Posts tonen met het label Armenië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Armenië. Alle posts tonen

22 november 2008

Vous m’en rendrez raison!

.
Onze tijd erkent geen enkele erecode nog zeg ik, en bij Knack hebben ze hun best gedaan om die stelling te illustreren.
In de enge kring rondom Dirk Draulans zal wel langer al bekend zijn wat voor figuurtje hij is, maar ikzelf –zoals ongetwijfeld anderen buiten die overigens hypothetische kring– ikzelf dus had zijn artikel over Morel-Vanhecke nodig om tot enig inzicht te komen.
Waar is de tijd, zucht ik, dat politici en journalisten nog met elkaar, ofwel onderling in duel gingen als iemand een onvertogen woord had laten vallen ?
Duels zijn wreedaardig zult u zeggen, en naar de gebruiken van vóór de Eerste Wereldoorlog wil niemand terug. Laat ik dit beamen, min of meer, maar zoals het er nu toegaat zijn uitlatingen als die van Draulans te goedkoop. Even duur als een buskaartje in Hasselt.
Dan neig ik in mijn betere momenten liever naar de stelling van een grappig lid van de Facebook-groep Pour la Légalisation du Duel, dat ter rechtvaardiging een mooi rijm schreef: .Le duel c'est bien, ça évite les embrouilles pour rien :)

Om mij beknopt uit te drukken: Vanhecke zou, vanzelfsprekend met alle plichtplegingen, deze Draulans moeten kunnen toeroepen: .Vous m’en rendrez raison!
Na afloop van het duel zou hij dan voor een assisenjury moeten verschijnen, dat wel, maar daar heeft hij minder te vrezen dan voor het Europees Parlement.
Zelfs Jean-Jacques Rousseau vond dat de edicten van Lodewijk de Veertiende, die het duel verboden hadden, tegen het rechtsgevoel ingingen. In zijn Lettre à M. d’Alembert deed hij zijn beklag: “La loi même ne peut obliger personne à se déshonorer. […] les édits ne me laissent le choix que du supplice ou de l’infamie”.
Ik heb die Lettre niet zelf gelezen, maar vond de verwijzing in een recent boek: LA MORT EN FACE: Histoire du duel de la Révolution à nos jours, van François Guillet (Aubier, Collection historique; Flammarion 2008).
In een wereld waar het duel zou zijn toegestaan, of liever gedoogd zoals dat nog in de XIXde E. het geval was, zou een schunnig figuurtje als die Draulans geloof ik twee keer nadenken voor het zijn pennetje in de inkt doopt.
Ik zeg meteen, lezer, dat ik het als mijn burgerplicht beschouw om hier onmiddellijk een uittreksel te geven uit hetzelfde boek (p.90), in de hoop uw begrijpelijke enthousiasme voor het duel weer wat te temperen:


Difficilement perceptible pour le non-initié, la provocation prend des formes particu-lièrement délicates. En 1897 éclate ce que les journaux de cette époque appellent «l’affaire Thomeguex-Pini», qui oppose deux escrimeurs renommés, l’un français, l’autre italien. Le point de départ de l’affaire se situe le 6 mars 1897 quand, en sortant d’un tournoi d’escrime qui se tenait au Cirque d’été, le chevalier Pini effleure la bottine d’Albert Thomeguex. Celui-ci considère que son adversaire lui a marché sciemment sur le pied. Après deux rencontres entre témoins, un premier procès-verbal conclut à l’absence d’offense, mais Thomeguex, manifestement désireux de se mesurer à une illustre figure de l’école italienne d’escrime, refuse de s’en tenir à cette décision et constitue de nouveaux témoins. De cette «controverse des bottines», qui oppose les représentants des deux principales écoles d’escrime, les journaux se livrent à une véritable exégèse : «Le chevalier a-t-il vraiment voulu effleurer de sa bottine la bottine de M. Thomeguex ? écrit Maurice Talmeyr dans Le Figaro. Le chevalier déclarait que non, mais M. Thomeguex maintenait que si, et toute l’Europe a pu savoir qu’on ne s’entendait pas là-dessus. Échanges de témoins, procès-verbaux, arbitrage, sentence d’arbitre, toute la théologie de l’honneur y a passé, et la question a fait plus de bruit, en quatre jours, que les deux cent mille Arméniens écorchés vifs par les Turcs n’en avaient fait en quatre ans.»
Le duel aura lieu le 17 mars, au champ de courses de Saint-Ouen.



Provocaties kunnen bijzonder subtiele vormen aannemen, die voor de niet-ingewijde moeilijk te plaatsen zijn. In 1897 barst, zoals de kranten van die tijd zeggen, de “affaire Thomeguex-Pini” uit, waarin twee befaamde schermers tegenover elkaar staan, de ene een Fransman, de andere Italiaan. Vertrekpunt van de affaire was op 6 maart 1897, toen na afloop van een schermtoernooi gehouden in het Cirque d’été, ridder Pini de rijglaars van Albert Thomeguex lichtjes beroerde. Deze laatste nu was van oordeel dat zijn tegenstander hem bewust op de tenen had getrapt. Na twee ontmoetingen tussen getuigen wordt bij een eerste proces-verbaal besloten tot de afwezigheid van belediging, maar Thomeguex is klaarblijkelijk op een krachtmeting met een illustere vertegenwoordiger van de Italiaanse schermschool gebrand, weigert zich aan deze conclusie te houden, en stelt nieuwe getuigen aan.
In dit “laarzendispuut”, dat de vertegenwoordigers van de twee voornaamste schermscholen tegenover elkaar stelt, geven de kranten zich over aan een ware exegese: “Had de ridder werkelijk de intentie om met zijn laars de laars van M. Thomeguex te beroeren? schrijft* Maurice Talmeyr in Le Figaro. De ridder zelf verklaarde van niet, maar M. Thomeguex hield vol van wel, en heel Europa heeft kunnen zien dat hier geen overeenstemming werd bereikt. Woordenwisselingen tussen getuigen, processen-verbaal, arbitrage, arbitrale beslissing, heel de theologie van de eer kwam erbij kijken, en de zaak maakte op vier dagen tijd meer ophef dan de tweehonderd duizend Armeniërs hadden gedaan, die in vier jaar tijd door de Turken levend zijn gevild.
Het duel zal plaatshebben de 17de maart, op de renbaan van Saint-Ouen.
____________________________

* Le Figaro, 18 maart 1897. Grappig artikel ook in The New York Times van 4 april 1897.
.

6 juni 2007

In Leterme en in Vande Lanotte zit te veel flogiston

.
Naarmate de kiescampagne vordert gaan sommige politici in moreel opzicht vooruit, anderen weer achteruit.
Tot deze laatste categorie behoren helaas Leterme en Vande Lanotte. Wat die de jongste dagen hebben uitgekraamd over de Armeense genocide is, laten wij het woord maar gebruiken, mensonwaardig.
Nu het er begint om te spannen, beginnen zij tekenen van morele en intellectuele incontinentie te vertonen.
Intellectueel gesproken leven beide heren altijd al een beetje boven hun stand is mijn indruk (ils pètent plus haut que leur cul, zegt de Fransman), maar als er toevallig niets dringends omhanden is valt dat niet aan iedereen op. Deze week echter wreekt zich hun gebrek aan intellectueel gewicht en moreel besef. Ze gaan vanzelf zweven.
Voor Leterme is het natuurlijk vervelend dat zijn kandidaat-soldaat, tegelijk senaatskandidaat Ergün Top ronduit incivieke verklaringen heeft afgelegd over Armenië, en zelfs over het opnemen van de wapens tegen België, in het geval Turkije in conflict zou komen met ons Koninkrijk !
Hypothetisch geval natuurlijk …alhoewel? Turkije bezet militair een stuk van Cyprus, van Europa dus. Volstrekt illegaal, en strikt genomen zou men kúnnen spreken over …een toestand van oorlog.
In eer en geweten moest Leterme zijn senaatskandidaat Top voor elk van deze beide verklaringen laten schrappen van de ledenlijst van zijn partij (en Top zijn burgerrechten moeten trouwens eens bekeken worden). In Nederland gebeuren zulke dingen.
Vande Lanotte is zijn toekomstige coalitiepartner nu bijgesprongen: tegen de Belgische wet in trekt hij de Armeense genocide in twijfel. “Er moet vooral méér onderzoek naar gebeuren”. Het antwoord van iemand die de situatie niet meester is, het intellectueel allemaal niet aankan.
Nu, ook op het moment dat de BHV-kwestie heet was, net toen wist onze professor niet goed of hij als jurist of als politicus moest spreken, want die twee zielen in zijn borst gaven hem twee verschillende antwoorden. Het werd de politicus die sprak, en Vande Lanotte veracht de wet moesten wij besluiten.
Karel De Gucht dan weer, die misschien moed heeft geput uit de standpunten van Sarkozy, verklaart nu: "Wat hij [Leterme] zegt, is een platte tjevenstreek, die ik enkel kan verklaren door het feit dat hier meer Turken dan Armeniërs wonen."
Dat staat zo in De Morgen, en het is heel flink van Karel want vroeger – toen hij als Buitenlandminister nog stage liep – sprak hij heel andere taal.
De Gucht heeft dus, in tegenstelling met zijn collega's, vooruitgang gemaakt in het zicht van de eindmeet.
Maar graag wil ik nu snel het standpunt horen van de Turkse kandidaten op de VLD-lijsten. Kan dat nog vóór zondag? Zou ergens een journalist zich kunnen vrijmaken voor dit karweitje?
.

20 januari 2007

Al dan niet ...en alleszins een eeuw geleden

.
Naast het interessante en uitgebreide nieuws vandaag op BBCworld, over een bepaalde Big Brother-uitzending waarrond iets al dan niet racistisch te signaleren viel, a row noemden zij het,

  • resumerend en halfbegrijpend gezegd, en noodgedwongen mij verlatend op de BBC-beelden: er werd daar een mooie niet-blanke, ik denk Indische kandidate weggestemd door een vreselijk lelijk blank vrouwmens; of misschien werd zij door het publiek zelf van de show weggestemd, soit .––
voelde deze geëerde redactie zich toch verplicht om, zij het meer in het kort, ook verslag te doen van de moord op de journalist Hrant Dink, vandaag in Istanbul.

Die vermoorde journalist, zei de BBC, had melding gemaakt van zekere gebeurtenissen “a century ago” en zijn woorden waren niet bij alle Turken even goed aangekomen. Turkse “nationalists” in het bijzonder waren kwaad geworden, en hadden de man nu vermoord.
Men keurde deze daad onverbloemd af. Maar de meeste BBC-aandacht ging toch naar de protestbetoging die ‘s avonds volgde. En al kregen wij nauwelijks overzichtsbeelden van de omvang van het populair protest, zij waren in their thousands wist de correspondente.
Eén promille, misschien zelfs 2‰ denk ik dan, in een stad van miljoenen en miljoenen.
Bij ons was de berichtgeving analoog. Ik hoorde een enthousiaste correspondent, medebetoger wellicht, vertellen hoe kwaad het Turkse volk wel was: “Wie het moesten ontgelden in de slogans was extreemrechts dat van Hrant Dink een publieke vijand had gemaakt, naar aanleiding van uitspraken over de al dan niet genocide door de Turken op de Armeniërs aan het begin van de twintigste eeuw.”

Er scheelt iets aan deze berichtgeving. De Turkse minister Abdullah Gül heeft, al mag Erdoğan vanavond nog gelijk wat vertellen, ondubbelzinnig gezegd (via zijn gezant in Parijs): "Notre position est bien connue [...] nous ne reconnaissons aucun soi-disant génocide et nous ne le reconnaîtrons jamais".

Het gaat dus niet om “nationalisten” zoals de media vertellen: het gaat in dit laatste geval alvast om de legitieme Turkse regering, die zich in haar negationisme gesteund weet door de bevolking in haar geheel (op onze enkele betogers na).
Nog minder gaat het om gebeurtenissen “a century ago”, zoals de perfiede Britten beweren, nee het gaat om een eeuwenoude politiek van uitmoording van christenen en Armeniërs, ook nog flink na de stichting van zijn lekenstaat door de fascistoïde Atatürk: tot op vandaag namelijk.
En het gaat al zeker niet om een al dan niet.



Noot van 21 januari: de Nederlandse site NederOpinie geeft een mogelijke beweegreden voor de moord, die vanzelfsprekend niet wordt vermeld in de gewone media: NederOpinie plaatst deze laatste misdaad in de eindeloze rij van islammoorden op christenen.



14 oktober 2006

Tom Naegels, Aznavour, Saint-Amour, Armenië en het begrip holocaust

.
Ik betwijfel sterk of het een goede tactiek is om tegen een interessante vrouw die je pas hebt ontmoet, al meteen in je openingszin over de holocaust te beginnen. Dat onderwerp lijkt mij wat scherp.
U zult hier opwerpen, lezer, dat in genoemde situatie nooit zekerheden bestaan, en dat elke methode haar verborgen mérites kan bezitten. Ik betwist dat niet, maar sprak in het algemeen. Even de taal van managers: bepaalde nichespelers zullen met deze ongebruikelijke methode eventueel hun voordeel kunnen doen.
Denken wij aan Tom Naegels. In de laatste Saint-Amour-show moet die zich hebben afgevraagd of het überhaupt mogelijk was een relatie aan te gaan met een vrouw die nog nooit van de holocaust had gehoord. Wat Toms antwoord was op zijn eigen vraag weet ik niet, maar de vrouwelijke kritiek op zijn optreden was niet mals.
Nochtans kun je de man begrijpen: in zulke situaties check je preliminaire voorwaarden meteen. En als ik zijn jongste column daarover lees, dan zou ook Naegels zelf nog iets kunnen hebben aan een holocaustgesprek met een intelligent wezen. Bijvoorbeeld met een wezen dat de holocaust niet niét kent, en dus evenmin hem ontkent.
Naegels heeft over dat onderwerp wel enkele ideeën, maar die lijken wankel, en dus gevaarlijk. Laten wij hem eerst lezen, want volgens hem kun je de ene holocaust rustig ontkennen, de andere niet.


En wat is 'ontkennen'? Ik sprak afgelopen zomer, tijdens een reis door Turkije, met een journalist van de Turkse kwaliteitskrant Zaman. Die erkende dat er in 1915 gruwelijk veel Armenen afgeslacht zijn, maar volgens hem ging het om een massamoord en niet om een genocide. De meeste Turken die ik ontmoette zaten op die lijn. Meestal zeiden ze ook: ,,In godsnaam, dat is negentig jaar geleden gebeurd, onder een ander politiek regime. Waarom vindt het Westen het zo belangrijk dat wij daarom op onze knieën gaan?"
Hier zitten wij meteen in een perverse gedachtegang, en ik zit al niet graag op een lijn. Het is allemaal een tijd geleden, ander régime, en dat op zich mag als rechtvaardiging gelden. Wat zijn de fijngevoelige onderscheiden tussen aanhoudende slachtpartijen en genocides? De autobiografie van Charles Aznavour is hier leerzaam: dat “andere regime” is gewoon een leugen. Aznavourian verhaalt hoe zijn hele familie is uitgemoord door de handlangers van Talat en consoorten, die het voor het zeggen hadden ook na de stichting van de (fascizerende) lekenstaat door Ataturk : […] mes oncles, tantes et grands-parents qui ne revinrent jamais de ce “Club Med de l’horreur”. Talat heeft nu nog standbeelden in Turkse steden, is het grote idool van de Grijze Wolven, en zijn nazaten waren vorige zondag op vele van onze kieslijsten terug te vinden. Wij mogen nog van geluk spreken dat het hier enkel om democratische lijsten ging. Sommigen, zoals genaamde Kir werden daarna zelfs eerste schepen als ik het goed heb.
Trouwens ook lang vóór 1915 zijn Armenen, en christenen in het algemeen door de Turken genadeloos uitgemoord. In de negentiende eeuw was de slachting misschien nog groter, en zij was al eeuwen aan gang – Turkije was tenslotte een christelijk land oorspronkelijk, Griekssprekend, waar de islam is verbreid …met het zwaard, zoals die geciteerde keizer nog moedig opmerkte.
Geen genocide! zegt Tom, aangezien het maar slachtpartijen waren. Ziet hij geen eeuwenlange systematiek? Zo blind kan iemand toch niet zijn? En hoe stelt onze Tom zich het lot van de christenen (0,3% nog…) in Turkije nú voor? Zijn hem geen recente feiten bekend? Hij wil ze niet kennen, maar dat is zijn recht want er is, als gezegd, een onderscheid tussen de negationismen:

Ik weet het, er is een precedent. De Holocaust mag ook niet ontkend worden. En daar ben ik wél voorstander van, toch als het gaat om de glasharde ontkenning: ,,Hitler had nooit de intentie om de Joden uit te roeien en heeft daar ook geen poging toe ondernomen.'' Maar de wet die het ontkennen van de shoah strafbaar stelt, gaat niet in de eerste plaats om geschiedenis. Uiteindelijk maken we ons geen zorgen omdat sommigen een historisch feit betwisten. We maken ons zorgen over de gevólgen van die betwisting. Iemand die de Holocaust ontkent, doet dat om de nazi's goed te praten, en hij praat de nazi's goed omdat hij hoopt dat hun ideeëngoed opnieuw opgang zou maken. Misschien wenst hij dat er een nieuwe Holocaust komt, opnieuw tegen Joden, of tegen zwarten of Arabieren of een andere bevolkingsgroep. Dát willen we tegengaan, dus verbieden we elke redenering die dat gedachtegoed kan ondersteunen. Wie de Armeense genocide ontkent, hoopt daarom nog niet dat de Armenen alsnog over de kling gejaagd worden. Die doet dat (meestal) omdat hij trots is op zijn Turkse identiteit en niet kan leven met een smet op het Turkse blazoen. Dat is verkeerd, maar het is wel van een andere orde. Het ontkennen van de Armeense genocide is minder gevaarlijk dan het ontkennen van de Holocaust.
Een weetje over dat "precedent", dat Tom wellicht van pas kan komen bij een volgende Saint-Amour, of bij een kwis: het woord holocaust werd, in de betekenis die wij nu kennen, voor het eerst gebruikt in Engelse kranten van tijdens de Eerste Wereldoorlog, en het sloeg op de genocide van de Turken, op de Armenen. Dus Tom, als je het woord gebruikt, dan met een onbepaald lidwoord graag, niet meer dé holocaust.
Verder lijken in bovenstaande alinea van hem vooral bedoelingen, vermoede bedoelingen dan nog, doorslaggevend om te besluiten tot strafbaarheid. Zoiets kun je niet ernstig nemen. Ik lees wel dat Tom een reis door Turkije heeft gemaakt, en daar interessante mensen heeft ontmoet, maar om dan meteen alles te geloven wat je hoort… dat past niet voor een journalist. Bijvoorbeeld mensen die hem zeggen dat er een “verkeerd soort aandacht” bestaat in Europa, aandacht van de verkeerde mensen bedoelde zijn bron: dat is filosofisch, en journalistiek, en gewoon voor een denkend mens onaanvaardbaar.
Journalistiek gaat eerst en vooral over feiten Tom, niet over meningen over feiten, noch over het soort van mensen dat, misschien enkel voor de sport, aan feiten herinnert.
.

29 september 2005

Het begrip racisme verdient herwaardering

.
In de kwaliteitskrant vanmorgen trof mij een vreemd klein titeltje:

“EU-Parlement jent Turkije”.
De journalist Bernard Bulcke had het bedacht.

Jennen doe je niet, zal elke ouder zeggen. Jennen is iets uit de kindertijd, van toen je nog kleine kleren droeg, en in ernstige internationale politiek past het begrip niet. Maar taalgevoel verschilt van persoon tot persoon, en voor Bernard Bulcke zullen er onder het begrip andere gedragingen vallen dan voor u of mij. Zo bijvoorbeeld vind ik niet dat de geallieerden na '40-'45 de Duitsers hebben gejend. Wél hebben die geallieerden afgedwongen dat Duitsland erkende dat er genocide was gepleegd door de nazi’s, en ook dat die genocide een logisch uitvloeisel was van de heersende ideologie.
Dat was toen niet iets waarover eerst met de nazikopstukken is onderhandeld! Dat werd afgedwongen, en de grote meerderheid der Duitsers heeft dat ook zo aanvaard want zij wilden zich weer opgenomen zien in de internationale gemeenschap, opnieuw deel worden van Europa.
Hoe komt zo'n journalist er toch bij om een woord als jennen te gebruiken vraag je je af?
Door collusie. Wie bij de hond slaapt krijgt zijn vlooien. Het is geloof ik mogelijk dat Bernard Bulcke iets te vaak heeft geluisterd naar de officiële politieke standpunten die België verdedigt in de kwestie van de Armeense genocide, zoals wij die pas nog in het Nieuws hebben gehoord van onze minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht. Ik resumeer even zijn gedachtegang, en louter ter verlevendiging van zijn betoog completeer ik hem ook:
De Europese bevolking is nu eenmaal geëngageerd, weze het door toedoen van mensen die niet echt een democratisch mandaat hadden. Ja, die journalistieke term van le déficit démocratique bevalt mij opperbest! Ik moet mijn vrienden journalisten hier bedanken, want een naam bedenken voor iets, dat is evengoed als zeggen dat iets onveranderlijk is, en zo wil ik het houden voor de burger. C’est malheureux mais c’est comme ça! En weze het zelfs dat de betrokken politici toen hebben gekonkelfoesd met negationisten, en dat zij bijgevolg in een bepaalde mate hun medeplichtigen zijn geworden: aangezien wij in Europa geen cordon sanitaire hebben kunnen zulke praktijken gewoon hun gangetje gaan, en wie nu nog iets tegenwerpt is een plaaggeest! (Bulcke vertaalt hier eenvoudig: “zo iemand jent”). Je moet nu eenmaal je woord gestand doen, meent tenslotte Karel De Gucht, want je niet aan je woord houden is slecht voor “de politiek”.
Laat nu niemand beginnen over BHV: dat laatste van hem is zeker waar, en ik hoor het graag uit de mond van een man die voor enkele maanden nog aantoonbaar stond te liegen, zo leek het, toen hijzelf in nauwe schoentjes kwam door zijn domme praat over Balkenende, en zijn bijzonder vulgaire commentaar over de dode Fortuyn. Maar gelukkig! Karel had dat niet gezegd …op een moment was er zelfs geen interview geweest!
Om nu naar onze Bulcke terug te gaan: die heeft een minder probleem. Hij moet enkel de precieze betekenis, later ook de gevoelswaarde van de woorden leren vatten. Daarna wacht hem een mooie toekomst.
En laat Bulcke alvast hierin sterkte vinden: hij is niet de enige die met dat probleem worstelt. Ik lees nog even door in mijn kwaliteitskrant en zie dat er in het zogeheten “Europees Parlement” – die vergadering heeft geen initiatiefrecht, geen wetgevende bevoegdheid en is dus niet echt een parlement – flink is gebakkeleid. Daniël Cohn-Bendit moet daar, zegt Bulcke, aan de EVP hebben verweten dat er "een zweem van 'racisme tegen de islam' achter haar stellingname tegen Turkije steekt."
Die term racisme hoor je bij elke gelegenheid tegenwoordig. Het is zoals met de woorden shit en fuck. Robert Graves, de auteur van Goodbye to all that en van I Claudius om hem even voor te stellen, schreef na de Eerste WO een klein boekje dat geloof ik "The Future of Swearing and Improper Language" heette. Zijn stelling daarin was, en nu resumeer ik gedwongen heel scherp want ik kan er niet zo gauw mijn hand weer opleggen, maar Graves beweerde: dat woorden als “bugger”, “bastard” of “bitch” enkel nog in de lagere klassen van dienst waren. Daar werden zij nog au sérieux genomen. In de hogere klassen waren het troetelnaampjes geworden en diende men op zoek te gaan naar nieuwe krachttermen.
Aan Cohn-Bendit zou ik willen vragen: als ik bijvoorbeeld de stelling verdedig dat er ten gunste van de pedofilie niet zo veel te vertellen valt ...ben ik dan racistisch tegenover pedofielen? Hij moet geloof ik ja antwoorden.
Et pour fixer les idées: racisme is onderscheid maken op basis van ras. Men zou zich bijvoorbeeld een Staat kunnen indenken waar je geen burger van kunt worden tenzij je tot een bepaald ras behoort. Of je die gang van zaken goedkeurt is een andere kwestie, maar die Staat zou je met reden “racistisch” kunnen noemen.
Kritiek echter op een godsdienst die in zijn geschriften de meest onwaardige, mensonterende stellingen tot het onveranderlijke woord Gods verklaart: dat is geen racisme.



P.S.
Wat mij betreft houdt de term racistisch een zware beschuldiging in ...maar dat hij in de handen van onzorgvuldige sprekers en schrijvers is gebanaliseerd tot een synoniem voor bijvoorbeeld afkeurenswaardig, slecht, verwerpelijk, niét netjes &cet. bleek hier eerder al.

26 april 2005

Een ernstig woord van een Turkse auteur, gericht aan pakweg De Gucht die "enkel vooruit wenst te kijken".

19 februari

[waarom ik De Gucht hier aanspreek kunt u nalezen op deze blog (10 en 20 december). Deze buitenlandminister geeft de indruk dat hij het noviciaat in zijn ambt maar moeilijk ontgroeit ...en de tijd dringt.]

Turkse Paranoia
Zafer Senocak

Hoe dichter het land bij Europa komt, des te sterker wordt zijn nationalisme.
De laatste jaren heeft Turkije intense inspanningen gedaan voor een toetreding tot de Europese Unie, en uiteindelijk ook een termijn bekomen voor het begin van toetredingsonderhandelingen. Maar die afspraak van Europa met Turkije wordt vandaag ernstig bedreigd. Immers in Turkije is er met dat concreter wordend Europese perspectief niet de verwachte en door vele mensen ook verhoopte lente van democratie en vrijheid ingetreden, maar een opnieuw aan krachten winnend nationalisme.

Het spook van de onderdrukking der meningsvrijheid, de wezenstrekken van een totalitaire staat waarvan de organen met een demagogische finesse de angst bij de bevolking aanwakkeren en verzuchtingen manipuleren, waarbij zij voor een gevaarlijke en explosieve stemming zorgen, dat alles geeft het beeld van een in hoge mate gedestabiliseerde samenleving. Wie vandaag van buitenaf naar Turkije kijkt, die kan zondermeer de indruk krijgen dat dat land integratie met China nastreeft in plaats van met Europa.
Het lijkt wel of de krachten die vrezen voor verlies van hun machtpositie door paniek zijn bevangen, in de eerste plaats moeten worden genoemd de militairen en het nationalistisch gezinde bureaucratische apparaat.

Het zijn net deze krachten die door hun halsstarrige houding, in vraagstukken rond democratisering en liberalisering van het land, de ontwikkeling van Turkije in de negentiger jaren hebben gehinderd en het land in een diepe economische en sociale crisis hebben gestort. Hun credo is dat lidmaatschap van de EU niet in overeenstemming is met nationale belangen van Turkije. Eerder lijkt de EU een geheim plan na te streven om Turkije te verdelen en te verzwakken. Samenzweringstheorieën maken opgeld.

Totalitaire systemen hebben altijd behoefte aan samenzweringstheorieën. Dat is niets nieuws. De Turkse variant echter is niets anders dan de voortzetting van een trauma uit de laatste dagen van het Osmaanse Rijk. Toen ging het inderdaad om de verdeling van de Osmaanse erfenis onder de koloniale machten. Vandaag echter gaat het om niets anders dan om de opheffing van de klassieke nationale staat. Door lidmaatschap van de EU wordt Turkije, zoals elk ander medelid, onderdeel van een bovenbouw – een nachtmerrie voor ware nationalisten, voor de aanhangers van het neutralisme, de resterende schaar van linkse ideologen. Die vinden elkaar nu in een laatste gevecht dat de toekomst van Turkije nog zeer kan vertroebelen in dit tijdperk van globalisering.

Maar ook voor Europa belooft deze ontwikkeling niets goeds. Voor de tegenstanders van een Turkse toetreding tot de EU is er geen reden tot leedvermaak. Want wat daaruit zal voortkomen is niet een strategische of zelfs geprivilegieerde partner van Europa, maar van in het gunstigste geval Rusland, en in een wat langer tijdsbestek veeleer een gezel van China. De nationalisten in Turkije trachten vandaag de bakens voor morgen te plaatsen. Ze wakkeren niet enkel een anti-Europese stemming aan, maar ook het anti-Amerikanisme en het antisemitisme, en ze kennen daar enig succes bij.

Volgens enquêtes gelooft een overweldigende meerderheid van de Turken vandaag dat de VS een bedreiging vormen voor Turkije. De oorlog in Irak wordt ondubbelzinnig negatief beoordeeld. Intussen is Hitlers „Mein Kampf“ een bestseller. Tot de meestgelezen werken behoort vandaag ook een roman met als thema een toekomstige oorlog tussen de VS en Turkije. De stemming is anti-Westers zonder meer, ongedifferentieerd, bijeengehouden door een ideologie van haat, door historisch diepzittende angsten, die al geruime tijd paranoïde trekken hebben aangenomen.

De Turkse paranoia heeft een lange traditie. Het is het gevolg van een laattijdig nationalisme dat enkel in een strijd op leven en dood stand heeft weten te houden. Slachtoffers van deze tragische en van bloed doordrenkte geschiedenis waren, eind XIXde en begin XXste E., de niet-Turkse minderheden van Anatolië en de moslimbevolking van de Balkan. In dit donkere hoofdstuk gaat ook de door Turken op de Armeniërs voltrokken volkerenmoord al negentig jaar schuil.

De auteur Orhan Pamuk heeft de volkenmoord op de Armeniërs "volkenmoord" genoemd, en dat levert hem nu vijandschap op. Wordt datgene wat is geschied, namelijk de bijna complete vernietiging van het Armeense volk op Anatolisch grondgebied, onschuldiger als men het een slachtpartij noemt in plaats van een volkenmoord? Het grootste deel van de Turkse pers voert tegenwoordig een infame campagne tegen deze auteur, en vanuit de demagogisch en propagandistisch opgejutte bevolking komen er moordbedreigingen.

Zeker, er zijn ook kritische stemmen tegen dit soort van perfide behandeling van de internationaal gerenommeerde schrijver. Maar wat aan Turkije ontbreekt is een intellectuele elite, die een tegengewicht zou kunnen vormen tegen deze demagogische opruiing van de massa’s. Er is niets dat men zou kunnen vergelijken met de weerstand van de intellectuelen in Oost-Europa, die toentertijd onder het communistisch bewind vorm had aangenomen. Stemmen van enkelingen zijn het vooral die kritiek laten horen, ongebundeld en bijgevolg ook zonder merkbare invloed. Als Turkije echter waarlijk Europees wil worden, dan zou een dergelijke geestelijke elite tot stand moeten komen, die zich gehoor weet te verschaffen. Maar niet weinige auteurs lijken zelf door de bacil van het nationalisme besmet.

Niet weinigen beschouwen de uitlatingen van Orhan Pamuk als goedkope mediastrategie, als de poging van een schrijver om zich in het Westen geliefd te maken. Anderen zien de exemplarische draagwijdte van een debat rond de volkenmoord niet in. Want wie de geschiedenis van een volk enkel leest als een heldengeschiedenis op hagelwit papier, en de bloedvlekken die zich daarop bevinden met opzet overziet, die heeft geen kans om een zelfkritische maatschappij op te bouwen, immuun tegen de verlokkingen van het nationalisme.

Maar hoe zouden vrijheid van mening en onderwijs aan openbare scholen en universiteiten tot ontplooiing kunnen komen, als de Staat zelf een bepaalde ideologie propageert? Een nationale staat die zich ideologisch heeft gefixeerd, is bijna immer geneigd om een totalitair systeem uit te bouwen. Het is een vijand van de Open Society, van het kritische discours. Een Europees Turkije heeft echter een staats- en maatschappijmodel nodig dat juist ook over gevoelige en omstreden thema’s open en vrij debatteert. Een Turkije dat bevlagd is met de maan-en-sterrenbanier, waar in de straten een lynchstemming tegen andersdenkenden en minderheden opgang maakt, waar de politie op weerloze demonstrerende vrouwen knuppelt, is daar ongeveer het tegendeel van.

Nee, zoals Turkije zich nu voordoet, is het geen land op weg naar Europa. Dat de toestand escaleert is in niet geringe mate de schuld van de regering. Al bezit zij een bijna tweederde meerderheid in het parlement, en heeft zij een duidelijk mandaat gekregen om het land te hervormen, toch heeft zij toch nu toe verzuimd om de op papier staande hervormingen metterdaad tot toepassing te brengen. In de plaats daarvan stelt zij zich, om tactische electorale redenen, aarzelend op tegen de schrille nationalistische kreten, en stapt zijzelf van tijd tot tijd daarin mee.

Zo vervolgt bij het Koerdische vraagstuk Turkije als van her een politiek van de ijzeren vuist. Evengoed blijft een kritische herziening van de eigen geschiedenis volkomen braakliggend terrein. Taboethema’s zoals de volkenmoord op de Armeniërs of de donkere bladzijden van het kemalisme blijven als voorheen onaangeroerd. De nationalistisch-conservatieve moslimachtergrond van de regeringspartij werkt hier als remblok blijkbaar. De meestal nationaal georiënteerde seculiere krachten waren de moslimpolitici steeds een doorn in het oog. Maar wie is meester van de “gezonde” publieke opinie? van de nationale trots van de burger, de kwetsbaarheden van de Turkse ziel?

De reformatoren van Turkije komen eenvoudigweg niet uit het liberale kamp. Kritisch en streng in de gaten gehouden door leger en bureaucratie, kunnen zij zich niet al te veel zijsprongen permitteren. Maar hun democratisch begrip staat op de proefbank vandaag. Minister-president Erdoðan zal vroeg of laat kleur moeten bekennen, als hij op de weg naar Europa voortgang wil maken. Mogelijk is de laatste trein dan al vertrokken.

De publicist Zafer Senocak, geboren in 1961 in Ankara, woont in Berlijn.

[en ook de Tages-Anzeiger had een artikel]

4 april 2005

Wacht De Standaard op een Autodafé?

.
Merkwaardig dat De Standaard alweer een “cultureel” berichtje heeft (op p.17 deze keer, eerder gaven ze al eens iets op p. 15...) betreffende de Turkse auteur Orhan Pamuk, die met censuur te maken heeft in zijn land.
Het is blijkbaar geen politiek nieuws als een toekomstig "Europees land" via zijn officiële instanties boeken uit de rekken laat halen. De gouverneur van Isparta vergeeft aan Pamuk zijn uitspraken over de Armeense genocide niet. Hij deed die uitspraken in de Zwitserse Tagesanzeiger.
Nu had de gouverneur zich deze moeite kunnen besparen voegt onze krant er aan toe, want in die rekken liggen toch al geen boeken van Pamuk! Laten we ons niet druk maken. Tot een autodafé moet het dus niet komen in Turkije, en anders lezen we dat wel op de culturele pagina’s. In Turkije liggen wel andere boeken in de rekken, en die worden door de officiële instanties niet weggehaald. Vrije meningsuiting wél voor Mein Kampf – principieel terecht overigens – maar niet voor Pamuk.
Vervelend blijft dat De Standaard in dat minuscule artikeltje net doet alsof ze een zin van Pamuk uit het beruchte interview letterlijk aanhalen, mét aanhalingstekens.

Eerst geef ik de Standaardvertaling, en dan wat Pamuk werkelijk heeft gezegd.
De Standaard: ”Dertigduizend Koerden en één miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. Bijna niemand durft erover te praten behalve ik, en de nationalisten haten me erom”, zei Pamuk in het gewraakte interview.
En dit was Pamuks échte antwoord op de vraag: Und Sie reden trotzdem davon. Wollen Sie unbedingt Schwierigkeiten bekommen?
Ja, jeder sollte das tun. Man hat hier 30 000 Kurden umgebracht. Und eine Million Armenier. Und fast niemand traut sich, das zu erwähnen. Also mache ich es. Und dafür hassen sie mich.

Beëdigde vertaler gevraagd! ofwel een eerlijke journalist want, al was er in de rest van het interview wel degelijk sprake van nationalisten, en zelfs van ultra-nationalisten... hier bedoelde Pamuk heel iets anders, en de feiten wijzen ook uit dat het niet om groepjes van ultra’s gaat, maar om officiële gezagsdragers, en naar ik aanneem worden die democratisch gedragen door de bevolking.

Ik zou aan die Standaardjongen [*] willen suggereren om aan de gematigde Turk Erdoğan een vraag te stellen, om het even welke, ...omtrent de Armeense genocide. Even nagaan of die gematigde democraat niet ook onder zijn „nationalisten“ valt.


.


[*] hij tekent met kgv

1 april 2005

Charles Aznavour: autobiografie


.
Charles Aznavour Le temps des avants Mémoires Flammarion, octobre 2003

Aznavour beschrijft in het eerste hoofdstuk van zijn autobiografie hoe hij in Parijs geboren werd, enkele jaren nadat zijn ouders en familie, net als honderdduizenden Armeniërs op vlucht waren gegaan uit Constantinopel en de tocht naar Damascus (!) hadden gemaakt, en hoe de Turken/Koerden zich daarbij gedroegen: het woord holocaust is toen voor het eerst gebruikt.
Dit verhaal zou "humanisten" als Schröder, Balkenende of onze zieke Verhofstadt (ik zwijg over Blairbush) mogen interesseren... zij zouden aan geloofwaardigheid winnen als ze hun eigen Europese boodschap wat ernstiger namen.
Ça n’a pas très bien commencé
[…] J’aurais pu rester enfermé dans le sperme liquéfié de mon père souffrant, suant, peinant pour rester en vie dans sa longue marche, cette foutue traversée du désert entre Istanbul et Damas. Les hordes de Kurdes – qui par la suite connurent la même situation – et les gendarmes de la nation ottomane pourchassaient et harcelaient les malheureux afin de s’approprier les quelques richesses qu’ils emportaient avec eux, comme les dents en or qui ornaient leurs bouches. Et je te tue un intellectuel, et je t’empale un prêtre, et je te pends, te décapite, et je te viole une jeune ou une vieille femme, et je te fais éclater la tête d’un bébé pour entendre le bruit que cela fait quand elle est projetée violemment contre un arbre… Ou bien j’aurais peut-être été mis bas, en fausse couche sur le sable du désert, tandis que ma pauvre mère aurait continué sa lente et pénible marche vers la mort, les jambes couvertes du sang qu’elle aurait éliminé en me laissant partir de ce monde où le nouveau gouvernement «Jeune-Turc» espérait tant les voir tous disparaître. Éliminés, annihilés, adieu, ou plutôt au diable, ces Arméniens, et en route pour la solution finale ! Oh ! La jolie phrase ! Der es Zor : cimetière de près d’un million et demi des miens, mes parents, mes ancêtres, volés, violés, assassinés au nom de la race, au nom de la religion, au nom de quoi, en vérité, je vous le demande. Au nom des Enver, des Talat, [*] des pachas du crime, assassins sans foi ni loi, interprétant le Coran qui ne justifie pourtant pas ces actes sanguinaires. Talat est le seul grand criminel qui a encore sa statue au beau milieu d’une place en Turquie.
Het begin was niet bijzonder gelukkig
[…] Net zo goed had ik opgesloten kunnen blijven in het moedeloze zaad van mijn vader, die leed en zweette, zwoegde om in leven te blijven tijdens die lange mars, die vervloekte tocht door de woestijn tussen Istamboel en Damascus. De horden van Koerden – die later kennis zouden maken met dezelfde omstandigheden – en de gendarmes van de ottomaanse staat achtervolgden en bestookten die sukkelaars om zich meester te maken van de povere rijkdommen die zij bij zich droegen, zoals de gouden tanden die hun monden sierden. Zullen we eens een intellectueel vermoorden? een priester spietsen? of eens iemand verhangen, de kop afsnijden? zullen we een jonge vrouw verkrachten, of een oude? of laten we de schedel van een baby uiteenspatten zodat je het geluid hoort als die met geweld tegen een boom wordt geknald… Ofwel was ik misschien als miskraam gebaard in het woestijnzand, terwijl mijn arme moeder haar langzame en moeizame tocht naar de dood had voortgezet, haar benen onder het bloed dat zij had verloren toen ze mij liet vertrekken uit deze wereld, waar het nieuwe gouvernement van de “Jonge Turken” zo vurig wenste dat zij er allemaal uit zouden verdwijnen. Uitgeschakeld, vernietigd, adieu, of liever naar de duivel met die Armeniërs, en op weg naar de finale oplossing! Oh! wat een prachtformule!
Der es Zor : kerkhof van bijna anderhalf miljoen van de mijnen, mijn verwanten, mijn voorouders, bestolen, verkracht, vermoord in naam van het ras, in naam van de religie, in naam van wat, ik vraag het je. In naam van de de Envers en Talats, pasha’s van de misdaad, moordenaars zonder god noch gebod, zich beroepend op de Koran, die hun beulsdaden niet billijkt nochtans. Talat is de enige grote crimineel die, pal in het midden van een Turks plein zijn standbeeld nog heeft. ________ Je moet dan weten dat Aznavour ook schrijft dat hij nooit één frank heeft gegeven aan, bijvoorbeeld de afscheidingsbeweging in Nagorny-Karabakh, en nooit zelfs maar heeft meebetoogd met de Armeniërs, wát sommige Turken over hem ook mogen beweren. Cependant, quoi que certains journalistes turcs ou azéris aient pu dire ou écrire par le passé, je n'ai jamais – je dis bien jamais – défilé à Paris ou ailleurs le 24 avril pour commémorer le massacre [...]. ________ Maar is Charles Aznavour misschien toch een Turkenhater? Neenee! hij schrijft: Je ne suis pas devenu pour autant un ennemi du peuple turc, et mon rêve aujourd’hui serait de visiter le pays de naissance de ma mère, mais… mais…mais. En iets verder verklaart hij over zijn familie (die op enkelen na zijn uitgemoord): […] mes oncles, tantes et grands-parents qui ne revinrent jamais de ce “Club Med de l’horreur”. Welnu, dat is het juiste onderscheid toch? individuele Turken kunnen best meevallen, en à la rigueur kunnen we zelfs het "moderne" Turkije het voordeel van de twijfel laten genieten, maar een Club Med de l’horreur mét geheugenverlies kan natuurlijk nooit lid worden van de “christelijke club”, zoals Erdoğan (zelf een Armeniër, maar zeg dat niet luidop) ons straffeloos mag blijven noemen… ________ Aznavour kent zijn eigen voorouders niet, en alle archieven zijn grondig vernietigd, zoals dat bij een genocide passend is: Nos églises, hélas, ont été pillées, détruites... Une chose est certaine: je n'ai jamais surpris mes parents à vilipender la Turquie moderne, [**] jamais ils ne nous ont élevés dans la haine de ce peuple. Au contraire, je les ai toujours entendus dire que la Turquie était un beau pays, que les femmes étaient ravissantes, que leur cuisine était la meilleure de tout le Moyen-Orient, et que, dans le fond, nous avions beaucoup d'affinités avec ce peuple. Si le génocide n'avait pas eu lieu – ou au moins avait été reconnu –, le contentieux ne serait pas aujourd'hui si profondément ancré dans la mémoire des deuxième et troisième générations des nôtres.
Onze kerken zijn geplunderd helaas, vernietigd… Een ding is zeker: geen moment heb ik mijn ouders er op betrapt dat ze het moderne Turkije door het slijk haalden, nooit hebben ze ons haat voor dat volk bijgebracht. Integendeel, ik hoorde hen altijd zeggen dat Turkije een mooi land is, met verrukkelijke vrouwen, een keuken die de beste was van heel het Nabije Oosten, en dat wij alles bijeen veel gemeen hadden met dat volk. Als er niet de genocide was geweest – of als die tenminste erkend werd –, dan zouden de geschillen vandaag niet zo diep verankerd zitten in het geheugen van de tweede en derde generatie der onzen.

[*] Leden van de junta der "Jonge Turken".

[**] Nochtans behoort christenvervolging en -uitroeiing niet "tot de geschiedenis" in Turkije. Zelfs nog onder de "moderne" Tansu Ciller werden er in het Oosten van Turkije kerken beschoten bij tankoefeningen: "kerken horen niet in een islamitisch land, en die kerken stonden toch leeg". Materiële resten van het christelijke verleden werden door het leger, "garant voor de lekenstaat", vakkundig opgeruimd: alle dictaturen bestrijden immers ook het verleden, want zij wensen een tabula rasa.

Een liedje van Aznavour

.
Ils sont tombés
Paroles: Charles Aznavour.
Musique: Georges Garvarentz
© 1976 - Éditions Djanik


Ils sont tombés, sans trop savoir pourquoi
Hommes, femmes et enfants, qui ne voulaient que vivre
Avec des gestes lourds, comme des hommes ivres
Mutilés, massacrés, les yeux ouverts d'effroi
Ils sont tombés, en invoquant leur Dieu
Au seuil de leur église, ou le pas de leur porte
En troupeaux de désert, titubant en cohorte
Terrassés par la soif, la faim, le fer le feu

Nul n'éleva la voix, dans un monde euphorique
Tandis que croupissait, un peuple dans son sang
L' Europe découvrait, le jazz et sa musique
Les plaintes des trompettes, couvraient les cris d'enfants
Ils sont tombés, pudiquement sans bruit
Par milliers, par millions, sans que le monde bouge
Devenant un instant, minuscules fleurs rouges
Recouverts par un vent de sable, et puis d'oubli

Ils sont tombés, les yeux pleins de soleil
Comme un oiseau qu'en vol, une balle fracasse
Pour mourir n'importe où, et sans laisser de traces
Ignorés, oubliés, dans leur dernier sommeil
Ils sont tombés, en croyant ingénus
Que leurs enfants pourraient, continuer leur enfance
Qu'un jour ils fouleraient, des terres d'espérance
Dans des pays ouverts, d'hommes aux mains tendues

Moi je suis de ce peuple, qui dort sans sépulture
Qu'a choisi de mourir, sans abdiquer sa foi
Qui n'a jamais baissé, la tête sous l'injure
Qui survit malgré tout, et qui ne se plaint pas
Ils sont tombés, pour entrer dans la nuit
Éternelle des temps, au bout de leur courage
La mort les a frappés, sans demander leur âge
Puisqu'ils étaient fautifs, d'être enfants d'Arménie

Gevallenen

Ze zijn gevallen en waarom wisten zij niet
Met lome gebaren die je bij dronkaards ziet
Mannen, vrouwen, kinderen die enkel leven wilden
Verminkt en afgemaakt met angstige open ogen
Ze zijn gevallen terwijl zij hun God aanriepen
In het kerkportaal of aan de drempel van hun deur
Een waggelende woestijnkudde, een mensensleep
Neergehaald door dorst, honger, staal en vuur.

Geen stem verhief zich in de euforische wereld
Terwijl een volk in zijn bloed verrotte
Ontdekte Europa de jazz en haar muziek
En klagende trompetten overstemden kinderkreten
Schroomvallig en geruisloos vielen zij
Duizenden, miljoenen, en onbewogen bleef de wereld
Eén moment waren het minuscule rode bloemen
Zandwind bedekte hen en daarna vergetelheid

Gevallen zijn zij met de zon in hun ogen
Zoals een vogel, door hagel vermorzeld in de vlucht,
Ergens verloren doodgaat en geen spoor nalaat
Genegeerd, vergeten in hun laatste slaap
Zijn ze gevallen, argeloos in hun geloof
Dat hun kinderen toch groot zouden worden
Dat ze ooit voet zouden zetten in hoopvolle streken
In open landen vol mensen met uitgestrekte handen

Ik ben een van dat volk dat rust zonder graf
Dat de dood heeft gekozen en het geloof bewaard
Dat nooit voor hoon het hoofd heeft gebogen
Dat ondanks voortleeft en niet klaagt
Ze zijn gevallen en de nacht ingegaan
De eeuwige nacht aan het eind van hun moed
De dood sloeg hen zonder naar leeftijd te vragen
Hun fout was, dat zij Armenië’s kinderen waren


28 februari 2005

Sinds wanneer vallen negationisme en staatsterreur onder het "culturele nieuws"?


De klacht die bij een Turkse rechtbank aanhangig zal worden gemaakt tegen de auteur Orhan Pamuk kreeg bij De Standaard vandaag een klein kolommetje op p.15, in het katern Cultuur&Media.
Pamuk had het aangedurfd om in een interview met een Zwitserse krant [*] te praten over de Turkse genocide op de Armeniërs, en over nog een paar andere massamoorden op staatsbevel, en op zulke praatjes staan er zware straffen in zijn land.
Mij lijkt zoiets politiek nieuws van de eerste orde, geen cultureel nieuws. Natuurlijk, onderscheid maken is soms moeilijk: wanneer is iets cultureel nieuws? Veronderstel dat de dichter Achterberg zijn hospita doodslaat, op welke pagina brengt De Standaard dat? en in welk katern?
De kwaliteitskrant geeft echter zelf een verklaring voor zijn keuze: de zaak komt ongelegen voor Turkije, immers een “Europees land” in wording.
Nu geloof ik niet dat Turkije verveeld zit met deze kwestie, maar juist volop zijn gang zal kunnen gaan tegen Pamuk: ze mogen er immers op rekenen dat Europese kranten alles zullen verdoezelen.[**]
Misschien lezen wij binnenkort in De Standaard een bericht over "...jaren gevangenisstraf, die bij Pamuk ongelegen kwamen"?
Neen, laten wij meteen de krantencommentaren lezen van een democratisch land ...dat toevallig niét betrokken is bij die hele Europese machinerie.


Armenië, 1915

[*] In de Tages-Anzeiger © Das Magazin, van 5 februari stond dat interview onder de titel „De meest gehate Turk“ (Der meistgehasste Türke). Het enige wat Pamuk zei over de volkenmoorden was dat de Turken niet willen dat er over gesproken wordt: „Er hebben gruweldaden plaatsgehad, maar niemand anders mag dat te weten komen.“ En u praat er toch over. Vraagt u niet beslist om moeilijkheden? „Ja, en iedereen zou dat moeten doen. Men heeft hier 30 000 Koerden omgebracht. En een miljoen Armeniërs. En zo goed als niemand waagt het om dat ter sprake te brengen. Ik doe dat dus wel. En daarvoor haten zij mij.“
[**] Der Spiegel had op 27 februari ook aandacht voor de genocidekwestie, en berichtte dat het Brandenburgse ministerie voor onderwijs, na diplomatieke druk vanuit Ankara, de volkerenmoord op de Armeniërs uit de geschiedenishandboeken had laten verwijderen! De Brandenburgse ministerpresident Matthias Platzeck (socialist) verklaarde nu dat de Turkse genocide bij latere drukken opnieuw zou worden vermeld ...maar geplaatst in een breder kader.

16 december 2004

Europese democraten rest enkel nog de INNERE EMIGRATION

.
De feiten vandaag zijn, wat onze politici ten gerieve van hun "achterban" ook mogen vertellen: nog vijf-zes jaar en Turkije is volwaardig lid van de Europese Unie, en er gelden géén voorwaarden meer voor de uitzwerming van miljoenen Turken over ons oude continent.

Bij hun beslissing hebben onze politici aangetoond dat ze geen enkel eergevoel hebben, en ze hebben ook alle logica met voeten getreden: als zelfs de brave Standaard vandaag schrijft, post factum dus …dat de hele Turkije-kwestie puur een Amerikaans verzinsel is! Bushblair heeft Europa in het hart getroffen, en bediende zich daartoe van het "Europarlement" als van een stel draadpoppen.

Ernstige argumenten, geografische, historische, religieuze, culturele argumenten zijn door die perspectiefloze politici weggeblazen. Wie over zulke zaken nog maar begint, wordt op de meest geniepige manieren verdacht gemaakt. Zelfs hun eigen schertsargumenten, de zogenaamde “Kopenhagencriteria” hebben ze noodgedwongen ingeslikt, want het rapport daaromtrent zei dat Ankara simpelweg aan geen énkel van deze criteria voldoet. “Er werden grote inspanningen geleverd, dus zijn er geen beletsels meer”, heet het nu... credo quia absurdum.

Noch het Turkse negationisme wat betreft de volkerenmoord, 1915 en later, op de Armeense christenen (“in dit stadium is het te laat om daarover te beginnen”), noch de wederrechtelijke bezetting van een stuk van Europa (“in dit stadium is het te vroeg om daarover te beginnen”) tellen nog mee.
Al nemen zij vaak woorden als “historische kans” in de mond: onze politieke ignoramussen hebben geen besef van geschiedenis en zijn daar nog fier op ook, want zij kijken vóóruit en niet de hele tijd achteruit! (Karel de Gucht)

Een onbenullige democratische bemerking: de Europese bevolking is tégen deze “toetreding”, enkel de “volksvertegenwoordigers” zijn er voor. En dan hoor je Karel Pinxten op de radio het woord “geloofwaar­digheid” in de mond nemen. Pinxten over geloofwaardigheid, mijn God !

In de Standaard van de week dacht deze Karel nog een heel slim argument te hebben gevonden om Turkije "Europees" te verklaren. Eén van zijn medewerkers moet hem een tekst in de hand hebben geduwd, waarin stond dat tsaar Nikolaas I. ooit sprak over Turkije als "de zieke man van Europa". .Dus! zegt onze historicus Pinxten: hier zie je toch, Turkije wordt al lang als een deel van Europa beschouwd.

Helaas voor hem, a bit of learning can be a dangerous thing! Wat Nikolaas bedoelde was namelijk heel iets anders. Er is daaromtrent een geschreven bron, maar die lag verder dan de armlengte van de VLD-studiedienst.

De Britse gezant in StPetersburg, Sir G.H. Seymour schrijft op 22 januari 1853 een brief aan Lord John Russell en rapporteert daarin dat de tsaar tijdens een onderhoud: het Byzantijnse Rijk "een man" had genoemd, en die man was na de eindeloze reeks Turks-Russische oorlogen "in een staat van aftakeling" geraakt. Er zijn ook aanwijzingen dat de tsaar iets zei in de aard van: dat Rijk is zo ziek en zo verzwakt, dat het voor het grijpen ligt voor een Europese staat, Frankrijk, of eerder nog Engeland. Ze konden het zo koloniseren! In dát opzicht noemde hij "Turkije" ...van Europa.

Mijn vraag is nu: kun je van alle hout pijlen maken? Zeker, Cupidon fait flèche de tout bois, maar mogen politici dat ook?
Of anders gezegd: gesteld dat Pinxten van het bovenstaande kennis had gehad ...dit gesteld, zou hij dan afgezien hebben van zijn aanlokkelijke en erudiete "argument"?

P.S. (noot van 24 maart 2006) De genaamde Karel Pinxten heeft dit bericht, dat hij persoonlijk heeft gekregen, nooit beantwoord. Iedereen mag daar het zijne van denken, maar ik denk dat hij te laf is om zijn mond open te doen als hij iemand tegenkomt die zijn halfbakken wijsheden ontmaskert. En het zijn niet eens zijn eigen wijsheden... hij heeft ze ook maar van horen zeggen, en is al lang blij dat hij mee mag blaten met de andere schapen.

10 december 2004

Valt "negationisme" onder een soortement gedoogbeleid ...volgens Karel De Gucht?

.
Enkele dagen geleden verklaarde Karel De Gucht, na een vraag over de Turkse genocide op de christelijke Armenen: dat we in de eerste plaats vooruit moeten kijken en niet achteruit.

Die houding van “zand erover” is echter onwaardig, schandelijk, en ik meen strafbaar naar vigerende wet.

Aan Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken, moet een aantal zaken worden herinnerd tenzij, wat ik niet durf te denken, ze nieuw voor hem zouden zijn.

Ten eerste: die genocide is wel degelijk een historisch feit, en het gaat over grote cijfers. Ik neem aan dat De Gucht dat toch weet.
Ten tweede: aan Franse journalisten heeft, via zijn woordvoerder de Turkse buitenlandminister recent nog laten weten: "Notre position est bien connue [...] nous ne reconnaissons aucun soi-disant génocide et nous ne le reconnaîtrons jamais". Dat is duidelijke taal Karel. Abdullah Gül bedoelt natuurlijk: ook niet tijdens de komende toetredingsonderhandelingen.

Nu is het niet meer dan normaal dat er aan iemand die nieuw is op een departement als Buitenlandse Zaken veel zaken ontgaan, en De Gucht is zeker niet slechter dan die cocasse voorganger van hem (die met zijn ski’s, zijn motorfiets en zijn prille democratieën) maar er zijn toch enkele zaken die De Gucht beter onder ogen zou nemen: zo heeft nog in 2001 Turkije een aantal bestellingen van Franse wapens afgezegd, en heeft het land ook officiële bezoeken afgezegd, omdat er in Franse media nogal wat te doen was over die Turkse genocide op de Armenen.

Zulke details kunnen een minister ontgaan, maar niettemin vraag ik aan De Gucht en aan de regering: is er in dit land, tegen de wet in, een soort van gedoogbeleid voor negationisten afgekondigd? Kunnen wij bijgevolg met een gerust hart aan tafel gaan zitten met mestkevers die misdaden tegen de mensheid, niet enkel ontkennen maar blijven ontkennen?
Zulk gedoogbeleid zou verstrekkende gevolgen hebben, ook voor de binnenlandse politiek.
Moet kunnen zegt Karel De Gucht, want hij wil met de Turken aan tafel. Trouwens: “zoals wij zelf weten: het vraagt tijd om met het eigen verleden in het reine te komen”.

Ik neem aan dat De Gucht, pas terug van zijn eerste grote missie, hiermee ons koloniaal verleden bedoelde? Welnu: met die slachting destijds in Kongo, daar hebben wij allemaal, op de bende van Laken na, allang mee afgerekend. Je hoort geen Vlamingen zeggen, ook al hadden de meesten part noch deel in de misdaden van de Coburgs: "et nous ne le reconnaîtrons jamais".
Iemand moet trouwens aan De Gucht eens uitleggen wat zijn Turkse collega bedoelt met het woordje "jamais"; Elio di Rupo moet dat kunnen.

De Gucht heeft nu twee mogelijkheden:
–– óf hij ageert om de wetten op negationisme &cet. af te schaffen (niet omdat hij vindt dat er nooit een shoa is geweest, maar omdat er geen wetten kunnen bestaan die aberrante meningen verbieden)
–– óf hij aanvaardt het gezelschap van Adolf Hitler, die ook vond dat je niet telkens het verleden moest oprakelen, en die vlak voor zijn inval in Polen in een speech verwees naar de Armeense kwestie, en daarbij het De Gucht-standpunt vertolkte: "Wie zou er nu nog denken aan de volkerenmoord in Armenië?"[1]

_____________
[1] "Wer denke schon noch an den Völkermord in Armenien?" De Turken ontkennen natuurlijk ook dat Hitler dat zou hebben gezegd; consequent als je het feit zelf van die genocide tot op de dag van vandaag ontkent, maar in 1985 werden de geheime notities van admiraal Wilhelm Canaris gepubliceerd, en daarin komt die zinsnede wel degelijk voor.
cfr. K.B. Bardakjian, Hitler and the Armenian Genocide (Cambridge, MA: Zoryan Institute, 1985)

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html