Posts tonen met het label PS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label PS. Alle posts tonen

14 maart 2018

Het pad wordt steil


Elf jaar geleden schreef de onlangs overleden Gentenaar Luc Beyer de Ryke, jarenlang nieuwslezer van de RTBF, een boekje met als titel “La Belgique en sursis” (Parijs, 2007, Francois-Xavier de Guibert).
België krijgt opschorting van straf, zou je kunnen vertalen, of om een geliefde journalistieke zegswijze te gebruiken: België in blessuretijdBeyer schrijft daarin dingen die je in de gezagsgetrouwe Vlaams-Belgische pers niet of nauwelijks las toen, en ik vertaal hem even:

Zoals Ernest Glinne me toevertrouwde, eertijds voorzitter van de socialistische fractie in het Europees Parlement vooraleer hij bij de Groenen ging schuilen: “In heel het industriebekken van Samber en Maas staat het etiket PS waarschijnlijk voor: alsnog onbewezen corruptie…”
Het is de bewezen, aan de kaak gestelde maar doorgaande, en de nog verborgen, door cliëntelisme veroorzaakte corruptie die Vlaanderen choqueert. Niet dat er in Vlaanderen geen corruptie zou voorkomen, maar in elk geval is ze minder opvallend, en als men ze ontdekt laten de sancties niet op zich wachten.
Deels dat beeld van een Wallonië verstrikt in de netten van een zelfvoldane, scharrelende en cliëntelistische PS, heeft de Vlaamse socialisten tegen de verwachtingen in meegesleurd in een zware afstraffing. Waren ze onschuldig? Als jijzelf het niet was, dan toch je broer!

Sinds die tijd hebben de Vlaamse socialisten een en ander bijgeleerd, zeker toen ook de Brusselse PS uit bewezen scharrelaars en profiteurs bleek te bestaan, maar de neerwaartse trend keren is nog niet gelukt. 

Zoiets vraagt tijd, want al geeft Beyer een geflatteerd beeld van Vlaanderen, en zelfs al is John Crombez geen Steve Stevaert: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

22 april 2015

Duits, Latijn, voetbal, vulgariteit en een woord Grieks


Finkielkraut vindt dat Links onze culturele erfenis verkwanselt

Najat Vallaud-Belkacem leidt, als eerste vrouw in Frankrijk, het departement Nationale Opvoeding, Hoger Onderwijs en Wetenschap, in de regering Manuel Valls II. Kerngedachte van haar politiek programma is de «égalité des chances et pluralité visible». Niet gewoon gelijkheid dus, maar gelijke kansen, waarbij verschillen zichtbaar moeten blijven want de republikeinse gelijkheid-zonder-meer is volgens haar onverenigbaar met diversiteit. Ze publiceerde ook over dat thema.
En vanzelfsprekend plant Vallaud-Belkacem een onderwijshervorming – weinig nieuwe ministers weerstaan aan die verleiding. Deze moet volgend schooljaar van kracht worden. Haar ideeën doen nogal wat stof opwaaien. Zo vindt zij doorgedreven lessen Duits in de colleges «trop élitistes», te elitair. Frankrijk en Duitsland hadden wel afgesproken dat ze elk de kennis van de andere taal zouden stimuleren –een gedachte die Heine al welgevallig was– maar dat plan mag wat haar betreft in het water vallen.

Over Grieks en Latijn zegt ze dat deze oude talen behouden zullen blijven, «elles seront préservées». De lessen worden wel ingebed in een soort interdisciplinaire juliennesoep met naast enig taalonderricht ook geschiedenis, cultuur, instellingen enzovoort. Belangrijk voor haar was de overweging dat vandaag amper vijftien à twintig procent van de leerlingen Latijn en Grieks volgen, wat elitair is. Dat percentage moet naar honderd worden opgetrokken, en dat kan zonder dat het taalonderricht zelf eronder te lijden zal hebben, zegt Belkacem die naast jong en mooi blijkbaar ook grappig is.
Het spreekt dat Alain Finkielkraut, ouder en minder mooi, dit niet helemaal gelooft.
Hij volgt de filosoof Leo Strauss, bij het publiek misschien enigszins bekend van zijn uitspraak: 'als alle culturen evenwaardig zijn, dan is kannibalisme een kwestie van smaak.' Beetje elitair inderdaad.
Volgens Strauss moest een 'liberale' opvoeding de jeugd in contact brengen met de grootste geesten, wat op zich een oefening in de nederigheid is, en tegelijk een bescherming tegen vulgariteit. De klassieke teksten bieden deze kans. Strauss gebruikte het Griekse woord voor vulgariteit: ἀπειροκαλία, apeirokalía, letterlijk 'gebrek aan ervaring met schoonheid'.
Najat Vallaud-Belkacem zal onderstaand gesprek als een vloek in de oren klinken:

Élisabeth Lévy: Voor mensen die er zo over denken, is humanisme, of laten we zeggen het Westerse humanisme, gewoon een keuzemogelijkheid tussen vele andere, en dus in een diverse wereld ...
Alain Finkielkraut: Zeker, en dat is noodzakelijk zo want het humanisme, of de humanistische gedachte is net de herontdekking van de Griekse en Latijnse wereld. De idee daarbij is om via de klassieke werken een omweg te maken, en op die manier onszelf en de wereld te laten begrijpen. Precies hierom, ziet u, wordt uit het onderwijs de idee van het humanisme volkomen verbannen, zelfs uit de opvattingen die wij over literatuur kunnen hebben. Het spreekt dan, dat men aan de leerlingen de studie van de oorsprong van zo'n gedachte niet nog eens oplegt. De idee bestaat nog, maar niet voor lang meer, en ze is zuiver facultatief. Kijk, ik word een beetje plechtig als ik u zeg...
Élisabeth Lévy: U hebt daar een gedichtenboek?
Alain Finkielkraut: Ja, op een dag heeft Élisabeth de Fontenay [prof filosofie, publiceerde over o.m. Diderot, Marx], me deze verzen van Ossip Mandelstam laten ontdekken, een van de vele dingen die ik haar verschuldigd ben:
Zal ik, na alle infame laster,
In tranen de dure eed doen,
De stralende belofte aan de Vierde Stand?

'Vierde Stand', naar het voorbeeld van de Tiers État, de derde stand: het proletariaat dus. Voor mij zijn deze verzen een definitie van wat links is. De belofte namelijk om de erfenis te verdelen onder allen. Maar vandaag wordt deze erfenis verkwanseld door Links zelf, in naam van de gelijkheid, en ook in naam van de strijd tegen het racisme, want deze erfenis is werkelijk te specifiek, te imperiaal ook, allebei, om nog netjes te zijn.
Élisabeth Lévy: En niet enkel specifiek, onderdrukkend ook.
Alain Finkielkraut: En onderdrukkend, en vandaar mijn inderdaad plechtige vraag: Wat voor zin heeft het als vandaag iemand zich links noemt? Want wie in die terminologie volhardt, gedraagt zich niet meer als burger maar als supporter.
Ondanks Qatar, blijf ik in mijn dwaasheid innig verknocht aan PSG [Paris Saint Germain, voetbalploeg door Qatar gesponsord, en vaak «la catin de Qatar», de hoer van Qatar genoemd. Hun bekendste speler is zekere Zlatan Ibrahimović die over Frankrijk onlangs nog wist: «Ce pays de merde ne mérite pas le PSG»], maar om mij met Links verbonden te blijven voelen, zou de PS voor mij al een soort PSG moeten zijn. Ik heb een ander idee over wat politiek is.
Élisabeth Lévy: En ik vraag me af, of u niet een klein restantje hebt bewaard van, laten we zeggen de neiging om Links te idealiseren. Alsof er een ideaal Links bestond, of nog kon bestaan. Maar de gelegenheid om het daarover eens te hebben komt vast nog. Veel dank, Alain Finkielkraut voor deze schitterende berichten...


EL: Dans le fond, pour les gens qui pensent cette chose, l’humanisme, l’humanisme occidental disons, est une option parmi d’autres en quelque sorte, donc, dans un monde divers ...
AF: Bien sûr, il faut que ça le soit car l’humanisme, la pensée humaniste, c’est la redécouverte du monde Grec et Latin. C’est l’idée d’un détour par les œuvres classiques, pour nous comprendre nous-mêmes et comprendre le monde. Dès lors même que cet humanisme si vous voulez est chassé complètement de l’enseignement et de l’idée que nous nous faisons même de la littérature. Alors on ne va pas en plus imposer aux élèves l’étude de la naissance d’une telle pensée. Elle existe encore, mais pour pas longtemps, et à titre purement facultatif. Alors là, je vais être un peu solennel et, pour vous dire ceci…
EL: Vous avez un livre de poésie…
AF: Oui, un jour Élisabeth de Fontenay m’a fait découvrir ces vers d’Ossip Mandelstam, et c’est une de mes nombreuses dettes à son égard.
Vais-je à la médisance infâme
Livrer le serment profond jusqu’aux larmes,
La splendide promesse faite au quatrième état?
Quatrième état, sur le modèle du tiers état, c’est donc le prolétariat. Et pour moi la Gauche se définit à travers ces vers. Elle est précisément la promesse d’un partage de l’héritage par tous. Or aujourd’hui cet héritage est dilapidé, par la Gauche elle-même, au nom de l’égalité, et aussi de la lutte contre le racisme, cet héritage étant vraiment beaucoup trop particulier, impérial aussi, les deux, pour être honnête, alors justement...
EL: Et pas seulement particulier: oppresseur.
AF: ...et oppresseur, et donc d’où ma question, solennelle en effet: Quel sens y a-t-il aujourd’hui à se dire de gauche? Car s’obstiner dans ce sens, ce n’est plus agir en citoyen mais en supporter. Malgré le Qatar, je reste viscéralement, et bêtement attaché au PSG...
EL: Ah, oui (rit)
AF: ...mais pour que je reste attaché à la Gauche, il faudrait que le PS soit pour moi une sorte de PSG. J’ai une autre idée de la politique…
EL: Moi, je me demande si vous ne conservez pas un petit reste, disons de tentation d’idéaliser la Gauche. Comme s’il y avait une Gauche disons idéale, qui pourrait encore exister, mais sans doute aurons-nous l’occasion d’en reparler.
Merci beaucoup Alain Finkielkraut pour ces excellentes nouvelles…

21 december 2014

De sfeer is namelijk ook belangrijk


Ter aanvulling op het stukje over Zemmour gisteren, vertaal ik enkele passages uit een artikel op de site van BFMTV. Burgemeester Mayeur, die wel eens rustig tv kijkt ook als er iets belangrijks aan de hand is in zijn stad, zal hier steun vinden bij een aantal Franse kameraden.

"Ça se dispute" werd afgevoerd na verschillende dagen van hevige polemieken rond de uitspraken die Éric Zemmour deed in een Italiaanse krant. Meer bepaald had hij verklaard dat de moslims “onder elkaar leefden, in de voorsteden”, en dat “de Fransen zich verplicht hadden gezien deze te verlaten”. Wat Zemmour integendeel bevestigde was dat het woord “deporteren” (van vijf miljoen Franse moslims), dat voorkomt in het interview met de Corriere della Sera, door hem nooit uitgesproken werd, wat de Italiaanse journalist ook heeft erkend.
Jean-Luc Mélenchon, copresident van “Parti de gauche [PG, partij gesticht in 2009, als afsplitsing van de PS], die de eerste was om de polemist op zijn woorden vast te pinnen, heeft zaterdag verklaard dat “ter bestrijding van zijn ideeën, de beslissing om Zemmour aan de deur te zetten niet dienstig was.”
Van de kant van de PS hebben meerdere verkozenen zich over de beslissing verheugd. Net zoals SOS Racisme en de CRAN, die RTL, Paris Première en Le Figaro aangespoord hebben om “dezelfde beslissing” te nemen.
Antiracistische verenigingen hebben aangekondigd dat ze voornemens zijn zich tot justitie te wenden, na de uitlatingen van de chroniqueur die eerder al veroordeeld werd voor het aanzetten tot rassenhaat.

Nu heb ik de Corriere della Sera niet gelezen. Op zich niet erg, aangezien het blijkbaar een onbetrouwbaar product is, maar als wat hierboven staat – over moslims die onder elkaar leven en over autochtonen die dan maar verkiezen een andere woonplek te zoeken – als dat de grond van hun klacht moet vormen, dan lijkt mij dat dunnetjes. Die twee beweringen zijn waar of onwaar, maar daar houdt het op.
Ik zou SOS Racisme en de CRAN willen aanraden om ineens te gaan voor dat woord “deporteren”, dat weliswaar niet uitgesproken werd, maar misschien zal de rechtbank begrip tonen voor het feit dat de journalist het toch had ménen te horen.
Allicht was de sfeer in dat gesprek van die aard dat het woord net zo goed wel had kunnen vallen, en dan is het bewijs van racisme toch klaar? En dat moslims geen ras zijn, is al lang geen argument meer.

27 mei 2009

Het verschil tussen kapitalisme en socialisme

.
In het algemeen springt onze pers nog wel zachtaardig om met de corrupte jongens en meisjes van de PS. Trouwens niet enkel met de betrokken individuen doet zij dat, ook de Partij zelf mag niet klagen. De journalistieke omzichtigheid in dezen, de discretie zelfs, kun je alleen maar voorbeeldig noemen.
De behoedzaamheid in het taalgebruik blijkt nog het duidelijkst hieruit, dat je enkel passiefzinnen leest in de aard van: De PS alweer door een corruptieschandaal getroffen, of Di Rupo opnieuw geplaagd met affaire in de partij, of varianten zoals Vlaag van schandalen trekt nu ook over Bergen.
Over de bankjongens lees je ook wel dat er in hun wereld een graaicultuur heerst, maar toch zijn de aanvallen op Mittler, Lippens en consorten heel wat bitsiger en persoonlijker. Terecht denk ik, maar je vraagt je toch af waar dat verschil vandaan komt. Dat het bij de banken om grotere bedragen gaat, kan niet de hele verklaring zijn, het betreft hier immers principes.
De diepere grond voor het verschil in behandeling, hoef gelukkig niet ik te onderzoeken, want dat heeft Karel van het Reve al lang voor ons allen gedaan:..



.

18 augustus 2007

PS staat voor "Pompéien Socialiste" ?

.
Het moet niet altijd de slappe thee van Desmet of Vandermeersch zijn lezer, die hier besproken wordt. Die twee pastoors mogen even rusten met hun zoutloze preekjes, en wij spreken over ernstiger zaken:

In verreweg de meeste pissijnen die ik al bezocht heb – of om de zaak ook naar het andere geslacht open te trekken: de meeste publieke toiletten – zijn de muren van opschriften voorzien. Deze constatering zal hier of daar iemand storen, maar voor de verslaafde lezer is het een gelukkige omstandigheid. Hij heeft intussen iets omhanden. Ik meen zelfs dat elke gebruiker dezer gemakken, hij moge nog zo afkerig zijn van de Letteren, zijn gading hier kan vinden.
Natuurlijk, vaak zijn de teksten ontgoochelend. Zelden een rijm of een goed metrum. Wel veel na-aap-Engels, al moet ik toegeven dat het lang geleden is dat ik Kilroy was here nog heb zien staan.

In Pompeii schreef iemand op een muur van een bordeel: SABINUS HIC. In twee woorden: Sabinus was hier. Een andere klant was minder kort van stof: .HIC PHOEBUS UNGUENTARIUS OPTIME FUTUET [Corpus Inscriptionum Latinarum IV, n° 2184]. Gave neukpartij hier gehad, schrijft ons deze parfumier Phoebus.

Staat u mij toe dat ik even verder vertaal, uit een boek dat in de Britse pers omschreven werd als “hard-hitting and beautifully written”: The Fall of Rome and the End of Civilization, van Bryan Ward-Perkins, 2005, Oxford University Press.

De muren van de hoofdstraten van Pompeii zijn vaak getooid met geschilderde boodschappen, en de regelmatigheid van tekst en lay-out verraden de hand van professionele reclameschilders. Er staan aankondigingen tussen voor zulke zaken als sportwedstrijden in het amfitheater; andere zijn steunbetuigingen voor kandidaten voor een openbaar ambt, uitgaande van individuen of groeperingen uit de stad. Deze steunbetuigingen zijn zeer gestandaardiseerd en meestal uitgesproken saai [excuus voor mijn ongelukkige woordgebruik hier, Peter, maar ik vind niet direct iets beters]: eerzame Pompeiianen verklaren dat zij kandidaat zus of zo steunen. Er is echter ook een fascinerend groepje van drie dat uit dit stramien breekt. Alle steunen zij eenzelfde ambtskandidaat, zekere Marcus Cerrinius Vatia. De ene boodschap zegt te zijn aangebracht op last van “al de slaapkoppen” van de stad [universi dormientes], een andere voor rekening van de “tweederangsdiefjes” [furunculi], en nog een voor de “late zuipschuiten” [seri bibi].
Óf die Marcus beschikte over een uitstekende zin voor humor, óf hij had politieke tegenstanders die bereid waren hem een loer te draaien
. Maar hoe dan ook spruiten zulke teksten voort uit een samenleving die niet enkel zo geraffineerd was dat zij professionelen haar politieke plakkaten liet schilderen, maar ook dat ze de spot kon drijven met het genre.

Na de verse ontwikkelingen in Charleroi, waar stilaan het voltallige schepencollege, nu ook inclusief de vervangende schepenen in verdenking zijn gesteld, zouden de overblijvende P.S.-furunculi misschien de elementaire dankbaarheid mogen opbrengen om ergens een pleintje of een straat te noemen naar hun patroonheilige: Place, of Rue Vatia.
.
_____________________

[p.153] .Walls on the main streets of Pompeii are often decorated with painted messages, whose regular script and layout reveal the work of professional sign-writers. Some are advertisements for events such as games in the amphitheatre; others are endorsements of candidates for civic office, by individuals and groups within the city. These endorsements are highly formulaic, and for the most part decidedly staid: worthy Pompeians declare their support for one candidate or another. However, a fascinating group of three breaks the mould. All support the same candidate for office, a certain Marcus Cerrinius Vatia. One claims to have been painted on behalf of 'all the sleepers' of the city, one by the 'petty thieves', and one by the 'late drinkers'. Either Marcus had a very good sense of humour, or he had political opponents prepared to deploy tricks against him. But either way these texts are from a society sophisticated enough, not only to have professionally painted political posters, but also to mock the genre.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html