16 november 2018

Hoe het schaakbrein werkt


In het blad EOS las ik net een mooi artikel van de voor kort overleden neuroloog Charles Vecht. Ze publiceerden dat nu, tijdens de schaakmatch om het wereldkampioenschap tussen Carlsen en uitdager Caruana.
Charles Vecht beschrijft Carlsen als een schaker die drijft op intuïtie, op onbewuste processen. Hij hoeft als het ware niet te rekenen, en speelt simpelweg de zet die zich voor hem aandient. Natuurlijk is dat niet helemaal waar, Carlsen rekent ook wel en dat besefte vanzelfsprekend ook Vecht, maar toch zijn er verschillende types van spelers.

De uitdager staat bekend als een rekenaar, en rekenaars verbruiken veel tijd. Ook Aleksandr Grisjtsjoek, die in totaal al dertien partijen tegen Carlsen speelde (drie gewonnen, drie verloren en zeven remises) staat bekend als een rekenaar. Hij durft soms wel een uur uittrekken voor een zet, maar moet dan de rest van de partij op een drafje uitdoen.
De gevreesde Zeitnot! Een tweesnijdend zwaard echter, want ook de tegenstander met veel tijd op de klok voelt nu de drang om wat sneller te gaan spelen, bijna alsof hijzelf in tijdnood zat. Als hij op zijn beurt lang nadenkt, kan de man in Zeitnot daar immers profijt van hebben, want de spelregels verbieden niet dat iemand nadenkt terwijl zijn tegenstander aan zet is.

En deze rekenaar Grisjtsjoek geeft vanuit Moskou live commentaar bij de zetten die in Londen gespeeld worden. Het programma wordt gepresenteerd door de Georgische Sopiko Guramishvili, internationaal meester, samen met de Russische grootmeester Pjotr Svidler.

Nu dacht Fabio Caruana al een half uur lang na, en dan blijft het in de studio niet bij analyses. Het is tijd voor meer algemene bespiegelingen:

Guramishvili: Maar hij gebruikt wel veel tijd. Hoe gaat het denkproces bij hem? Is hij aan het rekenen en rekenen, of wat gebeurt er in dat halve uur?

Grisjtsjoek: Ik mag u wel zeggen, voor mij is het heel eenvoudig om zo’n denkproces te begrijpen. Eigenlijk is het heel makkelijk uit te leggen. Het is eigenlijk niet meer dan… hmm, ok, ik lust Loper ç3 – Koning ç7 niet, dat bevalt me niet. Ah, shit, hmm waarom zit ik in die stelling?
Svidler: Juist, ja…
Grisjtsjoek: Ok, voortmaken, Paard ç3 – Paard b4 en dan Toren d1 is misschien interessant. Ach nee, Koning ç7 … ach shit, waarom ben ik in die stelling beland? Enzovoort weet je, je loopt in kringetjes…
Guramishvili: Sjonge jonge!
Grisjtsjoek: En dan kunnen er ook gedachten opkomen… bij momenten komen je dingen voor de geest die met schaken helemaal niets te maken hebben. En dat gaat maar door, en eigenlijk is dit …
Guramishvili: Hoe een half uur wordt zoekgebracht. juist!
Grisjtsjoek: …hoe een schaakcarrière verloopt.



Sopiko Guramishvili: But he takes a lot of time. What ...what is the thinking process of him? He is calculating, calculating? Or, what happens during this half an hour?
Aleksandr Grisjtsjoek: I assure you, for me it’s very easy to understand such a thought process. Basically it’s very easy to explain. It’s just basically, hmmm, ok, I don’t like Bishop ç3-King ç7, I don’t like. Ah, shit, hmmm, why have I got this position?
Pjotr Svidler: Yeah…
Grisjtsjoek: Further. Ok, Knight ç3-Knight b4; Rookd1, ok, maybe interesting. Ah no, King ç7... shit then, why have I got his position? And so on, you know, in circles you’re going...
Guramishvili: This is amazing.
Grisjtsjoek: Then ok, there are maybe some thoughts of …some things just completely unrelated to chess come into your mind at some point. And so on, and this is, this is basically how…
Guramishvili: ...half an hour goes, yeah.
Grisjtsjoek: …a career in chess is going.

13 november 2018

Kan de mens vooruitdenken?


Er woedt zoals men weet deze dagen een strijd in Londen, niet zozeer rond die Brexit waar het Nieuws het vaak over heeft, maar om het wereldkampioenschap schaken. Deze strijd heeft niets verborgens, integendeel, je kunt elke zet van de partijen live meemaken, bijvoorbeeld op de site van Chess24. En wat meer is: je krijgt er ook deskundige commentaar bij van grootmeesters, een soort duiding als je wil, maar dan van mensen die er echt iets van weten. En het gaat ook niet over sentimentele voorkeuren van die duiders, maar over echte zetten die al gedaan zijn, en over zetten die als gevolg daarvan op het bord nog zouden kunnen verschijnen.
Nu kun je zeggen, ja schaken, maar op die suffe opmerking heeft destijds grootmeester Hans Ree al geantwoord: Er wordt wel eens gezegd dat wij zo in ons spel verdiept zijn dat we de wereld niet kennen, maar je weet wat een onzin dat is. Ons spel is een microkosmos waarin zich de wereld haarscherp spiegelt. Wie van alles een beetje weet, weet niets, maar wie één ding goed bestudeert, weet genoeg voor alles.
     Holland verlicht
     1998, Uitgeverij L.J.Veen, Amsterdam/Antwerpen, p.10
De vier al gespeelde partijen zijn in remise geëindigd, maar dat betekent niet dat er weinig gebeurde. Soms had wereldkampioen Carlsen de betere kansen, en de volgende keer weer uitdager Caruana. En ergens maakte grootmeester Svidler, een Rus, de opmerking dat het in een bepaalde stelling moeilijk was om een ‘plan’ te ontwikkelen. En toen zei me daar vanuit Moskou de eveneens Russische grootmeester Aleksandr Grisjtsjoek iets dat me bijzonder beviel:

Pjotr Svidler: Yeah it’s like, it's this weird situation where nothing is really threatened, but you still dislike your position and you would like to have a plan... to do something.
Alexander Grisjtsjoek: The p-word, yeah?
Svidler: Yeah.
Gristsjoek: I think Gustafsson, he doesn’t allow people to use the word ‘plan’ in a chess sense.
Sopiko Guramishvili: Yeah ...yeah, I’ve heard that word as well.
Svidler: Really?
Guramishvili: Yeah.
Grisjtsjoek: Actually I completely agree with him in this. Plans do not exist. As I mean, there are some ideas, yes they exist, but… and then, ok, when you’ve played lots of ideas in the game you can say: ok, it was my plan. But not beforehand. It’s like, I don’t know, it's like ‘What is your plan in life?’ I mean, this is like impossible to answer. I mean, until your life actually happens.
Svidler: Deep! I will go as far as to say profound. Profound things being explained live on air here.
Guramishvili: Now we need ideas!



De mooie Sopiko Guramishvili presenteert het programma. Ze besloot hier ook mooi en riep de mannen tot de orde: spreek over zetten! Zijzelf is meester (weliswaar ook 'vrouwelijk grootmeester', maar dat wil ik als rechtgeaarde feminist eigenlijk niet vermelden: bij de mannen is zij internationaal meester, niet niks dus).

En mochten mijn lezers die opmerking van Grisjtsjoek een filosofische gemeenplaats vinden, dan zou ik toch willen opmerken dat het schaakspel een eindig spel is, met vierenzestig velden die bij het begin van de partij ook nog eens voor de helft vol staan, en dus met beperkte mogelijkheden, zij het dat die beperking voor de menselijke geest een oneindigheid is: Chess is a sea in which a gnat may drink and an elephant may bathe, zegt het oude Indische spreekwoord ...dat wellicht dateert van 1949.
Als het daar al niet lukt! Dus Ree had gelijk als hij zegde dat schaken een beeld van de grote werkelijkheid kan geven, en dat bewijzen ook de drie voorbeelden hieronder, waarin achtereenvolgens een mier, een bij, een veugelke en een hagedis hem en Grisjtsjoek bijtreden:

Die Ameise kennt die Formel ihres Ameisenbaues, die Biene die ihres Stockes (wenn sie sie auch nicht nach Menschenart kennen, so kennen sie sie doch in ihrer eigenen Art, und mehr ist ja nicht nötig), aber der Mensch kennt seine Formel nicht.
           F.M. Dostojewski
           Bei gebotener Gelegenheit, vier Lektionen.
           Erläuterung der Puschkinrede.
           Literarische Schriften.
           Moeller van den Bruck, 1923, R.Piper & Co. Verlag.

Ah! als ‘t veugelke Gods zyn neste bouwt en hairke voor hairke by een raapt, en maakt en fatsoeneert naar zyn eigen lyf en gemakkelykheid, ‘t en weet het toch niet voor wien dat het zulk een schoon wiegske bereidt en welkdanige lieve jongskes, als’t een keer zomer en schoon weer wordt, daar in zullen te piepen liggen.
           Guido Gezelle
           Proza en Varia
           Frank Baur, 1950, Standaard Boekhandel,



Kein Mensch denkt, es fällt nur dann und wann den Menschen etwas ein, solche ganz unverschuldete Einfälle nennen sie Gedanken, und das Aneinanderreihen derselben nennen sie Denken. Aber in meinem Namen können Sie es wiedersagen: Kein Mensch denkt, kein Philosoph denkt, weder Schelling noch Hegel denkt, und was gar ihre Philosophie betrifft, so ist sie eitel Luft und Wasser, wie die Wolken des Himmels, ich habe schon unzählige solcher Wolken, stolz und sicher, über mich hinziehen sehen, und die nächste Morgensonne hat sie aufgelöst in ihr ursprüngliches Nichts; – es gibt nur eine einzige wahre Philosophie, und diese steht, in ewigen Hieroglyphen, auf meinem eigenen Schwanze.
         Heinrich Heine
           Reisebilder IV: Die Stadt Lucca (1830)
           Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben,
           Ernst Elster, 1893, drittter Band.

7 november 2018

Twee aarzelende bekeerlingen


Bij Fayard in Parijs verscheen in oktober Inch'Allah - L'islamisation à visage découvert [openlijke islamisering], een boek geredigeerd door twee sterjournalisten van Le Monde, Gérard Davet en Fabrice Lhomme. Het beschrijft de ontwikkelingen in het departement Seine-Saint-Denis – ‘93’ voor de kenners, ten noordoosten van Parijs.

Ik heb het niet gelezen, maar de auteurs hopen dat hun werk (‘onderzoeksjournalistiek’) het debat over de islamisering zal openen. Het spreekt dat Élisabeth Lévy van Causeur zich vrolijk maakt over die ambitie, want dat debat wordt al twintig jaar en meer gevoerd, zij het blijkbaar niet in de redactielokalen van Le Monde. 

Ze hebben het warme water uitgevonden zegt Lévy, maar ze apprecieert niettemin dat die twee het onderwerp hebben durven aanraken. Terecht, want hoe voorzichtig zij ook zijn, en hoe ver zij zich ook van ideologische standpunten zeggen te houden, de publicatie levert hen zware verwijten op, gaande van islamofoob, tot fascistisch en nazi. Invectieven dus waar gewoonlijk anderen recht op hadden toen zij hun mond opendeden over wat ze zagen: ‘Depuis la sortie du livre, nous sommes qualifiés d’islamophobes, de fascistes et même de nazis sur les réseaux sociaux.

Dat deze journalisten vrij zouden zijn van ideologie (een onmogelijkheid) blijkt alvast niet uit wat Gérard Davet bij France Inter vertelde naar aanleiding van wat ze  bijvoorbeeld in een stelplaats van de RATP zagen. Ze verzekeren dat het hen alleen om de feiten ging, terwijl al hun voorgangers, die dezelfde dingen signaleerden, volgens Davet en Lhomme verkeerde verbanden legden, ideologische namelijk. Denken de auteurs dan dat feiten losjes op zich bestaan? en dat een volkomen neutrale waarneming mogelijk is, en dat weigeren om een expliciet 'ideologisch' standpunt in te nemen géén ideologie is?


---C’est un sujet qui est clivant, qui est compliqué. L’islamisation c’est un sujet sur lequel il y eu beaucoup d’idéologie, et justement nous, plutôt que d’aborder le sujet de travers par le biais d’idéologie, on voulait le gérer par le côté en face en fait, l’aborder en face ce sujet, en mettant les faits sur la table. Or les faits ils sont forcément gênants, troublants, déstabilisants, et donc ça a généré, je dirais des incompréhensions, des doutes, des questions…
France Inter: De quelle nature ?
Bien, c’est l’islamisation, je vais d’abord dire ce que c’est, simplement par le biais du dictionnaire Larousse: l’islamisation c’est l’application de la loi islamique dans différentes strates de la société, que ce soit l’éducation, la santé, la police etcetera. Or on tombe sur des, sur des... si vous avez lu le livre, je pense qu’on tombe sur des cas qui sont excessivement compliqués et sensibles.
---On a réussi à rentrer dans ce dépôt. Ce dépôt, il est interdit aux journalistes, c’est le dépôt où était, où officiait d’ailleurs un ancien, euh, un ancien terroriste du 13 novembre 2015. Nous on fait aucun lien bien sûr entre, entre, entre le djihadisme et l’islamisme, mais il se trouve qu’on y est rentré.

Lévy vindt het alles bijeen positief dat minstens al twee journalisten van Le Monde uit de ontkenningsfase zijn geraakt. Niet iedereen bij die krant is even gelukkig met dat boek, meent ze te weten. Ook Alain Finkielkraut zegt blij te zijn dat er nu 'een scheur in het gordijn' is gekomen, maar waarschuwt: 'Voor #metoo bracht men er een task force van 15 man op de been, maar als het gaat over agressie in de scholen,' [een jongere had een pistool tegen de slaap van zijn lerares geduwd] ‘dan volstaat een onderhoud met een socioloog, Benjamin Moignard, die ons uitlegde dat amper 1% van de leerkrachten te maken krijgt met fysieke agressie, dat er vandaag niet meer agressie is dan gisteren, en dat er talloze studies voorhanden zijn die aantonen dat herhaaldelijk straffen contraproductief werkt en nog meer geweld losmaakt. De dag daarop had dezelfde krant dan een grote enquête rond de ongelijkheid in Seine-Saint-Denis: In Île-de-France, arme scholen voor de arme wijken’, was de kop. ‘Anders gezegd, als daar geweld voorkomt, dan hangt dat samen met de situatie waarin de Republiek de jongeren van de banlieues en de probleemwijken heeft gebracht.’

‘Had u dan gehoopt dat Le Monde van de ene dag op de andere zijn stokpaardjes zou laten vallen?’ vraagt Lévy hem.
‘Voor Le Monde zelf is er nog niets veranderd.’ En Finkielkraut gaat nog even door over die sociologen die geregeld opgetrommeld worden: ‘Voor #metoo wordt er dus een task force van 15 man gemobiliseerd, en worden alle beschuldigingen letterlijk genomen. Voor #pasdevague brengt men een socioloog in stelling, want de sociologie is niet langer de wetenschap van de samenleving, maar de wetenschap van de ontkenning van wat men ziet, met een paar statistieken ter staving.’
Maar hij besluit met een wens: ‘Misschien dat dankzij dit boek het klimaat binnen de media begint te veranderen.’

6 november 2018

De betrouwbaarheid van media


Wat je op de buis vaak ziet, zijn zogenaamde vox pops, korte publieksreacties die een journalist van de straat opraapt. Hun eigen journalistieke geloofwaardigheid stelt nog maar weinig voor beseffen ze, en daarom laten ze graag enkele geselecteerde toevallige voorbijgangers hun mening geven, de vox populi.

Het procedé vraagt een flinke dosis geduld en handigheid. De journalist moet veel materiaal in de vuilnisbak gooien want het is vanzelfsprekend niet de bedoeling dat de kijkers of luisteraars het gevoel krijgen dat ze een toneelstukje bijwonen, of verkeerde dingen horen. Met welgekozen zinnetjes en zonder dat het te sterk opvalt is een goede journalist echter in staat de voorbijgangers te laten vertellen wat hijzelf in zijn script had staan. Als het volk heeft gesproken hoeft hij dan niets meer te duiden, want zijn duiding wordt toch niet meer ernstig genomen.

Nee, dan is het web wel een betere graadmeter! Je hebt daar sites van alle slag, van elke gezindte, die in alle onafhankelijkheid verslag doen, en dingen laten zien die je elders niet ziet. Of is dat toch niet het geval?
Op het web zie je inderdaad zaken die pas later in de mainstream media opduiken, als er geen ontkomen meer aan is. Maar wat duiding betreft is het web vaak even onbetrouwbaar als die media.

Er zijn voorbeelden te over, zowel van links als van rechts, waar we beelden zien en geluidsfragmenten horen die weliswaar waarachtig zijn, maar niettemin een vals licht werpen. Bij uitstek vertalingen zijn een teer punt. 
Om een voorbeeld ter linkerzijde te nemen: de uitspraak destijds van Jean-Marie Le Pen over une fournée, werd slecht vertaald, maar ook in Frankrijk zelf, waar niets vertaald moest worden, werd hij kwaadwillig geïnterpreteerd in de traditionele media én op het web.

Een voorbeeld van rechts nu. Angela Merkel zei in 2011 in een speech: ‘…wir müssen akzeptieren, dass die Zahl der Straftaten bei jugendlichen Immigranten besonders hoch ist.’ Je kunt haar dat zinnetje laten zeggen, netjes uitgeknipt, zoals journalisten dat doen met hun vox pops.
En dan kun je vertalen: ‘wij moeten accepteren dat het aantal misdrijven bij jonge immigranten bijzonder hoog is.’ Merkel legt zich dan neer bij een fataliteit, en die indruk gaven vele rechtse websites ook. De zeilen worden gestreken, er is niets meer aan te doen.
Wat Merkel echt zei, was iets anders: wij mogen dat grote aantal niet verdoezelen, wegmoffelen, wij moeten het onder ogen durven zien, er rekening mee houden, het valt niet goed te praten.

Akzeptieren’ is een moeilijk woordje, en het betekent niet noodzakelijk ons ‘accepteren’, ook al geeft de grote vertalende van Dale enkel ‘aannemen, aanvaarden, accepteren’, en als voorbeeld ‘etwas bedingungslos akzeptieren, iets zonder meer accepteren’.
Correct natuurlijk, maar voor die hoger genoemde betekenissen moest je meer beluisteren dan dat ene, vaak geciteerde zinsdeeltje:


„Hierbei geht es darum, Sicherheit vor Ort zu gewährleisten, und gleichzeitig die Ursachen von Gewalt in der Gesellschaft zu bekämpfen. Das gilt für alle Bereiche der Gesellschaft, aber wir müssen akzeptieren, dass die Zahl der Straftaten bei jugendlichen Immigranten besonders hoch ist. Deshalb ist das Thema Integration verbunden auch mit der Frage der Gewaltprävention in allen Bereichen unserer Gesellschaft.“

31 oktober 2018

Journalistieke gedachtepolitie


Het is waar dat Serge Halimi van Le Monde diplomatique en Edwy Plenel van Mediapart geen dikke vrienden zijn, maar dat levert vaak mooie stukjes op, zoals in het november-nummer van LMd. 
Edwy Plenel, die u misschien nog zag samen met Jean-Jacques Bourdin in het grote interview met Macron, wordt hier te kijk gesteld als een flic, terwijl hij zichzelf voor journalist houdt. Tegelijk wordt ook de sport van het petitietekenen belachelijk gemaakt. U kent dat wel: een aantal intellectuelen, meestal goedmenende professoren uit de zachte sectoren, gevolgd door een aantal cultuurmensen en anderen, tekenen een petitie van een of andere krant of organisatie, en halen zo een wit voetje in de media, die op deze manier hun eigen publiciteit verzorgen, niet door het nieuws te verslaan, maar door het zelf te maken: 

Pierre Rimbert
Het gaat om een klein zinnetje, verdronken in een woordenvloed, een paar woorden slechts, niets bijna, maar het onthulde toch wat er achter de schermen omgaat in een fabriek: die van het publieke debat. Op 17 oktober beantwoordt het Parijse parlementslid Danièle Obono de vragen van Mediapart.
Dat onderhoud, ook als video verspreid, loopt vlotjes tot plots de journaliste Pauline Graulle het parlementslid sommeert: ‘Drie kranten, Mediapart, Politis en Regards hebben een oproep gelanceerd die ruim ondertekend werd, eerst door intellectuelen, door mensen uit de civiele samenleving, en daarna door politici. Ik meen dat Clémentine Autain als enige verkozene van La France insoumise [‘oproerig Frankrijk’, de linkse beweging van Mélenchon] de oproep heeft ondertekend. Maar waarom hebt u niet getekend?’
Het verbaast mevrouw Obono nu dat Mediapart haar ondervraagt over dat ‘Manifest voor de opvang van migranten’, door Mediapart gelanceerd. De journaliste dringt aan: ‘Het heeft ons verbaasd dat u bij een dergelijk onderwerp niet heeft gesigneerd.’
Mevrouw Obono, militante van de praktijk die in het parlement in de eerste linie streed tegen de immigratiewet die daar in de lente ter discussie stond, heeft de zaak van de immigranten hardnekkiger verdedigd dan velen van de ondertekenaars. ‘Al het werk dat wij de afgelopen maanden verzet hebben kan niet worden herleid tot het al dan niet ondertekenen van een petitie,’ pleitte zij. Te meer daar de volgens haar ‘gebrekkige’ tekst nalaat de verantwoordelijkheden van de regering aan te klagen. Maar door hem niet te tekenen ‘werden wij op één hoop gegooid, ook door Mediapart, met wat journalisten en commentatoren hebben benoemd als antimigratie-links. Een bijzonder heftige aanval!’
En dan werpt de interviewster haar dit onthutsende argument voor de voeten: ‘Als u die oproep had getekend, was er niet al die herrie geweest.’
Anders gezegd, het had volstaan dat de députée zich aan de politieke agenda van die informatie-site had onderworpen, en er was een eind gekomen aan de tormenten.
Spoelen we even terug: Mediapart lanceert met enkele andere kranten een petitie die bol staat van de goede intenties, maar wel voldoende vaag blijft om steun te vinden bij een reeks van ‘intellectuelen, creatieven, wijkmilitanten, syndicalisten en vooral burgers’ met uiteenlopende gevoeligheden. Vervolgens mediatiseren de bladen die de zaak in gang hebben gestoken hun eigen initiatief, en brengen het in de actualiteit. Eens de petitie zich in het centrum van het publieke debat heeft gewerkt, maakt ze tweets los, posts en stellingnames die het antagonisme tussen ondertekenaars en niet-ondertekenaars dramatiseren.
Aan het eind wordt de weerspannigen gevraagd hun houding te rechtvaardigen, waarbij men suggereert dat een weigering om zich te voegen, onoorbare connecties wil verdoezelen. ‘Wie de petitie ondertekent, wordt van zijn aansprakelijkheden ontlast,’ vat mevrouw Obono het samen, terwijl we ‘meerdere weken zowat voor bruin-roden versleten werden!’
Had zij zich naar de sommaties geschikt en ondertekend ‘dan was er niet al die herrie geweest.’… Tekenen, of we kloppen erop: deze vorm van journalistiek heeft waarachtig veel weg van een politiecommissariaat.



12 oktober 2018

Het oprukken der wantsen


In het Radionieuws van 5 uur hoorde ik dat de wants oprukt in onze streken, terwijl zij volgens de journaliste van dienst traditioneel in zuidelijker contreien verblijft. Nu wist ik niet dat insecten ook tradities onderhielden, maar de precieze betekenis van woorden is voor het jonge volkje onbelangrijk.
En we hoorden in dat nieuws ook een bioloog die ons voorhield dat we geen schrik moesten hebben, want wantsen zijn ‘eigenlijk onschuldige beestjes’.



Vaak geloof ik biologen, meestal zelfs, maar dat ‘eigenlijk’ wekte mijn achterdocht en dus ben ik in dit geval geneigd – wat dat steken en bijten betreft – eerder Heinrich Heine te volgen die in zijn gedicht Atta Troll, Caput XI, een heel andere boodschap gaf. Het zijn de ergste vijanden van de mens, gevaarlijker dan de toorn van duizend olifanten! Heine sprak over een Gasthaus waar niet enkel het eten slecht was, maar waar ook wantsen huisden:

Und ein Seitenstück der Küche
War das Bett. Ganz mit Insekten
Wie gepfeffert – Ach! die Wanzen
Sind des Menschen schlimmste Feinde.

Schlimmer als der Zorn von tausend
Elefanten ist die Feindschaft
Einer einz'gen kleinen Wanze,
Die auf deinem Lager kriecht.

Mußt dich ruhig beißen lassen –
Das ist schlimm – Noch schlimmer ist es,
Wenn du sie zerdrückst: der Mißduft
Quält dich dann die ganze Nacht.

Ja, das Schrecklichste auf Erden
Ist der Kampf mit Ungeziefer,
Dem Gestank als Waffe dient –
Das Duell mit einer Wanze!

En eerder al, in een brief aan een vriend had de jonge Heine blijk gegeven van zijn afkeer voor deze indringers. Hij vergelijkt ze met een even grote, en misschien nog grotere vijand die zich ook in muurspleten en oude bedsteden ophoudt:

Dieser endliche Sturz des Chr[istentums] wird mir täglich einleuchtender. Lange genug hat sich diese faule Idee gehalten. Ich nenne das Chr[istentum] eine Idee, aber welche! Es giebt schmutzige Ideenfamilien, die in den Ritzen dieser alten Welt, der verlassen Bettstelle des göttlichen Geistes, sich eingenistet, wie sich Wanzenfamilien einnisten in der Bettstelle eines Polnischen Juden. Zertritt man eine dieser Ideen-Wanzen, so läßt sie einen Gestank zurück, der jahrtausendelang riechbar ist. Eine solche ist das Chr[istentum], das schon vor achtzehnhundert Jahren zertreten worden, und das uns armen Juden seit der Zeit noch immer die Luft verpestet.
Brief an Immanuel Wohlwill, d.1.April.1823
in: Friedrich Hirth, Heinrich Heines Briefwechsel
Erster Band, 1914, S.202

Heine was in zijn jonge tijd er dus van overtuigd dat de dagen van het christendom geteld waren. Flaubert dacht daar toen anders over: de samenleving zal verdrinken in negentien eeuwen stront.




noot van 26 oktober: ook Tsjechov, zelf dokter zijnde (de geneeskunde was zijn wettige vrouw, de literatuur zijn maîtresse), geeft de dichter Heine gelijk: niet enkel des nachts, maar zelfs tijdens een per definitie korte zonsverduistering bijten die beesten de slapende mens. 

9 oktober 2018

Intellectuele eisen stelt Zinzen niet


Luisteren we even naar wat Walter Zinzen wist in de badinerende, en dus ernstige politieke uitzending van Ivan De Vadder met die twee ouwe knarren. Een programma dat al cult wordt genoemd terwijl het nog loopt:

Als Louis Tobback iemand uitkiest …hij heeft een neus voor politiek talent, dat heeft hij in het verleden bewezen: Frank Vandenbroucke was zijn ontdekking. Als hij nu zegt die Mohamed Ridouani – hij heeft het in de uitzending trouwens herhaald – dat is dé man die we nodig hebben …mij zou hij overtuigen.



Zinzen dus wel, maar mij niet en wel hierom: deze Mohamed heeft geen bagage. Hij vertelt veel maar weet weinig. Ik signaleerde dat al in het gezegende jaar 2009, want toen schreef die Ridouani een lachwekkend stukje in De Standaard, en ik gaf daarop deze commentaar.
Misschien is dat gebrek van die man aan Walter ontgaan, of hij weet het niet meer, of  hij vindt het onbelangrijk dat een politicus niets van geschiedenis afweet en zomaar uit zijn nek kletst.

5 oktober 2018

Rik Torfs heeft gelijk


Soms hoor je op tv een verstandig woord. Vaak ben ik geneigd om die bewering tegen te spreken, heb dat ook al vaak gedaan, maar ik hoorde net iets van Rik Torfs dat me beviel:



Is hij schuldig of niet? We weten dat op dit moment niet. In principe ben je onschuldig tot de schuld is bewezen. Zo zou het voor een rechtbank zijn. Hier zitten we eigenlijk voor een schouwspel, waarbij de vraag van de meeste toeschouwers is: wie zou nu gelijk hebben? Dat is niet iets juridisch of zo: wie geloven we nu het meest? Wel, dat vind ik een heel gevaarlijke zaak, omdat dat een aantal principes van de rechtstaat in het gedrang brengt, als men dat verder ook nog gaat toepassen in de rechtszaken en in andere zaken. Als men niet meer zegt bijvoorbeeld, volgens een Latijns citaat, actori incumbit probatio, hij die iets wil bewijzen moet het bewijs leveren, maar als men zegt: de twee partijen staan op gelijke voet, en we kiezen voor de meest geloofwaardige, dat vind ik een geweldig gevaar voor de rechtsstaat op lange termijn.

'Op lange termijn' was een overbodige toevoeging, maar de rest kunnen veel journalisten in hun zak steken.

2 oktober 2018

Slechte lectuur voor Walter Zinzen


Bij Ivan De Vadder hoorde ik Walter Zinzen vragen: ‘Wat heeft een hoofddoek met de Verlichting te maken?’ Verbluffend dat een intellectueel dat niet weet. Van een Steve Stevaert, die het destijds had over ‘da lapke stof’, kunnen we dat nog aanvaarden, maar niet van een Zinzen, van wie we toch mogen denken dat hij enige lectuur achter de kiezen moet hebben, ook al lijkt zijn onwetendheid in dit specifieke geval te wijzen op een lauwe, of misschien zelfs geborneerde leeslust.

Laat dat Walter echter niet tot wanhoop brengen: zijn achterstand valt in een paar uurtjes op te halen, en hier zelfs in een paar minuutjes.
Bas les Voiles! en Que pense Allah de l’Europe? zijn twee kleine boekjes, in 2003 en 2004 bij Gallimard verschenen, waarmee de Iraans-Franse antropologe Chahdortt Djavann hem kan helpen.

Een van deze boekjes begint zo: ‘Tien jaar heb ik de hoofddoek gedragen. Het was de hoofddoek of de dood. Ik weet waarover ik spreek.’

Je sais de quoi je parle’ …dat kan niet iedereen haar nazeggen vrees ik. En ik weet wel dat we bij ons hier ook een Vlaams-Iraanse hebben, Darya Safai, maar haar citeer ik niet want zij is lid van de N-VA, en dat is enkel ‘nog tot nader order een democratische partij’ volgens Walter, en ik wil zijn gevoeligheden niet storen, enkel hem met de nodige tact en omzichtigheid iets bijbrengen.
Laten we het dus bij Djavann houden:

Nog nooit heeft er een onschuldige hoofddoek bestaan, zonder specifiek belang. De hoofddoek heeft altijd betekend dat de vrouw aan de man is onderworpen, dat een juridisch statuut haar in de moslimwereld ontbreekt, dat zij gereduceerd wordt tot een seksueel object dat men zich kan toe-eigenen. […]
Fundamenteel betekent de hoofddoek vandaag wat hij voorheen betekende. En er zijn maar drie manieren om met het verleden om te gaan: het willen overstijgen, het willen behouden of er terug naartoe willen. De progressisten, de conservatieven en de reactionairen vormen drie onverzoenlijke gedachtestromingen. En de fundamentalistische reactionairen mogen nog zo hun best doen om van deze drie discours een mengelmoes te maken en zich als revolutionairen voor te doen, zij zullen altijd de belichaming blijven van de meest achterlijke en gesegregeerde opvattingen in de menselijke samenleving.

Maar misschien heeft Walter Zinzen op tv wel enkele meisjes zien verklaren dat zij vrijwillig hun hoofddoekjes dragen? In journalistieke straatinterviewtjes zie je ze wel vaker, en ook bij sociologen komen ze voor. Chahdortt Djavann zegt – alvast over die sociologen:

Door te steunen op de getuigenis van enkele jonge meisjes die graag willen uitleggen dat hun ‘vrijwillige’ keuze voor de hoofddoek puur persoonlijk is, gaan zij compleet voorbij aan de eerste vereiste van om het even welke sociologische beschrijving van maatschappelijke problemen: representativiteit bij staalneming. Die sociologen ontbreekt het ook aan elementair gezond verstand als zij de stereotiepe verklaringen van meisjes in volle puberteit voor zoete koek slikken en letterlijk nemen, en ze als typerend voorstellen, zonder acht te slaan op hun leeftijd of familiale situatie. En op grond van een paar van dergelijke getuigenissen voelen ze zich gerechtigd een maatschappelijk fenomeen ‘wetenschappelijk’ te verklaren, een Europees fenomeen om precies te zijn.
Professionele fout? Zeker. Naïviteit? Waarom niet, waarschijnlijk wel. Medeplichtigheid? Ja, dat ook, zeker in een aantal gevallen. En dan laten we nog buiten beschouwing dat naïviteit en medeplichtigheid zich in verschillende verhoudingen laten mengen.



30 september 2018

Toen woorden nog een wijding hadden


Elke tijd drukt zich uit op zijn eigen wijze, en zo schreef in 1808 Heinrich von Kleist het verhaal Die Marquise von O... en zijn eerste zin is zo betoverend, dat niemand die hem één keer heeft gelezen hem nog vergeet. Hem helemaal correct onthouden met al die prachtige werkwoordsvormen zal een Nederlandstalige misschien niet lukken, maar de sfeer van die zin blijft iedereen bij.


Die Marquise von O...
In M..., einer bedeutenden Stadt im oberen Italien, ließ die verwitwete Marquise von O..., eine Dame von vortrefflichem Ruf, und Mutter von mehreren wohlerzogenen Kindern, durch die Zeitungen bekannt machen: daß sie, ohne ihr Wissen, in andre Umstände gekommen sei, daß der Vater zu dem Kinde, das sie gebären würde, sich melden solle; und daß sie, aus Familienrücksichten, entschlossen wäre, ihn zu heiraten.

Nu schaam ik me om die gewijde taal te vertalen...

In M…, een belangrijke stad in het noorden van Italië, liet de verweduwde Marquise von O…, een dame met een voortreffelijke reputatie en moeder van meerdere welopgevoede kinderen, in de kranten bekend maken: dat zij buiten haar weten om in gezegende toestand was gekomen, dat de vader van het kind dat zij zou baren zich diende te melden; en dat zij om familiale redenen besloten had hem te huwen.

...maar ik troost me bij de gedachte dat in onze tijd de Marquise misschien gewoon #metoo had geroepen.

29 september 2018

Over de teruggevonden brief van Galilei


Dit is alweer een vertaling uit het onvolprezen Causeur. De auteur is geen atheïst, hij noemt zichzelf gelovig, maar laat dat geen bezwaar zijn.


Vijf eigentijdse lessen uit de teruggevonden brief van Galilei
Ook vandaag had men hem kunnen lastigvallen

Het origineel is teruggevonden van de Brief die in de XVIIde eeuw ertoe leidde dat Galilei voor ketterij werd veroordeeld, en de doorhalingen bewijzen dat de geleerde zichzelf heeft gecensureerd. De actualiteit van de laatste dagen doet vrezen dat hij dat hij vandaag net hetzelfde had moeten doen.

Waarom terugkomen op een vier eeuwen oud proces? Niet om te herkauwen, en ook niet om bespiegelingen te wijden aan de verschillen tussen de man die Galilei werkelijk was, en het geïdealiseerde personage dat men van hem heeft gemaakt: een mythe, net zoals de redenen in naam waarvan hij werd veroordeeld. Paradox.
Als wij het vandaag opnieuw over Galilei moeten hebben, dan is dat omdat hij ongelukkigerwijs verschrikkelijk actueel is. #JesuisGalilée, wij zijn allemaal Galilei, niet omdat wij de moed opbrengen om tegen dogma’s in te denken, maar omdat wij, zoals hij, de neiging vertonen om voor de censuur te buigen – en we er soms ook voor bezwijken.
Het origineel van de brief die hem op zijn beroemde proces kwam te staan, is onlangs teruggevonden. Behalve de opwinding bij een dergelijke ontdekking en haar historisch belang, zijn er vijf zaken die me bijzonder aanspreken:

 1.Niet alle religieuzen zijn fundamentalisten
Vooreerst: die brief was gericht aan Benedetto Castelli, leerling en vriend van Galilei, en abbé, geestelijke dus. De kerk van die dagen was in haar obscurantisme niet zo monolithisch als men wel heeft willen beweren, en een van de redenen voor zijn veroordeling was de rationeel betrekkelijke zwakte van bepaalde bewijzen die hij ter staving van zijn theorieën aanvoerde. Nuancering is belangrijk. Zoals men dat zegt: men mag geen amalgaam maken van de geestelijken die de verdediging van de geleerde opnamen, en van hen die hem hebben veroordeeld. Maar hoe dan ook, ook al waren er ‘gematigden’, ze wierpen onvoldoende gewicht in de schaal om Galilei te laten vrijspreken.

 2.Een verbod werkt niet bevrijdend
De vorser heeft iemand een brief geschreven. Hij heeft zijn ideeën geordend en meegedeeld. En er waren lekken, toen al. Maar denken op je eentje houdt het risico in dat je in kringetjes blijft draaien en binnen je eigen limieten al snel opgesloten raakt. Om structuur te brengen in onze argumentatie en redeneringen, om ze uiteen te zetten en met andere analyses te confronteren, moeten wij gezamenlijk met anderen nadenken. Hoe zouden onze ideeën anders elkaar wederzijds kunnen bevruchten? Als ik ongelijk heb, hoe kan ik mijn ongelijk dan vatten, als niemand de kans krijgt om het aan te tonen? En als ik gelijk heb, hoe kan ik mijn ontdekking dan delen, als ik niet de gelegenheid krijg de anderen in het ongelijk te stellen?
Eerder dan zeurderige verontwaardiging en een zoveelste petitie om Zemmour tot zwijgen te brengen als ik vind dat hij ongelijk heeft, verkies ik hem aan het woord te laten, en hem erop te wijzen dat men Mamadou (Addi Bâ) kan heten en zijn leven geven voor Frankrijk, of Danièle (Obono) en Frankrijk minachten, en daarover dan te debatteren. Vrijheid van gedachte kan niet zonder vrijheid van spreken.

 3.De vrijheid van gedachte kan verloren gaan
‘Vals, als men op de letterlijke betekenis van de woorden afgaat’, schreef Galilei over een Bijbelfragment. Schandaal! En nochtans, twaalf en een halve eeuw eerder schreef Flavius Sallustius*over de mythen: ‘Die zaken hebben nooit plaatsgehad, maar ze zijn er altijd’, zonder dat zijn geloofsgenoten daar enig schandaal rond maakten. En zijn mythen dan iets anders dan de poëtische, symbolische evocatie van werkelijkheden waar de menselijke taal geen woorden voor heeft? Zijn ze dat altijd, of soms, of nooit? Goede vragen, maar vooral: zijn wij vrij om hierover na te denken en te debatteren? Een les om over na te denken: Galilei beschikte niet langer over de vrijheid van gedachte die Sallustius voor vanzelfsprekend hield. In de periode daartussen was deze verloren gegaan. Zeker, wij hebben die nu weer, maar om haar te heroveren moest er wel meer dan duizend jaar overgaan, en hoeveel leed geleden, hoeveel autodafe’s, hoeveel brandstapels?

 4.Vandaag had Galilei zich zorgen mogen maken
Zoals wij weten pleitte Galilei in zijn brief ervoor dat de wetenschap vrij zou zijn van de dogma’s van de religie. Vrij om vragen te stellen, te onderzoeken, te analyseren, terrein te verkennen, kritiek te geven. Sedert die tijd hebben we dat recht verworven. Nou ja, verworven …waarlijk?
Denk even aan de nieuwe dogma’s, en aan de nieuwe op stapel staande processen tegen diegenen die dingen zeggen die sommigen willen verbieden ze te denken. Denk aan Salman Rushdie, aan Olivier Pétré-Grenouilleau, Georges Bensoussan of Kamel Daoud. Denk aan Jordan Peterson, Lindsay Shepherd, Ayaan Hirsi Ali. Denk aan de problemen om een lezing te geven met de teksten van Charb. Denk aan de waanzinnigheden rond de ‘culturele toe-eigening’, die iedereen zouden willen verbieden te spreken over wat hij niet zelf is, te denken vanuit het gezichtspunt van de andere – die met ander woorden de empathie illegaal willen maken.
Natuurlijk bestaan er in bepaalde religies verstikkende dogma’s. Enfin, in één in het bijzonder, want al zijn er enige Amerikaanse creationisten met erg geborneerde denkbeelden, het zijn toch niet paus Franciscus of de Dalai Lama die Raïf Badawi zullen geselen, en het is niet in naam van Zeus dat Henda Ayari bedreigd wordt.
En dan is er nog die gevaarlijke aandrift om ‘safe spaces’ en andere ‘besloten vergaderingen’ op te dringen, die abjecte censuur die volhoudt dat men niet mag kwetsen, dat rationele kritiek neerkomt op een gebrek aan eerbied voor andere culturen, en nog wel meer onzin.
De stuwende krachten achter deze nieuwe censuur zouden opwerpen dat de theorieën van Galilei de christenen kwetsten, en dat ze beledigend waren voor hun traditionele overtuigingen, en dat ze hen emotionele trauma’s konden bezorgen. Ze zouden ongetwijfeld betogen, om te beletten dat men arme, kwetsbare studenten met hun even onmetelijke als arrogante gevoeligheden aan dergelijke kwetsende ideeën zou blootstellen.
Ik weet niet eens zeker of deze leerling-inquisiteurs het niet zover zouden drijven te beweren dat Galilei – wiens methode eerder de Helleense rationaliteit dan de letterlijke lezing van de Bijbel was – op intellectueel vlak geen voortzetting gaf aan de Romeinse overheersing van Israël en de oude zogeheten ‘barbaarse’ volken, en hij zich dus aan neokolonialisme schuldig maakte!

 5.Galilei deed aan zelfcensuur
En om te besluiten: Galilei heeft in zijn eigen brief grondig geschrapt. Om hem minder choquant te maken, om zich in te dekken. Maar autocensuur is een kooi voor de geest en vergif voor de ziel. Dit is natuurlijk niet ‘zich even laten gaan’: reflectie is geen speeltuin. De vrijheid om te denken, rationeel of intuïtief, heeft niet als doel om het even wat te denken, maar om in vrijheid naar de waarheid te zoeken. Weigeren de waarheid te zoeken is afstand doen van het denken, het is een amputatie van ons menszijn, het is het leven zelf beledigen door het niet te willen zien, om aan illusies de voorkeur te geven.
En voor de religieuzen en gelovigen, wie ze ook zijn, zeg ik, want ik ben er zelf een: afzien van kritiek op teksten, dogma’s en geloofsovertuigingen, ervan afzien vragen daarbij te stellen, dat is weigeren God te zoeken, en er de voorkeur aan geven het beeld te verafgoden dat wij van Hem hebben gemaakt.
‘En toch draait ze,’ zou Galilei gemurmeld hebben aan het eind van zijn proces. En wij? Moeten wij alles wat wij waarnemen, maar dat niet in overeenstemming is met de officiële doxa dan binnensmonds mompelen, of mogen wij dat hardop verkondigen, niet om het op te leggen maar om het aan de kritiek van allen te onderwerpen? Gunnen wij onszelf die vrijheid? Nemen we die vrijheid? Verdedigen wij die vrijheid voor onszelf en voor diegenen die het niet met ons eens zijn?

Zij die ons voorgingen kregen de vrijheid van gedachten niet in de schoot geworpen. Ze hebben ervoor gevochten, risico’s genomen, ervoor geleden. Zij hebben die gewonnen en aan ons doorgegeven. Maar verworven is ze nooit. Wij hebben niet het recht haar te verwaarlozen. Wij hebben niet het recht haar op te offeren, of het nu is omdat we te laf zijn om ideeën te horen verkondigen die ons schokken, of omdat we te laf om de nieuwe inquisiteurs het hoofd te bieden. #JesuisGalilée, en dat moet ik zijn waar hij de dogma’s van zijn tijd ter discussie stelt, niet waar hij zijn woorden terugneemt. Ook als ik bang ben. Bang om te denken, bang om te horen wat anderen denken, en wat mijn zekerheiden aan het wankelen brengt, of bang om het woord te nemen en datgene uit te spreken dat hen stoort.
De vrijheid van denken en geweten is een van de mooiste en kostbaarste zaken in onze beschaving. Weigeren ze te verdedigen en door te geven, ze onze kinderen en kindskinderen ontzeggen, zou een van de meest egoïstische daden zijn die men zich kan indenken, en een van de gruwelijkste misdaden in de geschiedenis.
_________
* Noot van de vertaler: Niet te verwarren met de geschiedschrijver Sallustius. Deze Σαλούστιος, Saloustios, was een neoplatonische filosoof van de vierde eeuw, bevriend met Julianus de Apostaat. Hij schreef een traktaat ‘Over de goden en de wereld’, onder meer uitgegeven bij Budé, 1960, 2003, Des Dieux et du Monde

27 september 2018

In Duitsland staat een en ander te gebeuren


Peter Frey, chef-redacteur bij de ZDF, heeft Angela Merkel opgegeven, en haar met zijn slotformule de ondergang aangezegd:



Merkels Kanzlerschaft implodiert. Merkel hat Kohl gestürzt, Merz verdrängt und so viele andere hinter sich gelassen. Jetzt geht ihre Zeit zu Ende. Wer das Vertrauen der eigenen Fraktion verloren hat, kann nicht mehr lange im Amt bleiben.

Het kanselierschap van Merkel implodeert. Merkel heeft Kohl ten val gebracht, Merz weggedrongen, en zovele anderen achter zich gelaten. Nu loopt haar tijd ten einde. Wie het vertrouwen van zijn eigen fractie verloren heeft, kan niet lang meer aanblijven.

25 september 2018

Wetenschap voor kleuters


In het Radionieuws hoorde ik Carl Devos (een politicoloog, een soort wetenschapper als je wil) iets heel  grappigs vertellen. Blijkbaar gaat de professor ervan uit dat zijn studenten gebaat zijn bij aanschouwelijk onderricht, want met alleen ‘dikke boeken’ blijven er bij hen niet veel wijsheden hangen. Hij zal dat beter weten dan een buitenstaander, en ik wil hem dus niet tegenspreken maar toch zegt het iets over de politicologie zelf, en over het begripsvermogen van zijn publiekje.
Wat ik me afvraag is of zijn methode ook niet bijvoorbeeld bij de ingenieurs zou kunnen toegepast worden. In de les materiaalkunde zou de professor dan met een hamertje op de duimen van zijn studenten kunnen slaan om hen zo te laten voelen dat ‘massa’ en ‘gewicht’ wel degelijk echt bestaan, en niet alleen in formuletjes terug zijn te vinden.



Verschillende professoren hebben hun les vroeger afgesloten, of zelfs geschorst, zodat iedereen mee kan gaan betogen. Politicoloog Carl Devos zette zijn les vroeger stop:
Ik heb mijn les zelf een kwartiertje ingekort zodat ze op tijd bij de start van die betoging konden zijn. Tis een mooie manier om heu, aan studenten 'politieke wetenschappen' te tonen, te laten zien dat hmm, het concept politiek, en u als burger manifesteren, aan politiek participeren, uw stem laten horen, dat dat niet iets is wat alleen gedoceerd wordt in dikke boeken, maar wat ook heu, ja in de straat zelf gebeurt.

24 september 2018

Een biecht met volmaakt berouw


Dat het Vlaamse cultuurwereldje op een smal eiland samenhokt, en bestaat uit louter genieën die elkaar bewieroken, wisten velen al langer. Maar voor bezoekers of pas aangelanden kunnen die wierookwalmen wat sterk zijn. Getuige de verklaring die ik hoorde in het programma ‘Vrijdag’ van Werner Trio op Klara.
We horen de St-Lucas-docente Petra Van Brabandt een eerlijke biecht spreken, en wat mij betreft verdient zij om haar onbevangenheid en moed de absolutie, al zullen sommigen haar later wellicht nog een penitentie opleggen. Hier een kort fragmentje:


23 september 2018

Een politieke mening die hier ontoelaatbaar is


Philippe de Villiers is behalve een streng-katholieke politicus (staatssecretaris onder Chirac, parlementslid, Europarlementslid enzovoort) ook auteur en stichter-eigenaar van een historiserend pretpark. Hij was ook presidentskandidaat, zij het zonder succes, en riep zijn kiezers destijds op om voor Sarkozy te stemmen, 'om links de pas af te snijden’, maar hij kan het tegenwoordig ook wel stellen met Macron. Hij kwam niet meer op voor de ‘Europese’ verkiezingen van 2014 omdat hij het EU-parlement als een ‘optische illusie’ beschouwt, en de politiek als een cloaca.

Hier vertaal ik wat hij in 2016 te zeggen had over de islam:

Er is de islam, en er zijn de moslims. 
Wat de islam betreft is het antwoord: nee. Het is niet de roeping van Frankrijk om de oudste dochter* van de islam te worden en dus is het nee. Er worden geen moskeeën gebouwd, er wordt geen infiltratie geduld van wahhabisme noch van vreemd geld. Wat de moslims betreft zijn er diegenen die er een puinhoop van maken. Zij moeten terugkeren: remigratie. Dan zijn er diegenen die een mengsel van misprijzen en nostalgie vertonen. Zij zijn ongelukkig bij ons: ook zij moeten terugkeren. Dan zijn er diegenen die Frankrijk in hun hart sluiten, zonder het te kennen, en die Fransen zouden kunnen worden omdat zij dat wensen. Ook tot hen richt ik mij, want ik zie er bij ons, in de Puy du Fou zie ik hen. Dat is aandoenlijk.
Tussen de koran en Frankrijk is het kiezen tenslotte. Er zijn moslims die voor Frankrijk hebben gekozen, de Harki’s, zoals vele anderen die in de loop van onze geschiedenis voor Frankrijk hebben gekozen. Omdat Frankrijk mooi is, omdat Charles de Foucauld** soms werd gehoord als hij met moslims sprak. Maar hij werd vermoord. Wat bewijst dat er Franse moslims kunnen zijn, maar dat er nooit een Franse islam zal bestaan. Of het moest zijn, als er op een dag toch een Franse islam zou bestaan, dat Frankrijk islamitisch grondgebied is geworden. En daartegen zal ik vechten tot mijn laatste snik. Opdat Frankrijk Frankrijk blijve, en ik zeg aan onze luisteraars: wijk nooit één duimbreed.
Wij hebben een grote beschaving, en een volk als het Franse volk bezit een tweevoudig en onvervreemdbaar recht. Het eerste is het recht op historische continuïteit, het recht zijn symbolen, zijn cultuur en zijn monumenten te beschermen. En het tweede, nog belangrijkere recht, is het recht om de antropologische rijkdommen van onze beschaving in ere te houden. Het onderscheid tussen het tijdelijke en het spirituele domein, de plaats van de vrouw – Frankrijk is het land dat de hoffelijkheid heeft uitgevonden – de plaats van de persoon, de universele plaats van het individu. Er is tenslotte toch een heel verschil tussen de Bergrede en Het Vers van het Zwaard.*** Laten we onze beschaving dus vasthouden.

__________
* De Franse koningen na Clovis werden ‘fils aînés de l’Église’ genoemd, omdat zij de tijdelijke belangen van de kerk verdedigden. De vrouwelijke vorm, om Frankrijk zelf aan te duiden – ‘fille aînée’, oudste dochter – werd voor het eerst in de negentiende eeuw gebruikt, door de dominicaan Lacordaire, de opvolger van Tocqueville in de Académie Française. ‘Het katholicisme kan het stellen zonder de Latijnse landen, maar omgekeerd niet. De dag dat Frankrijk niet langer ‘la fille aînée de l'Église’ zal zijn, wordt het voer voor de Teutonen’, schreef in 1884 de esoterist Joséphin Péladan, en Jean-Paul Sartre, die zelf flink naar esoterie neeg, schreef in La Mort dans l'âme (1949): ‘Het is als oudste dochter van de kerk dat Frankrijk met een schitterende reeks overwinningen geschiedenis schreef; het is het Frankrijk zonder god dat in 1940 de nederlaag kende.’
** Van de 'martelaarsdood' van deze priester-linguïst (hij maakte een woordenboek van de Toearegtaal) bestaan uiteenlopende versies.
*** Respectievelijk Matthéus 5-7, en Koran 9:5: Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. &c.


Il y a l’islam, il y a les musulmans. Pour l’islam, c’est non. La France n’a pas vocation à devenir la fille aînée de l’islam : c’est non. Pas de construction de mosquées, pas d’infiltration du wahhabisme et de l’argent étranger. Pour les musulmans, il y a ceux qui mettent le désordre. Faut qu’ils repartent, la remigration. Il y a ceux qui affichent un mépris, mâtiné de nostalgie. Ils sont malheureux chez nous : il faut qu’ils repartent aussi. Il y a ceux qui acceptent de laisser la France descendre dans leur cœur, mais qui ne la connaissent pas, et qui pourraient être des Français de désir. C’est aussi à eux que je m’adresse parce que j’en vois chez moi, au Puy du Fou j’en vois. C’est touchant.
En fait, entre le coran et la France, il faut choisir. Il y a eu des musulmans qui ont choisi la France : les Harkis, et tant d’autres dans notre histoire qui ont choisi la France. Parce que la France est belle, parce que Charles de Foucauld, quand il parlait à des musulmans était parfois entendu. Mais il a été assassiné. C’est la preuve que on peut avoir des musulmans français, mais qu’il n’y aura jamais de l’islam français. Ou alors, s’il y a un islam français un jour, ce sera que la France est devenue une terre d’islam. Et ça, jusqu’à ma mort je me combattrais contre ça. Pour que la France reste la France, et moi je dis, à ceux qui nous écoutent : ne lâchez pas un pouce de terrain.
Nous avons une grande civilisation, un peuple comme le peuple français a un double droit inaliénable. Le premier, c’est le droit à la continuité historique, le droit de préserver ses symboles, sa culture, ses monuments. Et le deuxième droit, encore plus important, c’est le droit de cultiver les richesses anthropologiques de notre civilisation. La distinction entre temporel et spirituel, la place de la femme – la France est le pays inventeur de la courtoisie – la place de la personne, la place universelle de la personne. Le Sermon sur la Montagne, c’est quand même autre chose que le verset du sabre. Donc, gardons notre civilisation.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html