15 oktober 2019

Een oude volkstribuun

Naar aanleiding van het verschijnen van Tribun du peuple, het tweede deel van zijn memoires, ontvingen Elisabeth Lévy et Daoud Boughezala gisteren de stichter van het Front national, Jean-Marie Le Pen bij RNR-tv.* Anders dan tot voor kort wordt Le Pen vandaag wel meer uitgenodigd, zelfs door de gevestigde Franse media – hijzelf vermoedt dat ze dat doen om de tegenstelling met zijn dochter in de verf te zetten.

De transcriptie begint na tweeënvijftig minuten in het gesprek.

Jean-Marie Le Pen: De opmerking die de president maakte is correct. Hij zei: “Bourgeois zien geen probleem in migratie.” Dat is waar, en het is geen slechte wil: dat komt omdat hun leefwerelden geen raakpunten hebben met die aanwezigheid. Zij nemen geen metro, nemen geen voorstadstreinen en zodoende hebben ze zelden de gelegenheid zich als enige Europeaan in een metrostel te bevinden.**  Bon, in het weekend gaan ze naar Normandië naar hun buitenhuizen, en nemen dan de snelweg. Bon, als ze naar het zuiden trekken is dat ook over de snelweg. Ze komen nooit iemand tegen, ze ontmoeten enkel vrienden. Maar in werkelijkheid blijft het peil van de immigratie voortdurend stijgen. Een deel van deze vreemde inwijking, dat moet niet verwaarloosd worden, is van Europese origine maar het grote deel komt uit de derde wereld. Met bijkomend de bezwarende karakteristiek dat ze heel vaak islamitisch zijn. Islam.
Élisabeth Lévy: Maar zelfs dan, en u zult het ermee eens zijn, zijn er bij de vorige generaties heel wat die Fransen zijn geworden!
Le Pen: Juist …maar het ligt toch enigszins anders. Velen zijn Fransen geworden zonder dat men zekerheid had over hun loyalisme. Ziet u, neem nu die communicatieman die …die doof was meen ik, misschien doofstom. Voor een communicatieman is dat…
Lévy: De prefectuur, Mickaël Harpon…
Le Pen: Die de politieagenten heeft neergestoken.
Lévy: Een Antilliaan.
Le Pen: Oh, maar dat was …weet u, een moordenaar één minuut voor zijn misdaad is een nette man.
Lévy: Akkoord, maar u zo te horen stelt welbeschouwd elke muzelman dan een loyauteitsprobleem. Denkt u daar zo over vandaag?
Le Pen: Dat is een vraagstelling waar de Franse samenleving mee te maken zal krijgen. Zeker is dat na de oproep van de president van de Republiek tot …hoe zei hij dat nog…
Lévy: Waakzaamheid.
Le Pen: …tot waakzaamheid, wat toch neerkomt op verklikking van feiten die een of ander iemand abnormaal zouden lijken. Die oproep zal op de moslimgemeenschap een verdenking doen wegen die dodelijk is voor de eenheid van ons land, dat is zeker.
________
  * Élisabeth Lévy heeft er niet op gewezen, al was dat grappig geweest, maar Le Tribun du peuple was de titel van een blad (1794-1796) uitgegeven door Gracchus Babeuf, voorloper van het communisme en geguillotineerd onder het Directoire.
** De snelle RER-treinen (Réseau express régional) verbinden de voorsteden met het centrum van Parijs, maar op sommige lijnen voelen sommige reizigers zich op bepaalde uren niet altijd even veilig. 



Jean-Marie Le Pen : C’est une remarque qu’a fait le président, qui est juste. Qui a dit : ‘Des bourgeois ne perçoivent pas le problème migratoire.’ Il est vrai, ce n’est pas de mauvaise volonté, c’est que leurs circuits de vie ne recoupent pas la présence. Ils ne prennent pas le métro, ne prennent pas les trains de banlieue, comme ils n’ont pas l'occasion quelquefois de se trouver seul européen dans un wagon de métro. Bon, et ils vont en weekend en Normandie, dans leurs maisons de campagne, par l’autoroute, bon. S’ils vont dans le Midi c’est aussi par l’autoroute, ils ne croisent jamais personne, ils croisent que des amis. Mais le vérité c’est que l’étiage de l’immigration étrangère continue de monter. Il y a une part, faut pas le négliger, une part européenne dans cette immigration étrangère, mais il y a une large part venant du tiers monde. Avec cette caractéristique aggravante… c’est que ce sont, ils sont très souvent islamisés. Islam.
Élisabeth Lévy : Mais quand même dans les générations précédentes, vous êtes d’accord, qu’il y en a beaucoup qui sont devenus Français !
Le Pen : C’est …oui, c’était un peu différent quand même. Beaucoup sont devenus Français, sans qu’on soit sûr de leur loyalisme. Voyez-vous, prenez ce, cet attaché de communication qui est, qui était sourd je crois, il était peut-être sourd-muet. Pour un attaché de communication c’est…
Lévy : La préfecture: Mickaël Harpon…
Le Pen : Celui qui a poignardé des policiers.
Lévy : Il est Antillais d'ailleurs.
Le Pen : Oh, mais il était …vous savez, l’assassin, une minute avant son crime, c’est un honnête homme.
Lévy : D’accord mais là finalement, quand on vous écoute toute personne qui est musulman, finalement pose un problème de loyauté. Est-ce que c’est ça que vous pensez aujourd’hui ?
Le Pen : C’est un questionnement qui va se poser à la société française. Et il est certain que l’appel du président de la République à la …comment a-t-il dit…
Lévy : Vigilance.
Le Pen : …à la vigilance, c’est-à-dire tout de même à la dénonciation de faits qui paraîtraient aux uns et aux autres comme anormaux, va faire peser sur la communauté musulmane un soupçon qui est gravissime pour l’unité de notre pays, c’est sûr.

14 oktober 2019

In herberg 'De Struisvogels'

De aanslag in de Prefectuur:
Castaner schuldig verklaren is te gemakkelijk*

[...] Uit alle macht de plegers van aanslagen als psychiatrisch gestoord willen zien,** en weigeren toe te geven dat ze handelen in naam van een religie komt neer op ontkenning, zowel van wat zonneklaar is, als van de uitdrukkelijke beweegredenen die zijzelf inroepen om hun daden te stellen.

Resultaat is dat het gezag van de media bij de bevolking op wantrouwen stuit. Niets is zo bevorderlijk voor complotdenken als het ontkennen van de realiteit door diegenen die geacht worden ons te informeren. Eufemistische berichtgeving over een gevaar geeft daarenboven blijk van een tweevoudige minachting die leeft bij sommige media: niet alleen zou het volk simpel genoeg zijn om geloof te hechten aan hun feitenverslagen – verwrongen in een zin die overeenstemt met de heersende ideologie – maar daarenboven zou het zijn zenuwen onvoldoende meester zijn om een minder rozige versie van die feiten te verdragen.

Laten we niet verder zoeken naar oorzaken voor het geringe vertrouwen van de bevolking in politieke en mediatieke machthebbers.
Mensen vergeven aan elites makkelijk hun fouten: ze weten dat in hun plaats zijzelf het er niet beter zouden afbrengen. Wat ze echter moeilijker slikken is dat bij het gevaar door de ongunstige omstandigheden zij ook nog eens geminacht worden.
__________________
  * zie hier wat Christophe Castaner (Frans minister van Binnenlandse Zaken) uitgevreten had.
** dat is al decennia aan de gang, zoals u hier ziet.

10 oktober 2019

Régis de Castelnau


Régis de Castelnau (1950) is een Franse advocaat, geboren in Rabat. Hij nam eertijds de verdediging van de Communistische Partij op (als partijlid), en van de vakbond CGT.
Ik zou iedereen willen aanraden te luisteren naar wat hij te vertellen heeft over onder meer Macron, die met zijn société de vigilance de burgerlijke vrijheden wil inperken (faut pas rêver, hein!), en over de moslimmoordenaar die in Parijs niet enkel vier agenten de keel doorsneed maar thuis op zijn PC ook de coördinaten had opgeslagen van zijn collega’s bij de veiligheidsdienst.
Je kunt natuurlijk ook luisteren naar de dorpsdiscussies die de media hier bezighouden, maar de Castelnau is interessanter meen ik. Hij heeft geen autocue nodig: il parle comme un livre.

Krantenlezers, de EU en Juvenalis


Onze kranten zouden 15% meer lezers hebben lees ik op de site van het Vlaams Journalistiek Fonds. Nu had het Centrum voor Informatie over de Media deze keer een nieuwe meetmethode gebruikt, en dat maakt vergelijken met vorige metingen moeilijk. Overigens spreekt het CIM niet over zijn ‘methode’ maar gebruiken zij de term ‘methodologie’, methodeléér dus. Een woord dat hier niet te pas komt (zoal ergens) maar wel indrukwekkend in de oren klinkt. Karel van het Reve zei al dat je niet met een ernstige tekst te maken hebt als die term erin voorkomt.

Het artikel zelf van het Journalistiek Fonds is niet kwaad maar leest moeizaam. Zo ontgaat de betekenis van ‘quasi’ onze man of vrouw: ‘Je kan de resultaten ervan echter quasi onmogelijk vergelijken met de cijfers van vorig jaar, terwijl de meeste berichtgeving nochtans daarop focuste.’ Uit welk soort brein komt zo’n miserabel zinnetje? Niet uit een brein dat op taal is ‘gefocust’.

Verderop lezen we  een weinig geruststellend bericht. De Europese Commissie wil een European Digital Media Observatory lanceren. Dat observatorium ‘moet als een hub fungeren voor factcheckers, academici, mediaorganisaties en experts in mediageletterdheid’ en het moet ‘de EU-markt van factchecking services voorzien’. Mooi dat ze aan dienstverlening willen doen, en nog mooier is dat de EU, ongeacht haar democratisch deficit, een nieuwe naam heeft bedacht voor ‘gedachtepolitie’. Politiewerk begint natuurlijk bij observatie, en zoiets mag gerust een paar miljoen kosten. Ze kunnen als vingeroefening misschien die beweerde 15% eens checken.

Het Fonds heeft nog een mooi weetje:
‘En er was nog factcheck-nieuws deze week. Gisteren raakte bekend dat Knack als eerste Belgische nieuwsmedium het certificaat van het International Fact-Checking Network (IFCN) krijgt. Dat is hét internationale keurmerk voor factcheckers, en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt door Facebook en Google om hun algoritmes bij te sturen.’
Dat laatste mag wel tot aanbeveling strekken.

Dus daar in dat IFCN kan men factcheckers factchecken!
Helaas komt hier een bezwaar van Juvenalis voor de geest: Quis custodiet ipsos custodes? Wie zal de bewakers zelf in de gaten houden?
Wel had de dichter het specifiek over het bewaken van de slaapvertrekken van lichtzinnige echtgenotes – in Rome,  niet in Straatsburg of Brussel – en bestaat er ook enige twijfel over de authenticiteit van de tekst (hij komt uit een 12de-eeuws handschrift, en bij Loeb zijn die verzen gemarkeerd met O, voor Oxonian, naar dat handschrift), maar dat doet niets af aan zijn bedenking.


7 oktober 2019

Stukje Rioufol vertaald

Ivan Rioufol

De Grote Leugen brengt Frankrijk in gevaar. Zij is het die het land kwetsbaar heeft gemaakt door het blind te maken voor zijn binnenlandse vijanden. Zij is het die de machthebbers zover heeft gebracht dat deze de controle over de nationale veiligheid zijn kwijtgeraakt.
Dat een islamist, bekeerd in 2008, gerechtigd werd veiligheidsgeheimen te beheren in het hart van de prefectuur van de Parijse politie, tart elke verbeelding. We weten nu dat Michael Harpon, die donderdag in het heilige der heiligen van het antiterrorisme vier politieagenten met een mes ombracht, helemaal geen geheim maakte van zijn religieuze overtuiging noch van zijn radicalisme.

Misschien was minister van Binnenlandse Zaken Christophe Castaner te goeder trouw toen hij meteen na de moorden verklaarde dat het personeelslid ‘nooit gedragsproblemen had vertoond’, en dat er ‘niet het minste alarmerend teken’ was geweest. Dat neemt niet weg dat de overhaasting van de regering om een mogelijke jihadistische ontsporing te miskennen duidelijk de versuftheid aantoont van een staatsapparaat dat niet de minste luciditeit vertoont zodra het over de islam gaat en over beschermde minderheden.

Een eendere kwaal heeft ook een groot deel van de journalisten aangestoken, die altijd klaarstaan om extreemrechts of de islamofoben als het ware gevaar aan te wijzen. De vier slachtoffers van Harpon zijn ook slachtoffer van die ‘humanisten’ die de zaak van de diversiteit zijn toegedaan. Voorgewende verdrukten, vervuld van haat tegen Frankrijk, hebben zij onschendbaar gemaakt om redenen van non-discriminatie.

We lezen, in Les Échos van 4 oktober, de mening van Jacques Attali over ‘De dodelijke thesis van de invasie van Frankrijk’. Hier leggen we de vinger op de Grote Leugen en haar adelbrieven. Voor Attali is er niet alleen ‘geen sprake van een overrompeling van Frankrijk noch van Europa door de islam of Afrika’, maar integreren ‘99% (van de niet-Europese immigranten) perfect in de Franse natie.

Zover durft zelfs Castaner niet te gaan: maandag op France Inter heeft hij toegegeven dat Frankrijk de integratie van de immigranten ‘de laatste jaren heeft verknoeid.’ In werkelijkheid is het bankroet een stuk ouder. Het komt voort, al dertig jaar en meer, uit het onvermogen van de opeenvolgende machthebbers zich te ontdoen van de antiracistische ideologie die ten dienste staat van de massa-immigratie, van de islamisering van de steden, en die de natie verafschuwt.

De weldenkendheid – of wat daar nog van rest – vraagt eensgezind de kop van Éric Zemmour, schuldig aan islamofobie en racisme. Maar diezelfde koppensnellers blijven stom als het gaat om de eis van een verbod van het salafisme en de Moslimbroeders in Frankrijk. Dat zijn nochtans de totalitaire organisaties die de moordenaar van de prefectuur zijn wapen in de hand speelden, terwijl de inlichtingendienst onverschillig bleef.

Bij de Bevrijding hebben de collaborateurs van het nazisme zich moeten verantwoorden voor de rechter. De collaborateurs van het islamisme, die landverraders verdienen hetzelfde lot.

5 oktober 2019

Tortellino e Zucchetto


Gisteren 4 oktober vierden we het feest van de heilige Petronius, bisschop van Bologna, gestorven rond 450 en beroemd om zijn deugden – en dus vooral niet te verwarren met Gaius Petronius Arbiter (27-66) die beroemd was om zijn ondeugden, wellicht ook de Satyricon schreef en in zijn tijd beschouwd werd als een soort stijlicoon (arbiter), zoals later Beau Brummel (1778-1840).

In de kathedraal van Bologna is een fresco te zien dat de profeet Mohammed toont, brandend in het hellevuur. Bijgevolg planden enige moslims voor enkele jaren een aanslag in die kathedraal, een plan dat verijdeld werd. Dat fresco met de voorstelling van Mohammed was geïnspireerd door Dante.

Laat dit geen teken van hun bereidheid tot integratie zijn geweest, maar nu las ik in Causeur dat de huidige bisschop van Bologna, zekere Mateo Maria Zuppi, toch met een bijzonder voorstel voor de dag is gekomen, geheel passend bij de vergevensgezinde opwellingen van de Argentijn Franciscus, bisschop van Rome. Het zal de goede Mateo vandaag zaterdag de zucchetto rosso cardinale, de rode kardinaalspompoen opleveren.

Onze bisschop wilde vrijdag namelijk, bij de viering van zijn heilige voorganger op de Piazza Maggiore, naast de klassieke tortellino ook een versie zonder enig spoor van varkensvlees laten serveren. Met kippenvlees dan maar, ‘om de integratie te bevorderen’. Of die lekkernij al dente moest opgediend worden vertelde hij niet (niet helemaal gaar, maar toch meer dan halfgaar, dat spreekt). Wel had hij een naam bedacht voor zijn gerecht: il tortellino dell'accoglienza, ‘de welkomsttortellino’.

De verdedigers van de traditionele Bolognese keuken stonden op hun achterste poten: een culinaire godslastering, de sacrale tortellino gevuld met kip in plaats van varkensvlees! Maar Mateo had zijn uitleg klaar: ‘Zo zal iedereen kunnen meegenieten, zowel diegenen die om religieuze redenen geen varkensvlees mogen eten, als de ouderen die lichtere kost willen’.

Causeur voegt daaraan toe dat de goede herder ook iets over gluten had mogen zeggen …en vooral dat de Joden, die in 1593 in een getto gedreven waren, nooit op een dergelijke gunst hebben moeten rekenen.

4 oktober 2019

De cholerafobie was terecht


“De politie en justitie gaan niet uit van terreur, omdat de man niet in het vizier was van de inlichtingendiensten,” las ik bij Elsevier over de moslim die in een Parijs politiekantoor vier agenten de keel doorsneed met een binnengesmokkeld mes.

Een merkwaardig ‘omdat’. Je zou een nevenschikking kunnen verwachten maar geen causaal voegwoord, en het deed me denken aan een passage bij Heinrich Heine, in zijn Französische Zustände – een reeks verslagen voor de Duitse lezer over wat er omging in Parijs.
In 1832 had Heine veel te melden: in de stad heerste een ware cholerafobie. Lukraak en bij bosjes stierven er mensen – het meest nog arme mensen want de rijken hadden en masse de stad verlaten toen de ziekte zich aankondigde. Heine bleef ter plekke om verslag te doen, al had hij het zich makkelijk kunnen permitteren om de stad te ontvluchten. En hij had commentaar bij het werk van de inlichtingendiensten.
Het gerucht deed namelijk de ronde dat het helemaal niet de cholera was waaraan de mensen stierven. Ze waren vergiftigd. Er was een wit poeder gestrooid bij bakkers en slagers, op de groentemarkten en bij de wijnhandelaren.

Hoe wonderlijker de verhalen klonken, des te gretiger werden ze door het volk aangenomen, en zelfs hoofdschuddende twijfelaars moesten er geloof aan hechten toen de politieprefect een officiële mededeling liet verschijnen. De politie laat er zich hier, zoals overal, minder aan gelegen liggen misdaden te verijdelen dan er integendeel weet van te hebben. En ofwel wilden ze met hun alwetendheid pralen, ofwel wilden ze bij dergelijke geruchten over vergiftiging – die mochten dan waar of vals zijn – minstens elke argwaan van de regering afwentelen. Genoeg: door hun ongelukkige bericht waarin ze uitdrukkelijk zegden dat ze de gifmengers op het spoor waren, werd het gerucht officieel bevestigd en heel Parijs raakte in de meest ijzingwekkende doodsangst.

Ik heb de indruk dat het volk bij een terechte fobie tegenwoordig minder geneigd is om geloof te hechten aan officiële berichten en verklaringen en mededelingen en praatjes, of die nu van de inlichtingendiensten of van wetenschappers, of van politici en hun journalisten afkomstig zijn. Het volk gelooft nu zijn eigen ogen, en meent dat zulke verklaringen afkomstig zijn van verwarde mensen.

Nooit eens een lofzang op Frankrijk bij Stendhal


À Pauline Périer-Lagrange*
Paris, 6 décembre 1811.

Beter een enkel woordje dan niets; ik wou dat jij je dat vaak herinnerde. Stel je een man voor op een zwierig bal, waar alle vrouwen elegant getooid zijn; hun ogen schitteren van vurig plezier, je ziet de blikken die ze op hun aanbidders laten vallen. Die mooie ruimte is opgesmukt in een stijl vervuld van zinnelijkheid en grandeur; duizend kaarsen verspreiden er een hemelse klaarte; de verrukkelijke geuren brengen je nog buiten jezelf. De gevoelige ziel die in dat oord van verrukkingen vertoeft, die gelukkige man is genoodzaakt de balzaal te verlaten; hij komt terecht in een dichte mist, een regennacht vol modder; hij struikelt een keer of drie-vier en valt ten slotte in een mestkuil.
Ziedaar het ingekorte verhaal van mijn terugkeer uit Italië. Om me te troosten bij de fysieke en morele platvloersheden die ik onderweg te slikken kreeg, stelde ik mij die goede kleine Angelina** voor, die me met al haar liefde in mijn appartement opwachtte bij een warm vuur.

Mieux vaut un mot que rien ; je voudrais que tu te rappelasses souvent cela. Figure-toi un homme dans un bal charmant, où toutes les femmes sont mises avec grâce ; le feu du plaisir brille dans leurs yeux, on distingue les regards qu’elles laissent tomber sur leurs amants. Ce beau lieu est orné avec un goût plain de volupté et de grandeur ; mille bougies y répandent une clarté céleste ; une odeur suave achève de mettre hors de soi. L’âme sensible qui se trouve dans ce lieu de délices, l’homme heureux , est obligé de sortir de la salle de bal ; il trouve un brouillard épais, une nuit pluvieuse et de la boue ; il trébuche trois ou quatre fois et enfin tombe dans un trou à fumier.
Voilà l’histoire abrégée de mon retour d’Italie. Pour me consoler des platitudes physiques et morales que j'essuyais en route, je me figurais cette bonne petite Angelina m’attendant avec tout son amour, dans mon appartement, auprès d’un bon feu.
Aux âmes sensibles
Lettres choisies (1800-1842)
Édition de Mariella Di Maio (Folio classique, 2011, p.177)
___________
  * Zijn lievelingszus Pauline (Beyle) was getrouwd in 1809.
** Angéline Bereyter, of Barretter (1786-1841), zangeres aan de Opéra bouffe, zijn maîtresse van 1811 tot 1814. Gevleid en ontroerd had ze niet lang weerstaan aan zijn vurige brieven, die helaas niet tot ons zijn gekomen. Je ne l'ai jamais aimée, zei hij elders.

30 september 2019

De wal keert het schip


Het politieke midden in Europa speelt met vuur, vindt de cultuurhistoricus René Cuperus. Deze man – een sociaaldemocraat; PVDA-er heet dat in Nederland – had tien jaar een column in de Volkskrant, maar daar is recent een punt achter gezet. De nieuwe hoofdredactie achtte de tijd rijp voor verjonging. Dat Cuperus een stukje had geschreven waarin hij zich achter het boerkaverbod schaarde – misschien vanuit de gedachte dat boerka’s niet tot de Nederlandse canon behoren – heeft bij de overwegingen niet gespeeld: tenslotte moet elke redactie zo nu en dan een verjonging doorvoeren.

Het spreekt, lezer, dat u beter het hele gesprek kunt bekijken dat Roderick Veelo met hem had in het programma de Buitenlucht op RTL, maar toch tik ik twee passages uit. Daar heb ik twee goede redenen voor: Cuperus hoeft geen vertaling, en wat hij zegt wordt citeerbaar. En ik had nog een derde reden:



Cuperus: Je hebt echt een tamelijk elitaire wereld, waar ik ook met mijn hoofd inzit en jij ook, die gewoon niet op deze manier naar migratie kijkt, die dat niet als een gevaar ziet, die dat overdreven vindt, of die dat populistisch vindt, of fascistisch vindt. Een heel andere world view over migratie. Dat zijn hele grote groepen binnen onze hoogopgeleide samenleving die zo daarnaar kijken, daar ook weinig last van hebben, relatief.
Nee, ik hoop dat bijvoorbeeld deze – ja hoop …helaas – dat de aantasting van de rechtsstaat, die moord op de advocaat, dat dat ook triggers zijn om na te denken over wat migratie, wat die internationale drukte-economie, wat die allemaal niet kan aanrichten in open, transparante landen als Nederland en Scandinavië. Ik had een groep Noorse ambtenaren van Buitenlandse Zaken vorige week op bezoek. Die hebben ook het gevoel: wij raken ons paradijs kwijt. Ik zeg heel vaak: wij onderschatten hoe uniek Noordwest-Europa is. Nergens op de wereld heb je dus dit: heb je zo’n egalitaire middenklasse-samenleving, met heel veel vertrouwen, onderling vertrouwen, met niet-corrupte politici. Dat is uniek, in de rest van de wereld zijn politici corrupt, zijn politieke partijen corrupt, je hebt hier vertrouwen in belastingen, nog hè, dat zit ook al bijna… daar moeten we ook mee oppassen dat die belastingdienst blijft functioneren. Ja, maar dat is fundamenteel: hier durven mensen belasting te geven omdat ze ervan uitgaan dat politici dat goed besteden. Wopke Hoekstra is de meest populaire minister in dit soort landen. Dat is in Afrika niet zo, hè, dat ik u wel vertellen. In Latijns-Amerika ook niet, en op de Balkan niet, en in België ook niet hé! Daar is de minister van financiën niét de meest populaire minister.
Dus dat is een uniek paradijs, noem ik dat vaak. En ja, de mensen hebben – terecht volgens mij, en met name de lagere middenklasse voelt dat eerder dan de hogere burgerklasse – die voelen dat verdwijnen van het paradijs, die voelen allerlei ondermijnende krachten die inbeuken op dat naoorlogse samenlevingsmodel wat we hier hebben.
Dat is migratie, waardoor een nieuwe onderklasse heel opeens in onze samenleving terechtkomt, wat wij als sociaaldemocraten natuurlijk op zijn aller-allerlaatst zouden willen, hè? Je bent wel stom om weer een nieuwe onderklasse in je land toe te laten terwijl je honderd jaar erover hebt gedaan om die onderklasse kwijt te raken. Eh ja, de islam hè, in een postreligieuze, postchristelijke samenleving levert een heleboel problemen op. De influx van mensen uit niet-democratische landen. Hoe zeker zijn we ervan dat dat democraten zijn, of democraten worden? Al dat soort vragen wordt toch nog steeds door het leuke midden van ons niet echt op zijn allerscherpst beantwoord.
------
Cuperus: Er wordt altijd geroepen van: ja, de boze burger… nee, het is de elite, het is niet het volk wat in opstand is maar het is de elite die eigenlijk in opstand is, door zijn programma. Een heel ruig programma namelijk van globalisering, multiculturalisering, europeanisering, kenniseconomie, klimaattransitie. Ik bedoel, het is niet het volk wat plots radicaal is, het is de elite die heel radicaal is. Dat is mijn stelling. En populisme is een reactie daarop. Hè, die reageert op, hallo! gaat dat wel gelijk? Want wat betekent dit voor mijn leven, hè? Die kenniseconomie, is dat alleen maar voor de hoogopgeleiden en hun kinderen, of doe ik ook nog mee als niet-hoogopgeleide? Dus de revolutionairen zitten niet bij de bevolking maar zitten bij de kosmopolitische, wat losgeslagen elites.

Veelo: Hoe gaan we die twee groepen dichter bij mekaar brengen? Wanneer gaat de elite zijn hand uitsteken?
Ze zullen wel moeten om bepaalde dingen voor mekaar te kunnen krijgen. Dus bijvoorbeeld die hele verregaande doelstelling van de energietransitie, hoe wil je dat door de strot van de bevolking duwen, hè? Loopt het niet vast op die weerstanden van de bevolking? Wat doen we met de enorme ongelijkheid van inkomen en kennis bij dit vraagstuk? Dat is volgens mij iets waar we …daar moet je wel verstandhouding met elkaar gaan vinden, wil dat lukken, en anders wordt het een puinhoop. Dat is één voorbeeld.

Dus de wal keert het schip?
De wal keert het schip.

20 september 2019

Iets te vanzelfsprekend


In een filmpje dat Joël De Ceulaer maakte en waarin hij zijn recente boek samenvat, zegt hij dit:

'Het derde gebrek van de democratie is dat ze fundamenteel onrechtvaardig kan zijn. Als de wil van de meerderheid niet in toom gehouden wordt door de rechtsstaat, dan kunnen er ongelukken gebeuren. Dan kan het heel slecht aflopen met de rechten van minderheden en individuen. Ik hoef daar in deze tijden geen tekening bij te maken. Dus de macht van de massa, die essentieel is in de democratie, moet worden tegengewerkt door de kracht van de rechtsstaat. Zonder de rechtsstaat, zonder die bescherming van minderheid en individu is de democratie geneigd om onrechtvaardig te worden.'


Vraag is dan waar die rechtsstaat vandaan komt. Is die voorafgaand aan de democratie? Is hij misschien met ondemocratische middelen tot stand gekomen en gunt hij de democratie slechts een beperkte speelruimte? Met wetten die door rechters zijn gemaakt? Of is die rechtsstaat een natuurrechtelijk begrip, een gegeven, een evidentie 'waar geen tekeningetje bij nodig is'?

De Ceulaer komt hier ongewild dicht in de buurt van het absolutisme of de oligarchie, of zelfs –wat hem vaker overkomt– van de theologie.

We zullen er Montesquieu en Tocqueville op moeten naslaan, of zelfs de ouden, Plato of Aristoteles en Polybius...
_________
Noot:
Omdat enkele vrienden me zegden dat die 'theologie' niet meteen duidelijk was, voeg ik dit toe: theologie is bij Joël nooit veraf (al zal hij dat met verbazing vernemen wellicht). Onze man zou denkelijk bij Joseph de Maistre (hij zou die eens moeten lezen) steun hebben gevonden voor zijn visie dat 'de democratie' in toom moet worden gehouden door ...iets externs, iets van buitenaf, eventueel van bovenaf dus, zoals de Voorzienigheid van Maistre. Anderzijds: mogelijk volstaat een gouvernement des juges wel voor hem?
Maar na de lofrede van Rik Van Cauwelaert moet ik misschien toch het boek eens lezen, want zo'n filmpje zegt niet alles.

15 september 2019

Alweer een nieuwe fobie ontdekt!


Ψηφίζω (psefídzo) betekent, zoals de Bailly hiernaast zegt: stemmen, naar de stembus gaan, kiezen. In Griekenland ging dat met keitjes (psefoi) die in een urne werden gegooid, vandaar.

Of ze in Athene ook peilingen hielden …ik vermoed van niet, maar wellicht kon iemand – of hij moest aan agorafobie lijden – op de agora toch horen wat er zoal leefde onder de burgers.

Wij pakken dat wetenschappelijker aan, en de jongste oefening in het genre zal me dunkt de federale regeringsvorming flink vooruithelpen.

Voor de deftige Vlaamse partijen zal namelijk alles aantrekkelijker zijn dan nieuwe verkiezingen. Een peiling mag dan pijnlijk zijn, een bittere kelk om te drinken, maar bij verkiezingen dreigen amputaties. Zoiets stel je toch graag een jaar of vijf uit?

Ik zou dus, aangezien we in de tijd van de fobieën leven, een nieuw begrip willen invoeren dat in de journalistiek zijn nut kan bewijzen, en dat ook de politicologen minstens een air van wetenschappelijkheid kan bezorgen.

Politici en opiniemakers lijden aan psefidzofobie, een panische angst voor verkiezingen.



9 september 2019

Obsceniteiten in Gent


«Les villes deviennent de plus en plus des lieux touristiquement formatés» schreef laatst Libération: steeds meer worden steden plekken gesneden op maat van de toerist.
Dat is onloochenbaar, en overal zie je stadsbesturen meewerken aan de Disneylandisering. Je hoeft niet naar Barcelona of Dubrovnik om dat te constateren: ook kleine stadjes als Gent (ik zwijg nog over Brugge) zitten opgescheept met stadsbesturen die er alles aan doen om ‘hun’ stad, met haar eeuwenoude schatten ‘te valoriseren’. Zo drukken die onverlaten dat uit. Alsof zij iets afwisten van waarden, of zich er iets aan gelegen lieten liggen.
Ach ja, de bruggenhoofden om horden barbaren te ontvangen zagen we al eerder verschijnen: Amerikaanse hotels, MacDonaldsen, Starbucks, al die kankers hebben zich al lang genesteld in het weefsel van stad. Zo gaan bezetters te werk.
En natuurlijk zitten hun collaborateurs niet enkel bij de stadsbesturen: ook bepaalde middenstanders en immobiliëninvesteerders willen graag meevreten. Cultuur kan hen gestolen worden, om de centjes gaat het.
De foto hierboven toont een leegstaand pand aan het Veerlepleintje, en de kreten die de geldbeluste eigenaar afficheert zijn wat mij betreft obsceen en afkomstig uit een wereld waar fiere Gentenaars op neer moeten kijken.

Over oude tv-koks


Je kunt je afvragen wat ze vroeger dan wél uitzonden, maar er is een tijd geweest dat nog niet elke televisiezender een dagelijks kookprogramma had.
Op de Franse televisie volgde ik dertig-veertig jaar terug elke zaterdagmiddag ‘La vérité est au fond de la marmite’, met Michel Oliver. Die had zijn vader Raymond opgevolgd, de eerste gemediatiseerde sterrenkok.
Tot mijn groot plezier kwam France Culture pas met een reeks van 5 uitzendingen over en met zoon Michel, en daarin vertelde die iets dat hij van zijn vader had geleerd. Elk weldenkend mens zal het met hem eens zijn, en ook veel restaurateurs kunnen er iets van opsteken:

Hij had zijn opvattingen: hij moest helemaal niets weten van opgedirkte schotels. Hij zei – en ik denk dat hij gelijk had, ik pas die techniek toe: ‘Elke seconde die verloren gaat bij de presentatie van een schotel is een seconde verloren voor de kwaliteit als ze bij de cliënt arriveert.’ Tegen die logica is niets in te brengen. Als je een schotel klaar hebt en je besteedt vijf minuten aan de presentatie ervan, komt die lauw op tafel. Of je moet ze weer opwarmen, en dat is geen koken! Koken, dat is de onmiddellijke overdracht. Het is het directe genoegen, meteen. Het is klaar, ik geef het je: aan jou nu.


Il avait des théories: il n’aimait pas du tout le décor dans les plats. Il disait – et je pense qu’il a raison, j’applique cette technique: «Toute seconde perdue à la présentation d’un plat est une seconde perdue pour sa qualité à l’arrivée devant le client.» C’est d’une logique imparable. Si vous terminez un plat que vous passez cinq minutes à le décorer, il arrive tiède. Ou alors il faut le réchauffer, et c’est pas ça la cuisine! La cuisine c’est la transmission immédiate. C’est le bonheur tout de suite, là. C’est fait, je te le donne, c’est à toi.

o-o-o-o-o
Het was altijd Franse keuken natuurlijk, maar hier
per uitzondering een recept om zelf hamburgers te maken.

18 augustus 2019

Stendhal als stadsgids


Stendhal was behalve schrijver en atheïst ook diplomaat, en dus moest hij soms enige voorzichtigheid aan de dag leggen. In bijvoorbeeld zijn Promenades dans Rome beschrijft hij de stad, de schilderijen en standbeelden, het Vaticaan enzovoort, zeshonderd bladzijden lang. Maar hij doet dat niet voor ons, lezers: hij is zogenaamd stadsgids voor een kleine compagnie van vier mannen en drie vrouwen, allemaal Parijse kunstliefhebbers die hij moet inwijden in de klassieke schoonheid. Een handige truc want zo kunnen die zeven af en toe iets voor eigen rekening zeggen, een procedé dat ook Heine en Poesjkin soms toepasten. Eén van hen, Frédéric, is juist even oud als Stendhal zelf, en zegt soms onvoorzichtige dingen die de auteur niet in zijn mond zou nemen. Of Stendhal laat andere auteurs aan het woord: M. de Lalande* zei: «Weet u waarom alle priesters ter wereld mij ophemelen? dat is omdat ik een atheïst-jezuïet ben.» Over die jezuïeten is Stendhal ambivalent en voor eigen rekening zegt hij: «Ik zou willen dat een atheïst hun geschiedenis schreef, sine ira et studio.»

Sterk is dat hij standbeelden en schilderijen beschrijft die de lezer nooit gezien heeft, terwijl hij hem toch stevig aan de leiband weet te houden. Dat komt natuurlijk door zijn charme en zijn grote schrijverschap en omdat hij ook voortdurend over om het even wat begint, over politiek, religie, vrouwen, wetenschap, zeden en gewoonten, over filosofie, over auteurs die hij niet kan luchten. Hij vergelijkt ook graag de superieure Romeinen met de bekrompen Parijzenaars die van kunst niets afweten en met elke nieuwe mode meelopen. Vergelijkbaar alweer met de Reisebilder van Heine, die in Italië zijdelings ook vaak over Duitsland spreekt.

Censuur is een prachtig ding voor schrijvers die kunnen schrijven. Van algoritmes als die van Zuckerberg en consorten hebben zij weinig te vrezen.

Het is onbegonnen werk om te citeren uit zo'n dik boek waarin op elke bladzijde iets citeerbaars staat, maar ik geef toch enkele voorbeelden... for the happy few, zoals Stendhal zijn lezers graag noemt. De waarheid van de geschiedschrijving neemt hij hieronder niet al te ernstig, hij wijst erop dat je niet alles mag geloven wat gedrukt staat, en hij vindt de apostel Thomas een waarachtige filosoof.

26 oktober 1827 – Feiten daargelaten die heel dicht bij ons liggen, zoals de bekering van de protestanten door de dragonders van Lodewijk XIV, of onbeduidende zaken zoals de overwinning van Constantijn op Maxentius,** is geschiedenis zoals men zegt niet meer dan een afgesproken fabeltje; men heeft er evenwel geen idee van wat voor waarheid er in die uitspraak zit. Als u ooit in Edinburgh bent of in Kopenhagen, in de best bezochte salons, laat u dan de geschiedenis vertellen van de Terreur, of die van de 18de brumaire.
De nu volgende feiten, en het is mijn plicht die aan mijn vrienden te vertellen, zijn niet minder bewezen of meer romanesk dan alles wat men in de universiteiten gewend is te geloven over de geschiedenis van Frankrijk – niettemin nodig ik het merendeel van de lezers uit vijf-zes bladzijden over te slaan.

[…] Ik vraag excuus voor de dorheid van de voorgaande artikelen. Om mij in geweten te kwijten van de taak van cicerone, zag ik me verplicht veel gissingen te schrappen, meerdere daarvan merkwaardig en zelfs waarschijnlijk; ik zal ze aan het eind van dit werk aan de lezer voorleggen, als zijn oog meer gewend is onderscheid te maken tussen de werken die in verschillende perioden in één ruïne zijn uitgevoerd. Ik zou willen dat de lezer niets op gezag aannam zonder het te verifiëren, en dat hij argwanend stond tegenover alles, zelfs tegenover deze wandelgids. Zaken voetstoots, op het woord geloven mag in de politiek of de moraal vaak comfortabel zijn, maar in de kunst leidt dit regelrecht tot verveling.

[…] Het altaar links toont een schilderij van Spadarino. Het is de heilige Valeria die Sint Martialis haar hoofd brengt terwijl die de mis opdraagt. We kunnen even halt houden bij het schilderij ernaast: Sint Thomas wil de lende van Jezus Christus aanraken (het verwondert mij altijd dat deze grote filosofische daad in kerken wordt vertoond).*** 


_______

Joseph-Jérôme Le François de Lalande (1732-1807), een astronoom die ook een Voyage en Italie had geschreven.
** Flavius Valerius Aurelius Constantinus (272-337) of Constantijn de Grote, versloeg in 312 zijn rivaal Maxentius, die de verdrinkingsdood stierf in de slag bij de Milvische brug. Hij stichtte de stad Nova Roma, die later de naam Κωνσταντινούπολις kreeg, en tegenwoordig Istanboel wordt genoemd.
*** De ongelovige Thomas zei immers, volgens Johannes 20.25: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.

10 augustus 2019

Onvermoede bondgenoten



Gedeeltelijke vertaling van een stuk dat althans voor mij een paar verrassende wendingen bevatte.



EUROFASCISME – Wie er tegen is, 
werkt het misschien juist in de hand


[...] Mogelijk zal binnen enkele jaren Pierre Drieu la Rochelle een profeet blijken te zijn die voorvoelde dat de barbaren op komst waren, en waar het komende fascisme zijn plek zou vinden. Hij collaboreerde met de nazibezetter omdat niet de Duitsers zijn vijanden waren, maar wel de burgerlijke samenleving. Hiermee liep hij vooruit op zijn ‘nationale’ tijd, maar in de ‘postnationale constellatie’ (Habermas) kon zijn tijd wel eens gekomen zijn. Benedikt Kaiser, een van de jonge honden uit Schnellroda (eigenlijk uit Chemnitz), heeft in 2011 Drieu-studie voorgelegd met als titel Eurofaschismus.

Hoe dit fascisme eruit zou kunnen zien heeft Till-Lucas Wessels laten zien in zijn boek europaradikal van 2018 (eveneens bij Antaios verschenen): hij ziet de ‘klassieke burgerlijke nationale staat, die als zelfstandig handelende instantie overal op de terugweg is’ als de grote ‘verliezer’ van de globalisering. Wessels, volstrekt geen conservatief, wil deze zombie helemaal niet meer tot leven wekken maar zoals Habermas de sprong hogerop wagen, en een nieuw Europa tot stand brengen. Dat Habermas geen fascistisch Europa wil maakt niet uit want niettemin kon hij wel eens een wegbereider zijn – samen met liberale imperialisten als Robert Cooper of Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit die hun zinnen hebben gezet op een EU als benevolent imperium.

Nog maar net van die verschrikkelijke nationale staat afgekomen, maken zij er werk van een nog veel grotere staat op poten te zetten, met politieke mogelijkheden die helemaal naar de smaak van nieuwrechts zijn. Ook Wessels meent: ‘op het wereldtoneel kan alleen een geïnstitutionaliseerde gemeenschap van de Europese volkeren werkdadig en blijvend ingrijpen en zich met een positieve visie tegen de hegemoniale aanspraken van Oost en West verzetten.’ Zo veel Europese ijver aan de rechterzijde kan velen verwonderen, maar dat het fascisme aartsconservatief zou zij behoort dan ook tot de rampzaligste clichés erover. Het wil niet terug, maar voorwaarts om de cyclus te volvoeren (dat heeft het bij Julius Evola geleerd), en dus moet het in elk nieuw tijdvak een sport hoger stappen, tot het ooit helemaal globaal wordt en van daaruit aan zijn grote inkrimping* kan beginnen.

Het dilemma zit hem hier, dat men om dit opdoemende onheil nog te verhinderen precies dat moet doen dat het waarschijnlijk nog in de kaart speelt: bij de Europese verkiezingen, of die voor de Bundestag, voor de linkse of liberale partijen stemmen die zo goed als allemaal voor de uitbouw van soevereine Europese instellingen staan. Tegen hun wil in zouden precies de grote EU-voorvechters als Macron en Habermas diegenen die zij bestrijden in de stijgbeugels kunnen helpen: om de problemen van de ‘onomkeerbaar’ geglobaliseerde wereld (Habermas) op te lossen, klimmen zij een sport hoger op de ladder van de politieke eenmaking, en zorgen voor een rijk van 500 miljoen zielen waar de Eurofascisten zich vingers en duim bij aflikken.

Die weten niet waar ze dat geluk aan verdiend hebben, want zelf hadden ze het nooit voor elkaar gebracht. Alles staat dan netjes voor hen klaargezet – met een direct gekozen EU-president en een parlement met totale budgetbevoegdheid (waarmee dan ook een afgebleekt, maar wel heel-Europees, supranationaal socialisme kan ingevoerd worden) – en dan moeten ze enkel nog één verkiezing winnen en de zaak is rond. Pulse of Europe of de Junge Europäische Föderalisten zullen dan wellicht beschouwd worden als de heruitgave van de eveneens Duitse studenten-eenheidsbeweging van de negentiende eeuw, die ook toen tegen de »Kleinstaaterei« te velde trok en onderweg haar liberalisme vergat (vandaar ook dat het ‘eenheid en recht’ klonk, en pas daarna ‘vrijheid’); maar dan is het te laat en zal iedereen zich afvragen hoe men die gelijkenis over het hoofd heeft kunnen zien.
 ________
* ‚Superkontraktion’ is een begrip uit de organische scheikunde dat het onomkeerbare proces van krimp beschrijft (bijvoorbeeld van te warm gewassen wol). Het wereldbeeld is cyclisch.

21 juli 2019

Toerisme als ziekte


'Niemand houdt van een zieke. Ook niet een andere zieke', schreef de onvergetelijke schaakmeester Jan-Hein Donner in een verzamelboekje van zijn columns (Slecht nieuws voor iedereen, Bert Bakker, 1987), en Donner sprak met kennis van zaken.

Hetzelfde kun je ook zeggen over toeristen meen ik.
Niemand houdt van hen, je wil ze niet, al zeker niet in je eigen stad maar ook niet als je elders zélf toerist bent. Het gezicht van weer een bende die achter de opgestoken paraplu van een cicerone aanstrompelt is stuitend en bederft het genoegen van de plaatselijke bewoner. Hij kan zijn eigen stad niet meer zien en moet gedurig het trottoir af voor barbaren die selfies aan het maken zijn.

Bij de besturen van bijvoorbeeld Barcelona, Venetië of Parijs lijkt het besef te groeien dat men te ver is gegaan. We mogen hopen dat ook in provinciesteden als Gent de geesten rijpen.

Niet dat ik zover wil gaan als Stendhal in Rome begin negentiende eeuw, maar ik begrijp wat hij bedoelde.* Hij had een geliefkoosd zinnetje waarmee hij zijn boeken, ook het onderstaande besloot: To the happy few.

Het genot van een reiziger verdwijnt bijna geheel zodra er in het Colosseum andere nieuwsgierigen arriveren. In plaats van zich in sublieme en boeiende dromerijen te verliezen, merkt hij zijns ondanks de belachelijkheden van de nieuwgekomenen, en hem lijken ze er steevast veel te vertonen. Het leven wordt verlaagd tot wat het is in een salon: ongewild luister je toch naar de banaliteiten die ze vertellen. Als het in mijn macht lag, was ik een tiran en liet ik voor de tijd van mijn verblijven in Rome het Colosseum sluiten.

Dès que d'autres curieux arrivent au Colysée, le plaisir du voyageur s'éclipse presque en entier. Au lieu de se perdre dans des rêveries sublimes et attachantes, malgré lui il observe les ridicules des nouveaux venus, et il lui semble toujours qu'ils en ont beaucoup. La vie est ravalée à ce qu'elle est dans un salon : on écoute malgré soi les pauvretés qu'ils disent. Si j'avais le pouvoir, je serais tyran, je ferais fermer le Colysée durant mes séjours à Rome.

Promenades dans Rome (1829)
Édition établie et annotée par Victor Del Litto, Gallimard 1973, xxxi + 874 pp.

_________

* Plus on admire Stendhal et plus on est intelligent (André Suarès).

7 juli 2019

Mooi gesprek over het verse EU-personeel


De gechevronneerde BBC-man Andrew Neil legde de correspondente van France24, Bénédicte Paviot, een paar feiten voor waartegen zij niets, maar dan ook niets wist in te brengen, hoe goed ze het ook meent met de EU. En even later maakte Michael Portillo (ex-Lagerhuislid, nu journalist) het werkje mooi af.
Ik vraag me af of dergelijke onbarmhartige gesprekken ook bij ons op de buis kunnen, met ter vervanging van die arme Bénédicte misschien onze eigen EU-fan, professor dr. Hendrik Vos? Wat zou deze brave Hendrik aan Andrew en Michael geantwoord hebben? Zullen we het ooit te weten komen?

Andrew Neil: Ik begrijp nog altijd niet waarom u denkt dat de EU nu in veiligere, beter zelfs, in optimistischere handen is met een mislukte Duitse defensieminister, een mislukte Belgische eerste minister, een voormalige financiënminister veroordeeld voor schuldig verzuim in een euroschandaal dat over miljoenen pond ging, en een Spaanse politicus die stond te juichen bij de repressie in Catalonië. Waarom is Europa in goede handen bij zulke mensen?
Bénédicte Paviot: Wel, dat is een …een mening, en zoals u vast weet is er kritiek gekomen op Ursula von der Leyen.
Andrew Neil: Zij is de tweede meest …in de poll van Der Spiegel deze maand was zij de op één na minst populaire president …euh politica in Duitsland. Rond haar departement loopt een onderzoek naar corruptieschandalen en netelige defensiecontracten. De Spaanse politicus, de man die nu het buitenland doet voor de EU, is veroordeeld voor handel met voorkennis. Hoe kunnen deze lui, hoe kan Europa’s toekomst veilig in handen van zulke mensen gegeven worden?
Bénédicte Paviot: Ik denk dat het belangrijk is voor ogen te houden dat de defensieminister, die u een ‘mislukte defensieminister’ noemt…
Andrew Neil: Het waren de Duitsers die haar zo noemden.
Bénédicte Paviot: Wel, niet alle Duitsers.
Andrew Neil: De meeste Duitsers wel, inbegrepen het rapport van de Bundestag over het gebrek aan paraatheid van Duitsland. Zestig procent van hun vliegtuigen kunnen niet vliegen, en honderd procent van hun onderzeeërs kunnen niet ter zee. Ze hebben het Duitse leger naar een arctische NAVO-oefening gestuurd met bezemstelen voor geweren! En die vrouw is nu voorzitter van de Europese Commissie.


[om Bénédicte even op adem te laten komen laste ik hier een muziekje in: Ode an die Freude ...wat volgens Karel van het Reve oorspronkelijk Ode an die Freiheit had moeten zijn, maar Schiller, zo vermoedt hij, durfde dat niet aan in het Europa van die dagen]


Michael Portillo: Laat me zeggen dat ik het met Andrew oneens ben. Ik wens Europa niet te zien bloeien want de richting die deze mensen het willen uitsturen, is die naar het Europees federalisme. Ik voel genoeg mee met mijn mede-Europeanen om te denken dat een federale Europese Staat niet het antwoord is, niet voor ons alleen, ook niet voor hen. Iets dat ondemocratisch is, is niet de oplossing voor Duitsland, of voor Frankrijk of Italië, of voor Griekenland. De Grieken weten al dat het voor hen geen antwoord is, want zij zijn door de EU geruïneerd, door het aandringen op het aanvaarden van de euro, waar zij totaal niet in aanmerking voor kwamen, de euro een puur politiek project zijnde. Omdat de EU graag de symbolen van een eenheidsstaat wilde creëren, ontwierpen ze de eenheidsmunt, ontwierpen ze een vlag en ontwierpen ze een nationale hymne, en daarom was het gerechtvaardigd daar geen respect voor te betonen. Zulke dingen doen is verkeerd, want die dingen sturen ons een ondemocratische richting uit…
Bénédicte Paviot: Dat is echt respectloos… een theatertruc.
Michael Portillo: …en daarom kan de aanstelling van lui die ongevoelig zijn voor de Europese bevolking …meen ik in zekere zin een goede zaak zijn, want de revolte tegen deze wereldvreemde elite zal aanhouden.




Andrew Neil: I still don’t understand why you think the EU is now in safer, even better, optimistic hands, with a failed German defence minister, a failed Belgian prime minister, a former finance minister found guilty of negligence in a multimillion pound euro scandal, and a Spanish politician who’s been a cheerleader for repression in Catalonia. Why is Europe in good hands with people like that?
Bénédicte Paviot: Well, the, that is a …an opinion, and certainly as you know, Ursula von der Leyen has been criticised.
Andrew Neil: She’s the second most… in the Der Spiegel poll last month, she was the second most unpopular president, um …politician in Germany. Her department has been under investigation for corruption scandals and dodgy defence contracts, the Spanish politician who is now the EU’s foreign policy man, was done for insider trading. How can these people, how can Europe’s future be safe in these people’s hands?
Bénédicte Paviot: I think that the important thing to remember is that the ...um defence secretary that you are calling a 'failed German defence secretary'…
Andrew Neil: It was the Germans who called her that.
Bénédicte Paviot: Well, not all Germans.
Andrew Neil: Most Germans do, including the Bundestag report on Germany’s unpreparedness. Sixty percent of their planes can’t fly, a hundred percent of their submarines can’t take to the sea. They sent the German army into the arctic Nato exercise with broomsticks for guns! That’s the woman who is now president of the European Commission.

o-o-o-o-o
Michael Portillo: Let me say that I disagree with Andrew: I don’t want Europe to prosper because the direction in which these people want to lead it is towards European federalism. I have enough feeling for my fellow Europeans to think that a federal state of Europe is not the answer, not only for us, but not for them. Something which is nondemocratic is not the answer for Germany or for France or for Italy, or for Greece. The Greeks already know it’s not the answer for them, because they have been ruined by the European Union, by the insistence on creating a euro for which they were totally unsuitable. The euro being an entirely political project. Because the European Union wanted to create the symbols of a single state, so they created single currency, they created a flag, and they created an anthem, which is why it was right to show disrespect for it. Because these things are wrong things to do, because they take us in a nondemocratic direction…
Bénédicte Paviot: That is just disrespectful… it’s a gimmick.
Michael Portillo: …and therefore the appointment of people who have no sensitivity for the European population, I think in a way may be a good thing because the revolt against this out of touch elite will continue.

2 juli 2019

Het werk aan de ruwe steen


In moreel opzicht heeft Karel De Gucht de laatste jaren vooruitgang geboekt, onmiskenbaar, maar om van een wedergeboorte te spreken is het misschien wat vroeg want helemaal koosjer is zijn gedachtewereld nog niet. Zo gebruikte hij vrijdag bij Ivan De Vadder wat slordig de term ‘racisten’, terwijl hij wellicht bedoelde te zeggen dat er mensen bestaan die de islam afkeuren, of immigratie geordend willen zien verlopen.

Maar kom, over de kiezers van Vlaams Belang zei Karel: ‘Ik toon daar ook respect voor,’ en even later nog eens: ‘Ik verketter die kiezers niet, en ik denk dat men daar inderdaad het gesprek moet mee aangaan.’ – hij zal beseft hebben dat velen hem niet op zijn eerste woord geloven, vandaar die herhaling. Kwaadwilligen zullen hier immers denken aan de episode destijds toen hij Balkenende een Harry Potter had genoemd in een interview met Jan Segers van Het Laatste Nieuws ...en vervolgens ontkende dat hij dat gezegd had. In hoge nood beweerde hij zelfs dat dat interview niet had plaatsgehad.

Zand erover, wellicht waren de mysteriën van Osiris’ wedergeboorte hem nog niet goed uitgelegd, wat zou verklaren hoe hij het kiesvolk van het Belang in die tijd eenvoudigweg ‘mestkevers’ kon noemen – naar de Egyptische kever, de Scarabaeus sacer die in de Osiriscultus een heilige taak had.

Maar die term ‘mestkevers’ neemt Karel niet langer in de mond, een bewijs dat zijn ruwe steen intussen flink is bijgeschaafd. Hoe hij overigens dat ‘gesprek met de kiezers’ wil aangaan en tegelijk de partij van die kiezers wil negeren is niet duidelijk. Karel, die volgens alle media een verstandig man is, zal het antwoord kennen. Misschien denkt hij aan een ‘grand débat national’?

Nu vind ik weer niet dat elk ad hominem en alle beledigingen en invectieven uit het politieke spraakgebruik moeten gebannen worden. Een duidelijke term is vaak een verademing, en woorden verbieden of verbannen is geen nette praktijk. Wel moet men trachten stijlvol te blijven, dat vond tweehonderd jaar geleden Joseph de Maistre toch, een van tijd tot tijd mystiek aangelegde maçon die geen enkel woordgevecht uit de weg ging, ook niet als dat ruwe termen meebracht. À tout seigneur tout honneur, zegt Maistre, en ik meen dat ook Karel De Gucht hier schuchter op de goede weg is.
In een brief schreef Maistre:


Aan M. Deplace, in Lyon.
28 september 1818.

Ik kom terug op enkele van uw opvattingen, naarmate ze me te binnen schieten. In een van uw vorige brieven hebt u me ertoe aangespoord ongegeneerd voor mijn standpunten uit te komen, daarbij evenwel de personen ontziend. U mag ervan overtuigd zijn, mijnheer, dat het hier om een Franse illusie gaat. Die koesteren we allemaal, en u hebt mij al meegaand genoeg gezien, in de regel toch, om niet geschandaliseerd te raken als ik u vertel dat men tegen een opinie niets heeft ondernomen zolang men niet de persoon zelf heeft aangepakt. Nu zeg ik erbij dat in dit soort aangelegenheden zoals in andere, er grote waarheid schuilt in het gezegde: ere wie ere toekomt; voegen we enkel nog toe: zonder slaafs te worden.

À M. Deplace, à Lyon.
28 septembre 1818.
Je reprends quelques-unes de vos idées, à mesure qu'elles me reviennent. Dans une de vos précédentes lettres, vous m'exhortiez à ne pas me gêner sur les opinions, mais à respecter les personnes. Soyez bien persuadé, Monsieur, que ceci est une illusion française. Nous en avons tous, et vous m'avez trouvé assez docile, en général, pour n'être pas scandalisé si je vous dis qu'on n’a rien fait contre les opinions tant qu'on n’a pas attaqué les personnes. Je ne dis pas cependant que, dans ce genre comme dans un autre, il n'y ait beaucoup de vérité dans le proverbe: À tout seigneur tout honneur; ajoutons seulement: sans esclavage.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html