Posts tonen met het label Marchais | Georges. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marchais | Georges. Alle posts tonen

25 januari 2024

Het belang van archieven


Het Franse klank- en beeldarchief INA bezit een schat aan materiaal. Onbewerkt materiaal uit het verleden is altijd verrassend, en iedereen kan het bekijken zonder duiding van hedendaagse wijzen.
Archieven zijn belangrijk want – hoe onwaarschijnlijk het mag klinken – je kunt nooit uitsluiten dat bijvoorbeeld de politieke debatten en interviews van vandaag, vervelend en voorspelbaar als ze zijn, voor onze kinderen of kleinkinderen een bepaalde amusementswaarde zullen hebben.

In 1991, in Humo, vergeleek Louis Tobback asielzoekers met meeuwen op een stort. Of dat toen een partijstandpunt was weet ik niet, maar hij vond dat je die vogels moest verjagen. Helaas moeten we het hier stellen zonder klank of beeld.
Tien jaar vóór Tobback vertolkte secretaris-generaal Georges Marchais van de Franse communisten het standpunt van zijn partij – toen nog niet over ‘asielzoekers’ maar over clandestiene immigranten. Tobback had blijkbaar goed naar hem geluisterd, maar Lionel Jospin en zijn socialistische partij dachten daar toen heel anders over. Veel ophef maakte het standpunt van de communisten niet – de bevolking dacht er net zo over – en de verstandhouding met de socialisten kwam niet in het gedrang. Blijkbaar konden zij van mening verschillen zonder dat er ruwe termen vielen.

Maar wat drieënveertig jaar na Marchais' interview nog altijd meegaat, is één grappig zinnetje van hem:


Georges Marchais: Kijk, de socialistische partij is de socialistische partij. Ik vraag de socialisten helemaal niet om communisten te worden. Bijgevolg moeten we uitgaan van deze realiteit: er is een socialistische partij en een communistische. De ene is een sociaaldemocratische partij, reformistisch, de andere een revolutionaire partij. 
Wij hebben andere politieke doelstellingen. We hebben onze verschillen. Er kan dus geen sprake van zijn ons te vragen het communisme op te geven, en evenmin kun je de socialistische partij vragen het socialisme op te geven.
Patrice Duhamel (TF1): Dat was niet de vraag die u werd gesteld.
Marchais: Het was misschien niet uw vraag, maar het is mijn antwoord.
Duhamel: Over welke kwestie kan er niet worden onderhandeld?
Marchais: Dat was de tweede vraag. In de eerste vraag had u het over de machtswissel.*
Duhamel: Ja.
Marchais: Dus ik antwoordde op die machtswissel. De tweede vraag was: over welke kwestie? Maar ik heb Jospin gehoord en hem gelezen. Hij sprak dus over de meningsverschillen tussen ons. Onder die meningsverschillen noemde hij de arbeidsmigratie. U hebt hem gehoord, u was erbij. De arbeidsmigratie.**
Hier hebben we het over een precieze vraag. Er zijn twee miljoen werklozen, Fransen en immigranten. Waarom dan illegale arbeidskrachten binnenlaten die het aantal werklozen verhogen? Ziedaar de vraag. Daar gaan wij niet mee akkoord. Dus wat we zeggen is: we moeten de instroom van arbeidsimmigranten stoppen. Diegenen die in Frankrijk zijn, moeten blijven; zij hebben meegewerkt om de rijkdom van Frankrijk te produceren toen er volledige werkgelegenheid was. Zij moeten blijven, maar we moeten geen nieuwe arbeidsmigranten binnenlaten om ze in werklozen te veranderen. Dat is mijn standpunt.



Marchais : Bien, le parti socialiste, c’est le parti socialiste. Je ne demande nullement aux socialistes de devenir des communistes. Par conséquent il faut partir de cette réalité. Il y a un parti socialiste et un parti communiste, qui sont deux partis différents. L’un est un parti social-démocrate, réformiste, l’autre est un parti révolutionnaire.
Nous avons une politique différente. Nous avons des divergences. Par conséquent il est hors de question de nous demander à renoncer d’être des communistes, tout comme il est hors de question de demander au parti socialiste de renoncer d’être des socialistes.
Duhamel : Ce n’est pas la question qui vous était posée.
Marchais : C’était peut-être pas votre question, mais c’est ma réponse.
Duhamel : Sur quelle question il ne faut pas négocier ?
Marchais : Ah ça, c’était la deuxième question. La première, vous avez évoqué le changement.
Duhamel : Oui.
Marchais : Alors, j’ai répondu au changement ! La deuxième, vous dites : sur quel sujet ? Mais j’ai entendu Jospin, j’ai lu. Alors, il parle des désaccords qui existent entre nous. Parmi ces désaccords, il a cité les travailleurs immigrés. Vous l’avez entendu, vous y étiez. Les travailleurs immigrés.
Voilà une question précise où nous, nous disons ceci : il y a deux millions de chômeurs, français et immigrés. Pourquoi laisser entrer de la main-d’œuvre clandestine pour augmenter le nombre des chômeurs ? Voilà la question. Nous ne sommes pas d’accord. Nous disons donc : il faut mettre un terme à la venue de la main-d’œuvre immigrée. Ceux qui sont en France doivent rester, ils ont contribué à produire les richesses de la France quand il y avait le plein emploi. Ils doivent rester, mais il ne faut pas laisser entrer de nouvelles mains-d’œuvre immigrées pour en faire des chômeurs. Voilà ma position.
____________

  * François Mitterrand volgde in 1981 Valéry Giscard d'Estaing op als president.
** Onze kranten spraken toen over gastarbeiders.

21 december 2014

"Éric Zemmour is het slachtoffer van een media-fatwa"


In een onderhoud dat hij toestond aan FigaroVox, neemt Jean-François Kahn* de verdediging op van Éric Zemmour, en hekelt hij de onmogelijkheid om in Frankrijk nog sereen debat te voeren.

Alexandre Devecchio: Bent u geschokt door het feit dat i-Télé aan Éric Zemmour de bons heeft gegeven naar aanleiding van een polemiek die Jean-Luc Mélenchon op gang had getrokken, en die werd opgepikt door de patron van de PS-afgevaardigden, tevens minister van Binnenlandse Zaken?
Kahn: Ja, ten zeerste geschokt, en wel om drie redenen. Vooreerst kan men door het ongehoorde succes van zijn boek zien dat een belangrijk deel van de bevolking zich kan vinden in wat Éric Zemmour schrijft. Men kan dit betreuren, en soms doe ik dat ook. Maar kan men zich in de ontkenning verschuilen? Kan men in ernst een zo sterke stroming in het land op die manier wegcijferen? In zekere zin sluit de zaak Zemmour aan bij de algemene verkiezingen. Kan men in ernst zich erover verheugen dat een partij die 19% van de stemmen haalt, door amper twee verkozenen vertegenwoordigd wordt in de Assemblée nationale? De zaak Zemmour toont het probleem aan van het gebrek aan pluralisme in onze democratie.
Ten tweede vind ik het schokkend dat i-Télé wijkt voor een perscampagne die grenst aan een mediatieke lynchpartij. Éric Zemmour vertelt niets nieuws. Onderhand twintig jaar onderhoudt hij hetzelfde discours. Bij i-Télé wist men wat men deed toen ze hem aanwierven, overigens misschien precies omdat hij die ideeën verdedigde. Waarom hem dan nu wegsturen? Omwille van een ‘woord’ dat hij niet eens heeft uitgesproken. Verachtelijk vind ik het procedé dat erin bestaat een ‘woord’ of een ‘zinsnede’ te gebruiken, vaak uit hun verband gerukt, om zo iemand uit te schakelen. Ik zeg dit des te liever, omdat ikzelf al het slachtoffer werd van die methode.
En tenslotte wens ik eraan te herinneren dat «Ça se dispute», een debatprogramma was waar Éric Zemmour een tegenstem moest trotseren. Het was niet zo dat hij een vrije tribune ter beschikking kreeg. In een debat is het normaal dat er twee invalshoeken zijn. Het gaat niet op te beslissen dat één ervan ongepast is, en eruit moet. Wat mij bij de televisie vandaag choqueert, zijn niet de debatten waar een echte ideologische confrontatie plaatsheeft, maar die waar iedereen met iedereen akkoord gaat. In de media vandaag zien we de liberaal-modernistische houding overheersen, die Alain Minc omschreef als de “club van de redelijkheid”. Die gedachtegang is niet noodzakelijk verkeerd, maar als hij even hegemoniaal blijft, kan dat afschrikkende gevolgen hebben. 

Devecchio: Zou u zeggen dat Marine Le Pen dankjewel mag zeggen aan al diegenen die liever verbieden dan weerwerk te bieden?
Kahn: Door Zemmour aan de deur te zetten doet men niets anders dan voedsel geven aan de wrok bij een deel van de bevolking, dat terecht zich niet meer vertegenwoordigd voelt. Dat is inderdaad een geweldig cadeau voor Marine Le Pen. Vanzelfsprekend geeft dit legitimiteit aan haar discours tegen het systeem. Mag ik eraan toevoegen dat ook voor Éric Zemmour dit een formidabel cadeau is, want nu heeft hij makkelijk spel als hij zich voor martelaar van de politieke correctheid wil uitgeven. Wees maar zeker dat hij nu nog 40 000 boeken meer zal verkopen, en dat het hem in zijn statuut van rebel tegen het establishment zal sterken, en daar is hij dol op.

Devecchio: Hebt u er begrip voor als organisaties vragen dat een journalist geen tribune meer krijgt?
Kahn: Daar alweer verwijderen we ons verder en verder van de grondbeginselen van de democratie. Wie benoemt en verkiest die organisaties? Hun politiek gewicht lijkt me niet in verhouding te staan tot hun representativiteit. Volstaat het om twaalf man bijeen te brengen en communiqués te schrijven, om voor legitiem door te gaan? Die organisaties, dat zijn onbenoemde imams, overigens niet altijd onbenoemd, die dan fatwa’s lanceren.

Devecchio: Zijn er niet toch grenzen aan de vrijheid van meningsuiting? Heeft Éric Zemmour die overschreden?
Kahn: Er bestaan wetten, met name wat betreft racisme en het vergoelijken van oorlogsmisdaden. Maar zodra iemand, zonder de wet te schenden een sterke stroming vertegenwoordigt, moet hij mogelijkheid krijgen om zich uit te drukken. Vandaag is dat niet het geval, zeker wat economische en sociale thema’s betreft, als iemand zich voorneemt om af te wijken van de liberaal-modernistische consensus. Zo bijvoorbeeld is de vraag rond de exit uit de Euro taboe. Men zal zich ook herinneren dat 90% van de media zich in 2005 uitspraken voor een ‘Ja’ bij het referendum over het grondwettelijk verdrag, waarbij zij onderweg ook elke vorm van tegenstand diaboliseerden. Nochtans heeft het ‘nee’-kamp het gehaald, al werd het slecht vertegenwoordigd.

Devecchio: Is debatteren vandaag nog mogelijk?
Kahn: Om te beginnen wil ik opmerken dat het boek van Zemmour nogal moeilijk leest. Voor wie nog andere bezigheden heeft, neemt het een week in beslag. Maar de dag dat het verscheen waren er in de linkse pers al lange bladzijden te lezen over Le Suicide français. Duidelijk was dat de meeste journalisten maar een paar uittreksels gelezen hadden. Wat we dus bijwoonden, was een aanzwellende polemiek, uitgaande van een boek dat niemand gelezen had. Men raakte gepolariseerd rond een oninteressant hoofdstuk gewijd aan Vichy, terwijl heel wat passages veel interessanter waren. Ik denk dan speciaal aan het hoofdstuk over de Crif, dat de communautaristische wending van veel Franse joden op de korrel neemt. Over die kwestie ging evenwel niet één artikel. Als reactie op de ontketende linkse pers, heeft de rechtse pers eerder de lof gezongen van het boek. Nochtans is het zonneklaar dat zij het evenmin gelezen hadden. Want inderdaad, laat Le Suicide français het meest reactionaire boek sinds lang zijn: het is tegelijk ook een antiliberaal pamflet. Op sociaaleconomisch gebied is het een waar neomarxistisch manifest, waarin Zemmour tekeergaat tegen het financieel kapitalisme, dat volgens hem verantwoordelijk is voor alles wat misgaat. Wat men moet lezen zijn de tien pagina’s gewijd aan een lofzang op Georges Marchais, of het dithyrambische hoofdstuk waarin hij zijn steun betuigt aan de sociale strijd tegen de wetten Juppé van 1996.
Dit alles zegt veel over het ideologische debat vandaag: lezen doet men niet meer, men redeneert afgaand op etiketten en banvloeken lanceert men al na een paar slagzinnetjes.

Frans journalist en auteur, historicus van opleiding. In 1984 stichtte hij L'Événement du jeudi, en in 1997 het weekblad Marianne, waarvan hij directeur was tot 2007. Zijn jongste boek, Marine Le Pen vous dit merci! verscheen bij Plon.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html