Het Reisdagboek van Montaigne
In 1580 maakte Michel de Montaigne zijn beroemde reis door Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en Italië. De 22ste juni vertrok hij uit zijn kasteel bij Bordeaux, kwam op 30 november in Rome aan met zijn gezelschap, en eind november 1581 was hij weer thuis. Hij bezoekt natuurlijk ook Firenze, Siena, Lucca, Venetië en vele andere steden. En, hij houdt een dagboek bij, een Journal de Voyage met talloze interessante opmerkingen over mensen en dingen. Zijn Essais waren pas verschenen, en in Lucca vernam hij dat men hem tot burgemeester van Bordeaux had verkozen: zijn terugkeer was nu geboden. Montaigne praat met prelaten en geleerden, met hooggeplaatsten, met joden en jezuïeten, met courtisanes en Franse toeristen – over die laatsten is hij niet goed te spreken: ze zijn luidruchtig en onbehouwen, in tegenstelling tot de Italianen. Het staat hem tegen dat hij zo vaak in het Frans wordt aangesproken. Overal bezoekt Montaigne –vanwege zijn nierstenen– kuuroorden met mineraalwater, en ook prachtige tuinen zoals Villa d'Este in Tivoli nabij Rome, en hier die van Castello, nabij Firenze:
Elders hadden ze een heel grappige gewaarwording, zoals ik hierboven al heb opgemerkt, want terwijl ze door de tuin wandelden en er de merkwaardigheden bekeken, had de tuinman hen expres even alleen gelaten, en toen ze op een bepaalde plek stonden om bepaalde marmeren beelden te bewonderen, borrelden er via piepkleine gaatjes onder hun voeten en tussen hun benen straaltjes water op, zo klein dat ze bijna onzichtbaar waren en helemaal de indruk van een stofregentje gaven, waarbij ze doornat werden door middel van een of andere ondergrondse pomp die de tuinman op meer dan tweehonderd passen daarvandaan met zo’n vaardigheid bediende, dat hij van daarbinnen naar believen de waterstralen buiten hoger en lager liet komen, en deze boog en bewoog in het ritme dat hij wilde: hetzelfde mechanisme is daar op verschillende plaatsen.
Les machines hydrauliques, à Castello, zegt Frank Lestringant in zijn grote inleidende essay Mobile Montaigne, déclenchent des “élancements d’eau […] entre les jambes du promeneur et surtout de la promeneuse.” Ik weet niet of onze neofeministen dat even grappig zullen vinden als Montaigne, en zij kunnen dat boek maar beter niet lezen.
J’y appris que de chaus vifve et orpimant, démeslé à-tout de la lessifve, deus part de chaus et la tierce d’orpimant, se faict cete drogue et ongant de quoi on faict tumber le poil, l’aïant appliqué un petit demi quart d’heure.
Geen ongevaarlijk zalfje: orpiment of auripigment is een arseen-sulfide As2S3, heel giftig, en ongebluste kalk is zeer gevaarlijk voor huid en ogen, calcium-oxide Ca₂O.















.png)









