Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen

2 september 2007

Aan burgemeester Thielemans warm aanbevolen

.
Die Stadt Göttingen, berühmt durch ihre Würste und Universität… is de aanhef van een beroemd reisverslag, Die Harzreise, dat Heinrich Heine in 1824 schreef. Hij had geen beste herinneringen aan zijn studentenjaren daar. Nur gut ochsen kann man hier, alleen goed blokken gaat hier, schreef hij aan zijn vrienden in Düsseldorf.
Heine mag dat zeggen, maar wij zullen dadelijk toch een boek ter hand te nemen dat door een professor dezer universiteit is geschreven.
Dr. Tilman Nagel heeft in Göttingen, of elders, blijkbaar buitengewoon goed geblokt want hij is Arabist, islamwetenschapper, gezaghebbend koranvertaler, wereldbefaamd om zijn gespecialiseerde werken. En hij schreef vóór enkele jaren ook iets voor ons leken:



Islam, die Heilsbotschaft des Korans
und ihre Konsequenzen

(2001, WVA, Verlag Skulima – Westhofen).


Ik vertaal een paar bladzijden, eigenlijk ter intentie van figuren als burgemeester Thielemans en andere democratische politici. À l’usage des bien pensants om zo te zeggen, want die mensen promoten wel hun eigen imaginaire versie van multiculturalisme, maar dit is er een andere:

[pp.104-6] Op islamitisch grondgebied wonende "bezitters van de Schrift", namelijk de joden en christenen die van Mozes, respectieve-lijk Jezus de wet hebben ontvangen maar deze niet foutloos hebben bewaard, doen er goed aan zich aan te sluiten bij de islam – of, volgens de mosliminterpretatie van de geschiedenis: opnieuw aan te sluiten.
[De bijbelse aartsvader Abraham was volgens de koran namelijk al islamiet. Zijn boodschap is daarna vervalst. Voor zover Abraham als historisch personage heeft bestaan, moet dat voor hem een lelijke verrassing zijn geweest.]
Slechts weinigen onder de joden en christenen zijn gelovig, heet het in Sura 3,110. Wat daarmee bedoeld wordt blijft onduidelijk; enkele commentatoren denken bij deze woorden aan de Negus, die vóór de hedsjra asiel zou verleend hebben aan enkele Mekkaanse aanhangers van Mohammed.
De overige andersgelovigen kunnen, zoals in Sura 3,111 benadrukt wordt, in het slechtste geval moslims soms krenken, maar nooit zullen zij hen in de strijd overwinnen, omdat zij niet op Gods hulp kunnen rekenen. Dat komt hierdoor dat eertijds Abraham, en nu de moslims, maar niet de joden of christenen God het meest nabij was (Sura 3, 67 e.v.).
Binnen het gebied dat aan de islam toebehoort, kan daarom aan joden of christenen die er vast verblijven enkel een ondergeschikte rechtsstatus worden toegekend, vergeleken met die van moslims.
In de op vroeg-islamitische overleveringen berustende sharia-voorschriften komt dit ondubbelzinnig tot uitdrukking omtrent de “schriftbezitters” (ahl al-kitab), waartoe ook de zoroastristen gerekend worden. Zij kunnen geen militaire dienst doen, en hebben niet het recht om wapens te dragen; door speciale kledij en een eerbiedige houding tegenover de moslims moeten zij er blijk van geven dat zijzelf niet tot “de beste gemeenschap” behoren; hun cultusgebouwen kunnen zij behouden, maar omdat die zijn toegewijd aan een eredienst die door de islam is achterhaald, kan het onder-houd ervan enkel met uitdrukkelijk verlof van de moslimoverheden; omdat zij geen soldaten mogen leveren zijn de “schriftbezitters” aangewezen op “bescherming” (dhimma), die de moslims hun waarborgen, en waarvoor zij een hoofdelijke belasting (dzjizjia) betalen, welke moslims niet verschuldigd zijn (vgl. Sura 9,32).
De overheid had er derhalve een zeker belang bij om in het “gebied van de islam” het aantal nieuwe bekeerlingen niet al te snel te laten oplopen. Toen in de midden- en late Omajadentijd (eind 7de tot begin 8ste E.) de veroveringsoorlogen onrendabel werden, en er in de veroverde gebieden veel mensen tot de islam overgingen, raakte het Rijk in een diepe crisis. Tot in de 19de E. toe, toen de Osmanen door de Europese grootmachten geprest werden om een stelsel in te voeren dat aan alle staatsonderhorigen, ongeacht hun religie gelijke rechten zou geven, bleef de politiek van de moslimheersers tegenover andersgelovigen weifelend. Enerzijds moesten de overheden rekening houden met de aanpassingsdruk die door de moslimmeerderheid werd uitgeoefend op de “bezitters van de Schrift”, anderzijds wisten zij deze laatsten naar waarde te schatten, niet enkel om fiscale redenen, maar ook omdat er uit hun midden vaak bekwame en loyale beambten voortkwamen. […]
[De "traditionele verdraagzaamheid van de islam", waar bijvoorbeeld een amateur-islamoloog als Lucas Catherine het graag over heeft, komt bij Tilman Nagel in een ander daglicht]
Anders dan voor de “bezitters van de schrift” blijft er voor de aan-hangers van religies zonder openbaringsboek, bijvoorbeeld de autochtone religies van zwart Afrika, volgens de sharia geen andere keus dan de overgave aan de islam of de dood, voor zover zij zich in het “gebied van de islam” bevinden. Juridisch worden zij gelijkgesteld met de heidense Mekkanen, tegen wie Mohammed vanuit Medina ten oorlog trok.
[zie hiervoor, en ook voor die kwestie met de Negus, Hans Jansen, met zijn schitterende "biografie" van de Profeet]
Voor apostaten, mensen die de islam verlaten voor een andere religie, het christendom bijvoorbeeld, gelden bijzondere bepalingen. Aan hen moet de islamitische machthebber de gelegenheid tot be-rouwvolle inkeer bieden; slaan dezen het aanbod af, dan is hun leven verbeurd. Het argument daarbij is dat er een voorbeeld gesteld dient te worden, zodat de gemeenschap als geheel geen schade lijdt in haar geloofstrouw.
Verwijzend naar dit gevaar, aarzelen de moderne islamitische staten dus om de vrijheid van religie te erkennen als mensenrecht. Op hun grondgebied bemoeilijken zij bijgevolg min of meer de propaganda voor andere religies, die vanuit moslimstandpunt toch niets anders kunnen beogen dan de verstoring van de “beste gemeenschap”, en de terugval in een fase van de menselijke geschiedenis die met de roe-ping van Mohammed tot Profeet onwederroepelijk tot haar voltooiing is gebracht.

.

13 januari 2007

Hoe krijgen wij dit bocht ...aan 't domme plebs verkocht ?

.
Een collega-blogger, Vincent De Roeck, had laatst een boekbespreking die het waard is om gesignaleerd te worden. Zij gaat over "Een brug te ver : Turkije in de Europese Unie" van de Europarlementsleden Philip Claeys en Koenraad Dillen.
Van dit boek had ik geen weet, want het valt onder het cordon médiatique, zodat het in de pers wellicht geheel onbesproken is gebleven. Misschien keek ik slecht, maar aangezien onze goede pers de gewoonte heeft om enkel de boodschappers en nooit de boodschap in aanmerking te nemen, zou het geen wonder zijn.
Toch had ik enkele bedenkingen bij De Roecks recensie:


Uitstekend overzichtsartikel collega Vincent, een echte status quaestionis, gebaseerd op een uitstekend boek vermoed ik. Zeer bedankt dus, maar een inhoudelijk antwoord van Belgische politici mogen wij helaas niet verwachten. Zij zullen er het zwijgen toe doen, misschien in het besef dat die toetreding al lang is toegezegd ...door Washington. Dit pure machts-aspect had, meen ik, wat meer aandacht verdiend, misschien ook in het boek (dat ik niet bezit).

Hoe krijgen wij dit bocht
aan 't domme plebs verkocht,
lijkt nog de enige vraag die "democratische" Belgische en EU-politici zich stellen. Als wij mogen spreken van een bescheten Europese Commissie: al kennen zij ongetwijfeld alle fundamentele tegenargumenten, die mogen niet langer gelden.
Bush heeft immers al meer dan eens openlijk zijn steun betuigd, en Rice heeft nog stilletjes onderhandeld tijdens de laatste "Cyprus-kwestie", die naar goede gewoonte is opgelost door alles maar weer uit te stellen.
Diezelfde Bush, de man met de wijde blik (die echter pas tijdens zijn oorlog op de hoogte werd gebracht van het aloude en grondige verschil tussen shiïeten en sunnieten) ...zingt de lof van de Turkse "brugfunctie" tussen de wereld van de islam en die van het Westen. Dat pontifex Bush elders bruggen wil bouwen is buitengewoon deugdzaam, maar ...laat hem thuis misschien eerst die muur afwerken, waarmee hij een christelijk land als Mexico hermetisch van het zijne wil scheiden.
Het toverwoord "geopolitiek" komt vaak uit zijn mond. En al beseft nog een kind: that is far above his head! , Bush wordt toch braafjes gevolgd door mensen die beter kunnen weten, zoals Karel De Gucht, en natuurlijk door mensen als Louis Michel of Karel Pinxten, die ook graag eens een geleerd woord laten vallen. Hun lijfjournalistjes doen braaf mee, dat spreekt.
Van Miert is de enige niet-Belangpoliticus die jouw standpunt met kracht verdedigt Vincent, maar hij staat aan de wal. Bij diegenen die nog wel op het ondemocratische EU-schip zitten, klinken de schaarse protestjes zwak en ongeloofwaardig.
.

6 januari 2007

VOCABULAIRE EUROPÉEN des PHILOSOPHIES

.

December 2004 verscheen, onder de leiding van filosofe Barbara Cassin, bij Le Seuil/Le Robert een stevig naslagwerk: VOCABULAIRE EUROPÉEN des PHILOSOPHIES, ondertitel DICTIONNAIRE des INTRADUISIBLES. Groot formaat, 1560 pagina’s, twee kolommen, weinig wit, indrukwekkend werk.

Termen uit de klassieke talen van de filosofie, Grieks, Latijn, Duits, Hebreeuws, Engels, Italiaans &cet, worden thematisch geordend, grondig besproken en, al kan het zogenaamd niet, toch Frans vertaald.
In goede naslagwerken lezen is altijd een plezier: eerst wil je iets opzoeken, onderweg blijf je haperen en na vijf minuten weet je niet meer wat je kwam doen.
Hier is dat in overtreffende trap het geval, want dit filosofisch-filologisch naslagwerk is onvermijdelijk een zelfstandig stuk filosofie en filologie, met vertakkingen tot in het oneindige.
Zoals de Indische wijsheid zegt over chatarunga, het bordspel dat ons schaakspel werd: het is een rivier waar de mug van kan drinken en de olifant in kan baden.*

Het grootste plezier blijft natuurlijk als je in zo'n erudiet en prachtig werk iets ontdekt, al was het een komma, waarvan je meent ook iets te weten. Nu trof ik in het hoofdstukje gewijd aan het onvertaalbare Duitse woord “Witz” iets aan dat wellicht een aanvulling kon hebben.


Le „Witz” selon Freud et ses traductions

[…] Il y a, en effet, dans le Witz selon Freud, un lapsus réussi qui provient inopinément de l’inconscient, comme ce terme de famillionnaire qui – sorte de crase entre [attitude] familière et millionnaire – intéressa tant Lacan (et d’abord Freud lui-même) et par le moyen duquel il échappa à un pauvre diable de faire savoir qu’il avait été aimablement traité par le cependant très riche baron de Rothschild. Freud explicite et déploie de la manière suivante la pensée contenue dans ce mot d’esprit ou cette “pointe” de l’esprit (geistreicher Einfall): « […] nous avons dû rajouter à la phrase “R. m’a traité tout à fait comme son égal, d’une manière tout à fait familière” une proposition supplémentaire, qui, raccourcie au maximum, s’énonçait ainsi: “autant qu’un millionnaire est capable de le faire” (Le Mot d’esprit et sa relation à l’inconscient, trad. fr. D. Messier, Gallimard, 1988, p. 60) . C’est, en effet, le mécanisme d’une condensation répondant à ce modèle qui est à la source du plaisir pris à de tels jeux de l’esprit ou, plus précisément, de l’inconscient.

Charles Badier, onder het lemma «ingenium», p.596


De tekst zelf van Freud heb ik niet gelezen, en ook niet bij de hand, maar wel heb ik de Reisebilder van Heinrich Heine nog redelijk in mijn hoofd. Daarin laat Heine zich door een lijfknecht, soort van barbier, vertellen hoe die ooit de eer had om baron Rothschild zijn eksterogen te mogen wegsnijden. Het ging er bij die sessie heel gemoedelijk toe: “Und so wahr wie mir Gott alles Guts geben soll, Herr Doktor [Heine], ich saß neben Salomon Rothschild, und er behandelte mich ganz wie seinesgleichen, ganz famillionär.**

1829, Die Bäder von Lucca, Kapitel VIII

Merkwaardig is toch, dat dit "famillionär" als voorbeeld wordt genomen van een lapsus qui provient inopinément de l’inconscient. Je moet dan al aannemen dat Heine zijn verhaal van die knecht echt gebeurd is. De naam van Heine, ik vermoed de bewuste bedenker van de grap, wordt niet vermeld. Ja, misschien is het niet eens réussi, een echt goeie grap, zoals de kwaaie Karl Kraus al opmerkte in zijn essay “Heine und die Folgen” – maar volgens Kraus maakte Heine nooit goede grappen.


Freud, de bedenker van het “inconscient”, kende de teksten van Heine goed, en aan hem zal het dus niet liggen. Het vergeten van Heine als bewuste bedenker van die onbewustheid moet van de auteur Badier komen, of anders van de Franse Freudvertalers ?


Maar dat is allemaal muggenzifterij, en ik verontschuldig mij bij de makers van dit fenomenale boek.


"Chess is a sea in which a gnat may drink and an elephant may bathe." De 18de-eeuwse oriëntalist Sir William Jones schreef dit toe aan oude Indische of Perzische bronnen, maar de eerste gedrukte versie ervan is van 1949 (!), in een collectie schaakgezegdes...
** Salomon Mayer, Freiherr von Rothschild (1774–1855), chef van het Weense bankfiliaal; hij leefde afwisselend in Wenen, Frankfort en Parijs. In Parijs nodigde Rothschild Heine vaak uit op diners bij hem thuis, ook al dreef aan tafel de dichter vaak de spot met hem. Dat deerde hem niet, hij had wel gevoel voor humor, en de andere gasten zouden het hem niet vergeven hebben als hij Heine niét uitnodigde. Overigens was Heines oom, Salomon Heine, ook bankier (in Hamburg), en na Rothschild de rijkste man van Duitsland.

20 juli 2006

Over de Deugd van het Stilzitten

.
Het is te warm om veel te bewegen, misschien zelfs om hard na te denken, en dus is lezen zowat het enige dat een mens kan doen als hij geen ozon of fijn stof wil binnenkrijgen.
De gazetten vullen hun pagina’s met rubriekjes waarin BV-s vertellen wat zij als vakantielectuur in hun reiskoffer stoppen. Ik lees die rubriekjes niet omdat ik om te beginnen niet geloof dat die mensen lezen, maar ondertussen wil ik graag wel vertellen waar ik zelf in bezig ben: De la Monnaie/Della Moneta (1750) van Ferdinando Galiani, de Napolitaanse econoom en diplomaat die hier al vaker ter sprake kwam. Hij liet dat werk anoniem verschijnen, op zijn tweeëntwintigste, waarbij hij het liet uitschijnen alsof de auteur een zestiger was die alles al meegemaakt had.

Nog binnen het jaar kwam zijn bedrog aan het licht, en Galiani werd een wetenschappelijke ster. Turgot bijvoorbeeld, bij het indienen van een begroting (toen nog een serieuze kwestie), citeerde Galiani. Toch is zijn naam verdwenen. Als wij aan economen denken dan zijn dat Locke of Smith of Ricardo of Malthus: uitsluitend Engelse teksten.

Galiani’s boek werd nooit integraal vertaald, niet in het Engels, niet in het Frans of Duits. En wel voornamelijk omdat hij daar zelf geen poot naar heeft uitgestoken. Pas vorig jaar, 2005 kwam er een tweetalige Franse uitgave, en die is ronduit schitterend.
Om te beginnen een literair meesterwerk. Een economisch werk natuurlijk, waarin hij uitlegt waarom goud, zilver en koper waardevol zijn, en wat hun ruilwaarde nu precies uitmaakt. Maar tegelijk is zijn werk een historisch en cultureel archief. Klinkt dat droog? Galiani is zo spits en grappig altijd!
Om u een beetje op smaak te brengen lezer, geef ik een citaatje, niet dat dit het hoogtepunt is, maar heimelijk omdat ik hoop dat ook Verhofstadt, of anders zijn broer het leest, misschien zelfs in Toscane (een wat ongezonde omgeving volgens Galiani).

Hieronder heeft hij het over de drift van regeerders om steeds nieuwe wetten te maken, zonder zich aan de uitvoering van reeds bestaande wetten veel gelegen te laten liggen. Wat Galiani aanprijst is de deugd van het stilzitten. Hij als 22-jarige! een leeftijd waarop anderen nog aan hun eerste gloedvolle manifesten moeten beginnen.

[…] c’est que les hommes croient toujours bien faire en agissant et que, s’ils n’agissent pas, tout va mal. Et on ne trouve jamais un magistrat qui veuille se vanter de n’avoir rien fait. Et pourtant ne rien faire non seulement est une chose bien des fois pleine de mérite et d’utilité, mais c’est en outre chose très difficile et beaucoup plus pénible qu’il ne semble à executer. Et si l’on considère que toutes les bonnes lois, que l’on peut faire sur quelque matière que ce soit, on peut en un instant les faire et les rassembler sur une seule feuille, on s’aperçoit aussi que lorsqu’on a parfaitement agi et que l’on veut en outre (sans se contenter de faire exécuter les décisions prises) continuer à légiférer, le bien se corrompt inévitablement et le pire survient. Et même si l’on ne fait pas de mal, vouloir trop minutieusement réglementer les choses, c’est en soi un très grand défaut. Exemple en est la République florentine: suivant la nature du caractère de ses concitoyens, et voulant toujours se perfectionner dans les vétilles les plus infimes, elle ne fut jamais réglée dans les grandes.
Ferdinando Galiani
De la Monnaie/Della Moneta
Édité et traduit sous la direction de André Tiran
Traduction coordonnée par Anne Machet
Ed. Economica, Paris, 2005, pp.303-5


[…] het is eenmaal zo dat mensen altijd geloven goed te doen zolang ze maar ingrijpen, en dat alles naar de bliksem gaat als zij niets doen. Nooit tref je een politicus aan die er prat op gaat dat hij niets heeft uitgericht. En nochtans, niet zelden is nietsdoen, behalve zeer verdienstelijk en nuttig, ook een heel zware opgave en een stuk lastiger om uit te voeren dan het zou lijken. En als je voorts in overweging neemt dat je alle goede wetten, over wat voor materie ook, in een oogwenk kunt verzinnen en op één blaadje papier verzamelen, dan merk je tegelijk dat als je perfect hebt gewerkt maar niettemin (in plaats van je tevreden te stellen met het laten uitvoeren van reeds genomen beslissingen) wenst door te gaan met wetten maken – dat dan al het goede onvermijdelijk bedorven raakt en de kwalijkste zaken opduiken. En zelfs als je geen kwaad aanricht – de wil om alles uiterst nauwgezet te reglementeren is op zich een zeer zwaar gebrek. Voorbeeld hiervan is de Florentijnse Republiek: handelend volgens de natuurlijke aard van haar ingezetenen, en in een poging zich altijd maar verder te perfectioneren in de kleinste pietluttigheden, is zij wat de grote lijnen betreft nooit op orde geraakt.
.

18 november 2005

De bekende auteur Osama Bin Laden beschikt over een uitstekende stijl

.
De Amerikaanse professor Bruce Lawrence heeft een boek uitgegeven met teksten van Osama Bin Laden. Daarin zegt hij wat je al kon vermoeden zonder ook één lettergreep Arabisch te verstaan: die Osama bin Mohammed bin Laden schrijft goed! En Bin Laden schrijft goed zonder neerbuigend te doen: geen populisme, want mijnheer gebruikt complexloos de verheven taal, en verwijst naar de hoge cultuur ...en zijn publiek wil het graag zo. En vooral, Bin schrijft niet enkel goed, hij spreekt ook heel goed, wat in de Arabische wereld vanzelfsprekend nog belangrijker is.
Ach, waarom moeten wij het toch altijd stellen met politici die er wel een sympathiek subtaaltje uitslaan, maar verder geen pen in hun hand kunnen houden?

Tageszeitung: Mijnheer Lawrence, waarom hebt u een boek uitgegeven met teksten van Osama Bin Laden?
Bruce Lawrence: Ik kende de weinige korte passages die uit de boodschappen van Bin Laden worden geciteerd en dan dacht ik: waar is de context? Hoe passen deze fragmenten in zijn wereldbeeld? Ik vroeg het aan vele mensen maar die zegden mij: zijn boodschappen zijn niet zomaar toegankelijk. In maart dan sprak mij de uitgeverij Verso aan: of ik een boek wilde samenstellen met teksten van Bin Laden, en er de inleiding en noten voor wilde schrijven.
Was het moeilijk om aan die teksten te komen?
Er waren twee soorten problemen. Ten eerste was het moeilijk om de volledige teksten te vinden. De meeste van de 24 boodschappen in het boek had de Arabische televisiezender Al Djazira uitgezonden – maar die stemmen niet altijd overeen met de cassettes die Al-Qaeda oorspronkelijk aan de zender had gegeven. Een ander probleem was het, om de teksten te vinden die op islamitische internetsites waren gepubliceerd. Die zijn intussen allemaal dicht. Dus moesten wij mensen vinden die de redevoeringen hadden gekopieerd nog voor de pagina’s werden afgesloten.
Wat ontbrak er dan in de uitgezonden versies van Al Djazira?
Er ontbraken vooreerst stukken in, die betrekking hebben op het Saoedische koningshuis en op dat van Qatar. Qatar speelt voor Bin Laden in twee richtingen. Het koningshuis van Qatar behoort, net als het Saoedische dat door Bin Laden altijd hard wordt aangepakt, tot de school van de wahhabitische islam. Bin Laden richt zijn aanvallen minder vaak op het Qataarse dan op het Saoedische koningshuis. Hij zegt wel dat ieder die met de Amerikanen samenwerkt tegen moslims, geen ware moslim is en bestreden dient te worden. Anderzijds wordt Al Djazira uitgezonden vanuit Qatar – en Al Djazira, en daarmee ook Qatar, spelen een uiterst belangrijke rol bij het succes van Bin Laden. Immers vóór de stichting van Al Djazira in 1996, bestonden er in de Arabische wereld alleen de door de staat gecontroleerde zenders, die zijn boodschappen waarschijnlijk niet zouden hebben uitgezonden.
Osama Bin Laden kan in de Arabische wereld bogen op een bepaalde aantrekkingskracht. Hoe komt dat?
Aan de ene kant is daar zijn imago van Spartaanse persoonlijkheid, iemand die bijna armelijk gekleed gaat en in zijn optreden zeer bescheiden is. Aan de andere kant is het natuurlijk van belang dat hij al sedert 1980 lid was van de Mujahedin in Afganistan, en hij dus niet enkel heeft gesproken maar ook daden heeft gesteld. Ik denk, de attractie ligt in het mengsel van de vastberaden krijger met de idealen van de islam, én dat beeld waarin hij als bescheiden en armoedig naar voren komt.
Zijn de teksten van Bin Laden in het Arabisch makkelijk te verkrijgen? En worden zij in de Arabische wereld veel gelezen?
Dat is een goede vraag die ik niet kan beantwoorden omdat daar geen onderzoek naar is. De enige enquête daarrond kwam van het Amerikaanse PEW-instituut – en dit gezegd, in de Arabische wereld zijn er velen die zeggen dat zij weliswaar Bin Ladens opvattingen niet delen, maar hem niettemin beter vertrouwen dan andere politici. Op de vraag hoe zij van Ben Ladens opvattingen wéét hebben, antwoorden velen: wij hebben zijn redevoeringen gehoord op cassettes. Zo weten we dat er in de moslimwereld nog altijd cassettes met redevoeringen van hem in omloop zijn.
Bin Laden wordt dus vooral als redenaar gezien. Is hij dan een goede redenaar?
Ja. Hij is overtuigend omdat hij goed spreekt. Belangrijk is natuurlijk ook dat hij wordt gehoord, en dat zijn beeld door de stormachtige ontwikkelingen in de media op heel de aardbol bekend is. Het is toch geen toeval dat Bin Laden pas aan het eind van de 20ste, begin 21ste eeuw een wereldberoemde media-ster is geworden, toen de dagbladen hun betekenis kwijtspeelden en televisie en internet de dominante media zijn geworden.
Wat is er zo typisch aan de taal van Bin Laden?
Die is zeer verrassend. Als je enkel geïsoleerde citaten van hem kent, dan houd je hem voor een scherpslijpende ideoloog van het terrorisme en extremisme. Dat is hij ook wel, maar in zijn boodschappen stelt hij zijn wereldbeeld zó voor, als was het een reactie op de politiek van het Westen. Hij geeft toe dat hij een terrorist is, maar zijn terreurdaden zegt hij, zijn enkel een antwoord op de terreur van de Amerikanen en Europeanen. Zij hebben de moslimwereld aangevallen. Hen betitelt hij als een bondgenootschap van kruisvaarders en zionisten, als een Zionist Crusader Alliance. Dat is een bijzonder eigenaardig begrip, dat in het Arabisch pas sinds zeer kort bestaat.
U heeft beweerd dat Bin Laden een der meest elegante auteurs van het Arabisch proza is…
Niet ik heb dat gezegd, maar de zeer geziene islam-expert Bernard Lewis. Hij heeft daar gelijk. Als je voor de eerste keer het proza van Osama Bin Laden leest, of hem hoort spreken, dan zul je versteld staan hoe goed hij zijn gedachten formuleert. Hij maakt geen gebruik van de omgangstaal, en allerminst van neologismen. Hij spreekt net zo, als was hij nog iemand die in de 7de eeuw. leeft en de profeet Mohammed vereert.
Een opleiding als godsdienstgeleerde heeft hij toch niet?
Neen, helemaal niet. In religieuze zaken is hij autodidact.
Wat voor opvoeding heeft hij dan wel genoten?
Aan de universiteit van de Saoedische havenstad Djidda was hij ingeschreven voor cursussen in de ingenieurskunde en de economische wetenschappen, en ook voor een paar religieuze cursussen. Zelf zegt hij dat zijn sleutelervaring in 1973 kwam, toen het Israëlische leger in de Yom Kippur-oorlog al verslagen was, maar het hen door Amerikaanse hulp mogelijk werd gemaakt om de nederlaag alsnog af te wenden en de oorlog te winnen.
Ik denk dat onbetwistbaar ook Mohammed Qutb grote invloed op Bin Laden heeft gehad. De Palestijn Qutb is de jongere broer van de stichter der Egyptische Moslimbroeders en heeft in Cairo gestudeerd. Had Bin Laden hem niet leren kennen, dan had hij niet zijn ideeën ontwikkeld over een anti-imperialistische strijd die enkel teruggrijpt naar de vroege islamitische geschiedenis en de Koran.
Hoe hebben de Amerikaanse media op uw boek gereageerd?
Enkele lui, rechts in het politieke spectrum, hebben de vraag gesteld hoe een geziene uitgever het in zijn hoofd haalt om zo'n boek uit te brengen. In de San Diego Union-Tribune schreef een journalist dat zulks gelijkstond met het uitbrengen van haatliteratuur, zoals Hitlers “Mein Kampf”. Een andere, in de American Conservative Magazine, gaf te verstaan dat Bin Laden een crimineel is, en dat derhalve niemand zijn teksten naar buiten hoorde te brengen. Maar er waren ook positieve reacties – eerder van Liberals, die zegden dat het de hoogste tijd was dat zo'n boek uitkwam.
Hebt u ook haatbrieven of doodsbedreigingen ontvangen?
Tot nog toe niet, nee. Maar ik weet wel zeker dat ik er krijg. Ik hoop dan maar dat vele mensen zich de moeite zullen getroosten om te lezen wat ik op andere plaatsen heb geschreven. Ik ben even patriottisch als ex-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, en net als hij diende ik in het leger. Ik heb gevochten voor de Amerikaanse waarden. Als ik doodsbedreigingen mocht ontvangen, dan zou dat ironisch zijn en ook zeer treurig.


interview: Peter Böhm
gepubliceerd op 18 november 2005
.

1 april 2005

Charles Aznavour: autobiografie


.
Charles Aznavour Le temps des avants Mémoires Flammarion, octobre 2003

Aznavour beschrijft in het eerste hoofdstuk van zijn autobiografie hoe hij in Parijs geboren werd, enkele jaren nadat zijn ouders en familie, net als honderdduizenden Armeniërs op vlucht waren gegaan uit Constantinopel en de tocht naar Damascus (!) hadden gemaakt, en hoe de Turken/Koerden zich daarbij gedroegen: het woord holocaust is toen voor het eerst gebruikt.
Dit verhaal zou "humanisten" als Schröder, Balkenende of onze zieke Verhofstadt (ik zwijg over Blairbush) mogen interesseren... zij zouden aan geloofwaardigheid winnen als ze hun eigen Europese boodschap wat ernstiger namen.
Ça n’a pas très bien commencé
[…] J’aurais pu rester enfermé dans le sperme liquéfié de mon père souffrant, suant, peinant pour rester en vie dans sa longue marche, cette foutue traversée du désert entre Istanbul et Damas. Les hordes de Kurdes – qui par la suite connurent la même situation – et les gendarmes de la nation ottomane pourchassaient et harcelaient les malheureux afin de s’approprier les quelques richesses qu’ils emportaient avec eux, comme les dents en or qui ornaient leurs bouches. Et je te tue un intellectuel, et je t’empale un prêtre, et je te pends, te décapite, et je te viole une jeune ou une vieille femme, et je te fais éclater la tête d’un bébé pour entendre le bruit que cela fait quand elle est projetée violemment contre un arbre… Ou bien j’aurais peut-être été mis bas, en fausse couche sur le sable du désert, tandis que ma pauvre mère aurait continué sa lente et pénible marche vers la mort, les jambes couvertes du sang qu’elle aurait éliminé en me laissant partir de ce monde où le nouveau gouvernement «Jeune-Turc» espérait tant les voir tous disparaître. Éliminés, annihilés, adieu, ou plutôt au diable, ces Arméniens, et en route pour la solution finale ! Oh ! La jolie phrase ! Der es Zor : cimetière de près d’un million et demi des miens, mes parents, mes ancêtres, volés, violés, assassinés au nom de la race, au nom de la religion, au nom de quoi, en vérité, je vous le demande. Au nom des Enver, des Talat, [*] des pachas du crime, assassins sans foi ni loi, interprétant le Coran qui ne justifie pourtant pas ces actes sanguinaires. Talat est le seul grand criminel qui a encore sa statue au beau milieu d’une place en Turquie.
Het begin was niet bijzonder gelukkig
[…] Net zo goed had ik opgesloten kunnen blijven in het moedeloze zaad van mijn vader, die leed en zweette, zwoegde om in leven te blijven tijdens die lange mars, die vervloekte tocht door de woestijn tussen Istamboel en Damascus. De horden van Koerden – die later kennis zouden maken met dezelfde omstandigheden – en de gendarmes van de ottomaanse staat achtervolgden en bestookten die sukkelaars om zich meester te maken van de povere rijkdommen die zij bij zich droegen, zoals de gouden tanden die hun monden sierden. Zullen we eens een intellectueel vermoorden? een priester spietsen? of eens iemand verhangen, de kop afsnijden? zullen we een jonge vrouw verkrachten, of een oude? of laten we de schedel van een baby uiteenspatten zodat je het geluid hoort als die met geweld tegen een boom wordt geknald… Ofwel was ik misschien als miskraam gebaard in het woestijnzand, terwijl mijn arme moeder haar langzame en moeizame tocht naar de dood had voortgezet, haar benen onder het bloed dat zij had verloren toen ze mij liet vertrekken uit deze wereld, waar het nieuwe gouvernement van de “Jonge Turken” zo vurig wenste dat zij er allemaal uit zouden verdwijnen. Uitgeschakeld, vernietigd, adieu, of liever naar de duivel met die Armeniërs, en op weg naar de finale oplossing! Oh! wat een prachtformule!
Der es Zor : kerkhof van bijna anderhalf miljoen van de mijnen, mijn verwanten, mijn voorouders, bestolen, verkracht, vermoord in naam van het ras, in naam van de religie, in naam van wat, ik vraag het je. In naam van de de Envers en Talats, pasha’s van de misdaad, moordenaars zonder god noch gebod, zich beroepend op de Koran, die hun beulsdaden niet billijkt nochtans. Talat is de enige grote crimineel die, pal in het midden van een Turks plein zijn standbeeld nog heeft. ________ Je moet dan weten dat Aznavour ook schrijft dat hij nooit één frank heeft gegeven aan, bijvoorbeeld de afscheidingsbeweging in Nagorny-Karabakh, en nooit zelfs maar heeft meebetoogd met de Armeniërs, wát sommige Turken over hem ook mogen beweren. Cependant, quoi que certains journalistes turcs ou azéris aient pu dire ou écrire par le passé, je n'ai jamais – je dis bien jamais – défilé à Paris ou ailleurs le 24 avril pour commémorer le massacre [...]. ________ Maar is Charles Aznavour misschien toch een Turkenhater? Neenee! hij schrijft: Je ne suis pas devenu pour autant un ennemi du peuple turc, et mon rêve aujourd’hui serait de visiter le pays de naissance de ma mère, mais… mais…mais. En iets verder verklaart hij over zijn familie (die op enkelen na zijn uitgemoord): […] mes oncles, tantes et grands-parents qui ne revinrent jamais de ce “Club Med de l’horreur”. Welnu, dat is het juiste onderscheid toch? individuele Turken kunnen best meevallen, en à la rigueur kunnen we zelfs het "moderne" Turkije het voordeel van de twijfel laten genieten, maar een Club Med de l’horreur mét geheugenverlies kan natuurlijk nooit lid worden van de “christelijke club”, zoals Erdoğan (zelf een Armeniër, maar zeg dat niet luidop) ons straffeloos mag blijven noemen… ________ Aznavour kent zijn eigen voorouders niet, en alle archieven zijn grondig vernietigd, zoals dat bij een genocide passend is: Nos églises, hélas, ont été pillées, détruites... Une chose est certaine: je n'ai jamais surpris mes parents à vilipender la Turquie moderne, [**] jamais ils ne nous ont élevés dans la haine de ce peuple. Au contraire, je les ai toujours entendus dire que la Turquie était un beau pays, que les femmes étaient ravissantes, que leur cuisine était la meilleure de tout le Moyen-Orient, et que, dans le fond, nous avions beaucoup d'affinités avec ce peuple. Si le génocide n'avait pas eu lieu – ou au moins avait été reconnu –, le contentieux ne serait pas aujourd'hui si profondément ancré dans la mémoire des deuxième et troisième générations des nôtres.
Onze kerken zijn geplunderd helaas, vernietigd… Een ding is zeker: geen moment heb ik mijn ouders er op betrapt dat ze het moderne Turkije door het slijk haalden, nooit hebben ze ons haat voor dat volk bijgebracht. Integendeel, ik hoorde hen altijd zeggen dat Turkije een mooi land is, met verrukkelijke vrouwen, een keuken die de beste was van heel het Nabije Oosten, en dat wij alles bijeen veel gemeen hadden met dat volk. Als er niet de genocide was geweest – of als die tenminste erkend werd –, dan zouden de geschillen vandaag niet zo diep verankerd zitten in het geheugen van de tweede en derde generatie der onzen.

[*] Leden van de junta der "Jonge Turken".

[**] Nochtans behoort christenvervolging en -uitroeiing niet "tot de geschiedenis" in Turkije. Zelfs nog onder de "moderne" Tansu Ciller werden er in het Oosten van Turkije kerken beschoten bij tankoefeningen: "kerken horen niet in een islamitisch land, en die kerken stonden toch leeg". Materiële resten van het christelijke verleden werden door het leger, "garant voor de lekenstaat", vakkundig opgeruimd: alle dictaturen bestrijden immers ook het verleden, want zij wensen een tabula rasa.

19 februari 2005

Hans Boland heeft net het derde deel van Poesjkins verzamelde werken klaar

.


Alexandr Sergeïevitsj Poesjkin
(Vasily Tropinin, 1827)
Moskou, Poesjkinmuseum

U
itgeverij De Papieren Tijger heeft weer een prachtdeeltje bezorgd, het derde in een reeks van negen: "Lyriek in Ballingschap".
Ik neem lukraak, het eerste wat ik lees, een klein gedichtje eruit, en Poesjkin/Boland bewijst al meteen dat het woord "lyriek" niemand aan het schrikken mag brengen.


Voor een schip
(Кораблю, 1824)

Dat averij worde vermeden
Smeek ik de hemel! Klief de zee,
Maar hoed het pand van mijn gebeden:
Mijn hoop en liefde neem jij mee.
Doorploeg de golven, ga gevleugeld;
Ik wens jou een behouden vaart,
Waarbij de wind zijn kracht beteugelt
En ongerief haar blijft bespaard.

Op het eerste gezicht een dramatisch scheepsgedicht in de romantische traditie ...maar het is een van de vele gedichten die Poesjkin schreef voor zijn geliefde van dat moment, Jelizaveta Vorontsova, de vrouw van de gouverneur van Odessa.
Poesjkin was door de tsaar naar Odessa verbannen omwille van geschriften. Niet direct wegens, maar toch in de nasleep van bijvoorbeeld een clandestien verspreid gedicht over de bevruchting van de Maagd Maria –het grappige Gabriëlslied– iets dat hem zijn kop had moeten kosten, maar hij wist op het nippertje nog te pleiten dat het gedicht van een andere dichter was, een klasgenoot van hem die op dat moment al veilig onder de zoden lag.
De tsaar, die goed besefte dat hij de grootste dichter van Rusland voor zich had, heeft die zaak toen nog uit de handen van zijn raadgevers kunnen nemen. Alles was door hemzelf nauwlettend onderzocht verklaarde hij, en naar bevrediging afgehandeld.
Dan te bedenken dat wij hier met een "cultuurminister" zitten die op de (licht beledigende) vraag wàt het bekendste boek van Gerard van het Reve is, antwoordde:. "De Nachten"! Vervolgens schermde diezelfde republikeinse nitwit zijn eigen tsaar af, en liet hij aan Reve zijn prijs uitreiken per post.

Nu was Poesjkins Jelizaveta niet zomaar een dametje, geen Damienne da me zegge, want om over de geletterde wereld verder te gaan: Jelizaveta's portretten liegen er niet om, ze was wonderbaarlijk mooi, en deze Jelizaveta maakte op het moment van dit gedicht ...een veilig boottochtje op de Zwarte Zee.
Meer zat er niet achter Poesjkins lyrische bede, en zijn grote bezorgdheid wat betreft de scheepvaart heeft hij verder zelden tot uitdrukking gebracht.

Boland is een schitterend vertaler!

Hans Boland
Alexandr Poesjkin
Lyriek in Ballingschap
(verzameld werk deel 3)
Breda, 2005, Uitgeverij Papieren Tijger, p.156

3 november 2004

Citaten uit een boek van Theo van Gogh


.uitgegeven door XTRA, 2003.

Opgeruimd staat netjes
Dit artikel verscheen eerder in P.I.M. —
Politiek Incorrect Magazine van 19 september 2002


‘De minister van Binnenlandse Zaken wil mij geen bescherming geven,’ zei Fortuyn. ‘Daar kunnen ze niet aan beginnen! Iedere willekeurige particulier kan wel zeggen dat-ie wordt bedreigd, zo zeggen ze dat. Ik ben een willekeurige particulier.’ Hij klonk gekwetst.
‘Natuurlijk hebben ze veel liever dat jij wordt doodgeschoten!’ antwoordde ik gevoelvol. ‘Daarin moet je sportief zijn! Trouwens, jij bent toch ook “iedere willekeurige particulier”? Dat maakt nou juist dat ze vinden dat jij dood moet. Was je maar een politicus, mafkees!’
‘Het erge is dat je gelijk hebt,’ zei Fortuyn en hing op.
p.216
o-o-o-o-o-o-o

[Sjoerd] De Jongh noemde mij naar aanleiding van mijn bevindingen een ‘schandaalprofiteur’ en betreurde het zeer dat ‘nota bene in deze krant’ [NRC Handelsblad. mv] PvdA-raadslid Fatima Elatik was omschreven als ‘een publieke slavin van de geitenneukers’. [Elatik had het verbieden van een toneelstuk waarin de Profeet optrad, in de Volkskrant goed­gekeurd en de censuur verdedigd, vooral inzake godsdienst! ‘want de vrijheid van meningsuiting is in Nederland te ver doorgeschoten en wordt vaak misbruikt’. mv]
De Jongh verweet mij bovendien ‘verwarring’ omtrent de term ‘geitenneukers’. […]
Maar nee, ik ontleende mijn wijsheid aan de overste Khomeiny, die in een brochure mannen aanraadt de ongestelde en dus ‘onreine’ vrouw met geen vinger aan te raken en hun nood te lenigen in de kameel of geit. Ik bedoel maar, hoe wonderlijk veelzijdig is de moslimcultuur?
pp.84-5
o-o-o-o-o-o-o

Imam Khalil el-Mamni heeft wat mij betreft het volste recht homo’s te verketteren, zoals ik ook niet onder de indruk ben als hij namens Allah beweert ‘dat Nederlanders minder zijn dan varkens’.
p.80
o-o-o-o-o-o-o

[Volkert van der Graaf, de moordenaar van Fortuyn, was een dierenrechtenactivist en hij spande zich bijzonder in voor de nertsen. In 2002 schreef Theo van Gogh: ]
Het zijn weer tijden om het vrouwtje in bont te laten aantreden.
p. 205

21 september 2004

Chahdortt Djavann kort geëxcerpeerd

.
On a beaucoup dit, écrit à propos du voile islamique. Les islamistes bon teint ou camouflés, les prédicateurs, les mollahs déturbanés, bien sûr.
Mais aussi les exégètes, les islamologues, les sociologues du monde arabo-musulman, les commentateurs de tous genres dont certains se sont empressés, avec la courte vue qui caractérise parfois les spécialistes, d’évoquer la spécificité de la situation française, l’étonnement qu’elle susciterait dans les autres pays européens ou plus lointains. Ils on tenté d’imputer le “rejet du voile islamique en France” au passé colonial et à la guerre d’Algérie qui pèseraient encore en France sur les relations entre musulmans et non-musulmans. Ils se sont entêtés à considérer le rejet du voile comme relevant du racisme anti-arabe des Français et de l’ ”islamophobie”.
Il faudrait leur remarquer que:
1) la critique d’une religion quelque sévère qu’elle soit n’a rien d’un acte raciste;
2) la France est un pays de droit et le racisme est considéré comme un crime par la loi; l’État français ne reconnaît pas de Français de première, deuxième ou troisième classe. Il n’existe pas de sous-nationalité, il n’y a de citoyen français qu’à part entière.


Chahdortt Djavann
Que pense Allah de l’Europe ?
Gallimard 2004, pp.6-7

hoe verschillend is toch de Franse staat van de ooit bestaan hebbende “Verdraag­zame Islamrijken” waar Lucas Cathérine en cs. het graag over hebben en die, geheel volgens de heilige koran, loodzware belastingen, jizya eisten van hun polytheïstische, of christen of joodse onderdanen! in die Rijken waren er wel degelijk tweede­rangs­burgers, en die konden rustig uitgezogen worden, vaak in afwachting van hun uitroeiing – in het geval dat zij, eens arm geworden, toch in hun boos geloof bleven volharden; échte ongelovigen, of erger nog afvalligen waren van deze belasting ontheven: die werden meteen om zeep geholpen, zodat hun goederen zonder verdere poespas aan de ware gelovigen toekwamen :-)
Ja, ik hoor het graag vertellen hoor, over de “traditie van verdraagzaamheid” die in de islam bestond…maar waar en wanneer, als ik vragen mag, was dat juist?

o-o-o-o-o-o-o-o

À l’origine de l’islamisme il y a l’islam.

p.14
o-o-o-o-o-o-o-o

Il n’y a jamais eu de voile innocent, sans signification particulière. Le voile a toujours signifié la soumission de la femme à l’homme, son non-droit juridique dans les pays musulmans, sa réduction à l’état d’objet sexuel appropriable. N’idéalisons pas le passé: quel était le code de la famille dans les pays musulmans, il y a cent ans? Quelle était la liberté des femmes? Les filles étaient mariables à l’âge de neuf ans, la polygamie était la règle et les épouses répudiables à volonté.
[…] Fondamentalement, le voile signifiait hier ce qu’il signifie aujourd’hui. Il n’y a que trois façons de se situer par rapport au passé: vouloir le dépasser, vouloir le con­server ou vouloir y revenir. Les progressistes, les conservateurs et les réaction­naires sont trois familles d’esprits inconciliables. Les réactionnaires fondamentalistes et intégristes ont beau mélanger les langages et se donner des allures de révolution­naires, ils seront toujours l’incarnation des conceptions les plus rétrogrades et les plus inégalitaires de la société humaine.

pp.14-5
o-o-o-o-o-o-o-o

over journalisten en 'sociologen' die graag eens enkele gesluierde jonge scholieren opvoeren, in de overtuiging dat ze ernstig bezig zijn aan de goede zaak:

En s’appuyant sur le témoignage […] de quelques jeunes filles soucieuses d’expliquer le caractère personnel de leur ”choix” du voile, ils manquent complètement au pre­mier devoir de toute sociologie des phénomènes de société (la représentativité de l’échantillon). Ces sociologues manquent aussi au plus élémentaire bon sens lors­qu’ils prennent pour argent comptant, au premier degré, les déclarations stéréotypées de gamines en pleine crise d’adolescence et leur donnent un statut de témoignage représentatif, sans prendre en considération leur âge et leur situation de famille. Et à partir de ces quelques “témoignages”, ils se croient autorisés à expliquer “scientifi­que­ment” un phénomène de société, un phénomène européen, plus exactement. Faute professionnelle? Certainement. Naïveté? Pourquoi pas, probablement. Complicité? Oui aussi, dans certains cas, sans aucun doute. Sans compter que la naïveté et la complicité peuvent se mêler en proportions variables.

pp.17-8
o-o-o-o-o-o-o-o

Parler d’islamophobie, à propos de ceux qui critiquent les dogmes de l’islam, c’est évidemment entrer dans le jeu des islamistes.

p. 49
o-o-o-o-o-o-o-o

Ainsi, certaines banlieues françaises, allemandes, anglaises sont-elles plus islamisées que certaines villes des pays musulmans.

p. 47

o-o-o-o-o-o-o-o

[…] les islamistes comptent bien peser sur les décisions politiques en Europe.
Pour stopper le progrès des islamistes en Europe, il est temps que toute discussion sur l’islam se cantonne au cadre religieux, historique ou philosophique. Le social doit être préservé de l’intrusion de l’islam. Il est temps qu’on distingue précisément ce qui relève des lois démocratiques et républicaines, des droits de l’homme, de l’égalité des sexes, de la protection des mineurs, du politique, du culturel, du social et de l’économie, de ce qui relève de la religion.

p. 50
o-o-o-o-o-o-o-o

Le monde musulman n’admet pas la pluralité philosophique. La pensée non-religieuse n’a pas sa place dans le monde musulman. C’est là tout le problème. On entend dire parfois, notamment par des penseurs contempo­rains de l’islam, qu’il peut se réformer de lui-même, qu’on peut en faire une lecture compatible avec la moder­nité et la démocratie. Mais cette capacité d’évolution n’appartient intrinsèquement à aucun monothéisme. Elle ne se manifeste que sous la pression de l’histoire et au contact des traditions différentes: « profanes », « hérétiques » et « blasphématoires ». L’évolution du christianisme, dès la Renaissance, est due entre autres au fait que les auteurs qui se disaient chrétiens et n’avaient d’ailleurs pas le choix de ne pas se dire chrétiens dialoguaient néanmoins surtout avec les auteurs et les philosophes les plus brillants des traditions grecque et latine, étrangères au christianisme. Au XVIIe, XVIIIe et XIXe siècles, les libertins, les philosophes, les révolution­naires et les socialistes athées pèsent sur l’évolution du christianisme qui se confronte à des modèles de pensée qu’il n’est plus en situation de condamner et de réduire au silence. Tant que dans le monde musulman toute philosophie sera confisquée par l’islam et que la civilisation et l’héritage préislamiques seront reniés et dénigrés, l’islam n’évoluera pas. Tant que ses philosophes se définiront unanimement comme philosophes de la pensée islamique, accoucheurs des virtualités de l’islam, les intégristes auront beau jeu de leur dire qu’on ne joue pas avec la parole de Dieu, c’est-à-dire avec le Coran. Tant qu’il ne sera pas possible à un supposé musulman d’émettre des pensées « blasphématoires » en soutenant par exemple que le Coran n’est pas la parole de Dieu, qu’il n’est pas le Livre sacré, le Livre unique et que ce livre fait par des hommes est discutable par d’autres hommes, l’islam n’évoluera pas. C’est pourquoi il est dans une situation déséquilibrée en Europe. Des musulmans ou d’autres peuvent toujours prétendre, de bonne ou de mauvaise foi, qu’il peut y accomplir le pas décisif vers la démocratie: le fait que l’islam ne soit pas coupé de ses sources orientales, que ses représentants les plus attitrés et ses forces vives se situent dans des pays et des régimes où la pluralité est impensable met en question la réalité de son évolution. Celle-ci demanderait des attitudes franches et décidées que l’on note bien peu chez ceux qui se disent les élites intellectuelles de l’islam en Europe, des déclarations courageuses et radicales que l’on n’entend pas. Elles seraient pourtant le préalable nécessaire à toute évolution. Que l’on me comprenne bien. Je ne demande pas que l’on proclame que les uns ont raison et les autres tort. À chacun ses raisons et ses torts. Mais il est primordial que puissent naître dans le monde musulman des pensées et des philosophies, issues de ce même monde musulman, mettant en cause la sacralité du Coran et la légitimité de l’islam, qu’on puisse les y admettre et en débattre démocratiquement. Sans quoi ni l’islam ni les musulmans n’évolueront jamais.

pp. 50-52
zie ook

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html