Posts tonen met het label Le Nouvel Observateur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Le Nouvel Observateur. Alle posts tonen

20 oktober 2020

Een linkse tekst van 1989

In Frankrijk lijkt men zich na de shariamoord op de leraar stilaan bewust te worden van een aantal zaken die nog tot voor heel kort onbespreekbaar waren, al waren die dertig jaar geleden zelfs voor links vanzelfsprekend, zoals u zult lezen.

Vandaag gebruiken politici woorden die bijvoorbeeld Zemmour niet in de mond zou nemen, ook al omdat hij er beter de draagwijdte van snapt. Zo zei Macron: ‘De angst moet van kamp veranderen’, maar een staat moet geen angst aanjagen, hij moet de wet doen respecteren. Je voelt dat Emmanuel graag nog eens verkozen zou worden. En zijn minister Darmanin sprak over een 'fatwa', zonder te begrijpen wat hij zei. Misschien is het hem intussen wel uitgelegd. Wie de islam voorheen nooit ernstig heeft genomen kent natuurlijk bepaalde begrippen niet echt, en in paniek gebruikt men die dan toch maar.

CNews besteedde aandacht aan een artikel van dertig jaar terug, in een links blad, en daaruit bleek dat men in die kringen toen wél nog begreep wat voor vlees men in de kuip had:


Pascal Praud: De ontkenning… de ontkenning interesseert me. De ontkenning interesseert me omdat ik uiterst toevallig een Nouvel Observateur van 1989 heb teruggevonden. 'Profs, laten we niet capituleren!' en hij herinnert ons aan de hoofddoekenkwestie, we herinneren ons Jospin, minister van Onderwijs, die zei:

De jonge meisjes die binnenkomen met een hoofddoek, die moet men proberen te overtuigen hem af te leggen, maar als dat niet lukt moeten de lessen doorgaan en moet men hen toelaten.

Totale overgave dus. Bon, het is dus 2 november 1989. Het grote blad dat de Nouvel Observateur was, dat grote geweten van links, met Jean Daniel, het republikeinse links, het links waar wij van houden, hart en ziel van dat links zijn vervlogen. Dat het dood is kun je niet zeggen, maar waar zit dat links nu?
Jean-Claude Dassier: Ergens ver weg!
Pascal Praud: Er staat een vrije tribune in, getekend door Élisabeth Badinter, intussen naar rechts overgegaan, Régis Debray, intussen naar rechts overgegaan…
Ivan Rioufol: We zouden blij moeten zijn!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, intussen naar rechts overgegaan, en Cathérine Kintzler. Nee, maar wat een formidabel intellectueel parcours hebben die mensen niet afgelegd! Want Régis Debray, vandaag is hij reactionair en conservatief...
Sophie Obadia: Niet eens rechts…
Pascal Praud: …omdat links en rechts niets meer voorstelt.
Sophie Obadia: Conservatief.
Pascal Praud: …en wat lees ik in dat ingezonden stuk? Wat staat er geschreven in dat stuk van 31 jaar terug? Het richt zich tot de minister van Nationale Opvoeding, Jospin:

Onderhandelen zoals u dat doet, en daarbij aankondigen dat u zult toegeven, dat heeft een naam: capituleren. ‘Diplomatie’ van dat slag moedigt juist diegenen aan die men wil paaien – en als zij morgen vragen dat de studie van Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) waar ons onderwijs vol van zit ...hun kinderen bespaard zou blijven, hoe zal men hen dat kunnen weigeren? Door uitsluiting?

Wat zegt dit stuk nog meer?
«Alle kinderen verwelkomen», zegt u. Ja, maar dat heeft nooit betekend: samen met hen ook de religie van hun ouders als zodanig binnenhalen. De islamitische hoofddoek dulden is niet een vrij wezen ontvangen (een meisje in dit geval), het is de poort openzetten voor diegenen die besloten hebben om haar, zonder discussie en voorgoed het hoofd te doen buigen. In plaats van dit jonge meisje een ruimte van vrijheid aan te bieden, zegt u haar dat er geen verschil is tussen de school en het huis van haar vader.

Zo schreef men 31 jaar geleden, en ik besluit:
Door de facto de islamitische sluier toe te laten, symbool van de vrouwelijke onderwerping, geeft u een blanco volmacht aan de vaders en broers, en dus aan het hardste patriarchaat op deze planeet. Tenslotte komt het hierop neer dat niet langer respect voor de gelijkheid van de seksen en de vrije wil de wet uitmaken in Frankrijk.

Ziedaar wat er geschreven stond in een groot links blad, 31 jaar geleden. Het kon vandaag geschreven zijn. En men heeft Niets gedaan, 31 jaar van ontkenning, en deze tekst bewijst dat.

 

Pascal Praud: Le déni…le déni ça m’intéresse. Le déni ça m’intéresse parce que j’ai retrouvé, par le plus grand des hasards d’ailleurs, Le Nouvel Observateur de 1989: Profs, ne capitulons pas! on nous souvient de l’affaire du foulard, on se souvient de Jospin, ministre de l’Éducation, qui dit: les jeunes gens qui entrent avec un foulard, il va falloir les convaincre de l’enlever, mais si on n’y arrive pas il faudrait faire le cours, et on doit les accueillir.
Démission totale. Bon, on est donc le deux novembre 1989. Ce grand journal qu’était le Nouvel Observateur, cette grande conscience de gauche avec Jean Daniel, la gauche républicaine, la gauche qu’on aime, la gauche qui s’est évanouie cœurs et biens, on ne peut pas dire qu’elle est morte, mais où est-elle, cette gauche-là?
Jean-Claude Dassier: Elle est très loin!
Pascal Praud: Il y a une tribune qui est signée par Élisabeth Badinter, passée à droite depuis, Régis Debray, passé à droite depuis…
Ivan Rioufol: On pourrait être content!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, passé à droite depuis, Élisabeth de Fontenay, passée à droite depuis, et Cathérine Kintzler. Non, mais c’est formidable, le parcours intellectuel de ces gens-là! Parce que Régis Debray, il est réactionnaire et conservateur aujourd’hui…
Sophie Obadia: Même pas de droite…
Pascal Praud: …parce droite-gauche ça ne veut rien dire. Je veux dire réactionnaire et conservateur…
Sophie Obadia: Conservateur.
Pascal Praud: …et qu’est-ce que je lis dans cette tribune? Il y a 31 ans, qu’est-ce qui est écrit dans cette tribune? Ils s’adressent au ministre de l’Éducation Nationale, Jospin:
Négocier, comme vous le faites, en annonçant que l’on va céder, cela porte un nom: capituler. Une telle « diplomatie » ne fait qu’enhardir ceux-là mêmes qu’elle se propose d’amadouer –et s’ils demandent demain que l’étude des Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) qui encombrent notre enseignement soit épargnée à leurs enfants, comment le leur refuser? Par l’exclusion?
Que dit encore cette tribune?
«Accueillir tous les enfants», dites-vous. Oui. Mais cela n’a jamais signifié faire entrer à l’école, avec eux, la religion de leurs parents, telle quelle. Tolérer le foulard islamique, ce n’est pas accueillir un être libre (en l’occurrence une jeune fille), c’est ouvrir la porte à ceux qui ont décidé, une fois pour toutes et sans discussion, de lui faire plier l’échine. Au lieu d’offrir à cette jeune fille un espace de liberté, vous lui signifiez qu’il n’y a pas de différence entre l’école et la maison de son père.
Ça a été écrit il y a 31 ans, et je termine:
En autorisant de facto le foulard islamique, symbole de la soumission féminine, vous donnez un blanc-seing aux pères et aux frères, c’est-à-dire au patriarcat le plus dur de la planète. En dernier ressort, ce n’est plus le respect de l’égalité des sexes et du libre arbitre qui fait loi en France.
Voilà ce qu’a été écrit dans un grand journal de gauche il y a 31 ans. Ça pourrait avoir été écrit aujourd’hui. On n’a rien fait. 31 ans de déni, ce texte est la preuve.

6 november 2017

Denkt Spanje miljoenen Catalanen met geweld het zwijgen te kunnen opleggen?


Een gesprek met Jordi Savall
in Le Nouvel Observateur

In het conflict tussen de Spaanse regering en de Catalaanse independentisten, heeft de beroemde musicus de kant van de Catalaanse independentisten gekozen.
Hij legt ons uit waarom.

Sarah Halifa-LegrandWat is uw gevoel vandaag bij de zware crisis waar Catalonië doorgaat?
Ik ben heel triest. Vorige zondag heeft Madrid ons veertig jaar achteruitgezet. Ik denk dat hun reactie een heel zware breuk heeft veroorzaakt tussen de Spaanse regering en Catalonië. Ik verzeker u dat Catalonië nooit nog zal zijn zoals voorheen. En laat men dan nog alle mogelijke argumenten tegen het illegale referendum aanvoeren, bejaarde vrouwen over de grond sleuren, weerloze burgers met een dergelijke brutaliteit behandelen is absoluut onverdedigbaar.
Dit geweldsvertoon brengt aan het licht dat de Spaanse regering totaal niet in staat is om verschillen te accepteren, om te accepteren dat men het gevoel zou hebben tot een andere cultuur te behoren. De Spaanse staat ontkent de realiteit. Hij weigert te zien dat er een probleem is. Hij miskent ons. Hij spreekt niet met de Catalanen. Hij spreekt enkel tot de rest van de Spanjaarden.
Draagt niet ook de independentistische regering een deel van de verantwoordelijkheid bij deze escalatie?
Elke partij is deels verantwoordelijk. Maar wat begin je als de gesprekspartner met wie je wil onderhandelen obstinaat de discussie weigert? De Catalaanse president en de burgemeester van Barcelona hebben een brief gestuurd aan mijnheer Rajoy waarin ze om een gesprek vroegen; ze kregen nooit antwoord. Hoe zo’n probleem dan oplossen? Een politieke oplossing heeft Rajoy nooit nagestreefd, enkel gerechtelijke oplossingen. Zijn enige antwoord is een beroep op de wet. Maar als wij de wet altijd hadden gerespecteerd, dan waren de slaven nog altijd slaven, konden de vrouwen nog altijd niet stemmen, en hadden de arbeiders geen rechten. Wetten zijn niet altijd rechtvaardig, en de samenleving heeft ze altijd laten evolueren om ze aangepast te maken. Je kunt onmogelijk de wet inroepen als zijnde iets onveranderlijks.
Hoe verklaart u dat de Spaanse regering op die manier elke dialoog weigert?
De Spaanse regeringsleider Mariano Rajoy blijft op de strakke lijn van de franquistische ideologie die berustte op de constructie van een Spanje als ‘una, grande y libre’. Die heeft ons naar de burgeroorlog geleid. In naam van hetzelfde principe had hij voor het Grondwettelijk Hof het nieuwe statuut van Catalonië al betwist, ‘el Estatut’, dat een uitbreiding van de autonomie voorzag, ook al was dat per referendum door de Catalanen goedgekeurd, en in 2006 aangenomen door het Catalaans Parlement, het Congres van Afgevaardigden en de Cortes. En nochtans betrof het hier slechts een actualisering van het autonomiestatuut dat de grondwet van 1978 ons had toegekend.
In 2006 vroegen de Catalanen geen onafhankelijkheid. Ze vroegen enkel erkenning als natie. Maar het Grondwettelijk Hof zei nee, Catalonië is geen natie, en een Catalaanse burger is dus onbestaand. Het is niet Catalonië dat het kader voor gesprekken met Spanje heeft afgebroken, dat is Madrid.
Daarom, omdat de Spaanse regering niet in staat was om onze verschillen te accepteren, hebben wij gevraagd daarover te mogen stemmen. Wij wilden enkel weten hoeveel mensen onder die voorwaarden bij Spanje wilden blijven, en hoeveel er een ander statuut wensten. Meten dus welke gevoelens van aanhankelijkheid of scheiding er leefden. In alle democratieën zijn er mensen die verschillend denken. Opinies mag men niet criminaliseren. In Catalonië zijn er mensen die rechts denken, en mensen die links denken, mensen die denken dat wij beter af zouden zijn in een vrij Catalonië, en mensen die vinden dat het beter is bij Spanje te blijven. Wat is er zo verkeerd aan om te willen nagaan wat een volk denkt?
Weet u, aanvankelijk wás ik geen independentist. Ik ben een muzikant die zich goed voelt in alle steden van de wereld waar muziek gemaakt wordt. Maar de weigering om respect op te brengen voor de gehechtheid van mensen aan hun eigen cultuur, die weigering om hen te laten uitdrukken wat zij voelen, heeft me doen aansluiten bij deze strekking. Ik vind die absolute onbuigzaamheid, en wat ze teweegbrengt onaanvaardbaar. Denkt Spanje miljoenen Catalanen met geweld het zwijgen te kunnen opleggen?
Waarom voelen de Catalanen zo sterk de noodzaak om hun gehechtheid aan hun cultuur op te eisen?
Deze beweging in Catalonië vraagt dat er naar de mensen zelf geluisterd wordt, en dat men hen in de politiek weer een centrale plaats geeft. Staten zijn politieke constructies. Mensen echter maken deel uit van een cultuur. Luister naar ons: wij willen leven in een Europa dat alle culturen respecteert, alle talen, alle levenswijzen. Dat is wat geschreven staat in de Europese grondwet. Het grote probleem is dat naar ons gevoel wij geen plaats hebben in Spanje. Ik houd van Spanje, ik voel me goed op veel plekken van dat land, ik houd van de Spaanse cultuur. Maar ik zou graag hebben dat ook wij erkend werden, dat ook wij respect kregen. En dat is niet het geval.
Stelt u zich dat voor: een Spaanse minister van Onderwijs die oproept om de jonge Catalanen te hispaniseren. Toen ik nog een kind was, werd ik op school verplicht Castiliaans te spreken. Op mijn geboortebewijs moest men ‘Jorge’ schrijven en niet ‘Jordi’, want een Catalaanse naam dragen was verboden. Met de overgang naar de democratie verkregen we eindelijk dat elementaire recht. Maar je merkt duidelijk dat Spanje het nog altijd niet kan verdragen dat wij onze verschillen laten gelden.
De Catalaanse taal is even oud als het Frans. Ze gaat terug op de langue d'Oc, de taal van de troubadours. En nochtans mag men ze niet gebruiken in het Spaanse parlement, en zelfs niet in de Catalaanse rechtbanken, waar men zich in het Castiliaans moet uitdrukken. 
Wij maken deel uit van een natie met een zeer oude cultuur. En wij vragen dat men hiervoor respect opbrengt. Dit is geen kwestie van populisme of van geld, zoals men wel eens hoort. Het gaat om waardigheid en erkenning.
Bent u, gezien de impasse waarin Catalonië zich bevindt, er voorstander van dat de Catalaanse regering unilateraal de onafhankelijkheid uitroept, met als risico heel Spanje in het onbekende te dompelen?
Ik zal u antwoorden met een andere vraag: wat valt er te beginnen als er aan de andere kant een autoritaire barrière staat? Wat kan de Catalaanse regering ondernemen? Beeldt u zich in dat Spanje en Catalonië een echtpaar zijn. Denkt u dat een koppel een manier van samenleven zal vinden, als ze er zelfs niet meer in slagen met elkaar te praten? Wat heeft de Engelse regering gedaan toen de Schotten hun onafhankelijkheid wensten? Ze heeft hen niet onderdrukt, maar hen gezegd: ‘Ga niet weg, wij zullen jullie voorstellen doen zodat jullie zich beter voelen bij ons.’ In Spanje heeft men geantwoord met de dreiging ons in de gevangenis op te sluiten, en vervolgens heeft men een politiemacht op ons afgestuurd. Het enige wat ons nog overblijft is zeggen: aangezien wij geen dialoog kunnen hebben, nemen wij de moeilijkste weg, ook al is dat niet de weg die wij hadden willen inslaan.
Wat er nu zal komen weet ik niet. Ik denk dat een oplossing enkel dan te vinden is, als er een bemiddelaar komt die aan Spanje vraagt een stoel te nemen en de discussie aan te gaan. Europa had die rol al lang op zich moeten nemen.* Dat het de ogen sluit begrijp ik niet. Misschien is dat omdat het in handen is van partijen die voor het merendeel rechts zijn, en geen oren hebben naar aanspraken zoals die hier worden aangebracht.
Helaas zie ik dat in Frankrijk Emmanuel Macron evenmin bijzonder gevoelig is voor kwesties als deze, om de evidente reden dat het jakobijnse Frankrijk zelf, op zijn eigen grondgebied de verschillende bestaande culturen heeft willen verstikken en verfransen. Maar als Europa niet tussenkomt, maakt het een zeer zware fout.
________

* Savall bedoelt hier waarschijnlijk enkel de EU.

13 november 2015

Open brief van Alain Badiou aan Alain Finkielkraut


Eind 2009 had de filosoof Alain Badiou voor het eerst aanvaard om met Alain Finkielkraut in debat te gaan. Deze dialoog werd gepubliceerd in de Nouvel Observateur, en werd de basis van een boek dat het jaar daarop verscheen: «l’Explication. Conversation avec Aude Lancelin» (éditions Lignes, 2010). Vandaag weigert hij diens invitaties en hij geeft zijn redenen in een open brief:

Bij de publieke en gepubliceerde discussies die wij destijds* hadden, heb ik u gewaarschuwd voor het gestage afglijden van uw standpunten, en in het bijzonder voor uw identitaire krampachtigheid, waarvan ik toen al wist dat ze ongetwijfeld fel aan het werk was, maar die ik als eerlijk en loyaal beschouwde, een afglijden naar een discours dat niet meer te onderscheiden zou vallen van dat van elk extreemrechts als vanouds.
Dat is duidelijk de stap die u, in weerwil van mijn klaarziende raadgevingen hebt gezet met uw geschrift «l’Identité malheureuse» en met het centraal stellen in uw gedachtegang van het uitgesproken neonazi-concept van de etnische Staat. Dat verwonderde mij niet al te zeer, want ik had u verwittigd van dit inherente gevaar, maar gelooft u mij, het heeft mij droef gestemd. Ik denk immers dat wie ook, en u dus eveneens, in zich de mogelijkheid tot veranderen heeft en – laten we even met Plato spreken – tot een terugkeer naar het Goede.
Maar u bent onweerstaanbaar het Kwaad van onze tijd toegewend, dat tegenover de alomtegenwoordige kapitalistische wereldmarkt, abstract en abject, enkel de cultus weet te stellen van de nationale identiteit, die de dood in zich draagt zodra hij pretendeert welke politieke waarde ook te bezitten, of zelfs, zoals in uw geval, de cultus van de «etnische» nationaliteit, wat nog erger is.
Ik voeg daaraan toe dat wat betreft uw instrumentering van «het joodse vraagstuk» dit de hedendaagse vorm is van wat de joden van Europa ten ondergang zal brengen, als tenminste zij die gelukkig in groten getale weerstand bieden aan deze reactieve tendens, er niet in slagen deze een halt toe te roepen. Ik bedoel, de weegschaal van de buitengewone rol van de joden in alle vormen van universalisme (wetenschappelijk, politiek, artistiek, filosofisch…), naast de barbaarse cultus zonder enig uitzicht dan moorddadigheid van een koloniale Staat. Ik zeg het u, zoals ik het zeg aan allen die aan deze cultus deelnemen: jullie zijn het die vandaag deze sinistere identitaire catastrofe organiseren, door die brutale metamorfose van een glorierijk voetstuk van universalisme in een nationaal fetisjisme, waarbij jullie schandelijk de aflossing verzekeren van het racistische** antisemitisme.
In de groep van de intellectuelen die aan uw kant staan bij deze anti-joodse gemeenheid, word ik gewoonlijk voor antisemiet uitgescholden. Maar het enige wat ik doe is het onderhouden en in positieve zin transformeren van het overgeërfde universalisme, niet enkel van een plejade van joodse denkers en uitvinders, maar van honderdduizenden joodse communistische militanten die voortkwamen uit de populaire en arbeidersmilieus. En als het nationalisme en kolonialisme van een bepaald land aan de kaak stellen «antisemitisch» is, als het Israël betreft, welke naam moeten we dit dan geven als het bijvoorbeeld om Frankrijk gaat? Veel radicaler en onophoudelijker dan wat ik deed als het om Israël ging, heb ik kritiek gegeven, tot vandaag nog, op het Franse beleid dat zowel koloniaal als reactionair is. Zult u dan zeggen, zoals de kolonisten in Algerije dat in de jaren vijftig deden, dat ik behoor tot het «anti-Frankrijk»? Weliswaar lijkt u de charme van kolonisten wel te kunnen smaken, tenminste als het Israëliërs zijn.
U bent zelf in een duistere valkuil getrapt van een soort geborneerd anti-universalisme dat geen toekomst heeft behalve dan een aartsreactionaire. Ik meen te kunnen raden (vergis ik mij?) dat u langzaam begint te beseffen dat de plek waar u zich bevindt muf ruikt, en erger nog. Ik heb de indruk dat als u er zo op gesteld bent dat ik naar de verjaardag van uw programma kom (waaraan ik vier keer meewerkte, in de tijd dat het nog fatsoenlijk was om met u om te gaan, zij ook toen al het onder enig voorbehoud), of dat ik nog zou meewerken aan genoemd programma, dat is omdat het u enigszins zou kunnen verlossen uit uw kuil. «Als Badiou, de filosoof, platonist en communist van dienst accepteert om mij in het hol waarin ik zit een bezoek te brengen,» denkt u wellicht, «dan zal mij dat in de ogen van de velen, en hun aantal groeit, die mij ervan beschuldigen te koketteren met het Front National, wat verse lucht bezorgen.»
Maar ziet u, ik heb, omdat ik veel te vaak met u in dialoog ben gegaan, al kritiek gekregen vanuit het kamp waarvan u zich inbeeldt dat het het mijne is (een bepaald «radicaal links», dat helemaal niet mijn kamp is, maar laat maar zitten). Ik houd zonder aarzelen vol dat ik gelijk had dat te doen. Maar ik moet heel eenvoudig vaststellen dat de lust mij nu ontbreekt. Te veel is te veel, ziet u. Ik laat u achter in uw hol, of ik laat u, als u dat verkiest in het gezelschap van uw nieuwe «vrienden». Diegenen die zo’n groot succes hebben gemaakt van de tranen die u liet over het einde van de «Etnische Staten», laat hen voortaan zorg voor u dragen. Mijn hoop bestaat erin dat op het moment dat u begrijpt wie zij zijn, en waar u staat, dat u uw gezond verstand dan zult terugvinden dat, als we de klassieke filosofie mogen geloven, eigen is aan het menselijk wezen.
Alain Badiou

Een mens vraagt zich af waar zo’n Badiou de onbeschaamdheid vandaan haalt om iemand te bestempelen als infréquentable, terwijl hijzelf al jaren de grofste praat uitslaat en die zelfs laat drukken. Nu sprak hij enkel van een hol, un trou, wat nog meevalt want tegen zijn gewoonte in gebruikte hij deze keer geen dierennamen voor zijn tegenstander.
Simon Leys herinnert in «Le Studio de l’inutilité» (Flammarion 2012) aan volgende woorden van Badiou:

« S’agissant de figures comme Robespierre, Saint-Just, Babeuf, Blanqui, Bakounine, Marx, Engels, Lénine, Trotski, Rosa Luxemburg, Staline, Mao Zedong, Chou En-lai, Tito, Enver Hoxha, Che Guevara et quelques autres, il est capital de ne rien céder au contexte de criminalisation et d’anecdotes ébouriffantes dans lesquelles depuis toujours la réaction tente de les enclore et de les annuler» (p. 286 in Mao. De la pratique et de la contradiction, avec une lettre d’Alain Badiou et la réponse de Slavoj Zizek; La Fabrique, 2008).
Waar het gaat om figuren als Robespierre, Saint-Just, Babeuf, Blanqui, Bakoenin, Marx, Engels, Lenin, Trotski, Rosa Luxemburg, Stalin, Mao Zedong, Chou En-lai, Tito, Enver Hoxha, Che Guevara en enkele anderen, is het van kapitaal belang om in het geheel niet mee te gaan in de context van criminalisering en onwaarschijnlijke anekdotes waarin de reactie hen altijd heeft willen opsluiten en uitschakelen.

Leys had kritiek op dit lijstje: «… je suis choqué: quelle injustice! Le nom de Pol Pot a été omis du petit panthéon badiolien – et il aurait pourtant tellement mérité d’y figurer […]». Schokkend, wat een onrechtvaardigheid! De naam van Pol Pot is weggelaten uit dit kleine badoliaanse pantheon – en hij had nog zo verdiend erin te staan.
_____________
* Badiou gebruikt “naguère” in deze betekenis. Strikt genomen betekent dit “onlangs”
** Hij schrijft “racialiste”, wat in geen Frans woordenboek voorkomt, maar de term is in de mode gekomen door het Engels, waar het een synoniem is voor “racistisch”

26 mei 2012

De vraag is al pijnlijk genoeg

.

Zaterdag zaten bij Alain Finkielkraut, in zijn uitzending Répliques, Elisabeth Lévy, chef van het magazine Causeur, en Laurent Joffrin van de Nouvel Observateur. Hieronder een uittrekseltje, enkel een vraag van Finkielkraut, met twee kleine tussenwerpseltjes van de nieuwe observator.


Je reprends d’abord le titre d'Elisabeth Lévy: «La Gauche contre le Réel». Alors je vais vous donner un exemple, peut-être ridicule, et vous allez me ramener dans les cordes, mais voilà, j’ai vu quelque chose le soir de l’élection, à la Bastille. J’ai vu beaucoup de drapeaux étrangers, et même, des témoins m’ont dit qu’il n’y avait pratiquement que des drapeaux étrangers, et c’était (Alors voilà, on va parler de ça) l’élection nationale. Moi je ne sais pas ce qu’il faut en penser. J’aurais aimé que les journalistes (Mais vous savez bien que factuellement…), de quelque bord qu’ils soient, le notent, s’interrogent, réfléchissent, demandent. Peut-être que c’est anodin, peut-être que ça ne l’est pas. Je, je dis simplement que précisément on s’est plus ou moins arrangé pour ne pas voir ce qu’on voit, car on ne veut pas faire le jeu du Front National. Il y a des réalités qui ne sont pas nécessairement bonnes à dire. En tout cas, moi je vous pose la question.



Ik haal eerst de titel aan van [het boek van] Elisabeth Lévy: “Links tegen de werkelijkheid in”. Ik zal u daar een voorbeeld van geven, belachelijk misschien, en dan slaat u me de touwen in, maar kijk, ik heb iets gezien op de verkiezingsavond, bij de Bastille. Veel vreemde vlaggen heb ik gezien, en zelfs zegden getuigen mij dat er zo goed als alleen vreemde vlaggen waren, en dat was (Ja kijk, daar zullen we het over hebben) de nationale [presidents-]verkiezing. Wat je daarvan moet denken weet ik niet. Wat ik graag had gezien was dat de journalisten (Maar u weet heel goed dat feitelijk…), van welke kant ook, dit hadden opgemerkt, bij zichzelf hadden overlegd, bedenkingen gemaakt, vragen gesteld. Misschien stelt dit niets voor, maar misschien toch wel. Ik, ik zeg eenvoudigweg dat men min of meer overeen is gekomen, om niet datgene te zien wat er te zien was, want men wil het Front National niet in de kaart spelen. Er zijn feiten die niet noodzakelijk geschikt zijn om verteld te worden. In elk geval, ik stel u de vraag.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html