17 augustus 2006

Over de Franstalige cortex


De vraag of de Franstaligen van Brussel en de Vlaamse Rand intellectueel minderwaardig zijn ­– zoals minister-president Leterme in Libération beweerde ­– is, om het op zijn Brussels te zeggen, niet-in-een-ik-en-een-gij te beantwoorden. Voer voor psychologen.

Puur als amateur wil ik mij wel aan een antwoord wagen, maar daarbij zou ik niet graag in aanvaring komen met de professionals van het Anti-Discriminatiebureau. Yves Leterme zelf zag dat gevaar ook, en van zijn eigen moed wellicht wat geschrokken heeft hij rap laten weten dat het maar om te lachen was. Onnodig wat mij betreft, want in het zicht van de verkiezingen had ik hem ook zo begrepen.

Maar over zijn uitspraak zelf nu: zijn inderdaad onze Franstalige medemensen cerebraal minder- of toch andersvalide?


– Een kleine excursus van prof.dr.sc..Elio di Rupo (die blijkbaar insinueerde dat Leterme zich in het Frans niet kan uitdrukken, én dat Libération ook journalisten in dienst zou hebben die een interview in het Nederlands aankunnen): “Comment dire ...het iis aan Lienks op de prentsche wej zien de center voor te verstaan of te begreeip die tael, en aan Rex tis proper gezeg, voor te spreek hemzelf”.

Voer voor psychologen dus, maar helaas: ik vermoed dat hun antwoorden zullen verschillen al naargelang de school waartoe zij behoren. Een behaviorist zal misschien zeggen dat de proefopstelling met de faciliteiten wetenschappelijk gesproken voldoende tijd in beslag heeft genomen, dat veel kredieten ondertussen zijn opgebruikt, en dat na al die jaren er bij de Franstalige onderzoeksobjecten (die hij ter vereenvoudiging zich voorstelt als zwarte dozen met een in- en output) geen significante verschillen worden genoteerd. Zo’n resultaat kan aan veel factoren liggen – slechte proefopstelling, slechte of ontbrekende bedrading binnenin die dozen misschien, maar over dat laatste kan onze behaviorist per definitie niets vertellen want hij houdt zich enkel bezig met in- en outputs. Op zich is dat nuttig, maar laten wij ook eens kijken wat anderen misschien te vertellen hebben.
Ik stel voor dat wij de geit bij de horens vatten en meteen bij Alfred Adler te rade gaan, de middelste van de drie gebroers Freud, Adler & Jung, en de man van de orgaanminderwaardigheid. Mogen wij nu – omdat uit vele cijfers blijkt dat overal, dus niet enkel in België het pover is gesteld met de talenkennis van de francofonen – mogen wij daaruit besluiten dat Franstaligen, gemiddeld welteverstaan, over een erbarmelijk stel hersens beschikken?
Ik meen van niet, al zijn er natuurlijk voorbeelden genoeg die mij tegenspreken. Denken wij nog maar aan Laken, waar de taalbaden zo weinig effect hebben. Een slecht exempel echter, zou hier onze arme koningin zijn, die thuis immers Italiaans sprak. Ik denk meer aan haar nazaten. Trouwens die koningin was vroeger heel mooi, en bij haar Blijde Intrede in Gent moesten wij met de jongens van de school defileren aan het Zuidpark, langs de tribune waarop zij gezeteld was, en dat liet ons niet onberoerd maar wij hielden ons gemak en begonnen niet zoals baron Vastapane schunnige liedjes te zingen in de trant van: “En maane vlieger, mee zaane steert, hij goat omhuuge, ‘t es ’t ziene weerd”.
Nee, orgaanminderwaardigheid is het ook niet.
In Brussel ben je als Nederlandstalige nog gelukkig als je te horen krijgt: Ah, keske c’est difficile le flamand! .Ze doen dan net of l’allemand en l’anglais stellen minder een probleem, enkel het Nederlands doet dat. Maar eigenlijk is er maar één taal die zij gemakkelijk vinden, en een andere vertikken zij te leren. De anderen moeten zich maar aanpassen ofwel opkrassen is hun devies. In Zwitserland is het Schwytzerdeutsch te moeilijk, in België het Nederlands. In Brussel lijkt zelfs goed Frans hen te moeilijk, zou ik als Nederlandstalige willen opmerken, mais passons: het is niet eenvoudig voor verfranste Vlamingen om de echte Fransen te imiteren.

Het ligt aan de Franse XVIIde en XVIIIde E., periode die Franssprekenden zowat overal ter wereld (met uitzonderingen: we hebben het hier bv. niet over Québec) met een hopeloos verouderd superioriteitsgevoel heeft opgezadeld. Begrijpelijke nostalgie naar een tijd toen heel Europa nog Frans sprak, van Lissabon tot Moskou. Maar zelfs al in de XIXde E. waren zij lichtelijk belachelijk, zoals de dichter Heinrich Heine hier liefdevol noteert (hij bracht de tweede helft van zijn leven in Parijs door):

Es will mich manchmal bedünken, als seien die Köpfe der Franzosen, eben so wie ihre Kaffeehäuser, inwendig mit lauter Spiegeln versehen, so daß jede Idee, die ihnen in den Kopf gelangt, sich dort unzähligemal reflektiert: eine optische Einrichtung, wodurch sogar die engsten und dürftigsten Köpfe sehr weit und strahlend erscheinen.
Die romantische Schule, Paris 1835
Vaak komt het mij voor als waren de koppen van de Fransen, net als hun cafés vanbinnen louter met spiegels bekleed, zodat elk idee dat hun kop te binnen schiet daar ontelbare malen gereflecteerd wordt: een optische inrichting waardoor zelfs de meest benauwde en schamelste koppen zeer ruim en stralend lijken.

.

4 opmerkingen:

Anoniem zei

Van de Vlaamse strijd kan men zeggen dat (indien men die in zijn historische categorie plaatst waarin hij thuishoort) die ondubbelzinnig en duidelijk gerechtvaardigd was.

Er is een tijd geweest waarin de zich van verschillende Vlaamse dialecten bedienende bevolking in België als tweederangsburgers werden beschouwd.
De eersterangsburgers waren toen de zich van het Frans bedienende Bourgeoisie zowel in het zuiden als het noorden van het land, het waren dus niet zozeer de Vlamingen an sich die niet geacht werden maar wel zij die zich enkel maar in één van de Vlaamse dialecten konden uitdrukken.
De burgerij en de vrije beroepen, de adel, de klerikale wereld zowel als de wetgevende en uitvoerende machten bedienden zich immers allen van het Frans als onderlinge omgangstaal.
Het Frans had zich vooral dank zij de oprichting van de academie Française verspreid als het universele communicatiemiddel par excellence.
Deze academie Française had zich als doel gesteld klaarheid te brengen in de Franse taal en het was zij die bepaalde wat voortaan als correct Frans beschouwd zou worden.
Voor het eerst beschikte men zo over een officieel genormeerde levende taal.
Dit Frans zou daardoor algauw de internationale voertaal worden op het Europese vasteland.
Wie aldus deze taal beheerste beschikte over een bij uitstek geschikt instrument om in economisch, sociaal en politieke middens zijn eigen positie te onderhandelen.
De erbarmelijke levensomstandigheden maakten het voor de verpauperde en vooral agrarisch en proletarische bevolking in Vlaanderen quasi onmogelijk om hun positie op enigerlei wijze via de geijkte kanalen tot verbetering te brengen omdat immers alle administratie in het Frans verliep.
Het was dus noodzakelijk dat het Nederlands als officiële taal doorgang zou vinden bij de overheid, het onderwijs, de ambtenarij enz.opdat ook uniek Nederlandstalige Vlamingen de kansen zouden krijgen waarvan tot dan toe enkel Belgen die het Frans beheersten konden genieten.
In het zuiden van het land had de gewone bevolking het voordeel reeds van nature uit Franstalig te zijn waardoor zij deze extra sociale strijd niet hoefden te voeren.

De taalstrijd is dus niet een strijd geweest van Walen tegen Vlamingen zoals men in nationalistische kringen graag doet uitschijnen maar vooral een sociale strijd van de achtergestelde Vlaamse bevolking tegen de Franstalige bourgeoisie om erkenning van het Nederlands als officiële taal om zodoende iedere Belg waarlijk elkaars gelijke te maken.

De omstandigheden zijn heden ten dage geheel anders, de revolutionaire waarheid van gisteren is vandaag triviaal geworden.
De strijd is gestreden,aan alle rechtgeaarde eisen is voldaan.
De Vlaamse beweging kan de boeken met een gerust hart dicht doen en tevreden terugkijken op een bewonderswaardig parcours.

Intussen heeft er zich echter een verontrustende escalatie voorgedaan binnen deze Vlaamse beweging. Deze escalatie lijkt permanent van aard en voltrekt zich schijnbaar ongemerkt.
Een nefast soort flamingantisme stak de kop op, dit flamingantisme uit zich niet langer als de verdediger van de Vlaamse zaak binnen het Belgisch (federaal) bestel maar heeft een uitgesproken vijandige houding aangenomen tegen alles wat maar van ver of dichtbij enig verwantschap heeft met België.
Ondanks het onbetwistbare successtory van het Belgische natieproject (met een levensstandaard en kwaliteit die tot de beste ter wereld behoren) hebben zij het zich tot doel gemaakt om splinter voor splinter en op doordachte maar onverantwoordelijke wijze onze voorbeeldige welvaartstaat tot op de grond af te breken.
Deze intussen geïnstitutionaliseerde en dus machtig geworden stroming laat niet na om zonder ophouden continue uitingen van ergernis ,nestbevuiling, subjectief afgeschilderde feiten gelardeerd met vrijblijvend ongenuanceerd en theoretisch gebazel de wereld in te sturen.
Voor deze geraffineerd ten uitvoer gebrachte maar sterk manipulatieve propagandastroom gebruiken zij de intussen slaafs, want van hen afhankelijk geworden massamedia (waarin ze trouwens verschillende niet onbelangrijke machtsposities verworven hebben).
Terzelfder tijd geven zij aan de hand van onrealistische mooie voorstellingen en het opdringen van valse verwachtingen blijk van een ongelooflijke naïviteit en een lichtgelovig optimisme ten overstaan van hun Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, het zijn symptomen van hun overdreven en ongegrond zelfvertrouwen.
Alle heil voor de al dan niet sterk uitvergrote of dikwijls zelfs imaginaire problemen eigen aan België ligt in deze repetitief eenvoudig voorgestelde oplossing.
Over de onvermijdelijke neerwaartse welzijnsspiraal dat dit alles met zich mee zou brengen rept men met geen woord, alle nadelen worden verloochend, verdrongen of geprojecteerd op anderen, conflicten worden achtereenvolgens gecreëerd, gepolariseerd en ten slotte geëscaleerd tot uiteindelijk het rauwe separatisme naar voor wordt geschoven
.
Via deze ingeoefende en tot gewoonten verworden politieke manoeuvres beïnvloeden en vergiftigen ze zo de publieke opinie in Vlaanderen.

Aan de hand van deze subtiel opgezette maskerade sporen ze er de bevolking heimelijk toe aan om onbewust toe te geven aan het onderhuidse egoïsme aanwezig in ieder van ons.
Dit is echter alleen maar mogelijk doordat men dit egoïsme niet als dusdanig ervaart, het werd immers bij voorbaat al gelegitimeerd door allerlei schijnrechtvaardigheden.

Dat het verbreken van de gezamenlijk opgebouwde en in stand gehouden nationale solidariteit onvermijdelijk zal leiden tot een algehele verarming van de gehele bevolking is nochtans een vaststaand feit.
Het is hun ware achterliggende agenda om te komen tot een ultra conservatief/liberale samen(?)leving.

Het flamingantisme anno 2007 zou men in de huidige context dus beter kunnen omschrijven als Vlaamse Volks Bedrog.
Alle initiële eisen uit de ontstaansperiode (en meer) zijn intussen realiteit geworden.
Het ontspoorde eisenpakket van de huidige dag heeft niets meer te maken met de Vlaamse zaak op welke manier dan ook.
De sociale anomalieën die aanleiding waren voor de oprichting van de beweging lijken pervers genoeg diegenen te zijn die ze nu met hand en tand verdedigen.

Denis dujardin zei

Ik heb niet de gewoonte op "anonieme" schrijvers te reageren. Dit retorisch vakkundig opgesteld betoog met serieus hysterische grondslag, gestoffeerd van huis-tuin-en-keuken psychologische premisses, zou ik chirurgisch kunnen fileren, maar ik heb er de tijd niet voor. Toch even toevoegen dat ik goed gelachen heb met de waarschuwing dat, die vermaledijde separatisten die het land dreigen in armoede te storten, strategische machtsposities zouden innemen in de media. Het heeft mij een onbedaarlijke proestbui opgeleverd. And now ahead for something completely different, toch flitsend denkend aan het feit dat dit wel eens Marc Eyskens zou kunnen zijn die BDW de schuld gaf van de spread indertijd. Ik vraag me toch af waar hij nu zit omtrent die bewering. Misschien schreef HIJ hierboven wel. Allei cirkulei!(Dat hij ook maar onthoude dat dit land uit separatisme is ontsproten)

Marc Vanfraechem zei

@ Denis dujardin: bedankt voor de reactie.
Ikzelf antwoord meestal niet op anoniemen, en om langdradige stukken te lezen ben ik te lui. Ook weet ik niet meer of ik het toen heb kunnen opbrengen om zijn reactie helemaal te lezen.
Zo iemand moet zelf maar een blog beginnen, en dan kijken of hij ook enkele lezers kan bekoren :-)

Denis dujardin zei

Het probleem is dat dergelijke mensen over behoorlijk retorische vaardigheden beschikken , maar dat hun premissen leugenachtig en manipulatief zijn (wat deze anoniemerd zelf van die baarlijke flaminganten beweert). Je zou hem met zijn milde inleiding het voordeel van de twijfel geven. Maar ik twijfel niet. Ik kan dit artikel inhoudelijk verbrandhouten. Maar er zijn leukere dingen te doen dat dit. Santé Marc en tot nog eens. :-)

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html