Posts tonen met het label Leterme | Yves. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leterme | Yves. Alle posts tonen

23 januari 2012

2007 is al lang geleden

.
"Het wordt wel vaker gezegd: kijk afwisselend naar de journaals van VRT en RTBf, en je krijgt een totaal ander beeld van dit land."


.
Een waar woord van Lieven Verstraete deze week in Terzake maar, als u het mij vraagt dan was zijn bewering toch minder ter zake dan ze dat vijf jaar geleden nog was. Ik zal dit uitleggen.
.
Op 21 juli 2007 was er in de Sint Goedele in Brussel een Te Deum – dat is namelijk altijd zo op de nationale feestdag. Albert Coburg verschijnt daar dan, met zijn vrouw en zijn wettige kinderen, en alle grote namen van de Belgische politiek verschijnen daar ook, op een paar zonderlingen na die dit met hun geloof niet in overeenstemming kunnen brengen.
Mogelijk lezer, kunt u zich niet meer alle Te Deums van de voorbije vijf jaren levendig voor de geest halen, maar in 2007 gebeurde daarbij iets speciaals, alleszins toch volgens de lui van de RTBf.
Op de monumentale trappen van de Sint Goedele had die omroep een stelletje goddelozen neergezet –en waarom hun namen niet noemen? het waren Jean-Michel Moulin en de beruchte Christophe Deborsu– met als enige opdracht de binnentredende kerkgangers lastig te vallen.
Yves Leterme kwam nu aangestapt, en hem overvielen zij met de vraag waar die datum van 21 juli wel mocht op slaan? Dat wist Yves niet. Nog niet verzadigd, vroegen de nieuwswolven hem lacherig om dan misschien even de Brabançonne aan te heffen. Dat ging helaas ook mis, zoals intussen iedereen weet.
.
Ik zou deze pijnlijke herinneringen hier niet te berde brengen, als mij niet diezelfde avond twee dingen hadden getroffen.
Om te beginnen kijk ik ongaarne naar de televisie, omdat het leven te kort is, maar naar de radio luister ik continu en zeker naar het VRT-nieuws: een dag als een andere daar, verslag van het Te Deum in Brussel, applaus voor de Vorst, weerbericht, verkeersinformatie.
Tot goed zeven uur ’s avonds was ik mij nergens van bewust, maar dan zette ik het journaal van de RTBf-televisie aan, zoals ik dat toen bijna elke dag deed want ik wilde graag vernemen hoe het met de Belgische politiek werkelijk stond, en om de een of andere reden vond ik hun journaal soms een tikkeltje informatiever.
Dat journaal was die avond zo goed als uitsluitend gewijd aan de zangprestatie van de toekomstige premier. Voor alle zekerheid luisterde en keek ik nog even naar de VRT. Volslagen niéts over de vaderlandse geschiedenis, noch over de vocale kunsten.
.
In die dagen was Siegfried Bracke nog de grote baas bij het Nieuws, en omdat wij als Gentenaars elkaar kenden, en in de gangen oenderien altijd Geints klaptegen, stuurde ik hem een SMS-je met de vraag wat er miljaar aan de hand was. De RTBf geeft niets, schreef ik, behalve die Marseillaise van Leterme, en de VRT geeft alles, behalve juist dat.
Nu zat Siegfried –ik was vergeten dat de 21ste juli in de vakantie valt– toen in New York. Hij wist van toeten noch blazen, maar belde direct naar de RTBf-redactie en vervolgens naar zijn eigen redactie.
En daar, het is niet anders, wist men evengoed van niets. Men was zich van geen kwaad bewust, er was niet het minste kwaad opzet in het spel, en zeker geen beschermingsmaneuver rond Leterme (wat ik met mijn paranoïde geest eerst nog als mogelijke verklaring had geopperd): nee, geen enkele VRT-journalist keek toen, vijf jaar geleden naar de RTBf. Dat was niet de gewoonte.
Sindsdien is dat wel anders, maar toch: t
wee democratieën.
.

17 augustus 2011

De earl van Ieper

.
De Moiren waren drie dochters van Zeus en Themis en omdat zij de levensdraad sponnen, beschikten zij over het lot van landen en mensen, soms zelfs van dieren. Deze schikgodinnen hielden zich bezig met alle aspecten van het leven, de liefde, gezondheid, talenten, voorspoed. Clotho hield het spinrokken vast en zette de draad op, Lachesis spon hem verder en Atropos, onafwendbaar zoals haar naam zegt, knipte hem af.

Homerus kende deze godinnen nog niet, en sprak enkel over het Lot, het Fatum. De duidelijke taakverdeling tussen de drie zusters hebben we van Hesiodos, in zijn Theogonie, regel 217 en volgende. Bij Reclam, Stuttgart, kostte dat tweetalige Grieks-Duitse boekje in 1999 amper 8 mark, 4 euro dus, en binnenkort misschien weer 8 mark, inflatie niet meegerekend.
De Romeinen spraken niet meer van de Moiren of Moerae. Zij hadden de drie Parcen. Andere naam maar de functies bleven dezelfde.

Vandaag hebben we weer andere namen, en ook is de rationele taakverdeling die we bij Grieken en Romeinen vonden verloren gegaan. Van samenwerking is geen sprake meer. Onze schikgodinnen lopen elkaar voor de voeten en doen dubbel of driedubbel werk. Bunzing, Kregelig en Arm-maar-Proper heten ze nu, maar omdat het Engels de plaats van het Latijn en vaak zelfs die van het Nederlands heeft ingenomen zullen de namen Fitch, Moody’s en Standard&Poors u misschien bekender in de oren klinken.
Zoals bij de Grieken, zijn ook deze namen niet toevallig gekozen, en bijvoorbeeld de bunzing kan een geweldige stank afgeven als hij in het nauw gedreven wordt.
Onze schikgodinnen vandaag hebben een core business, zij doen niet aan diversificatie. Liefde en gezondheid laten ze aan anderen over, om zich beter te kunnen concentreren op geld. Meer bepaald op geld dat verschuldigd is.

Maar wat heet schulden? En betekent dat woord hetzelfde als het om individuen gaat of om staten, banken et cetera?
Voor een antwoord op zulke moeilijke vragen kunnen we op economen niet altijd vertrouwen, maar iemand als de dichter Heinrich Heine (1797-1856) wist dat nog ongeveer.
“Schulden,” zei hij “juist zoals vaderlandsliefde, religie, eer enzovoort, behoren weliswaar tot de menselijke prerogatieven –de dieren hebben geen schulden– maar ze zijn ook een geprivilegieerde kwaal voor de mensheid;  en zoals ze de enkeling te gronde kunnen richten, zo bewerken ze ook de ondergang van hele geslachten, en in onze tijden schijnen ze in de nationale tragediën de plaats van het oude Fatum wel in te nemen.”

Bij zijn bezoek aan Engeland zag hij hoe diep dat land in de schuld stak, onder meer door de oorlogen tegen Napoleon. Hij beschreef het treurige lot van de Engelse premiers die als gevolg van “The Debt” ten onder gingen. William Pitt the Younger noemt hij, Charles James Fox, Spencer Perceval, Robert Banks Jenkinson (ook bekend als earl of Liverpool, baron Hawkesbury of Hawkesbury), George Canning. Allemaal gingen zij binnen de kortste keren het hoekje om, of werden gek.
Zover wenst Yves Leterme het niet te laten komen.

Stukje verschenen in de Knack vandaag

6 september 2010

Hoofdartikel van Le Monde, vertaald en geannoteerd

.
5 september 2010

België en Nederland verziekt door populisme

Twee Europese democratieën maken een crisis zonder voorgaande door: drie maanden na de stembusgang verkeren Nederland en België nog altijd in afwachting. Ze wachten op de programmaverklaring en de samenstelling van een regering, waarbij desnoods een beroep wordt gedaan op onwaarschijnlijke coalities.

Zonder voorgaande? Dat ze bij Le Monde geen weet hebben van de formatie van de verschillende kabinetten Drees kan ik begrijpen: ze bestonden toen zelf nog maar pas. Maar op een site van de Nederlandse overheid zouden ze wel dit hebben kunnen lezen (in het Nederlands weliswaar...): De langste kabinetsformatie was in 1977. Nadat het kabinet van minister-president Joop den Uyl (PvdA) was gevallen, duurde het maar liefst van maart tot half december, 208 dagen, voordat er weer een nieuw kabinet was. Niet meer met premier Den Uyl, maar met premier Van Agt (CDA).

In Brussel hebben de kwellingen al in 2007 een aanvang genomen. De Vlaamse christendemocraat Yves Leterme heeft een legitimatie gegeven aan de boodschap van de Vlaamse independentisten, waarmee hij zich geassocieerd had. Maar net zoals zijn partij, is hij verslonden door deze Nieuwe Vlaamse Alliantie die, dankzij hem, de idee kon laten gedijen van een autonoom Vlaanderen, bevrijd van het Waalse blok aan het been, en in staat om beslag te leggen op Brussel. In België is de verwarring vandaag zo groot, dat een splitsingsscenario niet onrealistisch meer is.

Leterme hier aanwijzen als grote oorzaak is licht ondermaats voor een politiek journalist: de maatschappelijke of politieke krachten die de CD&V toen voelde, hadden tot dat kartel geleid en Leterme was de toevallige protagonist, toch? Wat is die Monde-editorialist vals naïef! Eén enkele man zou dan de politiek van een land maken, Stroobants? want bij die naam mag ik u toch noemen?

Nederland mag dan gespaard zijn van taalperikelen, de situatie is er evenmin florissant. Twee traditionele partijen –christendemocraten en liberalen– hebben een poging ondernomen om een duivelspact te maken met het extreemrechts van het Kamerlid Geert Wilders, de islamofobe onruststoker. De twee partijen verbonden zich tot een krachtig beleid jegens de immigranten, in ruil voor steun van de populisten voor hun minderheidscoalitie en hun bezuinigingsprogramma. Dhr. Wilders heeft dit kaartenhuisje laten instorten met zijn kritiek op de geloofwaardigheid van de christendemocraten.

Hij vindt het nergens voor nodig om zijn analytische instrumenten, als daar zijn de termen populisme, duivelspact, extreemrechts, islamofobie of onruststoker, ook maar enigszins te onderbouwen. Iedereen weet wel wat ze betekenen en kent er het nut en de bruikbaarheid van.

Al werden zij lange tijd als voorbeelden van de kunst van het compromis genoemd, en ook al zijn er verschillen, toch lijden de twee noordelijke staten aan gelijkaardige kwalen. Aan de opkomst van een populisme dat egoïstisch en soms anti-Europees is. Aan de afkeuring door de publieke opinie, van politieke systemen die naar adem snakken. En aan de versnippering van het kiespubliek, een gevolg van het systeem van de evenredige vertegenwoordiging, waarbij er in België ook nog opkomstplicht bestaat, wat het gevoel dat men er de buik vol van heeft nog aanwakkert.

De gebruikelijke journalistieke leugen over “Europees” terwijl enkel de EU-machine bedoeld wordt, is hier nog niet het ergste. Over dat “naar adem snakken”, en onder welke omstandigheden die ademnood is ontstaan, zou ik van onze vriend graag hebben vernomen, maar dat zou een politieke terminologie vereisen, geen morele. Journalisten in ademnood hebben enkel nog termen als “egoïstisch” ter beschikking.

Omdat de stemmenverschuivingen altijd plaats hadden tussen de drie klassieke stromingen, christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen, hebben de Belgische en Nederlandse democratieën de protestpartijen laten opbloeien, die hen nu uit hun evenwicht dreigen te brengen.

Een term als “evenwicht” hoort iedereen graag, al is het een puur kleurwoordje.

Na het radicale en xenofobe extreemrechts, heeft Vlaanderen nu een nationalistische rechterzijde zien ontstaan die ontdaan is van complexen, en die het thema van “slecht bestuur” weet te koppelen aan onafhankelijkheidseisen, en de aanklacht tegen de geldtransfers naar de “arme” Francofonen.

Radicaal is blijkbaar een scheldterm zoals xenofoob, en extreemrechts is een etiket dat onze editorialist graag bezigt, maar alle drie samen leveren deze kwalificaties nog geen politieke analyse op.

In Nederland hebben de klassieke partijen de dreiging niet zien aankomen van het antimuzelmaans populisme dat van elke vreemdeling een zondebok maakt.

Wie maakt “van elke vreemdeling een zondebok” beste Le Monde-journalist? En hebben uw 'klassieke' partijen het probleem van de islamimmigratie dan goed aangepakt? Gaven zij aan de bevolking een betrouwbaar beeld, hier of in Nederland, of gelijk waar in Europa, van zelfs de grootteorde ervan? Nog gezwegen over de inhoud van deze importideologie. Geef ons een bruikbare definitie van uw eigen term populisme, en dan zullen zowel uzelf als wij veel wijzer zijn. Maak vooral goed het onderscheid met volkswil, meerderheid en dergelijke termen, die je wel eens ontmoet in geschriften over democratie.

Hoe klein ze aanvankelijk ook waren, door de onmacht van de traditionele partijen, die geen rationele argumenten wisten tegen het populistisch geschreeuw, hebben in beide landen minderheidspartijen naamsbekendheid verkregen. Dankzij de nieuwsgierigheid van media, altijd tuk op nieuwigheden, die hun boodschap versterkten, zijn deze laatste geloofwaardig geworden. Bovenal dankzij een kiessysteem dat de Parlementen heeft getransformeerd tot echokamers voor karikaturale standpunten waar het om belangrijke politieke kwesties gaat. Een onrustbarende vaststelling.

Nee Le Monde, voor een verandering van het kiessysteem pleiten als de kiesuitslagen even tegenvallen is goedkoop, en niet meteen een bewijs van een democratische gezindheid. Overigens, vallen jullie nu zelf de media aan? zodat de bloggers dat niet meer hoeven te doen? Een onrustbarende vaststelling.
.

20 november 2008

Mark Grammens over De Gucht

.
In zijn jongste Journaal (20 november) vertelt Mark Grammens (linkse flamingant zoals we weten) een paar hartige waarheden over De Gucht. Ook over Leterme trouwens.
Beiden zijn leugenaars, het is eenmaal niet anders, faut faire avec.
De laatste is dat volgens Neelie Kroes (die meer dan enkel de schijn mee heeft bij haar bewering), en eerstgenoemde volgens VanderKelenDesmetVandermeersch, zoals hieronder zal blijken, want ik geef het slot van Grammens zijn artikel, op p.4195.
Grammens wil niets weten van het www (en overigens ook niet van de voorkeurspelling), maar een klein citaat mag wel, veronderstel ik.


[...] Maar er is vooral dit. In juni 2005 liet Karel de Gucht zich in een interview zeer laatdunkend, zelfs ronduit beledigend, uit over de Nederlandse premier Balkenende. .Zoiets doet een minister van Buitenlandse Zaken niet, en De Gucht bevond zich daardoor in een zeer lastig parket. Toen heeft hij drie keren flagrant gelogen door te beweren dat hij verkeerd geciteerd was, totdat de bandopname van het interview openbaar werd gemaakt.. Dit was toen de reaktie van Luc van der Kelen: ."terugkrabbelen en de journalist proberen onderuit te halen, met keiharde leugens, is van het meest laaghartige menselijke gedrag" (in Het Laatste Nieuws, 6.6.05). ."Mijn konklusie: De Gucht is niet geschikt voor de politiek" (in Humo, 21.6.08). ."Drie keren heeft minister Karel de Gucht geprobeerd zich uit de problemen te liegen, die hij zelf veroorzaakt had met beledigende uitspraken over Balkenende" (in Het Laatste Nieuws, 6.6.05). .In De Morgen (9.6.05) werd toen door partijgenoten van De Gucht gesteld dat "een minister die manifest loog, zoals De Gucht in dit dossier herhaaldelijk deed, zonder meer moet opstappen", en werd het betreurd dat de partijleiding van de VLD De Gucht bleef steunen.
We rakelen dit op om eraan te herinneren dat de waarheidsgetrouwheid van De Gucht sterk gerelativeerd dient te worden, maar als dit zo is, wat is zijn ontkenning van misbruik van voorkennis bij de verkoop van aandelen van Fortis dan nog waard? ."De kans dat een liberaal kopstuk gedwongen wordt tot ontslag blijft zeer klein.. Maar de imagoschade valt stilaan niet meer in te schatten" (De Morgen, 5.11.08). .Drie jaar geleden schreef men hetzelfde: de leugens die De Gucht verteld had, aldus toen De Morgen (11.6.05), ."stralen natuurlijk ook af op de partij".
En vandaag: bij hem (en Dewael) ."lijkt het begrip politieke hygiëne onbestaande" (De Standaard, 0.11.08).
Intussen blijft de VLD hardnekkig de lof zingen van haar eigen ministeriële voortreffelijkheid. Immers, als zij het niet doet, wie zou het dan nog doen?


Dat De Gucht een leugenaar is, tot driemaal toe, daar bestaat dus geen twijfel over. Maar hoe vaak de haan eerst moet kraaien, daarover vrees ik zullen we nooit zekerheid hebben – hoe eensgezind onze eigen drie Evangelisten Lukas, Yvo en Petrus ook zijnwant wij weten uit oudere teksten:

Mattheus 26:34 Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
Markus 14:30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
Lukas 22:34 Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.
Johannes 13:38 Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.

.

15 juli 2008

Een eerbaar man

.

.Ik had mijn twijfels bij hem, maar met het aanbieden van het ontslag van zijn regering (die nooit een regering is geweest, laten we wel wezen), .heeft Yves Leterme een daad gesteld die in de Belgische geschiedenis haar voorgaande niet heeft.
Chapeau!
En mijn innig medeleven aan:
.citoyen Albert Coburg.
.

17 mei 2008

De beste pennen schrijven voor De Morgen

.
...dat beweren ze toch bij De Morgen, maar je hoort die bewering nooit van andere journalisten. Jalousie zal hier ongetwijfeld een rol spelen, maar toch geloof ik dat er, zoals men zegt, méér is. Tenslotte hoor je ook nooit een gewone mens die dat beweert.

Waarom ik over De Morgen begin? Wel, enigszins tot mijn ergernis stond er in De Standaard vandaag zo goed als niets dat mijn ergernis kon wekken. Het brinkmannetje daargelaten natuurlijk, maar zijn kwantitatieve beschouwingen over vrouwen in de politiek liet ik al na drie-vier regels met rust.
Ter compensatie las ik Ruud Goossens, chef politiek van De Morgen.
Ruud Goossens (p.24) vertelt wel de gebruikelijke psychologiserende journalistenpraat over Leterme, die een knoeier is, maar hij zegt ook dat de CVP al een opvolger heeft gereedstaan, namelijk Kris Peeters. En dat de enige vraag is, of deze opvolger wel de ambitie heeft om ooit n°16 te betrekken.
Afgaand op het speelse fotootje boven zijn artikel, hebben wij hier te maken met een nog jonge chef politiek, en dan is dat geen slechte analyse. De inhoud mag alvast een vijf of een zes krijgen. Enkel de stijl, en soms de woordenschat moeten nog beter.
Ander goed punt: een duidelijk beeld van zijn doelpubliek lijkt Ruud al wel te hebben. Bij De Morgen zullen er nogal wat lezers zijn die niet weten wie de genoemde Kris Peeters is, maar dat vangt Ruud uitstekend op met zijn omschrijving “de voormalige topman van Unizo”. En enkele regels verderop bevestigt hij veiligheidshalve: “de voormalige topman van Unizo”.

Maar lezen wij verder:

"We hebben getoond dat we met een goede ingesteldheid in staat zijn om oplossingen uit te werken." Zelf zal hij het natuurlijk niet toegeven, maar met die boutade aan het eind van zijn onderhoud met Rudy Demotte, donderdagmiddag, zette Kris Peeters zich nog maar eens mooi af van het geruzie op het federale niveau.
Hier moet onze jonge vriend de correcte betekenis van de term boutade eens opzoeken, dat kan hem later nog diensten bewijzen. Ook kan iemand wel iets ván zich afzetten, maar in het Nederlands zetten wij onszelf af tégen iets.
Verder vind ik (puur een kwestie van smaak) zijn zin:
Het is exemplarisch voor de flair waarmee Kris Peeters dezer dagen door de Wetstraat flaneert.
weer té mooi geformuleerd. In een politiek artikel is stilistische soberheid niet noodzakelijk een teken van armoede, Ruud.

Een echt testimonium paupertatis is helaas wel een volzin als:
Natuurlijk blijft speculeren over de post-Leterme-era heiligschennis, en daar houden CD&V'ers on the record niet van, maar als het off toch gebeurt, dan valt de naam Peeters voor alle andere.
Of een gallicisme:
Dat blijft een huzarenstukje, want een cadeau was het minister-presidentschap vorige zomer absoluut niet.
Of zijn grammaticale probleempjes:
En, allerminst onbelangrijk, Peeters profiteert à fond van de kansen die zijn bestuursniveau hem bieden.
Of woordjes als:
premiersambities
Of slecht begrepen uitdrukkingen zoals deze contaminatie:
[Dan], maakt Peeters wel even tijd om in een interview te melden dat ze daar in Vlaanderen al lang gedane zaken mee hebben gemaakt.
[gedane zaken maken geen keer, gemene zaak maken met, zelfs komaf maken met &cet]

Of duistere, zelfs enigmatische zinnen als:
De nieuwe minister-president is een pragmaticus, zonder harde schijf bovendien, terwijl humor en zelfrelativering hem niet vreemd zijn.
Ruud zijn slotzin daarentegen:
Het N-VA-partijbestuur komt nu al klaar.
laat aan duidelijkheid juist te weinig over, is een tikkeltje brutaal, een kleine onopgevoedheid.

Volgende keer jouw tekst even herlezen, of liever nog laten nalezen voor je hem inlevert, Ruud!
.

18 maart 2008

Balk en splinter

.
Wie over een gemene inborst beschikt, en daardoor van tijd tot tijd de aandrang voelt om iemand de grond in te boren, zo iemand heeft gewoonlijk weinig moeite om een geschikt doelwit te vinden. Zeker als de man ook Vlaamse kwaliteitskranten leest, kan een blinde greep al volstaan, want de ergernis ligt voor het rapen.
Echter, onmiddellijk stelt zich voor hem dan het probleem der middelen. Dient de man te kiezen voor gelijke wapens, de botte bijl dus, of houdt hij het bij zijn trouwe floret?

Ik dacht vanmorgen op de trein zowel aan bijl als aan floret, maar kwam in de loop van de dag tot de conclusie dat een propje staalwol al wapen genoeg was.
Het artikel van Reynebeau Marc, getiteld “Let op uw woorden” vertoonde tenslotte enkel wat vlekken. Voorts bedacht ik, gemeen, dat schaafwonden meer branden dan steekwonden.
Onze man schreef het volgende:

“Een gestudeerde N-VA'er vroeg zich af of het wel in het belang van een randgemeente is om bij een grootstad te worden gevoegd. Dat is een ernstige en relevante vraag. Maar zie hoe hij die vraag formuleerde: wat er te denken viel over een operatie waarbij 'een aantal landelijke gemeenten in een grootstedelijk wespennest worden meegesleurd' (DS 12 maart).
Het gaat me er nu even niet om dat deze Vlaamsnationalist, die ook nog eens taalkundige en docent is, hier een loeier van een taalfout maakt (het moet 'wordt' zijn in plaats van 'worden')...”


De columnist is zelf ook een gestudeerd man neem ik aan, anders word je geen columnist, en word je niet gevraagd voor grappige shows op de televisie. Nochtans gebruikt hij hier en verderop grootstad, een term die enigszins criticabel is, al wil ik daar niet zwaar aan tillen – het is een goed Belgisch woordje – en schrijft hij ook Vlaamsnationalist zonder streepje. Daar til ik evenmin aan.

Dat hij “worden” vervangen wil zien door “wordt” is erger.
Ik ga er voor het gemak nu van uit dat Marc in zijn studiën Latijn heeft gehad, misschien nog Grieks ook – denken wij aan het onderzoek in de krant van gisteren – al zou hij in dat geval wellicht de constructio ad sensum onthouden hebben uit zijn Spraakkunst. Of de constructie kata sunesin, κατα σύνεσιν om het wat deftiger te houden.
In elk geval, ook zonder Latijn of Grieks weet een gestudeerde Nederlandstalige dat “worden” hier volkomen correct is. Een ongestudeerde weet dat vanzelfsprekend. De VRT-taaldatabank geeft als een voorbeeld: Er zullen een aantal boeken verkocht worden voor het goede doel.

Goed, het kan altijd dat iemand een regel vergeet, en iedereen maakt fouten, zeker als het over grammatica gaat. Vocabularium blijft altijd het allerbelangrijkste in de Taalbeheersing.
Spijtig dan als wij Reynebeau een helemaal onbestaand woordje zien schrijven:
...dat de Vlaamse Wooncode mogelijks discriminerend is.

Mogelijk en zelfs mogelijkerwijs kende ik al, maar mogelijks ?
Ja, dat kende ik ook al, want Reynebeau gebruikte het eerder, en ik reikte hem toen nog kaars en bril aan.
Deze keer moet ik onze recidivist echter ferm ontraden om andere mensen zo terloops, zo offhand op taalfouten te wijzen. .Zinnetjes als: "Het gaat me er nu even niet om dat..." of. "Meneer Doomst, waarom denkt ook u niet eerst even na voor u wat zegt?" ...dát spel is hem te hoog gegrepen, zoals trouwens Mattheüs 7 5 onze columnist al een waarschuwing had moeten wezen:
Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.

Nu kom ik er niet meer toe om over de inhoud van zijn columnpje te spreken, maar dat kwam samengevat hier op neer: Leterme moet eens leren dat hij zijn woord moet breken, anders raken we nooit aan een mooie Belgische regering; die man moet aan de N-VA dringend uitleggen, en vervolgens aan zijn eigen kiezers uitleggen, dat al zijn woorden, tot eergisteren, geveinsd waren, en dat het plan altijd al was om gewoon voort te boeren.
.

18 december 2007

De dood van al onze handelsreizigers

.
Vandaag, net als gisteren en eergisteren, en trouwens de voorbije weken en maanden, stond in het blaadje van marketeer Vandermeersch alweer dat bepaalde zinnetje dat mijn bijzondere wrevel opwekt. Deze keer zette Sturtewagen zijn handtekening als commis-voyageur van dienst, maar dat is niet meer dan een detail, want de koopwaar is bij alle kranten dezelfde.

Aangezien hun kiezers al lang niet meer kunnen volgen waarover het politieke debat de jongste weken nog ging, durven de christendemocraten de risico's aan.

Waar Sturtewagen het precies over had doet er even niet toe, laat mij vertalen: van stemrecht stellen wij oudgediende handelsreizigers van de firma Paars ons niet veel voor. Een goed werkende democratie is eenmaal de vrucht van publieke amnesie en wijdverbreide dwaasheid. Politieke beloften zijn kraaltjes en zilverpapier. Volwassen journalisten gooien die de dag na de verkiezingen meteen weer weg.
Dat geen enkele journalist vóór de verkiezingen heeft gezien wat het belangrijkste thema zou worden ...dat is het publiek helaas nog niet vergeten. De publieke amnesie is selectiever dan onze Desmetten&Vandermeerschen wellicht hadden gehoopt.

Arthur Miller, maar die man is alweer twee jaar dood, dacht nog anders over de taak van een deftige krant: “A good newspaper, I suppose, is a nation talking to itself.
En onze journalisten beseffen geeneens waar de natie over denkt! Bij ons praten kwaliteitskranten dus niet met, maar denigrerend over de natie.
Spijtig trouwens dat ze zoveel stukken moeten leveren, want wat onze koelies nog het liefste doen is werken aan hun verstandhouding onderling én met de machthebbers. Zo mogen zij bijwijlen iets oplikken van de kruimkens die van deze laatsten hun tafelen vallen.

Een mens moet elke dag eten inderdaad, en ik begrijp Sturtewagen zijn collega’s Verschelden en Samyn dan ook als zij in het flutrubriekje “Kreten&Gefluister” hun beklag doen over, in bedekte termen, Leterme natuurlijk.
Want er viel niet genoeg te rapen toentertijd in Hertoginnedal. Maar nu is Verhofstadt er weer!


Bij een van de laatste oranje-blauwe stuiptrekkingen in november was de chauffeur van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) nog zo vriendelijk een thermos koffie te halen voor de half bevroren journalisten op de stoep van de Wetstraat. Het was een zeldzaam moment van oranje-blauwe gastvrijheid. Toen premier Guy Verhofstadt twee weken geleden door de koning in de ring werd gestuurd, gaf hij prompt te kennen dat de journalisten niet langer onbeschut, onverwarmd en dorstig zouden moeten wachten.
En kijk. Terwijl Verhofstadt zondagavond in zijn ambtswoning aan de Lambermontstraat vergaderde met CD&V/N-VA, Open VLD, MR en PS en buiten het kwik tot -3° daalde, hield de premier woord. De wachtende journalisten konden om de hoek in een lokaaltje van het kabinet van staatssecretaris Gisèle Mandaila terecht om even op te warmen. Er stonden koffie, soep en frisdrank voor de dorstigen en wafeltjes voor de hongerigen. 'Want ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven, ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven, ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen', klinkt het in het evangelie naar Mattheus. Verhofstadt is misschien geen christendemocraat, maar hij kent duidelijk zijn klassiekers.

Wat ik wilde zeggen, Wouter of Steven, is dat er verderop in de evangeliën nog interessante zaken staan. Bij Lukas lezen wij over zekere Lazarus (niet de Lazarus die uit de doden is opgewekt, een andere, misschien wel een journalist in volle doen?).

Lukas 16; En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper [toen al] en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; en begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Laat de kruimels, voor de tijd dat het nog duurt, jullie goed smaken jongens! En verder maar hopen op het hiernamaals?


.

2 december 2007

Gebed voor het herenigd Vaderland

.
Op de RTBf, ik weet niet meer welk programma, hoorde ik gisteren de Litanie van Leterme zingen. In tegenstelling echter met de bekende Litanie van Maria, bevatte dit lied geen opsomming van kwaliteiten. Omschrijvingen als Zetel van Wijsheid, Oorzaak onzer Blijdschap, Geestelijk Vat of Spiegel van Gerechtigheid ontbraken. Zelfs Ivoren Toren, of Ark des Verbonds werden Yvo onthouden.

Ze waren nochtans positief begonnen met Issu de Père Wallon, Parfait Bilingue, Supportère du Standard, enzovoort, maar al snel ging het bergafwaarts.
Om kort te gaan: er kon geen goed woord meer vanaf voor de man qui au départ avait tout pour plaire aux Wallons.
Want Leterme, hoorde ik tot mijn verrassing, was onder een buitengewoon goed gesternte van start gegaan. Er heerste bezuiden de taalgrens een algehele welwillendheid vertelden de RTBf-jongens, tot aan de éénentwintigste juli, daarna was het uit.
Die Brabançonnekwestie is ginds zwaarder gevallen dan wij algemeen aannemen. In elk geval, deze vaderlandse verontwaardiging wil men ons aannaaien.
Christophe Deborsu, alweer hij, stelde enige dagen later aan Leterme de vraag welk lied zijn voorkeur wegdroeg, en het ging niet meer over de Marseillaise want hij vroeg nu welk van twee, Vlaamse Leeuw of Brave Zoon, Leterme het liefst hoorde. Eenvoudige vraag, maar het antwoord was slecht.
“Leterme choque les francophones en répondant qu’il trouve le Vlaamse Leeuw plus beau que la Brabançonne.”

Nu weet ik wel – overigens samen met Владимир Ильич Ульянов, bijgenaamd Lenin – dat elke esthetica ook een ethica is, maar toch: verplicht iets mooi vinden, blijft mij zwaar vallen. Politieke gevolgtrekkingen maken bij een kwestie die binnen het domein van de persoonlijke smaak ligt, riekt naar totalitarisme, naar pensée unique of naar politiek-correctheid zo u wil. Wie zou er bijvoorbeeld willen leven in een interieur zoals dat van de nochtans perfecte democraat Dehaene? Ik heb daar eens foto’s van gezien.

Hetzelfde met liedjes. De officiële hymne van Wallonië, Li Tchant dès Walons, is misschien heel mooi maar ik ken hem niet. Ook de Brave Zoon wil ik zedig buiten beschouwing laten, maar de Vlaamse Leeuw kan ik …eigenlijk niet horen.

Met de melodie gaat het nog. Robert Schumann zijn "Sontags am Rhein" maakt die verteerbaar. Maar de tekst vraagt te veel van een mens. Die is zoals iedereen weet afkomstig van de dichter Nikolaus Becker (1809-1845) en begint met „Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein“.
De dichter Georg Herwegh had Becker al onmiddellijk van antwoord gediend:

Was geht mich all das Wasser an,
Vom Rheine bus zum Ozean?
Sind keine freien Männer dran,
So will ich protestieren.

En Heine liet in zijn Wintermärchen de oude Vader Rijn zijn beklag doen over de vele zware stenen die hij te verteren kreeg:

Zu Biberich hab ich Steine verschluckt,
Wahrhaftig, sie schmeckten nicht lecker!
Doch schwerer liegen im Magen mir
Die Verse von Niklas Becker.

Esthetica als ethica? ... akkoord, maar enkel als het moet want ik hoor alle omliggende hymnen eigenlijk liever... God save the Queen, het Deutschlandlied, de Marseillaise, de Internationale .(al kun je die niet goed onder omliggend rekenen), en het Wilhelmus natuurlijk.
.____________

PS: die tweede vraag kwam niet van Deborsu hoor ik: false memory syndrome.

23 juli 2007

Vandermeersch zijn eigen Belgische "gaffe"

.
De hoofdredacteur van Le Standaard is blij vandaag met het schouderklopje dat de Vorst gaf aan de redacties “die zoveel energie gestopt hebben in dat uitzonderlijke en opwindende project”. Wat ik over deze dankbaarheid denk weet u al.
Verder relativeert hij (in zijn eikenhouten stijl) de “gaffe” van Leterme:
[…] een enige, prachtige, vettige Belgische klucht […] op de trappen van de kathedraal waar prinsen huwen en koningen worden begraven.

Dat van die prinsen is juist Peter, en ik voel de neiging om je hier een schouderklopje te geven, maar koningen worden begraven, of bijgezet in de crypte van Laken.

Dat zal ook met de Laatste het geval zijn vermoed ik, als daar tenminste nog plaats is. En anders moeten de ouderen maar wat aanschuiven, ook al vindt mijn geliefde Georges Brassens dat niet helemaal gepast:

Mon caveau de famille, hélas ! n'est pas tout neuf,
Vulgairement parlant, il est plein comme un œuf,
Et d'ici que quelqu'un n'en sorte,
Il risque de se faire tard et je ne peux,
Dire à ces braves gens : poussez-vous donc un peu,
Place aux jeunes en quelque sorte.




Voor Belgische journalisten blijven FEITEN gevaarlijke vijanden.
.

.

21 juli 2007

Even Apeldoorn bellen


Het RTBf-televisiejournaal viel vandaag enkele Belgische toppolitici lastig terwijl die mensen gehaast uit hun auto’s stapten, op weg naar een Te Deum links of rechts. De journalist moet een mensenkenner zijn geweest, of toch goede kenner van het Belgische politiek dier, want hij stelde aan Verhofstadt, Demotte, Leterme &cet. een elementaire, bijna illusieloze vraag:

"Waarom valt de Nationale Feestdag op 21 juli?"

Geen van hen wist iets zinnigs te vertellen… al dient gezegd dat Guy naderhand wel met het juiste antwoord kwam – wellicht na een rustig moment van reflectie, of misschien na een telefoontje? Hij lachte nogal schuldig vond ik, als een schooljongen die betrapt is met een spiekbriefje, en zijn eerste antwoord (als er een was?) bij het binnengaan werd ons helaas onthouden. Maar laten wij niet vooruit lopen op de gebeurtenissen.

Nog niet tevreden met zijn misplaatste anti-Belgische gestook, had de RTBf-man aan Yves ook gevraagd of hij dan toch een strofe van de Brabançonne kon zingen? En jawel, dat kon onze man: “Allons enfants de la patrie-ie-e, le jour de gloire est arrivé…

Bij het buitenkomen van de personaliteiten wilde diezelfde schaamteloze persluis nóg een vraag stellen aan de toekomstige Belgische premier, maar deze liep hem haastig voorbij.

Misschien dat het bij u beter ging, lezer, maar mijn eigen Nationale Feestdag had tot half-achten, moment van het RTBf-nieuws, een enigszins mat verloop gekend.
Rond 19u37 of iets later verdween, even onverklaarbaar als plots, mijn Gentse-Feesten-kater zonder enig medicament.
___________________

Noot van 22 juli: nu ik het filmpje op Youtube herbekeken heb, zie ik dat de eerste reactie van Verhofstadt wel degelijk volledig is uitgezonden, maar wellicht schrapte ik die uit mijn geheugen omdat ze totaal nietszeggend was... Schitterend werk alweer van de RTBf ! Misschien nog het vermelden waard is dat Leterme bij de start van de Tourrit in Duinkerken een vraag kreeg van een Franstalige journalist: wat was zijn lievelingsmuziek? Leterme antwoordde: de Brabançonne…

.

6 juni 2007

In Leterme en in Vande Lanotte zit te veel flogiston

.
Naarmate de kiescampagne vordert gaan sommige politici in moreel opzicht vooruit, anderen weer achteruit.
Tot deze laatste categorie behoren helaas Leterme en Vande Lanotte. Wat die de jongste dagen hebben uitgekraamd over de Armeense genocide is, laten wij het woord maar gebruiken, mensonwaardig.
Nu het er begint om te spannen, beginnen zij tekenen van morele en intellectuele incontinentie te vertonen.
Intellectueel gesproken leven beide heren altijd al een beetje boven hun stand is mijn indruk (ils pètent plus haut que leur cul, zegt de Fransman), maar als er toevallig niets dringends omhanden is valt dat niet aan iedereen op. Deze week echter wreekt zich hun gebrek aan intellectueel gewicht en moreel besef. Ze gaan vanzelf zweven.
Voor Leterme is het natuurlijk vervelend dat zijn kandidaat-soldaat, tegelijk senaatskandidaat Ergün Top ronduit incivieke verklaringen heeft afgelegd over Armenië, en zelfs over het opnemen van de wapens tegen België, in het geval Turkije in conflict zou komen met ons Koninkrijk !
Hypothetisch geval natuurlijk …alhoewel? Turkije bezet militair een stuk van Cyprus, van Europa dus. Volstrekt illegaal, en strikt genomen zou men kúnnen spreken over …een toestand van oorlog.
In eer en geweten moest Leterme zijn senaatskandidaat Top voor elk van deze beide verklaringen laten schrappen van de ledenlijst van zijn partij (en Top zijn burgerrechten moeten trouwens eens bekeken worden). In Nederland gebeuren zulke dingen.
Vande Lanotte is zijn toekomstige coalitiepartner nu bijgesprongen: tegen de Belgische wet in trekt hij de Armeense genocide in twijfel. “Er moet vooral méér onderzoek naar gebeuren”. Het antwoord van iemand die de situatie niet meester is, het intellectueel allemaal niet aankan.
Nu, ook op het moment dat de BHV-kwestie heet was, net toen wist onze professor niet goed of hij als jurist of als politicus moest spreken, want die twee zielen in zijn borst gaven hem twee verschillende antwoorden. Het werd de politicus die sprak, en Vande Lanotte veracht de wet moesten wij besluiten.
Karel De Gucht dan weer, die misschien moed heeft geput uit de standpunten van Sarkozy, verklaart nu: "Wat hij [Leterme] zegt, is een platte tjevenstreek, die ik enkel kan verklaren door het feit dat hier meer Turken dan Armeniërs wonen."
Dat staat zo in De Morgen, en het is heel flink van Karel want vroeger – toen hij als Buitenlandminister nog stage liep – sprak hij heel andere taal.
De Gucht heeft dus, in tegenstelling met zijn collega's, vooruitgang gemaakt in het zicht van de eindmeet.
Maar graag wil ik nu snel het standpunt horen van de Turkse kandidaten op de VLD-lijsten. Kan dat nog vóór zondag? Zou ergens een journalist zich kunnen vrijmaken voor dit karweitje?
.

4 juni 2007

Onze eigen Drie-Keizersslag

.
Het grote debat vanavond tussen de drie kanseliers heb ik niet kunnen zien, omdat ik juist op dat ogenblik in elegant gezelschap een pint aan het drinken was op de Graslei. De conversatie daar ging weliswaar over koetjes en kalfjes, maar was toch levendig en interessant genoeg om ons bezig te houden, ook al gingen vanzelfsprekend de gedachten van tijd tot tijd uit naar de historische veldslag die zich op het kleine scherm aan het voltrekken was.

.Ik hoor nu in de samenvatting van het radionieuws, dat het een evenwichtig debat is geworden, mét inhoud. Bravo, dat is al een opluchting. En, anders dan in Austerlitz: .geen van de drie kanseliers ging af.
Dat kon ook moeilijk zou ik denken want de zelfgekozen thema’s waren blijkbaar werk, justitie en milieu. Drie zaken waarover je het wel eens kunt worden, aangezien je aan twee ervan weinig kunt veranderen. Justitie dan: hier inderdaad valt het mennèdzjment nog wat te verbeteren moet Guy gezegd hebben.
Thema’s als BHV, of nog immigratie, nationaliteitsverwerving, importbruiden, of tout court de verenigbaarheid van de islam met een beschaafde Westerse maatschappij …die lijken geen rol van betekenis te hebben gespeeld. Wellicht omdat er een kanselier ontbrak in het debat, en tegelijk alle anderen de oude Burgermanifesten vergeten waren.
Verbeter mij lezer als die zaken wél ter sprake kwamen, maar nu lijkt het mij haast alsof dit debat, zoals men zegt een maat voor niets is geweest.
.

15 mei 2007

Niet lastig worden laat op de avond, hé Guy!

.
Of er een debat moet komen tussen de kopmannen van de eerste en de vierde partij van Vlaanderen betwijfel ik, maar waarvan ik mij zelfs niet bewust was, is dat wij straks eerste-ministerverkiezingen zullen hebben. Parlementsverkiezingen waren het toch? nog geen formateursverkiezingen.
Guy moet niet te lang op zo’n debat blijven aandringen wil ik hem zeggen, want waar blijft zo het respect voor onze Vorst Albert Coburg en diens koninklijke prerogatieven?
Akkoord, het gaat wat stroef in Guy zijn partij, en net dan is onze Noël de oude niet. Een ongeluk komt nooit alleen. Daarom dat ik mijn nederige diensten aanbied.
Ik zie mijn stadsgenoot Guy al niet graag een blauwtje lopen, maar wat ik nog minder graag zou zien is dat hij straks de indruk geeft van iemand die te lang op café is blijven plakken, lastig wordt omdat hij zijn gelijk niet meer haalt, en dan tegen een andere toogpilaar begint te roepen: Koom ne kier mee buiten, joengene! G'hèt gien herte!
.

Overigens is dat soort debatten futiel: Kennedy won omdat Nixon zich die ochtend slecht geschoren had.
De oervorm van dit TV-format.

.

17 augustus 2006

Over de Franstalige cortex


De vraag of de Franstaligen van Brussel en de Vlaamse Rand intellectueel minderwaardig zijn ­– zoals minister-president Leterme in Libération beweerde ­– is, om het op zijn Brussels te zeggen niet in-een-ik-en-een-gij te beantwoorden. Voer voor psychologen.

Puur als amateur wil ik mij wel aan een antwoord wagen, maar daarbij zou ik niet graag in aanvaring komen met de professionals van het Anti-Discriminatiebureau. Yves Leterme zelf zag dat gevaar ook, en van zijn eigen moed wellicht wat geschrokken heeft hij rap laten weten dat het maar om te lachen was. Onnodig wat mij betreft, want in het zicht van de verkiezingen had ik hem ook zo begrepen.

Maar over zijn uitspraak zelf nu: zijn inderdaad onze Franstalige medemensen cerebraal minder- of toch andersvalide?


– Een kleine excursus van prof.dr.sc..Elio di Rupo (die blijkbaar insinueerde dat Leterme zich in het Frans niet kan uitdrukken, én dat Libération ook journalisten in dienst zou hebben die een interview in het Nederlands aankunnen): “Comment dire ...het iis aan Lienks op de prentsche wej zien de center voor te verstaan of te begreeip die tael, en aan Rex tis proper gezeg, voor te spreek hemzelf”.

Voer voor psychologen dus, maar helaas: ik vermoed dat hun antwoorden zullen verschillen al naargelang de school waartoe zij behoren. Een behaviorist zal misschien zeggen dat de proefopstelling met de faciliteiten wetenschappelijk gesproken voldoende tijd in beslag heeft genomen, dat veel kredieten ondertussen zijn opgebruikt, en dat na al die jaren er bij de Franstalige onderzoeksobjecten (die hij ter vereenvoudiging zich voorstelt als zwarte dozen met een in- en output) geen significante verschillen worden genoteerd. Zo’n resultaat kan aan veel factoren liggen – slechte proefopstelling, slechte of ontbrekende bedrading binnenin die dozen misschien, maar over dat laatste kan onze behaviorist per definitie niets vertellen want hij houdt zich enkel bezig met in- en outputs. Op zich is dat nuttig, maar laten wij ook eens kijken wat anderen misschien te vertellen hebben.
Ik stel voor dat wij de geit bij de horens vatten en meteen bij Alfred Adler te rade gaan, de middelste van de drie gebroers Freud, Adler & Jung, en de man van de orgaanminderwaardigheid. Mogen wij nu – omdat uit vele cijfers blijkt dat overal, dus niet enkel in België het pover is gesteld met de talenkennis van de francofonen – mogen wij daaruit besluiten dat Franstaligen, gemiddeld welteverstaan, over een erbarmelijk stel hersens beschikken?
Ik meen van niet, al zijn er natuurlijk voorbeelden genoeg die mij tegenspreken. Denken wij nog maar aan Laken, waar de taalbaden zo weinig effect hebben. Een slecht exempel echter, zou hier onze arme koningin zijn, die thuis immers Italiaans sprak. Ik denk meer aan haar nazaten. Trouwens die koningin was vroeger heel mooi, en bij haar Blijde Intrede in Gent moesten wij met de jongens van de school defileren aan het Zuidpark, langs de tribune waarop zij gezeteld was, en dat liet ons niet onberoerd maar wij hielden ons gemak en begonnen niet zoals baron Vastapane schunnige liedjes te zingen in de trant van: “En maane vlieger, mee zaane steert, hij goat omhuuge, ‘t es ’t ziene weerd”.
Nee, orgaanminderwaardigheid is het ook niet.
In Brussel ben je als Nederlandstalige nog gelukkig als je te horen krijgt: Ah, keske c’est difficile le flamand! .Ze doen dan net of l’allemand en l’anglais stellen minder een probleem, enkel het Nederlands doet dat. Maar eigenlijk is er maar één taal die zij gemakkelijk vinden, en een andere vertikken zij te leren. De anderen moeten zich maar aanpassen ofwel opkrassen is hun devies. In Zwitserland is het Schwytzerdeutsch te moeilijk, in België het Nederlands. In Brussel lijkt zelfs goed Frans hen te moeilijk, zou ik als Nederlandstalige willen opmerken, mais passons: het is niet eenvoudig voor verfranste Vlamingen om de echte Fransen te imiteren.

Het ligt aan de Franse XVIIde -enXVIIIde E., periode die Franssprekenden zowat overal ter wereld (met uitzonderingen: we hebben het hier bv. niet over Québec) met een hopeloos verouderd superioriteitsgevoel heeft opgezadeld. Begrijpelijke nostalgie naar een tijd toen heel Europa nog Frans sprak, van Lissabon tot Moskou. Maar zelfs al in de XIXde E. waren zij lichtelijk belachelijk, zoals de dichter Heinrich Heine hier liefdevol noteert (hij bracht de tweede helft van zijn leven in Parijs door):

Es will mich manchmal bedünken, als seien die Köpfe der Franzosen, eben so wie ihre Kaffeehäuser, inwendig mit lauter Spiegeln versehen, so daß jede Idee, die ihnen in den Kopf gelangt, sich dort unzähligemal reflektiert: eine optische Einrichtung, wodurch sogar die engsten und dürftigsten Köpfe sehr weit und strahlend erscheinen.
Die romantische Schule, Paris 1835
Vaak komt het mij voor als waren de koppen van de Fransen, net als hun cafés vanbinnen louter met spiegels bekleed, zodat elk idee dat hun kop te binnen schiet daar ontelbare malen gereflecteerd wordt: een optische inrichting waardoor zelfs de meest benauwde en schamelste koppen zeer ruim en stralend lijken.

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html