Het Nieuws decoderen
C'est palpitant comme la gazette d’hier, even opwindend als de krant van gisteren, schreef Alexandr Poesjkin ergens in een brief (opgenomen in een boek van Karel van het Reve dat ik niet onmiddellijk terugvind).
Altijd interessant echter is oude essays herlezen, tenminste als ze afkomstig zijn van verstandige mensen. Van Saul Bellow bijvoorbeeld. Deze Joods-Russisch-Canadese Amerikaan gaf in mei 1990 een speech aan Oxford University met als titel The Distracted Public –na te lezen in het boek hieronder– en hiervan moet gewoon niets worden teruggenomen.
Kranten moet je spaarzaam, behoedzaam en defensief lezen. Je weet heel goed dat journalisten het zich niet kunnen veroorloven je ronduit te vertellen wat er gaande is. Er zijn gedegen waarnemers die menen dat de pers de Amerikanen geen enkel waarheidsgetrouw beeld van de wereld kan geven. Het geschreven woord is onbetrouwbaar en het gesproken woord van tv en radio mist zin voor verantwoordelijkheid. De politiek analist Michael Ledeen stelt dat “veel van de huidige mediasterren er volledig van overtuigd zijn dat zij de nationale agenda moeten bepalen”. De macht van de media, zegt hij, is macht die de regering is ontnomen. De pers in Washington heeft bewezen dat zij regeringsleiders kan vernietigen, en wordt bijgevolg zeer gevreesd. De regering lijkt zich niet bewust van haar gezag en weet niet uit te leggen wat de gronden voor haar beslissingen zijn. Haar tegenspeler, de pers, interpreteert het optreden van de regering op een manier die het oordeel van het publiek ondergraaft. Het jargon dat beide partijen gebruiken prikkelt, het boeit, het verwart, het beangstigt, leidt tot verwarring, het vernietigt de samenhang en maakt elk inzicht volstrekt onmogelijk.Gregory, 69, a retired California psychotherapist, chronicles his father’s rising fury in the 1960s and ’70s with black and feminist militancy and academia’s rejection of the great writers as “dead white men.” He describes Bellow’s rage at having been shouted down at San Francisco State University as “old, irrelevant and impotent.” Zeker dat laatste verwijt is enigszins onterecht, aangezien Bellow op zijn vierentachtigste nog een dochter had bij zijn vijfde vrouw.

















