Posts tonen met het label Maxima | prinses. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maxima | prinses. Alle posts tonen

1 mei 2013

Willem-Alexander vertelt


Tot voor kort kenden de meesten onder ons, Belgen, Willem-Alexander enkel als de man van de mooie Maxima. Enkelingen hadden misschien ook weet van hun drie mooie dochtertjes.

Maar hier volkomen onbekend is het, dat deze Willem-Alexander het als zijn plicht beschouwde om zijn kindjes elke avond, terwijl zij in hun bedjes lagen, een stukje uit de Vaderlandse Geschiedenis te verhalen. Het schoolse onderwijs vertrouwde de prins namelijk niet, en zeker geschiedenisles gaf hij liever zelf want, vond hij: 

Dat alles is zoals het is,
komt voort uit de geschiedenis. 

Deze prinselijke vertellingen zouden voor altijd verloren zijn gegaan –wij zouden er nooit iets van vernomen hebben– als niet de dichters Jean-Pierre Rawie en Driek van Wissen ze voor ons hadden opgetekend.
Ze deden dat in drie bundels. Eerst in “De Opkomst van de Nederlandse Republiek”, dan in “De Gouden Eeuw” en tot slot in “Van Willem III tot Willem III”, dat begint in 1672 en eindigt in het revolutiejaar 1848.
Die eerste twee deeltjes zijn uitverkocht. Ze verschenen bij Bert Bakker, 2005 en 2007. Prometheus gaf deel drie uit, en dat is nog voorradig. Samengenomen hebben wij nu de “Rijmkroniek des Vaderlands”.
Door het schielijk overlijden van Driek van Wissen in 2010 komt er helaas geen vierde boekje meer, maar in deel drie geeft Willem-Alexander aan ons Belgen een afdoende verklaring voor de Secessie van 1830: omdat het hun aan brein ontbrak”.
En hij verduidelijkt: 

 …in Brussel liep het schorem
na het horen van een opera

(waarin opstandig zaad gezaaid
en luidkeels oproer werd gekraaid)
zomaar de straat op. En het tuig
ging met gesakker en gejuich
zich aan misplaatst geweld te buiten:
gestenigd sneuvelden de ruiten… 

Willem III had de noodlottige scheiding van Zuid en Noord wellicht nog kunnen voorkomen, als niet de snode Franse koning Louis-Philippe toen had ingegrepen:

Hij wilde tussenbeide komen
en koos als Fransman arrogant
de Belgische verkeerde kant.
Zo raakten wij, de prins ten spijt,
de helft van onze natie kwijt
en stortte buitenlandse druk
de Belgen in het ongeluk,
want tot op heden zitten die
nog met de Duitse dynastie
von Sachsen-Coburg opgescheept
waarmee geen echte Belg echt dweept,
er eventjes van uitgegaan
dat echte Belgen echt bestaan. 

En dan brengt Willem-Alexander een hommage aan een klassiek vers:

Toch werd het Zuiden zonder reden
wreed van het Noorden afgesneden,
maar niet het snijden deed zo’n pijn
als wel het afgesneden zijn.


16 mei 2009

Vaderlandse Geschiedenis

.
Iedereen weet dat er zaken zijn die je in gezelschap beter kunt nalaten, of die je tenminste wilt onderdrukken. Flatulentie valt daar zeker onder, maar ook het uitspreken van bepaalde woorden. “Poëzie” is er zo een.

Laat je deze term onverhoeds vallen, in een vrolijk gezelschap, dan ontmoet je blikken waarin medelijden, ontzetting, zelfs afgrijzen en walg te lezen staan. Een Engelsman –ik weet niet meer wie– vergeleek het effect met dat van het woord “god”.
Ik vind dat niet onbegrijpelijk. Het gemoraliseer en de navelstaarderij die tegenwoordig voor poëzie doorgaan kun je een mens niet aandoen. Zelfs een kleine droefgeestige haiku kan al snel te veel worden.

Nu had ik hier nochtans graag een gedicht ter sprake gebracht dat 3944 regels beslaat, en moraliserend van aard is. Bovendien is het een leerdicht, over Vaderlandse Geschiedenis.
Gelukkig werd het door twee verzenmakers geschreven, en niet door wat tegenwoordig zoal voor dichters doorgaat. Meer in de traditie dus van versifiers als bv. Dryden, Pope of Kipling, die ook onpoëtische thema's gebruiken, en woorden en wendingen die nog naar dagelijks brood smaken, en geen sentimentele of geëffemineerde luchtjes afgeven.

Onze twee dichters spreken in hun gedicht overigens niet zelf, maar geven het woord aan prins Willem-Alexander – die u beter zult kennen als de man van de mooie Maxima.
Deze Willem-Alexander is blijkbaar een goede vader, want zijn kinderen vertelt hij voor het slapengaan verhaaltjes uit de geschiedenis van hun land. Immers het onderricht in de scholen, vindt hij, laat wat dit betreft te wensen over, en tenslotte:
“Dat alles is zoals het is, komt voort uit de geschiedenis”.

Op het punt waar wij zullen invallen, is vader al bij de Tachtigjarige Oorlog aanbeland …en geeft hij zijn kinderen terloops een actuele beschouwing mee, waar wij allen straks in het kieshokje wellicht ons voordeel mee kunnen doen:

Binnen de Staten-Generaal
besloot men zich niet andermaal
met vreemde snuiters in te laten.
Dat was verstandig van de Staten,
want Nederland werd soeverein
en zo behoort het ook te zijn:
men moet niet naar het pijpen dansen
van Duitsers, Engelsen of Fransen.
Laat die zelfingenomen buren
maar mooi hun eigen land besturen –
wij blijven liever ongemoeid.
Wien Neêrlands bloed in d’aders vloeit,
van vreemde smetten vrij, die ziet
zo’n buitenlander liever niet
die onze lakens uit komt delen.
En hier, ondanks mijn officiële
staatkundige onschendbaarheid,
wil ik sub rosa aan je kwijt
(het blijft tenslotte entre nous)
dat ik dat eenwordingsgedoe
hier in Europa niet zie zitten.
Dat Fransen, Duitsers, Belgen, Britten
eenzelfde lijn ooit zouden trekken
is toch te zot en van de gekke!
Want ondanks alle goeie wil
blijft er een wereld van verschil.
Wat hebben Tsjechen en Slowaken
bijvoorbeeld met elkaar te maken?
Of Zevenburgers met Roemenen?
Straks staan de Turken nog voor Wenen
wanneer je ze een vinger geeft!
[…]

P.S. Bij een volgende gelegenheid kom ik nog terug op dit leerdicht, en wel met een passage waar zelfs Obama iets aan zal hebben.

Jean-Pierre Rawie & Driek van Wissen
Rijmkroniek des Vaderlands
De opkomst van de Nederlandse Republiek (2005)
De Gouden Eeuw (2007)
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

.

9 oktober 2007

Een oude fiche is zó handig als het snel moet gaan


De beruchte uitspraak van Maxima over de onvindbare Nederlandse identiteit is amper veertien dagen oud, en De Standaard komt in zijn rubriek Analyse al met een artikeltje. Weliswaar nemen de bijhorende foto’s meer plaats in dan de tekst, maar dat is normaal in een kwaliteitskrant. Zaterdag hád DS trouwens al een niemendalletje dat melding maakte van deze kwestie, maar nu wilden ze er een redacteur op zetten.

Wie gaat dat hier schrijven? zal de kreet op de redactie geweest zijn. En iemand moet geweten hebben dat Corry Hancké een bakje met steekkaarten bezat, waarvan eentje getiteld "Nederland". Haar naam klinkt ook wat Hollands. Zij dus!
Corry gaat aan het werk en het belangrijkste trefwoord op haar fiches is spruitjes. Ze heeft meteen een titel: “Maxima stoot op spruitjeslucht”. En Hancké is gelanceerd:
Ze doen going Dutch, ze zijn blond en groot, en ze hebben een grote mond. Dat kunnen –volgens buitenlandse clichés– alleen maar Nederlanders zijn. Maar ondertussen is in Nederland de sambal ingeburgerd en kennen de Nederlanders ook keet in de toko.
Ik begreep haar tijdsbepaling “ondertussen” niet goed. Op welke periode slaat die fiche van Corry wel? Sambal en toko zijn begrippen uit de Indische tijd, en bij mijn weten is er niemand die twijfelt of die Indische tijd maakt inderdaad deel uit van de Nederlandse identiteit. Multatuli schreef zijn Havelaar tenslotte al anderhalve eeuw geleden.
Toegegeven, in die dagen moeten de termen toko en sambal nog niet helemaal gangbaar zijn geweest, want Douwes Dekker geeft een verklaring als hij ze gebruikt:
Tegenover ons woont een juffrouw, wier neef een toko doet in de Oost, zooals ze daar een winkel noemen.

Het begrip sambal krijgt zelfs een voetnoot.
Tine zou haar zoo goed mogelyk gezelschap gehouden, en veel met haar gesproken hebben over keukenzaken, over sambal-sambal*, over 't inmaken van ketimon zonder Liebig, o goden! [...]
______________
*Sambal-sambal: allerlei toespys, 'n keukenvak waarin Indiën uitmunt. De beschryving van de sambals die daar in gebruik zyn, zou boekdeelen vullen. In welvarende familien vordert dit onderdeel van 't dagelyksch menu de uitsluitende zorg van 'n bediende, en by ryken is één persoon daartoe zelfs niet voldoende. Als grondstof dient al wat eetbaar is, zooveel mogelyk onkenbaar gemaakt, en ook veel dat oningewyden niet eetbaar voorkomt, byv. onrype vruchten en bedorven vischkuit. Het bereiden van al die gerechten volgens de regelen der kunst, vereischt 'n ware studie. Ook is er voor baren (nieuwelingen) soms eenige oefening noodig om ze smakelyk te vinden, maar ingewyden geven aan de indische keuken de voorkeur boven de velerlei soorten van europesche tafels.

Hancké doet denken aan die generaals die altijd de vorige oorlog voorbereiden. Dat is comfortabeler dan zich een voorstelling maken van de oorlog die op komst is. Termen als tajim, couscous of harissa mogen dan al goed bekend zijn, dat zou een deftige journalist niet mogen beletten om de problemen van de multiculturaliteit te beschrijven in termen die er vandaag toe doen, en die komen niet altijd uit de keuken. Met een beroep op "de wetenschap" probeert Corry alles nog netjes te houden:
Prinses Maxima, die zeven jaar geleden Argentinië verliet om in Brussel te werken en later in Nederland met prins Willem-Alexander te trouwen [gallicisme, maar dat is DeStandaardtaal; het tweede lid kan niet onder dat "om" vallen, of het moest zijn dat Maxima haar huwelijk ingecalculeerd had toen ze naar Brussel kwam], vindt dat Nederland te veelzijdig is om in één cliché te vatten. Ze heeft dé Nederlandse identiteit niet leren kennen, maar ze heeft geleerd dat er verschillende mensen wonen die zich op de één of andere manier met Nederland identificeren.
Dat zei de prinses toen ze op 24 september in Den Haag het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WWR) ["WRR" wordt bedoeld; misschien is er verwarring ontstaan met het WWF?] 'Identificatie met Nederland' voorstelde. Het rapport is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek.
Pathetisch laatste zinnetje. Het zou pas verwonderlijk zijn als een Raad met zo'n naam een onwetenschappelijke tekst zou produceren.
In haar conclusie zegt de Raad dat er eigenlijk niet één soort Nederlander is, maar dat de Nederlandse identiteit gelaagd, voor verschillende interpretaties vatbaar en continu in verandering is.
Dat is een soort wetenschap mogen wij inderdaad zeggen: volslagen irrelevant en voorspelbaar. Maar alvast mensen die in "gated communities" leven, om even Lubbers aan te halen, zullen het graag lezen. Journalisten mogen wij daar gerust bij rekenen, en dat is onze pennenknechten gegund, maar wat ik graag zou zien is dat men in de beslotenheid van hun gemeenschapje af en toe lessen Nederlands gaf. Hancké zou daar misschien leren dat "de Raad" mannelijk is ? Of bestaat er eigenlijk ook al geen Nederlandse Taal meer ?
Wie de tekst van Maxima zelf wil lezen, vindt die hier, en hij is in zijn lieflijke banaliteit nog beter dan de pseudo-Analyse van De Standaard.
.

30 september 2007

Biedt verstand garantie tegen stommiteiten in de politiek?


Om op deze vraag te kunnen antwoorden moeten wij vooraf weten wat we met verstand bedoelen. Men kan denken aan wiskundige begaafdheid of aan talenkennis. Er zijn misschien nog andere aspecten, maar tentatief stel ik voor dat wij nu eerst de befaamde stelling van Leterme onder ogen nemen, en kijken of kennis van vreemde talen een goede indicator is.
Onwillekeurig zullen de gedachten hier uitgaan naar de mooie Nederlandse prinses Maxima.

In géén tijd sprak zij prachtig Nederlands. Zij verschilt daarin niet veel van nogal wat allochtonen in Nederland, maar voor ons Belgen was dat een wonder. De prinses had dat bovendien zonder enig taalbad in Spa voor elkaar gebracht (sans prendre les eaux).
Misschien wantrouwde zij de kwaliteit van het water daar, want tenslotte werd de hele Belgische stoeterij van prinsen en prinsessen er al herhaaldelijk gedrenkt, met helaas tegenvallende resultaten. Goed, op zich zegt dat misschien weinig over de kwaliteit van het spawater.
Zovele factoren spelen: overvolle agenda, stress, indolentie, gebrekkige motivatie, otium cum dignitate, of zelfs –ik vermeld dit ongaarne en enkel ter uitputting van de mogelijkheden– een congenitale bêtise.
Maxima deed het dus zonder baden, misschien in de wetenschap dat er geen via regalis loopt naar de talenkennis, net zo min als naar de geometrie.
Ja, verstand te koop heeft onze Maxima, en toch behoedde haar dat niet voor een lelijke lapsus. Vorige week flapte zij eruit dat er niet zoiets bestaat als een Nederlandse identiteit. Uitspraak met politieke implicaties, want impliciet mogen wij verstaan dat nieuwkomers zich niet hoeven aan te passen aan iets dat immers niet bestaat.
Maxima zei dat niet op eigen inspiratie: zij volgde een analyse van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Wetenschappelijk zoveel als je wilt, maar in dit ene geval had Maxima beter haar mooie kopje gehouden, want in die Raad moet een aantal mensen zetelen dat nog maar net de Franse postmodernisten heeft ontdekt, laat staan ze ook verteerd.

Talenkennis alleen volstaat dus niet in de politiek, maar misschien vormt onze tweede mogelijkheid om het verstand te definiëren een goede bescherming tegen stommiteiten? abstractievermogen, wiskundig doorzicht, of nog daarmee samenhangend, ruimtelijk inzicht?
Garik Kasparov, ex-wereldkampioen schaken, maar tegenwoordig politicus, moet die eigenschappen wel in overtreffende mate bezitten, want behalve een ijzeren geheugen is geometrisch inzicht het sterkste wapen van de schaakspeler.
Bij de leek gaan schaakspelers sowieso voor verstandig door, maar onder de schakers zelf is daarover minder eensgezindheid.
Robert Fischer
–zonder tegenspraak de beste schaker van zijn tijd– stond niet bekend om zijn verstandige politieke analyse, bijvoorbeeld over de Shoa, waar niets van aan was, al zou hij het geen slecht idee hebben gevonden.
De Nederlandse grootmeester Donner –telg van een beroemd geslacht dat geregeld Ministers van Justitie aflevert– noemde Fischer toen een idioot met een opvallende partiële begaafdheid. Donner was maar half zo’n goede schaker als Fischer –al maakte hij wel eens remise met hem– maar hij had zo’n scherpe pen dat zijn columns rustig naast de grootste auteurs kunnen staan.
Kasparov, even joods als Fischer, heeft nooit een dergelijke enormiteit verkocht maar toch lijkt mij de belangstelling voor hem enkel te stoelen op het gunstige vooroordeel dat leken in het algemeen tegenover schakers koesteren.
Zijn politiek mini-partijtje, Ander Rusland, wordt in het Westen heel ernstig genomen, meer dan in Rusland zelf. En Kasparov is ook een moedig man, en tegenstander van Poetin (daar zal wel iets voor te zeggen zijn), maar wat mij toch enigszins wantrouwig maakt tegenover de politicus, is dat diezelfde Kasparov tegelijk denkt dat onze beschaving ...nog héél jong is.
Onze cultuur bestaat nog maar kort. Sinds het Jaar Duizend zowat.
Kasparov gelooft namelijk in de Nieuwe Chronologie, van professor Anatoly T. Fomenko, een geniale wiskundige. Maar die man houdt wél vol dat de verhaaltjes over Egyptenaren, Grieken en Romeinen veel dichter bij ons liggen dan wij gemeenlijk denken. Zo had de slag bij de Thermopylen plaats rond en om het jaar 1100 anno Domini.
Nu weet ik wel dat Kasparov eerst Weinstein heette, wat hem in de Sovjetunie niet goed uitkwam, en een termijn van ongeveer 6000 jaar zou ik daarom nog aangenomen hebben, maar nu gaat hij toch héél hard. Duizend jaar is krap voor het opbouwen van een Russische, of wat voor identiteit ook.
Zoals gezegd heeft Kasparov nog geen puur politieke stommiteiten verkocht voor zover ik weet, en verstandig in de geometrische zin is de man ongetwijfeld, maar toch blijf ik argwanend. Ik wens hem succes met zijn partij Ander Rusland, maar wat mij betreft ...hoefde er niet meteen een andere beschavingsgeschiedenis te komen.
.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html