Posts tonen met het label Badinter | Élisabeth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Badinter | Élisabeth. Alle posts tonen

15 februari 2026

Feminisme in de Verlichtingstijd


Dat Voltaire een feminist was, bewees hier eerder al Élisabeth Badinter. Over Casanova zegt zij meen ik niets, maar die was dat evenzeer, al wordt hij vaak anders afgeschilderd, en verward met Don Juan.

Beiden verdedigden bijvoorbeeld les femmes savantes tegen de opvattingen in van de zeventiende-eeuwers Molière en Boileau – geen algemeen gedeelde visie, ook niet één of zelfs twee-drie eeuwen later. Casanova deed dat behalve in zijn Histoire de ma Vie ook in een apart geschrift, Lana Caprina (geitenwol), titel die hij van Horatius leende.*

Hierin bespreekt hij de opvattingen van twee professoren van de universiteit van Bologna. In grote lijnen waren die twee het erover eens dat vrouwen niet denken zoals mannen: zij denken met hun baarmoeder zegt de ene, en de andere beweert zelfs dat de baarmoeder zélf denkt, de vrouw is een utero pensante.

Deze twee artsen bekvechten over onzin, maar provoceren elkaar alleen, en geen van beiden weet de ander de mond te snoeren.

Hij verwijt hen ook dat ze klassieke auteurs slecht begrijpen, en die zelfs verkeerd citeren om met hun wijsheden te kunnen pronken. On y trouve une érudition pillée, qui au lieu d'instruire, révolte, parce qu'elle est précaire. Er is sprake van gestolen eruditie die in plaats van te inspireren verontwaardiging oproept omdat ze op drijfzand rust.

Na lectuur van die twee boekjes beschouw ik me noch als vriend van Clodius, noch als vriend of vijand van Milo.** Ze mogen vechten, winnen, verliezen, mij maakt het niet uit, maar ik ben wel allertevredenst over hen beiden want ze hebben mij een onderwerp bezorgd om over te schrijven.

En hij haalt er ook even Averroës bij: ...die ons vol overtuiging het avontuur vertelt van een meisje dat zonder enig idee hoe het kwam zwanger was geraakt, gewoon door een bad te nemen. [...]

Geletterde mensen zouden zulke werkjes, die af en toe door geleerden worden geschreven en via de drukpers verspreid, alleen voor hun amusement moeten lezen. Zij kunnen er maar beter niet op reageren, tenzij om de grap nog wat verder uit te werken.

Giacomo Casanova ziet geen verband tussen denken en gedrag van de vrouw, en de uterus:

De opvoeding en de positie van de vrouw zijn de twee factoren die haar systeem van het onze onderscheiden; en onze opvoeding en onze positie zijn de twee factoren die ons denken van dat van vrouwen onderscheiden.

Wie volhoudt dat vrouwen alleen met hun baarmoeder denken, niet met hun hersenen, laat staan dat de baarmoeder helemaal zélf denkt, degradeert op een brutale manier het schone geslacht, avilit cavalièrement le beau sexe: hij verdient het dat hem nooit ook maar de minste gunst werd verleend, en in de toekomst nog veel minder: il mérite de n’avoir jamais reçu la moindre faveur, et beaucoup moins encore dans l’avenir.

Feminist was Casanova dus zeker wel, maar nog niet woke, en bijgevolg ging hij, zoals iedereen in die tijd, er verkeerdelijk van uit dat mannen niet kunnen baren: ...la femme, sans laquelle il ne lui serait pas aisé de se reproduire.


Lana Caprina
traduit de l'Italien par Léon Vèze
Bibliotheca Casanoviana
Paris, 1998, Éditions Allia

____________
 
  * Alter rixatur de lana saepe caprina, propugnat nugis armatus, een andere twist vaak over geitenwol, en trekt voor kleinigheden de wapenrusting aan – Brieven, I, 18, 15-16. In Rome was het een spreekwoordelijk twistpunt of geitenwol wel echt wol mocht heten.
** Titus Annius Milo doodde zijn politieke rivaal Publius Clodius Pulcher op de Via Appia (18 januari, 52 a.C.) en werd door Cicero verdedigd (Pro Milone).


5 november 2023

Een grootverbruiker

Dat de verlichte vorst Josef II keizer-koster werd genoemd, leerden wij op school. Hij bemoeide zich met de erediensten, bepaalde zelfs hoeveel kaarsen op het altaar mochten branden en beperkte het aantal kermissen in de Oostenrijkse Nederlanden. Vandaar.

Bij Élisabeth Badinter kun je over die man dingen lezen die men op school onvermeld liet, terwijl ze de lessen geschiedenis nochtans hadden kunnen verlevendigen.

In een voetnoot vernemen we:

À Mme de Herzelles, Joseph Kervyn de Lettenhove, Mémoires couronnés et mémoires des savants étrangers publiés par l'académie royale de Belgique, 2 juillet 1772: «Cet empereur, si ennemi des femmes [...] ne s’en sert que pour son amusement.»

Badinter verduidelijkt dit:
Il est vrai que s’il fréquentait le salon de quelques femmes de la haute aristocratie, en tout bien tout honneur, il faisait grande consommation de prostituées.*

Élisabeth Badinter
Le Pouvoir au féminin
Marie-Thérèse d’Autriche
Flammarion 2016, Livre de Poche p. 319


* Deze keizer, zo vijandig tegenover vrouwen [...] gebruikt ze alleen voor zijn amusement.
Het mag dan zijn dat hij in alle eer en deugd de salons van enkele vrouwen van de hoge aristocratie frequenteerde, van prostituees was hij een grootverbruiker.

3 december 2022

Was Voltaire een feminist?


Was Voltaire een feminist? Geen eco- of neofeminist natuurlijk, een klassieke feminist? Élisabeth Badinter zegt nadrukkelijk van wel.

Veertig jaar geleden schreef zij een boek over twee achttiende-eeuwse vrouwen, Mme du Châtelet en Mme d’Épinay.
Louise d’Épinay kwam hier eerder al aan bod, want zij verzorgde samen met Denis Diderot de eindredactie van een boek van Ferdinando Galiani, Dialogues sur le Commerce des Blés. Dat boek uit 1770 ging over vrijhandel versus protectionisme, een thema dat ook nu aan de orde is. Het verscheen, prachtig uitgeven in de reeks CORPUS des ŒUVRES de PHILOSOPHIE en LANGUE FRANÇAISE van Michel Serres, bij Fayard in 1984. Onbegrijpelijk, maar een Nederlandse vertaling is er tot op heden niet.

De tweede vrouw in Badinters boek, Émilie du Châtelet, is van de generatie vóór Louise d’Épinay. Zij vertaalde en becommentarieerde Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, en haar vertaling wordt nu nog gebruikt, want niemand deed haar dat na. Een zeer geleerde vrouw – Bernouilli, Leibniz en andere grote geesten correspondeerden met haar op gelijke voet – maar als haar naam vandaag valt is dat vaak als de minnares van Voltaire.

Wat Élisabeth Badinter beschrijft, is de strijd die deze vrouwen hebben moeten leveren, om erkend te worden in de mannenwereld:

Als men Voltaire kan omschrijven als feminist, dan is dat omdat hij door haar, en misschien dankzij haar, de vrouwen voortdurend prees. Hij zette zich af tegen Molière en was overtuigd van de intellectuele gelijkheid van beide geslachten, en zelfs van de superioriteit van het tweede. Toen hij zijn Alzire aan Mme du Châtelet opdroeg, rekende hij tegelijk af met de vrouwenhaters van de voorbije eeuw:
Nee, het is geen onfatsoen als vrouwen het wagen zich te ontwikkelen. Ja, Molière en Boileau dreven de spot met geleerde vrouwen en leken de vooroordelen van de barbarij te rechtvaardigen.
Voltaire stuurt de elegante Despréaux* terug naar zijn geliefde studies: "Tevergeefs wilde hij met zijn satire op de vrouwen een dame belachelijk maken die astronomie had geleerd; beter had hij die zelf bestudeerd.”
Voltaire besluit: "Onze tijd is er een waarin de dichter een filosoof** moet zijn, en waarin de vrouw er onverschrokken een mag zijn."

Na het prijzen van filosofische koninginnen en prinsessen, en van de verdiensten van Émilie, gaat Voltaire nog een stap verder in zijn apologie van geleerde vrouwen: "Een van de redenen waarom vrouwen die hun verstand gebruiken gewaardeerd zouden moeten worden, is dat alleen smaak hen daartoe brengt [...]. Voor ons mannen is het vaak uit ijdelheid, soms uit eigenbelang [...]. Geleerdheid is voor ons een middel om fortuin te maken..."

In zijn ogen kunnen vrouwen claimen te schitteren op alle gebieden die traditioneel voorbehouden zijn aan mannen. Toen in oktober 1736 in de Opéra Les Génies élémentaires werd opgevoerd op muziek van Mlle Duval, merkte hij op: "Als een opera van een vrouw succes heeft, zal me dat verheugen. Het bewijst [...] dat vrouwen tot alles wat wij doen in staat zijn, en dat het enige verschil tussen hen en ons is dat ze beminnelijker zijn.”

Voltaire was ook feminist door zijn respect voor vrijheden die immers niet het voorrecht van het mannelijk geslacht zijn. [...] Toen zij later filosofische standpunten innam die strijdig waren met de zijne, verdedigde Voltaire publiekelijk, zonder van mening te veranderen, het recht van Émilie om anders te denken. Hoewel hij het met haar oneens was, respecteerde hij nauwgezet haar Leibniziaanse stellingnames. Aan Dortous de Mairan, die zich hierover verbaasde, antwoordde hij: "Ik heb me daaraan gewend, net zoals ik mijn vrouw naar de woorddienst zou laten gaan als zij protestants was.”

Hieronder een vertaling van een fragment uit de bewuste tiende Satire van Boileau. Hij leidde die nog wel in met een verontschuldiging bij 'le beau sexe', omdat hij haar ondeugden zo ongenadig had geschilderd: "...la liberté que je me suis donnée de peindre ses vices.":

Ach met wat voor ijdele praatjes hou ik me bezig?
Met veel grotere, merkwaardiger thema’s
moeten terstond je geest en oog worden geboeid.
Wie biedt zich als eerste aan? Wel, het is die geleerde
die Roberval waardeert en Sauveur frequenteert.
Vanwaar haar troebele oogopslag en die vale teint?
Met de rekentabellen van Cassini, zegt men,
en een astrolabium in de hand, heeft zij
de hele nacht vanuit haar dakgoot Jupiter gevolgd.
Laten we haar niet storen. Haar wetenschap zal zich,
meen ik, vandaag met nog meer dingen bezighouden:
straks zal men bij Dalancé in haar aanwezigheid
nodig een nieuwe microscoop beproeven.
Vervolgens moet men bij Verney de dissectie zien
van het embryo van een dode vrouw.
Niets ontgaat de ogen van onze weetgierige.
Maar wie treedt nu in haar voetspoor? Het is een precieuze,
een restant van de ooit zo vermaarde geesten
die Molière met één slag kunstig onderuithaalde.

Over weetgierige vrouwen liet Molière in Les Femmes savantes
(acte Ier, scène 3) zijn personage Clitandre zeggen: Ik ben het ermee eens dat een vrouw overal inzicht in mag hebben, maar wat mij choqueert is dat driftige studeren, net om dan geleerd te zijn. En ik vind het fijn als zij op gestelde vragen, ook al kent zij het antwoord, onwetendheid voorgeeft. Vaak vind ik het wenselijk dat zij haar kennis voor zich houdt, en van dingen wel weet heeft, zonder te willen dat dit ook bekend wordt, zonder auteurs te citeren, zonder grote woorden, en zonder bij haar minste uitlating altijd gevat te willen zijn.


__________
  * Met zijn volledige naam heette hij Nicolas Boileau-Despréaux,
** Wat toen ook wetenschapper betekende.

Élisabeth Badinter
Mme du Châtelet, Mme d’Épinay
ou l’Ambition féminine au XVIIIe siècle
2e édition mise à jour, Paris, Flammarion 2006
Livre de Poche gaf het in 1983 uit met als titel
Émilie, Émilie
ou l’Ambition féminine au XVIIIe siècle

Nicolas Boileau
Satires, Épîtres, Art poétique
Édition de Jean-Pierre Collinet
Éditions Gallimard 1985

20 oktober 2020

Een linkse tekst van 1989

In Frankrijk lijkt men zich na de shariamoord op de leraar stilaan bewust te worden van een aantal zaken die nog tot voor heel kort onbespreekbaar waren, al waren die dertig jaar geleden zelfs voor links vanzelfsprekend, zoals u zult lezen.

Vandaag gebruiken politici woorden die bijvoorbeeld Zemmour niet in de mond zou nemen, ook al omdat hij er beter de draagwijdte van snapt. Zo zei Macron: ‘De angst moet van kamp veranderen’, maar een staat moet geen angst aanjagen, hij moet de wet doen respecteren. Je voelt dat Emmanuel graag nog eens verkozen zou worden. En zijn minister Darmanin sprak over een 'fatwa', zonder te begrijpen wat hij zei. Misschien is het hem intussen wel uitgelegd. Wie de islam voorheen nooit ernstig heeft genomen kent natuurlijk bepaalde begrippen niet echt, en in paniek gebruikt men die dan toch maar.

CNews besteedde aandacht aan een artikel van dertig jaar terug, in een links blad, en daaruit bleek dat men in die kringen toen wél nog begreep wat voor vlees men in de kuip had:


Pascal Praud: De ontkenning… de ontkenning interesseert me. De ontkenning interesseert me omdat ik uiterst toevallig een Nouvel Observateur van 1989 heb teruggevonden. 'Profs, laten we niet capituleren!' en hij herinnert ons aan de hoofddoekenkwestie, we herinneren ons Jospin, minister van Onderwijs, die zei:

De jonge meisjes die binnenkomen met een hoofddoek, die moet men proberen te overtuigen hem af te leggen, maar als dat niet lukt moeten de lessen doorgaan en moet men hen toelaten.

Totale overgave dus. Bon, het is dus 2 november 1989. Het grote blad dat de Nouvel Observateur was, dat grote geweten van links, met Jean Daniel, het republikeinse links, het links waar wij van houden, hart en ziel van dat links zijn vervlogen. Dat het dood is kun je niet zeggen, maar waar zit dat links nu?
Jean-Claude Dassier: Ergens ver weg!
Pascal Praud: Er staat een vrije tribune in, getekend door Élisabeth Badinter, intussen naar rechts overgegaan, Régis Debray, intussen naar rechts overgegaan…
Ivan Rioufol: We zouden blij moeten zijn!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, intussen naar rechts overgegaan, en Cathérine Kintzler. Nee, maar wat een formidabel intellectueel parcours hebben die mensen niet afgelegd! Want Régis Debray, vandaag is hij reactionair en conservatief...
Sophie Obadia: Niet eens rechts…
Pascal Praud: …omdat links en rechts niets meer voorstelt.
Sophie Obadia: Conservatief.
Pascal Praud: …en wat lees ik in dat ingezonden stuk? Wat staat er geschreven in dat stuk van 31 jaar terug? Het richt zich tot de minister van Nationale Opvoeding, Jospin:

Onderhandelen zoals u dat doet, en daarbij aankondigen dat u zult toegeven, dat heeft een naam: capituleren. ‘Diplomatie’ van dat slag moedigt juist diegenen aan die men wil paaien – en als zij morgen vragen dat de studie van Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) waar ons onderwijs vol van zit ...hun kinderen bespaard zou blijven, hoe zal men hen dat kunnen weigeren? Door uitsluiting?

Wat zegt dit stuk nog meer?
«Alle kinderen verwelkomen», zegt u. Ja, maar dat heeft nooit betekend: samen met hen ook de religie van hun ouders als zodanig binnenhalen. De islamitische hoofddoek dulden is niet een vrij wezen ontvangen (een meisje in dit geval), het is de poort openzetten voor diegenen die besloten hebben om haar, zonder discussie en voorgoed het hoofd te doen buigen. In plaats van dit jonge meisje een ruimte van vrijheid aan te bieden, zegt u haar dat er geen verschil is tussen de school en het huis van haar vader.

Zo schreef men 31 jaar geleden, en ik besluit:
Door de facto de islamitische sluier toe te laten, symbool van de vrouwelijke onderwerping, geeft u een blanco volmacht aan de vaders en broers, en dus aan het hardste patriarchaat op deze planeet. Tenslotte komt het hierop neer dat niet langer respect voor de gelijkheid van de seksen en de vrije wil de wet uitmaken in Frankrijk.

Ziedaar wat er geschreven stond in een groot links blad, 31 jaar geleden. Het kon vandaag geschreven zijn. En men heeft Niets gedaan, 31 jaar van ontkenning, en deze tekst bewijst dat.

 

Pascal Praud: Le déni…le déni ça m’intéresse. Le déni ça m’intéresse parce que j’ai retrouvé, par le plus grand des hasards d’ailleurs, Le Nouvel Observateur de 1989: Profs, ne capitulons pas! on nous souvient de l’affaire du foulard, on se souvient de Jospin, ministre de l’Éducation, qui dit: les jeunes gens qui entrent avec un foulard, il va falloir les convaincre de l’enlever, mais si on n’y arrive pas il faudrait faire le cours, et on doit les accueillir.
Démission totale. Bon, on est donc le deux novembre 1989. Ce grand journal qu’était le Nouvel Observateur, cette grande conscience de gauche avec Jean Daniel, la gauche républicaine, la gauche qu’on aime, la gauche qui s’est évanouie cœurs et biens, on ne peut pas dire qu’elle est morte, mais où est-elle, cette gauche-là?
Jean-Claude Dassier: Elle est très loin!
Pascal Praud: Il y a une tribune qui est signée par Élisabeth Badinter, passée à droite depuis, Régis Debray, passé à droite depuis…
Ivan Rioufol: On pourrait être content!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, passé à droite depuis, Élisabeth de Fontenay, passée à droite depuis, et Cathérine Kintzler. Non, mais c’est formidable, le parcours intellectuel de ces gens-là! Parce que Régis Debray, il est réactionnaire et conservateur aujourd’hui…
Sophie Obadia: Même pas de droite…
Pascal Praud: …parce droite-gauche ça ne veut rien dire. Je veux dire réactionnaire et conservateur…
Sophie Obadia: Conservateur.
Pascal Praud: …et qu’est-ce que je lis dans cette tribune? Il y a 31 ans, qu’est-ce qui est écrit dans cette tribune? Ils s’adressent au ministre de l’Éducation Nationale, Jospin:
Négocier, comme vous le faites, en annonçant que l’on va céder, cela porte un nom: capituler. Une telle « diplomatie » ne fait qu’enhardir ceux-là mêmes qu’elle se propose d’amadouer –et s’ils demandent demain que l’étude des Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) qui encombrent notre enseignement soit épargnée à leurs enfants, comment le leur refuser? Par l’exclusion?
Que dit encore cette tribune?
«Accueillir tous les enfants», dites-vous. Oui. Mais cela n’a jamais signifié faire entrer à l’école, avec eux, la religion de leurs parents, telle quelle. Tolérer le foulard islamique, ce n’est pas accueillir un être libre (en l’occurrence une jeune fille), c’est ouvrir la porte à ceux qui ont décidé, une fois pour toutes et sans discussion, de lui faire plier l’échine. Au lieu d’offrir à cette jeune fille un espace de liberté, vous lui signifiez qu’il n’y a pas de différence entre l’école et la maison de son père.
Ça a été écrit il y a 31 ans, et je termine:
En autorisant de facto le foulard islamique, symbole de la soumission féminine, vous donnez un blanc-seing aux pères et aux frères, c’est-à-dire au patriarcat le plus dur de la planète. En dernier ressort, ce n’est plus le respect de l’égalité des sexes et du libre arbitre qui fait loi en France.
Voilà ce qu’a été écrit dans un grand journal de gauche il y a 31 ans. Ça pourrait avoir été écrit aujourd’hui. On n’a rien fait. 31 ans de déni, ce texte est la preuve.

15 februari 2020

De laksheid van politici


De advocaat Richard Malka van Mila (en intussen ook van Benjamin Griveaux) zei nog wel meer behartigenswaardige dingen bij REACnROLL. Zo gaf hij zijn mening over de al dan niet islamisering van de samenleving. Zover zal het niet komen meent hij, een Soumission zoals Houllebecq die beschrijft acht hij onwaarschijnlijk. Wat hij wel denkt is dat bevolking meer en meer op het Rassemblement National van Marine Le Pen zal stemmen. Dat vooruitzicht stemt hem niet vrolijk. De oorzaak hiervoor ligt bij de redelijke, de gematigde, de bezadigde politici die niets ondernemen dat de bevolking kan geruststellen. Blijft natuurlijk de vraag wat zij dan kúnnen ondernemen zonder in het spoor van het Rassemblement National te treden.
Eerst vroeg men hem nog of hij contact had gehad met het Élysée, voor hij Belloubet op haar plaats zette:

Richard Malka : Ik ben alleenstaand advocaat, met één associée. Nee, het is geen multinational dus ik heb wel wat omhanden. En contacten met het Élysée of zo heb ik niet… nee, daar weet ik helemaal niets over. Dit gezegd zijnde, luister ik natuurlijk wel naar de uitspraken van Emmanuel Macron over dit onderwerp, al sinds zijn verkiezing. Overigens vind ik zijn discours meestal goed als hij het zo nu en dan heeft over de laïcité en zulke kwesties. Wat hij daarover zegt vind ik goed. Mijn probleem is dat ik niet goed zie wat erop volgt. Want met toespraken alleen gaat het niet. Woorden zijn belangrijk en moeten er zijn, maar dan moeten er daden volgen. En om eerlijk te zijn, wat dat betreft gebeurt er niet veel. Ik hoop dat het er nog van komt maar het is al laat, echt laat.
Ik herinner me, toen ik de advocaat van Baby Loup was – want dat ben ik ook nog geweest – dat Élisabeth Badinter bijzonder pessimistisch was. Maar in 2007 zelfs was het al heel laat, heel laat. En om voor de laïcité weer plaats in te ruimen, voor het concept vrijheid, om de passies te bedaren is het al laat. En het zal niet zonder moeite gaan.
Ik meen dat men de zaken veel te lang op hun beloop heeft gelaten. Bon, ik ben tenslotte geen politicus hè, maar al probeer ik optimistisch te blijven, wat dit betreft wordt het ingewikkeld. Ik denk dat er …maar de bewustwording is een feit! Ik zie niet in hoe dit moet eindigen als niet de redelijke politici – van links en van rechts, diegenen die met verstand en niet met passies willen handelen – als die niet deze kwesties te lijf gaan, dan zie ik het in extremen uitmonden.

Élisabeth Lévy : Maar ziet u niet waar dit naartoe gaat? Herlees dan Soumission.

Richard Malka : Voor mij draait het daar niet op uit. Die hypothese is er, en er is de hypothese dat men, voor het zover komt, zijn stem aan het Rassemblement National zal geven. Dat is wat ik eerder zie gebeuren. Maar geen van die twee uitkomsten bevalt me. Ik probeer dus te vechten tegen die twee hypotheses, en daarom probeer ik verklaringen te geven, te overtuigen, voilà.



Richard Malka : Je suis un avocat seul, avec une associée. Non mais c’est pas une multinationale, donc j’ai déjà beaucoup à faire. Bien voilà, moi j’ai pas de contacts avec l’Élysée ou …non, je n’en sais rien du tout. Après, bien j’écoute les discours d’Emmanuel Macron sur ce sujet-là évidemment depuis qu’il a été élu. D’ailleurs ses discours, moi ci et là quand il évoque la laïcité ou ces questions-là, je trouve ça très bien en général. Je trouve qu’il en parle bien. Mon problème c’est que je ne vois pas très bien après ce qui se passe. Parce que il ne peut pas y avoir que des discours. C’est important les mots, il en faut, mais après il faut des actes. Et là, il ne se passe grand-chose, honnêtement. Donc j’espère que ça va arriver mais il est déjà tard, vraiment tard.
Moi je me rappelle que, quand j’étais l’avocat de Baby Loup – parce que j’étais ça aussi – Élisabeth Badinter était très pessimiste. Mais déjà en 2007 il est déjà très tard, très tard. Et pour remettre de la laïcité, du concept de liberté, apaiser les passions, il est déjà tard. Et ça ne se fera pas sans frais.
Je pense qu’on a laissé faire beaucoup trop longtemps. Bon, moi je ne suis pas politique après, hein, mais en cela, en dépit du fait que j’essaye d’être optimiste, là ça devient compliqué. Je pense qu’il y a… mais la prise de conscience elle est là. Je ne vois pas comment ça peut se terminer si les politiques raisonnables – de gauche comme de droite, ceux qui veulent agir avec raison et pas avec passion – ne s’emparent pas à bras le corps de ces questions-là, pour moi on va aux extrêmes.
Élisabeth Lévy : Mais vous ne voyez pas comment ça peut se terminer ? Relisez donc Soumission.
Richard Malka : Pour moi ça ne se terminera pas comme ça. Il y a cette hypothèse-là, et il y a l’hypothèse où avant on votera pour le Rassemblement National. Et je pense que c’est plus ça qui se passera. Mais les deux cas ne me vont pas. Donc j’essaye de me battre contre ces deux hypothèses-là, et c'est pour ça que j’essaye d’expliquer, de convaincre, voilà.

6 maart 2018

Iets verder kijken dan de volgende verkiezingen


In Frankrijk is men soms een stapje verder dan hier, en dus gaat de discussie daar niet meer over de hoofddoek, maar over de boerka. En Mieke Van Hecke beweert dan wel dat ze ‘de feministische literatuur’ kent, maar ik vraag me toch af of ze Elisabeth Badinter wel eens gelezen heeft. Wat ze in Frankrijk namelijk al jaren weten, is dat de hoofddoek maar een opstapje is naar het echte werk.
Over sociale en familiale druk rond ‘da lapke stof’ – om met Steve Stevaert te spreken – deed Mieke in elk geval geringschattend in het gesprek met Darya Safai. Als die druk, áls die er zou zijn, dan had ze haar antwoord klaar: pesten komt ook voor hé! Om helemaal in het idioom van de cafépraat te blijven had ze nog kunnen toevoegen ‘ge moogt niet vloeken ook hé!’
Mieke lijkt niet te snappen welke politiek achter al die hoofddoeken zit: een politiek op lange termijn, die stap voor stap gaat, en meer en meer het openbare terrein verovert. Maar zoiets snappen is ook veel gevraagd als er gemeenteraadsverkiezingen zitten aan te komen.
Laat ik daarom een stukje vertalen van een feministe die de draagwijdte van de islamiseringspolitiek wél snapt:


Adres aan diegenen die vrijwillig de boerka dragen

Nadat de hoogste religieuze islamitische gezagsdragers verklaard hebben dat kledij die het lichaam en aangezicht helemaal bedekt niet onder een religieus gebod valt, maar uit de traditie voortkomt, wahabitisch voor de enen (Saoedi-Arabië), en pasjtoen (Afghanistan/Pakistan) voor de anderen, gaat u dan nog door met de volledige bedekking van uw gezicht?
Aldus onttrokken aan andermans blik, moet u zich er wel rekenschap van geven dat u wantrouwen en angst opwekt, zowel bij kinderen als volwassenen. Zijn wij in uw ogen dan in die mate verachtelijk en onrein dat u ons alle contact weigert, elke omgang, en tot zelfs een glimlach van herkenning?
In een moderne democratie, waar men transparantie en gelijkheid der geslachten tot stand wil brengen, laat u ons brutaal weten dat dit alles uw zaak niet is, dat de verhouding met de anderen u niet aangaat, en dat onze strijd niet de uwe is.
Dan vraag ik me toch af: waarom niet in een land als Saoedi-Arabië of Afghanistan gaan leven, waar niemand u zal vragen om uw aangezicht te laten zien, waar uw dochters op hun beurt gesluierd zullen zijn, waar uw man polygaam zal zijn en u zal kunnen verstoten als hem dat zint, wat ginds veel vrouwen zozeer te lijden hebben.
Eigenlijk misbruikt u de democratische vrijheden om ze tegen de democratie te keren. Of u het nu met subversieve bedoelingen, of als provocatie, of uit onwetendheid doet, het echte schandaal niet zozeer de blik die u ons misgunt, maar wel de klap die u uitdeelt aan al uw onderdrukte zusters die de dood riskeren om eindelijk de vrijheden te kunnen genieten die u veracht. Vandaag is dat uw keuze, maar wie weet of u morgen niet gelukkig zult zijn er een andere te kunnen maken. Zij kunnen dat niet… denk daaraan.
Élisabeth Badinter
9 juli 2009

20 september 2013

Hoe men over de doodstraf dacht in de Verlichting, en hoe men er vandaag over denkt


Élisabeth en Robert Badinter werden vandaag doctores honoris causa van de ULB. Je hebt universiteiten die licht omspringen met dit soort doctoraten en ze bijvoorbeeld uitdelen aan tennissers (VUB) of aan Coburgs (KUL), maar de ULB hoort daar niet bij. Het echtpaar Badinter heeft echte verdiensten.
Élisabeth is auteur en filosofe (en zakenvrouw). Haar man is advocaat, en was in de regeringen van Pierre Mauroy Minister van Justitie, of Garde des Sceaux zoals dat in Frankrijk heet met een naam uit het Ancien Régime. Hij kon na een lange strijd een wet laten goedkeuren die de doodstraf in Frankrijk afschafte.

Samen schreef het echtpaar meerdere boeken, waaronder biografieën zoals het standaardwerk “Condorcet, un intellectuel en politique”, 1988 bij Fayard. Ik noem nu speciaal dit boek omdat ik het deze zomer las, en omdat Condorcet al in de XVIIIde eeuw vocht tegen de doodstraf. Hij deed dat samen met mensen als de jurist Cesare Beccaria, wiens boek “Dei delitti e delle pene” van 1764 grote indruk had gemaakt in Europa, tot aan de Duitse en Russische Hoven toe. Het boek werd namelijk onmiddellijk in alle talen vertaald. Bij de moderne Franse vertaling (Flammarion, 1991) schreef Robert Badinter een schitterend voorwoord.

En nu lezen we even wat de bekende strafpleiter Piet Van Eeckhaut deze zomer in Humo verklaarde:
«Ik ben lange tijd een tegenstander geweest van de doodstraf. Ik ben een groot bewonderaar van François Mitter[r]and en zijn minister van justitie. Zij hebben in Frankrijk, het land van de guillotine, in 1981 de doodstraf afgeschaft. Maar vandaag vraag ik me toch af wat je met sommige hardcore misdadigers moet doen. Iemand die een weerloze oude vrouw doodt in haar eigen huis, ik weet niet of we daar zo veel mededogen voor moeten hebben. Ik vind dat wij, in uitzonderlijke gevallen, de filosofische en religieuze bezwaren opzij moeten zetten. Sommige mensen moeten verdelgd worden. Weinigen, maar ze zijn er.»

Iemand moet dat voorwoord van Badinter eens luidop voorlezen aan zijn bewonderaar meester Van Eeckhaut, het zijn maar 39 pagina’s. Of hij moet zelf eens lezen wat Condorcet te vertellen had in zijn brieven, verhandelingen en krantenstukken.
Voor een grondige bespreking van Condorcets argumenten is hier geen plaats, maar zelfs een terzijde van hem is de moeite waard en bevat een argument dat een strafpleiter zal aanspreken. Condorcet was behalve politicus ook een beroemde wiskundige en statisticus, nauwelijks minder geniaal dan bijvoorbeeld Leonhard Euler die hij bezocht en met wie hij correspondeerde.
Condorcet stelt dat gerechtelijke dwalingen niet te vermijden zijn, en dat ze statistisch eenmaal vaker voorkomen in zaken waar de emoties sterk oplaaien. Nu spreken feiten waar de doodstraf op staat altijd sterk tot de gemoederen, dus ook tot die van de rechters.

Statistieken zijn niet altijd leugens en misschien moet meester Van Eeckhaut hier eens aan denken als hij het heeft over zijn “weinigen”, en over “principes die overboord moeten”. Moet dat “verdelgen” van hem dan maar zonder principes?

Overigens moet hij ons ook nog vertellen hoe dat verdelgen precies in zijn werk zal gaan. Zullen we alvast de guillotine van het Gravensteen een opknapbeurt geven? of verkiest hij de wat modernere elektrische stoel? de gifspuit kan natuurlijk ook, lekker clean. De dood met de kogel moet mijns inziens voorbehouden blijven voor militairen, of onder omstandigheden ook voor incivieken.

Nu, welke methode Van Eeckhaut ook verkiest, zeker is dat het ambt van beul weer in het leven moet worden geroepen. En ambtenaren moet je aanwerven volgens bepaalde procedures. Wil Piet daarvoor Selor inschakelen, of kan het ook met een gewone politieke benoeming?


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html