30 juni 2026

De vrede verstoord in Monaco


Zo te horen ging het er destijds in Monaco rustiger aan toe dan vandaag. Je had daar sinds 1863 wel het Casino van Monte Carlo, waar Alexandre Dumas, Ivan Turgenjev, Eduard Douwes Dekker en later ook Graham Greene zich geregeld lieten zien, maar dat gaf geen problemen.

Vandaag komen er nogal wat Russen en Oekraïners aan de roulettetafel, maar ook die mensen leven er overwegend vredig met elkaar. Over uitwijzingsbevelen hoor je nooit iets. Waarom zou iemand met zijn eerlijk verdiende centjes niet eens mogen spelen tenslotte?

Nu ging de prins van Monaco ook vroeger al lankmoedig om met uitwijzingsbevelen, lezen we bij Maupassant.


Deze vorst is noch bloeddorstig, noch wraakzuchtig, en wanneer hij iemand verbant – want dat doet hij wel – wordt deze maatregel met eindeloze omzichtigheid toegepast.
Is hier bewijs voor nodig?
Op een dag dat alles tegenzat beledigde een verstokte gokker de vorst. Hij werd bij decreet verbannen.
Een maand lang zwierf hij rond het verboden paradijs, uit angst voor het zwaard van de aartsengel in de gedaante van de sabel van een gendarme. Op een dag waagde hij het eindelijk, overschreed de grens, bereikte in dertig tellen het hart van het land en drong het Casino binnen. Maar daar hield een ambtenaar hem plots tegen:
– Bent u niet verbannen, meneer?
– Ja, meneer, maar ik vertrek met de eerste trein.
– O! In dat geval, prima meneer, komt u binnen.
En elke week keert hij terug; en elke keer stelt dezelfde saaie ambtenaar hem dezelfde vraag, waarop hij hetzelfde antwoord geeft.
Kan gerechtigheid nog milder zijn?


Guy de Maupassant
Contes et Nouvelles (1875-1883)
in: Bouquins, Robert Laffont, 1988, Tome 1, pp.617-18

22 juni 2026

De Koperen Ploert


De uitdrukking ‘koperen ploert’, ter aanduiding van de Zon, zullen vandaag velen naar waarde weten te schatten. Ik trof ze lang geleden aan in een boek –welk weet ik niet meer– van Gerard Reve. Weer een prachtvondst van hem dacht ik.

Niets van! De uitdrukking werd gebruikt in Nederlands-Indië en komt uit de soldatentaal. Dat leerde ik bij Dr. F.P.H. Prick van Wely, in Neerlands taal in 't verre Oosten (1906).
 
Nu is zoals wij weten de zon een grote vuurbal, en als zodanig gevaarlijk voor mens en dier. Maar niet alleen voor hen! Ook boeken mogen niet aan de zon worden blootgesteld. Mensen die bijvoorbeeld op het strand boeken lezen, mag je zonder meer Vijanden van het Boek noemen.
Nochtans vermeldt William Blades de zon niét in The Enemies of Books (1888),* terwijl hij toch heel wat vijanden opsomt, en vuur de grootste van allemaal noemt:

Hoofdstuk I:       Vuur
Hoofdstuk II:     Water
Hoofdstuk III:    Gas en warmte
Hoofdstuk IV:    Stof en verwaarlozing
Hoofdstuk V:      Onwetendheid en fanatisme
Hoofdstuk VI:    De Boekworm
Hoofdstuk VII:   Ander ongedierte
Hoofdstuk VIII: Boekbinders
Hoofdstuk IX:    Verzamelaars
Hoofdstuk X:      Bedienden en kinderen

CHAPTER I. FIRE.
THERE are many of the forces of Nature which tend to injure Books; but among them all not one has been half so destructive as Fire. It would be tedious to write out a bare list only of the numerous libraries and bibliographical treasures which, in one way or another, have been seized by the Fire-king as his own. Chance conflagrations, fanatic incendiarism, judicial bonfires, and even household stoves have, time after time, thinned the treasures as well as the rubbish of past ages, until, probably, not one thousandth part of the books that have been are still extant. This destruction cannot, however, be reckoned as all loss; for had not the "cleansing fires"
** removed mountains of rubbish from our midst, strong destructive measures would have become a necessity from sheer want of space in which to store so many volumes.

Talrijk zijn de Natuurkrachten die Boeken schade weten toe te brengen; maar geen van allemaal is ook maar half zo verwoestend als Vuur. Het zou een hele klus zijn om alleen al een lijst op te stellen van de talloze bibliotheken en bibliografische schatten die de Vuurkoning op de een of andere manier tot de zijne heeft gemaakt. Toevallige branden, fanatieke brandstichting, gerechtelijke brandstapels en zelfs huiskachels hebben keer op keer zowel de schatten als de rommel uit vervlogen tijden uitgedund, totdat er waarschijnlijk niet een duizendste deel van de boeken die er ooit waren, bewaard is gebleven. Deze vernietiging kan echter niet als een volslagen verlies worden beschouwd, want als het „louterend vuur”** geen bergen rommel uit ons midden hadden verwijderd, zouden ingrijpende vernietigingsmaatregelen noodzakelijk zijn, puur uit gebrek aan ruimte om zoveel boekdelen op te bergen.
__________________ 
  * Zijdelings wijst hij erop, in hoofdstuk IV, dat je in sommige bibliotheken de stofdeeltjes in de zonnestralen ziet dansen.
** Bijbels thema. Job 23:10 Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen. Katholieken denken hier aan de loutering in het vagevuur, het purgatorium, een begrip dat zowel Luther als Calvijn verwierpen. Ook Anglicanen verwerpen die Roomse visnochvleesoplossing.

William Blades
The Enemies of Books
Revised and Enlarged by the Author, 1888
2015 Cambridge University Press

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html