16 mei 2019

De weerzinwekkende lafheid van journalisten


Ik vertaal het slot van een artikel in Le Monde diplomatique van deze maand. Auteur is de advocaat Juan Branco, die samen met enkele confraters de verdediging van Julian Assange opneemt. Een andere verdediging heeft die niet meer aangezien de perskoelies die eerst nog enthousiast zijn onthullingen publiceerden omdat ze daar wel brood in zagen, nu als kuikens en als rechtgeaarde journalisten onder de vleugels van hun politieke voorzeggers terugkruipen.

Toen op 11 april 2019 Assange werd gearresteerd bij de ambassade van Ecuador, wat een schending inhield van alle internationale conventies betreffende asielrecht, toen hebben de westerse redacties, van de Washington Post over Le Monde of nog de Guardian en de New York Times, zich bijzonder vreesachtig tot zelfs vijandig getoond. Het lot van een journalist die al bijna zeven jaar gevangen zat op twintig vierkante meter, zonder open lucht of zonlicht, onderworpen aan maandenlange complete afzondering, in levensomstandigheden die aan marteling grenzen, en dat alles omdat hij zijn werk had gedaan… dat beroert hen niet. Assange mag er verzwakt uitzien, zijn gezicht aangevreten door de eenzaamheid, hij is geen der hunnen meer.

Een naïeve ziel zou het vreemd kunnen vinden dat een man die een aantal van de belangrijkste misdaden van de XXIste eeuw publiek heeft gemaakt, er moederziel alleen voorstaat als er solidariteit verlangd wordt. Voetje bij voetje en totaal berooid als hij was heeft hij de in de geschiedenis belangrijkste bibliotheek van de machtsapparaten samengesteld, en daarbij een exploot verricht waar geen van zijn concurrenten op kan bogen: nooit heeft hij, bij de miljoenen documenten die hij heeft geopenbaard, ook maar de minste valse informatie gepubliceerd! Dat belet Le Monde niet om te oordelen: «Julian Assange is geen vriend van de mensenrechten»,* of Médiapart om in een titel te spreken over zijn «aftakeling»,** of The Economist om zich te verheugen over zijn gevangenzetting.***

Om die breuk met de mediawereld te begrijpen, moet men in aanmerking nemen dat de moderne journalistiek functioneert binnen een bourgeois-kader, in een informatiemarkt, een concurrentiële omgeving waar overleven enkel mogelijk is door tegen de machthebbers aan te schurken. Er zijn verschillende modellen. Organen als Médiapart in Frankrijk, die ogenschijnlijk meer tegen de grenzen aanstoten, bedrijven een «onthullingsjournalistiek»  die gemene streken en verraad herkauwen zonder het systeem ter discussie te stellen waarbinnen die media vastzitten. Daarin verschillen ze niet van de reguliere journalistiek zoals belichaamd door instituties als Le Monde, de Guardian of de New York Times.

Assange heeft gebroken met deze beide modellen. Als auteur van een theorie over  «wetenschappelijke journalistiek» heeft hij zich afgewend van de praktijken van wat hij beschouwt als een stiel van verstandhouding, en naarmate hij steeds belangrijkere documenten openbaar maakte, heeft hij geleerd zich ver te houden van om het even welk machtsapparaat. Hij volstond ermee gegevens te publiceren die nauwlettend van bronnenmateriaal waren voorzien, getrieerd en geanalyseerd, nadat ze gefilterd waren door middel van een geanonimiseerd platform, waarvan alleen hij de sleutel heeft. Alle informatie die op zijn platform voorkomt is voorzien van een onbewerkte bron, wat aan om het even wie  toelaat de echtheid ervan na te gaan en die zelf te bemachtigen, wat de privileges ongedaan maakt die de journalistieke kaste zich heeft toegeëigend.

In die mate inzetten op de collectieve intelligentie werpt de principes van onze tijd overhoop. Nog afgezien van het onmiddellijke effect van de openbaarmaking, maakt dit een gedeelde kritische kijk mogelijk, ver van elke vorm van meeheulen. WikiLeaks werd een soort metamedium, verpletterde elke concurrentie en wekte een intense jalousie op.

De radicaliteit van die aanpak van Assange laat geen enkele vorm van compromis met de bestaande instituties toe. Ze bedreigt bijgevolg een mediatieke wereld die zich heeft genesteld in het comfort dat het aanschurken tegen de machthebbers biedt. En ze verontrust de traditionele machtsapparaten die vrezen dat hun misdaden elk moment aan het licht kunnen worden gebracht. Nadat hij in de westerse wereld ongewild een dissident was geworden, zag de Australische outsider zich logischerwijze achtereenvolgens van verkrachting beschuldigd, van antisemitisme, complotisme, en zelfs van afhankelijkheid van de Russische geheime dienst. Acht jaar na zijn plotse verschijning komt hij, die eerst een held was, nu op het moment van zijn arrestatie de enen voor als een «absolutist van de transparantie»**** en anderen weer als een «vijand van de vrijheid».*****
___________
* La trajectoire ambivalente de Julian Assange, Le Monde, 14-15 avril 2019.
** Jérôme Hourdeaux, Julian Assange, l’histoire d’une déchéance, Mediapart, 11 avril 2019.
*** Julian Assange: journalistic hero or enemy agent?, The Economist, Londres, 12 avril 2019.
**** La trajectoire ambivalente de Julian Assange, op. cit.
***** Profession journaliste, ontmoeting met Fabrice Arfi, Bibliothèque publique d’information, Paris, 17 avril 2019.

12 mei 2019

Een aanslag op Europa


Bij Groen heeft men kennelijk geen idee van de prijs van een boek. Laten we zeggen een Penguinnetje, een Livre de poche: je zit al vaak aan tien euro. Het afgebeelde pocketje hiernaast van amper vierhonderd bladzijden, kost tien pond. En we zwijgen over de prachtige dingen van Van Oorschot waar je toch ook niet buiten kunt, of van Laffont of Budé enzovoort.

Heel voorzichtig geschat heb je voor vijfduizend euro zo’n twee- à driehonderd boeken. Misschien is dat voor Groen een bibliotheek, maar bij ‘het verfijnde deel van de mensheid, dat niet in het dierlijke bestaan zit ondergedompeld maar zich wijdt aan de bedenkingen van de geest’ heet dat een Ikeakastje.

En dan mogen ze nog van hun eigen stompzinnigheid geschrokken zijn, en met rode kaakjes iets brabbelen over een ‘verzekerde waarde’, het kwaad is geschied. Boeken zijn wat Europa tot Europa maakt, en een belasting op het bezit ervan is een aanslag. Wij hebben nu eenmaal meer dan één boek.

Helaas, bij Groen zijn ze in hun geborneerde, zegedolle clubje:

       Stunn'd and worn out with endless chat,
       Of Will did this, and Nan said that.*

Dat soort conversatie kan het inderdaad zonder boeken stellen.

________
* Om nog even David Hume te citeren, die dit versje van onbekende oorsprong aanhaalt om te illustreren hoe armoedig een gedachtewereld kan worden zonder boeken.

23 april 2019

Een gedurfde lofzang op Alain Delon


Voor we luisteren naar de lofzang op Alain Delon, die Sonia Mabrouk op Cnews ten beste gaf, moeten we misschien even de doodzonden van Delon opsommen: ooit verklaarde die dat hij sympathie voelde voor Jean-Marie Le Pen, en zelfs vriendschappelijk met hem omging, en dat “extreemrechts tenslotte toch rechts was”, en dat men rekening moest houden met de stemmen van miljoenen. Stemmen voor hem deed hij niet want er waren nogal wat punten in diens programma die hem niet bevielen. Ook voor Marine stemt hij niet: bij de jongste presidentsverkiezingen nam hij niet de moeite zich naar het kieslokaal te begeven.
Eén doodzonde volstaat voor de eeuwige Verdoemenis, maar hij liet het niet bij één: “Vroeger kon je op straat mannen en vrouwen onderscheiden. Nu weet je niet meer wie wat is. En men laat je verstaan dat leven met iemand van de andere sekse hetzelfde is als leven met iemand van dezelfde sekse. Kijk, ik heb niks tegen het homohuwelijk, het laat me koud, maar kinderen adopteren kan voor mij niet.”
Anderzijds financierde Delon een film van Joseph Losey (Monsieur Klein) die bekend stond om zijn communistische sympathieën en in Hollywood aan de deur was gezet. En hij speelde in films van Visconti, ook communistisch gezind. En bij de burgemeestersverkiezingen in Parijs steunde hij de PS-kandidate Anne Hidalgo, met wie hij bevriend is.
De lof van zo iemand zingen is niet gebruikelijk in de media, want al leveren Visconti, Losey en Hidalgo hem misschien een paar goede punten op, dat eindrapport van Delon blijft natuurlijk slecht.
Nu is de Frans-Tunesische Sonia Mabrouk zelf ook niet overal even graag gezien. Over de terugkeer van IS-figuren naar Frankrijk zei ze bijvoorbeeld, dat je volstrekt nooit kunt weten of ze enigszins betrouwbaar zijn als ze zich berouwvol tonen. En over die IS-kinderen: “Wij weten niet hoe we die kinderen zouden kunnen desindoctrineren (“désendoctriner”). Persoonlijk heb ik nooit geloofd in dat deradicaliseren. Voor mij is dat zand in de ogen strooien.”

Hiermee zal duidelijk zijn dat een lofzang op Delon afsteken tegelijk een gedurfd journalistiek standpunt inhoudt.

Sonia Mabrouk: U bent het symbool van de onrust. Wij hier zitten in een televisiestudio en we weten dat dat soms wat veilig aanvoelt. Soms laten wij ons onderdompelen – niet Pascal – maar soms laten wij ons afglijden op het hellend vlak van het conformisme, van de politieke correctheid. En door uw woorden, door uw uitdrukkingen, uw uitlatingen, haalt u dit wereldje overhoop. Als losse pijlen schiet u uw woorden af, en laat u de politieke correctheid barsten. Sommigen bevalt dit bijgevolg niet. Sommigen durven hun beklag doen terwijl ze… weten die wel wat u allemaal hebt gedaan? En zoals daarnet Pascal Praud zei: al was dat nog maar een derde van …ach kom. Dus, bedankt voor dat alles, want zoveel mensen zijn er niet die deze rust verstoren. Nogmaals bedankt, Alain Delon.
Alain Delon: U bent het die ik dank, voor wat u zei en voor de manier waarop u dat zei. Dat raakt me enorm.
Sonia Mabrouk: Die onrust stelt ook bepaalde vragen, want u bent nu eenmaal een acteur en observator van ons tijdvak. En u bekijkt het ...niet met een nostalgische blik, want sommigen denken dat het om nostalgie gaat, wat vals is. Als u dat goedvindt zou ik zeggen dat u het bekijkt met gezond verstand. En dat behoort tot de waarden die vergeten zijn geraakt, dat gezonde verstand van hier – zelf ben ik niet hier geboren, maar ben wel aan dat Franse gezonde verstand verknocht. Het is een van die waarden die men is gaan minachten, die men als oubollig heeft weggezet. En we vinden die terug in uw commentaren. Dus, mogen wij u in alle nederigheid zeggen, blijf vooral zoals u bent, want we houden van uw gezond verstand.

(35'30")


Sonia Mabrouk : Vous êtes le symbole de l’intranquillité. Nous sommes ici sur un plateau de télévision et on sait ce que c’est parfois d’être tranquille. Nous sommes parfois baignés – pas Pascal – mais parfois on se laisse glisser sur la pente du conformisme, du politiquement correct. Et par vos mots, par vos paroles, par vos propos vous bousculez ce monde-là. Vous envoyez vos mots comme des flèches desserrées et vous venez fendiller le politiquement correct. Alors ça ne plaît pas à certains. Certains osent se plaindre alors qu’ils ne… savent-ils tout ce que vous avez fait ? Et comme l’a dit tout à l’heure Pascal Praud, si on avait fait le, le tiers… allez. Eh bien, merci pour tout cela, parce qu’il n y a pas beaucoup de gens qui bousculent cette intranquillité. Merci encore, Alain Delon.
Alain Delon : Merci à vous, à ce que vous dites et à …la manière dont vous le dites. Ça me touche énormément.
Sonia Mabrouk : Cette intranquillité aussi, elle pose certaines questions, parce que vous êtes forcément un acteur en notre époque, et un observateur. Vous la regardez avec des yeux, non pas nostalgiques, parce que certains pensent que c’est de la nostalgie. C’est faux. Moi je dirais que vous la regardez, si vous êtes d’accord, avec bon sens. Et ce sont ces valeurs-là qu’on a oubliées, ce bon sens bien de chez nous – moi je ne suis pas née ici, mais j’adhère à ce bon sens français. C’est l’une des valeurs qu’on a méprisées, qu’on a ringardisées. Et on la retrouve dans vos propos. Alors, modestement, est-ce qu’on peut vous dire: restez surtout comme vous êtes, parce qu’on aime votre bon sens.

15 april 2019

Maar nu spreken we over de wereld als geheel

Nunc enim sermo de toto est

Het is al erg genoeg dat de dag van de poëzie aan mijn aandacht was ontsnapt, maar voor de filosofie is er gelukkig een hele maand de tijd, en hier dus een stukje Heine: geen lacherig gedoe over gemeenplaatsen, maar een grappig, ernstig woord:


Men zegt dat nachtelijke spoken schrikken als zij het zwaard van een scherprechter zien – hoezeer moeten zij dan niet schrikken als men hen Kants »Kritik der reinen Vernunft« voorhoudt! Dat boek is het zwaard waarmee in Duitsland het deïsme de kop werd afgeslagen.

Eerlijk gezegd, Fransozen, in vergelijking met ons Duitsers zijn jullie kalm en bezadigd. Hoogstens hebben jullie een koning weten dood te maken, en die had zijn hoofd al verloren vooraleer jullie hem van zijn kop ontdeden. En daarbij moesten jullie dan zoveel trommelen en schreeuwen en met de voeten stampen dat heel de aardbol dooreenschudde.


Men bewijst Maximiliaan Robespierre werkelijk te veel eer door hem met Immanuel Kant te vergelijken. Maximiliaan Robespierre, het grote burgermannetje van de Rue Saint-Honoré, kreeg inderdaad aanvallen van vernieldrift als het koningschap ter sprake kwam, en de stuiptrekkingen van zijn regicide epilepsie waren dan schrikbarend genoeg; maar zodra het de Allerhoogste gold, wiste hij het witte schuim weer van zijn lippen, waste het bloed van zijn handen, trok zijn blauwe zondagse kostuum met de blinkende knoopjes aan, en speldde nog een tuiltje bloemen op zijn brede borststuk.

De levensgeschiedenis van Immanuel Kant is moeilijk te beschrijven. Immers, hij had noch een leven noch een geschiedenis. Hij leefde een mechanisch geordend, bijna abstract vrijgezellenbestaan, in een stil, afgelegen steegje van Koningsbergen, een oude stad aan de noordoostgrens van Duitsland. Ik meen niet dat de grote klok van de kathedraal aldaar met nog minder passie en regelmaat dan haar landgenoot Immanuel Kant haar publieke dagtaakje volbracht. Opstaan, koffiedrinken, schrijven, college geven, eten, wandelen, alles had zijn eigen moment, en de buren wisten dat de klok precies op halfvier stond als Immanuel Kant in zijn grijze rokkostuum, met zijn rietstokje in de hand zijn huisdeur uitkwam en naar de kleine Lindenlaan wandelde, die men ter wille van hem nu de Filosofengang noemt. Acht maal liep hij die op en af, in alle seizoenen, en als het weer somber was of als donkere wolken regen voorspelden, dan zag men zijn dienaar, de ouwe Lampe, angstig bezorgd achter hem aan lopen met een lange paraplu onder de arm, als een toonbeeld van de Voorzienigheid.


Wat een merkwaardig contrast tussen het uitwendige leven van die man, en zijn verwoestende, wereldvermorzelende gedachten! Waarlijk, hadden de burgers van Koningsbergen een vermoeden gehad van de volle betekenis van die gedachten, dan zouden zij een veel afgrijselijkere schrik voor die man hebben gehad dan voor een scherprechter, een scherprechter die alleen mensen terechtstelt – maar die brave lieden zagen in hem niets anders dan een professor Filosofie, en als hij op het gestelde uur voorbij kwam gewandeld, groetten zij hem vriendelijk en stelden op hem zelfs hun zakhorloges gelijk.

Immanuel Kant, die grote verwoester in het rijk van de geest, mag in het terrorisme Maximiliaan Robespierre dan ver overtroffen hebben, toch vertoonde hij met hem grote gelijkenissen die tot een vergelijking van beide mannen nopen. Om te beginnen zien we bij beiden dezelfde onverbiddelijke, snijdende, poëzieloze nuchtere eerlijkheid. Dan zien we bij beiden hetzelfde talent voor wantrouwen, alleen wendt de ene dat enkel tegen gedachten aan en noemt hij het kritiek, terwijl de andere het tegen mensen aanwendt en als republikeinse deugd betitelt. Allebei evenwel behoren zij in de hoogste graad tot het type van de kleinburger – de Natuur had hen voorbestemd om koffie of suiker af te wegen, maar het Lot wilde dat zij andere zaken afwogen, en het legde bij de ene een koning, en bij de andere een god op de weegschaal...

En zij gaven het correcte gewicht!

Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (1852)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben
Ernst Elster, 1893, vierter Band, SS. 249-50


9 april 2019

'Ik heb geprobeerd Greta Thunberg te interviewen'


De ferventste verdedigers van het ‘klimaat’
kennen geen snars van het ‘klimaat’
Marc Reisinger*
(vandaag in Causeur)

Ik wilde weten of de klimaatspijbelaars wisten waar ze het over hadden. Ik zocht Greta Thunberg en een paar van haar bewonderaars op, en toen wist ik het.
____

In februari trok er een klimaatmars door Brussel, met aan het hoofd Greta Thunberg. Ik was daar ook, en na enkele vragen aan jonge deelnemers daagde het me dat ze niet eens het abc kenden van de zaak waarvoor ze betoogden: de opwarming van het klimaat. De week daarop interviewde ik een leraar die zijn leerlingen aanzette om te manifesteren voor het klimaat: hij wist er niet meer van dan de studenten.

Uitgaand van de stelling dat het beter is zich tot God te richten eerder dan tot zijn heiligen, besloot ik vragen te stellen aan Greta Thunberg zelf. Ik nam het vliegtuig (ja, ik beken…) naar Stockholm en wilde haar treffen voor het Zweedse Parlement, waar zij iedere vrijdag haar schoolstaking houdt. Pech, ze had de trein naar Berlijn genomen om daar te manifesteren.

Als Greta Thunberg haar mutsje licht…
Koppig als ik ben nam ik de week daarop weer het vliegtuig (ja…). Stockholm is tenslotte een erg mooie stad. Victorie : Greta is deze vrijdag op haar post. Ze keuvelt met een klein groepje jonge Fransen, en ik wacht mijn beurt af om haar aan te spreken:
‘Ik heb u gezien in Brussel, er was een hoop volk… Ik hoorde dat u de jongelui suggereerde om het klimaat te bestuderen. Als u dat goedvindt, zou ik een kort gesprekje daarover op prijs stellen…’
Ze knikt met haar mutsje op, maar ik merk dat ze schuw is, niet op haar gemak: mijn indruk is dat ze wel ja zégt, maar neen denkt. Op dat moment licht ze haar mutsje. Dat is een signaal. Ogenblikkelijk verschijnt er een blonde dame van ongeveer vijftig, met een zwarte bril en een gemaakte glimlach, die van achter mijn rug de scene had gadegeslagen:
‘Hallo, het spijt me, maar we hebben nog wat te doen nu. Ik moet haar meenemen, dank u.’
Einde interview. Een zwartgeklede lijfwacht – op de video ziet u dat die mij ook in de gaten hield – begeleidt hen naar enkele meter verderop: dat ‘wat te doen’ was Greta beschutting bieden voor mijn vragen.

Allen achter Greta
In tegenstelling tot de jonge manifestanten in Brussel heeft Greta op geen enkele vraag geantwoord. Wat ik voor me zag was een uitgeblust klein meisje, passieloos, gemanipuleerd door onrustwekkende figuren, een geterroriseerd kind.
Ze werd geprogrammeerd voor apocalyptische en uitdagende speeches van een paar minuten in het bijzijn van de groten der aarde. Misschien zal men haar ‘selectief mutisme’ in verband brengen met autisme, maar dan valt wel op dat ze welwillend antwoordde op de (anekdotische) vragen die de jongelui voor mij haar stelden.
Wel een merkwaardige klimaatleidster die niet aanvaardt dat men haar een vraag over het klimaat stelt. Enkel eerbiedig buigen mag, en daar doet de grote wereld gretig aan mee: Angela Merkel, Emmanuel Macron, Jean-Claude Juncker, de jury van de Nobelprijs, wanneer volgt de Paus?

De klimaatreligie
Een paar uur later kwam ik weer aan dezelfde plek voorbij, Greta stond er nog altijd, tussen een paar mensen. Haar lijfwachten waren afgelost door twee nieuwe gorilla’s. Op een onmerkbaar teken neemt ze haar bord «SKOLSTREJK FÖR KLIMATET» en als een automaat gaat ze postvatten tegen de reling van de rivier voor een groepsfoto met kinderen. Het publicitaire ballet is uitstekend geregisseerd…

Ik werd er al van beschuldigd jonge manifestanten ‘in de val te lokken’. Vandaag zal ik misschien van heiligschennis beschuldigd worden. Wat ik zie, is een menigte van blinden, geleid door een blinde, zoals in het evangelie.**

____________
* Psychiater en antropoloog; auteur van Opération Merah en Lacan l'insondable.
** Lukas 6:39 En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?

8 april 2019

Populisme en opportunisme


Eerder al kwam William Hazlitt (1778-1830) hier aan bod.
Liberty is short and fleeting, a transient grace that lights upon the earth by stealth and at long intervals – But power is eternal.*

Vrijheid is kort en vluchtig, een voorbijgaande gunst die steels en bij grote tussenpozen op aarde neerstrijkt – Maar macht is eeuwigdurend.

Bij het gedachtestreepje last Hazlitt enkele verzen van Robert Burns (1759–1796) in. Onderaan kan u die lezen – in een iets andere volgorde want wellicht citeerde Hazlitt uit zijn hoofd – en u zult ze ook met het juiste accent horen zeggen door David Sibbald, maar eerst iets anders.

Allerlei instanties nemen zich vandaag voor om die vluchtigheid van de vrijheid nog wat in de hand te werken, te beginnen bij de vrijheid op het web. De EU wil dat, Macron wil dat, Zuckerberg van Facebook en Dorsey van Twitter ook, en er zijn nog wel meer machthebbers die dat willen. Natuurlijk hebben deze lieden de beste bedoelingen. Ze wensen fake news tegen te gaan, populistische praat uit te bannen, de Russen tegen te houden enzovoort. Ook moet de toegelaten woordenschat bijgesteld worden, en houden ze van huisbereide fact checking. Kortom, ze willen de informatie graag wat gestroomlijnder zien, en deze vooral in de handen laten van enkele grote spelers en vertrouwde mediagroepen.


Ze haten het als de gewone burger op populaire sites zomaar kan vertellen wat hij dagelijks zelf ziet of denkt. Beter kunnen ernstige mensen hem vertellen wat hij diént te zien en te denken.
Een recent voorbeeld van dat laatste was wat Charles Michel over de volkenmoord in Rwanda vertelde. Daar moet al een soort populisme bij gespeeld hebben, meende Charles. Die term kan tien jaar geleden nog niet in dat aandoenlijke kopje van hem hebben gezeten, maar toch kan het geen kwaad, zal zijn speechschrijver gedacht hebben, om ook bij de herdenking van een volkenmoord de term populisme te laten vallen. Dat getuigt misschien niet van goede smaak, eerder van schaamteloosheid en opportunisme, maar zoiets kleurt toch altijd af op de dingen die ons vandaag bezighouden.

Nee, wat vrijheid betreft kun je beter de overdenkingen van Hazlitt lezen, en de prachtige teksten van Burns horen, liever dan dat onbeschaamde, geestloze, nergens op slaande gebazel van een Belgisch ministertje.




But pleasures are like poppies spread,
You seize the flower, its bloom is shed;
Or like the snow falls in the river,
A moment white – then melts for ever;
Or like the borealis race,**
That flit ere you can point their place;
Or like the rainbow's lovely form
Evanishing amid the storm.-

________
* What is the People? And who are you that ask the question? One of the people. (1817) in: Selected Writings, edited with an Introduction and Notes by Jon Cook, Oxford World's Classics, 1991. 
Hazlitt hield blijkbaar van de constructie met een korte slotzin. In zijn essay The Pleasure of Hating, schrijft hij: Love turns, with a little indulgence, to indifference or disgust: Hatred alone is immortal. Dat laatste, grappige zinnetje is spreekwoordelijk geworden.
** 'rays': stralen van de Aurora Borealis (deze voetnoot is uitsluitend bestemd voor de enkele, hier wellicht per ongeluk verzeilde simpele ziel die bij het woord 'borealis' reflexmatig aan racisme zou denken).

30 maart 2019

Journalisten werken met ...verhoopte feiten


Vroeger keek ik wel eens naar het nieuws op TV als ik wilde weten wat er in de wereld aan de hand was. Die tijd is allang voorbij. Het web is betrouwbaarder lijkt me. En natuurlijk moet je daar goed uit je doppen kijken, want er wordt veel vals nieuws aangeboden. Maar ook veel ander nieuws, dat alle richtingen uitgaat én journalistiek ongefilterd blijft: een stevig pluspunt. Het lezen, beluisteren of bekijken van journalistieke berichten vraagt tenslotte een gelijkaardige inspanning, aangezien veel in een codetaal is gesteld – het vocabularium wordt verdraaid waardoor meer en meer woorden niet langer in hun dagelijkse betekenis te begrijpen vallen, en talloze feiten worden met de mantel der liefde bedekt.

Natuurlijk is niet alles te wantrouwen wat de grote media vertellen, dat zou psychotisch zijn. Als ik bijvoorbeeld een tv-correspondent zie (op de PC dan, en vaak de dag daarop als iets me op het web werd gesignaleerd), en die zegt dat het stormt en stortregent in Washington, en ik zie hem staan, kletsnat en verwaaid: dan geloof ik hem en zou ik voor hem mijn hand in het vuur steken. Maar verder gaat het geloof niet.

Daarvoor zijn er teveel dingen gebeurd. Ik wil het niet hebben over de Varkensbaai, de Golf van Tonkin, over Timisoara, over de couveuse van Bush sr. of de massavernietigingswapens van Bush jr. Allemaal oude zaken die de reguliere journalistiek klakkeloos geloofde en doorgaf. Ik wil het ook niet hebben over Relotius van Der Spiegel, die zijn ware verhalen zelf verzon en er prijzen voor kreeg. Er zijn nog wel meer dingen die ik hier oversla, want de praeteritio is een mooie stijlfiguur.

De jongste massieve leugen van de reguliere media is natuurlijk de Russische inmenging in …ongeveer elke verkiezing in het Westen. Misschien hebben ze zelfs onze jongste gemeenteraadsverkiezingen gemanipuleerd, of het succes van Baudet?
Dat de media hier een NAVO-agenda dienen, beseffen ze niet maar die NAVO heeft vanzelfsprekend wel een vijand nodig.

Nur eines will ich in diesen Zusammenhang unterstreichen: Alle Fernseh-Gesellschaften sind anfällig für Psychosen, aber die Deutschen besonders,“ zei Helmut Schmidt in 2002 in een interview. Die toevoeging na de komma was natuurlijk overbodig.

De laatste tijd hadden ze weer die collusie van Trump met de Russen, die ook bij ons zonder enig voorbehoud werd verslagen. Akkoord, de Vlaamse, Franse, Duitse &c. journalisten hebben deze kwestie vanzelfsprekend niet zelf beoordeeld voor ze die rondstrooiden. Ze namen gewoon over wat de Amerikaanse media schreven en zegden. Afschrijven mag niet in de klas, maar in de krant wel. Echter, wat is dan nog het specifieke gevaar van de alternatieve media op het web, die men nu aan banden wil leggen?

Maar kijk, na de mededeling van Attorney General William Barr over het rapport van die Special Prosecutor Mueller, publiceert de Washington Post dan toch onderstaand artikel, waaruit ik een en ander vertaal. Dat zie ik de media hier nog niet meteen doen: de NRC bijvoorbeeld zegt, naar aanleiding van het Mueller-rapport, dat alleen "rechts" zich in een "filterbubbel" bevindt.

De conclusie uit het onderzoek van Mueller
roept alweer vragen op
over de journalistieke aanpak
Paul Farhi
The Washington Post 24 maart 2019

And now comes the reckoning for the mainstream news media and the pundits.
En nu volgt de afrekening met de grote nieuwsmedia
en de experten


De aankondiging kwam als een donderslag voor de mainstream nieuwsmedia en de grotendeels progressief-gezinde commentatoren, die maandenlang zoet zijn geweest met hun verhalen in kranten en tv-panels waarin ze de nadruk legden op mogelijke collusie.

“Niemand wenst dit te horen, maar het nieuws dat de speciaal aangestelde openbare aanklager Robert Mueller weer naar huis is vertrokken zonder nieuwe aanklachten te formuleren is een doodsteek voor de reputatie van de Amerikaanse nieuwsmedia,” schreef Matt Taibbi in een column in Rolling Stone die zaterdag verscheen, een dag voor Barr het deksel van de collusie-doodkist dichtspijkerde. Hij voegde daaraan toe: “Niets waar Trump door de pers van zal worden beschuldigd zal er vanaf nu bij grote delen van de bevolking nog ingaan.”

In het artikel van The Post lezen we verder over een tweet van commentator Glenn Greenwald, die al lang sceptisch stond tegenover de volgehouden journalistieke beweringen over ‘collusie’:
“Ga maar na bij alle MSNBC-personaliteiten, elke juridische expert van CNN, bij elke progressief-centristische site of artiest van de #Resistance-zwendel, en kijk of je van zelfreflectie, nederigheid of bekentenis van enorme fouten ook maar een jota ziet.”

The Washington Post en The New York Times kregen een gedeelde Pullitzer-prijs voor hun gedegen journalistiek werk.
Russiagate” was een obsederend thema voor de grote media, al sinds de verkiezing van Trump in 2016. Het niet partijgebonden Tyndall Report telde het aantal minuten dat ABC, CBS en NBC aan dit onderwerp spendeerden in hun avondnieuws het voorbije jaar, en enkel de hoorzittingen van opperrechter Kavanaugh in de Senaat kwamen nog hoger uit. Het Republican National Committee publiceerde zondag een telling van de artikelen over dit onderwerp in The Post, de New York Times, CNN.com en MSNBC.com, en dat waren er 8507. Komen daarbij de honderden zenduren van de kabelmaatschappijen CNN en MSNBC.

Nu, de media hebben dat allemaal niet vergeefs gedaan meldt dit artikel van de Post nog:

Het verhaal was ongetwijfeld een belangrijk element om de kijk van de kiezers te sturen bij de tussentijdse verkiezingen van 2018 waar de Democraten de meerderheid haalden in het Huis van Afgevaardigden.

Tim Graham, directeur bij het conservatieve Media Research Center vat het zo samen:
Nu blijkt duidelijk dat de nieuwsmedia enkel aan hun wensgedachten lucht gaven. Er stond hen een grootse finale voor ogen, en die kwam er niet. Ze spotten met Trump als die zei “no collusion”, en aan het eind bleek dat de waarheid… de kiezers moeten zich gekleineerd en bezwendeld voelen.”

29 maart 2019

Manu en classe


Of Macron nog veel krediet heeft bij de Fransen valt te betwijfelen. Hij weet zich geen raad met die gele hesjes en laat dan maar op de eigen bevolking schieten, wat nooit een goede indruk maakt. Wel is er intussen die reeks one-man shows, een tournee die hij Le grand Débat national heeft gedoopt en die op 15 maart had moeten eindigen, maar blijkbaar verlengd is want Macron heeft de smaak te pakken.

Adrien Quarennens, een verkozene van het linkse La France insoumise vindt dat het Macron enkel om tijdwinst te doen is. De oude links-rechts-tegenstelling speelt hier niet want een partijloze rechtse verkozene, Emmanuelle Ménard, vindt ook dat het stilaan welletjes is geweest, zeker na de conférence van Manu waarin hij de gilets jaunes ter sprake bracht in een klasje schoolkinderen.


Quarennens: Le président de la République dit à toute la population, à tous les citoyens français : Parlez, parlez de tout, parlez beaucoup et longtemps. Comme ça moi je gagne du temps, et puis à la fin c’est moi et moi seul qui déciderai. Ça n’est pas possible. On a aujourd’hui le tableaux suivant : vous avez un président de la République qui ne veut pas changer de cap, et vous avez une majorité de Français qui est en accord avec les principales revendications des gilets jaunes.
___
[Sonja Mabrouk: Emmanuelle Ménard, vous faites un sourire?]
– Oui parce que, alors là aujourd’hui, le moins qu’on puisse dire c’est qu’il ne s’est pas mis en danger, hein! Alors on a eu Macron chez les mères, Macron chez les jeunes, Macron chez les enfants. Demain ce sera quoi ? Macron chez les nourrissons dans les crèches ? Je ne sais pas. Enfin non, là il faut …ça a trop duré. Il faut arrêter. Je pense qu’il ne se rend pas compte que son petit numéro de communication à sa gloire personnelle, ça commence, ça commence à agacer sérieusement.
Et après il va nous dire : ah ! mais samedi il y avait des gilets jaunes qui ont manifesté un peu violemment. Je crois qu’il faut peut-être qu’il sache s’arrêter à un moment donné. Et il faut apporter des réponses politiques. Je crois que le temps du débat est terminé, et il est temps qu’on arrive aux réponses politiques, concrètes. C’est ce qu’attendent les Français.

28 maart 2019

Facebook tegen de publieke ruimten


Le Monde diplomatique van april heeft het over de lokale impact van internetbedrijven, en maakt een vergelijking met klassieke kapitalisten, genre Carnegie, Ford enzovoort. Die zagen soms nog voordelen in sociale coherentie, en bouwden dan bibliotheken of nutsvoorzieningen ten dienste van de gemeenschap. De blik van moderne kapitalisten, genre Zuckerberg, Pichai, Cook en consorten is beperkter. Misschien zou je die vóór-kapitalistisch kunnen noemen, zelfs feodaal. Zij verkopen wel luchtkastelen, maar bouwen autarkische stenen burchten waar je als buitenstaander niet inkomt.


Online-gemeenschappen als zinsbegoocheling
Ondanks hun obsessie met gedematerialiseerde verbanden en met de goede genius van software, kennen ondernemingen als Facebook, Google en Apple wel degelijk de waarde voor de gemeenschap van échte infrastructuur, van ruimten die onze omgang met anderen vormgeven. En dat laten ze blijken: hun weelderige campussen in Californië omvatten groenende tuinen, bars waar men sapjes vindt en gastronomische restaurants, atletiekpistes en sportzalen met de nieuwste snufjes, kapsalons, crèches, theaterzalen, bibliotheken en cafés. Kortom, talrijke reële, niet virtuele plekken waar men samenkomt, zowel binnen als buiten. Let wel, het  betreft hier privé-infrastructuur, bestemd tot vermaak en gemak van de hogere kaderleden die er toegang toe hebben met badges voorzien van kleurcodes. Tijdelijke werkkrachten en onderaannemers die voor de keuken en het onderhoud zorgen, worden uitgesloten net als buurtbewoners en bezoekers. Aangezien deze schitterende inrichting hen ter beschikking staat, hebben de virtuozen van de algoritmes en de marketing geen enkele reden om gebruik te maken van de diensten van de kleine buurthandelaar, die bijgevolg over kop gaat. Er zijn tijden geweest dat steden heel wat meer baat hadden bij de aanwezigheid van een grote werkgever…

Malgré leur obsession pour les liens dématérialisés et le génie des logiciels, les entreprises comme Facebook, Google et Apple connaissent bien la valeur des véritables infrastructures sociales, ces espaces qui façonnent nos relations. Et elles le démontrent : leurs somptueux campus de Californie comportent des jardins verdoyants, des bars à jus et des restaurants gastronomiques, des pistes d’athlétisme et des salles de sport dernier cri, des salons de coiffure, des crèches, des théâtres, des bibliothèques, des cafés. Bref, de nombreux lieux de sociabilité réels, pas virtuels, en intérieur comme en extérieur. Toutefois, il s’agit d’infrastructures privées, destinées à l’agrément et au confort des cadres supérieurs, qui y accèdent grâce à des badges dotés de codes couleur. Les intérimaires et les sous-traitants, chargés de la cuisine et du ménage, en sont exclus, tout comme les habitants du quartier et les visiteurs. Disposant de ces équipements rutilants, les virtuoses des algorithmes et du marketing n’ont aucune raison d’utiliser les services des petits commerces alentour, qui, par conséquent, périclitent. En d’autres temps, les villes profitaient bien davantage de la présence d’un grand employeur...

25 maart 2019

Discriminatie in de schaakwereld


Misschien is het wat laat om erop terug te komen, maar laatst donderdag 21 maart was International Day for the Elimination of Racial Discrimination. Nu is mijn vrees dat velen dat pas hier vernemen, want stilaan zijn alle dagen van het jaar wel aan iéts toegewijd, en je houdt niet alles bij. Vroeger had elke dag zijn patroonheilige – en meestal meer dan één, want er zijn natuurlijk meer dan 365 heiligen – maar ook toen behoorden niet alle namen tot ieders parate kennis, en wisten weinigen wie of wat er op welke dag herdacht moest worden of in ere gehouden. Maar op 21 maart is voortaan het racisme aan de beurt.

Of dat veel zoden aan de dijk zet weet ik niet, want om een voorbeeld te geven: het is nog altijd zo dat schaakspelers witte en zwarte stukken blijven gebruiken (bij voorkeur van palmhout en ebbenhout), en ook nog eens op een bord met witte en zwarte velden spelen. Die gewoonte lijkt wel onuitroeibaar.

Samen met de XIXde eeuwse Engelse meester Howard Staunton (naar wie de mooie stukken zijn vernoemd) gaan de meeste spelers ervan uit dat de kleur op zich er niet toe doet, al waren er wel uitzonderingen: The colour of the Men is not a subject of much importance, but it is necessary to appoint a certain course respecting it, especially as many players still cultivate the foolish habit of playing exclusively with one colour. We horen dus dat sommigen altijd de witte stukken opeisten, en anderen enkel met zwart wilden spelen. (Bijgeloof komt bij schakers wel meer voor, en zo zullen veel spelers na een gewonnen partij de dag daarop met dezelfde pen hun zetten noteren, of ze zullen hetzelfde bezwete hemd dragen, liever dan een vers hemd uit de kast te nemen.)

Onhoudbare toestanden vanzelfsprekend, maar enkele eeuwen geleden heeft men een oplossing bedacht. Eén speler neemt een witte pion in de ene hand en een zwarte in de andere, hij steekt beide goed gesloten vuisten vooruit en de tegenstander kiest.

Is de zaak daarmee tot een oplossing gekomen, en hebben we 'equality' bereikt? Neen! van oudsher doet immers wit de eerste zet, en dat geldt als een klein voordeel. Wit neemt het initiatief, ‘he has the attack’ zoals men in de tijd van Staunton zei.
Daar hebben nu de Noor Magnus Carlsen, wereldkampioen, en de Nederlandse Rus Anish Giri iets aan gedaan. Ze speelden een partijtje waarin Carlsen met zwart de eerste zet mocht doen! Het was een blitzpartijtje zonder inzet, en wie het gewonnen heeft weten we niet.

En nochtans zit daar de echte discriminatie: zwart, blank, geel of bruin, het is bijna altijd de sterkste speler die wint! En een even onrustwekkend feit: de wereldkampioenen zijn tot nog toe altijd mannen geweest. Dat valt overigens wel te verklaren: vrouwen hebben geloof ik niet dat killer-instinct dat eenmaal bij het spel hoort.
Laten we Bobby Fischer dit even verduidelijken, in een gesprek met Dick Cavett in 1972:



Dick Cavett: And what’s the pleasure, what’s the moment of pleasure for you? Is it when you see the guy in trouble? When is the greatest pleasure, corresponding to hitting the home run in baseball?
Ah, the greatest pleasure… when you break his ego, that’s where it’s at.
Yeah… really?
–Yeah (laughs)
And when does that occur? When he sees that he’s finished?
–Yeah, yeah. I mean he sees it coming and, uh, breaks a lot inside.
Yeah (laughs) And you like that moment of just crushing the guy.
–Right, yeah.

17 maart 2019

Hoe dacht Helmut Schmidt over de Russen?


Naar een oud gesprek uit 2007 gekeken, tussen Helmut Schmidt en Richard von Weizsäcker, in het programma van Sandra Maischberger, en ik leerde daaruit dat Schmidt heel anders naar Rusland keek dan het huidige 'EU-parlement' dat doet. Die vergadering kondigde eerder al sancties af, en verscherpt deze nu omdat Washington dat wil. Tot zover de onafhankelijkheid van dat 'parlement'.

Maischberger: Het boezemt de Russen angst in dat de raketten van de Amerikanen hun grondgebied te dicht zijn genaderd?
Schmidt: Ja, dat is geen territoriale kwestie, maar een vraag over de expansie van de Amerikaanse basissen tot aan de grenzen van de Sovjet-Unie. Dat moet een Russische stafofficier zorgen baren. De Amerikanen hebben vandaag militaire steunpunten in ongeveer zestig landen ter wereld. Enkele daarvan liggen heel dicht bij de Sovjetgrens in Centraal-Azië, en naar men zegt eerstdaags ook op Pools grondgebied, op Tsjechisch grondgebied. Estland, Letland, Litouwen, Polen, die zijn allemaal lid van de NAVO geworden. Dat moet onrust losmaken, en of het verstandig was… kan men zich afvragen.



Maischberger: Die Russen haben Angst die Raketen der Amerikaner sind zu nahe am ihrem Gebiet gekommen?
Ja, das ist keine territoriale Frage sondern das ist eine Frage der Ausdehnung amerikanischer militärischer Stützpunkte bis an die Grenzen der Sowjetunion. Das muss bei einem russischen Generalstabsoffizier Besorgnisse auflösen. Die Amerikaner haben heute militärische Stützpunkte in ungefähr sechzig Staaten der Welt. Davon einige ganz dicht an der sowjetischen Grenze in Zentralasien, und angeblich demnächst auf polnischem Boden, auf tschechischem Boden. Estland, Lettland, Litauen, Polen, das sind alles Mitglieder der NATO geworden. Das muss Unruhe auslösen, und ob es klug war …das darf man sich fragen.

Verder in het gesprek vond Schmidt 'het aantal mensen dat gelijktijdig op deze aardbol leeft' (die Zahl der gleichzeitig lebenden Mensen auf diesem Erdball) ook onrustwekkend, en hij specifieerde even:

Op zijn beurt is een verder gevolg natuurlijk dat deze mensenmassa via televisie en internet opgezweept kan worden. Men reageert als massa. Het valt niet meer uit te sluiten dat de Amerikaan Sam Huntington, die nu twaalf of dertien jaar geleden voor het eerst sprak van een dreigende Clash of Civilisations, het valt niet meer uit te sluiten dat het tot een wereldwijde clash komt tussen enerzijds de één komma twee, één komma drie miljard mensen die moslim zijn, en anderzijds het Westen. De overbevolking men moet zeggen de bevolkingsexplosie en de gevolgen ervan die zal op deze eeuw heel diepgaand haar stempel drukken.



Wiederum eine andere Folge ist, daß diese Menschenmassen natürlich alle über Fernsehen, über Internet hysterisierbar sind. Es gibt Massenreaktionen. Es ist nicht mehr auszuschließen, daß der Amerikaner Sam Huntington, der heute vor zwölf oder dreizehn Jahren zum ersten Mal von der Gefahr eines Clash of Civilisations gesprochen hat  es ist nicht mehr auszuschließen, daß es zu einem weltweiten Clash zwischen eins Komma zwei, eins Komma drei Milliarden Menschen die Muslime sind, einerseits, und andererseits dem Westen kommt. Die Überbevölkerung, man muss sagen die Bevölkerungsexplosion, die wird das – und die Folgen davon – die wird dieses Jahrhundert sehr weitgehend prägen.




http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html