Posts tonen met het label Fernandez | Dominique. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fernandez | Dominique. Alle posts tonen

8 juli 2023

Over Alexandre Dumas (en Stendhal)

 Over avonturenromans doet men vaak neerbuigend. Het is wat infantiel om daar hoog van op te geven. Dat is vervelend voor mij, want ik lees graag avonturenromans. Zo las ik veertien dagen geleden De Drie Musketiers en dat boek beviel me zeer – welbeschouwd misschien wat minder dan het ongenaakbare Moby-Dick, maar toch zeer.

Nu kun je wel Les Trois Mousquetaires lezen en het daarbij laten, maar beter is om ook het vervolg te lezen: Vingt ans après, dat een stuk dikker is, en over de tijd van La Fronde gaat. Ben ik nu mee bezig, en er komen weer talloze historische figuren in voor, zoals bijvoorbeeld kardinaal de Retz die hier al vaker ten tonele verscheen.

Dominique Fernandez – de l'Académie française – schreef er een mooie inleiding bij, en ik vertaal een fragmentje al ben ik niet altijd even gek op deze Fernandez moet ik bekennen:

Een avonturenroman. Wat voor misprijzen spreekt niet uit deze omschrijving!* Alsof we onder ‘avonturen’ alleen degengevechten, achtervolgingen in galop en ontsnappingen moeten verstaan! Dumas deelt zich op in vieren, als d’Artagnan, Aramis, Porthos en Athos, en dat is het echte avontuur van de Musketiers. (…)
Wat zijn de grootste avonturenromans van de XIXde eeuw? De romans van Stendhal.
In plaats van het over zichzelf te hebben en zich over te geven aan een onvermijdelijk benepen, suffe biecht, zoals zovele hedendaagse romanciers, vraagt de auteur van een avonturenroman zich af: wat zou ik gedaan hebben, was ik geboren in deze of gene provincie, in dit of dat tijdperk, als ik onder een ander gesternte, met andere coördinaten ter wereld was gekomen? (…) Wat voor een avonturen inderdaad! En wat voor prachtige boeken: niet de herinneringen van een provinciale burger, het zo Franse ‘psychologische’ romannetje, maar Le Rouge et le Noir, La Chartreuse de Parme, Lucien Leuwen, Lamiel…

Les Trois Mousquetaires
Introduction de Roger Nimier
Édition établie et annotée par Gilbert Sigaux
Gallimard, Folio classique, 1962 et 2001, 782 pages

Vingt ans après
Préface de Dominique Fernandez
Avec une vie de Dumas par Léon-François Hoffmann
Gallimard, Folio classique, 1962 et 1975, 928 pages
_______________

* Bijvoorbeeld ook een auteur als Jack London, een reus toch, werd ooit afgedaan als 'treinlectuur'. Alsof lezen op de trein niet een groot genot zou zijn! 'London mobilise des êtres de muscles et de sang. Notre cœur battra à la cadence de ces héros robustes que nous oublierons à l’arrivée du train. Car il est entendu que Jack London se lit en chemin de fer,' vond de nu vergeten Robert Desnos.

28 januari 2013

Onbekommerd zelfvertrouwen


Hoe de francofone geest precies werkt, is een onderwerp dat hier meermaals, zij het  fragmentarisch aan bod kwam. Die geest vertoont aspecten die een Nederlandstalige blijvend verbazen en die ik ook nu enkel zijdelings zal kunnen toelichten.

Vorige week bestelde ik het boek “Dictionnaire amoureux de la Russie”, 859 bladzijden, van Dominique Fernandez (Plon 2004, €26). Welgeteld drie dagen later had ik het, en dat kwam omdat ik het had besteld bij boekhandel Limerick (recht voor het St-Pietersstation) en niet bij Amazon.fr, al leveren die ook snel moet ik bekennen.

Die Dictionnaire is een breed opgezet naslagwerk over literatuur, politiek, geschiedenis. Alles netjes alfabetisch gerangschikt, zoals te doen gebruikelijk in woordenboeken. Ik had het boek nooit eerder gezien, en toen ik het op de tram opensloeg, zonk de moed mij in de schoenen.

Alweer bleek: er binnenstappen en dan op je duizend gemakjes rondneuzen bij Limerick of een andere boekhandel, is heel iets anders dan werken bestellen die je nog nooit hebt ingekeken.

Wat zag ik de lexicograaf Fernandez daar
in zijn ontwapenend eerlijke voorwoord schrijven?

Malgré mes efforts, recommencés à plusieurs reprises, pour apprendre la langue russe, je n’en suis resté qu’à des balbutiements inopérants. Je n’ai lu les textes russes qu’en traduction, et dois donc tout ce que j’en aime aux traducteurs du russe, français et italiens, qui se trouvent être, heureusement, d’une compétence et d’un talent insignes.

[Mijn meermaals herhaalde pogingen om de Russische taal onder de knie te krijgen ten spijt, ben ik nooit verder gekomen dan enig onwerkzaam gestamel. De Russische teksten heb ik enkel in vertaling gelezen, en alles wat ik erin liefheb, ben ik dus verschuldigd aan de vertalers uit het Russisch, Fransen en Italianen die, gelukkig maar, opmerkelijk bekwaam en talentvol blijken te zijn.]

De vraag rijst: hoe weet die man dat, van dat grote talent?

Zelf geen Russisch kennen is geen schande. Ik ken het ook niet, al heb ik een jaar les gehad. Na dat jaar zag ik dat ik met gemak Russische schaakcommentaren kon lezen, bijvoorbeeld in het weekblad «64», of in de maandbladen «Шахматы в СССР» (Schaken in de USSR) en «Шахматный бюллетень» (Schaakbulletin), en daar ging het mij om. Opmerkingen als «wit staat merkelijk beter», of «nu krijgt zwart een gevaarlijke aanval», of «zet van twijfelachtige waarde» kon ik goed begrijpen want die kwamen vaak terug, en ik hield mijn Russische studiën voor bekeken.

De Russen (zoals overigens de Fransen) zeggen niet zoals wij: "wit staat gewonnen", maar "de witten staan", slechter of beter. En ze hebben ook geen Dame of Koningin in hun spel, maar een Raadsheer, een Vizier (Ферзь) aan de zijde van de Koning. Dat is weer vervelend voor psychoanalytische interpretaties van het schaakspel.
Die bladen waren spotgoedkoop, enkele honderden frank per jaar, altijd stipt op tijd en in het Westen verkrijgbaar op eenvoudige bestelling. Ik ontmoette eens Grootmeester Viktor Kortsjnoi, en toen ik hem zei dat ik van «64» alle jaargangen had, keek hij me ongelovig aan en verklapte mij dat vanwege de papierschaarste in de USSR maar weinige grootmeesters daar hetzelfde konden zeggen.

In die bladen stond ook altijd, voorafgaand aan het ernstige werk van de schaakcommentaren, op pagina 2 een artikel over Lenin of over de verbroedering der volkeren, maar dat kon ik niet goed ontcijferen.

Een dictionnaire over Rusland schrijven, was niet voor mij weggelegd.

Om nu op de auteur Fernandez terug te komen: ik las meteen wat hij te vertellen had over Poesjkin. Dat viel tegen. Idées reçues, dingen van horen zeggen. Wat hij verder nog over Tolstoi, Dostojewski, Raspoetin, Siberië, tsaren, berken, beren, vodka, sleden of sneeuw te vertellen heeft, zal ik niet meer vernemen.

Nee, dan zijn wij Nederlandstaligen wel gezegend, met vertalers en historici als van het Reve of Bezemer of Timmer, met vertalers-dichters als Boland of Jonker of Rawie. Lees eens –als u zoals ik geen Russisch kent– de Onegin in het Frans, Engels en Duits, vergelijk en je zult over de Nederlandse vertalingen (want er zijn er meerdere) met meer recht dan Fernandez kunnen zeggen …d’une compétence et d’un talent insignes.

__________________
Een aanrader: “Russische Zon, Hans Boland over Poesjkin”.
En wie nóg meer wil weten, kan terecht bij T.J.Binyon: “Pushkin, a biography”. Henri Troyat (Lev Aslanovitch Tarassov, 1911-2007) schreef in 1946 een beroemde biografie, maar die is uitverkocht.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html