Posts tonen met het label De Witte | Jozef. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Witte | Jozef. Alle posts tonen

16 mei 2012

Beledigen moet kunnen

.
Dat ze in het Verenigd Koninkrijk een achterlijke wet hebben die publieke beledigingen verbiedt, mag niemand verbazen. Journalisten doen daar nu wel lacherig over, maar dat is hypocriet want ongeveer elk Europees land heeft zulke wetten. Vaak zelfs hebben landen een speciale ambtenarij ingericht, die naar eigen inzicht en appreciatie, en zelfs met een soort initiatiefrecht, mag toezien op de naleving ervan. 
Praktisch gesproken levert dat een parallel tribunaal op, van morele en sentimentele aard, naast de gewone, civiele, democratische rechtspraak. 
Je zou, wat de schadelijkheid betreft, misschien kunnen denken aan het effect van een tv-programma, dat bij wijze van spreken de vriendin van een vriendin iets kwalijks zou laten vertellen over een derde, aan wie helemaal niets gevraagd wordt. Voor de civiele rechter kan zoiets gelukkig niet, maar we hebben hier met een soort veralgemeend Sondertribunal te maken, en daar is weinig tegen te beginnen.

Wat anderzijds wél mag verbazen, en ook toegejuicht mag worden, is dat de Engelsen (Britten om precies te zijn) van die wet af willen. Dat is een goede zaak, al was het maar omdat in tal van werken van P.G. Wodehouse de publieke belediging, van bijvoorbeeld een politieagent, een grote rol speelt. Bij het voortbestaan van die speciale wet, zouden voor de jonge generaties zijn plots langzamerhand onbegrijpelijk worden. Die beledigingen werden toen ook wel vervolgd, maar zonder speciale wet.


Goed, eens die wet van de baan zou je in Engeland dan weer onbekommerd kunnen uitroepen dat een bepaalde politieman een mogelijk homoseksueel paard berijdt, of dat Mohammed volgens de canonieke teksten een roverhoofdman en moordenaar was.


Maar de afschaffing van die wet is niet voor morgen, hoor ik op de radio. Het Lagerhuis heeft dringender zaken te doen. Dat is erg voor de Engelsen, maar misschien kunnen wij intussen wel werk maken van iets dergelijks? Dat moet dan wel een beetje beargumenteerd worden, want bij onze medemens, en zeker bij journalisten is de morele verontwaardiging sneller gereed en meestal ook beter ontwikkeld dan het wat abstractere rechtsgevoel. 
Ik wil graag een handje helpen, en stel volgende werktekst voor:


Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft – maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet.
Karel van het Reve
De Ondergang van het Morgenland
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1990, p.198
.

9 maart 2012

President Nasser wist nog precies hoe het zat met de sluier, en met de Broeders

.
Ter intentie van de wat hardleerse Jozef De Witte, staat hier een verbluffend YouTube-fragment, met vertaling (ik baseerde me op de Franse ondertitels).  Het gaat om een speech van Gamal Abdel Nasser (1918–1970), die president van Egypte werd in 1956 en dat bleef tot aan zijn dood. Anders dan de grapjas De Witte, wist Nasser dat je de hoofddoek enkel kunt opleggen aan vrouwen, hen dwingen met andere woorden, want uit zichzelf lijken ze er niet happig op:

In 1953 wilden wij echt en eerlijk samenwerken met de moslimbroeders, opdat ze vooruitgang zouden maken op de goede weg. Ik heb de algemeen voorzitter van de moslimbroeders ontmoet en hij maakte zijn wensen kenbaar. Wat vroeg hij?
Allereerst, zei hij me, moet je in Egypte de sluier opleggen, en elke vrouw die op straat komt verplichten zich te bedekken (gelach) …elke vrouw op straat. (gelach, rumoer “Dat hij hem zelf draagt!”)
En ik heb hem geantwoord dat zoiets een terugkeer inhield naar de tijd toen de religie heerste, en men de vrouwen enkel op straat liet als de nacht was ingevallen (gelach). Voor mij, mijn opvatting is dat elkeen zijn keuzes vrij moet maken…
Hij antwoordde mij: Neen! jij als verantwoordelijke gouverneur moet de beslissing nemen.
Ik heb hem geantwoord: Mijnheer, u hebt een dochter die studeert aan de faculteit geneeskunde, en zij draagt de sluier niet. Waarom verplicht u haar niet om hem te dragen? Als u… (gelach,applaus) Als u er niet in slaagt één meisje de sluier te doen dragen, terwijl zij bovendien uw dochter is, hoe wilt u dan dat ik hem door 10 miljoen Egyptische vrouwen doe dragen?

En 1953 nous voulions vraiment, honnêtement collaborer avec les frères musulmans pour qu’ils avancent dans le droit chemin. J’ai rencontré le conseiller général des frères musulmans, il a présenté ses demandes. Il a demandé quoi ?
D’abord, il m’a dit, il faut que tu imposes le voile en Egypte et que tu ordonnes à chaque femme qui sort dans la rue de se voiler...  à chaque femme dans la rue...
[qu’il le porte lui-même !]
Et moi je lui ai répondu que c’était revenir à l’époque où la religion gouvernait et où on ne laissait les femmes sortir qu’à la nuit tombée... Moi, à mon avis, chacun est libre de ses choix…
Il me répondit : non ! c’est à toi de décider en tant que gouverneur responsable.
Je lui répondis : Monsieur, vous avez une fille à la faculté de médecine et elle ne porte pas le voile. Pourquoi ne l’obligez-vous pas à le porter? Si vous… si vous n’arrivez pas à faire porter … le voile à une seule fille, qui de plus est la vôtre, comment voulez-vous que je le fasse porter à 10 millions de femmes égyptiennes?

.

4 juli 2011

Ingezonden stuk van Marc Schoeters (2)

 .
OPEN BRIEF AAN
WOUTER VAN BELLINGEN 
EN JOZEF DE WITTE
4 juli 2011

Wouter Van Bellingen heeft via verscheidene kanalen met een kort epistel menen te moeten reageren op mijn open brief over de flagrante affaire van racisme waarbij hij als schepen van Sint-Niklaas in 2007 was betrokken. Ik heb – zoals een niet onaanzienlijk aantal mensen – bij zijn schrijfsel enige bedenkingen. De voortvarendheid van zijn reactie wijst op een zekere nervositeit over de ingrijpende gevolgen die mijn kritische bedenkingen zouden kunnen hebben – niet alleen voor zijn eigen politieke carrière maar ook voor het hele huidige politieke bestel tout court. Zijn epistel staat bol van de taalfouten – maar dat ligt vanzelfsprekend helemaal in de lijn van de verwachtingen. Gezagsdragers in dit land staan helaas niet bekend om hun grote kennis van de eigen taal – een paar witte raven buiten beschouwing gelaten. Maar veel erger vind ik dat de voormalige schepen van Sint-Niklaas op geen enkele manier ernstig en met open vizier ingaat op mijn prangende vragen om opheldering over de onverkwikkelijke zaak waarbij hij vier jaar geleden persoonlijk was betrokken. Mijn open brief was een hartenkreet – en ik kreeg helaas niet meer dan een dode mus in mijn schoot teruggeworpen. Om het onomwonden en in universele taal samen te vatten – I’m pissed off. “De volksheld uit 2007” was zelfs niet moedig genoeg om zijn spoedbriefje aan mij persoonlijk te richten. Zelfs dat niet. Hij begint zijn zwak verweer met “Beste”. In hemelsnaam – wat voor een slappe aanhef is dat? Eerlijk gezegd – ik had niets anders verwacht van een politicus die sneller van partij wisselt dan de meeste andere mensen van jas. Marc Vanfraechem heeft op zijn onschatbare website het nietszeggende kladbriefje van de ex-schepen van Sint-Niklaas al meer dan afdoende beantwoord – en tot schroot herleid. Ik dank hem daarvoor – ik had het absoluut niet beter en mooier kunnen schrijven. Het lijkt een cliché – maar in tijden van nood kent en waardeert men zijn vrienden en strijdmakkers.

Maar alles welbeschouwd blijven de prangende vragen – pijnlijk en levensgroot. Handelden de families die in 2007 in Sint-Niklaas weigerden een huwelijk te laten inzegenen door een “zwarte” schepen al dan niet uit racisme? Zijn de namen van deze families wel of niet bekend bij sommige ambtenaren en de stedelijke overheid van Sint-Niklaas? Zijn de racistische wetsovertreders ja of nee van allochtone afkomst? En waarom werd er noch door de schepen van Sint-Niklaas, noch door zijn stadsbestuur, noch door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) officieel een klacht ingediend – tegen deze al of niet bij naam gekende families of desnoods tegen onbekenden? Dát zijn de prangende vragen waarop ik – en velen met mij – een ernstig antwoord verwachten. Al de rest is gewoon prietpraat – draaien om de hete brij. En daarom roep ik alle democraten op om deze vragen te blijven stellen – tot vervelens toe. Tot de waarheid eindelijk aan het licht komt. In het belang van de democratie – en van de waarheid zelf. Want geef toe – niet alleen “goed”gelovigen die in naam van hun goden of godjes om ter luidst tieren en schreeuwen maar ook iets minder “goed”gelovige democraten als wij koesteren waarden die men heilig zou kunnen noemen. Noem het vrijheid van meningsuiting. Vrijheid van denken. Vrijheid van wat dan ook. Noem het gewoon – vrijheid. Wij hebben er godverdomme meer dan vijf eeuwen voor gevochten – voor die vrijheid. En laten we ons die nu in godsnaam weer afnemen?

Ik zet de reacties van Wouter Van Bellingen op mijn open brief even op een rijtje. Zijn woorden laten – al had hij het natuurlijk anders bedoeld – helaas niets aan de verbeelding over. Hij verraadt zich zin na zin. Het is hoe dan ook een triest spektakel om te zien hoe een man kronkelt en konkelt om zich uit de zelfgeschapen kerker van de onwaarheid te praten.

Zo had een van de medewerkers van de website “Clint” naar aanleiding van mijn open brief een meer dan verhelderend telefonisch gesprek met Wouter Van Bellingen. Op de informatieve vraag of de racistische families misschien van allochtone (“Marokkaanse”) afkomst waren – kon de politieke windhaan uit Sint-Niklaas alleen maar antwoorden dat die vraag hem in het verleden ook al door Wim Vereycken en Marie-Rose Morel werd gesteld. De onderliggende boodschap van dit ontwijkende antwoord is duidelijk – iedereen die kritische vragen zou kunnen hebben over de etnische achtergrond van de racistische families in Sint-Niklaas is volgens Van Bellingen per definitie een aanhanger van het Vlaams Belang. En dus – in de ogen van de “politiek-correcte” elite – zonder de minste twijfel een racist. Ach – hoe eenvoudig toch is het leven voor de armen van geest die alleen kunnen “denken” binnen de veilige ivoren toren van het “cordon sanitaire”! Meneer Van Bellingen – u bent bij mij wat dat betreft aan het verkeerde adres. Ik daag u uit. Iedereen die mij persoonlijk kent – of als lesgever Nederlands met studenten uit alle werelddelen of als fotograaf van het rijkgekleurde straatleven in Antwerpen – weet dat ik met het Vlaams Belang niets te maken heb. Noch als partijlid – noch als kiezer. In geen duizend jaar zal iemand dat ooit kunnen aantonen. Probeer het maar eens! Maar dat betekent niet dat de arme en naakte waarheid geen rechten heeft. Ach – de waarheid! Hoeveel waarheden kent u misschien – meneer Van Bellingen? Ik – maar één. En dat ongeacht wie de waarheid verwoordt. Ach zo – ik heb het dus gewaagd dezelfde vraag te stellen als Vereycken en Morel zaliger? En wat bewijst dat – meneer Van Bellingen? Dat ik per definitie verwerpelijk en te kwader trouw ben? Dat ik een verborgen agenda heb – en partijdig ben? Ja – ik ben partijdig. Ik verzet me tegen de leugen – vooral de officiële leugen. En wat doet u – door op een vraag naar de waarheid slinks te verwijzen naar het Vlaams Belang? De waarheid spreken – of de vraag naar de waarheid verdacht maken? Voor het demoniseren van politieke tegenstanders is er maar één woord toepasselijk – onfatsoenlijk. En voortaan zal ik voor personen die meewerken aan het verdoezelen van de waarheid – bijvoorbeeld verzwijgen dat allochtone families ook racistisch kunnen zijn – eveneens etiketten gebruiken. Bijvoorbeeld – verwerpelijk. Of te kwader trouw. Kortom – onfatsoenlijk.

Er volgt helaas nog meer. Het telefoongesprek tussen de medewerkers van “Clint” en Wouter Van Bellingen is vooral interessant omdat het voor de eerste keer onomstotelijk aan het licht brengt dat er over de affaire in 2007 intensief overleg heeft plaatsgevonden tussen hemzelf en het CGKR – en naar alle waarschijnlijkheid ook met het stadsbestuur van Sint-Niklaas. Letterlijk zegt de ex-schepen: “We hebben dat toen overlegd met het Centrum voor Gelijke Kansen, maar het is onmogelijk om een klacht in te dienen tegen onbekenden, net hetzelfde als bij laster en eerroof. Je moet de betrokken persoon kunnen identificeren.” Wat kunnen we uit deze woorden onthouden? Er heeft dus inderdaad intensief overleg plaatsgevonden tussen de plaatselijke politici in Sint-Niklaas en het CGKR. Van Bellingen gebruikt de persoonsvorm “we”. Er waren dus meerdere personen bij dat zogenaamde overleg betrokken. Dát is nu precies wat ik – en velen met mij – al jaren heimelijk denken. Maar om het nu uit de mond zelf van de voormalige schepen te horen – blijkbaar overdonderd door de onverwachte vraag van een kritische journalist – vervult me met een wrange voldoening. Het antwoord van de Sint-Niklase politicus bevestigt mijn overtuiging dat er over de affaire in 2007 op het allerhoogste niveau een onderonsje – sommigen zouden zeggen een “doofpot”-operatie – heeft plaatsgevonden die het rechtsgevoel van velen met voeten heeft getreden.

Minstens even interessant is dat de medewerkers van “Clint” ook een kort telefoongesprek hebben gevoerd met de stedelijke diensten van Sint-Niklaas. Tot voor kort hield Wouter Van Bellingen hardnekkig vol dat de namen van toekomstige trouwlustigen nooit direct door de ambtenaren van zijn stad worden opgevraagd of opgeschreven – en dat daarom de identiteit van de racistische families niet bij hem of andere leden van de overheid bekend zouden zijn. Om die bewering even te testen heeft een medewerker van “Clint” zich voorgedaan als huwelijkskandidaat en op 24 juni naar de bevolkingsdienst van Sint-Niklaas getelefoneerd – iets wat de beroepsjournalisten van de officiële pers blijkbaar nooit nodig vonden om te doen. Het telefoongesprek verliep als volgt:

Clint: Goeiedag, ik zou graag trouwen.
Tamara B: Dat is mogelijk. Op welke datum had u dat willen doen?
Clint: 24 augustus 2011.
Tamara B: Mag ik dan even uw naam hebben?

Q.E.D. Wat hoeft een kritisch en weldenkend mens meer te weten? Op het stadhuis van Sint-Niklaas zijn er dus ongetwijfeld mensen die precies weten wie de racistische families zijn. Een fluitje van een cent voor elke onderzoeksrechter – die eindelijk zijn werk zou kunnen doen als de bevoegde instanties de moed zouden hebben om klacht in te dienen. Ach – moed! Wouter Van Bellingen verdoezelt de waarheid – op zijn zachtst gezegd. In een interview van een week later – met het weekblad “Knack” – probeert hij er zich opnieuw uit te praten:

Van Bellingen heeft naar eigen zeggen nooit een klacht ingediend tegen die koppels omdat de identiteit van die mensen niet gekend was: “Mocht dat wel het geval geweest zijn, dan had ik zeker een klacht ingediend.” zegt Van Bellingen. “Dat is toch wat ik vandaag zou doen, want dat zou ook mogelijk zijn: nu vragen we wel de identiteit van mensen die inlichtingen komen vragen. We willen immers geen twee keer dezelfde fout maken.”

Op 24 juni zegt Van Bellingen aan de medewerkers van “Clint”: “Wat veel mensen niet weten, is dat je je identiteit pas moet voorleggen wanneer het huwelijk officieel wordt vastgelegd.” Let op het gebruik van de onvoltooid tegenwoordige tijd. Maar nauwelijks een week later verklaart dezelfde man aan het weekblad “Knack”: “Nu vragen we wel de identiteit van mensen die inlichtingen komen vragen.” Vanwaar plots die nieuwe versie van de vereisten die voor een huwelijksaanvraag in Sint-Niklaas gebruikelijk zijn? Laat ons daar eens één keer – méér is echt niet nodig – naar raden. Want als het zijn eigen hachje betreft kan Van Bellingen goed lezen – óók het onthullende telefoongesprek van “Clint”. En een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Dus op nauwelijks een week tijd blijken in Sint-Niklaas de voorschriften bij de aanvraag van een mogelijke huwelijksdatum te zijn gewijzigd. Op 24 juni was het volgens de politicus niet nodig uw identiteit als huwelijkskandidaat voor te leggen – en nauwelijks een week later luidt het: noem uw naam. Hoe de openbaarheid van het internet – en de vragen van de publieke opinie – wonderen kunnen verrichten voor goed gemeentelijk bestuur!

Ach – wie neemt Wouter Van Bellingen nog ernstig? Eerlijk gezegd – wordt het geen hoog tijd dat een onafhankelijk onderzoek zich met de uitspraken van deze man gaat bezighouden? Maar laten we onze aandacht op een nog grotere ramp richten.

Ook Jozef De Witte – het hoofd van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) – had vorige week in een telefonisch gesprek met een journalist van “Knack” geen andere keuze dan te reageren op mijn pijnlijke onthulling dat de racistische families die in 2007 geen zwarte schepen wilden van allochtone afkomst zijn. Maar daarop heeft de inquisiteur van de politiek-correcte kerk natuurlijk een antwoord. Lees het volgende – werkelijk verbijsterende – antwoord van Jozef De Witte op de vragen van de journalist:

Van Bellingen heeft zich in 2007 over het al dan niet indienen van een klacht laten adviseren door het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding (CGKR): “Maar dat was volgens hen niet mogelijk.”

Dat klopt, zegt Jozef De Witte, directeur van het CGKR. “Maar niet omdat die mensen onbekend zijn gebleven.” De ware reden is de aard van de antiracismewetgeving. Die is van toepassing in verschillende sferen, zegt De Witte, zoals arbeid, goederen en diensten; sociale en culturele activiteiten,… “Wat goederen en diensten betreft: het gaat altijd om wie een van die diensten aanbiedt. Niet om wie ze aangeboden krijgt, de klant dus.

Aangezien de koppels de zogenaamde vragende partij waren, kan er dus tegen hen geen klacht ingediend worden, aldus De Witte. Omdat er simpelweg geen strafbaar feit gepleegd is door hen.

En dat is terecht, vindt De Witte: “Dat zou botsen met de keuzevrijheid. Die moet gerespecteerd worden: de wet kan niet alles regelen, en dat is maar goed ook.”

Jozef de Witte gooit het dus radicaal over een andere boeg. Hij beweert dat zijn Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding in 2007 geen klacht heeft neergelegd tegen de racistische families in Sint-Niklaas om louter juridische redenen – en niet omdat de identiteit van “die mensen onbekend is gebleven”. Volgens hem is de antiracismewetgeving helemaal niet toepasbaar op “klanten” van “goederen en diensten”! Met andere woorden – je mag volgens Jozef De Witte als “klant” eender welke racistische uitspraak doen en eender welke daad van discriminatie stellen tegenover eender welke persoon die voor de overheid (of zelfs daarbuiten) werkt! Denk maar eens aan de verstrekkende gevolgen van deze uitspraak! Je mag dus weigeren je te laten helpen door een zwarte loketbediende! Je mag weigeren je te laten adviseren door een katholieke of joodse ambtenaar! Je mag weigeren les te volgen bij een homoseksuele leraar! Of bij een lerares – want wie wil nu in hemelsnaam les krijgen van een vrouw! Je mag in het ziekenhuis weigeren je te laten verzorgen door een Marokkaanse dokter of een Roemeense verpleegster! En ga zo maar door! Voorbeelden genoeg! Alles mag! Want dat alles is volgens Jozef De Witte gewoon de “keuzevrijheid van de klant” – en dus niet onderworpen aan de antiracismewetgeving! De klant is altijd koning! Ook de racistische en discriminerende klant is koning! Wouter Van Bellingen – die in een telefoongesprek met “Knack” beweert dat hij nu “zeker een klacht had ingediend” – kan het dus mooi schudden. Helaas voor hem – maar volgens het hoofd van het CGKR moet hij de afwijzing en de beledigingen van om het even welke “klant” hoe dan ook straffeloos ondergaan. Dat de “klant” in feite een gewone burger is – en de persoon die hij discrimineert een democratisch gekozen of aangestelde vertegenwoordiger – dat doet volgens Jozef De Witte niets ter zake. De “klant” van “goederen en diensten” mag blijkbaar alles! Ik kan dus voortaan met een gerust gemoed naar het stadhuis van Sint-Niklaas stappen en luidop zeggen: “Ik, Marc Schoeters, wens niet door een zwarte ambtenaar bediend te worden! En zeker niet door een politieke windhaan als WVB! Ja – ik heet Marc Schoeters. Marc – met een c. U kan me toch helemaal niets maken – de antiracismewetgeving geldt niet voor mij. En Jozef De Witte – de waakhond van het “politiek-correcte denken” steunt mijn keuzevrijheid als klant.”

Waaaaw! Hier gaat mijn hoofd werkelijk van tollen! Deze uitspraak van het hoofd van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding zal geschiedenis schrijven! Het is een vrijbrief aan elke burger van dit land om elke ambtenaar, elk personeelslid van een instelling en elke medewerker van een zaak die “goederen of diensten” aanbiedt te desavoueren en te discrimineren. Voortaan mag je dus voluit iets zeggen in de trant van: “Ik koop alleen een koelkast van een bleekscheet!” of “Alleen een Hindoe-dokter mag mijn vrouw met mijn sperma insemineren!” Sommige van mijn medeburgers zijn ongetwijfeld beter dan ik in staat om nog meer duizelingwekkende mogelijkheden te bedenken!

Verbijsterend – zult u denken? Eerlijk gezegd – ik ben niet verbaasd. Het is niet de eerste enormiteit die Jozef De Witte op het publieke forum debiteert. In 2006 beweerde hij doodleuk – na een klacht van een “hetero” tegen een postkaartcampagne met de discriminerende slagzin “VUILE HETERO” – dat discriminatie iets is “dat per definitie een minderheid overkomt”. Met andere woorden – iemand behorend tot een “meerderheidsgroep” kan nooit gediscrimineerd worden. En zo wimpelde Jozef De Witte de klacht wegens discriminatie af. Prompt kreeg hij de reactie van mensen – blijkbaar veel verstandiger dan hij – dat door zijn discriminerende interpretatie van de antidiscriminatiewetten voortaan elke man in dit land naar hartenlust de vrouwen als groep kan stigmatiseren. Want – wonen er nu eenmaal niet meer vrouwen dan mannen in dit land? En een “meerderheidsgroep” kan nooit gestigmatiseerd worden – toch?

Er blijven na de recente uitspraken van Jozef De Witte slechts twee mogelijkheden over. Óf hij heeft gelijk dat de antiracismewetten inderdaad zo ondoordacht en onzorgvuldig zijn dat ze discriminerend gedrag door een “klant” van “diensten en goederen” onbestraft laten – en dan zouden ze misschien beter worden afgeschaft. Óf het hoofd van het Centrum voor de Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding kletst wat uit zijn nek. En zou het in dat laatste geval niet beter voor de samenleving zijn dat hij ontslag neemt? Dus weg met de antiracismewetgeving – of weg met Jozef De Witte en zijn centrumpje. Zo eenvoudig is dat.

Alle gekheid op een stokje – wat denken de heren Van Bellingen en De Witte wel? Dat ze ons eeuwig een rad voor de ogen kunnen blijven draaien – met hun voortdurend tegenstrijdige verklaringen waarom ze géén klacht wensen in te dienen tegen de racistische families in Sint-Niklaas die weigeren een huwelijk te laten inzegenen door een zwarte schepen? De bevolking van dit land die hen met belastinggeld bezoldigt om plichtsgetrouw hun democratische werk te doen als een kudde domkoppen behandelen – denken die heren daar echt mee weg te komen? In Antwerpen bestaat het mooie gezegde: “Met alle Chinezen maar niet met den deze!”

Laat ik duidelijk herhalen waar het in deze zaak om gaat. Een schepen van Sint-Niklaas weigert klacht neer te leggen tegen mensen die hem en zijn ambt vanuit duidelijk racistische motieven verwerpen. En het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding volgt hem meer dan gewillig in dat “verzwijgen”. De “politiek-correcte” consensus mag blijkbaar hoe dan ook niet in gevaar worden gebracht – ook al gaat dat ten koste van de rechtsgelijkheid. Hoe bruin kan je het in dit land bakken? Is het dan écht te veel gevraagd dat ex-schepen Van Bellingen en/of het CGKR alsnog klacht zouden indienen tegen de racistische families van Sint-Niklaas – desnoods tegen “onbekenden” – en daarmee een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek naar de ware feiten in deze zaak mogelijk maken? Méér vraag ik – en velen met mij – toch niet? En is het niet het volste recht – zelfs de plicht – van elke democraat om dat te vragen en te blijven vragen? Het zou al te gek zijn als de ambtenaren en de overheid in Sint-Niklaas niet precies weten wie de racistische families zijn – of wat hun etnische afkomst is. Geen enkele vrijdenkende democraat mag deze zaak nog verder laten rusten. Denk niet dat ik er behagen in schep Wouter Van Bellingen het leven zuur te maken. Ik wil hem niet aan de schandpaal nagelen. Ach – hij is in mijn ogen slechts een kleine politieke garnaal – alleen maar denkend aan en vechtend voor zijn eigen overleven. Dus geen haar beter of slechter dan de meeste andere politieke garnalen. Een sukkel – als u en ik. Ik behandel hem dus geen zier beter of slechter dan andere politici – of dan mensen als u en ik.

Maar ik richt mijn pijlen in de eerste plaats op een van de grootste ondingen die onze democratie overwoekert en tot in de ziel raakt – het zogenaamde Centrum voor de Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding. Voor elke rechtgeaarde democraat is het bestaan van zo’n centrum een ongekende schandvlek op een van de basiswaarden van onze samenleving – de vrijheid van meningsuiting. Deze vrijheid is een van de mooiste vruchten van de eeuwenlange strijd die de Europese Verlichting heeft gevoerd tegen de knevelarij van de autoritaire overheid en het godendom van de religieuze breinpolitie. Geef toe – wat is het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding in wezen? Een met belastinggeld betaald instituut dat bepaalt wat vrije burgers al dan niet mogen denken of zeggen – welke echte vrijdenker en kosmopoliet kan zo’n monstruositeit ooit aanvaarden? Ik hoop dat dit land – dat bijna twee eeuwen geleden de meest liberale grondwet van de wereld had – eindelijk eens het equivalent van het First Amendment van de Amerikaanse grondwet ook in zijn eigen grondwet zou verankeren. Laat me even dat First Amendment even citeren.

Congress shall make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof; or abridging the freedom of speech, or of the press; or the right of the people peacably to assemble, and to petition the Government for a redress or grievances.

Zijn deze woorden van geen weergaloze schoonheid? Willen we dit niet allemaal – álle bewoners van deze planeet? Tegen elk muilkorven van de vrijheid van meningsuiting – zowel hier als in Tunesië als in Egypte als in China? Om Saoedi-Arabië en Pakistan niet te vergeten – bijna allemaal landen die tot op heden de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet hebben ondertekend. Een open en democratische samenleving die beweert gebaseerd te zijn op de vrijheid van de burgers en op de vrije meningsuiting is absoluut niet verenigbaar met een door belastinggeld gefinancierde breinpolitie – die bovendien al te vaak de schijn wekt met twee maten en twee gewichten te meten. Het zogenaamde Centrum voor de Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding schendt door zijn bestaan zelf de fundamentele basisrechten van elke vrije burger in dit land. Het bestrijden van een door de overheid goedgekeurd en gefinancierd “instituut voor correct denken” is daarom een absolute plicht voor elke democraat. Ik hoop dat de verantwoordelijken bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding heel goed beseffen dat er door de Zaak Van Bellingen een tijdbom onder hun stoel tikt. Tik tik tik tik. En dat deze tijdbom zal blijven tikken… tot de waarheid boven water komt.

Waarom doe ik dit? Waarom zit ik als een luis in de pels van de “politiek-correcte” elite? Omdat ik Adith ken. En Sadeq. En honderden andere mensen die uit bittere noodzaak de leugen van hun land zijn ontvlucht. En dat deden ze niet – absoluut niet – om te belanden in wéér een land waar zij stoten op dezelfde leugenachtige mechanismen die waarheid en vrijheid aan banden leggen. De leugen die onder het mom van het multiculturalisme alleen maar standhoudt en gedijt door de machinaties van de “politiek-correcte” breinpolitie – is maar al te gelijkaardig aan de leugen die in Kinshasa en Teheran terreur zaait en duizenden slachtoffers maakt. De leugen van god en godjes. De leugen van ideologie en idiotie. De leugen die in dit land gedragen wordt door blinde beleidsmensen voor wie het “multiculturele gebed” alleen maar een volgende carrièrezet is – ten koste van waarheid en vrijheid.

Om het in dit twitterige tijdperk van oneliners in een paar luttele maar veelzeggende woorden samen te vatten – ik heb een bloedhekel aan volksverlakkerij. Van welke strekking ook. En een nog grotere hekel aan de dienaars van goden en godjes – die in naam van hun waarheden de waarheid aan banden leggen.

Alles van waarde is weerloos – en de waarheid nog het allermeest.



Marc Schoeters
(vrijdenker en steppewolf – en daarom tegen alle macht in
tot op het bot gaand)
.

21 juni 2011

De zaak Van Bellingen


Onderstaand stuk is van Marc Schoeters, lesgever Nederlands aan anderstaligen en anti-fascist, die ik hier graag een tribune geef. De auteur wijst op de hypocrisie van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR), dat immers weigert om racisme bij allochtonen aan te pakken. Tegelijk wijst hij ook op de hypocrisie en onbetrouwbaarheid van zowel de journalisten, als van de politieke gezagsdragers van Sint-Niklaas.
o-o-o-o-o-o-o-o-o

DE ZAAK VAN BELLINGEN

In februari 2007 raakte bekend dat drie koppels hadden geweigerd getrouwd te worden door de Sint-Niklase schepen Wouter Van Bellingen. Van Bellingen is zwart en dat konden ze niet aanvaarden. Op 21 maart 2007 volgde een mediastunt : 626 koppels lieten zich op de Grote Markt van Sint-Niklaas trouwen door diezelfde Wouter Van Bellingen.

Wouter Van Bellingen (Antwerpen, 20 april 1972) is een Vlaamse ambtenaar en politicus. Tot eind december 2008 was hij lid van de links-liberale politieke partij Vlaams-Progressieven. Als zoon van Rwandese ouders werd Van Bellingen indertijd door een Vlaams gezin geadopteerd – waarvan de vader Volksunie-militant in het Waasland was. Zijn oudoom Amedee Verbruggen was een voortrekker van de Vlaamse Beweging. Daardoor voelt deze adoptiezoon zichzelf verwant met de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Wouter Van Bellingen is getrouwd en vader van twee kinderen. Kerkelijk behoort hij tot de Verenigde Protestantse Kerk in België.
Sinds 2 januari 2007 was Van Bellingen schepen in de gemeente Sint-Niklaas – en in die hoedanigheid de eerste zwarte schepen van Vlaanderen. Zijn portefeuille bestond uit jeugd, internationale samenwerking en burgerzaken. Van Bellingen, die zich ook op federaal niveau voor de Vlaamse zaak heeft ingezet, was voorheen in Sint-Niklaas werkzaam als jeugd- en noord-zuidconsulent. Hij zegt zich betrokken te voelen bij zaken die zich afspelen op het sociaal-culturele terrein, waaronder de Derde Wereld.
Als ambtenaar van de Burgerlijke Stand kwam Van Bellingen begin 2007 in het nieuws toen bleek dat een drietal aanstaande echtparen vanwege zijn donkere huidskleur niet door hem in de echt verbonden wilden worden. Als reactie hierop kwam er een grote hoeveelheid steunbetuigingen binnen in de vorm van aanmeldingen bij de Burgerlijke Stand van Sint-Niklaas om door Van Bellingen te worden getrouwd.

Van Bellingen besloot – om tot op heden onverklaarbare redenen – geen proces tegen de drie koppels aan te spannen. Hun identiteit is officieel nooit openbaar gemaakt – hoewel hun namen bij de Sint-Niklase overheid meer dan waarschijnlijk bekend zijn. In plaats daarvan hield hij op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie op 21 maart 2007 een grote symbolische trouwpartij op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Er kwamen 626 koppels opdagen. Maar kan en moet men zich niet afvragen – wat er zich werkelijk achter de schermen van deze mediastunt heeft afgespeeld ? Marc Schoeters – leraar Nederlands voor anderstaligen in Antwerpen – kan en wil niet langer meer zwijgen over de ware feiten achter deze affaire.

NIETS IS WIT OF ZWART 
[OPEN MAAR GEWEIGERDE BRIEF AAN DE STANDAARD – MAART 2007]

Drie families in Sint-Niklaas hebben een huwelijksplechtigheid afgelast omdat de betrokken schepen van hun stad toevallig een donkere huidskleur heeft. Hun beslissing heeft terecht alle welmenende burgers van dit land geschokt. De kranten werden overspoeld met verontwaardigde lezersbrieven. Zelden werd er in dit land zo’n flagrant aanwijsbare en duidelijk bewijsbare overtreding van de antiracismewet vertoond. Veel mensen verkeerden daarom in de veronderstelling dat de overheid zonder aarzelen alles in het werk zou stellen om een gerechtelijk onderzoek tegen de racistische families te starten. Maar blijkbaar vinden noch de betrokken schepen, noch de stedelijke overheid van Sint-Niklaas, noch het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) het opportuun klacht in te dienen tegen de daders. Verbijstering alom. En veel vraagtekens.

Niet lang geleden kreeg ik betrouwbare informatie die misschien een tipje van de sluier kan oplichten. Ik ben al jarenlang lesgever Nederlands aan anderstaligen in een school met duizenden studenten. Onder zo’n enorme allochtone studentenpopulatie blijven gevoelige gebeurtenissen als die van Sint-Niklaas natuurlijk niet lang onbesproken. Uit goede bron weet ik nu dat de drie racistische families in Sint-Niklaas van allochtone afkomst zijn. Mijn beide bronnen zijn onverdacht – want zelf mensen van allochtone afkomst. En zij zijn in deze zaak heel precies en formeel. Ik ben natuurlijk geen onderzoeksrechter en vind dat het de taak is van het gerecht om alle feiten in deze kwalijke zaak vast te stellen. Maar dan moet het gerechtelijk onderzoek natuurlijk wel zijn beloop krijgen. En daar wringt het schoentje.

Ik kan me best voorstellen dat Wouter Van Bellingen het in zijn kersverse rol als schepen politiek niet opportuun vindt om klacht tegen de betrokken families in te dienen. Hij is schepen van een kleine provinciestad en wil waarschijnlijk niet dat de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen op de spits worden opgedreven. Maar hoe nobel zijn overwegingen ook zijn om de zaak te laten rusten – in dit geval zou het middel wel eens erger kunnen blijken dan de kwaal. Op dit moment gaat de ware identiteit van de racistische daders als een lopend vuurtje door de allochtonengemeenschap. Nu reeds zijn er zwarte Afrikanen die zich dubbel gediscrimineerd voelen – zowel door een deel van de Vlamingen als door sommige groepen allochtonen. Bovendien krijgen deze laatste nu onbedoeld de boodschap dat ze de facto boven de wet staan – en dat zij er voortaan lustig op los kunnen discrimineren. Door geen klacht tegen de racistische daders van Sint-Niklaas in te dienen, creëert men een rechtsonzekerheid die de grondvesten zelf van de multiculturele samenleving ondermijnt. En dat is voor mij – en anderen die van de ware toedracht op de hoogte zijn – onaanvaardbaar.

Het vele bochtenwerk en de vreemde hersenkronkels in deze zaak zijn soms werkelijk verbazingwekkend. Zo kon men in sommige kranten het argument lezen dat elke burger de vrijheid moet hebben om zelf te beslissen of hij zijn brood wel of niet bij een allochtone bakker mag kopen. Dat is een ronduit verbijsterend argument. Een schepen is namelijk geen bakker. Een schepen oefent een openbaar ambt uit – en heeft dat ambt te danken aan de democratische regels van onze rechtsstaat. Elke inwoner van dit land die om religieuze of etnische redenen een ambtenaar meent te moeten wraken, ondermijnt de basis zelf van de rechtsstaat. Stel u voor – een beklaagde die de uitspraak van een rechter naast zich neerlegt omdat die katholiek is. Of iemand die weigert zijn rijbewijs te tonen aan een politieagent omdat die moslim is. Of een burger die alleen met een loketambtenaar van de juiste huidskleur wil spreken. Het is te grotesk voor woorden.

Daarom moet men in deze zaak een duidelijk onderscheid maken tussen Wouter Van Bellingen als persoon en als schepen. De heer Van Bellingen als privépersoon heeft natuurlijk het recht om geen klacht in te dienen. Maar mijns inziens heeft hij als schepen, dus als vertegenwoordiger van de democratische rechtsstaat, de plicht om dat wél te doen. Wie de racistische families uit Sint-Niklaas vrijuit laat gaan, stelt in mijn ogen een incivieke daad van de eerste orde en ondergraaft elke rechtszekerheid. Door niet op te treden tegen racistische misdrijven herleidt men niet alleen de antiracismewet tot een vodje papier maar zet men de deur wagenwijd open voor een gebalkaniseerde samenleving – waarin iedereen naar eigen willekeur wetten en regels aan zijn laars lapt. En daar is niemand bij gebaat.

Dat de geviseerde schepen uit Sint-Niklaas de zaak “niet op de spits wil drijven” en geen “symbooldossier” wil, valt nog enigszins te begrijpen. Maar dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding de zaak verder blauwblauw zou laten is volstrekt ontoelaatbaar. De argumenten die het Centrum aanhaalt om geen klacht in te dienen zijn juridisch zwak en maatschappelijk gezien verwerpelijk. Zo wordt beweerd dat men geen klacht kan neerleggen als het slachtoffer zelf dat niet doet. Maar het Centrum is precies opgericht om bij een flagrante overtreding van de antiracismewet klacht te kunnen indienen – óók als het slachtoffer van het misdrijf dat niet doet of zelfs als er geen direct aanwijsbaar slachtoffer is. Zo werden in een recent verleden organisaties verbonden met het toenmalige Vlaams Blok terecht aangeklaagd op basis van racistische publicaties die hele bevolkingsgroepen stigmatiseerden – ook al werd er niemand persoonlijk geviseerd.

Ook het argument dat de racistische daders in Sint-Niklaas onbekend zouden zijn, is te belachelijk voor woorden. Er bestaat bij elk misdrijf de mogelijkheid klacht neer te leggen tegen onbekenden. Het is de taak van het gerecht om na een klacht mogelijke daders op te sporen en te identificeren. Het gerecht zal in het geval van de racistische misdrijven in Sint-Niklaas niet lang moeten zoeken. Verscheidene medewerkers op het stadhuis van Sint-Niklaas weten perfect wie de daders zijn en wat ze precies gezegd hebben. En schepen Van Bellingen weet ook veel meer dan wat hij in de media kwijt wil. Misschien kent hij de daders niet bij naam en toenaam. Maar ik weet formeel dat hij aan mensen uit zijn omgeving heeft verklaard dat het om allochtone families gaat. Het zou me dan ook niet verbazen dat er tussen kopstukken van de stedelijke overheid van Sint-Niklaas en topmedewerkers van het Centrum intensief overleg is gepleegd over hoe deze “delicate” zaak moet worden aangepakt.

Wat nu? Indien schepen Van Bellingen en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding bij hun beslissing blijven om geen formele klacht wegens racisme in te dienen dan blijven er nog een aantal wegen over. Omdat de schepen een democratisch verkozen ambtsdrager is, zou in principe elke burger van Sint-Niklaas – of van dit land – in deze zaak klacht kunnen neerleggen. En als het Centrum, een officieel door de overheid ingesteld en gesubsidieerd orgaan dat moet waken over het naleven van de antiracismewet, op basis van al dan niet opportunistische overwegingen weigert naar behoren te functioneren, dan ondergraaft het zijn eigen bestaansreden. En stelt het zich in principe bloot aan een klacht van elke burger en belastingbetaler. Een racist is een racist – ongeacht zijn of haar huidskleur. Het Centrum mag zelfs niet de schijn wekken dat het met twee maten en gewichten meet. Dat zou een aanfluiting zijn van precies die waarden waarover het Centrum behoort te waken – gelijkheid van alle burgers, ongeacht hun afkomst of religie. Ik roep dan ook alle politieke verantwoordelijken op om in deze zaak op te treden. Ik beschuldig niemand – maar ik vraag op zijn minst wel een onafhankelijk onderzoek. Ook als er uiteindelijk koppen zouden kunnen rollen. De fundamenten zelf van de rechtsstaat staan op het spel.

De recente en vaak ondoordachte commotie rond heel deze zaak noopt mij tot een bredere slotopmerking. Misschien wordt het eens tijd om een publiek debat te houden over de nefaste rol die het zogenaamde politiek correcte “denken” in onze samenleving speelt. Racisme en politieke correctheid vormen in wezen elkaars spiegelbeeld. Reeds jaren geleden toonde Robert Hughes in zijn boek ‘Culture of Complaint’ aan dat het hier fundamenteel om twee kanten van hetzelfde gedachtegoed gaat. Zowel een racist als een politiek correct “denker” gaan uit van een rigide zwart-wit-tegenstelling tussen een edele ingroup en een verwerpelijke outgroup. De kiezer voor het Vlaams Belang ziet alleen nog de criminele vreemdeling, de politiek correcte “denker” alleen nog de Vlaamse fascist. Beiden zijn blind voor de oneindige complexiteit van een moderne samenleving, waarin niets helemaal zwart of helemaal wit is.

Zo is een krantenjournalist er in een editoriaal weer eens in geslaagd om, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Sint-Niklaas, in te hakken op de grote groep mensen die het Vlaams Belang steunt. Ik vind deze partij ook verwerpelijk – laat daar geen twijfel over bestaan. Maar de waarheid heeft haar rechten. Blijkbaar kan men als “kritische” journalist van een “onafhankelijk” dagblad alle regels van de journalistiek aan zijn laars lappen en is het koesteren van de eigen vooroordelen belangrijker dan een echt kritisch onderzoek naar de werkelijke feiten.

En de feiten zijn dat er in dit land mensen zijn – zowel autochtonen als allochtonen – die een open en verdraagzame samenleving geen goed hart toedragen. Zoals veel goedmenende maar niet blinde Antwerpenaren ken ik uit eigen ervaring ook de donkere keerzijde van het multiculturele ideaal – de vele momenten dat de droom een nachtmerrie blijkt. Een kleine – maar helaas steeds sneller radicaliserende – groep mensen staat vijandig tegenover een open en democratische samenleving. In Antwerpen woekeren haat en onverdraagzaamheid – bij álle bevolkingsgroepen. Een duidelijk teken aan de wand was de bijna totale afwezigheid van (jonge) allochtonen op het concert voor verdraagzaamheid in oktober. Het wordt tijd dat alle opiniemakers, óók de politiek correcte, zich van deze tweespalt bewust worden. Nu niet optreden tegen de racistische families uit Sint-Niklaas – wat hun achtergrond ook moge wezen – betekent een tijdbom leggen onder de fundamentele waarden van onze samenleving.


Marc Schoeters
lesgever Nederlands aan anderstaligen en anti-fascist
(welke gedaante het fascisme ook heeft)
.

25 september 2010

Jacques Vergès te biecht bij de RTBf

.
De Franse strafpleiter Jacques Vergès werd in het koninkrijk Siam geboren, de 5de maart van 1925. Ofwel een jaar eerder, de 20ste april van 1924, want zijn jongere broer Paul werd ook geboren in maart 1925. De registers van het koninkrijk waren niet feilloos.
In ieder geval,Vergès is deze week voor vier dagen in Brussel en hij geeft er elke avond een Conférence.  De RTBf-radio profiteerde daar natuurlijk van om hem voor de microfoon te halen in hun middagmagazine Culture Club. Thema van het gesprek vrijdag, was de schaduwkant die volgens Vergès aan elke mens zit, la part d’ombre.
Hieronder een fragmentje uit dat gesprek, en u zult merken dat de octogénaire Vergès nog heel grappig is, en bijgevolg heel ernstig. Ik vertaal hem ook, want zijn spreeksnelheid is even hoog als altijd, en dus een stuk hoger dan die van bijvoorbeeld onze eigen Vermassen, die met zijn gezeur over parachutes weer van de microfoons niet is weg te slaan.


Je ne suis pas parfait, ma part d’ombre je vous l’avouerai. C’est qu’il y a en moi un pouvoir de mépris très grand. Souvent quand les gens m’insultent, je ne me mets pas en colère, je pense en moi-même: «pauvre type». Et cela va assez loin.
Or en ce moment nous sommes envahis par des humanitaires, bon, ils ont perpétuellement le discours humanitaire à la bouche, et perpétuellement ils sont à la poursuite des gens. Je disais à un ami, membre de la Ligue des Droits de l’Homme, je disais «c’est curieux, votre ligue à été fondée pour défendre un accusé, et aujourd’hui c’est vous qui cherchez les accusés, qui les rabattez vers le procureur, et qui en même temps s’indigne que le procureur ne poursuit pas tout le monde.»  Et, je me rappelle un jour, un soir avoir fait une très mauvaise action, avoir dit à un de ces prétendus humanistes : «Ton humanitarisme, c’est une boutique, tu n’y crois pas toi-même. Ce que vous faites est ignoble. Vous prétendez défendre les Droits de l’Homme, et vous empêchez qu’on puisse penser différemment de vous.» 
Et je sais que depuis il est perpétuellement triste. Je l’ai découvert, je lui ai fait comprendre qu’il était un pauvre type, et je pense que de ma part [...c’était sa part d’ombre à lui, oui... –RTBf]] …que de ma part c’était une mauvaise action.


Ik ben niet volmaakt, en zal u bekennen wat mijn schaduwkant is. Het is zo dat er in mij een bijzonder groot vermogen tot misprijzen zit. Vaak als mensen mij beledigen, maak ik mij niet kwaad, ik denk bij mijzelf: “sukkel”. Dat gaat soms ver.
Kijk, tegenwoordig zijn wij vergeven van de “humanitairen”, bon, eeuwig hebben die de mond vol van humanitaire kletspraat, en eeuwig achtervolgen zij de mensen. Ik zei aan een vriend, lid van de Liga voor de Mensenrechten, ik zei hem: “Het is toch gek, uw liga is opgericht om een beschuldigde bij te staan, en de dag van vandaag zijn jullie het die de beschuldigden gaan zoeken, en hen naar de procureur drijven, en die tegelijk verontwaardigd zijn als de procureur niet iedereen vervolgt.
En ik herinner mij dat ik op een dag, op een avond iets heel lelijks heb gedaan, door aan één van die zogenaamde humanisten te zeggen: “Die humanitaire denkbeelden van je, dat is een rommeltje. Je gelooft er zelf niet eens in. Wat je doet is onwaardig. Je beweert dat je de Rechten van de Mens verdedigt, en je belet dat een ander anders zou denken dan jij.”
En ik besef dat hij sindsdien voortdurend triestig is. Ik heb hem ontmaskerd, en hem doen inzien dat hij een sukkel was, en van mijn kant was dat [...dat was zijn schaduwkant, ja... –RTBf] denk ik iets lelijks.
.

16 oktober 2009

Malika Sorel valt Luckas Vander Taelen bij

.
Mignonne, allons voir si la rose

A Cassandre

Mignonne, allons voir si la rose
Qui ce matin avoit desclose
Sa robe de pourpre au Soleil,
A point perdu ceste vesprée
Les plis de sa robe pourprée,
Et son teint au vostre pareil.

Las ! voyez comme en peu d'espace,
Mignonne, elle a dessus la place
Las ! las ses beautez laissé cheoir !
Ô vrayment marastre Nature,
Puis qu'une telle fleur ne dure
Que du matin jusques au soir !

Donc, si vous me croyez, mignonne,
Tandis que vostre âge fleuronne
En sa plus verte nouveauté,
Cueillez, cueillez vostre jeunesse :
Comme à ceste fleur la vieillesse
Fera ternir vostre beauté.

Pierre de Ronsard
1524-1585


Wie geen hoofdtelefoon of oortjes bezit, zal verderop aan de mp3-s op dit blog weinig vreugde beleven, en daarom zijn we maar met een klassiek gedrukt gedicht begonnen.
Alle Franse schoolkindjes moeten dit gedicht van buiten leren, en vroeger moesten zelfs Vlaamse kindjes dat. De Vlaamse kindjes moeten dat al een poos niet meer, meen ik, en als het van de HALDE afhangt –de Franse tegenhanger van het CGKR, de zedenbrigade van onze Jozef De Witte– zullen binnenkort ook de Franse kindjes ervan verlost worden ...want het is een discriminerend gedicht! Minstens moet er een bijsluiter komen.
Auteur Malika Sorel, française van Algerijnse komaf, legt dat straks uit maar eerst nodigt Alain Finkielkraut haar uit om zich voor te stellen aan de luisteraars van zijn Répliques op France Culture:
(een transcriptie plus vertaling van de klankfragmenten vindt u hier)


De tegenspeler van Malika Sorel in dit debat is de filosoof Alain Renaut, maar ik geef hem in de uittreksels hieronder nauwelijks het woord, want de man was gewoon geen partij. Sorel veegde met groot gezag zijn politiek-correcte standpunten van tafel. Wie dit liever zelf beoordeelt, verwijs ik naar de volledige uitzending, waarin natuurlijk ook de schitterende radioman Finkielkraut te horen is. Maar eerst lopen we wat vooruit en laten Sorel verklaren waarom Ronsard zo’n verwerpelijke dichter is. Als aanloop daartoe, heeft ze het over positieve discriminatie en over de nefaste invloed van de officiële racismebestrijding, in Frankrijk dus toevertrouwd aan de genoemde HALDE:


Renaut in zijn boek, was volgens Sorel wat licht omgesprongen met bepaalde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het lapje stof:


Alle onheil, als er van onheil sprake mag zijn, is tenslotte terug te voeren zegt Renaut op het verschrikkelijke koloniale verleden van Europa en van Frankrijk in het bijzonder (Renaut verwijst naar een uitspraak van de socialistische premier Léon Blum «Nous avons le devoir des peuples supérieurs sur les peuples inférieurs.»:


Ze legt nu aan de filosoof Alain Renaut nogmaals uit wat diversiteit betekent, een uitleg die Malika Sorel ook bij ons eens mocht komen geven:


Er is een onwil om te integreren constateert Sorel, en als politici dit feit liever ontkennen, dan bewijzen zij in de eerste plaats een slechte dienst aan de kinderen van de immigratie:


Hoe zit het met het ingebakken racisme van Fransen en Europeanen? Is er voor het wantrouwen van de inheemse bevolking misschien een verklaring mogelijk die niet op inherente slechtheid terug te voeren is?


Die raadgeving van haar aan de verzamelde journalisten, over hun onophoudelijke, goedbedoelde, maar natuurlijk valse gebruik van de term "jongeren", zal ik te hunnen behoeve in voetnoot vertalen.*
Maar wat vindt men in Algerije zoal van uw opvattingen? vroeg Finkielkraut nog aan Sorel, en haar antwoord zal Luckas Vander Taelen plezier doen, en Paul Goossens wellicht minder plezier doen, want zij wil waarden aan de schoolkinderen opdringen. Of hoe moet je anders des valeurs non negociables verstaan? En in Algerije is men verbijsterd om Europa plat op de buik te zien gaan voor dreigementen. Ook vindt men dat immigrantenouders hun kinderen verwaarlozen.
Nog iets dat Vander Taelen liet verstaan, en dat hem evengoed kwalijk werd genomen door lichtgewicht Goossens en enkele anderen, was ...dat je geen waarden kunt opdringen als je er zelf geen hebt. Zoiets vraagt zelfs geen uitleg vindt Sorel, c'est quand-même le béaba de la psychologie! ["b.a-ba" = "aap-noot-mies"] Ook wijst Sorel op het determinerend belang van taalbeheersing bij immigranten: bij ons heeft Laurette Onkelinx het liever over seulement une des conditions...



Wat we zeker kunnen overwegen, en wat de politici wellicht ook het liefst van al zouden doen, is de kat uit de boom kijken. Maar zoals Sorel bij het begin van het gesprek opmerkte tikt de tijdbom, en politicologenpraatjes of bakerpraatjes à la Renaut houden niet langer stand. De kans bestaat dat een bevolking die haar vertrouwen in de politici totaal is kwijtgeraakt, het lot in eigen hand neemt:


_________________

*
En ik wil nog even zeggen, een aanbeveling doen: laten de media ermee stoppen, om blindelings het woord “jongeren” te gebruiken. Want ook dat op zich is een ernstig probleem. Het is de oorzaak van vooroordelen tegen onze jongeren, tegen onze jeugd die zich daarna in het economische leven wenst opgenomen te zien. Telkens als er delinquenten en schoften in het spel zijn, zegt men “Jongeren hebben agressie gepleegd”, en men geeft zich er geen rekenschap van, in wat voor mate het slechte gebruik van het woord “jongere” problemen stelt voor de "goede jeugd" tussen aanhalingstekens, die eenvoudig haar plaats in onze samenleving wenst in te nemen.

Het was, om kort te gaan, een pracht van een radioprogramma. Eén woord, vond ik, ontbrak opvallend, al had dat ene woord wellicht veel zaken kunnen verklaren. Het had misschien zelfs kunnen verklaren waarom ik op het web nergens een foto van Malika Sorel heb gevonden. En ook voor Finkielkraut leek het wel een soort vijfletterig tetragrammaton ...dat woord islam.
Bon, laten we maar eindigen met een vers dat vroeg of laat misschien ook in het vizier zal komen, een van Pierre Corneille. Tristan Bernard voegde er nog een strofe aan toe, en Georges Brassens .zette het op muziek: . Marquise.



7 februari 2008

Barnard en van Istendael in achtervolging op de ontsnapte Leyers

.
Gisteren in De Standaard beschuldigde professor Herman De Ley twee bekende dichters van intolerantie & xenofobie.

Het opiniestuk van onze schrijvers is niet onschuldig: het is een oproep voor intolerantie en xenofobie.
Geen lichte termen tegenwoordig. Mij is het zelfs onduidelijk waarom professor De Ley wacht met een klacht bij de zedenbrigade van Jozef De Witte. Waarom eerst nog tijd in een krantenstuk gestoken? De Witte zal zeker oren hebben naar die klacht. Het verwondert mij zelfs dat laatstgenoemde niet ex officio in beweging wil komen.
De enige reden waarom de De Ley misschien liever geen klacht neerlegt, en waarom ook De Witte talmt, is wellicht dat er in het stuk van Barnard en van Istendael nauwelijks sprake is van systematiek.
Het bevat vele losse gedachten, over de hoofddoek, de koran, het fascisme, de Franse lekenstaat …op zich best goede gedachten, maar ze zijn gelukkig voor hen nog niet uitgerijpt en tot een geheel gemaakt, want zoals wij weten: enkel systematiek is strafbaar. Deze mensen zijn pas aan een lovenswaardige bocht begonnen, en straks komen zij weer op een recht stuk weg. Het peloton zal dan vast de achtervolging inzetten op de drie koplopers.

Wat De Ley vertelt is ongetwijfeld wél systematisch, weze het huichelachtig. Als hij het bijvoorbeeld heeft over de school van de Moe’tazila die Gods rechtvaardigheid juist centraal stelde, en meent dat deze school tegenwoordig een revival kent, dan mocht hij ook wel vermelden dat zij na de Xde-XIde E. zo goed als verdween. En dat was niet het gevolg van, om in moderne termen te spreken, een soort van paradigm change, een verandering van de inzichten, zoals Thomas Kuhn die beschreef. Bij Kuhn is zo'n verandering meestal het gevolg van het natuurlijke afsterven van de vertegenwoordigers van het oude en achterhaalde meerderheidsparadigma. Maar die mutazalieten hadden nooit enig overwicht binnen de islam. Deze aberrante minderheidsstroming werd gewoon verwijderd.

Sterker is echter dat De Ley lof lijkt te hebben voor een stelsel dat openlijk de Herrenmentaliteit verkondigt, de zogenaamde dhimma.
Of nog inzake de geschiedenis van de islam: het instituut van de dhimma, dat in voege was tot aan het kolonialisme: de islam is de énige die het bestaansrecht van andere religieuze gemeenschappen theologisch erkend heeft.
Kort gezegd komt de dhimma hier op neer: er zijn échte mensen, de islamieten zelf, en er zijn mindere soorten die –al naargelang– uitgemoord mogen worden (animisten, atheïsten, polytheïsten) óf uitgezogen en vernederd (joden en christenen).
Dat laatste regime is op zijn manier een vorm van erkenning zegt De Ley, en daar is iets van. Joden en christenen waren in de regel de enige groepen die wetenschap en vakkennis in huis hadden, en zolang zij solvabel waren en speciale belastingen konden betalen, werden zij bijgevolg gedoogd. Soms waren de heersers zelfs zo verstandig om hen te ontraden over te gaan tot het ware geloof, want die speciale belastinggelden voor niet-islamieten waren natuurlijk welkom.

Wel spijtig voor De Ley dat elke beschaafde Westerling tegenwoordig bij Bat Ye’or, of Tilman Nagel, of Hans Jansen, of Robert Spencer kan nalezen hoe dat nu écht in de haak zat met zijn “theologische erkenning”.

.

_____________________

P.S. (donderdagavond): Mag ik wijzen op de gewaardeerde reactie van Benno Barnard?
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html