Posts tonen met het label Humo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Humo. Alle posts tonen

7 januari 2025

'Manspreading' is geen alleenstaand probleem


Er bestaan landen waar vrouwen niet in het openbaar mogen praten, laat staan lachen of zingen, en waar zij haar aanminnige verschijning deels of geheel moeten verbergen. Onze Europese feministen huldigen hierbij een aloud en eerbaar standpunt: s lands wijs, s lands eer. Terecht, tenslotte hebben zij wel andere problemen aan het hoofd.

Zo kaartte een jaar of tien geleden de Klara-presentatrice Heleen Debruyne het probleem van de manspreading aan. In Humo was dat meen ik, of anders in De Morgen, of anders nog elders. Het begrip manspreading was een goede tien jaar eerder al verspreid door Amerikaanse feministen en vervolgens overgewaaid naar de Oude Wereld, maar ik was Heleen hiervoor wel dankbaar. Ik verkeerde toen immers nog in onwetendheid. Volslagen onbewust van deze misstand. En al praktiseerde ik de wijdbeensheid niet altijd en overal, helemáál onschuldig was ik ook niet.

Manspreading is helaas niet het enige probleem dat onze moderne, westerse feministen koppijn bezorgt. In Le Monde zag ik een mooi artikel van hun chroniqueuse 'Guillemette' Faure, die nog een andere degoutante kwestie aansneed.

Misschien zullen sommigen haar artikel als satire beschouwen, maar net als bij de senior writer van De Morgen lijkt me dat een miskenning van haar eerlijke verontwaardiging, en een overschatting van haar stilistisch vermogen.*



Die venten** die met één hand een poussette*** duwen: “Als je beide handen gebruikt moet je je vooroverbuigen en daar draait je rug voor op, net als wanneer je de afwas doet.”

Ongegeneerd sturen veel vaders ostentatief hun poussette met één hand. De houding van deze ‘één-hand-duwers’ is verre van onbeduidend, en lijkt een vorm van afstand tot hun vaderschap aan te geven.

________________  
    * Al is haar stukje wél stukken grappiger dan zondagspreekjes in briefvorm.
  ** Daron is jongerentaal, argot. Oorspronkelijk: eigenaar-bewoner van een manoir. Pas begin deze eeuw kregen daron (en daronne) de betekenis van ‘ouder’. Vaders klonk mij hier te plechtig.
*** Een buggy dus, maar waarom altijd aan het Engels ontlenen?

16 augustus 2024

Een beschaafde columnist aan het woord

Lang geleden, toen kranten en weekbladen nog beschaafde columnisten hadden die ook echt konden schrijven, hadden we in

de stukjes van Karel van het Reve (1921-1999). In de postuum verschenen bundel ACHTERAF vind je er honderdzevenenveertig, en zeker wie zelf wel eens een stukje wil schrijven kan die beter vooraf een voor een lezen.

Om jullie op smaak te brengen, lezers, heb ik er eentje overgetikt (ik denk niet dat het mag, maar vertrouw erop dat de Erven Karel van het Reve me geen puntig mes door de keel zullen rammen).

Van het Reve heeft het over de beïnvloeding van schrijvers door hun oudere collega’s, en hij geeft een paar voorbeelden. Van Heine leerden we gelukkig al dat er in de kunst geen plagiaat bestaat, en dat die kwalificatie voortkomt uit een romantische overschatting van originaliteit. Van hem mag een kunstenaar zijn honing uit duizend bloemen bereiden, en dat mogen dus ook zowel Elsschot als Gorter en Gezelle van de grote Karel van het Reve: 


GESTAMP EN GERATEL

In het gedicht ‘Aan Rika’ vertelt Piet Paaltjens (1835-1894) hoe de trein waarin hij zat voorbijgereden werd door een sneltrein, en in die sneltrein zat een meisje dat hij maar heel kort zag. ‘De kennismaking kon niet korter zijn.’ Of zij echt Rika heet en hoe hij dat weet, vertelt de dichter ons niet. Hij verwijt haar dat ze het rijtuig ‘niet heeft opgerukt’ (hij bedoelt, denk ik, dat ze de coupédeur niet heeft opengerukt) en hem niet om de hals gevallen is. En dan komt de laatste strofe:

                  Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
                  Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
                  dan, onder hels geratel en gestamp,
                  Met u verplet te worden door één trein?

Dat gedicht met die trein werd voor het eerst gepubliceerd in 1867. In 1923 verscheen Elsschots verhaal Lijmen. In dat verhaal probeert Karel Boorman telefonisch contact op te nemen met de firma Korthals en Zonen in Gent:

      ‘Hij zocht even in het telefoonboek, kwam naast mij zitten, belde de Centrale op en sloot de ogen.
     “Brussel,” zei een neusstem.
     “Gent!” riep Boorman, naar het toestel snappend als een hond naar een been.
       Er volgde een gegorgel, dan een bruisen als van de zee en daarop een hels gestamp en geratel.’ 

Dat ‘hels gestamp en geratel’ van Elsschot komt uit het ‘hels geratel en gestamp’ van Piet Paaltjens. Daar kan, geloof ik, geen twijfel over zijn, al is Elsschot zich daar misschien helemaal niet bewust van geweest.

Ander voorbeeld. Een jaar of wat geleden las ik – ik weet niet meer in welk gedicht – van Guido Gezelle de regel ‘Miserere, mensen, miserere’ (Heb meelij, mensen, heb meelij).

‘Toen ik dat las, herinnerde ik me dat ik lang geleden ergens bij Herman Gorter de regel was tegengekomen ‘Jubilate, mensen, jubilate!’ (Juicht, mensen, juicht!)

Een soort theologisch-wereldbeschouwelijk debat: Gezelle, als gelovig katholiek, wijst op de eeuwige ellende van deze wereld, terwijl Gorter als gelovig marxist juist zeker weet dat de mensheid eerlang ontzettend gelukkig zal worden. Ook hier is voor mij geen twijfel mogelijk: Gorter schreef dat ‘jubilate’ als reactie op Gezelles ‘miserere’.

Niet altijd liggen de zaken zo duidelijk. Neem datzelfde Lijmen. Boorman probeert Laarmans over te halen bij hem in dienst te treden: Laarmans wordt redacteur van Boormans Wereldtijdschrift, eerst tegen een salaris, dan krijgt hij de helft van de winst en na twintig jaar is de hele onderneming van hem, ‘en dan ben je pas vijftig’.
En dan komt de passage waar het mij om gaat: ‘ “Ik ben vijftig,” sprak hij met klem. “Nu, op dit moment, zoals ik hier zit.” ’

Dezer dagen, herlas ik Treasure Island (Schateiland) van Robert Louis Stevenson, voor het eerst gedrukt in 1883. Ik kwam bij de passage waar de held, een jongen van een jaar of twaalf, per ongeluk een gesprek afluistert en hoort hoe Long John Silver (die met het houten been) leden van de bemanning tot zeerovers probeert te maken. En in de loop van dat gesprek zegt Silver: ‘I’m fifty, mark you.’ (Ik ben vijftig, let wel.)

Bewijzen kan ik het niet. Maar ik heb zo’n vermoeden dat die woorden bij Elsschot zijn blijven hangen toen hij Treasure Island las.

(6 juni 1992)

Achteraf
© 1999 Erven Karel Van het Reve, Amsterdam
Uitgeverij G. A. van Oorschot
Bij dezelfde uitgever ook in deel 7 van het Verzameld Werk
bezorgd door Lieneke Frerichs, Elma Drayer en Nop Maas

25 januari 2024

Het belang van archieven


Het Franse klank- en beeldarchief INA bezit een schat aan materiaal. Onbewerkt materiaal uit het verleden is altijd verrassend, en iedereen kan het bekijken zonder duiding van hedendaagse wijzen.
Archieven zijn belangrijk want – hoe onwaarschijnlijk het mag klinken – je kunt nooit uitsluiten dat bijvoorbeeld de politieke debatten en interviews van vandaag, vervelend en voorspelbaar als ze zijn, voor onze kinderen of kleinkinderen een bepaalde amusementswaarde zullen hebben.

In 1991, in Humo, vergeleek Louis Tobback asielzoekers met meeuwen op een stort. Of dat toen een partijstandpunt was weet ik niet, maar hij vond dat je die vogels moest verjagen. Helaas moeten we het hier stellen zonder klank of beeld.
Tien jaar vóór Tobback vertolkte secretaris-generaal Georges Marchais van de Franse communisten het standpunt van zijn partij – toen nog niet over ‘asielzoekers’ maar over clandestiene immigranten. Tobback had blijkbaar goed naar hem geluisterd, maar Lionel Jospin en zijn socialistische partij dachten daar toen heel anders over. Veel ophef maakte het standpunt van de communisten niet – de bevolking dacht er net zo over – en de verstandhouding met de socialisten kwam niet in het gedrang. Blijkbaar konden zij van mening verschillen zonder dat er ruwe termen vielen.

Maar wat drieënveertig jaar na Marchais' interview nog altijd meegaat, is één grappig zinnetje van hem:


Georges Marchais: Kijk, de socialistische partij is de socialistische partij. Ik vraag de socialisten helemaal niet om communisten te worden. Bijgevolg moeten we uitgaan van deze realiteit: er is een socialistische partij en een communistische. De ene is een sociaaldemocratische partij, reformistisch, de andere een revolutionaire partij. 
Wij hebben andere politieke doelstellingen. We hebben onze verschillen. Er kan dus geen sprake van zijn ons te vragen het communisme op te geven, en evenmin kun je de socialistische partij vragen het socialisme op te geven.
Patrice Duhamel (TF1): Dat was niet de vraag die u werd gesteld.
Marchais: Het was misschien niet uw vraag, maar het is mijn antwoord.
Duhamel: Over welke kwestie kan er niet worden onderhandeld?
Marchais: Dat was de tweede vraag. In de eerste vraag had u het over de machtswissel.*
Duhamel: Ja.
Marchais: Dus ik antwoordde op die machtswissel. De tweede vraag was: over welke kwestie? Maar ik heb Jospin gehoord en hem gelezen. Hij sprak dus over de meningsverschillen tussen ons. Onder die meningsverschillen noemde hij de arbeidsmigratie. U hebt hem gehoord, u was erbij. De arbeidsmigratie.**
Hier hebben we het over een precieze vraag. Er zijn twee miljoen werklozen, Fransen en immigranten. Waarom dan illegale arbeidskrachten binnenlaten die het aantal werklozen verhogen? Ziedaar de vraag. Daar gaan wij niet mee akkoord. Dus wat we zeggen is: we moeten de instroom van arbeidsimmigranten stoppen. Diegenen die in Frankrijk zijn, moeten blijven; zij hebben meegewerkt om de rijkdom van Frankrijk te produceren toen er volledige werkgelegenheid was. Zij moeten blijven, maar we moeten geen nieuwe arbeidsmigranten binnenlaten om ze in werklozen te veranderen. Dat is mijn standpunt.



Marchais : Bien, le parti socialiste, c’est le parti socialiste. Je ne demande nullement aux socialistes de devenir des communistes. Par conséquent il faut partir de cette réalité. Il y a un parti socialiste et un parti communiste, qui sont deux partis différents. L’un est un parti social-démocrate, réformiste, l’autre est un parti révolutionnaire.
Nous avons une politique différente. Nous avons des divergences. Par conséquent il est hors de question de nous demander à renoncer d’être des communistes, tout comme il est hors de question de demander au parti socialiste de renoncer d’être des socialistes.
Duhamel : Ce n’est pas la question qui vous était posée.
Marchais : C’était peut-être pas votre question, mais c’est ma réponse.
Duhamel : Sur quelle question il ne faut pas négocier ?
Marchais : Ah ça, c’était la deuxième question. La première, vous avez évoqué le changement.
Duhamel : Oui.
Marchais : Alors, j’ai répondu au changement ! La deuxième, vous dites : sur quel sujet ? Mais j’ai entendu Jospin, j’ai lu. Alors, il parle des désaccords qui existent entre nous. Parmi ces désaccords, il a cité les travailleurs immigrés. Vous l’avez entendu, vous y étiez. Les travailleurs immigrés.
Voilà une question précise où nous, nous disons ceci : il y a deux millions de chômeurs, français et immigrés. Pourquoi laisser entrer de la main-d’œuvre clandestine pour augmenter le nombre des chômeurs ? Voilà la question. Nous ne sommes pas d’accord. Nous disons donc : il faut mettre un terme à la venue de la main-d’œuvre immigrée. Ceux qui sont en France doivent rester, ils ont contribué à produire les richesses de la France quand il y avait le plein emploi. Ils doivent rester, mais il ne faut pas laisser entrer de nouvelles mains-d’œuvre immigrées pour en faire des chômeurs. Voilà ma position.
____________

  * François Mitterrand volgde in 1981 Valéry Giscard d'Estaing op als president.
** Onze kranten spraken toen over gastarbeiders.

29 juni 2022

Een bange man 'van kleur'?

 

“Segregatie in actie, uitgevoerd door ouders die alleen maar het beste willen voor hun kinderen,” schrijft Heleen Debruyne in Humo, onder de titel “Bange witte ouders”.

Ze gebruikt daarbij, onbewust wellicht, de woorden van Femke Halsema (de groenlinkse burgemeester van Amsterdam die haar kinderen naar een ‘witte’ school stuurde): “Je wil toch het beste voor je kind!”

Zo denkt ook Pap Ndiaye, de Franse minister van onderwijs in de regering Borne, die zijn kinderen naar de École alsacienne stuurde, een pure en dure eliteschool in Parijs (l’entrée y est sélective: je komt er niet zomaar in).


23 maart 2008

Listomanie

.
Ontkennen, negeren helpt niet meer: mijn Kwaliteitskrant lijdt al geruime tijd aan de ziekte der listomanie.
Bij listomanie, zoals bekend, begint de patiënt op oncontroleerbare manier lijstjes op te stellen en af te drukken. De volksmond heeft het vaak over lijstergriep. Deze ziekte – een niet-euthanaseerbare vorm van dementie – trof vroeger enkel Vrouwenbladen, en leek daar volkomen benigne. In haar oorspronklijke biotoop vertoonde de listomanie zelfs bepaald charmante trekjes.
Maar na verloop van tijd bleek ook het adolescentenblad Humo getroffen. En daar was het ziekteverloop spectaculair. In geen tijd evolueerde Humo tot een blad voor jong-bejaarden.
Verontrustender: de ziekte der listomanie leek hierna niet goed tot stilstand te brengen. Zij greep integendeel almaar wilder om zich heen, en op dit moment kunnen wij rustig spreken van een pandemie.
Er gaat geen dag meer voorbij, of in de kwaliteitskranten verschijnen er lijstjes met plus/minus, met voor/tegen, op/onder, winnaars/verliezers, stijgers/dalers.

En beperkte de ziekte zich nog tot deze simpele dichotomieën! Helaas blijkt de pathologie een stuk complexer, en een remedie niet voor morgen.
Achteraf is het makkelijk praten, maar historisch gesproken had de bekende onnozele vragenlijst van Marcel Proust ons al een voorteken moeten zijn. Met die lijst zelf was niet zoveel aan de hand, ze was niet pathologisch, eerder onnozel zoals gezegd, maar dat gedurig afdrukken ervan had ons redenen moeten geven om scherper toe te kijken.

Want het resultaat zien we nu: kranten die vier bladzijden vullen met het stellen van deze tien vragen aan massa's ministers en staatssecretarissen, en het allerenigste dat wij uit die vier bladzijden kunnen leren is dat Emma Bovary, de roturière heldin van Gustave Flaubert, in de adelstand is opgenomen. Zij mag voortaan Madame de Bovary zeggen. Tenminste, dat laat op p. 20 de Standaard Weekend verklaren door Laurette Onkelinx.
En natuurlijk heeft ons Laurette dat niet zo gezegd, of het zou mij toch verwonderen, maar wie de redacteur mag zijn die dat wél meende te hebben verstaan, dat kunnen arme Standaardlezers niet achterhalen.
.

2 februari 2007

Een laf lachebekje

.
Bij Grammens, in zijn laatste Journaal, p.3864, lees ik iets dat in Humo heeft gestaan. Dat blad Humo staat bij Vlaamse welmenende democraten goed aangeschreven, en het gaat zelfs door voor iets in de buurt van een kwaliteitsblad. Als je kennissen of collega’s bezig hoort dan klinkt het altijd: “Ja, platvloers, toegegeven, dat zal wel …maar toch goed gemaakt, én het verkoopt.”
Dat is voor een Vlaamse journalistieke vrucht inderdaad al heel wat, en naast de puree van StandaardMorgenKnack zal Humo wel afsteken, ongeveer vermoed ik, zoals op het wereldwijdeweb de site der Zatte Vrienden afsteekt, ook goed gemaakt, en wellicht met zowat dezelfde middelen.
Wat nu de immer ernstige Grammens berichtte was:

Misdadig. Op de misdadige vraag van een Humo-redacteur: “Wat zou u doen als u in de metro zeven allochtone jongeren Filip Dewinter ziet aftroeven?”, antwoordt de Belgische minister Bruno Tobback “grijnzend” (zo staat het er): “Ik zou denken dat het veel te gevaarlijk is om tussenbeide te komen”. Dit ligt geheel in de lijn van de vaderlijke raadgeving van Louis Tobback dat “alle middelen” (en hij herhaalde: noteer goed, alle middelen) toegelaten zijn tegen het (toenmalige) Vlaams Blok.

De fiston van Louis laat zich hier kennen als een haatdragende en vooral gewetenloze lafbek, tot daar, al blijft het genoteerd dat aan die snotneus blijkbaar nooit is bijgebracht wat de plichten van een gewone staatsburger zijn ...en niemand is tot heldendaden verplicht, maar dat een regerende minister zich tegenover allochtone dreigingen en geweld meent te mogen gedragen als een pure capitulard is ontluisterend. Je wéét zulke dingen wel, maar om ze zo openlijk te moeten horen...
Wat ik even nog wilde zeggen, geëerde Mark Grammens, ik vind niet de vraag van Humo misdadig (hoe zou een vraag misdadig zijn?): zij bracht juist verheldering. Zelfs het antwoord was dat niet, dat was enkel bruut en dom, en onder die jongens wellicht geestig.
Maar ik nodig het ministerventje uit, ter lering, om samen met mij op onzalige uren gebruik te maken van het Brusselse openbaar vervoer. Ik beloof hem naar vermogen rugdekking te verlenen.
.

17 juni 2006

Over Thesissen en Tijdschriften

.
Dit artikel gaat wel degelijk over Freya en haar thesis, en over onverkwikkelijkheden als Knack en Meulenaere en Van Cauwelaert, maar eerst hebt u recht op een grappig stukje uit een vervloden tijd.

De opbrengsten van de edele wetenschap, uit de diepten van de menselijke geest door moeizaam vorsingswerk opgedolven, blijven vaak lange tijd in verborgen vertrekken onberoerd liggen; voor de bezitter zijn zij tot nut noch tot lust, en voor diegene die hen ontbeert blijven zij onbekend of ontoegankelijk. Zo kan het voorkomen dat menigeen, in duidelijke of in duistere nood verkerend, te midden van zijn schatten verhongert. Alle wetenschap is niets meer dan het metaal waarmee men in het leven betaalt; op zich is het ongenietbaar en geeft het enkel een trekkingsrecht op genot; pas door het uit te geven verkrijg je de tegenwaarde. Maar de goudstaven der waarheid, door rijken van geest in dikke boeken neergelegd, zijn niet dienstig om in de kleine dagelijkse behoeften van de onbemiddelden te voorzien. Die bruikbaarheid bezit enkel het aangemunte weten.
De tijdschriften zijn het die deze muntstukken aanmaken; geslagen uit de opbrengst der inzichten, onderhouden zij het wisselverkeer tussen leer en toepassing. Enkel zij brengen de wetenschap tot leven en voeren het leven tot de wetenschap terug.
Ook hun laakbare zijde mag niet onaangeroerd blijven. Welmenenden zullen graag en gewillig, en om kwaadwillige spot de pas af te snijden, toegeven dat – der houdbaarheid terwille – tijdschriften net zo min als munten het kunnen stellen zonder de toevoeging van onedele metalen; niets echter kan een zaak ontwaarden als het de bruikbaarheid ervan vergroot. Waarlijk, het koper dat door de dagbladen onder het volk wordt gebracht is meer waard dan al het goud in de boeken.
Laat het zo zijn dat vele waarheden enkel in omloop raken als zij eerst gemengd werden met dwaling, en dat vaak een correct oordeel pas ingang vindt als het vastgeknoopt zit aan een vooroordeel, toch zullen na verloop de zaken die niet deugen op de bodem neerslaan, en zal enkel het goede overeind blijven.

Ludwig Börne, 1818

De Duitse banneling Ludwig Börne – protestantse naam van Juda Löw Baruch (Frankfort 1786 - Parijs 1837) – had in 1818 een tijdschrift gelanceerd, De Weegschaal, en het uittreksel komt uit zijn programmaverklaring. Zijn tijdschrift moest een soort logboek van de samenleving worden, en het zou bespreken: de civiele maatschappij, de wetenschap en de kunst; maar vooral: „...die heilige Einheit jener drei.“

Nu over Freya en Meulenaere en Van Cauwelaert, en over dat blad Knack waar zoveel om te doen is. Eerst zeggen: ik lees het zo goed als nooit. Ook De Morgen sla ik altijd over (op een recent proefabonnement van één maand na, maar ze hadden toen pech met die schietpartij in Antwerpen: hun berichtgeving was pure stemmingmakerij, en een overschrijving kunnen zij dus vergeten). Humo is mij al jaren onbekend. Misschien ben ik te oud geworden voor die bladen, want vroeger las ik ze nog wel.
Over die laatste twee, De Morgen en Humo: hun puberale, sentimentele, maar vooral verzonnen en immorele berichtgeving over de zaak van Notaris X, vervolgens over Dutroux en Regina Louf heeft voor mij de deur dichtgedaan. Hun redacteurs leken niet de eerste begrippen van een democratische rechtsstaat te kennen. Minstens één verzonnen interview verscheen er bijvoorbeeld in De Morgen. Een compleet verzonnen interview gedrukt à la une, en op de volle breedte.
Er is geen weg terug voor deze kwaliteitsjournalisten, ook niet als achteraf hier of daar halfslachtig schuld werd bekend. Als lezer kun je, en moet je veel vergeven, maar three strikes and you're out.
Knack was iets minder slecht dacht ik vaak, en af en toe wijst iemand mij op een bepaald artikel, en dan lees ik dat plichtsbewust. Maar wat hun wonderknaap Meulenaere nu presteert hadden ze aan die andere twee bladen moeten overlaten.
Ik heb even die thesis van Freya bekeken, vijf minuten, haar wetenschappelijke goudstaaf, en toen vroeg ik mij af wat Koen Meulenaere heeft bezield om dat ding in ernst te lezen. Aan De Morgen wordt onzorgvuldigheid en sensatiezucht verweten begreep ik in vogelvlucht. Tja, wie dat nog niet wist.
Het lijkt mij een thesis als een andere, very forgettable.
Wat ik weer niet begrijp is dat Freya klacht neerlegt. Zij moest onze brave Koen juist dankbaar zijn, want tenslotte is de aandacht nu helemaal verschoven naar een onnozelheid, en worden haar leugens over de mazout, afgelegd voor de Kamer, naar de achtergrond gedrongen. Dat is pas politiek dienstbetoon zou ik denken, want bij die verklaringen was de democratie zelf in het geding, en de ministeriële verantwoordelijkheid. Akkoord, het was niet aan haar om ontslag te nemen als eerst Onkelinx en Dewael, en Reynders en De Gucht, en Lizin enzovoort dat ook niet deden toen zij aan de beurt waren. En er is tenslotte Guy Verhofstadt die alles netjes afdekt, altijd, want binnenkort valt voor hem het doek en hij wil nog even genieten. Wat betekent in dat perspectief een leugen voor het Parlement?
Niets zeggen de democratische partijen én de media, hun media. Tenslotte mogen zulke zaken in Amerika en Engeland ook zullen we maar denken. Wat echter niet mag, is (onbewezen) fouten maken in je studententijd.
Ik zal een voorspelling wagen: Freya trekt die klacht in, maar daar zal eerst nog wat tijd over gaan. Meulenaere heeft zijn staart tenslotte al ingetrokken, en gelijk heeft hij, want de bewijslast ligt bij hem en …of zij die thesis nu geschreven heeft ofwel een ander, ik weet het niet maar alvast het voorwoord zou wel eens van haar hand kunnen zijn. Meulenaere zal moeilijk kunnen volhouden, en dat zal Freya's advocaat ook niet ontgaan zijn, dat de zin waarin zij haar gynæcoloog bedankt: ."die mij op onnavolgbare wijze doorheen [sic] mijn zwangerschap heeft geloodsd [sic]" ...uit de pen van een stielman komt.

Hoe denkt Van Cauwelaert hierover? Als hoofdredacteur is hij verantwoordelijk voor wat zijn hofnar vertelt, en het siert hem wellicht dat hij die verantwoordelijkheid niet bij het eerste briesje laat varen. Maar zijn motieven zijn natuurlijk gekleurd.
Ik geloof dat hij paars haat (om de verkeerde, puur partizane redenen) en dat zijn haat hem op een slecht spoor heeft gezet. Zijn magazine, maar dat wisten wij al, bevat geen edele metalen, enkel koper en nikkel, en dat is niet wat Börne onder een deftig blad verstond.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html