30 mei 2020

Het biechtgeheim


Biechten en het bijbehorende biechtgeheim zijn al een tijd uit het beschaafde leven verdwenen: er worden geloof ik zelfs geen romans meer geschreven rond dit thema.
Vele geheimen lijken vandaag weg te vallen, zelfs het medisch geheim komt onder druk met dingen als contact tracing, apps enzovoort. En zoals we allemaal weten kennen na enige tijd Facebook en Twitter ons beter dan wij onszelf, en dat vinden wij niet erg.

Ook wie boeken koopt bij Amazon en dergelijke verraadt hen na verloop heel wat, en zo kunnen die firma's suggesties doen voor weer volgende aankopen.
Bepaalde boeken afraden op basis van wat zij weten doet Amazon niet, al is boeken afraden juist een goede verkooptechniek, dat kan elke schooljongen je vertellen. Misschien zijn hun algoritmes nog niet zover.

Hier vertelt Stendhal over een boekhandelaar die dat wél deed.

Lyon, 16 mei 1837
Mijn zaken riepen mij vaak naar Lyon; zodra ik die stad betreed voel ik de lust om te geeuwen en hebben de mooiste dingen geen effect meer op mij. […]*
Op zekere dag, ik was nog jong, had ik een leeg uurtje voor me, en door apathie overmand stapte ik bij een boekhandelaar naar binnen om een boek te kopen. Ik was zodanig suf dat ik niet wist wat gevraagd. Lukraak noemde ik ten slotte Jacques le Fataliste, of de romans van Voltaire. De boekhandelaar ging een stap achteruit, nam een lijkbiddersgezicht aan en gaf me een preek over de immoraliteit van de werken die ik hem noemde. Tot besluit suggereerde hij me Spectacle de la nature van de abbé Pluche te kopen.
Eerst was ik geïrriteerd door de onbeschaamdheid van deze adviseur. Maar bij zijn preek had hij zo’n wezenloos lomp air,** en deed hij zo gewichtig dat hij me op den duur amuseerde. Ik wilde eens nagaan of het bij hem niet puur om handelsinstinct ging; misschien had hij in zijn winkel Pluche staan en niet de romans van Voltaire?
Die had hij wel degelijk, de etter! maar omdat hij vond dat ik er jong uitzag wilde hij ze me absoluut niet verkopen. ‘s Avonds vertelde ik dat verhaal aan mijn neef G…; hij liep rood aan en hield vol dat ik overdreef; in één woord de stedelijke eer was aangetast; de hele avond zei hij geen woord meer tegen mij.

Mémoires d'un Touriste
Édition de V. Del Litto
revue par Fanny Déchanet-Platz
Folio classique p.142
__________
* Positieve omschrijvingen van Franse steden kun je beter niet bij Stendhal zoeken. Op zijn grafsteen in Montmartre staat gebeiteld ‘Stendhal, Milanese’, zijn lievelingsstad.
** De tekst zegt un air si canut, si hébété. Daar is wat filologisch geharrewar over. De canuts zijn vanzelfsprekend de zijdebewerkers van Lyon, maar in de omgeving van de stad sloeg de benaming met een pejoratieve bijklank op alle Lyonezen. Stendhal gebruikt de term in die zin.

24 mei 2020

Bij het drinken van een glas Bourgogne



Mémoires d’un Touriste
Stendhal

À la sortie de Dijon, je regarde de tous mes yeux cette fameuse Côte-d'Or si célèbre en Europe. Il faut se rappeler le vers :
Les personnes d'esprit sont-elles jamais laides?
Sans ses vins admirables, je trouverais que rien au monde n'est plus laid que cette fameuse Côte-d'Or. Suivant le système de M. Élie de Beaumont, c'est une des premières chaînes sorties de notre globe, lorsque la croûte commença à se refroidir.
La Côte-d’Or n'est donc qu’une petite montagne bien sèche et bien laide; mais on distingue les vignes avec leurs petits piquets, et à chaque instant on trouve un nom immortel : Chambertin, le Clos-Vougeot, Romanée, Saint-Georges, Nuits. À l'aide de tant de gloire, op finit par s'accoutumer à la Côte-d'Or.
Le général Bisson, étant colonel, allait à l'armée du Rhin avec son régiment. Passant devant le Clos-Vougeot, il fait faire halte, commande à gauche en bataille, et fait rendre les honneurs militaires.
Comme mon compagnon de voyage me contait cette anecdote honorable, je vois un enclos carré d'environ quatre cents arpents, doucement incliné au midi et clos de murs. Nous arrivons à une porte en bois sur laquelle on lit en gros caractères fort laids : Clos-Vougeot. Ce nom a été fourni par la Vouge, ruisseau qui coule à quelque distance. Ce clos immortel, acquis dernièrement de MM. Tourion et Ravel par M. Aguado, appartenait autrefois aux religieux de l'abbaye de Cîteaux. Les bons pères ne vendaient pas leur vin, ils faisaient des cadeaux de ce qu'ils ne consommaient pas. Donc, aucune ruse de marchand.
Ce soir, à Beaune, j'ai eu l'honneur d'assister à une longue discussion : Faut-il vendanger le Clos-Vougeot par bandes transversales et parallèles à la route, ou par bandes verticales allant de la route au sommet du coteau? On a goûté des vins de 1832 produits d’un de ces systèmes, et des vins de 1834, je crois, donnés par le système opposé.
Chaque année a sa physionomie particulière ou plutôt des physionomies successives; le vin de 1830, par exemple, peut être inférieur au vin de 1829 à l'âge de trois ans, c'est-à-dire goûté en 1833, et lui être supérieur en 1836, lorsqu'il est parvenu à sa sixième année.
À la fin de la séance, qui a duré plus de deux heures, je commençais réellement à entrevoir les différences de certaines qualités. Tout le monde connaît le vin de la comète, qui annonça la chute de Napoléon en 1811 ; il y a ainsi tous les cinq ou six ans une année supérieure.
En général, les vins de ce pays se boivent en Belgique. Le propriétaire du Clos-Vougeot peut tromper ses chalands; il n'aurait qu'à faire répandre sur sa vigne du fumier de cheval, elle produirait beaucoup plus, mais le vin serait d’une qualité inférieure.
Une bouteille du Clos-Vougeot, qui se vend dix francs à Paris chez les restaurateurs, ne se vend pas, mais s'obtient sur les lieux, par insigne faveur, au prix de quinze francs. Mais, il faut l'avouer, rien ne lui est comparable. Ce vin n'est pas fort agréable la première et souvent la seconde année; aussi les propriétaires ont-ils toujours une réserve de cent mille bouteilles.
La poésie, avec ses exagérations aimables, s'est emparée de ce sujet si cher aux Bourguignons; et ce soir, dans son enthousiasme, mon correspondant de Beaune m'a promis de me faire boire une bouteille de vin du Clos-Vougeot provenant encore de l'abbaye de Cîteaux. Mais comment croire à cette vénérable antiquité, si après douze ou quinze ans ce vin commence à perdre ?
Du temps des moines, fins connaisseurs et qui ne vendaient pas, le clos produisait moins et le vin valait mieux ; mais de nos jours comment résister à la tentation de fumer un peu une vigne dont chaque bouteille se vend quinze francs? Il est bien exact qu'on donne aux vendangeurs d'excellents dîners et surtout des mets auxquels ils ne sont pas accoutumés, afin de leur ôter l'idée de manger du raisin.
Les vins de Nuits sont devenus célèbres depuis la maladie de Louis XIV, en 1680; les médecins ordonnèrent au roi le vieux vin de Nuits pour rétablir ses forces. Cette ordonnance de Fagon a créé la petite ville de Nuits.
J'apprends que, exactement parlant, la Côte-d'Or finit à Vosne. Les aimables vins de ce pays ont un mérite nouveau depuis 1830 : à table, les Bourguignons ne parlent que de leurs mérites comparatifs, de leurs défauts et de leurs qualités, et l'ennuyeuse politique, si impolie en province, est tout à fait laissée de côté.
Mémoires d'un Touriste
Édition de V. Del Litto
revue par Fanny Déchanet-Platz
Folio classique p.120-3

15 mei 2020

Over papiersnippers en toeristen


Ik vermoed dat elke Vlaming al eens een pakje uit China toegezonden kreeg, en wat daarbij opvalt is dat de bestelde waar altijd zo goed ingeduffeld is. Je hebt iets heel kleins besteld, maar dat maakt niet uit: het afgeleverde pak is groot. Er zitten luchtballonnetjes bij, of piepschuim of verfrommeld papier. Zo komen de waren zonder kreuken aan bij de klant, en die is altijd blijer met een groot pak dan met een kleintje weten de Chinezen.

Ik meen dat zij hiervoor hun inspiratie bij Stendhal hebben gehaald.
Stendhal, toen Parijzenaar, scheef een prachtig reisverslag (Mémoires d’un touriste, 1838)* van een tocht door Frankrijk, door la province dus, en hij was het die op dat idee is gekomen:

Ik geef het op; wat voor stijl ik gebruik, wat voor treffende wending ik ook mag bedenken, nooit zal ik een idee kunnen geven van de armoede van de plattelandsconversatie en van de talloze pietluttigheden die zelfs voor de meest galante provinciaal het leven zijn. Je weigert te geloven dat redelijke schepselen zich vol interesse bezighouden met dergelijke dingen; maar op een dag zie je de hele diepte van de verveling in de provincie, en op slag begrijp je alles.

Een geestige vrouw die ik ken gaat van Nevers naar Orléans, een van haar reiskoffers zit maar halfvol; ze vreest dat het linnengoed dat ze erin geschikt heeft door het schokken verknoeid raakt. Ik doe de lumineuze suggestie papiersnippers te laten halen bij de inpakker om de hoek.

– 'Ho maar', zegt de echtgenoot me, 'dan maken ze ons belachelijk in Orléans. Wat krijgen we nu, zullen ze zeggen, die hebben niet uitgerekend hoeveel koffers ze nodig hadden voor wat ze wilden vervoeren, en voilà, ze brengen ons hier papiersnippers in Orléans!'
_________
* Het woord ‘touriste’ (tourist, Engels) was toen nog geen geaccepteerd Frans. Prosper Mérimée, een vriend van Stendhal, had het wel al eens gebruikt in een brief, maar met de titel van dit werk verleende Stendhal het bestaansrecht.

9 mei 2020

'Islamoracaille', zo duidde hij zichzelf aan


De journalist Éric Zemmour gaat door voor de baarlijke duivel (toen hij in Brussel kwam spreken een paar jaar terug raakte je de zaal niet in zonder politiecontrole). Nu werd Zemmour vorige week in Parijs achtervolgd, uitgescholden en bespuwd door een moslim, terwijl hij haastig naar huis ging met zijn coronaboodschappen. De jonge schoft filmde ook nog eens zijn heldendaad (Zemmour is wel een groot intellectueel, maar misschien niet zo'n grote atleet), gaf er zelfs wat uitleg bij en zette alles op het web. Ach, een fait divers blijkbaar, en alleen de sociale media plaatsten het filmpje meteen.
De grote media schoten wel in actie toen enkele politici hun afschuw uitspraken over deze terreurdaad, en zeker nadat Emmanuel Macron Zemmour opbelde en drie kwartier met hem aan de lijn bleef. Een tegenstander is nog geen vijand vindt hij blijkbaar, een houding die je niet in alle landen ziet en waarvan Zemmour de élégance bewonderde.

In Face à l’Info, een programma van Christine Kelly op CNews, zit Zemmour samen met drie anderen in haar vaste panel, en hij gaf daar maandag enige toelichting bij de gebeurtenis.

Eerst stak een ander panellid, de auteur Marc Menant een lofrede op Zemmour af, waarna deze blozend zei dat die op zijn begrafenis niet zou misstaan. Ik geef er een stukje van, vertaald, maar zoals ook alle volgende fragmenten is het hierna getranscribeerd en beluisterbaar. 

Marc Menant: Dit is de confrontatie van de intelligentie met een schoft. Aan de ene kant de kracht van het geciseleerde woord van een man die zich telkens weer uitspreekt, niet om zomaar lucht te geven aan een vaststaande mening, maar die van een argumentatie ook de uitgangspunten opdiept. Dit is de stralende kracht van de intelligentie, en onvermijdelijk is die storend voor wie slechts een woesteling is, een gevallene die niets soortgelijks bezit, en wie slechts de kracht van de vuist rest.
oOo
Christine Kelly vroeg hem, met die fluwelen stem van haar, of de steunbetuigingen van de politici, meestal niet zijn vrienden, hem geraakt hadden:

Éric Zemmour: Wel, ik meen inderdaad dat men aan deze mensen een hommage moet brengen, wat ik ook doe en ik ben hen daar erkentelijk voor. Voor mij zijn dit authentieke democraten, mensen dus die hun tegenstanders niet als vijanden beschouwen. Dit is zowat de hele theorie van Benjamin Constant, de liberale democratie in de echte zin van het woord. Men bestrijdt ideeën, de tegenstander maar niet de man, zo zit dat. Dat is mooi en volkomen eerbaar vind ik.
Weet u, mijn meningsverschil met die mensen gaat niet over de democratie – ook ik respecteer mijn tegenstanders – het gaat over onze analyses. Ik sta nu eenmaal achter een historische, een tragische analyse van de situatie. Zij blijven bij een individualiserende analyse. Zij denken dat het om het individu gaat …dat in verwarring is enzovoort. Maar u weet goed, al tien keer heeft men mij dat horen zeggen, dat sommige dingen het individu overstijgen: ‘De doden regeren over de levenden’ met de bekende formule van Auguste Comte.
Geweld vinden wij schokkend, want wij hebben een samenleving die geen geweld meer verdraagt. Marc verhaalde ons – ik meen dat het vorige week was dat hij over Danton sprak – ik bedoel maar: toen kreeg je voor een scheef woord de guillotine.
Marc Menant: En de anarchisten.
Éric Zemmour: En de anarchisten die dingen lieten ontploffen …die op de President van de Republiek schoten en die …dat was geweld, ziet u, en dat is er nog. Wij zijn gewend geraakt aan een hyper-gepacificeerde samenleving. Als ik u spreek over een oorlog tussen beschavingen, dan is dat vanuit de gedachte dat hier verschillende tijdsschalen spelen. Anders gezegd, er zijn mensen die uit andere streken komen en andere tijdsschalen belichamen, andere culturen, andere beschavingen, en zij willen ons systeem niet accepteren. Bijgevolg botsen die mensen uit hypergewelddadige culturen met mensen – met ons dus – die in een hyper-gepacificeerde maatschappij leven. En dat is …dat is echt een ontzettende cultuurschok.
oOo
Er waren echter ook politici die over het voorval in alle talen zwegen. Zemmour noemde La France insoumise bij naam:

Éric Zemmour: Dat betekent dat die mensen duidelijk in het kamp van het moslimuitschot en de islamgauchisten staan. Goed, zij hebben hun kamp gekozen, zoals ik mijn kamp heb gekozen. Ten tweede, in tegenstelling tot de democraten die ik daarnet een saluut bracht, hebben zij van democratie niets begrepen. Democratie betekent juist dat het geweld van woorden voor daadwerkelijk geweld in de plaats komt. Dat is de geschiedenis van de democratie ten voeten uit. Weet u, de debatten in de Assemblée nationale, Kamer van Volksvertegenwoordigers destijds in de Derde Republiek, met mensen als Clemenceau of Jaurès, die waren verschrikkelijk heftig. Wij zijn er kinderen bij. En zij kwamen daarna niet snotteren van: aah! hij heeft gediscrimineerd, aah! hij is stout geweest met mij! Ik mag u wel zeggen, u moet die debatten eens nalezen.

Weet u, ik leg dat al zoveel jaar uit: zodra er geen gedeeld cultureel erfgoed meer is, geen gemeenschappelijke burgerzin, strijdt men niet langer over ideeën, niet langer over culturen, men strijdt over identiteiten, want om iets aan te vallen… aangezien men niet dezelfde identiteit heeft, aangezien men de opname in een gemeenschappelijke schoot afwijst, kijk, voor een strijd is er…Gambetta was van Italiaanse afkomst, en men maakte hem uit voor Italiaan, maar hij had dezelfde cultuur als diegenen die hem uitmaakten en dus trok hij zich daar geen bal van aan, ziet u. Maar nu verdedigt vanzelfsprekend elk zijn eigen identiteit, want er is geen gemeenschappelijke cultuur. Een intellectuele strijd is uitgesloten, er kan enkel nog een strijd over identiteiten.
oOo
Zemmour benadrukt sterk de rol van de sociale media, die hij echter helemaal anders ziet dan de filosoof Raphaël Enthoven.

Éric Zemmour: Ik merk wel dat in deze geschiedenis het de sociale netwerken zijn die alles schragen. U hebt dat ook gemerkt. De traditionele media spreken hier niet over. De sociale netwerken van hun kant zien hier de realiteit van, wat heel interessant is aangezien ze voortdurend onder vuur liggen.
Een jongen als Raphaël Enthoven bijvoorbeeld geeft volgende verklaring: het is tenslotte het eigentijdse narcisme, zegt hij. Om zich in de kijker te werken, om zich te kunnen aanschouwen in de spiegel van de sociale media is men bereid om het even wat te doen, en dus te beledigen, geweld te gebruiken enzovoort. Ik van mijn kant beken dat ik bij mijn historische verklaring blijf.
Weet u, u hebt mij dat nog horen zeggen, ik denk dat dit moslimtuig – aangezien hijzelf dit woord gebruikt, en hen dus zo aanduidt – dat dit moslimtuig de gewapende arm is van een beschavingsoorlog op ons grondgebied, van een permanente jihad die jacht maakt op de ongelovigen en hen verdrijft. Weet u, wat mij is overkomen was voor mij vervelend, maar het overkomt voortdurend, elke dag en al jaren, al decennia, miljoenen Fransen die door dit moslimuitschot worden aangevallen, bedreigd, beledigd, bestolen, en als het jonge vrouwen zijn verkracht, en soms zelfs vermoord.
Christine Kelly: Bij u was het in naam van uw ideeën.
Éric Zemmour: Ja, in naam van mijn ideeën, maar weet u wat het is? Het is gewoon dat ik in deze beschavingsstrijd in de voorste linie sta. Ik getuig van die agressie, van die jihad, en dus komen ze achter mij aan. Maar de gewone man zit daar voor niets tussen, en wordt evengoed aangevallen en verjaagd.
oOo
Is die rol van de sociale media dan zo positief? Ja, want de traditionele media proberen veel te verzwijgen zegt Zemmour:

Éric Zemmour: Laat ik zeggen dat ze het minstens mogelijk maken om de mainstream te omzeilen, zoals Harold zou zeggen.
Harold Hyman: (lachend) Maar ik vind dat die video…
Éric Zemmour: Nee, maar u begrijpt wat ik bedoel: de traditionele media hebben het debat vaak verstikt, en de sociale media maken het mogelijk daaromheen te gaan en het te laten ontploffen. Dat is niet zo kwaad. Ik geloof niet dat dit geweld uit de sociale media voortkomt zeg ik u, en dat is het echte meningsverschil, en ik heb Raphaël Enthoven genoemd die op de lijn van Harold zit. Ik geloof dat niet.
Ik denk dat het geweld voortkomt, historisch zei ik bijna, uit een botsing van beschavingen op ons grondgebied. Die sociale media zijn maar een voorwendsel. Als bijvoorbeeld – ik geef u nu een voorbeeld – in de banlieues schoften de brandweerlui aanvallen die kwamen om een brand te blussen of een zieke te helpen enzovoort, als dan de flikken arriveren om de pompiers bij te staan, dan filmen zij ook! Nu gaat u me niet vertellen dat ze dat doen louter om te filmen. Nee! Zij filmen inderdaad omdat dat in deze tijd zo gaat, zover volg ik u wel, maar zij doen dat omdat zij van oordeel zijn dat dit hún territorium is, en dat de pompiers en de politiemannen vreemde machten zijn, die komen koloniseren wat zij als hun eigen territorium zien. Het gaat dus om een territoriumoorlog.
Harold Hyman: En dat is geen creatie van de sociale netwerken, zijzelf zijn het die de netwerken gebruiken.
Éric Zemmour: Ja, zo is het precies. Maar ik zeg het nog eens, meer speciaal tegen Enthoven want die denkt dat de netwerken hier een beslissende rol spelen, een beetje zoals u eerst zei: ik geloof dat niet.

o-o-o-o-o



Marc Menant: C’est l’intelligence face à la brute. C’est-à-dire que d’un côté il y a la force du verbe qui est ciselé, l’homme qui à chaque fois ne s’exprime pas uniquement au nom d’une conviction mais qui va puiser dans les racines une argumentation. C’est la force de l’intelligence qui rayonne et ça, ça dérange forcément celui qui n’est qu’un énergumène. Qui a déchu, qui n’a plus rien de l’espèce en tant que telle, et qui n’a que la force du poing.



Éric Zemmour: Alors, je trouve que effectivement il faut rendre hommage à ces gens et d’ailleurs je le fais, je leur en sais gré. Je pense que ce sont d’authentiques démocrates, c’est-à-dire des gens qui pensent que leurs adversaires ne sont pas des ennemis. C’est un peu toute la théorie de Benjamin Constant, la démocratie libérale au sens propre du terme, c‘est-à-dire : on combat les idées, l’adversaire mais on ne combat pas l’homme, donc voilà. C’est bon et je trouve ça tout à fait honorable. Vous savez, le désaccord que j’ai avec ces gens, il n’est pas sur la démocratie – moi aussi je respecte l’adversaire – il est sur l’analyse. C’est que moi je fais une analyse historique, tragique de la situation. Eux ils en sont sur une analyse individualiste. Ils pensent que c’est l’individu qui est… se trompe et-cetera. Vous savez bien, on m’a entendu dire ça dix fois, qu’au-dessus des individus il y a ‘les morts gouvernent les vivants’ selon la célèbre formule d’Auguste Comte.

Éric Zemmour: Nous sommes choqués par la violence parce que nous vivons dans une société qui ne supporte plus la violence. Marc raconte – ou la semaine dernière je crois nous a raconté Danton. Je veux dire, là, pour un mot de travers on a la guillotine.
Marc Menant: Et les anarchistes.
Éric Zemmour: Et les anarchistes qui faisaient sauter …qui tiraient sur le Président de la République et qui …ça c’était de la violence, vous comprenez, et on l’a encore. On s’est habitué à une société hyper-pacifiée. Quand je vous parle de guerre des civilisations, je pense qu’il y a des temporalités différentes. C’est-à-dire qu’il y a des gens qui viennent d’autres contrées, et qui sont représentants d’autres temporalités, d’autres cultures, d’autres civilisations, et qui ne veulent pas accepter notre système. Et donc il y a un choc entre les gens qui viennent des sociétés hyper-violentes, et des gens qui vivent, nous, dans une société hyper-pacifiée. Et cela c’est… il y a vraiment un choc des cultures terrible.



Éric Zemmour: C’est que ces gens-là sont clairement dans le camp des islamoracailles et des islamogauchistes, bon, ils ont choisi leur camp, comme moi j’ai choisi mon camp. Deuxièmement, contrairement aux démocrates que je saluais tout à l’heure, ils n’ont rien compris à la démocratie. Parce que la démocratie c’est justement la violence des mots pour se substituer à la violence des gestes. C’est toute l’histoire de la démocratie. Vous savez, les débats à l’Assemblée nationale, et à la Chambre des Députés à l’époque sous la troisième République, avec des gens comme Clemenceau ou Jaurès, c’était d’une violence terrible. On est de enfants à côté. Et ils n’allaient pas pleurnicher ensuite en disant : ah! il a fait de la discrimination, ah! il a été méchant avec moi. Je vous assure, il faut relire les débats.

Vous savez, j’explique ça depuis des années. À partir du moment où il n’y a plus de corpus culturel, civilisationnel commun, on ne se bat plus sur des idées, on ne se bat plus sur des cultures, on se bat sur des identités, puisque quand on attaque quelque chose …puisqu’on n’a pas la même identité, puisqu’on refuse de rentrer dans un giron commun. Vous voyez, avant il y a un combat, Gambetta il est d’origine italienne, on le traite d’Italien, mais lui il a la même culture que ceux qui le traitent d’Italien, vous comprenez, donc il s’en fout. Tandis que là aujourd’hui, comme il n’y a pas la même culture, eh bien évidemment chacun défend son identité. On ne peut plus avoir un combat intellectuel, on ne peut avoir un combat que des identités.



Éric Zemmour: Je remarque que dans cette histoire, c’est les réseaux sociaux qui font tout. Vous avez remarqué. Les médias traditionnels n’en parlent pas. Les réseaux sociaux eux font là une réalité, c’est très intéressant, quand on les critique tout le temps. Par exemple un garçon comme Raphaël Enthoven, explique ainsi : il dit que c’est le narcissisme contemporain, en fait. Pour s’afficher, pour se mirer dans le miroir des réseaux sociaux, on est prêt à faire n’importe quoi, et donc à insulter, à violenter, à …et-cetera.  Moi je vous avoue que je m’en tiens à mon analyse historique. Vous savez, vous m’avez déjà entendu dire ça, je pense que ces islamoracailles – puisque il emploie lui-même le mot, donc c’est comme ça qu’il les appelle – sont le bras armé d’une guerre de civilisations sur notre sol, d’un jihad permanent, et qui chasse et pourchasse les infidèles.
Vous savez, ce qui m’est arrivé, c’était embêtant pour moi, mais ça arrive tout le temps, tous les jours depuis des années, depuis de décennies à des millions de Français, qui sont agressés insultés, menacés, volés, violées euh pour des jeunes femmes, et même parfois tués par ces islamoracailles.
Christine Kelly: Vous, c’était au nom de vos idées.
Éric Zemmour: Mais, au nom de mes idées, mais vous savez, qu’est-ce que c’est ? C’est que justement je suis en première ligne dans ce combat de civilisations. Je dénonce cette agression, ce jihad, et donc ils m’en veulent. Mais les gens ils y sont pour rien, mais ils se font agresser quand même, ils se font chasser.



Éric Zemmour: Je dois dire que au moins ça permet de contourner le mainstream comme dirait Harold.
Harold Hyman: Mais je trouve que cette vidéo…
Éric Zemmour: Non, mais vous voyez ce que je veux dire : les médias traditionnels ont étouffé le débat souvent, et donc les réseaux sociaux permettent de le contourner, de le faire exploser. C’est pas un mal.
Je ne pense pas que cette violence soit le prolongement des réseaux sociaux. Je vous dis, et c’est ça le vrai désaccord, et je vous ai cité Raphaël Enthoven, il est sur la même thèse qu’Harold. Je n’y crois pas.
Éric Zemmour: Je pense qu’il y a une violence, j’allais dire historique, d’un affrontement de civilisations sur notre sol. Et les réseaux sociaux ne sont qu’un prétexte. Quand par exemple …je vous donne un exemple : dans les banlieues  quand il y a des racailles qui agressent des pompiers qui sont venu éteindre un incendie et-cetera, ou aider un malade. Quand les flics arrivent puisque …pour aider les pompiers, ils filment aussi ! Mais vous n’allez pas me dire qu'ils font tout ça pour filmer ? Non ! Ils filment parce que c’est l’époque, je suis d’accord avec vous, mais ils font ça parce qu’ils estiment que c’est leur territoire, et que les policiers et les pompiers sont des puissances étrangères, colonisatrices, et que eux c’est leur territoire. Et voilà c’est une guerre de territoire…
Harold Hyman: Ce n’est pas les réseaux qui ont crée cela, c’est eux qui utilisent les réseaux.
Éric Zemmour: Oui voilà, exactement. Mais je vous dis, Enthoven en occurrence, lui il pense que c’est les réseaux qui sont déterminant. Un peu comme vous avez dit au début. Moi, je ne pense pas.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html