Posts tonen met het label Dalrymple | Theodore. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dalrymple | Theodore. Alle posts tonen

25 november 2025

Zie je wel dat ik gelijk heb!

Een roman die ik tegen mijn zin heb gelezen destijds, is Candide. Ik vond dat je dat boek moest gelezen hebben – dat is ook zo – maar het was wel stierlijk vervelend. De filosoof Theodor Dalrymple, die ik door omstandigheden ooit ontmoette, deelde mijn mening en raadde me aan om Rasselas van Samuel Johnson te lezen. Dat was in het genre veel beter zei hij, en ik las het gehoorzaam ...intussen ook een aantal jaren terug. Helaas was het al even vervelend. In beide boeken krijg je een boodschap voorgeschoteld. Het zijn allegorieën, en dat mag een roman niet zijn. Schrijf dan een traktaat, zeggen hieronder Milan Kundera, Graham Greene, Heinrich Heine en Jacques Vergès.

Het is mooi als beroemdheden je smaak en zelfs je vooroordelen bijtreden.


— Ce qu’Orwell nous dit aurait pu être dit aussi bien (ou plutôt beaucoup mieux) dans un essai ou dans un pamphlet.*

[…] le roman d’Orwell, malgré ses intentions, fait lui-même partie de l’esprit totalitaire, de l’esprit de propagande. Il réduit (et apprend à réduire) la vie d’une société haïe en la simple énumération de ses crimes.**

Et je pense à Soljenitsyne. Ce grand homme était-il un grand romancier? Comment pourrais-je le savoir? Je n’ai jamais ouvert aucun de ses livres. Ses retentissantes prises de position (dont j’applaudissais le courage) me faisaient croire que je connaissais d’avance tout ce qu’il avait à dire.***

— They were discussing George Orwell. I said that 1984 was a bad novel, like all his novels. It was only his essays which were good.****

— Das erste Kapitel desselben ist göttlich, die übrigen sind unerquicklich. Das Buch hat keine Haltung, keinen großen Mittelpunkt, keinen innern Kitt. Wenn der Buchbinder die Blätter desselben willkürlich durcheinandergeschossen hätte, würde man es sicher nicht bemerkt haben. Die große Allegorie, worin am Ende alles zusammenfließt, hat mich nicht befriedigt. Mögen andre sich daran ergötzt haben; ich glaube, daß ein Roman keine Allegorie sein soll.**°

— Comme artiste, la grande faiblesse de Sartre a été de vouloir faire des romans à thèse, des romans d’idées, ce qui est une espèce de forme bourgeoise du réalisme socialiste auquel je n’adhère pas non plus.**°° 

___________
      * Milan Kundera, L’Art du roman, 1re partie : « L’héritage décrié de Cervantès », Gallimard, coll. « Folio », 1986, p. 23.
    ** Milan Kundera, Les Testaments trahis:, 8e partie, « Les chemins dans le brouillard », Gallimard, coll. « Folio », 1993, p. 268-269.
  *** Milan Kundera, Une rencontre, III : « Les listes noires ou divertimento en hommage à Anatole France », Gallimard, 2009, p. 69.
**** Graham Greene. A World of My Own, A Dream Diary. 1992, Penguin, p. 95.
    *° Meister Floh, van E.T.A. Hoffmann, gecensureerd verschenen in 1822.
  **° Heinrich Heine, Nachlese; Briefe aus Berlin (1822), Sämtliche Werke, Ernst Elster, Leipzig und Wien 1893, siebenter Band, S. 595.
**°° Jacques Vergès. Le salaud lumineux, conversations avec Jean-Louis Remilleux, Michel Lafon 1990, p. 113.

12 mei 2017

Gisteravond in de salons De Boeck


Voorstelling van het boek Franse Revolutie en Engelse Traditie, een bloemlezing uit Edmund Burkes "Reflections on the Revolution in France", van een inleiding voorzien door Theodore Dalrymple. Ik mocht even toelichten:

Antwerpen, 11 mei 2017
Goede avond dames en heren, en welkom.
Karl Drabbe heeft duidelijk geen winterslaap gedaan want met zijn uitgeverij Doorbraak brengt hij in snel tempo het ene interessante werk na het andere uit. En hij vroeg mij, als vertaler van zijn jongste boek, om bij wijze van inleiding hier even de auteur ervan te situeren. Dat probeer ik kort te doen:
Giacomo Casanova werd geboren in 1725 en stierf in 1798. Hij besloeg dus een flink stuk van de achttiende eeuw, en dat was zoals we weten de tijd van de grote namen van de Verlichting. Welnu Edmund Burke leefde van 1729 tot 1792 en was dus een bijna exacte tijdgenoot. Een Dubliner die na zijn rechtenstudies naar Londen was getrokken. In 1789, op het moment dat de Bastille werd bestormd, was hij dus al zestig en had hij er een lange carrière opzitten. Eerst als politiek raadgever van de markies van Rockingham – wij zouden nu zeggen dat hij de speechschrijver, of woordvoerder van de eerste minister was.
Hij werd ook parlementslid, en nochtans was een politieke rol niet zijn oorspronkelijke bedoeling, want hij was naar Londen gekomen om zijn geluk te beproeven als schrijver en essayist, niet eens als jurist.
En dat lukte hem bijzonder goed want nog voor zijn dertigste verwierf hij grote faam met A philosophical Enquiry into the Origin of our Ideas on the Sublime and the Beautiful. Mooi en subliem, je hoort al dat dit essay niet over politiek gaat.
In de besloten Literary Club van Doctor Johnson, de beroemde auteur en lexicograaf, werd hij met open armen ontvangen. Dat was een heel select gezelschap – van literatoren uiteraard, zoals bijvoorbeeld Oliver Goldsmith (nog bekend van The Vicar of Wakefield), maar er waren ook schilders als Joshua Reynolds, de Corsicaanse generaal Paoli, een Shakespeare-acteur enzovoort.
Mannen allemaal, dat spreekt, geen vrouwen: we zijn in Londen, niet in Parijs.
Burke was aangenaam gezelschap, en zijn conversatie vaak grappig. En hij wist ook zijn tegenstanders te waarderen. De schrijfstijl van Voltaire bijvoorbeeld, die in zowat elk opzicht zijn tegenbeeld was, die stijl beoordeelde hij gunstig: ‘Niemand heeft ooit blasfemie en obsceniteit zo mooi samengebracht.’ En Johnson zelf, zo lezen we bij diens biograaf Boswell, zei over Burke dat – als iemand samen met hem nog maar vijf minuten onder een afdakje voor de regen zou staan schuilen, hij al overtuigd zou zijn dat hij nooit in zijn leven een interessantere man had ontmoet. Dr. Johnson stond er niet om bekend dat hij veel complimenten uitdeelde, maar van Burke zei hij nog dat die de enige man was waarbij hij in discussies altijd op de tippen van zijn tenen moest staan.
Politiek was Burke een Whig, een liberaal, en in het Parlement noemden vriend hem vijand hem de beste spreker. Hij verdedigde daar de Amerikaanse kolonisten, hij vond de Indië-politiek van de regering onmenselijk, hij kantte zich tegen de slavernij enzovoort. Allemaal standpunten die tegenwoordig niet meteen voor conservatief doorgaan. Wel was hij overtuigd dat er een erfelijke monarchie moest blijven bestaan. Van een goddelijk recht op de troon wilde hij nochtans niet horen, en evenmin van goddelijk of kerkelijk rechtsgezag. Zowel monarchie als wet en kerk waren namelijk menselijke instellingen.
Zijn beroemdste boek vandaag is natuurlijk Reflections on the Revolution in France, en daarin zegt hij dat de Franse monarchie en de adel zich te buiten gingen aan excessen. Er kunnen omstandigheden zijn die ‘een gematigde weerstand, laten we zeggen een civiele of wettelijke weerstand rechtvaardigen’. Hervormingen waren nodig in Frankrijk, maar die hervormingen moesten geleidelijk tot stand komen. Zijn grondhouding definieert hijzelf als ‘anti-jacobinisme’. In Europa en Amerika waren vele intellectuele grootheden enthousiast over de revolutie, Franklin, Jefferson, Goethe, Schiller, Kant. Al bekoelde hun geestdrift snel. In Engeland waren de dichters Coleridge en Wordsworth de revolutie aanvankelijk ook genegen, evenals zijn partijgenoot Charles James Fox, eerste minister – er bestond bij de Whigs blijkbaar een tendensrecht.
Niet zo Burke dus, die zoals gezegd de weg der geleidelijkheid verkoos boven revolutie, en die de gruwelen voorzag die nog zouden volgen, evenals trouwens de militaire dictatuur. Hij geloofde dat een revolutie in een uur meer kon afbreken, dan wat in een eeuw was opgebouwd.
Burke heeft grote invloed uitgeoefend op latere denkers. De belangrijkste onder hen is wel de diplomaat Joseph de Maistre, die een generatie na hem kwam en in Sint-Petersburg zijn standplaats had, als ambassadeur van het koninkrijk van Sardinië. Maistre noemde Burke «l’admirable Burke», en als die zegt dat er in het politiek bedrijf geen abstracte ‘metafysische’ regels kunnen gelden, maar dat de traditie haar rechten heeft, dan treedt Maistre hem volmondig bij. Traditie kan enkel gezag hebben als de pure rede haar limieten erkent, een gedachte die heel centraal staat ook bij Burke. Maistre schrijft dat hervormingen nooit mogen vertrekken vanuit ideale stelsels, «des théories idéales», maar moeten uitgaan van de verborgen, interne eigenschappen van een samenleving, zoals die in de loop der tijden zijn gegroeid, «par le bon sens antique et l’instinct machinal de chaque peuple». Ook dit kon uit de pen van Burke zijn gekomen. Al volgt Maistre Burke niet altijd: als katholiek veroordeelt hij bijvoorbeeld de Glorious Revolution die met haar protestantse vrijheid Engeland veel heeft gekost, en met name het ware geloof, «la foi, c’est-à-dire tout».
Nu wil ik tot slot nog iets zeggen over het vertalen zelf, maar dat kunt u ook in het boek lezen in mijn verantwoording daar. Ik citeer even William Hazlitt, een schitterende essayist en stilist die Burke bewonderde, al verwierp hij veel van zijn denkbeelden. In 1807, dus vijftien jaar na Burkes dood schreef die:
‘Hij is de meest poëtische van onze prozaschrijvers, en tegelijk ontaardt zijn proza nooit in de pure verwijfdheid van poëzie. Altijd is het zijn betrachting te overweldigen, eerder dan te behagen, en bijgevolg offert hij schoonheid en verfijning op aan kracht en bezieling. Altijd staat hem een taak voor ogen, een precies plan dat hij wil uitvoeren, een effect dat hij wil bereiken. Zijn enige bedoeling is het dus om hard te slaan, en op de juiste plek. Als de slag zijn doel mist, slaat hij opnieuw. En het maakt hem niet uit hoe onelegant zijn acties zijn, of hoe stuntelig zijn techniek, als de tegenstander maar neergaat.’
Dat maakt de vertaling niet makkelijker natuurlijk, want die stijl moet naar best vermogen bewaard blijven. En de betekenis van woorden verschuift, zodat het uitkijken is voor false friends.
Als Burke zijn tegenstanders ‘subtle’ noemt, dan bedoelt hij ‘giftig’, niet ons ‘subtiel’. ‘Green’ moet soms begrepen worden als ‘ziekelijk’, niet bijvoorbeeld als ‘groen, onervaren’. Ook een begrip als ‘metaphysic’ laat zich bij hem vaak niet letterlijk nemen. ‘Fond’ is niet ‘verzot op, verliefd’, maar ‘blind’, zoals in blind vertrouwen, ‘fond trust’. ‘Affection’ is een attribuut, een eigenschap, niet ons ‘affect’. Er zijn talloze voorbeelden. Burke gebruikt ook graag nieuwe wetenschappelijke termen, uit de natuurkunde of scheikunde, en ook die termen en wendingen moeten in de context van zijn tijd begrepen worden. Een microscoop heette toen nog a philosophical instrument.
Tot slot nog een woord van een schitterende editor, wijlen Frank Turner van Yale University. Die maakte in de inleiding bij zijn uitgave van de Reflections een mooie opmerking: ‘Het is omdat Burke zo sterk een man van de Verlichting was, dat hij zo hartsgrondig en passioneel een veroordeling kon uitspreken over de vervorming ervan tot het koppige utopisme van de revolutionaire tijd. In zovele passages van de Reflections is de lezer getuige van een minnetwist.’
Ik mag u hierbij danken en ruim graag de plaats voor Karl, die de volgende spreker zal voorstellen.

Marc Vanfraechem

12 december 2012

Vorstelijk lumumbago


Als goede Belg durf ik te voorspellen dat er bij het komende proces rond de moord op Patrice Lumumba niets aan het licht zal komen dat een latere zalig- en heiligverklaring van onze Boudewijn in de weg zou staan.
Laatstgenoemde is zoals wij weten gezond en wel in Spanje verscheiden (il a trouvé sa mort en vacances om zo te zeggen), en meteen daarna al hoorde men kreten van Santo Subito.
Datzelfde kan niet van Lumumba worden gezegd.

De Belgische bevolking, voor zover die op het moment van het koninklijke verscheiden niet zelf ook met vakantie was, kwam massaal de straat op. Er werden bloemen neergelegd en ik meen ook ballonnen opgelaten. Geheel volgens de leer van Dalrymple en zelfs enigszins daarop vooruitlopend.
Enfin, we hadden te maken met “een politiek feit” zei een journalist. Dat klopte niet natuurlijk, maar men maakte het er wel van.

Nu moet ik bekennen dat mijn beweringen over deze episode uit de Vaderlandse Geschiedenis noodgedwongen afgaan op wat ik toen las in Le Monde, en met grote vertraging las want zelf was ik ook met vakantie, in een Frans dorpje waar je met een flink half uur moest rekenen om naar het dichtstbijzijnde stadje te rijden waar naast een bakker en een slager ook een krantenwinkel was.
Wat die journalist op de Vlaamse Televisie had gezegd, vernam ik dus pas bij mijn terugkeer uit vakantie.

Maar wat ik anderzijds wél een politiek feit zou durven noemen, was de beslissing van de regering toen om voorafgaande censuur toe te passen, tegen de Grondwet in.
Nu zijn we sindsdien wel een en ander gewend –we hebben vandaag niet eens meer een grondwettelijk samengestelde Volksvertegenwoordiging– maar toen moet dat, althans voor democraten nog schokkend zijn geweest.

Wat u hierboven natuurlijk herkend hebt lezer, is een gezonde sansevieria. Een exemplaar dat nooit zorg is tekortgekomen.
En nu stierf Baudouin wel in de komkommertijd, maar het blad Charlie Hebdo dat ik toen wekelijks getrouw kocht, ook als ik met vakantie was, had bij deze gelegenheid op een van zijn binnenbladzijden een tekening van een sansevieria* die er een stuk minder fris uitzag.
Helemaal slap hing hij over de rand van zijn cache-pot, en het bijschrift was : “Les Belges sont partis en vacances sans arroser leur plante verte.”
Eén van de tongen van die plante verte vertoonde inderdaad de trekken van feu onze gebrilde en aan zijn rug lijdende vorst, en het blad kwam de Staatsgrens niet over.

Helaas lezer: ik kan u die tekening niet meer laten zien want ik heb mijn gesmokkeld exemplaar direct na de vakantie geschonken aan het VRT-archief, in de overtuiging dat ik de geschiedenis een dienst bewees. Hopelijk is het exemplaar bewaard volgens de regelen der kunst. 
De voorpagina van die Charlie Hebdo kun je op het web nog vinden, zoals u hebt gezien.
_______
* link van 2013.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html