12 juni 2021

Twee of drie liberalen en het Boze Oog

Omdat een paar leden van onze nationale regering een gebaar maakten dat sommigen interpreteerden als een sympathiebetuiging voor de Grijze Wolven, geef ik hier een fragmentje uit mijn vertaling van de 'Florentijnse Nachten' van Heinrich Heine. Daarin wordt dat gebaar uitvoerig toegelicht. Maximiliaan komt zijn doodzieke vriendin verstrooien met verhalen. Hier gaat het over de componist Bellini:

Het is een vooroordeel om te menen dat een genie vroegtijdig aan zijn eind moet komen;  ik geloof dat het dertigste tot het vierendertigste levensjaar als de gevaarlijke periode voor genieën wordt beschouwd.  Hoe vaak heb ik de arme Bellini juist daar niet mee geplaagd en hem al schertsend geprofeteerd dat hij in zijn hoedanigheid van genie binnenkort wel eens kon sterven, want hij zat stil­aan in die gevaarlijke leeftijd.  Vreemd toch!  Al was dat in scherts gezegd, toch werd hij ongerust bij zulke profetie;  hij noemde me dan een jettatore en maak­te ook steevast het jettatore-gebaar…[1]  Hij wilde zo graag in leven blijven.  Van de dood had hij een bijna hartstochtelijke afkeer, over sterven wilde hij niets horen, hij was daar bang voor, als een kind dat schrik heeft om in het don­ker te sla­pen… hij was een goed en lief kind, soms een tikje onaardig, maar dan vol­stond het om hem met zijn spoedige dood te bedreigen en onmiddellijk raakte hij be­teu­terd en begon te smeken en maakte met twee gestrekte vingers het jetta­tore-teken…  arme Bellini!”

“Dus u hebt hem persoonlijk gekend?  Was hij knap?”

“Lelijk was hij niet.  Ziet u, ook wij mannen kunnen nooit met ‘ja’ ant­woor­den als we met zo’n vraag betreffende iemand van ons eigen geslacht worden gecon­fron­teerd.  Hij had een opgeschoten, slank figuur en bewoog zich sierlijk, ik zou zelfs zeggen, koket;  altijd à quatre épingles;[2]  een regelmatig gezicht, beetje aan de lange kant, en bleekroze;  helblond, bijna gouden haar in dunne krul­len gefri­seerd;  een hoog, zeer hoog voorhoofd;  rechte neus;  bleekblauwe ogen;  mooi­ bemeten mond;  ronde kin.  Zijn trekken hadden iets vaags en karak­ter­loos, iets van melk, en op dat melkgezicht kabbelde vaak een zoetzurige uit­drukking van smart.  Op Bellini’s gezicht verving die uitdrukking van smart de ontbreken­de geest;  het was smart zonder enige diepgang;  van elke poëzie ge­speend glom ze in zijn ogen en passieloos trok ze om ‘s mans lippen.  De jonge maestro leek deze vlakke, matte smart met heel zijn voorkomen te willen onder­strepen.  De dwe­perige en weemoedige manier waarop zijn haar was gekamd, hoe de kleren hem hunkerend rond het weke lijf zaten, de idyllische manier waar­op hij zijn Spaanse rottinkje droeg, het herinnerde me voortdurend aan de geaffecteerde schaap­herdertjes die we in onze pas­to­ra­le toneelspelen kun­nen zien paraderen, met linten om hun staf ge­wik­keld en in helkleurige jak­jes en broekjes gestoken.  En zijn stap was zo meis­jes­achtig, zo zwaar­moe­dig, zo ethe­risch.  Heel deze mens zag eruit als een die­pe zucht op hoge hak­ken.[3]  Bij vrou­wen had hij heel wat succes, maar of hij ergens een grote passie heeft los­ge­maakt betwijfel ik.  Ikzelf vond zijn ver­schijning altijd grappig en lichtjes onge­niet­baar, en daaraan ten gronde lag nog het meest zijn manier van Frans spreken.  Bellini mocht dan al jaren in Frankrijk hebben geleefd, zijn Frans sprak hij danig slecht;  zoals ze het zelfs in Engeland nauwelijks kunnen.  Ik zou zijn spreken niet mogen aanduiden met het bijwoord ‘slecht’;  slecht is hier veel te goed.  Je moet ‘erbarmelijk’ zeggen, ‘bloed­schen­nig’, een ware wereldcatastrofe.  Ja, als je in zijn gezelschap vertoefde terwijl hij als een beul de arme Franse woorden rad­braak­te en onverstoord zijn kolossaal coq-à-l’âne[4]  uitkraamde, vaak bekroop je dan de gedachte dat de wereld wel kon ten onder gaan in één grote donder­slag…  een doodse stilte heerste er dan in heel de zaal;  doodsangst tekende zich af op alle gezichten, krijtwit of vermiljoen;  de vrou­wen wisten niet of ze in on­macht moesten vallen of op de vlucht slaan;  de mannen keken verbijsterd naar hun broeks­pijpen om zich ervan te vergewissen dat ze die wel degelijk aan­had­den;  en wat nog het verschrikkelijkste was:  deze angst riep tegelijk een nauwe­lijks te ver­bijten convulsieve lachlust op.

“Als je bijgevolg in het gezelschap van Bellini vertoefde, dan boezemde die nabijheid altijd een ze­ke­re angst in, zoals een huiveringwekkende duizeling te­ge­lijk afstotend en at­trac­tief kan zijn.  Vaak waren zijn onbedoelde calem­bours[5] alleen maar koddig;  potsierlijk en afgezaagd als ze waren riepen ze het beeld op van dat kasteel van zijn landgenoot, de prins van Palagonia.[6]  Goethe schil­dert het in zijn “Itali­aanse Reis” als een museum van barokke prullen en ongerijmd bij elkaar ge­gooi­de misbaksels.  Omdat Bellini er bij die gelegen­heden van over­tuigd bleef dat hij iets vol­komen onschuldigs of vol­komen welvoeglijks had ge­zegd, vorm­de zijn gezicht altijd het grappigste contrast bij zijn woorden.  Din­gen die mij in zijn gelaat toch al tegenstonden kwamen dan des te schrijnen­der tot uiting.  Wat me daarin misviel was evenwel niet van die aard dat je het louter als een mankementje kon afdoen, en nog minder zal het de dames hebben be­koord.  Bellini’s gezicht en heel zijn verschijning hadden dat lichamelijk frisse, die vle­zige bloei, die rozige teint die zo’n onaangename indruk op mij maken;  speciaal op mij, want ik hou meer van doodsbleke marmeren gezichten.  Pas nadien, toen ik Bellini al langer kende kreeg ik enige sympathie voor hem.  Dat kwam omdat ik had in­gezien dat hij absoluut edel en goed van karakter was.  Zijn ziel is zeker rein gebleven en onbevlekt door wat voor lelijke ervaringen ook.  Evenmin ont­brak bij hem die onschuldige goed­moe­dig­heid, dat kinderlijke dat we altijd te­rug­vinden bij geniale mensen, ook al lopen zijzelf daar niet voor iedereen mee te koop.


“Ja, ik herinner me nog ­—”  ging Maximiliaan door, terwijl hij zich neerliet in de zetel waar hij naast was blijven staan, gesteund op de leuning — “ik herinner me nog het moment dat Bellini in zo’n gunstig licht bij me kwam, dat ik hem met genoegen gadesloeg en me voornam om eens nader kennis te zullen ma­ken.  Maar helaas was dit de laatste keer dat ik hem in dit leven nog zou zien.  Het was op een avond nadat we in het huis van een grote dame, die de kleinste voet­jes van Parijs heeft, samen hadden gegeten en zeer vrolijk waren geworden, en er aan de fortepiano de zoetste melodieën weerklonken…[7]  Ik zie hem nog vóór me die goede Bellini, hoe hij uitgeput van de vele gekke Bellinismen die hij had uitgekraamd zich ten slotte op een zetel liet neerzakken…  Die zetel was heel laag, meer een bankje, zodat Bellini in één beweging bij de voetjes van een mooie dame terechtkwam die zich tegenover hem op een sofa had uitgestrekt en met mild leedvermaak neerkeek op Bellini, terwijl die zich uitsloofde om in het reine te komen met enkele Franse uitdruk­kingen en zich daarbij telkens weer genoodzaakt zag om datgene wat hij net had gezegd te voorzien van commen­taar in zijn Siciliaanse taaltje, in een poging om te bewijzen dat het geen sottise was geweest, maar integendeel juist een fijn­zin­nig compliment. “Ik had de indruk dat de mooie dame niet al te veel aandacht besteedde aan het geklets van Bellini;  ze had hem het Spaanse rottinkje, waar hij zijn zwakke retoriek vaak ter hulp mee wilde komen, uit de handen genomen en bediende zich daarvan om de sierlijke krullen op de beide slapen van de jonge maestro lichtjes in de war te bren­gen.  Het was om dit licht baldadige spelletje dat ze moest lachen en op haar aan­gezicht kwam daarbij een uitdrukking zoals ik die nooit op het gelaat van een levende ziel heb gezien.  Nooit vergeet ik dat gezicht nog!  Het was één van die gezichten die meer in het dromenrijk van de poëzie dan in de rauwe werkelijkheid van het leven lijken thuis te horen;  contouren die aan da Vinci doen denken, de edele ovale vorm met die naïeve wangenkuiltjes en de gevoelig spits toelopende kin van de Lombardische school.  De teint eerder zacht Romeins, mat paarlemoer, voorname bleekheid, morbidezza.  Kortom het was een gezicht zoals je dat enkel hier of daar op een oud-Italiaans por­tret vindt, voorstellende één van die grote dames waarop de Italiaanse kunstenaars van de zestiende eeuw verliefd waren toen ze hun meesterwerken schiepen, of waar de dichters van die tijd aan dachten toen ze zich onsterfelijk zongen, en waar de Duitse en Franse krijgshelden naar smachtten toen ze hun zwaard omgordden en vol plannen de Alpen overstaken…  Ja, ja, zo’n gezicht was het waarop dat lach­je speelde, vol van het mildste leedvermaak en de meest voorname balda­digheid terwijl ze, deze mooie dame, met het puntje van het Spaanse rottinkje het blonde krullenkapsel van die brave Bellini bedierf.  Het was alsof Bellini op dat mo­ment door een toverstafje werd aangeraakt, omgetoverd in een geheel en al vriendschappelijke gedaante, en mijn hart voelde zich ineens helemaal met hem verwant.  In de weerschijn van dat lachje glom zijn gelaat, en wellicht was dit het meest bloei­ende moment van zijn hele leven…  Ik zal hem nooit verge­ten… Veertien dagen later las ik in de krant dat Italië één van zijn roemrijkste zonen had verloren![8]

“Hoe toevallig!  tegelijkertijd werd ook de dood van Paganini aangekondigd.  Aan dat laatste overlijden twijfelde ik geen moment, want de oude vale Paganini had er altijd al uitgezien als een stervende;  maar de dood van de jonge rozige Bellini kon ik niet geloven.  En nochtans was het bericht over de dood van de eerste alleen maar een krantenkwakkel.  Paganini houdt zich fris en gezond in Genua op, en Bellini ligt in het graf in Parijs!”[9]

_____________________


[1] In Zuid-Italië en Sicilië is de jettatore (hij die boze blikken werpt, het kwade oog, malocchio) iemand die ongeluk brengt, gewild of zelfs ongewild;  Pius de IXde bv. werd als een jettatore beschouwd, niet omdat hij kwaadwilliger was dan andere pausen, maar omdat het een aantal malen was voorgekomen dat er rampen gebeurden op plaatsen die hij pas had gezegend;  het geloof aan het kwade oog kwam al voor bij de Sumeriërs, verder in de Joodse traditie, ook bij Paulus (die zijn vijanden beschuldigde van het kwade oog), in de Islam, tot bij Mme Blavatsky en afgeleiden;  men kan zich beschermen met een mascotte, of door onder een kroonluchter te gaan staan;  kinderen kunnen worden beschermd met een rood halsbandje, of een stukje koraal in de vorm van een hand;  het enige dat bij volwassenen echt helpt is de hand met gespreide vingers voor de jettatore opsteken (of met wijsvinger en pink gestrekt), en zich dan snel uit de voeten maken.
[2] [tiré] à quatre épingles:  piekfijn gekleed (een gewassen kanten halsdoek bv. werd met vier spelden op een plankje bevestigd om te drogen).
[3] en escarpins zegt de tekst:  pumpschoen, toneel- of balletschoeisel.
[4] van de hak op de tak;  van de os op de ezel.
[5] woordspelingen.
[6] Goethe beschrijft de Villa Palagonia in Bagheria uitvoerig  (Palermo, 9 april 1797);  ook in zijn Harzreise vermeldde H. dit paleis:  een onwaarschijnlijk rariteitenkabinet.
[7] De dame met de kleine voetjes is de Milanese prinses Christina Belgiojoso-Trivulzio (18001871);  ze was zeer onconventioneel:  sympathiseerde met de carbo­nari en de communisten;  had in Parijs een tijdlang een gezien salon waar le tout Paris, de aartsconservatieven niet meegerekend, bijeenkwam;  H. was niet ongevoelig voor haar grote charme, haar moed en intelligentie (Georges Sand schrijft in okt. 1835 aan Frans Liszt:  On dit que notre cousin Heine, s’est pétrifié en contem­plation aux pieds de la princesse Belgiojoso).
[8] In een brief aan haar vriendin Caroline Jaubert doet prinses Belgiojoso het verhaal van de ontmoeting tussen H. en Bellini, ook hoe Bellini op de vlucht ging voor de zettatura (haar schrijfwijze):
“[…] Sans en entendre d’avantage, Bellini prenait la fuite;  non que, dans l’occa­sion, comme Mazarin, son com­pa­triote, il ne fût pourvu d’une répartie piquante.  Sous une apparence d’hésita­tion, faisant sem­blant de ne pas bien apprécier la valeur des mots, il trouvait des répliques plaisantes et mor­dantes;  mais sa présence d’esprit lui manquait lorsqu’il était en proie à une crainte superstitieuse;  Ces plaisanteries nous auraient semblé bien cruelles si l’avenir nous eût été révélé.  Moi la première alors, je riais de bon cœur, en regardant le visage effrayé de notre cher compositeur. […]” (in:  Michael Werner, 1973, Begegnungen mit Heine, 1797-1846, S. 306).
[9] Niccolò Paganini (1782–1840);  Italiaanse componist en de belangrijkste vioolvirtuoos van de XIXde E.;  zijn viooltechniek was revolutionair en werd later door bv. Eugène Ysaÿe overgenomen;  zijn optredens waren zo overweldigend dat de toeschouwers voor waar geloofden dat hij een pact met de duivel had gesloten;  pas vijf jaar na zijn dood werd zijn lichaam in gewijde grond begraven.

30 mei 2021

Er is vertalen en vertalen


En soms komt het voor, zelden maar het komt voor, dat een vertaler even geniaal is als zijn auteur. Ik schrijf hieronder een paar zinnen over van Jean Pierre Rawie:

Het zal voor menigeen als een verrassing komen, maar Giovan Battista Marino, tijdgenoot van Shakespeare en Cervantes, was de beroemdste schrijver van de zeventiende eeuw. In heel Europa, van Portugal tot Polen, werd zijn werk bewonderd en geïmiteerd, en tot zijn adepten behoorden Lope de Vega, John Milton en onze Constantijn Huygens. […]

Jaren geleden moest ik een paar maanden in een revalidatieoord doorbrengen. Ik zonderde me uit lijfsbehoud zoveel mogelijk van mijne medelijders af, en kortte de tijd met het vertalen van een aantal gedichten van Marino en zijn discipelen, waaronder het in die omstandigheden extra toepasselijke grafschrift van een arts:

Impunito ammazzai molte persone,
morte al fin mi punì de’ miei misfatti;
ma devea perdonarmi di ragione,
poi ch’io tanti servigi l’havea fatti.

Ik kostte velen straffeloos het leven,
de dood rekent mij nu mijn falen aan;
maar die zou mij dat juist moeten vergeven,
na alles wat ik voor hem heb gedaan.




Jean Pierre Rawie
Een luchtbel in een vluchtige rivier
2021 Prometheus Amsterdam

19 mei 2021

Ook Scruton vindt genade bij Wagenknecht

 

Mensen die hun traditionele levensstijl willen behouden, worden door de lifestyle-linksen wat meewarig ‘conservatief’ genoemd. Daarover zegt Wagenknecht het volgende:

De term is niet verkeerd. Mensen die zo denken willen inderdaad een waardensysteem in stand houden en voor vernietiging behoeden dat in het geglobaliseerde kapitalisme van onze tijd massief onder druk staat en deels al stuk is. Dit waardensysteem richt zich op de gemeenschap en benadrukt het belang van verbondenheid, van ergens bij te horen. Daarmee staat het in de traditie van zowel de arbeidersbeweging alsook van het klassieke conservatisme, dat de begin 2020 overleden Britse publicist Roger Scruton ooit ‘de filosofie van de verbondenheid’ heeft genoemd.
Met het politieke conservatisme, te weten dat van de partijen in verscheidene landen die zich ‘conservatief’ noemen, heeft dit waardenconservatisme evenwel nauwelijks iets te maken.

.

Philosophie der Zugehörigkeit

Der Begriff ist nicht falsch. Menschen, die so denken, wollen tatsächlich ein Wertesystem erhalten und vor Zerstörung bewahren, das im globalisierten Kapitalismus unserer Zeit unter massivem Druck steht und teilweise bereits zerbrochen ist. Dieses Wertesystem ist gemeinschaftsorientiert, es betont die Bedeutung von Bindungen und Zugehörigkeit. Damit steht es sowohl in der Tradition der Arbeiterbewegung als auch in der des klassischen Konservatismus, den der Anfang 2020 verstorbene britische Publizist Roger Scruton einmal »die Philosophie der Zugehörigkeit« genannt hat. Dieser Wertkonservatismus hat allerdings mit dem politischen Konservatismus, also den Parteien, die sich in den verschiedenen Ländern konservativ nennen, kaum etwas zu tun.
.

17 mei 2021

Sahra Wagenknecht over Edmund Burke

.

De Wijsheid in de Tradities

Erkenning van de belangrijke rol die tradities en culturele patronen spelen in het menselijk denken en handelen, en waardering van de betekenis ervan voor de samenhang van gemeenschappen, behoren in de ideeëngeschiedenis tot de kern van het conservatieve erfgoed. De geestelijke vader van die stroming, de Brits-Ierse filosoof Edmund Burke, heeft telkens weer gewezen op de wijsheid die in gemeenschappelijke gebruiken en overleveringen besloten ligt, en waarzonder gemeenschappen uiteen zouden vallen. Letterlijk vertaald en niet toevallig betekent het Griekse woord ethos, dat de canon van de waarden van een mens of van een hele gemeenschap beschrijft: gewoonte, zede of gebruik.

Sahra Wagenknecht
Die Selbstgerechten -
Mein Gegenprogramm für Gemeinsinn und Zusammenhalt
Campus Verlag, 2021, Frankfurt/New York, S. 219


Die Weisheit in den Traditionen

Die Anerkennung der wichtigen Rolle, die Traditionen und kulturelle Prägungen für menschliches Denken und Verhalten spielen, und die Wertschätzung ihrer Bedeutung für den Zusammenhalt von Gesellschaften gehören zum zentralen ideengeschichtlichen Erbe des Konservatismus. Der geistige Vater dieser Strömung, der irisch-britische Philosoph Edmund Burke, hat immer wieder auf die in gemeinsamen Bräuchen und Überlieferungen enthaltene Weisheit hingewiesen, ohne die Gesellschaften zerfallen würden. Das griechische Wort Ethos, das den Wertekanon eines Menschen oder einer ganzen Gesellschaft beschreibt, heißt nicht zufällig wörtlich übersetzt Gewohnheit, Sitte oder Brauch.



7 mei 2021

De woke jongens en meisjes in hun hemd gezet

.
Over de belangstelling voor haar nieuwe boek Die Selbstgerechten kan Sahra Wagenknecht niet klagen. Zo was zij woensdag te gast bij Sandra Maischberger van de ARD, en dat zorgt voor een miljoenenpubliek. Vanwaar die grote belangstelling? Natuurlijk, het is goed geschreven en de NZZ merkte al op: 'Fonkelende formuleringen maken de lectuur tot een genot. Welke Duitse politicus zou tot het schrijven van zo'n boek in staat zijn?'

Wagenknecht zetelt voor Die Linke in de Bondsdag, maar in haar boek neemt zij termen in de mond die niet overal even goed vallen, om te beginnen ook niet in haar eigen partij. Ze spreekt over life style-linksen ‘die op een andere planeet leven’, over moralisten zonder medegevoel, over de nationale staat en immigratiebeperking, over het eliteproject van de EU, over het ‘wij-gevoel’, over geschiedenis en cultuur. Zulke onderwerpen zitten inderdaad niet iedereen even lekker.

Wagenknecht onderzoekt ook waarom arbeiders vandaag overwegend ‘rechts’ stemmen, niet enkel in Duitsland trouwens. Ze noemt de AfD (Alternative für Deutschland) ‘de grootste arbeiderspartij’.

Maar nu zei ze bij Maischberger ook iets over de geslachten en gender, en daar zijn de woke jongens en meisjes direct opgesprongen. Er mogen dan een hoop letters zijn om de verschillende seksuele oriëntaties aan te duiden, dat zijn geen zaken waar je lichtvoetig over kan doen vindt die humorloze bende:

Mijnentwege mag iedereen zijn geslacht definiëren zoals hij wil, maar als we daarover discuteren: ik weet niet of er nu zestig of honderd geslachten bestaan; en als ook overal lui erop uit zijn om een of ander onderscheidingsteken te maken van hun eetgewoonten… En in de regel zijn dat geprivilegieerden, het zijn dus in de regel niet mensen die bijvoorbeeld – dat komt ook echt voor – gediscrimineerd worden omdat zij een Arabische naam hebben, en daardoor moeilijk aan een woning geraken of een arbeidsplaats. Dat zijn echte discriminaties, maar die vallen bij dit debat eigenlijk compleet af… Want het is een verheven debat, het gaat om spraakvoorschriften. Natuurlijk speelt daar welke termen voor genders passend zijn, maar ook het wraken van begrippen, en dat is natuurlijk ook iets… neem iemand die eenmaal niet academisch gevormd is, die geen vijf seminaries politiekwetenschap bezocht heeft: in de regel weten die mensen helemaal niet waarom zij plots als racisten uitgestoten worden, of op de een of andere manier als vrouwvijandig of homovijandig omdat zij iets gezegd hebben dat zij eigenlijk normaal vonden, maar ergens hebben enige woke academici dat al op de index gezet.

  

Meinetwegen kann jeder sein Geschlecht definieren wie er will, aber wenn wir darüber diskutieren: ich weiß nicht ob es sechzig oder hundert Geschlechter gibt; wenn Leute auch partout darauf aus sind durch Ernährungsgewohnheiten irgendein ein Unterscheidungsmerkmal daraus zu machen… Und es sind in der Regel Privilegierte, also es sind in der Regel nicht Menschen die zum Beispiel – was es ja wirklich gibt – dadurch diskriminiert sind weil sie einen arabischen Namen haben und dadurch schwerer eine Wohnung bekommen oder einen Arbeitsplatz. Das sind ja reale Diskriminierungen, aber die fallen in dieser Debatte eigentlich völlig herunter… Sondern es ist eine abgehobene Debatte, es geht um Sprachvorgaben. Da spielt natürlich gendergerechtes Sprechen, aber auch die Ächtung von Begriffen und das ist natürlich auch etwas …zumal jemand der jetzt nicht akademisch gebildet ist, der nicht fünf Politikseminare besucht hat: in der Regel wissen die Leute gar nicht warum sie plötzlich dann als rassistisch oder als irgendwie frauenfeindlich oder homosexuellenfeindlich geächtet werden, weil sie irgendwas gesagt haben was die eigentlich normal fanden, aber irgendwelche woken Akademiker haben das schon auf den Index gesetzt.

23 april 2021

Over journalistieke geloofwaardigheid in 1840


Kwaadwilligen hoor je vaak zeggen dat in alle kranten altijd hetzelfde staat. Diversiteit is er ver te zoeken vinden ze. Als dat waar is, moet dat een oorzaak hebben.
Heinrich Heine dacht honderd éénentachtig jaar geleden dat die oorzaak gezocht moest worden bij de eigenaars en geldschieters van de titels. Als puntje bij paaltje komt leggen zij op wat Nieuws mag worden en wat niet:  

De Franse Pers

Tot op zekere hoogte is de Franse dagbladpers een oligarchie, geen democratie. Dat komt omdat een krant stichten in Frankrijk met zoveel kosten en moeite gepaard gaat, dat alleen mensen die in staat zijn zeer grote sommen op tafel te leggen een dagblad kunnen oprichten. Bijgevolg zijn het gewoonlijk kapitalisten, of al eens een industrieel die het geld voorschieten om een krant te stichten. Daarbij speculeren zij op de afzet die het blad zou kunnen vinden zodra het zich als orgaan van de een of andere partij weet te profileren. Of ze koesteren in hun achterhoofd nog de gedachte die titel later, zo gauw er een voldoend aantal abonnenten gewonnen is, met nog grotere winst aan de regering te verkopen.

Die kranten zijn natuurlijk gedwongen om te dansen naar het pijpen van de voorhanden zijnde partijen of van de regering. Ze zitten dus in een heel nauw keurslijf, of wat nog erger is, in een exclusiviteit, een eenzijdigheid bij alle berichten, waarbij de obstakels van de Duitse censuur haast op een fraaie rozenguirlande zouden lijken.

De RÉDACTEUR EN CHEF van een Franse krant is eigenlijk een CONDOTIERRE:* hij vecht met zijn colonnes en verdedigt de belangen en de passies van de partij die hem met subsidies of met een gewaarborgde oplage heeft ingehuurd. Zijn redacteurs, zijn luitenants en soldaten, luisteren in militaire gehoorzaamheid en geven hun artikelen de verwachte tendens en kleur, en zo bereikt zo'n krant een éénheid en een precisie die wij vanuit de verte niet genoeg kunnen bewonderen. 

Hier heerst de strengste discipline, niet alleen wat de gedachte maar zelfs wat de formulering betreft.
Mocht nu ergens een verstrooide medewerker een commando niet goed hebben gehoord, en een stuk hebben geschreven dat niet volkomen aan de CONSIGNES beantwoordt, dan snijdt de RÉDACTEUR EN CHEF in het vlees van dat opstel, met een militaire onbarmhartigheid die men bij geen Duitse censor zou vinden. Een Duitse censor is tenslotte ook een Duitser, en in zijn gemoedelijke veelzijdigheid geeft hij welwillend gehoor aan redelijke opwerpingen.

Maar de RÉDACTEUR EN CHEF van een Franse krant is een praktische, eenkennige Fransman: hij heeft zijn stellige overtuiging, die hijzelf eens en voorgoed in een bepaalde bewoording heeft geformuleerd, of die hem netjes geformuleerd door zijn opdrachtgever aangeleverd werd.

Komt er nu iemand bij hem aanzetten met een stuk dat voor de bewuste doelstellingen van zijn krant niet meteen bevorderlijk lijkt – dat laten we zeggen een thema aansnijdt dat niet meteen de interesse zal wekken van het publiek waarvoor het blad als orgaan fungeert – dan wordt dat artikel streng afgewezen met de sacrale woorden: CELA N'ENTRE PAS DANS L'IDÉE DE NOTRE JOURNAL.

Zodoende, aangezien elke krant hier zijn eigen politieke kleur en zijn eigen gedachtesfeer** heeft, valt het licht te begrijpen dat iemand die iets te vertellen heeft dat buiten die sfeer valt en evenmin een partijkleur heeft – dat die man beslist geen orgaan voor zijn mededelingen zal vinden.
Ja, zodra men afstand neemt van het geroezemoes van de dag, de zogenaamde actualiteiten, zodra men ideeën wenst te ontvouwen die de banale partijkwesties vreemd zijn, zodra men zaken wil bespreken die alleen maar van algemeen-menselijk belang zijn, zullen de krantenredacteurs hier een dergelijk artikel met hoffelijke ironie afwijzen.

Maar men kan hier enkel door die kranten zelf, of doordat zij ergens gewag van maken, het publiek kan aanspreken, en dus is de CHARTE, die elke Fransman toelaat om zijn ideeën via de drukpers te verspreiden, een bittere belediging geworden voor geniale denkers en wereldburgers. In de praktijk bestaat er voor hen absoluut geen persvrijheid: – CELA N'ENTRE PAS DANS L'IDÉE DE NOTRE JOURNAL.


Heinrich Heine
Lutezia, Paris, 3.VI.1840
in: Ernst Elster, 1893, Sämtliche Werke, sechtster Band,
Meyers Klassiker-Ausgaben
_________
* Aanvoerder van huursoldaten, condotte. Vaak huurden de Italiaanse stadstaten hen in, maar ze stonden bekend om hun ontrouw tegenover de werkgever. Het kwam zelfs voor dat zij in het heetst van de strijd overliepen naar de vijand als die beter betaalde. Dat lijkt mij nog van een andere orde dan een journalist die bijvoorbeeld van een katholieke naar een socialistische krant overloopt of omgekeerd.
** In het Nederlands zeggen wij nu desk opinion. Een specifieke politieke kleur hebben de gevestigde media tegenwoordig niet meer. Ze zijn het allemaal ongeveer eens namelijk.

20 april 2021

Sahra Wagenknecht: le parler-vrai


Sahra Wagenknecht
zetelt voor Die Linke in de Bondsdag, en ze heeft een boek geschreven waarin zij korte metten maakt met de life style-linksen.*  Ook de identiteitspolitiek, de klimaatmarsen, de ‘woke’-beweging en de AfD krijgen ervan langs. Dat boek moet goed verkopen, want al bestelde ik het nog voor de verschijningsdatum, de uitgeverij meldde mij vandaag, per brief:


Ik vertaal dan maar een interview dat Andrea Maurer maakte voor ZDF-Berlijn.

.
ZDFheute:
Frau Wagenknecht, wat is uw identiteit?
 
Sahra Wagenknecht: Iedere mens heeft meerdere identiteiten. Natuurlijk ben ik burger van dit land. Ik voel me ook Europees en ik zie mijzelf als links. Ja, identiteit is iets belangrijks maar wat mij ergert is dat bij debatten over identiteitspolitiek steeds weer de scheidslijnen naar voren worden gehaald. Mij interesseert het niet wat iemands afstamming is, en seksuele oriëntaties zijn privé.

Maar de zogenaamde identiteitspolitiek blaast dit soort vragen op tot fundamentele grenslinies die bepalen wie waarover mag spreken, of wie een slachtoffer is. Ikzelf heb een Iraanse vader en werd als kind gepest vanwege mijn voorkomen, want in het dorp waar ik woonde waren verder geen kinderen van niet-Duitse ouders. Toch zou ik mij vandaag nooit als slachtoffer opvoeren. 
.
ZDFheute: Waarover gaat het volgens u dan wel in dit debat?
Wagenknecht: Mij gaat het om het wegzakken van de sociale linksen. De huidige toestand moet ons toch verontrusten? De Union ligt open en bloot aan scherven – zowel wat de K-Frage** betreft, als door hun miserabel crisismanagement. En toch vallen SPD en Linke samen, bij nog amper 25% van de kiezers in de smaak. Zoiets heeft toch zijn oorzaken.
Een van de oorzaken is dat linksen ertoe neigen thema’s naar voren te schuiven die aan de echte problemen van de mensen voorbijgaan, en sterker: die veel mensen als kleinerend ervaren.
Als bijvoorbeeld woke academici hen vertellen hoe zij moeten denken en spreken, en als een erg geprivilegieerde levensstijl als progressief wordt voorgesteld. Elektrisch autorijden, bioproducten kopen of in de binnenstad wonen, waar men met de fiets naar het werk kan – dat zijn allemaal zaken die men vooreerst zich moet kunnen permitteren.
.
ZDFheute: U polemiseert in uw boek tegen protestbewegingen als ‘Fridays For Future’. Wat hebt u tegen die – meestal jonge – mensen die voor klimaatmaatregelen de straat opgaan? 
.
Wagenknecht: Ik juich het toe als jonge mensen zich engageren. Maar dan moet je ook in aanmerking nemen dat die beweging zo goed als uitsluitend gedragen wordt door jongelui afkomstig uit relatief welstellende milieus die zich tot de hogere middenklasse rekenen. Veel van de eisen laten duidelijk zien dat voor een groot deel van de activisten sociale problemen van secundair belang zijn. Maar als mensen wie het nog nooit aan iets ontbroken heeft, aan anderen gaan prediken dat ze van bepaalde zaken afstand moeten doen, dan komt dat uiteraard niet goed aan bij de minderbedeelden.
Juist voor diegenen die de laatste jaren alsmaar harder hebben moeten vechten voor hun beetje welstand, betekenen duurdere benzine en stookolie een verdere verslechtering, temeer daar deze mensen veelal niet in moderne lage-energiehuizen wonen, en er op het platteland überhaupt geen alternatief is voor de auto. We hebben een politiek rond de klimaatwissel nodig, maar dit lijkt mij geen zinvolle weg.
.
ZDFheute: De AfD applaudisseert voor uw stellingen, en in Sachsen-Anhalt maken ze zelfs propaganda met uw portret. Als u zelfkritisch bent: vanwaar die toenadering tot de AfD? 
.
Wagenknecht: Er is geen toenadering. Die toe-eigening is een onbeschaamdheid, en ik onderneem gerechtelijke stappen. De AfD weet natuurlijk zeer goed dat de linkerzijde met haar identiteitspolitiek de kleine man bruuskeert. En de AfD weet ook dat een linkerzijde die een meer populair programma heeft, en zich tot de brede meerderheid richt, de AfD zou schaden. Daarom proberen zijn mij natuurlijk te discrediteren. De AfD zou ook veel zwakker staan als zij niet deels ook zaken aansneed die de mensen beroeren.
Kijk, u hebt een uitspraak van mij gebruikt: immigratie begrenzen. Volgens peilingen is de grote meerderheid van de Duitsers van mening dat immigratie op bepaalde gebieden juist en legitiem is, maar dat men grenzen moet stellen. Dat is met andere woorden geen uitspraak van de AfD: ze wordt door de meerderheid gedeeld. En als de linkerzijde de AfD het genoegen gunt reële problemen te verzwijgen, enkel omdat de AfD ze benoemt, dan helpt zij de AfD tenslotte. Maar ik wil de AfD niet helpen, ik wil ze verzwakken.
.
ZDFheute: Die Linke deelt uitdrukkelijk niet uw standpunt dat de immigratie begrensd moet worden. U bent net lijsttrekker in Nordrhein-Westfalen geworden, en velen in uw partij vragen zich af of u haar uitgangsstandpunten nog deelt. Doet u dat?
.
Wagenknecht: Wij zijn een pluralistische partij en in het kiesprogramma staan veel zaken die ik hartstochtelijk onderschrijf, zeker wat het sociale betreft. Bij de kwestie van de immigratie zijn er eenvoudigweg onderscheiden meningen.
Hoe men in ons land de gevolgen van de migratie ziet heeft per slot van rekening weer veel te maken met de persoonlijke situatie. Als volksvertegenwoordigster hoef ik wat mijn job betreft niet in concurrentie te treden met enige inwijkeling. En wie een goed inkomen heeft, woont in buurten waar zijn eigen kinderen hoogstens in het literatuur- cultuuronderricht kennis maken met andere culturen. Men zal daar geen kennis maken met de omstandigheid in een klas te worden ondergebracht waar de meerderheid geen Duits spreekt.
Als mensen die in een economisch afgeschermd milieu leven, dan diegenen die dagelijks met zulke problemen te maken hebben voor racisten uitmaken omdat zij sterke immigratie niet enkel als een verrijking beleven, dat is aanmatigend.
.
ZDFheute: U schrijft in uw boek dat de rechtse partijen nu de nieuwe arbeiderspartijen zijn. Zit u dan, heel principieel bekeken, nog in de juiste partij?
.
Wagenknecht: Ik stel iets vast dat ons schrik moet aanjagen: dat, niet enkel in Duitsland, juist de arbeidersstand intussen overproportioneel rechts stemt. Bij de deelstaatverkiezing in Baden-Württemberg was de AfD onder de arbeiders de sterkste partij. In het oosten haalt zij nog hogere scores. Wie daaruit niet het besluit trekt dat de linksen een of ander slecht hebben aangepakt, die is waarlijk zelfingenomen.
.__________ 
  * Bijvoorbeeld mensen die Vooruit willen op sjieke basketslofjes.
** De vraag wie kandidaat-kanselier wordt.

16 april 2021

La voile: zeilsport en stupiditeit

CNews is stilaan de op één na grootste nieuwszender van Frankrijk, en daar zijn goede redenen  voor. Je ziet in hun panels alle strekkingen aan bod komen, van communisten tot vertegenwoordigers van het Rassemblement National, en dat verhoogt blijkbaar de geloofwaardigheid van een zender. Ze hebben ook veel aandacht voor cultuur, en niettemin zijn hun programma's ook nog eens grappig, zoals hieronder:

Pascal Praud: De windkracht van de écolo’s heeft weer toegeslagen. De ecologistische verkozenen hebben weer toegeslagen, en u hoort dit liedje omdat het verband houdt met de zeilsport. Zijn jullie op de hoogte van wat zich gisteren afspeelde in de gemeenteraad van Vincennes? Neen? U hebt er geen weet van?
Gilles-William Goldnadel: Neen.
Élisabeth Lévy: Laat ons proberen te raden.
Pascal Praud: In de Val-de-Marne heeft een verkozene... ik laat dadelijk het fragment zien, het is hallucinant, verbijsterend, en tegelijk zullen jullie bedenken: die arme groene verkozenen. Een verkozene van EÉLV* heeft geweigerd de toelage goed te keuren van de Yacht Club Vincennois, een zeilclub...
Gilles-William Goldnadel: En wat dan nog?
Pascal Praud: ...want hij vindt dat zoiets vervuiling meebrengt. Hij wist dus niet… (gelach) …nee, hij wist inderdaad niet, nee, maar ik verzeker het jullie, het fragment dat jullie te zien zullen krijgen komt in de bloemlezingen van stommiteiten. Kijk, gisteren was het: Vincennes, gemeenteraad met Madame le maire die de vertegenwoordiger van Europe-Écologie-Les Verts vraagt waarom hij niet vóór die toelage heeft willen stemmen. De groenen hebben alweer toegeslagen:

Charlotte Libert-Albanel: Kunt u ons enige uitleg geven rond de Yacht Club?

Quentin Bernier-Gravat: Ik denk dat u de reden voor onze stem heel goed kent: wij subsidiëren geen sporten die vervuilende stoffen uitstoten. (gelach)

Charlotte Libert-Albanel: Wat uitstoten? Vervuilende stoffen? Ik begreep het niet goed.

Quentin Bernier-Gravat: De Yacht Club, dat zijn boten, toch?

Charlotte Libert-Albanel: Met zeilen.

Quentin Bernier-Gravat: Ja maar zij hebben geen haven in Frankrijk, zij hebben hun haven in Ierland, niet?

Charlotte Libert-Albanel: Het blijft zeilen, hij gaat vooruit met de wind zo’n boot, niet? (gelach). We zitten in de polemiek nu ongeveer op hetzelfde niveau als met die vliegeniers, hé. We noteren dus dat de reden voor uw onthouding is dat het beoefenen van de zeilsport vervuiling meebrengt ...Ja, mevrouw Hauchemaille?

Muriel Hauchemaille: Laten we wel wezen, die valse processen jagen me het bloed naar de kop, maar ik blijf Zen. Ja, die tweets en dergelijke, ook wij kunnen lezen. Maar als wij ons onthouden voor de toelage dan is dat omdat wij vinden dat een Yacht Club in Vincennes – behalve dat er op het meer van Daumesnil wat gezeild wordt – toch maar dient om een klein groepje vrienden ten dienste te staan. Daarom is het dus dat wij niet voor die toelage stemmen. We zullen toch niet bij elke stem uitleg moeten geven, of wel?

Charlotte Libert-Albanel: Nee, u mag ook geen uitleg geven, maar als u mij vragen stelt heb ik ook het recht u naar de reden te vragen waarom u zich onthoudt. Het doet mij veel plezier dat ik een antwoord kreeg. Men wil dus vermijden… of liever men vindt het wat idioot dat er in Vincennes een Yacht Club is.

Muriel Hauchemaille: Dat is alles.

Charlotte Libert-Albanel: Begrepen. En dat u in de plaats van de Vincennois de keuze wel maakt, als die zouden besluiten een sport te beoefenen die hen gewoon aanstaat. Dat is uw keuze, daar heb ik geen verdere vragen bij.

Pascal Praud: Ik weet niet meer wat hierbij te vertellen valt of aan te doen is. We ontdekken hier verkozenen die…
Élisabeth Lévy: Het is nogal straf dat de verantwoording achteraf nog erger is dan de flater in het begin. Als ze zeggen ...als zij zegt: Oh maar dat is voor een klein groepje vrienden! Dat is toch helemaal degoutant als argument! Wat heeft dat te betekenen?



Zo begon het programma maar L'heure des pros heeft een ochtend- en een avondeditie, en in de ochtend had Pascal Praud de zwarte juriste en schrijfster Rachel Khan te gast, die zichzelf omschrijft als een Afro-Yiddische 'tourangelle' (inwoonster van Tours). Zij vond heel de slachtoffer- en cancelcultuur misplaatst, en dat kwam haar op een paar fikse Twitterbeledigingen te staan van de woke-mensen. U ziet het fragment als de uitzending 41 minuten ver is, en de advocaat Gilles-William Goldnadel probeerde een verklaring te geven voor zulke woke-reacties:

Er is een nogal fundamentele uitleg voor, die ik u helaas moet geven: de intelligentie. Wat onze tijd, en bij uitstek het professionele en het rentenierende antiracisme kenmerkt is ongelooflijke bêtise, zelfgenoegzaamheid, kuddegeest en cultuurloosheid, en dat verstikt ons.

Il y a une explication assez basique, malheureusement, que je suis obligé de vous donner, c'est l'intelligence. Ce qui caractérise éminemment l'époque, et notamment l'antiracisme professionnel et rentier, c'est l'incroyable bêtise, la suffisance, l'esprit meute, le manque de culture, et cela nous tue.

________
* Europe-Écologie-Les Verts haalde een overwinning in vele Franse steden, deels omdat de opkomst zo laag was en zij beter dan anderen wisten te mobiliseren. Ze hebben in Bordeaux al het plaatsen van kerstbomen veroordeeld, ‘geen dode bomen’, in Poitiers liet le of la maire (mag allebei) Léonore Moncond'huy, weten dat ze geen toelage meer geeft aan een vliegclub omdat ‘vliegen vandaag geen deel meer hoort te zijn van kinderendromen’: l'aérien ne devait plus faire partie des rêves d'enfants aujourd'hui.

9 april 2021

Over het vaccin Spoetnik V


Ik vertaal even het hoofdartikel van deze Zwitserse krant. Je weet maar nooit: misschien kunnen onze politici hier iets opsteken, en hun schaapachtige anti-Russische politiek eens overdenken.

BRIEFING

Vrijdag 9 april 2021

Marc Allgöwer

Beste lezer,

 Aanvankelijk was er Viktor Orbán die november laatstleden in Rusland een bestelling plaatste. Daarna arriveerden er ook dosissen Spu oetnik V in Tsjechië en Slowakije. Oostenrijk zal zich binnenkort bij hen vervoegen. Maar door de tegenkanting van Duitsland wierp Europa een stevige dijk op tegen het Russische vaccin. Dat land liet nu donderdag weten, in een mededeling van minister van Volksgezondheid Jens Spahn, dat het klaarstond om met Moskou te onderhandelen.

 In vele Europese hoofdsteden – om te beginnen in Parijs – bekijkt men de kwestie met Spoetnik V door het prisma van het grote spel der invloedssferen dat zich aftekent in de ‘vaccindiplomatie’. In Berlijn echter denkt men nu resoluut in termen van volksgezondheid. De Duitse overheid beschouwt het Russische product als voldoende efficiënt, en als een instrument te meer in de gereedschapskoffer met vaccins die maar traag gevuld raakt. 

 .Angela Merkel heeft het immers beloofd: elke burger zal een inenting krijgen tegen eind september, datum van de verkiezingen. De kanselierster, zelf wetenschapster van vorming, is van oordeel dat het indijken van de pandemie voorrang heeft op welke overweging ook, zelfs als dat een overwinning zou zijn voor het imago van Moskou, want dit zou toelaten de economische motor van Europa weer op gang te trekken.


7 april 2021

Charles Michel is een vijg

Geen nieuws, wij wisten dat al, maar heel de wereld weet nu wat voor een slapjanus die zoon van zijn vader is, en de Fransen zullen beter begrijpen waarom Macron die vijg als ‘president’ van de EU wilde.

Het is waar, hij heeft het van niet ver onze Charel want ook zijn vader is nooit een groot licht geweest, herinner u zijn belachelijke, gespeelde woedeaanval in het ‘EU-parlement’ en daarvoor nog zijn verbod om in Oostenrijk te gaan skiën, terwijl er in dat land nog helemaal geen corona was, maar wel al ‘fascisme’.

De kleine Charles zal van zijn vader weinig geschiedenis geleerd hebben, en het is dus begrijpelijk dat hij geen islamofascist kan herkennen al stond die recht voor hem.

Dat nog daargelaten, erger is dat Charel thuis ook geen manieren heeft geleerd.

Bij CNews was men niet mals voor ons plompe kereltje. Geen discussie: het had zijn plaats moeten aanbieden aan Ursula von der Leyen vond de moderator ...‘ça va de soi.’ Opstaan dus, de rug rechten in plaats van hem te krommen voor Macron, of zoals hier voor Erdoğan.

‘Dat zal hem blijven aankleven,’ horen we in het fragment hieronder. ‘We hebben het Europa, en het Europees politiek personeel dat we verdienen,’ vond de advocaat Gilles-William Goldnadel. ‘We zagen, drie stappen op de achtergrond een gesluierde, een vernederde vrouw, en Erdoğan liet aan iedereen zien waar de plaats van vrouw is,’ zei de advocate Sophie Obadia. ‘Charles Michel, c’est complètement indécent,’ vond de journaliste Véronique Jacquier.


22 maart 2021

Laat alle hoop varen


Wellicht, lezer, kent u nog niet de uitgeverij Blossom Books, gevestigd in Utrecht, in Nederland dus, al laat de naam anders vermoeden. Het moet een heel ‘inclusieve’ uitgeverij betreffen want op hun site zien we zesenzestig auteurs en vertalers, waaronder zes mannen.

Iets meer vrouwen dus, en een daarvan is een zekere Lies Lavrijsen die een deel van Dantes Divina Commedia heeft vertaald: het Inferno. Ik hoorde haar zaterdag in de Interne Keuken van Sven Speybrouck en Koen Fillet, waar zij enige toelichting gaf bij wat zij als vertalen beschouwt.

‘In samenspraak met de uitgever’ had Lavrijsen besloten om de dichter Dante enige manieren bij te brengen, en ongepaste verzen van hem onvertaald te laten.

Lies en haar uitgever willen met hun boek namelijk een boodschap overbrengen. Dat mag echter niet de boodschap van Dante zelf zijn, horen we, omdat wij over veel dingen tegenwoordig anders en beter denken dan de middeleeuwers. Dante moet dus niet met zijn, maar met onze tijd meegaan, vinden ze bij Blossom Books.

Bovendien was, net toen haar boek bijna klaar was, ‘daar in Frankrijk een leraar onthoofd’ door een mohammedaan – Samuel Paty heette de ongelukkige man, maar zijn naam kwam niet over haar lippen. Een spijtig voorval in een ander land mag de pret niet bederven.

Lies heeft wel meer problemen met namen, want in haar ‘vertaling’ besloot zij ook de naam ‘Mohammed’ weg te laten. Deze pedagoge hoopt op die manier ook jongeren ertoe aan te zetten Dantes Inferno te lezen. Daar wens ik haar veel succes bij, al vrees ik dat de moslimjongeren die zij zo tactvol behandelt niet veel boeken lezen – te oordelen naar de oplages die in moslimlanden het licht zien.

Ernstige mensen zullen De goddelijke komedie misschien toch liever in een betrouwbare vertaling lezen, en keuze is er genoeg, zowel in proza als in dichtvorm. Wie weet immers of juffrouw Lies niet nog meer passages heeft opgeschoond naar eigen fijngevoeligheden? En wat Blossom Books betreft: zijn hun andere vertalingen ook eigentijds bijgewerkt?

Of Liesje met haar gehakkel een goede beurt heeft gemaakt in de Interne Keuken betwijfel ik overigens, want het begon al met de opmerking van Sven: ‘Koen, je zei daarnet iets over cancellen…’ en het eindigde met de opmerking dat de lezer bedrogen wordt en inderdaad misschien liever de echte tekst zal lezen.


Noot van 29 maart: Henry Wadsworth Longfellow vertaalde de Divina Commedia, en dit zei hij over zijn vertaalwerk:

The only merit my book has is that it is exactly what Dante says, and not what the translator imagines he might have said if he had been an Englishman. (…) The business of a translator is to report what the author says, not to explain what he means; that is the work of the commentator. What an author says, and how he says it, that is the problem of the translator.

Ik meen dat juffrouw Lavrijsen en haar uitgever Blossom Books dit beter hadden kunnen lezen voor ze zich aan beschavingswerk overgaven.


13 maart 2021

Tous ensemble, maar dan in het Engels


Éric de Riedmatten (economie-journalist van CNews) en zijn gast Patrice Bégay hadden zaterdag een gesprek dat voor ons heel herkenbaar was, en eventjes zelfs grappig. Die man verzorgt de communicatie van BpiFrance, een publieke investeringsbank, en ze hadden het over het bevorderen van de Franse ondernemingsgeest en het consumeren van Franse producten.
Bégay wil graag een positieve boodschap brengen – die flink protectionistisch klinkt, een beetje nationalistisch ook, maar dat komt vandaag wel meer voor. Dus: meer dingen zelf produceren, deze zelf consumeren en liefst ook nog exporteren.

Met het oog op dat laatste heeft BpiFrance de Franse taal blijkbaar al geëxporteerd, want ze spreekt over La French Tech, La French Fab, Made in France enzovoort. Dit zal ons doen denken aan Elio Di Rupo met zijn campagne Get up Wallonia!

Bégay lanceert nu een campagne: 'la French Touch' (ja, telkens met ‘la’ en niet ‘le’ want ‘touche’ is vrouwelijk, en ‘technologie’ en ‘fabrication’ zijn dat ook). Die campagne moet un mouvement de startups françaises op gang brengen waar ook des community builders aan meewerken.

En dat moet lukken zei Bégay want: álles is mogelijk als wij maar samenwerken, tous ensemble, ondernemers zowel als werknemers en álle burgers. Eén ploeg als het ware, en: Impossible n’est pas français!

Maar hoe mooi die Engelse slogans van de bank ook zijn, hun Franse slogan is minder gelukkig: Un possible sera toujours Français! Dit lijkt meer op gestotter, bégaiement, en in het gesprekje hieronder moest Éric de Riedmatten helaas iets verduidelijken:

 

Éric de Riedmatten : Et donc vous organisez une tournée qui heu…donc une campagne. Alors on va d’abord parler de cette campagne, la campagne en faveur de l’entrepreneuriat, du made in France, de tout ce qui marche en France, qu’on veut montrer le positif.

Patrice Bégay : Absolument. Comme vous le voyez on dit souvent ‘entrepreneur’ mais en fait on parle de ‘ensemble’, que vous soyez entrepreneur ou pas. Ensemble, un possible sera toujours Français. Pourquoi ? parce que c’est…

Riedmatten : Un possible ‘u-n’, c’est ça que voulez bien dire.

Bégay : Un possible, absolument, parce ce que c’est un message positif qu’il faut donner, fédérateur, ouvert à tous les Français, avec cette campagne engagée et engageante, comme le sont tous les entrepreneurs de France.




8 maart 2021

Is alles sociale constructie?

Je hoort, of liever je leest dat vaak: niets is echt. Ben je een man of een vrouw? sociale constructie. Bestaan er naties of volkeren? sociale constructie. Enzovoort. Alles wat we menen te zijn of te weten of te zien is een constructie, en dus verwisselbaar en vervangbaar.

Natuurlijk gelooft niemand dat echt, maar in de zachte wetenschappen wordt het als evangelie verkondigd. Nu hoorde ik daarnet een grappig soort antwoord daarop, komende van big data, en het lijkt mij een mooie afsluiting van de vrouwendag:


Jean-Sébastien Ferjou: Schrikken we er overigens niet voor terug om simpelweg ons gezond verstand te gebruiken want tenslotte, achter hun hypergecompliceerde woorden vertellen die universitairen maar kletspraatjes, en schrikken we er dus niet voor terug om een kat gewoon een kat te noemen en gewoon naar de werkelijkheid te kijken zoals ze is, met soms zaken die wel eens heel onnozel kunnen zijn. Kijken we bijvoorbeeld naar de data… tenminste de chef van de Google-gegevens zei: Neem maar aan dat wij onszelf vaak iets wijsmaken, want bijvoorbeeld wat porno betreft is de werkelijkheid niet altijd wat we ons voorstellen. Vrouwen consumeren meer geweld in porno dan mannen. We zien dus goed dat niet alles een kwestie van sociale constructie is…

Christine Kelly: Ik zie het verband niet, ik weet niet waar dat vandaan komt…

Jean-Sébastien Ferjou: Nee, maar ik zeg dat, Christine omdat het niet spoort met de ideeën over een patriarchale cultuur. Er is een heel interessant boek getiteld, ‘We liegen allemaal’ … enfin, ‘Alles is Leugen’, dat precies al die Google-gegevens analyseert, en ik wil maar zeggen dat de realiteit vaak veel complexer is dan die constructies die volhouden dat alles sociaal is.

Christine Kelly: Bon, bon, bon... en toch hou ik niet van dit voorbeeld, maar dat geeft niet.

Éric Zemmour: Maar het is normaal dat u daar niet van houdt.

Christine Kelly: Ja, dat is normaal. En, Éric Zemmour, wat denkt u hierover?


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html