Posts tonen met het label islamofobie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label islamofobie. Alle posts tonen

14 augustus 2026

Versteende islamofobie


Islamofobie is een zware zonde. Dat weet iedereen en onze kranten en media hameren daar onvermoeibaar op. Maar islamofobie kent vele vormen. In Gent bijvoorbeeld kan een onhandige formulering al voldoende zijn om iemand aan de schandpaal te nagelen. Een mens moet op zijn woorden letten. Maar kijk, als puntje bij paaltje komt is zelfs Gent wat islamofoob. Niet in woorden natuurlijk, maar in daden.

Gebetonneerde islamofobie is hier namelijk heel acceptabel, en al langer, want gelukkig neemt ons stadsbestuur geen risico’s en morgenochtend zullen de klaarstaande anti-islamblokken keurig op hun plaats worden gezet voor de Zeugsteeg, zodat de Patersholfeesten zonder kwaadwillige camions, camionettes of andere voertuigen kunnen verlopen.

Het blijft islamofobie helaas, maar dat is in Europa overal het geval, zoals deze Brit ons uitlegt:

Wij haalden onze schouders op toen ons stadsbeeld werd verminkt door de blokken en slagbomen die nodig waren om mannen te beletten auto’s of busjes of vrachtwagens op ons en onze families af te sturen. Iedereen die vandaag de Parlementsgebouwen bezoekt zal zien wat ik bedoel. De zetel van onze democratie is letterlijk omzoomd met betonblokken. Maar ...tenslotte zijn winkelcentra en sporthallen dat ook, overal in het land.



10 december 2023

Islamofobie = ziekelijke schrik voor de islam


In Frankrijk kun je goed de temperatuur meten van wat er in heel Europa komt. Hun regering is islamofoob... en alleen voor ongeletterden betekent die term iets anders dan wat de titel hier zegt.

Recent waren er weer enkele islammoorden in dat land, maar als Marine Le Pen die in het parlement ter sprake wil brengen wordt ze aasgier, lijkenpikker, charognarde genoemd, zelfs door regeringsleden. Zij zien geen verbanden, geen samenhang en spreken bij voorkeur over losse, zij het vanzelfsprekend betreurenswaardige faits-divers.* Minister Gérald Darmanin had het ooit over l’ensauvagement d’une partie de la société, de verwildering van een deel van de samenleving, maar dat deel ook bij naam noemen was te veel gevraagd.

Op vragen komt nooit antwoord, hoe beleefd ook gesteld: er wordt alleen gescholden. Le Pen beklaagde zich daarover vanmorgen op CNews en Europe1, bij Sonia Mabrouk.

Sonia Mabrouk: Maar als u het woord neemt, dan stelt u hun inactiviteit, hun onvermogen aan de kaak. Tja, dat ze dan niet antwoorden: wel bedankt en voortaan zullen we...
Marine Le Pen: Natuurlijk grijpen ze niet in, maar wij, de oppositie, zijn er precies om hen te zeggen: wij denken dat jullie niet doen wat nodig is.
Stéphane Dupont: Vindt u niet dat u die feiten van maatschappelijk belang, zoals u ze noemt, politiek uitbuit?
Marine Le Pen: Maar wát betekent politiek dan voor u? Wat betekent politiek, als het niet gaat om het aanpakken van problemen waar mensen dagelijks mee te maken hebben, en hen antwoorden bieden? Wat betekent politiek voor u? Is het iets waarbij je in een salon thee drinkt in het gezelschap van technocraten die net zijn afgestudeerd aan de ENA?
Sonia Mabrouk: Verstaat Élisabeth Borne dát onder politiek’?
Marine Le Pen: Natuurlijk is dat voor Élisabeth Borne politiek. Het bewijs? Ze beseft niet eens dat onveiligheid een realiteit is in ons land.
Sonia Mabrouk:Een gevoel. Een gevoel van onveiligheid.’ [Eerste minister Borne zei dat]
Marine Le Pen: Ze heeft het nog steeds over een gevoel van onveiligheid, net als Lionel Jospin in zijn tijd.
Stéphane Dupont: Denkt u dat ze, in dat opzicht, haar eigen land niet kent?
Marine Le Pen: Maar... ze kent het ook niet, of anders gezegd: ze zijn zo bang te moeten erkennen dat ze verantwoordelijkheid dragen voor de situatie ...en dan komt het nog het beste uit om zaken gewoon te ontkennen. Zolang ze de situatie ontkennen, hoeven ze niet te zeggen: ‘Ja, inderdaad, de toestand is catastrofaal en wij zijn medeschuldig.
Want op dat moment, neemt een politiek verantwoordelijke zijn verantwoordelijkheid. Waar gaat het immers heen als niemand ooit nog verantwoordelijk is? En dus moeten zij wel optreden, voilà. Maar de realiteit is dat zij de feiten ontkennen, en door het maatschappelijk feit te ontkennen, proberen zij in werkelijkheid zichzelf af te schermen, en hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen lediggang te ontkennen.

______________ 

* Zoals Godfried Bomans opmerkte in zijn Pieter Bas‘Heeft de heer Lohmeijer wel aan het Verbindend Principe gedacht?’

14 mei 2018

De politieke klasse komt niet meer uit haar woorden


In Le Figaro lezen we over de radeloosheid en de schrik van de politici, waardoor ze de juiste termen niet meer vinden, en zich dan verliezen in debiele vergelijkingen. Ook Macron is heel bang (de altijd vals gebruikte term 'islamofobie' is op hem wel degelijk toepasbaar).


Macron moet het islamistische terrorisme bij zijn naam noemen!
Ivan Rioufol

Neen, Emmanuel Macron is wat betreft het islamistische terrorisme niet tegen zijn taak opgewassen. Zijn keuze om zijn weekend in Brégançon (Var) niet in te korten, heeft laten verstaan dat hij de steekpartij zaterdagavond in Parijs (in de buurt van de Opéra) relativeert. Een jonge Fransman vond de dood, onder de messteken van een ‘landgenoot’ van Tsjetsjeense afkomst. Vier mensen raakten gewond, twee daarvan ernstig. In twee tweets van 12 mei heeft het staatshoofd ‘een terrorist’ aangewezen, en daarna schreef hij: ‘Frankrijk wijkt geen duimbreed voor de vijanden van de vrijheid.’ Op geen enkel moment heeft de president het islamistische karakter van de moord willen noemen, al werd ze gepleegd met de kreet Allah Akbar.
De avond daarvoor nochtans had hij het nationalisme al onbeschroomd zijn vijand genoemd: ‘Om de nationalisten te verslaan: Europese solidariteit op zich nemen.’ Om de islamisten te verslaan is het blijkbaar nog even wachten op het Élyséese recept. En dat zal nog een tijdje uitblijven, want Macron is er zichtbaar beducht voor om een totalitaire ideologie voor het hoofd te moeten stoten.
Tegelijk had minister van Binnenlandse Zaken, Gérard Collomb het zaterdag over een ‘overval’, alvorens dan toch de juiste term ‘aanval’ te gebruiken. En Jean-Michel Fauvergue, verkozene voor La République En Marche!* en voorheen hoofd van de RAID,** waagde het in een televisiedebat zelfs om de Arabische prediking in de moskeeën te vergelijken met de Latijnse preken in de kerken…***
Kortom, wat uit deze enkele voorbeelden naar voren komt, is de wil om het islamitische terrorisme te banaliseren en het als onontkoombaar voor te stellen. Een dergelijke houding van zelfverloochening is heel wat gevaarlijker dan de oorlog die de veroveringsislam aan Frankrijk heeft verklaard.

­­­­­­­­­­––––––
* De ‘beweging’ van Macron.
** Elite-eenheid van de Franse politie: men koos die naam om zijn Engelse betekenis van militaire aanval, maar naderhand interpreteerde men hem als acroniem voor Recherche, Assistance, Intervention, Dissuasion (ontrading).
*** Waar in Frankrijk ergens in het Latijn gepredikt wordt is me onbekend. Dat deed zelfs kardinaal de Retz in de zeventiende eeuw al niet meer.

24 november 2017

Raphaël Enthoven


In Frankrijk is er beroering ontstaan over een vertaling – ja, het blijft een cultuurland. Het gaat om één nieuwtestamentisch vers dat een vers jasje kreeg.
In de stichtingsoorkonde van ons Nederlands, de Statenvertaling van 1618-19 luidde het: (Matthéüs 6:13) En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Een duidelijk verstaanbare bede van de gelovigen, gericht aan hun Vader die in de hemelen verblijft.
In 1667 vertaalde Isaac Lemaistre de Sacy: et ne nous laissez point succomber à la tentation; mais delivrez nous du mal.
Ook heel begrijpelijk, al staat er in het Grieks noch in het Latijn iets over “bezwijken”. Het Grieks zegt μή εἰσενέγκῃς ἡμᾶς: een aorist 2de persoon enkelvoud van εἰσφέρω, naar binnen dragen, binnenvoeren in. En de Vulgaat zegt ne inducas nos, van inducere: voeren, leiden, brengen in. Dat “bezwijken” was een dichterlijke vrijheid van Lemaistre de Sacy, die blijkbaar besefte dat voor bekoringen de mens gewoonlijk tóch bezwijkt, en die voorafgaande stap van het in bekoring brengen dus achterwege kon blijven.
Een latere Franse vertaling maakte die sprong niet meer: et ne nous induis pas en tentation, mais délivre-nous du mal. Nog later, en tot vandaag had de officiële versie van het Franse Onze Vader: Ne nous soumets pas à la tentation.

Maar nu moeten vanaf drie december, de eerste zondag van de Advent, de Franse katholieken het anders zeggen: Ne nous laisse pas entrer en tentation. Dat soumettre, die soumission dus is weggevallen.

Woorden leiden hun eigen leven, en na de roman van Houellebecq kreeg soumission een bijzondere klank. Dat bracht de filosoof Raphaël Enthoven ertoe – Carla Bruni wijdde een liedje aan hem en schonk hem een zoon –  in die nieuwe vertaling een soort ‘islamofobe’ reflex te zien, onder het mom van een betere tekstgetrouwheid. Vergezocht en krankzinnig natuurlijk, maar daar ben je ook een politiek-correcte filosoof voor.
Hij werd hiervoor zwaar op de vingers getikt, en zelf zag hij ook snel in dat zijn bewering nergens op sloeg. Enthoven geeft zijn commentaren op de actualiteit, vaak heel grappig en spiritueel, elke dag op Europe1, en sloeg daar een uitgebreid mea culpa:

Quel est l’ennemi commun, l’ennemi de tous, l’ennemi du public n°1? C’est pas le catholicisme, ni l’islâm ni le judaïsme ni la laïcité bien sûr. Le seul ennemi que nous ayons tous à redouter, collectivement, le cauchemar du débat c’est le procès d’intention. Qu’on en fasse ou qu’on en subisse. C’est l’accusation indémontrable qui souille l’accusé sans exposer l’accusateur à un démenti argumenté.



Wat is de gemeenschappelijke vijand, de vijand van allen, de publieke vijand nummer één? Dat is niet het katholicisme, noch de islam, noch het judaïsme noch de vrijzinnigheid natuurlijk. De enige vijand waar we allen, gezamenlijk beducht voor moeten zijn, de gruwel van elk debat is het intentieproces. Of men het nu zelf voert of het ondergaat. Het is de onbewijsbare beschuldiging, die de beschuldigde besmeurt zonder dat men de beschuldiger een onderbouwde ontkenning voor de voeten werpt.

Alles goed en wel, heel eervol van Raphaël, maar dat nevenschikkend rijtje – catholicisme, islâm, judaïsme et laïcité – bevalt mij dan weer niet. Hij blijft een politiek-correcte filosoof.

Amen, of om met de Grieken te spreken: ἀμήν.

19 augustus 2017

Nu zou het toch iets met de islam te maken hebben?


In alle eerlijkheid, na de eindeloze reeks moslimaanslagen hoor of zie je bijna geen journalist meer die beweert dat het niets met de islam te maken heeft. Ook hun kreet 'islamofoob!' begin je stilaan minder te horen, en zelfs geijkte termen als 'jongeren' lijken op de terugweg. 'Verward' lijkt nog een zeker journalistiek succes te kennen, maar ook op die omschrijving komt snel sleet.
Ze zien wellicht in dat hun oude vocabularium zijn beste tijd gehad heeft, en leren nu schoorvoetend meer specifieke woordjes gebruiken. Toch is het misschien nuttig voor hen die zich nog altijd voor de betere islamexegeten houden, om het interview hieronder eens te lezen. Het zal hen in elk geval geen kwaad doen.
“De samenhang tussen fundamentalisme, terreur en de uitgangsstellingen van de orthodoxe islamleer is volstrekt duidelijk”, zegt Kyai Haji Yahya Cholil Staquf, secretarisgeneraal van de grootste moslimvereniging van Indonesië, in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung vandaag.

Speciaal de verhouding van moslims tot niet-moslims, zowel als de houding van moslims tot staat en recht, zijn problematisch en leiden tot segregatie en vijandschap. “Te veel moslims zien de beschaving, het vreedzame samenleven van mensen met verschillende religies, als iets dat bestreden moet worden”, zegt hij. De toenemende angst voor de islam in het Westen is volkomen begrijpelijk. En over die samenhang moet men klare taal spreken: “Het Westen moet ermee ophouden de vraagstellingen hierbij voor islamofoob te verklaren.”
“Wij moeten ertoe komen dat een interpretatie die de traditionele normen van de islamitische rechtsleer als absoluut ziet, als vals geldt. Religieuze waarden en de sociale realiteit moeten bij elkaar passen. En het moet glashelder zijn dat de wetten van het land voorrang hebben.”

Yahya Cholil Staquf stamt uit een familie van soennitische geleerden. Hij is secretarisgeneraal van de Opperste Raad van Nahdlatul Ulama, de grootste moslimvereniging in Indonesië, zijnde het land met de grootste moslimbevolking ter wereld. Nahdlatul Ulama geeft aan dat ze 50 miljoen leden tellen, en minstens deels beschouwen zij zich als gematigd. Kyai Haji Yahya Cholil Staquf behoort tot de spiritueel georiënteerde vleugel van de organisatie.

26 oktober 2013

Generatio Spontanea nieuw leven ingeblazen


“De term «islamofobie» ontstond in de jaren tachtig en negentig”, zo begint een ontwerptekst van onder meer de senatoren Bert A. van de SP-a, en Richard Miller van de MR. De hoogwaardige Senaat zal zich buigen over hun voorstel van resolutie betreffende de strijd tegen genoemd verschijnsel.
Islamofobie, leren ons de heren, is een term die simpelweg ontstond zonder dat iemand hem heeft moeten bedenken. Een geval van generatio spontanea, zoals wormen en vliegen en zelfs muizen spontaan uit een oude afvalberg kunnen voortkomen. Ook leren we dat de term niet ineens, maar op minstens twee momenten is ontstaan, toevallig nog wel in twee op elkaar volgende decennia.

Een dergelijk ontstaansproces is onvergelijkbaar met bijvoorbeeld een uitvinding, neem die van de stoommachine of nog die van het warme water. Deze laatste uitvinding heeft met de spontaan ontstane term wel het kenmerk gemeen dat zij niet één keer, maar verschillende keren is gedaan – weliswaar niet door Bert A. of Richard M.
En zeker kan ook een uitvinding een toevallige ontdekking zijn, eerder dan het gevolg van een zoekproces, maar dan ontbreekt toch het kenmerk van de spontaneïteit. Bij de herkenning van het ongewone àls ongewoon is er sprake van een scheppend moment.

Ik zou aan doctorandus Bert, die met het begrip bronnenonderzoek mogelijk nog niet volkomen vertrouwd is, willen vragen wat hij denkt van deze bewering:


De term «islamofobie» werd uitgevonden en gepropageerd vroeg in de jaren negentig, door het «International Institute for Islamic Thought (IIIT)», een dekmantel van de Moslimbroederschap. Abdur-Rahman Muhammad – die lid was van de IIIT toen de term formeel werd ontworpen, en daarna afstand heeft genomen van hun ideologie – onthult nu wat de oorspronkelijke bedoeling was achter het concept «islamofobie»: “Deze verwerpelijke term is niets meer dan een stoplap die de ideeën moet sturen, bedacht in de schoot van de moslim think tanks, en met als bedoeling critici uit te schakelen.”

Drs. Bert kan deze tekst met vrucht eens terugvertalen naar het Engels – altijd een nuttige oefening – en dan zal hij op Google nog veel meer interessants vinden. Helaas weinig over zijn generatio spontanea.
Over zijn maat Miller zwijg ik verder, al zijn diens wijsheden ook wel interessant, bijvoorbeeld waar hij het heeft over de superioriteit van het Frans boven de Germaanse talen. Geïnteresseerden kunnen ze hier vinden.


24 mei 2013

Vrezen of versmaden ?


Journalisten en politici gebruiken dagelijks de term “islamofobie”. Zij vinden hem heel nuttig en hanteerbaar. Maar hem eens netjes definiëren, dat doen ze nooit. De term dekt willekeurig veel ladingen. Zoveel zelfs dat de vraag naar een definitie op zich al een symptoom van islamofobie zou kunnen zijn.

Nochtans, wie graag wil weten waar dit merkwaardige neologisme vandaan komt, of wie het begrip ooit gelanceerd heeft en waarom, die kan zonder veel moeite de geschiedenis ervan natrekken. Voor veertien dagen stond hier al een aanzet daartoe: Mijnheer Vermeersch zevert.

De term weerstaat slecht aan analyse, zoveel is duidelijk. Om te beginnen aan taalkundige analyse niet, en nog slechter aan inhoudelijke analyse. “Islamofobie” wordt altijd in moreel afkeurende zin gebruikt, maar een fobie is een ziekteverschijnsel en moreel gesproken is een ziekte niet verwerpelijk.

Nu kun je zeggen: als het kind maar een naam heeft. Maar dan moet je minimaal toch weten over welk kind je het hebt. Eenzelfde naam voor een hoop kinderen schept verwarring.

Met het oog op intellectuele zindelijkheid zouden de journalisten en politici beter een ander woord in gebruik nemen, en ik wil voorstellen: islamospernie. Hier geen Griekse uitgang zoals “fobie”, maar een Latijnse, afkomstig van het werkwoord “spernere”: versmaden, afwijzen, verwerpen, geringschatten. Meteen is de morele afkeuring in de term zelf dan inbegrepen. 

Hij zou bijvoorbeeld goed toepasbaar zijn op Gustave Flaubert die in 1878 in een brief aan madame Roger des Genettes schreef dat hij “in naam van de Mensheid” graag zou zien dat de zwarte steen van Mekka vergruizeld, en het graf van Mohammed geschonden werd. “Op die manier zou men het Fanatisme kunnen ontmoedigen”, besloot hij.

Klaarblijkelijk vergat Flaubert dat Mohammed, gezeten op zijn paard ten hemel is opgenomen, en het paard zelf ook trouwens (al stierf hij daarna ook nog eens voor echt, gewoon in zijn bed, en moet bestaat er dus ook een graf bestaan).

Gustave was zo te zien niet bang van de islam, maar van iemand die niet geïnteresseerd is in de historische feiten rond deze leer kun je in elk geval zeggen dat hij blijk geeft van islamospernie.

Toch zou het jammer zijn, mocht de term “islamofobie” totaal verdwijnen. In beperkte zin blijft hij bruikbaar, bijvoorbeeld voor mensen die heel bang zijn voor het woord “islam” zelf.

David Cameron, met zijn “sickening individuals”, of Rik Coolsaet, met zijn ontkenning van het bestaan van al Qaeda, of zelfs Ruth Joos die laatst donderdag op Radio1 in een gesprek van bijna tien minuten over de islamitische moordaanslag in Londen over alles en nog wat kwetterde en zuchtte en babbelde, maar het woord “islam” angstvallig heeft kunnen vermijden.

Drie duidelijke gevallen van islamofobie.


8 mei 2013

“Islamofobie” bestaat binnenkort 10 jaar


Het wordt steeds moeilijker om een antwoord geven op de vraag wat nu de allerdomste, of de meest onbeschofte zin is die ooit uit de mond van Bert-A van de sp.a is gekomen. Muzikanten zullen hem misschien kwalijk nemen dat hij niet weet hoeveel mensen er in een kwintet zitten, maar dat is nog tot daaraan toe. Anderen zullen opmerken dat hij als enige de roman “De Nachten” van Gerard Reve kent, maar ook dat is niet erg. Niemand kan alles weten, en niet iedere kop bevat precies evenveel. Il faut de tout pour faire un monde, zegt de Fransman. “God moet zijn getal hebben”, zeggen wij.

Maar een zin als: Mijnheer Vermeersch, je doet, je doet aan euh, euh kom, ge zijt aan het zeveren, ge zijt ónvoorstelbaar aan het zeveren, is van een heel andere orde. Hier is het geen kwestie meer van verstand of gebrek aan verstand. Hier gaat het over beschaving.
Te zijner verontschuldiging: Bert-A zat in zijn tv-gesprek met Etienne Vermeersch enigszins in de nesten, want hij wilde het over “islamofobie” hebben maar kon die term niet duidelijk uitgelegd krijgen.
Toch vond Bert-A dat de professor zelf aardig in de buurt kwam van zijn intuïtieve begrip:

Bert-A: Ja maar, chô, nogmaals, het is niet aan mij om te gaan bepalen of mijnheer Vermeersch islamofoob is, ik heb het gevoel dat hij alles doet om islamofoob over te komen.
Prof. Vermeersch: Nee.
Bert-A: U doet er alles aan, jawel, jawel, u doet er alles aan, jawel. […] Je hebt een hemels genoegen om mensen te kwetsen.
Prof. Vermeersch: De islam is geen mens, maar een systeem. 



Nu is een definitie van “islamofobie” helemaal niet zo moeilijk te vinden, en alvast een doctorandus mag daartoe in staat worden geacht zelfs als het een doctorandus is die de vormen “jij”, “gij” en “u” niet uit elkaar weet te houden.
Laten we hem even helpen, en bijna tien jaar in de tijd
teruggaan.
In 2004 was Turkije gastheer van de 31ste zitting van de Islamitische Conferentie der Ministers van Buitenlandse Zaken, en daar kreeg het begrip “islamofobie” een soort definitie. Deze conferentie van 53 landen, waaronder enkele van de meest wrede dictaturen op aarde, vond dat het begrip “mensenrechten”, zoals bijvoorbeeld de UNO dit hanteert, ondergeschikt moest blijven aan de sharia, die immers van goddelijke oorsprong is. Gastheer Recep Tayyip Erdoğan zei bij deze gelegenheid dat de sharia een “waardevolle verrijking” was voor het begrip mensenrechten, en hij steunde dus een resolutie waarin de EU als “islamofoob” veroordeeld werd omdat de EU de steniging verwerpt. Dat was beledigend voor de islam, een duidelijk geval van “islamofobie”.

Nu goed, dat weet Bert-A allemaal niet, want ik neem aan dat ook hij de steniging hier niet ingevoerd wil zien. Misschien leert onze man wel iets uit de volgende paragrafen, geschreven door de geleerde broer van Gerard Reve, Karel namelijk.

In 1990 bestond de term “islamofobie” nog niet, maar wat Karel van het Reve toen schreef, zou daar nu zeker onder vallen: 

Stel iemand zegt of schrijft iets smalends en lasterlijks over Neptunus? Of over Tiberius? Tiberius is na zijn dood tot god verklaard. Caligula al tijdens zijn leven. Moet daarom het uitgeven van Tacitus en Suetonius verboden worden door de rechter?

In Dantes Inferno (XXVIII, 22sqq.) wordt Mohammed telkens opnieuw van kop tot kont door een zwaard gespleten, zodat zijn darmen ('l triste sacco/che merda fa di quel che se trangugia': de treurige zak die poep maakt van wat hij opslokt) uit zijn lijf hangen. Smalende laster zou ik zeggen. Moeten wij er nu begrip voor hebben als Dantes graf in Ravenna door gekwetste volgelingen van de profeet verwoest wordt? […]
Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft – maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet.



De Ondergang van het Morgenland
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1990, pp.197-8
en in: Verzameld Werk, deel 6, Amsterdam 2011, pp.352-3


11 januari 2010

Die Welt over het ware gelaat van Mohammed

.
Aanslag op een karikaturist
Het ware gelaat van Mohammed
is lastig om aan te zien

Na de aanslag op de mohammedkarikaturist Kurt Westergaard, zijn er weer twisten over de grenzen van satire. Velen vergeten daarbij, om wie het hier eigenlijk gaat, betreurt de filosoof Daniele Dell’Agli. Uitgerekend als karavaanrover en moordenaar begon toch Mohammed zijn carrière.

De strijd rond de Deense mohammedkarikaturen, die smeulende was, gloeit na de aanslag op de tekenaar Westergaard weer op, en alle betrokkenen doen net alsof ze niet zouden weten hoe dat komt.
De enen, woordvoerders van moslimverenigingen en islamofiele Europeanen, maken als vanouds gewag van gekwetste religieuze gevoelens die, naargelang van de omstandigheden, met verbale verontwaardiging ofwel met gewelddadige acties moeten beschermd, respectievelijk gewroken worden; de anderen roepen het recht op vrije meningsuiting in, dat zij, naargelang van de omstandigheden, voor onaantastbaar verklaren, ofwel begrensd en –in uitzonderingsgevallen– voor opschorting vatbaar.
Allen evenwel zijn het er over eens, dat de mohammedkarikaturen hierom aanstootgevend zijn, dat hun voorstelling geen recht doet aan de figuur van de profeet. De ene noemt dit laster, de andere satire.
Nu bestaan er vele definities van satire, maar geen enkele die als bestanddeel ook de onwaarheid of de leugen bevat; altijd gaat men ervan uit dat satirische tekeningen hoogstens overdrijven –met het oog op polemiek of vermaak (de twee tegelijk is enkel in Duitsland uitgesloten)– om de kern van waarheid van een schandaal, of van een algemeen bekende wantoestand duidelijk weer te geven.
Sterker: bij een satirische boodschap is algemene bekendheid van de ter zake doende historische, politieke of biografische achtergrond zelfs vooropgesteld, anders loopt het met een sisser af.
Waar richt zich de satirische aanval in dit geval op? Heel eenvoudig hierop, dat de stichter van de islam zijn carrière begon als karavaanrover, en als moordenaar, en hij als heerser van Medina het bevel gaf tot aanslagen op politieke tegenstanders en tot genocide op de daar gevestigde joodse stammen. Dit zijn ook onder moslimgeleerden historisch onbetwiste feiten,* waar tenminste in de noordelijke hemisfeer iedereen voldoende bekend mee is die over enige ontwikkeling beschikt.
De karikaturen, of preciezer gezegd: één enkele van de gewraakte tekeningen bracht deze weinig roemvolle opmaat tot de islamitische wereldverovering in herinnering – en heeft daarmee blijkbaar hopeloos te veel gevergd, zowel van vele moslims als van de meeste voorvechters van de democratische waarden.
Deze laatsten, omdat zij hun beroepsethos als publicist moeten verloochenen als zij verkiezen om elke meer dan halfslachtige verdediging van de karikaturen te vermijden –elke verdediging dus, die niet enkel de vorm maar ook de inhoud betreft– die immers, zo vrezen zij, gevolgd zou kunnen worden door niet te overziene reacties, vanwege de islamitische gevoeligheden die toch al voortdurend op scherp staan.
De eersten, de zelfbenoemde vertegenwoordigers van de islam, omdat voor hen de confrontatie met het ware gelaat van de profeet, volgens wiens voorbeeld zij trachten te leven, onverdraaglijk is en tot elke prijs geloochend dient te worden – en dat lukt het best door er voor te zorgen dat er uitsluitend over hun gekwetste “religieuze gevoelens” gesproken wordt.
Het blijft er dus bij dat geen van beide partijen bereid is om stelling te nemen in de eigenlijke controverse die door de karikaturen is uitgelokt (die hierom alleen al allesbehalve “dom” of “plomp” zijn): dat de islamitische plegers van aanslagen zich niet enkel in harmonie weten met de geest van vele koranverzen en de meeste commentaren, maar zich voor hun bloedige daden ook nog eens op het persoonlijke voorbeeld van Mohammed kunnen beroepen.
Hoe dan ook zijn er gevolgen wat betreft de integratiepolitiek voor alle andere aanhangers van zijn religie, die er –in duet met hun links-liberale apologeten– vergeefs mee doorgaan om het trommeltje van een zogenaamde islamofobie te roeren, in de hoop de genoemde funeste samenhang te versluieren.
Zolang zij niet bereid zijn om de historische autoriteit van de profeet even kritisch te relativeren als zijn leerstellingen, kunnen zij geen aanspraak maken op een onderscheid tussen islam en islamisme, wat overigens een theologische absurditeit zou zijn.
En zolang zij blijven geloven dat zij in het Europa van de eenentwintigste eeuw moeten blijven leven volgens Oosterse voorschriften en regelen uit de zevende tot de tiende eeuw, moeten zij er niet over klagen als men hen in staat acht om op gelijk welk moment ook naar de oorlogszuchtige parolen van hun religieuze stichter te zullen handelen, of om zulke handelwijze van gelijkgezinden goed te praten.

Daniele Dell’Agli is filosoof en literatuurwetenschapper in Berlijn.
 ______________

* [noot van 12 januari] Vooral, of zeker onder moslimgeleerden, zou ik zeggen. Wetenschappelijke, dus westerse geleerden en filologen, willen nog wel eens twijfelen aan de hele historiciteit van de figuur van Mohammed. Mohammedaanse "geleerden" wensen daar begrijpelijkerwijs geen onderzoek naar te doen, maar betwisten anderzijds niet de immorele verhalen uit de 8ste, 9deen 10de E.
.

28 januari 2009

Een bekend Andalusisch lied

.


Als professor Swyngedouw van Leuven één ding heeft aangetoond, is het wel dat de Vlamingen de islam goed hebben leren kennen de laatste decennia. Ze weten er nu noodgedwongen meer over dan een paar jaar terug, toen de cijfers nog, zoals dat heet, beter waren. De praatjes van goedmenende journalisten-politici willen er blijkbaar toch niet zo vlot in bij het lees- en kiesvee.

Verwonderlijk is dat niet, als je bijvoorbeeld het niveau bekijkt van wat de Leuvense schepen Mohamed Ridouani in De Standaard dinsdag allemaal mocht vertellen in zijn stukje Aristoteles kwam uit Damascus
Over geschiedenis maakt deze Ridouani zich weinig zorgen, of liever, hij maakt die zelf. Zo komt hij nog maar eens met het bakerpraatje dat Europa ongeveer alles aan de islam te danken heeft, meer bepaald aan de eeuwenlange bezetting van Andalusië. Het leek wel of deze Leuvense Mohamed had zijn schaarse wijsheden bij de fantast Lucas Catherine betrokken.

Al in 732 versloeg de Frankische hofmeier Karel Martel het islamitische leger nabij de Franse stad Poitiers, in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba en in 1683 was er het beleg van Wenen. De inzet was altijd duidelijk: hou de islam buiten Europa. De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.

De culturele kloof tussen Europeanen en moslims is op die manier historisch gegroeid en vandaag nog lang niet weggewerkt. Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn. Waarom is er dan zoveel wantrouwen en onbegrip in de Vlaamse dorpsstraat? 9/11 ongetwijfeld, en de daaruit volgende internationale gelijkschakeling van terreur met islam.


Merk vooreerst op dat de oorspronkelijke verovering van Granada en Córdoba in de VIIIste E. hier niet ter sprake komt: wellicht is die zonder bloedvergieten verlopen.
Merk verder op dat naast de herovering van Granada en Córdoba, ook de slag bij Poitiers en het verzet bij het Beleg van Wenen op onwil van onze Westerse kant lijken te duiden. Mohamed Ridouani stelt vast dat de inzet “altijd duidelijk” was: hou de islam buiten Europa.
Dat hier veroveringsoorlogen op grond van een oorlogsideologie plaatshadden, en dat Europadie benaming bestond amper, en de grote Belgische geschiedkundige Pirenne definieerde Europa dan ook als ...l'anti-Mahomet – zich op zijn eigen grondgebied enkel verdedigde komt niet bij hem op, of vindt onze gast zelfs verwerpelijk.
Dat is een appreciatie, en zijn goed recht, maar zijn feitenkennis vertoont nog grote lacunes: in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba.
Beste Mohamed: Córdoba was tweehonderd vijftig jaar daarvóór, op 29 juni 1236 al heroverd door Ferdinand III. Het was daar al lang geen Dar al-Islam meer.
Ridouani Mohamed zal in de geschiedenisles niet goed opgelet hebben, of misschien heeft hij er wel geen gehad? Dat zou wijzen op grote tact van zijn school: geschiedenislessen zijn een vorm van belediging voor islamieten. Vanzelfsprekend was er geen enkele Standaardjournalist die zijn stommiteit opmerkte, en deze jongen tegen zijn eigen onwetendheid beschermde.
De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.
De gebruikelijke hypocriete verwarring tussen de termen “Arabisch” en “islamitisch” wordt hier zorgvuldig in stand gehouden. Hij zal dat trucje bij Tariq Ramadan geleerd hebben.
Er zijn inderdaad Arabische vertalingen van klassieke Grieken, echter niét door mohammedanen gemaakt maar door Arabische christenen en joden. Arabieren dus wél, maar islamieten hadden geen enkele belangstelling voor deze heidense geschriften, en er is ook geen spoor van overgebleven in hun cultuur. Als zij de namen van hun eigen filosofen nu weer kennen, dan komt dat omdat zij die recent opgepikt hebben in Westerse geschiedenisboeken.
Dat Europa die Arabische vertalingen nódig had om de Griekse teksten te herontdekken, en al wordt dat vaak herhaald, is voor wie even nadenkt uiterst onwaarschijnlijk. Om te beginnen was er in het Oost-Romeinse Rijk nooit een breuk geweest, de taal wás daar Grieks (nog geen Turks toen, Mohamed!), en anderzijds waren er in het Westen al vóór de Arabische veroveringen vertalingen naar het Latijn gemaakt, bv in de abdij van Mont-Saint-Michel.
Aristoteles kwam dus uit Damascus, ongeveer zoals Sinterklaas uit Turkije. De bijdrage van de islam bestond er welbeschouwd vooral in, de ontwikkeling van de filosofie te beletten en de schaarse filosofen onder de eigen geloofsgenoten te vervolgen, zodra zij de macht daartoe hadden.
Ook moet iemand aan Ridouani eens vertellen dat Aristoteles niets te maken heeft met de Romeinse geschiedenis, hij lijkt te denken van wel, maar vergist zich alweer van enkele eeuwen.
De Standaard, die veel ingezonden stukken weigert om ideologische redenen, lijkt gretig onzin te publiceren als die van een allochtoon afkomstig is. Positieve discriminatie is mooi, maar wijst geloof ik ten diepste op verachting.

Hoe moet het nu verder met die kloof waar Ridouani het over heeft?
Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn.


Es gibt [...] nicht so etwas wie eine christliche Philosophie, das ist ein »hölzernes Eisen« schlechthin, zegt Heidegger in zijn Phänomenologie und Theologie (1927), met dat grappige beeld van het houten ijzer, dat hij bij Kant of Schopenhauer vandaan had.
A fortiori
, zou ik bijna zeggen, bestaat er geen islamitische filosofie, en zijn er dus ook geen filosofische overeenkomsten. In die doctrine, met haar radicaal transcendente god, is niet eens wetenschappelijk denken mogelijk, aangezien hun god de wereld niet enkel geschapen heeft, maar hem op elk ondeelbaar ogenblik ook hérschept, natuurwetten incluis. Het bestuderen van die wetten, noodzakelijkerwijs op één moment of op enkele momenten, is dus futiel. De islam erkent het begrip natuurwet niet, want dat zou een inperking van hun almachtige god zijn. Het christendom heeft hier een pragmatischer opvatting die, toegegeven, minder consequent is en een stuk hypocrieter dan de islamitische. Wel een stuk verstandiger.

Het antwoord van onze politici, rechters en journalisten is nu, zo valt te vrezen (en ook al te constateren, cf. Wilders), dat de vrije meningsuiting aan banden moet worden gelegd, tenminste voor christenen en atheïsten.

Een moderne Gustave Flaubert zal niet meer hoeven aankomen met uitspraken als:  Cette prétention de défendre l'Islamisme (qui est en soi une monstruosité) m'exaspère. Je demande, au nom de l'humanité, à ce qu'on broie la Pierre-Noire, pour en jeter les cendres au vent, à ce qu'on détruise La Mecque, et que l'on souille la tombe de Mahomet. Ce serait le moyen de démoraliser le Fanatisme.
Lettre à Madame Roger des Genettes
12 ou 19 janvier 1878
Een vertaling vindt u hier.

Was deze Flaubert toen, net als de Vlamingen nu, islamofoob? Ik denk het niet. Hij kende zijn onderwerp goed, en vrees spreekt er meen ik niet uit zijn woorden. Wél verwerping van de islam.
Flaubert was een islamospreet zou ik willen voorstellen, hij vertoonde islamospernie ...van het Latijnse werkwoord spernere (sprevi, spretum), voor versmaden, afwijzen, verwerpen, geringschatten.

Nescire autem quid ante quam natus sis acciderit,

id est semper esse puerum. (Cicero)


6 juli 2008

Wat moeten wij onder "fobie" verstaan?

.

.
Wat is islamofobie ?
Gideon Böss, blogger

En alweer had de islamofobie de boter gegeten. Privé-gesprek, televisie of internet, het maakt niet uit, dat woord staat hoog genoteerd. Elkeen die zich geroepen voelt om de islam te verdedigen, en even geen passend argument bij de hand heeft, roept uit : “Dat is toch volslagen islamofoob!” Het zal nog niet vaak vertoond zijn dat een term een dergelijke zegetocht aflegde, terwijl hij hoogstens voor miskleun van het jaar kon deugen. Politici en integratiedeskundigen hebben hem als kooswoordje ontdekt. Hij roept iets op van antiracisme, en tegelijk van verweer tegen verstokte reactionairen. Komt nog bij, vertellen ons de islamofobie-experten: wie tegen antisemitisme is, is noodzakelijk ook tegen islamofobie, want die twee gelijken toch verschrikkelijk op elkaar!
Maar wat mag die islamofobie dan wel zijn? In geen geval een verbasterd antisemitisme, gericht tegen moslims dit keer. Neen, heel iets anders is het, en wel een dwaas en leeg begrip, dat de discussie belet, of in de weg staat, over de verschrikking die in naam van de islam al jarenlang over de wereld gaat. Onder die vuilnisbakterm lijkt alles wel terecht te komen, dat zich over de uitwerkingen van de Religie van de Vrede negatief uitlaat.
En waar precies zullen wij het over islamofobie hebben? Ben ik al islamofoob als ik in de luchthaven een groep jonge moslims eerder in staat zou achten tot een terreuraanslag dan een groep jonge padvinders? Of als iemand er op wijst dat het geweld van jongeren in de eerste plaats het geweld van moslimjongeren is? Is de waarheid dan zelf islamofoob? En waarom toch wordt zo vaak de directe band tussen terreur en islam geloochend? Natuurlijk verbind ik islam met terreur. Dat is ook de enige grond van relevantie die deze religie voor mij kan hebben. Waarom zou zij mij voor de rest interesseren? Tenslotte kan ook de Brad Pitt-fanclub mij maar interesseren vanaf het moment dat er te vrezen valt dat zijn leden mij de lucht in willen blazen. Zodra er in naam van de islam geen terreur meer wordt bedreven, verbind ik hem ook niet meer met terreur. Ik vermoed dat velen er net zo over denken, en zulke instelling kun je islamofoob noemen, maar dan kies je voor een misvatting.
Theoretisch is het wellicht mogelijk dat slechts een kleine minderheid van de moslims terreur goedkeurt (wat ik niet geloof), en zelfs kan het zijn, dat op de keper beschouwd de islam een fascinerende religie is (wat ik niet geloof), en wat ook kan zijn is dat de ware islam zich per slot als een waarlijk fantastische happening ontpopt (wat ik niet geloof), alleen, het kan mij geen ene moer schelen. Mijn recht op desinteresse, daar maak ik aanspraak op, en ik ben al lang blij als het moorden in naam van Allah een eind neemt. Dat lijkt mij geen overdreven eis.
Islamofobie bestaat niet. Er bestaat racisme, en xenofobie, en dat is al erg genoeg, maar als burger van een liberale democratie (en als de islam ter sprake komt, dan mag dat als argument dienen) voel ik mij beledigd, als er beweerd wordt dat hier aan de grondrechten van miljoenen mensen zou worden geraakt, eenvoudigweg omdat het moslims zijn.
Over geen enkele religie wordt hier zo fair, respectievelijk vergoelijkend bericht: nauwelijks een moment nadat alweer een gelovige moslim zich op een markt de lucht heeft ingeblazen, staat er al een expert klaar om te zeggen dat de islam zulke dingen eigenlijk verbiedt, en overigens hebben toch de Arabieren de antieke wetenschap bewaard, toen in het middeleeuwse Europa het Licht uitging, hetgeen weliswaar geen van de slachtoffers van de zelfmoordaanslag weer levend kan maken, maar daarom niet minder gezegd mag worden.
Typisch voor een islamofobe samenleving is overigens de eerlijke interesse die zij voor de islam vertoont. In Duitse boekhandels liggen er ontelbare werken over deze religie (in Egypte gaf het zelfs schandaal dat er, naar verluidde drie boeken lagen die in het Hebreeuws gesteld waren), en voortdurend wordt het onderscheid gemaakt tussen slechte islamisten en goede moslims, en wordt vermeld hoe gelijkend jodendom, christendom en islam wel zijn.
Daarom mijn tegenvoorstel: als we dan toch overtrokken begrippen willen gebruiken, dan ben ik er voor om islamofobie door islamofilie te vervangen. Motivering: brede interesse voor de islam, die in boeken, films, documentaires en discussieforums tot uiting komt. In geval van twijfel zijn de Duitsers eerder islamofiel dan islamofoob, maar in werkelijkheid noch het een noch het ander.

_______________

Noot: al kan ik deze Duitse blogger heel goed volgen, en geef ik hem groot gelijk, toch lijkt er voor de term fobie nog wel enige rechtvaardiging te vinden. Natuurlijk niet als hij gebruikt wordt zoals de mohammedanen zelf hem gemeenlijk aanwenden, met in hun zog onze naïeve politici – en met in hun gevolg weer de stoet van dwergen, knechten en lakeien van de pers, en vanzelfsprekend van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding. Zoals zij de term fobie gebruiken is hij onverdedigbaar, wat Gideon Böss mooi schreef.

Niet echter als we hem begrijpen zoals Aristoteles in zijn Ethica Nicomachea III, 6 :

We hebben reeds gezien dat moed een midden is inzake gevoelens van angst en overmoed. Nu is het duidelijk dat we bang zijn voor die dingen die angstaanjagend zijn, en dat zijn, absoluut gesproken, slechte dingen. Daarom definieert men angst ook als verwachting van iets slechts. Welnu, we zijn bang voor alles wat slecht is, zoals voor een slechte reputatie, armoede, ziekte, gebrek aan vrienden en de dood, maar men neemt aan dat wie moedig is niet met alles van doen heeft. Er zijn namelijk dingen waarvoor het gepast en moreel juist is bang te zijn en waarvan het schandelijk is er niet bang voor te zijn, zoals voor een slechte reputatie. [...] Wellicht moeten we niet bang zijn voor armoede of ziekte, of in het algemeen voor alles wat niet het resultaat is van morele slechtheid en waarvoor de handelende persoon niet zelf verantwoordelijk is. Wie echter geen angst voor deze dingen koestert, is nog niet moedig – hoewel we ook hem zo noemen doordat hij lijkt op iemand met moed. Sommige mensen betonen zich namelijk wel laf in de gevaren van de oorlog, maar ze zijn vrijgevig en wanneer ze geconfronteerd worden met verlies van geld, zijn ze vol goede moed. Het is dus ook niet zo dat iemand een lafaard is, als hij bang is voor geweldpleging jegens zijn vrouw en kinderen of voor afgunst of iets dergelijks; hij is net zomin moedig, als hij onverschrokken is bij het vooruitzicht te worden gegeseld.

Vertaling: Charles Hupperts en Bartel Poortman
2005, Uitgeverij DAMON Budel
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html