensenrechten, onder dit en onder dat, nabijheid van de familie enzovoort. Nee, welnee, men moet ze samenbrengen want hoe gaat het vandaag? Het is toch wel sterk dat je in onze gevangenissen een grote moslimpopulatie hebt – om sociale redenen hé, want het zijn gewoonlijk de meest kansarme groepen – en die daar in die gevangenissen geëxploiteerd wordt door de salafisten. Dat is zo klaar als wat. Omdat men geen middelen voorziet om dat te controleren omdat het moeilijk is, en ook omdat men gekneld zit in normen die daartoe ongeschikt zijn.

Ah ja, maar madame Taubira – die zich daar geen bal van aantrekt hè – is vertrokken met de woorden: ik ben tegen de vervallenverklaring van de nationaliteit. En waarom wel? Zij hebben besloten ons te beoorlogen! Ah, ho! we mogen geen staatlozen creëren! Wel het spijt me, maar dan moeten wij die conventie opzeggen.
We hebben toch een specifiek probleem hier bij ons: namelijk dat wij een sterke moslimgroep hebben, die over alle rechten beschikt, en waarvan het overgrote deel in dit land leeft en rust wenst en in het algemeen een afschuw heeft van die lui. Maar er zijn gaten, en sociale mechanismen die maken dat ze potentieel een jachtprooi worden voor hun vijanden. En diegenen die van kamp veranderen, diegenen die hun land verraden, diegenen die hun natie verraden, die hebben hier niet langer hun plaats, of het moest zijn in de grachten van Vincennes** voor de meest schuldigen onder hen.

Ik heb dus een wat militaire kijk op de zaak, en de vraag die men daarbij dan stelt is: Kan men een helemaal burgerlijk systeem laten bestaan naast een militair systeem? Wel, dat weet ik niet.
___________
* Een product van de moslimbroeders. ‘Islamofobie is geen opinie, het is een delict’ zeggen deze gematigden in hun manifest. De uitspraak van Marwan Muhammad mocht eens voorgelegd worden aan diegenen die het begrip omvolking (≈remplacement) graag willen weglachen.
** Toespeling op de executie van de hertog van Enghien in 1804.

1 december 2015

Meeklappe over wereldpoletiek


Op zijn pagina elf heeft De Morgen een piepklein berichtje over het neerhalen van de Russische straaljager door Turkije (onze NAVO-bondgenoot). Dat contrasteert enigszins met hun uitgebreide aandacht voor het al dan niet seksistische karakter van de ingangsproef geneeskunde – en toegegeven, dat is ook een kwestie die iedereen in de ban houdt. Laat ik nochtans niet te negatief zijn: over gendertoiletten hield De Morgen vandaag zijn mond.

Maar nu terug naar de nare wereldpolitiek: “De vete tussen Turkije en Rusland om het neerhalen van een Russische jet afgelopen dinsdag gaat soapgewijs voort.” Dat schrijven de lichten van De Morgen. Eigenlijk waren het de lichten van Belga, maar zij drukken het wel af. En beter is natuurlijk “door” in plaats van “voort”, maar een krantenlezer moet iets kunnen hebben.

Wat een “vete” is, laat ik de Dikke van Dale hiernaast uitleggen want journalisten kennen vandaag ook niet meer het onderscheid tussen een vete en een oorlogsdaad. Overigens ging in het bijzijn van Erdoğan net nog de Moskouse “Kathedraalmoskee” open. Plaats voor tienduizend man. Wat de Dikke ook moge vertellen, het moet hier om een heel jonge vete gaan.

Goed, ze weten dat niet. Wijst dit op een gebrek aan algemene ontwikkeling? Lijkt wel, want ook die vertaling “dwaling” uit het Russisch moet het product zijn van een magere woordenschat. Anderzijds, deze schrijvende jongelui kijken blijkbaar wel graag naar tv-reeksen, aangezien ze het over een “soap” hebben. Het gaat dan wel over wereldpolitiek op hun pagina elf, maar tenslotte haalt ieder zijn beeldspaak uit de culturele sfeer waar hij zich thuis voelt.

4 november 2011

Joost Pollmann is een leugenaar, of een domoor

.
Dat stripdeskundigen niet noodzakelijk tot de verstandigsten onder ons gerekend mogen worden, bewijst alweer zekere Joost Pollmann, medewerker van de Volkskrant.
Naar aanleiding van de brand bij Charlie Hebdo roept deze Pollmann op tot zelfcensuur:

“In een land als Turkije, waar kerk en staat nog gescheiden zijn, mogen cartoonisten ongestraft harde grappen maken over de politiek, maar ze blijven met hun handen af van de geestelijkheid. Vanuit onze cultuur (die van de zogenaamde West-Europese Verlichting) is het misschien moeilijk om te beseffen dat er landen zijn waar “Heilig Huisje” nog altijd met hoofdletters wordt geschreven. Toch verdient het aanbeveling om het voorbeeld van de Turkse cartoonisten te volgen en onderscheid te maken tussen aards en hemels: pak de beleidsmakers aan, laat de heiligen met rust.”

Nu is het bekend dat in Turkije zekere Tayyip Erdoğan aan de macht is, en dat die kerel cartoonisten die hem durven afbeelden gewoon laat opsluiten, voor jaren soms, óf hij laat hen door een bevriende rechter torenhoge boetes opleggen. Dat kunt u hier nalezen.
Maar zulke dingen weet Pollmann natuurlijk niet. Dat komt ervan als je je tijd aan onnozelheden besteedt, en daar zelfs deskundige in wordt.

op de rafelrand van het menselijk verstand
zit Joost Pollmann, een misselijkmakende klant
.

20 januari 2007

Al dan niet ...en alleszins een eeuw geleden

.
Naast het interessante en uitgebreide nieuws vandaag op BBCworld, over een bepaalde Big Brother-uitzending waarrond iets al dan niet racistisch te signaleren viel, a row noemden zij het,

  • resumerend en halfbegrijpend gezegd, en noodgedwongen mij verlatend op de BBC-beelden: er werd daar een mooie niet-blanke, ik denk Indische kandidate weggestemd door een vreselijk lelijk blank vrouwmens; of misschien werd zij door het publiek zelf van de show weggestemd, soit .––
voelde deze geëerde redactie zich toch verplicht om, zij het meer in het kort, ook verslag te doen van de moord op de journalist Hrant Dink, vandaag in Istanbul.

Die vermoorde journalist, zei de BBC, had melding gemaakt van zekere gebeurtenissen “a century ago” en zijn woorden waren niet bij alle Turken even goed aangekomen. Turkse “nationalists” in het bijzonder waren kwaad geworden, en hadden de man nu vermoord.
Men keurde deze daad onverbloemd af. Maar de meeste BBC-aandacht ging toch naar de protestbetoging die ‘s avonds volgde. En al kregen wij nauwelijks overzichtsbeelden van de omvang van het populair protest, zij waren in their thousands wist de correspondente.
Eén promille, misschien zelfs 2‰ denk ik dan, in een stad van miljoenen en miljoenen.
Bij ons was de berichtgeving analoog. Ik hoorde een enthousiaste correspondent, medebetoger wellicht, vertellen hoe kwaad het Turkse volk wel was: “Wie het moesten ontgelden in de slogans was extreemrechts dat van Hrant Dink een publieke vijand had gemaakt, naar aanleiding van uitspraken over de al dan niet genocide door de Turken op de Armeniërs aan het begin van de twintigste eeuw.”

Er scheelt iets aan deze berichtgeving. De Turkse minister Abdullah Gül heeft, al mag Erdoğan vanavond nog gelijk wat vertellen, ondubbelzinnig gezegd (via zijn gezant in Parijs): "Notre position est bien connue [...] nous ne reconnaissons aucun soi-disant génocide et nous ne le reconnaîtrons jamais".

Het gaat dus niet om “nationalisten” zoals de media vertellen: het gaat in dit laatste geval alvast om de legitieme Turkse regering, die zich in haar negationisme gesteund weet door de bevolking in haar geheel (op onze enkele betogers na).
Nog minder gaat het om gebeurtenissen “a century ago”, zoals de perfiede Britten beweren, nee het gaat om een eeuwenoude politiek van uitmoording van christenen en Armeniërs, ook nog flink na de stichting van zijn lekenstaat door de fascistoïde Atatürk: tot op vandaag namelijk.
En het gaat al zeker niet om een al dan niet.



Noot van 21 januari: de Nederlandse site NederOpinie geeft een mogelijke beweegreden voor de moord, die vanzelfsprekend niet wordt vermeld in de gewone media: NederOpinie plaatst deze laatste misdaad in de eindeloze rij van islammoorden op christenen.



24 september 2006

Dat was geen nieuws

.
Sommige gebeurtenissen hebben de neiging sneller uit het nieuws te raken dan andere. Weer andere zaken halen het nieuws niet of nauwelijks. Nog weer andere blijven desnoods wekenlang bovenaan, al is daar geen zinnige verklaring voor.
Deze verschillen, meen ik, hebben vaak weinig te maken met de zaak zelf, maar meer met de windrichting van waaruit deze komt aanwaaien.
Als bijvoorbeeld Joseph Ratzinger een academische rede houdt voor zijn oude Alma Mater, en bij die gelegenheid uit een eeuwenoude tekst citeert, dan blijft die speech in het nieuws.

Als echter Salih Kapusuz, ondervoorzitter van de regeringspartij in Turkije, [hiernaast zien wij hem in overleg met zijn premier, Recep Tayyip Erdoğan] vertelt dat diezelfde Benedictus de geschiedenis zal ingaan als een verwant van Mussolini en Hitler, dan krijgt zo'n uitspraak nauwelijks vermelding.
Tenminste, bij ons las ik niets daarover. Terwijl het toch een officiële mening betrof, afkomstig van een toekomstig EU-lid.
Maar misschien heb ik in onze eigen kranten dingen overgeslagen? Dat kan ik niet uitsluiten.
Volgens The Independent vertelde Salih Kapusuz in ieder geval:

“Benedict, the author of such unfortunate and insolent remarks is going down in history for his words. However ... he is going down in history in the same category as leaders such as Hitler and Mussolini.”
“Benedictus, de auteur van zulke ongelukkige en onbeschaamde opmerkingen, zal voor zijn woorden de geschiedenis ingaan. Hij zal de geschiedenis evenwel ingaan …in dezelfde categorie als leiders van het kaliber Hitler en Mussolini.”
Als wij de Turken nu ernstig zouden nemen (wat ik doe), dan zou er toch één Vlaamse journalist, gesteld dat hij van Kapusuz’ uitlating weet had, op de gedachte moeten komen om te wijzen op Atatürks grote bewondering voor Mussolini? Of hij zou opmerken dat drie jaar na Atatürks dood, diens erfgenamen een non-agressiepact met Hitler sloten – overigens met een goed gevoel voor timing: de 18de juni 1941, vier dagen voor de aanval op de Soviet-Unie. Hij had ook kunnen vermelden dat de Turken dat achteraf goed hebben gemaakt door de diplomatieke banden met Hitler in augustus 1944 te verbreken, waarna zij hem zelfs in februari 1945 de oorlog verklaarden.
Soms vraag ik mij af, of Vlaamse journalisten op hun redactie wel een goede encyclopedie ter beschikking hebben, of toch een goede internetverbinding?

Time, 1943

8 december 2005

Fanatics have their dreams, wherewith they weave - a paradise for a sect *

.
Mooie woorden van John Keats. Paradijs voor een sekte, maar de hel voor alle andere mensen. Misschien is er ergens wel iemand te vinden die Keats' woorden kan inprenten in het achtenvijftigjarige hoofd van Louise Arbour, United Nations High Commissioner for Human Rights. Deze mevrouw Arbour heeft het asjeblief nodig gevonden om in een brief aan 56 moslimlanden verontschuldigingen aan te bieden – in ons aller naam.
Waarvoor dan wel? In een Deense krant zijn er enkele maanden geleden 12 karikaturen verschenen van de Profeet.
Nu zijn afbeeldingen van de Profeet verboden! ...verboden volgens de sharia geloof ik, maar dat ligt altijd weer moeilijk. Soms wordt iets verboden door de sharia, een andere keer door de koran of weer door een hadith, vaak ook zijn er zaken die door géén van deze drie verboden worden, en dus misschien toegelaten zouden zijn, ware het niet dat zij niettemin verboden blijven ...wegens diepgewortelde culturele tradities. Laat zoveel duidelijk zijn: primitiviteit is geen synoniem van eenvoud; ik meen dat antropologen hier eerder al op wezen.

Noot: dat woord "diepgeworteld", dat je vaak ontmoet in de teksten van goedmenenden, is op zich een teken van latent en onbewust racisme. Minstens lijkt de term een goedbedoeld paternalisme te verbergen. Analoog daarmee, hoewel verschillend, was de manier waarop Benno Barnard zijn "treinincident" verwoordde: de man die naar de zwarte vrouw had gespuwd in Barnards coupé was dan geen Blokker, maar wel zèlf .– of zelfs ? dat kon ik niet goed verstaan – een Arabier! Racisme met een menselijk gezicht.
Tja, het zekere voor het onzekere vinden ze bij de VN, en dus moeten in Denemarken en ook in de rest van de wereld zulke tekeningen maar verboden worden. En dus volgen er verontschuldigingen voor het gebrek aan respect voor andermans religie.
Die cartoons trouwens hoef je niet meer te zoeken op de site van de Deense krant Jyllands-Posten. Ze zijn er weggehaald en je leest: an error occurred on the server when processing the URL. Please contact the system administrator. Ze zijn nog wel hier te zien. De cartoonisten zelf zijn al maanden ondergedoken. En die cartoons waren naar beschaafde normen niet eens aanstootgevend: op één ervan zag je twee wezens uitgedost in burka (of iets dergelijks) en tussen hen in zag je de Profeet, met een slachtmes in zijn hand. Nu zijn wij onderhand aan een en ander gewend, en hebben wij allemaal al eens in de koran gegrasduind, en dan mogen zulke tekeningen misschien niet direct geruststellend zijn, me verrot schrikken heb ik niet gedaan.

Wat moeten wij hieruit besluiten?

De VN staan niet voor mensenrechten en niet voor vrije meningsuiting. Het is voldoende dat enkele primitieven dreigen met moord, en deze Instelling haalt bakzeil op haar meest principiële punten, op haar bestaansreden zelf. Schaamteloos distantiëren de VN zich van hun lidstaat Denemarken, en van de eerste minister van dat land in het bijzonder, Anders Fogh Rasmussen, want die heeft gezegd dat hij eerstens de macht niet had om tussen te komen in kwesties van persvrijheid, en tweedens dat hij die macht niet wenste.
De VN gaan in tegen hun eigen principes, en meer speciaal staat Mw. Arbour aan het hoofd van een dienst die o.m. tot taak heeft: to examine incidents and governmental actions in all parts of the world which were inconsistent with the provisions of the Declaration on the Elimination of All Forms of Intolerance and of Discrimination Based on Religion or Belief, and to recommend remedial measures for such situations. Zij kent die tekst misschien niet?
Liever biedt zij verontschuldigingen aan, aan eminente kenners van de mensenrechten en de persvrijheid als daar zijn – de Saoedische prinsen en Recep Tayyip Erdoğan! Deze laatste vindt de sharia een “waardevolle verrijking” voor het begrip mensenrechten, en hij steunde dus een resolutie waarin de EU veroordeeld wordt omdat zij de steniging verwerpt. Die resolutie ging uit van dezelfde landen die nu verontschuldigingen kregen van de VN voor die 12 plaatjes!
Maar onze Canadese Louise Arbour moet ook nog iets anders overdenken als zij enige suite dans les idées beoogt: kunnen wij bijvoorbeeld niet ook de oude Bodleian Library in Oxford maar afbranden, in naam van de mensenrechten of een soortgelijk begrip?

Vergilius toont aan de dichter Dante
hoe het Mohammed in de Hel vergaat

Bodleian Library
(klik in de tekening om te vergroten)

Hoe mooi en correct dergelijke brandstichting ook zou zijn, ik meen dat zij in de ogen van wijlen Karel van het Reve geen genade zou hebben gevonden:
In Dantes Inferno (XXVIII, 22sqq.) wordt Mohammed telkens opnieuw van kop tot kont door een zwaard gespleten, zodat zijn darmen (‘l triste sacco/che merda fa di quel che se trangugia’: de treurige zak die poep maakt van wat hij opslokt) uit zijn lijf hangen. Smalende laster zou ik zeggen. Moeten wij er nu begrip voor hebben als Dantes graf in Ravenna door gekwetste volgelingen van de profeet verwoest wordt? […] Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft - maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet.
De Ondergang van het Morgenland
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1990, pp.197-8
________________________
* The Fall of Hyperion - A Dream
. . . Canto I.
Fanatics have their dreams, wherewith they weave
A paradise for a sect; the savage too
From forth the loftiest fashion of his sleep
Guesses at Heaven; [...]

15 oktober 2005

Zonder weblogs wist u het volgende eenvoudig niet

(en ik evenmin)

Ik vertaal een stukje van Leon de Winter, die een zeer interessante blog heeft. "Die Welt" gaf het ook op zijn gedrukte pagina's, en de nieuwsbrief Iskander van Matthias Storme meldde het, maar ik zou niet weten of elders in Vlaanderen gewag werd gemaakt van deze Feiten... die weinig duiding vragen.

Vorig jaar was Turkije gastheer van de 31ste zitting van de Islamitische Conferentie der Ministers van Buitenlandse Zaken. Ja, Turkije mag dan officieel een seculiere staat zijn, het is niettemin volwaardig lid van deze organisatie waar de grootste dictaturen deel van uitmaken. Artikel 62 van het slotcommuniqué van deze conferentie luidt:

" De Conferentie sprak haar diepe bezorgdheid uit over herhaalde en foutieve pogingen om de Islam in verband te brengen met schendingen van de mensenrechten, en over het gebruik van televisie, radio en de pers om zulke misvattingen te verspreiden. Zij riep op om een halt toe te roepen aan de ongerechtvaardigde campagnes tegen een aantal lidstaten vanwege enkele NGO’s die afschaffing van de wetten en straffen van de Sharia eisen, in naam van de bescherming van de mensenrechten. Zij bevestigt het recht van Staten om bij hun religieuze, sociale en culturele eigenheden te blijven, want dat zijn overleveringen die de gemeenschappelijke en universele begrippen van mensenrechten helpen verrijken. Zij stelde met klem dat de universaliteit van mensenrechten niet als voorwendsel kan worden gebruikt om tussen te komen in de interne aangelegenheden van Staten, en om hun nationale soevereiniteit te negeren. De Conferentie veroordeelde ook de beslissing van de EU om de straf van steniging af te keuren, alsmede dat wat zij noemt 'de onmenselijke strafbedeling in enkele lidstaten overeenkomstig de islamitische Sharia.’ " [vetjes van mij]


Als er in de Belgische regering nog eens nood ontstaat aan een internationaal mandaat voor een van de regeringsleden, dan is mijn suggestie om Karel De Gucht permanent lid te laten maken van deze Conferentie.
.

12 april 2005

Bij de beesten af

.
Erdoğan meent het!
Boris Kalnoky
Wie grappen maakt over de Turkse premier wordt aan de kassa ontboden.
Meestal heeft iemand die geen gevoel voor humor bezit daar zelf ook weinig plezier aan. Niet zo de Turkse eerste minister Tayyip Erdoğan: hij zet zijn allergie voor grappen om in geld, en kan daar best om lachen.
Het laatste slachtoffer van de gezagsdrager is de journalist Fikret Otyam, die veroordeeld werd om aan Erdoğan 5000 Lire (2840 Euro) smartengeld te betalen. In de herfst was Otyam te velde getrokken tegen Erdoğans escapade die echtbreuk strafbaar poogde te stellen. Erdoğan mislukte bij deze poging om islamitische waarden in een wettelijke vorm te gieten, want vanuit Brussel kwamen er kritische geluiden. Erdoğan nu klaagde de criticus Otyam aan voor 10000 Lira smartengeld [onvertaalbaar: Sch(m)erzensgeld; "pijnscheut-schimpscheut"?], omdat deze had geschreven dat Erdoğan het ideaal van het EU-lidmaatschap had neergehaald naar het niveau van de lenden van mannen en vrouwen.
Turkse pennen zijn vaker spits, en Erdoğans geldbuidel staat almaar strakker. Ook de karikaturist Musa Kart mocht 5000 Lira dokken. Hij had een karikatuur getekend van weer een andere husarenrit van Erdoğan, zijn poging namelijk om het verbod op hoofddoeken in Turkse hogescholen op te heffen. Hij had Erdoğan getekend als een kat die in een hoofddoek verstrikt zat.
Met welke argumentatie kun je beweren dat zulke tekening de waardigheid van een politicus aantast? Heel eenvoudig: hem als een dier afbeelden was, meende Erdoğan, …bij de beesten af. [onvertaalbaar: de auteur schrijft “unter aller …Kanone”, d.i. “onder elke canon”, "en dessous de tout" – beschaafder dan de oudere en meer populaire uitdrukking “unter aller Sau”: dat komt onder de zeug vandaan.]
Bij het satirische magazine “Penguen” vonden ze nu dat de persvrijheid verdedigd moest worden en ze toonden meteen zeven ondersoorten van de “species Tayyip”: giraf, aap, olifant, kameel, kikker, slang, koe en eend.[*]
Op het titelblad. Het was duidelijk dat zoiets een aardige cent zou kosten. 40000 Lira (22730 Euro) wil Erdoğan deze keer zien. De zaak loopt nog. “Penguen” zal vermoedelijk bankroet gaan, want na het zoölogische overzicht in Nr. 127 kwam er de reactie op de dagvaarding in Nr. 133. Op de titelpagina is Erdoğan deze keer als mens te zien. In het spreekballonnetje: “Gefeliciteerd, jullie kunnen mij blijkbaar ook als man tekenen”. Alleen komt er achter uit zijn kleren een kattenstaart tevoorschijn.
Nog begin 2004 had Erdoğan de krant “Evrensel” wegens een karikatuur aangeklaagd voor 10000 Lira. Ondertussen vordert Erdoğan van “Evrensel” 15000 Lira, omdat het blad beledigende slogans van demonstrerende arbeiders had afgedrukt.
Journalisten zonder Grenzen” vraagt nu dat Erdoğan iets verder zou kijken dan zijn neus lang is, en tot bezinning zou komen. Tenslotte zat hijzelf een keer vier maanden in de gevangenis omdat hij een (islamitisch) gedicht had opgezegd. À propos: ooit verbood sultan Abdülhamid aan de pers om het woord “neus” nog te gebruiken. De zijne was zeer groot.
Erdoğan mag zich nog zo democratisch voordoen, hij blijft een Turkse sultan.[**]

[*] Tel ik geen acht beesten ?
[**] In Europa zijn we dat al een tijd anders gewoon. Zo bezat de Franse koning Louis-Philippe (1773-1850) een hoofd dat menigeen aan een peer deed denken. Al maakten tekenaars zich daardoor niet geliefd bij de koning, en al werd de eerste van hen, Charles Philipon veroordeeld: toch voelden talloze artiesten zich daarna vrij om dat ooft in hun karikaturen op te voeren.


Charles Philipon
La Métamorphose du roi Louis-Philippe en poire

Abdülhamid II (1842–1918), sultan van 1876 tot 1909, was een bijzonder wreedaardig man en had in Europa de bijnamen het Rode Beest, het Monster van Ildiz en andere. Hij organiseerde en leidde persoonlijk de slachting van augustus 1896, waarbij tienduizenden Armeniërs aan stukken werden gesneden in de straten van Constantinopel. Hij werd door de "Jonge Turken" afgezet, maar dezen vergaten niet het essentiële van zijn werk voort te zetten.
[noten m.v.]
[zie ook:
http://www.imprescriptible.fr/documents/larousse/larousse.htm]




Abdülhamid II

_____________________________
© WELT.de, maandag 11 april 2005.
Duitse tekst

Dit is de tekening in "Evrensel" waar Tayyip aanstoot aan nam en waarvoor hij straffen eiste; daaronder de steuntekeningen uit "Penguen"


Geen spanningen creëren asjeblief!

Als onze staatsmannen, genre Verhofstadt, De Gucht, Schröder, Verheugen, Balkenende nog eens de hand drukken van deze Tayyip, dan behoren journalisten die zichzelf en hun vakbroeders respecteren hieraan te herinneren. Elke keer!

P.S. KurdishMedia, in de editie van 3 mei, geeft als vertaling voor het onderschrift "De Dierentuin van Tayyip", en verder schrijven zij:

Despite Erdogan’s firm insistence that freedom of speech is ensured, there exists a long list of people imprisoned for “crimes of thought” during last 28 months of his government. Among them are: Editor-in-Chief of “Uzun Yürüyüş” (Long March) magazine Mehmet Ali Varış, the Editor-in-Chief of monthly “Özgür Kadının Sesi” (Voice of the Free Woman) Kadriye Kanat, the former Editor-in-Chief of “Alınterimiz” (Our Toil) newspaper Yaşar Çamyar, a former columnist of “Milli Gazete” (National Newspaper) Hakan Albayrak, a reporter of Dicle Haber Ajansı (DİHA - Dicle News Agency) Vedat Kurşun, columnists and board members of Yeni Asya (New Asia) newspaper Sami Cebeci and Cevher İlhan were imprisoned.

The Austrian journalist Sandra Bakutz remained in prison for one year. A reporter for Austrian radio station Orange 94.0 and the German weekly "Junge Welt", Bakutz was arrested on her arrival at Istanbul’s Atatürk airport on 10 February, with charges of “being a member of an illegal organization”.

In addition, the Editor-in-Chief of “Peasant-Worker” Newspaper Memik Horuz is still imprisoned awaiting his release.

.

4 april 2005

Wacht De Standaard op een Autodafé?

.
Merkwaardig dat De Standaard alweer een “cultureel” berichtje heeft (op p.17 deze keer, eerder gaven ze al eens iets op p. 15...) betreffende de Turkse auteur Orhan Pamuk, die met censuur te maken heeft in zijn land.
Het is blijkbaar geen politiek nieuws als een toekomstig "Europees land" via zijn officiële instanties boeken uit de rekken laat halen. De gouverneur van Isparta vergeeft aan Pamuk zijn uitspraken over de Armeense genocide niet. Hij deed die uitspraken in de Zwitserse Tagesanzeiger.
Nu had de gouverneur zich deze moeite kunnen besparen voegt onze krant er aan toe, want in die rekken liggen toch al geen boeken van Pamuk! Laten we ons niet druk maken. Tot een autodafé moet het dus niet komen in Turkije, en anders lezen we dat wel op de culturele pagina’s. In Turkije liggen wel andere boeken in de rekken, en die worden door de officiële instanties niet weggehaald. Vrije meningsuiting wél voor Mein Kampf – principieel terecht overigens – maar niet voor Pamuk.
Vervelend blijft dat De Standaard in dat minuscule artikeltje net doet alsof ze een zin van Pamuk uit het beruchte interview letterlijk aanhalen, mét aanhalingstekens.

Eerst geef ik de Standaardvertaling, en dan wat Pamuk werkelijk heeft gezegd.
De Standaard: ”Dertigduizend Koerden en één miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. Bijna niemand durft erover te praten behalve ik, en de nationalisten haten me erom”, zei Pamuk in het gewraakte interview.
En dit was Pamuks échte antwoord op de vraag: Und Sie reden trotzdem davon. Wollen Sie unbedingt Schwierigkeiten bekommen?
Ja, jeder sollte das tun. Man hat hier 30 000 Kurden umgebracht. Und eine Million Armenier. Und fast niemand traut sich, das zu erwähnen. Also mache ich es. Und dafür hassen sie mich.

Beëdigde vertaler gevraagd! ofwel een eerlijke journalist want, al was er in de rest van het interview wel degelijk sprake van nationalisten, en zelfs van ultra-nationalisten... hier bedoelde Pamuk heel iets anders, en de feiten wijzen ook uit dat het niet om groepjes van ultra’s gaat, maar om officiële gezagsdragers, en naar ik aanneem worden die democratisch gedragen door de bevolking.

Ik zou aan die Standaardjongen [*] willen suggereren om aan de gematigde Turk Erdoğan een vraag te stellen, om het even welke, ...omtrent de Armeense genocide. Even nagaan of die gematigde democraat niet ook onder zijn „nationalisten“ valt.


.


[*] hij tekent met kgv

15 december 2004

Dreigen met terrorisme IS al terrorisme !

.

,,Als de Europese Unie denkt dat ze simpelweg een christelijke club kan blijven, kan ik daar niets aan doen. Maar als ze de bruggen naar de rest van de wereld verbrandt, zal de geschiedenis haar dat niet vergeven.'' Dat zei de Turkse premier Tayyip Erdoğan afgelopen weekeinde bij de opening van het eerste moderne-kunstmuseum in Istanbul. Volgens hem kan een weigering van Turkije als EU-lid zelfs leiden tot meer geweld van islamitische terroristen, omdat de EU zich dan nog verder zou verwijderen van de islamitische wereld.


Mooie woorden zijn dat van vriend Tayyip Erdoğan, en voor ons Europeanen zijn ze erg leerzaam.

Vooraf: omschrijvingen als "christelijke club" zou een beleefd aankloppend kandidaat-lid achterwege mogen laten. Een beschaafd en welopgevoed mens zegt zoiets niet, en geeft vooraf géén kwalificaties aan een "club" waar hij dolgraag lid wil van worden, en die hij bijgevolg geacht wordt te respecteren in de vorm waarin hij nu bestaat.

Erdoğans omschrijving is echter behalve primitief, ook leugenachtig en hypocriet.

Leugenachtig omdat Europa een seculier land is, niet puur formeel zoals Turkije, maar in de harten van de Europese mensen! Dat Europa christelijke wortels heeft betwist niemand, maar dat er in Europa naast de christenen ook een groot deel atheïsten en andere niet-gelovigen leven, in onderling respect, dàt moet Erdoğan eens uitleggen aan zijn bevolking die zo graag christelijke kerken vernietigt. Hier in Europa leven tientallen miljoenen honden en varkens, zoals de islam ongelovige mensen betitelt. Europa is voor een belangrijk deel een zwijnenstal in plaats van een "christelijke club" en de Europese christenen, die een heel beschavingsproces achter de rug hebben, zien daar geen been in! Het Europese wij-gevoel, dat wel degelijk bestaat, is juist daarop gebaseerd. Galatasaray is een club, maar Europa is iets anders, beste heer.

Hypocriet is Erdoğan omdat hij aan zijn muzelmannen probeert wijs te maken dat Europa voorlopig nog niet islamitisch is, maar toch toebehoort aan "een volk van het boek", de Bijbel, wat voor islamieten nog net verteerbaar is (zij het niet in de praktijk, toch in theorie). Over dat Europese atheïsme houdt Erdoğan echter zijn besnorde bek als hij een "museum voor moderne kunst" opent.

De tweede uitlating is minder leugenachtig of hypocriet, maar wel even schandalig: Erdoğan zegt noch min noch meer dat zijn land potentiëel een terroristische staat is, en hij wil dus onder bedreiging lid worden van Europa. Nu, dreigen met terrorisme is al terrorisme!

Erdoğan beseft blijkbaar heel goed dat hij zelfs met zulke adelbrieven wel wegkomt bij figuren als Balkenende of Verhofstadt of Schröder: die willen immers meteen met hem aan tafel, ook al erkent Turkije niet eens alle landen van hun "club".

27 oktober 2004

Buttiglione en het Europarlement

.
ook dit was de moeite van het vertalen waard; de Duitse tekst volgt; en helemaal onderaan een vertaald stukje uit een editoriaal van Die Welt 27/10... Konrad Adam over de rol van Daniel Cohn-Bendit.



Hoe Brussel de spirituele fundamenten van Europa aan stukken slaat
Dr. Karlheinz Weißmann
[1]

Het „geval Buttiglione“ – bedoeld wordt de discussie rond de als EU-commissaris voor Justitie genomineerde Rocco Buttiglione – lijkt te zullen uitlopen op een zware machtsstrijd tussen de commissievoorzitter en de parlementsleden. Hierbij draait het echter niet om het roemruchte democratische deficit van de Unie, dus om de gebrekkige scheiding der machten en controle van de wetgevende op de uitvoerende macht in de EU, maar om een conflict rond wereldbeschouwingen.

Dit conflict is ontstaan omdat de linksen en liberalen in het Europese Parlement de opvattingen van Buttiglione inzake familie en homoseksualiteit te baat namen om hem als kandidaat af te wijzen. Dat Buttiglione er uitdrukkelijk het accent op legde dat hij wel degelijk het onderscheid wist te maken tussen zijn persoonlijke mening, volgens welke homoseksualiteit zonde is, en zijn ambtsplichten, waardoor hij tot een gelijke behandeling van homosexuelen en heteroseksuelen is gehouden, dat vond geen geloof, en ook zijn verzekering dat hij „tegelijk een goede christen en een goede Europeër kon zijn“ werd genegeerd.

Haal je nu even de oorsprong van de Europese éénmaking na de Tweede Wereldoorlog voor ogen, dan zal je deze ontwikkeling met enige irritatie gadeslaan. Want naast de algemene overtuiging dat er op het Continent nooit nog een broederoorlog mocht uitbreken, was ook het christelijke erfgoed van de volkeren van het Avondland een beslissende grondslag voor het besluit tot economische, politieke en culturele samenwerking.

En het was geen toeval dat alle leiders van deze beweging – Alcide De Gasperi, Robert Schuman en Konrad Adenauer – uit het politieke katholicisme voortkwamen, terwijl omgekeerd de tegenstanders van de uitbouw van de Gemeenschap (of van deze manier om de Gemeenschap uit te bouwen) niet enkel particuliere nationale belangen in stelling brachten maar ook, zoals de Duitse sociaal-democraat Kurt Schumacher, de verdenking koesterden dat het hier een klerikaal-kapitalistische samenzwering betrof.

Als vandaag iemand als Buttiglione in het Europese Parlement voor suspect doorgaat, omdat hij zich als christen tot de leer van zijn kerk bekent, dan vraagt deze situatie om opheldering. Maar de verklaring is niet moeilijk te vinden. Zoals de zaken staan betreft het hier een gevolg van een soort van politieke omslag in de maatschappij zoals die zich ook in afzonderlijke staten van de Europese Unie, voornamelijk in de Bondsrepubliek, heeft voltrokken. De vaders van de Grondwet zouden hun ogen nauwelijks zouden geloven als je hen zou confronteren met de huidige stand van wettelijkheid in Duitsland, en zo zouden ook de vaders van het verenigd Europa zich ergeren aan wat men van hun project heeft gemaakt. Dit geldt zeker met het oog op het wereldbeschouwelijke aspect.

Wat dat betreft had de relatieve openheid van de Europese Economische Gemeenschap, en daarvoor van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hiermee te maken dat men zich rond de periode van hun ontstaan nog zelfverzekerd voelde wat betreft religieuze en culturele inhouden. De concurrerende Europaconcepten – Midden-Europa, Paneuropa, een grote autarkische ruimte of een socialistische federatie – waren mislukt of hadden geen uitzicht op verwerkelijking.

In de ogen van velen, waarschijnlijk de meerderheid van de mensen, leek de catastrofe van 1945 mede een gevolg van een zich afkeren van de traditionele waarden. Dat deze waarden, in goed geweten of uit nonchalance, nogmaals in twijfel zouden worden getrokken kon men zich nauwelijks voorstellen. In de opvatting van de leidende elites konden enkel het Christendom en de Antieken een draagkrachtige basis leveren voor een nieuw begin.

Zeker heeft men de stabiliteit hiervan overschat, en dat hing samen met een psychologisch begrijpelijk maar in de feitelijkheid niet ondersteund optimisme omtrent het verdere verloop van de geschiedenis. De inhouden waar men op rekende stonden al niet meer ter beschikking, maar wie dat inzag die sprak enkel met gedempte stem. Dit verklaart ook iets van de weerloosheid, toen de grote overleveringen werden opgeruimd – een proces dat in de zestiger jaren begon en waarvan wij nu het eindstadium meemaken.

De lusteloosheid van de discussie rond de inhoudelijke aspecten van het ontwerp van een Europese Grondwet kan hiervoor een graadmeter zijn. Een andere indicatie is de manier waarop er in de EU gereageerd werd op de wens van Turkije tot volwaardig lidmaatschap. Niemand waagde het om, onder verwijzing naar religieuze of historische factoren vraagtekens te plaatsen bij het voornemen van Ankara, en om het feit te laten gelden dat Turkije onder geen beding als een deel van Europa kan doorgaan. Elkeen verschuilde zich achter economische argumenten en technische overwegingen. Enkel het plan van de Turkse regering van Recep Tayyip Erdogan om echtbreuk als een strafbaar feit te stellen stuitte op principiële weerstand. Iets dergelijks, zo luidde het ook in conservatieve en christen-democratische rangen, was niet in overeenstemming met de Europese “liberale maatstaven”.

Wat zulks op de keper te betekenen heeft is snel verklaard. De Europese identiteit bestaat uit een mengsel van hedonisme en secularisme, naar smaak gegarneerd met een beetje meer Markt of een beetje meer Verzorgingsstaat. Nu kun je hier als je dat wil naar waarden zoeken, je zult er geen vinden. Het is eerder zo dat wie de vraag naar waarden stelt, die deze naam verdienen, als verdacht voorkomt.

Onder die verdenking is nu Buttiglione gekomen, en het ontbreken van steun voor zijn kandidatuur vanwege de burgerlijke partijen van het Straatsburger Parlement toont duidelijk aan hoe het gesteld is met de bereidheid om dergelijke stellingnamen te dekken. Wat er ook in programma’s mag staan of wat voor verklaringen er worden afgelegd, niet eens een halfweg duidelijk beeld van wat Europa te betekenen heeft, of op welke grondvesten het rust, of tot welk doel de vereniging moet voeren zal je er uit kunnen afleiden. Te gronde genomen geldt Buttiglione’s enkele verwijzing naar christendom, humanisme en Aufklärung reeds als een verstoring van het “integratieproces”, dat zomaar vooruitholt, openstaand voor gelijk wat voor uitkomst. De algemene overtuiging is: pragmatisme zal de richting wel aanwijzen en economisch succes zorgt voor de rest.

De politieke klasse van Europa slaat geen acht op dit geestelijk vacuüm. Maar dit soort van lege ruimte kan niet voor een langere periode blijven bestaan. Zij zal worden opgevuld met ideeën en denkbeelden, wellicht niet die van Buttiglione, wellicht niet eens denkbeelden die überhaupt nog op de een of andere manier voor “Europees” kunnen doorgaan.




Wie Brüssel die geistigen Fundamente Europas zertrümmert


Der „Fall Buttiglione“ – also die Auseinandersetzung um den als EU-Kommissar für Justiz nominierten Rocco Buttiglione – scheint zu einer ernsthaften Machtprobe zwischen Kommissionspräsident und Parlamentsausschuß zu werden. Dabei geht es aber nicht um das vielbeschworene Demokratiedefizit der Union, also den Mangel an Gewaltenteilung und Kontrolle der Exekutive durch die Legislative in der EU, sondern um einen Weltanschauungskonflikt.
Dieser Konflikt wurde ausgelöst von Buttigliones Haltung zu Familie und Homosexualität, die Linke und Liberale im EU-Ausschuß zum Anlaß nahmen, ihn als Kandidaten zurückzuweisen. Daß Buttiglione ausdrücklich betonte, er werde zwischen seiner persönlichen Meinung, derzufolge Homosexualität Sünde sei, und seinen Amtspflichten, die ihn auf die Gleichbehandlung von Homosexuellen und Heterosexuellen festlegen, zu trennen wissen, fand keinen Glauben, und auch die Versicherung, er könne „zugleich ein guter Christ und ein guter Europäer sein“, wurde übergangen.
Wenn man sich für einen Augenblick die Ursprünge der europäischen Einigung nach dem Zweiten Weltkrieg vor Augen hält, dann wird man diesen Vorgang mit einer gewissen Irritation zur Kenntnis nehmen. Denn neben der allgemeinen Überzeugung, daß es auf dem Kontinent keine weiteren Bruderkriege geben dürfe, bildete das christliche Erbe der abendländischen Völker eine entscheidende Grundlage für den Entschluß zur wirtschaftlichen, politischen und kulturellen Zusammenarbeit.
Und es war kein Zufall, daß alle Führer der Bewegung – Alcide De Gasperi, Robert Schuman und Konrad Adenauer – aus dem politischen Katholizismus kamen, während umgekehrt die Gegner der Gemeinschaftsbildung (oder dieser Art von Gemeinschaftsbildung) nicht nur nationale Sonderinteressen ins Feld führten, sondern wie der deutsche Sozialdemokrat Kurt Schumacher auch den Verdacht hegten, es handele sich um eine klerikal-kapitalistische Verschwörung.
Wenn heute jemand wie Buttiglione im Europäischen Parlament als suspekt gilt, weil er sich als Christ zur Lehre seiner Kirche bekennt, dann ist dieser Sachverhalt erklärungsbedürftig. Aber die Erklärung ist nicht schwer zu finden. Faktisch handelt es sich um eine Folge jener Art von politischer Umgründung des Gemeinwesens, wie sie sich auch in Einzelstaaten der Europäischen Union, vor allem in der Bundesrepublik, vollzogen hat. So wie die Väter des Grundgesetzes ihren Augen kaum trauen dürften, wenn man sie mit der heutigen Verfassungswirklichkeit in Deutschland konfrontierte, so wären auch die Väter des vereinten Europa irritiert über das, was man aus ihrem Projekt gemacht hat. Das gilt gerade im Hinblick auf die weltanschauliche Dimension.
Die relative Offenheit der Europäischen Wirtschaftsgemeinschaft und davor der Europäischen Gemeinschaft für Kohle und Stahl in dieser Hinsicht hatte damit zu tun, daß man zum Zeitpunkt ihres Entstehens der religiösen und kulturellen Bestände noch sicher zu sein meinte. Die konkurrierenden Europakonzepte – Mitteleuropa, Paneuropa, ein autarker „Großraum“ oder eine sozialistische Föderation – waren gescheitert oder ohne Aussicht auf Verwirklichung.
Die Katastrophe von 1945 erschien in den Augen vieler, wahrscheinlich der Mehrheit der Menschen, auch als Ergebnis einer Abwendung von den traditionellen Werten. Daß diese noch einmal guten Gewissens oder fahrlässig in Frage gestellt werden könnten, war kaum vorstellbar. Das Christentum und die Antike bildeten nach Auffassung der tonangebenden Eliten die einzig tragfähigen Grundlagen für einen Neubeginn.
Sicherlich überschätzte man deren Stabilität, was mit einem psychologisch verständlichen, aber in der Sache nicht begründeten Optimismus bezogen auf die weitere geschichtliche Entwicklung zusammenhing. Über die Bestände, mit denen man rechnete, verfügte man schon nicht mehr, aber wer das erkannte, sprach nur mit gesenkter Stimme. Das erklärt auch etwas von der Widerstandslosigkeit, als die großen Überlieferungen abgeräumt wurden – ein Prozeß, der in den sechziger Jahren begann und dessen Endstadium wir jetzt erleben.
Die Lustlosigkeit, mit der über die inhaltlichen Aspekte des Entwurfs für eine europäische Verfassung diskutiert wurde, kann dafür als Indikator dienen. Ein anderer ist die Art und Weise, wie auf den Wunsch der Türkei nach Vollmitgliedschaft in der EU reagiert wurde. Niemand wagte, die Absicht Ankaras unter Hinweis auf religiöse oder historische Faktoren in Frage zu stellen und der Tatsache Geltung zu verschaffen, daß die Türkei keinesfalls als Teil Europas gelten kann. Jeder verschanzte sich hinter wirtschaftlichen Argumenten und technischen Erwägungen. Nur die Absicht der türkischen Regierung unter Recep Tayyip Erdogan, Ehebruch als Straftat zu ahnden, stieß auf grundsätzlichen Widerstand. Derlei, so verlautete auch aus den Reihen der Konservativen und der Christdemokraten, entspreche nicht den europäischen „Liberalitätsstandards“.
Was das im Kern heißt, ist rasch geklärt. Europas Identität besteht in einer Mischung aus Hedonismus und Säkularität, nach Geschmack garniert mit etwas mehr Markt oder etwas mehr Sozialstaat. Da kann, wer mag, nach „Werten“ suchen, er wird keine finden, vielmehr macht jede Werthaltung, die diesen Namen verdient, verdächtig.
Unter solchen Verdacht ist Buttiglione jetzt geraten, und die mangelnde Unterstützung seiner Kandidatur durch die bürgerlichen Parteien des Straßburger Parlaments zeigt deutlich, wie es um die Bereitschaft bestellt ist, derartige Positionen zu decken. Was auch immer in Programmen steht oder in Deklamationen bekundet wird, eine halbwegs klare Vorstellung davon, was Europa ausmacht, auf welchen Fundamenten es beruht, zu welchem Ziel seine Einigung führen soll, wird sich daraus nicht ableiten lassen. Buttigliones Bezugnahme auf Christentum, Humanismus und Aufklärung gilt im Grunde schon als Störung des „Integrationsprozesses“, der ergebnisoffen vor sich hin läuft. Die Überzeugung ist allgemein, der Pragmatismus werde es richten und alles andere verbürge der ökonomische Erfolg.
Die politische Klasse Europas ignoriert das geistige Vakuum, das sich gebildet hat. Aber Leerräume dieser Art können nicht über längere Zeit bestehen. Es wird Ideen und Vorstellungen geben, die sie auffüllen, vielleicht nicht die von Buttiglione, vielleicht nicht einmal solche, die überhaupt noch in irgendeiner Weise als „europäisch“ gelten können.



© JUNGE FREIHEIT Verlag GmbH & Co. 44/04 22. Oktober 2004

[1] Dr. Karlheinz Weißmann, geboren in 1959, onderwijst geschiedenis en evangelische godsdienst aan een gymnasium, en is de auteur van een boek “Mythen und Symbole“.






Uittreksel uit een editoriaal van Die Welt 27/10


[...] De derde in het spel is Rode, intussen Groene Dany. Nadat in Frankrijk zijn rapport bekend was geworden, over zijn belevenissen uit de tijd toen hij in de zestiger en zeventiger jaren in Frankfort kleuterleider was, brak daar een storm van verontwaardiging los, wat ertoe leidde dat Cohn-Bendit de Franse kieslijst inwisselde voor de Duitse.
In Frankrijk namelijk hoort men het niet graag dat iemand herinneringen ophaalt aan zulke zaken, als hem meermaals zijn overkomen, “dat kinderen mijn gulp openmaakten en mij streelden…, hun verlangens stelden mij voor problemen…, maar als zij daarop aandrongen heb ik hen toch maar aangeraakt.” Het is een wonder waar zo’n man de vermetelheid vandaan haalt om Buttiglione en de kerk het verwijt te maken van “leugenachtigheid” inzake seksualiteit.
[…]
Zeker, Cohn-Bendit heeft zijn “pedofiele avonturen”, zoals ze vergoelijkend worden genoemd, toegegeven en ze door de tijdsgeest verontschuldigd, want het was toen eenmaal zoals het was. Iets gelijkaardigs moest ook Buttiglione doen; ook hij heeft zich verontschuldigd, zij het niet voor welke daden dan ook, maar gewoon voor woorden. Baten deed het hem niet. “Alle beesten zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan anderen”, heeft Orwell als motto boven zijn Animal Farm gezet. Dit kan best ook het devies van het Europese Parlement worden. “Te katholiek” is een vonnis dat voor een Europeaan gevaarlijk kan zijn, “te pedofiel” blijkbaar niet.

Multipliant les justifications, s’entourant de mille précautions, pesant chacun de ses mots comme si elle avait conscience de pénétrer dans un sanctuaire réputé inviolable, la journaliste Jacqueline Remy – elle-même ancienne soixantehuiteuse – rappelle donc au mauvais souvenir de Dany le ludion quelques lignes écrites dans Le Grand Bazar, livre publié en 1977 par Belfond et aujourd’hui épuisé. Dany le transgressif y raconte son expérience d’éducateur dans un jardin d’enfants autogéré de Francfort: «Il m’était arrivé plusieurs fois que certains gosses ouvrent ma braguette et commencent à me chatouiller. Je réagissais de manière différente selon les circonstances, mais leur désir me posait un problème. Je leur demandais: "Pourquoi ne jouez-vous pas ensemble, pourquoi m’avez-vous choisi, moi et pas les autres gosses?" Mais s’ils insistaient, je les caressais quand même.»



Élisabeth Lévy
Les maîtres censeurs
pour en finir avec la pensée unique
2002, éditions Jean-Claude Lattès
Livre de Poche, p. 363
[en zie: l’Express van 22 februari 2001]


Ik begrijp niet waarom Elisabeth Lévy het citaat daar laat eindigen: in het oorspronkelijke boekje had Daniel Cohn-Bendit nog lang niet gedaan. Tenslotte waren die pedofiele lotgevallen slechts anekdotisch, dat waren futiliteiten en een politieke analist van zijn caliber hoort zulke zaken in een breder kader te plaatsen. Wat waren de sociale implicaties bijvoorbeeld? Volgens pedofiele Daniel was het voornaamste gevolg dat Daniel ...op een bepaald moment zijn job als kleuterleider dreigde te verliezen!

Mais s’ils insistaient, je les caressais quand-même. Alors on m’accusait de «perversion». Il y a eu une demande au Parlement pour savoir si j’étais payé par la municipalité, toujours au nom de la loi qui interdit aux extrémistes d’être fonctionnaires. J’avais heureusement un contrat direct avec l’association des parents, sans quoi j’aurais été licencié. En tant qu’extrémiste je n’avais pas le droit d’être avec des enfants. C’était trop dangereux. L’interdiction d’exercer des fonctions dans l’enseignement frappe les gauchistes, les communistes et même parfois les sociaux-démocrates de gauche.


Daniel Cohn-Bendit
Le Grand Bazar
Mai et Après
Entretiens avec Michel Lévy, Jean-Marc Salmon, Maren Sell
Bibliothèque Méditations, Denoël/Gonthier, Paris, 1975, p. 203

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html