Posts tonen met het label Storme | Matthias. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Storme | Matthias. Alle posts tonen

20 maart 2013

Reynebeau en het inpikken van andermans termen


Tot grote voldoening van de twitterende Noël Slangen schreef Marc Reynebeau vandaag in De Standaard:
"In diezelfde lijn zocht de N-VA andere, verhullende woorden voor haar separatisme. Opdat ze onschadelijk zouden ogen, kaapte ze die bij haar politieke opponenten."
Dat is mogelijk, ik wil dat niet ontkennen, maar over het kapen van andermans termen zou Reynebeau toch beter zijn mond houden.

Zoals ik hier eerder al aantoonde –maar voor hem onvoldoende duidelijk– is hijzelf een meesterdief. En de man gelooft ook dat door de herhaling van een leugen, deze op den duur waarheid wordt.
Dat laatste klopt, en zo komt het bijvoorbeeld dat de meeste journalisten nu braaf geloven dat Reynebeau de uitvinder is van het begrip lasagne-identiteit.
Tenslotte pronkt hij overal met dat begrip en dus moet het wel waar zijn. Zo werken journalisten eenmaal: op gezag. Feiten moeten zichzelf maar zien te redden.
En omdat het gedrukte woord voor Reynebeau kennelijk niet volstaat, geef ik hieronder een geluidsbestandje, een fragment uit een lang gesprek dat Jean-Pierre Rondas had met Matthias Storme, de achtentwintigste december van het jaar tweeduizend en vier. In januari tweeduizend en vijf ging dat fragment “op antenne” zoals men zegt, en een paar weken daarna vond Marc Reynebeau het warm water opnieuw uit, en sindsdien noemt hij zich steevast “de tevreden uitvinder van het begrip lasagne-identiteit.



Storme: Ik geloof niet in het Verfassungspatriotismus in de ontklede zin van het woord die sommigen daaraan geven. Er is een bepaalde interpretatie van Verfassungspatriotismus [Kan mooi zijn hé!] die natuurlijk correct is. Maar ik bedoel: sommige mensen gebruiken het woord 'verfassungspatriotisme', om eigenlijk het woord patriotisme uit te schakelen.
In de zin van: het enige dat telt, is dat de wetgeving voor iedereen dezelfde is, en dat je de wetten respecteert [Voor wie hier woont], en voor het overige heeft het geen enkel belang of de personen die aan die wetten onderworpen zijn nog iets gemeenschappelijks hebben, of daar ook een socio-culturele homogeniteit is.
Er is geen noodzaak om, tot op zekere hoogte dezelfde taal te spreken, letterlijk of/en figuurlijk, en dergelijke meer.
Ik ben ervan overtuigd dat dit niet functioneert. Al je nog een klein beetje geloof hecht aan de noodzaak van een polis, welvaartsstaat, sociale zekerheid, draagvlak voor fiscaliteit –een territoriale gemeenschap in de moderne betekenis van het woord– dan moet je die gemeenschap structureren op basis van niveaus en grenzen die beantwoorden aan een voldoende socio-culturele homogeniteit.
Nu, die homogeniteit is natuurlijk gelaagd. Ik heb van mijzelf ooit gezegd: ik ben lasagne-nationalist. Want ik weet natuurlijk dat mijn identiteit zich niet op één niveau bevindt. Dat mijn identiteit zowel Europees, als Vlaams, als Gents, en zelfs ook een beetje Belgisch is. Ik ga dat natuurlijk niet ontkennen, dat is evident.
De vraag is: welke politieke conclusies moet je daaruit trekken? Het subsidiariteitsbeginsel beantwoordt aan die lasagna. Je legt bevoegdheden en macht, en beslissingsbevoegdheden leg je op verschillende niveaus, of kan je op verschillende niveaus leggen.
En vanuit dat oogpunt, heeft inderdaad België nauwelijks nog een meerwaarde.
______

En omdat hij zo actueel is, zowel wat België als wat de EU betreft, en hij het ook over identiteit en homogeniteit heeft, wil ik graag Aristoteles zelf er even bij halen: 
"Immigratie is, bij gebreke aan etnische overeenstemming, een factor van burgeroorlog zolang de burgers er niet toe zijn gekomen om met één adem te ademen. Zoals evenmin een stad door een toevallige verzameling mensen tot stand komt, of op een willekeurig moment: daarom ook dat bij hen die tot nog toe vreemdelingen hebben aanvaard om samen met hen een stad op te richten, of om ze in de bestaande stad te integreren, de meesten burgeroorlogen hebben gekend."
στασιωτικὸν δὲ καὶ τὸ μὴ ὁμόφυλον, ἕως ἂν συμπνεύσῃ: ὥσπερ γὰρ οὐδ᾽ ἐκ τοῦ τυχόντος πλήθους πόλις γίγνεται, οὕτως οὐδ᾽ ἐν τῷ τυχόντι χρόνῳ: διὸ ὅσοι ἤδη συνοίκους ἐδέξαντο ἢ ἐποίκους, οἱ πλεῖστοι διεστασίασαν
«Πολιτικά», 1303a, 25-28
Op het web vindt men vele vertalingen, die onderling nogal verschillen, bv.: La diversité d'origine peut aussi produire des révolutions jusqu'à ce que le mélange des races soit complet; car l'État ne peut pas plus se former du premier peuple venu, qu'il ne se forme dans une circonstance quelconque. Le plus souvent, ces changements politiques ont été causés par l'admission au droit de cité d'étrangers domiciliés dès longtemps, ou nouveaux arrivants.

Loeb geeft (p. 386-7): Also difference of race is a cause of faction, until harmony of spirit is reached; for just as any chance multitude of people does not form a state, so a state is not formed in any chance period of time. Hence most of the states that have hitherto admitted joint settlers or additional settlers have split into factions.

3 maart 2011

Een Vlaamse gaai met pauwenveren

.
Marc Reynebeau moet ieders bewondering afdwingen. Elke dag wel staat er in de kwaliteitskrant een kolommetje van hem, of een volle pagina, soms twee. Een sterveling vraagt zich af waar die man zijn inspiratie blijft halen. Natuurlijk: zoals elke vogel, zingt ook hij zoals hij gebekt is, maar het aantal variaties dat hij weet te verzinnen op enkele luttele deuntjes verbaast gewoon. Zijn meest bekende liedje is misschien wel dat van de Identiteit. En onvermijdelijk overkomt het ook hem eens –het gebeurt niet vaak maar het gebeurt– dat zijn gezang wat schor gaat klinken. Een enkele keer is er zelfs een valse noot. Luisteren we even naar de laatste suskewiet van hem:


Het mag politiek dan wel een centraal thema zijn geworden, het blijft tobben over wat 'identiteit' nu precies betekent. En helaas, de zelfverklaarde spokenjager Kevin Absillis (DS 28 februari) zal toch wat beter zijn huiswerk moeten maken wanneer hij zich in dat debat mengt. […] Absillis [heeft] kennelijk geen benul van de moderne discussies over identiteit en natievorming. Voorts denk ik […] dat identiteiten vloeibaar, contingent en gelaagd zijn. Ik mag me, wat dat laatste betreft, de tevreden uitvinder van het begrip 'lasagne-identiteit' noemen.

Over vloeibaarheid, contingentie en gelaagdheid zullen we in een volgend blog Finkielkraut aan het woord laten, maar nu even gesproken over dat vaderschap. Altijd een heikele kwestie.

De term 'lasagne-identiteit' is zijn kind, vertelt ons Marc Reynebeau fier, maar dat is een fabeltje. Inderdaad gebruikte hij die term in 2005 in De Standaard. Maar eerder niet, zoals ik hier toen ook heb geschreven.
Matthias Storme, de jurist, gebruikte dat beeld echter al in de vorige eeuw, en hij vertelt ons ook waar: “…in mijn toespraak op 11 november 1999 in Antwerpen die in 2000 gepubliceerd werd onder de titel “Geworteld en gelaagd.
Storme verwees toen naar de historica Anne Morelli die in 1995, of misschien eerder al, een gelijkaardig beeld had gebruikt: “L'identité pourrait ressembler à une pâte feuilletée.
Een zin uit Storme zijn toespraak: “Zoals ik verder zal uiteenzetten sluit dit geen gelaagde identiteit uit, en met een knipoog naar het bladerdeeg van Anne Morelli mag U mij dan ook als een lasagne-nationalist beschouwen.
Later diste hij diezelfde lasagne nog een paar keer op ...en toevallig ook in een Rondas-uitzending begin 2005, dus kort voor de uitvinding van Reynebeau.
En zeker, net zoals het warme water en het buskruit kan ook de lasagne opnieuw zijn uitgevonden, maar misschien besluiten we toch beter met een echt fabeltje:


Le Geai paré des plumes du Paon

Un paon muait: un geai prit son plumage;
 . . Puis après se l'accommoda;
Puis parmi d'autres paons tout fier se panada,
 . . Croyant être un beau personnage.
Quelqu'un le reconnut: il se vit bafoué,
 . . Berné, sifflé, moqué, joué,
Et par messieurs les paons plumé d'étrange sorte;
Même vers ses pareils s'étant réfugié,
 . . Il fut par eux mis à la porte.
Il est assez de geais à deux pieds comme lui,
Qui se parent souvent des dépouilles d'autrui,
 . . Et que l'on nomme plagiaires.
Je m'en tais, et ne veux leur causer nul ennui:
 . . Ce ne sont pas là mes affaires.
.

4 mei 2005

Voor wie het kan opbrengen: we lezen vandaag een tekst van Reynebeau

Ik geef enkele tussenwerpsels in blauw, maar alle zwart staat in De Standaard van vandaag.


Mensen zijn niet voor één gat te vangen

Eergisteren presenteerde de Commissie voor Interculturele Dialoog haar eindverslag. Ze vroeg Marc Reynebeau als onafhankelijke waarnemer om een commentaar bij dit verslag. Hij pleit voor een integraal burgerschap waarin de culturele diversiteit veel ruimer is dan die van de etnische en religieuze verschillen.
Het begint lekker: die commissie zelf duidt een “onafhankelijke “ waarnemer aan. Reynebeau is dus gewoon een medewerker van de commissie.
Het risico is groot om de naam van de Commissie voor Interculturele Dialoog verkeerd te begrijpen. Op dialoog is natuurlijk niets aan te merken, tenminste zodra het gepraat wel degelijk tot een gesprek leidt. Het gaat om dat interculturele. Het ligt voor de hand om dan te denken dat die dialoog er een is tussen culturen, meer bepaald tussen wat in de wandeling de autochtone en de allochtone cultuur wordt genoemd.
Nietszeggende zinnen, wat laatdunkend verwoord –– maar goed, hij heeft een aanloopje nodig.
Maar dat 'tussen twee culturen' dreigt wel eens een kwestie te worden van 'onze' cultuur en 'hun' cultuur, ja zelfs van onze cultuur tegen hun cultuur. En dan is het nog maar een kleine stap om te eindigen bij The clash of civilizations van Samuel Huntington, een botsing waarvan de motor het religieuze verschil zou zijn.
Als ze niet echt iets aanhalen, dan zijn aanhalingstekens een teken van stilistische zwakte, en wijzen zij op begripsmatige onzekerheden bij de auteur, of erger, op een drang om de begrippen zogezegd theoretisch te houden, of liever flou ...uit luiheid of lafheid. Wereldvreemden vanzelfsprekend kunnen geen verschillen tussen culturen zien: waarneembare feiten zijn in hun theoretische kader overbodig. Maar kom: laten we even afwachten wat R. verderop in zijn opstel aanvangt met het begrip “cultuur”
Dat conflictmodel is als uitgangspunt niet alleen niet wenselijk, het steunt ook op een totaal irrealistische premisse. Het klopt namelijk niet dat onze samenleving slechts twee culturen telt, twee homogene blokken die zich onderscheiden door religieuze opties, en dat never the twain shall meet.
Plots veronderstelt hij “homogene blokken”, en "twee culturen" iets waar geen ernstig mens het over had. Anderzijds is het goed dat hij de dichter Kipling citeert: een grote dichter die wist waarover hij praatte (hij voelde zich meer Indiër dan Engelsman): zeker niet de simplistische "versifier" waar velen hem voor houden. Alleen: Kipling is niet in losse citaatjes te vangen...
Dat misverstand, dat soms opzettelijk in stand wordt gehouden, roept de nood aan een bredere context op. Onze samenleving is namelijk hoe dan ook cultureel erg gediversifieerd. Toch bestaat er een brede, algemene consensus rond democratie, mensenrechten, gelijke kansen, non-discriminatie of de scheiding van kerk en staat. Dat is de ideologische keuze die België als samenleving heeft gemaakt, omdat ze de garantie biedt dat iedereen die diversiteit ten volle zou kunnen beleven.
Ja, "bredere context", "ten volle beleven": je zal zulke nietszeggendheden maar verzinnen. Ik zou overigens niet graag een koffie of thee betalen aan al diegenen die zich niet wensen te vinden in R.'s "brede consensus rond democratie"! Toen Ayaan Hirsi Ali, op bezoek in een Nederlands klasje, de vraag stelde wat nu eerst kwam, Allah of de Grondwet... toen kwam er niet enkel geen duidelijk antwoord: zijzelf werd daarop in de media aangepakt over het stellen van die simpele, oer-Nederlandse, want Spinozistische vraag...
Die basisprincipes liggen vast in de grondwet, in de wet en in internationale verdragen, en er kan geen sprake van zijn om ze op de helling te zetten. Het is me ook niet bekend dat significante groepen daar vandaag om zouden vragen. En als er problemen rijzen met de positie van de vrouw in de islam, dan moet niemand zo zelfgenoegzaam zijn om te vergeten dat ook autochtone vrouwen te maken krijgen met zeer reële, feitelijke discriminaties.
R. doet duur over onze grondwet enzovoort, allemaal heel principeel. En dan plots wordt hij concreet, al waren wij lezers daar nog niet aan toe in een beschouwing die zich puur theoretisch voordeed. Meteen ook stelt R. zaken op gelijke hoogte die oneindig van elkaar verschillen: de positie van de vrouw in de westerse wereld en die in de islamwereld. Laten we hem gedeeltelijk gelijk geven: bij de positie van de vrouw in de westerse beschaving kun je hier en daar inderdaad nog een voetnoot plaatsen …maar niet meer dan dat. Simpele lectuur echter van geschriften zoals koran en hadith zou hem hebben geleerd dat islamieten geen hoge pet opzetten bij dat soort van overwegingen, en al helemaal niet bij zijn mooie democratische distinguo’s tussen wetten en grondwetten en verdragen.
Dat laatste wijst er al op dat multiculturaliteit over veel meer gaat dan alleen de aanwezigheid van mensen met een andere etnische of culturele achtergrond. We ontsnappen niet aan die bredere context, omdat elke zoektocht naar wie de andere is, tegelijk de vraag oproept: wie zijn wij?
Hoe banaal kunnen gedachten zijn? Onze auteur moet vermoeid zijn geweest. De man schrijft véél.
En dan blijkt de reëel bestaande multiculturaliteit wel erg ruim te zijn. Het dan gaat dan niet alleen om de welbekende verschillen tussen taalgroepen, regio's of filosofische overtuigingen. Daarnaast bestaat ook nog de diversiteit in generaties, waardoor jongeren en ouderen elk in hun eigen, aparte cultuur leven. Of de door genderverschillen ingegeven diversiteit. Of de sociale diversiteit, die nog steeds verder invreet als gevolg van de mechanismen van de sociale tweedeling.
“reëel bestaande” …iemand die deze twee woorden tegelijk nodig heeft kun je geen schrijver noemen, laat staan een denker. Ook zijn volgende inleidende zinnetje zul je niet vlug aantreffen bij een goede auteur (het cursief is van mij).
Lasagne

Door dat alles heen is nog een andere vaststelling van belang. Ze gaat over de cultuur of de identiteit die mensen zichzelf en anderen toewijzen. Het is niet mogelijk om mensen cultureel, laat staan religieus exclusief op te delen in grote, homogene groepen. Mensen combineren vaak grote pakketten, erg heterogene identitaire elementen, naar gelang van de concrete omstandigheden waarin ze zich bevinden.
Nochtans is bijvoorbeeld het onderscheid tussen geloven en niet-geloven vaak een kwestie van leven of dood. Het is dus wel mogelijk om nette indelingen te maken. In sommige culturen doet men dat ook, en daar is het nooit anders geweest. Om dat te weten hoef je geen geschiedenis te studeren: zelfs de lectuur van een kwaliteitskrant kan heel wat leren.
Elk individu beschikt niet over één helder, ondubbelzinnig aflijnbare identiteit, integendeel. Elk individu lijkt identitair nog het meest op een lasagne. Dat wil zeggen dat iedereen - autochtoon of allochtoon, maakt niet uit - zich kenmerkt door een reeks deelidentiteiten, die zoals bij een lasagne in laagjes op elkaar gestapeld liggen. Mensen kiezen voor loyaliteit en engagement aan een hele reeks erg diverse gemeenschappen, groepen of organisaties, die elk hun eigen cultuur genereren.
Mooie vondst van die lasagne, maar helaas niet van R. zelf. Laatst omschreef Matthias Storme (bij "Rondas" op Klara) zich nog op die manier: hij was een “lasagne-nationalist”. Had misschien vermeld kunnen worden? Maar het is een moeilijk vak en onze man sleept zich naar de eindmeet van zijn mini-essay. Toch: in de zin "Elk individu beschikt niet over één helder, ondubbelzinnig aflijnbare identiteit, integendeel" had hij dat laatste woord moeten schrappen. Het verzwakt de kracht van zijn voorgaande vaststelling (waar, het dient gezegd, alweer iets te veel adjectieven in voorkwamen). Maar laten we begrip hebben: elk woord is gewonnen denkt R. want elk woord wordt betaald. Elk woord kost onze auteur ook een druppel bloed en dat voel je als lezer.
Elk van ons deelt sommige van die identificaties met anderen en andere weer niet. Dat hangt af van waar we wonen, van ons temperament, onze zingevingsystemen, ons inkomen, onze leeftijd, onze interesses, ons sociaal en scolair kapitaal, onze hobby's, onze seksuele geaardheid of onze afkomst. Dat is ons pluralisme, onze diversiteit, onze multiculturaliteit.
Nu vraag ik je: zou iemand bereid zijn om een pint te drinken met een kerel die dat soort van banaliteiten debiteert, en die aanstalten lijkt te maken om nog een tijdje door te gaan? Hij vervolgt nu met een blijmoedig paragraafje, helaas alweer ingeleid met een zinnetje dat een redelijke auteur nooit uit zijn pen zou krijgen...
En het interessante daaraan is : tussen die verschillende deelloyaliteiten hoeft geen conflict te bestaan. Het ene sluit het andere niet uit. Mensen zijn niet voor één gat te vangen.

Maar een samenleving kan niet bestaan zonder interne cohesie. In een zo gediversifieerde samenleving is het evenwel niet zeer productief om op zoek te gaan naar een Leitkultur, naar eenheidsidentiteiten of culturele sokkels om die cohesie in te grondvesten. Al die zoektochten naar waarden en normen leveren bitter weinig op, behalve clichés en veralgemeningen waar niemand veel wijzer van wordt. En verder zijn ze toch doorgaans naast de kwestie, omdat ze het individu maar zelden in zijn volheid kunnen vatten.
Hij moet dat woord Leitkultur ergens opgevangen hebben, maar lijkt de term niet "in zijn volheid" te vatten en vangt er verder niets mee aan. Ik heb een suggestie voor een zinnetje in een volgend artikeltje van onze man: “Het begrip Leitkultur moet geproblematiseerd worden”. Zou dat niet sjiek staan?
Daarom is het nodig om de redenering om te keren, door niet uit te gaan van een dominante cultuur, maar van het individu zoals het is. De grondslag voor de maatschappelijke cohesie kan daarom alleen liggen in het volwaardige burgerschap van al wie zich tot de samenleving rekent. Het burgerschap kan iedereen garanderen dat hij of zij zich concreet kan integreren in de samenleving en daarin, in zijn volle culturele veelzijdigheid, een volwaardige plaats kan innemen, als noodzakelijke basis voor zowel respect als engagement.
“het individu zoals het is”? Deze vanzelfsprekendheid zou ik dan weer willen problematiseren.
En wat een vermoeiend baasje toch! “concreet”, “volwaardig”, “volle culturele veelzijdigheid”… het raisonneert maar door. Een teer punt raakt hij overigens aan: nooit eerder werd beschreven dat inwijkelingen zich keerden tegen het land van inwijking, en in volle culturele veelzijdigheid juist een haat ontwikkelden tegen de nieuwe omgeving.

Dat engagement is van belang, omdat burgerschap noch neutraal, noch passief is. Het veronderstelt, om te beginnen, het aanvaarden van de rechten en plichten die voortvloeien uit de brede, ideologische consensus waarop de samenleving zich heeft georganiseerd.

Bovendien krijgt dat burgerschap maar echt een kans als er een eind komt aan de nog altijd bestaande en soms uitdijende vormen van achterstelling, uitsluiting en discriminatie, die eenieders integratie in de weg staan. Pleiten voor een samenhangende, geïntegreerde samenleving is allerminst vrijblijvend. Het is een voluntaristische keuze om niet alleen respect en engagement maar ook solidariteit op te brengen.
Moet volgens R. dan werkelijk iedereen integreren ? Ik ook, jij ook? R.’s begrip “cultuur” blijft te vaag: hij heeft het voor zichzelf nog onvoldoende geproblematiseerd. "Voluntaristische keuze" laat ik onbesproken omdat zijn filosofische belachelijkheid dan al te pijnlijk wordt. Minder adjectieven Marc!

Een gemeenschap ontstaat niet zonder moeite en, letterlijk, niet gratis. De fiscale dogma's van tegenwoordig doen wel eens vergeten dat integratie en solidariteit worden geschraagd door een infrastructuur van gemeenschapsvoorzieningen, van scholen en klinieken en rusthuizen en openbaar vervoer en nog zoveel meer. Maar veel van die infrastructuur staat vandaag te verkommeren en het personeel dat erin actief is, krijgt bepaald geen loon naar werken. De Witte Woede is er om dat laatste te bewijzen.
Ja, dat vergeten wij wel eens, maar nu beseffen wij dat weer ... en nog zoveel meer!

Dat gebeurt door het fiscale dogma dat de overheid financieel zo goed als drooggelegd heeft. Het resultaat is dat die infrastructuur niet langer een factor van integratie dreigt te zijn, maar integendeel een bron van nog verdere maatschappelijke uitsluiting wordt. Dat geldt niet alleen ten aanzien van de zogeheten allochtonen, maar evenzeer van de zogeheten autochtonen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.
Een paar zinnetjes maar, en alweer stuk voor stuk stilistische uitschieters, want bv. die “dreiging” is juist door de auteur gewenst. Een licht gewijzigde woordvolgorde had hier nog iets kunnen redden misschien… maar is die fiscaliteit werkelijk de enige oorzaak?
De problemen die voortvloeien uit de migratiestromen van de late twintigste eeuw - en die zijn reëel - vormen maar één aspect van de al eerder gegroeide multiculturaliteit. Ze kunnen dan ook alleen in een holistische, brede context met succes worden aangepakt. Wie dat weigert, moet, als het zo is, maar eens de moed hebben om toe te geven dat termen als 'religie' of 'islam' alleen maar codes zijn, maatschappelijk aanvaardbaar lijkende metaforen waarachter niet zelden alleen raciale vooroordelen schuilgaan.
Holistische brede context... juist of onjuist? geen van beide: die zin betekent volstrekt niets. R. plaatst vragen en aanhalingstekens en “zogehetens” bij allerhande begrippen die daar niet om vragen, en hij gaat tegelijk voorbij aan moeilijke zaken. Aristoteles dacht het zijne over zulke manier van redeneren: het is een apaideusia zei hij, een gebrek aan vorming, als iemand vragen stelt bij begrippen die voor iedereen duidelijk en klaar moeten zijn, en anderzijds géén vragen stelt bij zaken die om een bewijs vragen. esti gar apaideusia to mè gignooskein tinoon dei zètein apodeixin kai tinoon ou dei: en ja, dat lijkt me nu een basis van overeenstemming die wij probleemloos als Cultuur kunnen bestempelen. Zo komt ook het bekende “wij-gevoel” tot stand, waar je bv. in Nederlandse, Duitse of Zwitserse kranten over leest.

Politici en opiniemakers moeten de moed opbrengen om hun educatieve taak ernstig te nemen en het idee van het integrale burgerschap voor te leggen aan de brede publieke opinie.
Hier wordt het baasje onbedoeld gevaarlijk, tenminste hij heeft blijkbaar plannetjes. Welnu: politici hebben geen educatieve taak! Die hebben zij enkel in totalitaire systemen maar niet in een democratie. Politici zijn geen leraars en geen opvoeders en geen vadertjes en geen roergangers. Zij moeten de burger niet “bewust maken” van allerhande zaken, integendeel: zij moeten luisteren naar wat er in de bevolking leeft, en vervolgens zelfstandig beslissingen nemen volgens hun eigen geweten en deontologie, onafhankelijk van de publieke opinie of wat daarvoor doorgaat, en daarbij moeten zij hopen dat ze de volgende keer herkozen zullen worden, maar ook die overweging mag niet hun motivatie zijn. En wat mag overigens het adjectief 'integraal' te betekenen hebben? Koekjes worden soms gebakken van “integrale granen” weten wij, met vliesjes en velletjes erbij bedoelt men dan, maar wat betekent dat voor een burger? Eens te meer Marc Reynebeau: met adjectieven toon je je gebrek aan substantie.

Dat is niet eens een onsympathieke opdracht, integendeel, de samenleving heeft er alleen bij winnen.

Hier is geen “integendeel”, maar we weten het: R. kan niet schrijven omdat hij niet zuiver redeneert.
o-o-o-o-o-o-o
...outre qu’il est absurde (ce qui ne ferait pas grand-chose),
il est très long et monotone (ce qui est insupportable).
Ferdinando Galiani, 1771.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html