Posts tonen met het label Houellebecq | Michel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Houellebecq | Michel. Alle posts tonen

26 augustus 2025

Sartre als collateral damage

 Iemand een lul noemen en het nog laten drukken ook ...dat kan vandaag niet meer, zelfs niet in een literaire kritiek. Wij zijn veel fijngevoeliger geworden. Helaas ook minder grappig dan Houellebecq hier.

Hij neemt de dichter Prévert onder vuur, maar wat ik in zijn essay bijzonder apprecieer is dat hij langs zijn neus weg ook Sartre noemt, zonder aan die kerel verder nog een woord te besteden. Maar die twee namen staan zo hinderlijk dicht bij elkaar. Zijn kritiek betreft natuurlijk niet alleen Prévert.

Wie het hele essay wil lezen, en nog zeven andere essays, kan voor 3€ terecht bij:
 

Jacques Prévert est un con

Jacques Prévert est quelqu’un dont on apprend des poèmes à l’école. Il en ressort qu’il aimait les fleurs, les oiseaux, les quartiers du vieux Paris, etc. L’amour lui paraissait s’épanouir dans une ambiance de liberté ; plus généralement, il était plutôt pour la liberté. Il portait une casquette et fumait des Gauloises ; on le confond parfois avec Jean Gabin. [...]
Après guerre, à peu près à la même époque que Jean-Paul Sartre, Jacques Prévert a eu un succès énorme ; on est malgré soi frappé par l’optimisme de cette génération. Aujourd’hui, le penseur le plus influent, ce serait plutôt Cioran. À l’époque on écoutait Vian, Brassens**… Amoureux qui se bécotent sur les bancs publics, baby-boom, construction massive de HLM pour loger tout ce monde-là. Beaucoup d’optimisme, de foi en l’avenir, et un peu de connerie. À l’évidence, nous sommes devenus beaucoup plus intelligent
s.

Jacques Prévert is een lul

Jacques Prévert is iemand van wie je op school gedichten leert. Daaruit blijkt dat hij van bloemen hield, van vogels, van de oude wijken van Parijs enzovoort. Liefde leek hem in een sfeer van vrijheid
te ontluiken; algemeen gesproken was hij eerder vóór vrijheid. Hij droeg een pet en rookte Gauloises; soms verwart men hem met Jean Gabin. [...]
Na de oorlog, ongeveer in dezelfde periode als Jean-Paul Sartre, had Jacques Prévert enorm veel succes; ongewild treft je toch het optimisme van die generatie. Tegenwoordig is Cioran wellicht de meest invloedrijke denker.*
In die tijd luisterden we naar Vian, Brassens**... Verliefde stelletjes die op een bank zitten te zoenen, de babyboom, de massale bouw van sociale woningen om al die mensen te huisvesten. Veel optimisme, geloof in de toekomst en iets van dwaasheid. Het is duidelijk dat wij een stuk intelligenter zijn geworden.
_______________
  * Dit essay verscheen in 1991.
** Hij stak zelf ook de draak met de Prévert-mode, maar hield daarbij zijn manieren, wat je van Houellebecq natuurlijk niet kunt vragen. Pour un tel inventaire il faudrait un Prévert, zong Brassens in Le Pluriel.

27 juni 2025

Hoever mag een auteur gaan?

Michel Houellebecq laat in anéantir een personage, een babyboomer, enkele van zijn lievelingsauteurs opnoemen, en tot mijn groot plezier waren dat onder meer Cardinal de Retz, Joseph de Maistre, Stendhal en Alexandre Dumas.

Ook zegt Houellebecq terecht dat die babyboomers voor een ware cultuuromslag hebben gezorgd:

... dat zeer specifieke moment waarop, voor het eerst in de wereldgeschiedenis, de populaire cultuur zich esthetisch superieur toonde aan de culturele productie van de elite. De genreroman, misdaad of sciencefiction, was in die tijd veruit superieur aan de mainstream roman; stripverhalen waren stukken beter dan de creaties van de officiële representanten van de beeldende kunst; en bovenal maakte de populaire muziek de gesubsidieerde pogingen tot “experimentele” muziek belachelijk.

Kunnen we allemaal volgen, maar op een ander specifiek moment laat hij Cécile, een uitmuntende kokkin, in de gastronomische hoofdstad van Frankrijk, in Lyon asperges met sauce hollandaise voorschotelen aan een gezelschap van rijke burgers.

Geen kwaad van die sauce hollandaise –er bestaat geen lekkerder saus– maar Cécile dient die asperges wel op in januari, terwijl het seizoen pas in april begint, en eindigt zoals u weet op 24 juni, de dag van Sint Jan Baptist.

Mij stoort het niet dat Houellebecq geregeld onfatsoenlijke woorden gebruikt die je in een deftig woordenboek niet zult aantreffen en dan op het web moet zoeken, maar hier gaat hij wel érg ver.


anéantir
2022



10 juni 2025

Gent die Teerhartige (en mercantiele)

 Als kleine jongen kon je vroeger in het Gravensteen allerlei marteltuigen zien. Vorken, halsbanden, een soort procrustesbed, brandijzers, duimschroeven enzovoort, maar het indrukwekkendst was toch de guillotine. Die dingen hadden lang geleden echt dienstgedaan, en wij controleerden altijd het touw, om te zien of dat mes bovenaan nog wel goed vasthing.

Sinds kort echter weten wij dat Gent liefde is, en dus verdwenen al die leerzame instrumenten om de consumptielust van de duizenden disneytoeristen niet te bederven, en die zaal vrij te maken voor lucratieve activiteiten. Maar je kunt eenmaal niet alles hebben, en voortaan moet de kleine Gentenaar het zonder aanschouwelijk onderricht stellen.

In zijn Wintermärchen legde Heinrich Heine aan keizer Barbarossa uit wat een guillotine precies was, en waar ze voor diende. Keizer Roodbaard leefde eeuwen vóór de uitvinding van dr.Guillotin, en het was allemaal nieuw voor hem maar hij begreep alles want Heines uitleg was zeer duidelijk.

Ook Michel Houellebecq, in zijn roman anéantir (Flammarion 2022), geeft een omstandige uitleg bij de werking van deze machine, en wellicht tot schrik van het Gentse Stadsbestuur voegt hij er een illustratie bij. Hij vermoedt dat zijn lezer die schok wel aankan.




13 december 2024

Matthéüs 2:5 Want alzo is geschreven door den profeet Michel

 Michel Houellebecq had het premierschap van François Bayrou in 2015 al voorzien. Hieronder vertaal ik (snel en dus slordig) een stukje uit Soumission:

Danig opgewonden probeerden om beurt de journalisten van de nieuwszenders de hele middag iets meer te weten te komen over de voorwaarden van het akkoord en de verdeling van de ministeries, waarbij ze telkens hetzelfde antwoord kregen over de ijdelheid van politieke overwegingen, de dringende noodzaak van nationale eenheid en het helen van de wonden van een verdeeld land, enz. Dat alles was te verwachten, het was voorspelbaar. Wat minder voorspelbaar was, was de terugkeer van François Bayrou op de voorgrond van het politieke toneel. Hij was een ticket overeengekomen met Mohammed Ben Abbès, die had toegezegd hem tot premier te benoemen als hij de presidents-verkiezingen zou winnen.

De oude politicus uit de Béarn, die in bijna alle verkiezingen van de afgelopen dertig jaar was verslagen, deed er alles aan om met behulp van verschillende magazines een imago van trots op te bouwen. Geregeld liet hij zich fotograferen, leunend op een herdersstaf en met een pelerine in de stijl van Justin Bridou, in een wisselend landschap van weiden en akkers, meestal in de streek van Labourd. Het beeld dat hij in zijn vele interviews wilde uitdragen was –à la De Gaulle– dat van de man die "nee" heeft gezegd.

Soumission
2015


3 oktober 2023

Welgekomen stoorzenders


Na het omslaan van de laatste bladzijde van een boek beslist de lezer zelf zelden of nooit wat zijn volgende boek zal zijn – velen zullen dit merkwaardige fenomeen herkennen. Er zijn Latijnse traktaten geschreven over de vrije wil en over de ontkenning ervan, de predestinatie, en wellicht geven die werken bescheid maar de stamina om ze te lezen ontbraken me steeds weer. 

Van het ene boek komt het andere, dat weten we, maar er kunnen ook andere mechanismen in het spel zijn: soms speelt die kwestie van de al dan niet vrije wil helemaal geen rol, en word je door anderen zedelijk verplicht om een boek of een auteur te lezen.

Zo maande Jean-Pierre Rondas – een man met enig gezag – me tot de lectuur van Houellebecq, terwijl ik mij met plezier in Alexandre Dumas met zijn Musketiers aan het verdiepen was (volgens mijn principe dat een auteur een eeuw of twee-drie onder de zoden moet liggen voor ik hem lees).
Gehoorzaam las ik dus Houellebecq, en na vier boeken moet ik Rondas gelijk geven.

Bij deze onderneming werd ik trouwens stevig geholpen door een lezeres van victacausa, die met verbazing had gezien dat ik mijn eerste Houellebecq nog ter hand moest nemen. Prompt stuurde ze mij vier van zijn boeken! Ik stelde bedremmeld voor om dan minstens de portkosten voor mijn rekening te nemen, maar de lieftallige weldoenster wees dit af.

Nu dacht ik me in alle rust weer aan Dumas te kunnen wijden, maar toen kwam Benno Barnard – een man met enig gezag – de rust weer verstoren. Hij wees me op een auteur van wie ik nog nooit had gehoord: Anna Maria van Schurman, een Nederlandse tijdgenote van de Franse femmes savantes, uit de Gouden Eeuw. Haar geschrift inspireerde Mary Wollstonecraft en het echte feminisme, waar wij nu alleen nog een karikatuur van kennen.
Gelukkig is haar korte traktaat vertaald  uit het Latijn, en wel zeer levendig  en dus moet Dumas helaas weer een plaatsje opschuiven.

Anna Maria van Schurman
Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap
Vertaling Renée ter Haar
Dissertatio de ingenii muliebris ad doctrinam & meliores litteras aptitudine
(Elsevier, Leiden 1641)
Inleiding Angela Roothaan
Samenstelling Jacob Bouwman
Uitgeverij Noordboek, Gorredijk, 2021

5 juni 2023

Houellebecq over de media

 Laat me meteen bekennen dat ik nooit eerder een boek van Houellebecq gelezen, of zelfs maar gekocht had. Dat hij nog in leven is speelde tegen hem, want ik lees meestal auteurs die al een eeuw of twee-drie onder de zoden liggen. Maar nu kwam de man vorige maand met een klein boekje, 100 bladzijden of zo, en dat leek me een gelegenheid om met hem kennis te maken.

Het gaat over een pornokwestie in Amsterdam waarin hij verwikkeld is – er loopt blijkbaar nog een beroepsprocedure voor de rechtbank daar – maar soms zegt hij dingen van meer algemeen belang en is hij ook geestig, een vereiste van elke goede auteur.

Hier een voorbeeld:

Ik heb lang naar de nieuwszenders gekeken, hoewel ik me steeds meer ergerde aan de helse lengte van hun reclameblokken. Na de eerste drie maanden van de COVID-crisis gaf ik het op omdat ik het speciale programma onverteerbaar vond dat de klok rond aan deze oninteressante pandemie werd gewijd. In principe gaan nieuwszenders ervan uit dat één onderwerp, en alleen één onderwerp op een bepaald moment het nieuws uitmaakt, maar dit ging te ver en ik voelde dat mijn relaties met de medische wereld, die tot dan toe uitstekend waren geweest, er uiteindelijk onder zouden lijden. Ondanks de pittoreske kandidatuur van Éric Zemmour ben ik er nooit werkelijk in geslaagd om weer aan te haken, en de oorlog in Oekraïne hielp ook niet echt en leerde me alleen dat generaals nog saaier kunnen zijn dan dokters.

Michel Houellebecq
Quelques mois dans ma vie
Octobre 2022 - Mars 2023
Flammarion, Mai 2023, p.75

11 februari 2022

De EU-Propagandastaffel aan het werk

.

Enige tijd geleden bracht de Europese Raad een affiche uit met de boodschap: Beauty is in diversity, as freedom is in hidjab. Die vergelijking beviel me wel. Beide beweringen afzonderlijk mogen dan wankel zijn, dat maakt de gelijkstelling ervan nog niet gammel, immers: ex falso sequitur quodlibet.

De EU-club liet toen zijn eigen vlaggetje naast dat van de Europese Raad op de affiche afdrukken maar wilde nu ook zelfstandig iets doen. Ze kwamen met een eigen boodschap: L’avenir est entre vos mains – Faites entendre votre voix.

Natuurlijk willen die dames en heren de toekomst juist in eígen hand houden (ze zien hun vereniging trouwens als een echte staat die ze voortvarend ‘Europa’ noemen), en dat ze naar de stem van de bevolking willen luisteren is helemaal van de gekke.

Mathieu Bock-Côté – een chroniqueur die niet op de officiële Franse zenders komt, maar wel op CNews – legt het hieronder nog eens uit, en als Québécois doet hij dat heel snel:


Wat zegt Houellebecq ons in Soumission? Dat alles bijeen de Europese elites heel het psychologisch mechanisme al klaar hebben om – de dag dat er een historische schok zou optreden, of de demografische omslag zich zou voltrekken – zich te onderwerpen. Zij hebben al gecapituleerd. En hun bedoeling is niet zich te verzetten tegen de islamisering, tegen het islamisme: zij willen juist weerstand bieden aan diegenen die zich tegen het islamisme verzetten.
Zij nemen met andere woorden veelmeer aanstoot aan de revolte die zij ‘populistisch’ noemen, liever dan aan wat die ‘populisten’ tot woede aanzet. Het echte gevaar in hun ogen is wat zij xenofobie noemen, nationalisme, zich op de identiteit terugplooien, een hele reeks termen die men gebruikt om diegenen te diskwalificeren, te discrediteren, die zeggen: euh ...dat wordt niét het symbool van Europa.
Uiteindelijk zijn zij meer beducht voor hun volkeren, voor hun eigen bevolking, hun historische bevolking, dan ze dat symbool vrezen. En zo komt het dat zij in elke onwil bij deze nieuwe fase in de symbolische opbouw van Europa een psychisch regressieverschijnsel zien.
We hebben hier dus elites die …uiteindelijk is hun doelstelling onze samenlevingen zachtjes, rustig aan en geweldloos voor zover dat mocht lukken, naar een historisch nieuw keerpunt te loodsen, naar een nieuw beschavingsmodel.
Over die zienswijze, die de psychologie overstijgt: dat is de reflex van elke bourgeoisie die aanvoelt dat er zich een nieuw regime vestigt. Koste wat het kost doen zij er alles aan om hun maatschappelijke positie te behouden, al moesten ze daarvoor hun woorden inslikken, andere kleren aantrekken, nieuwe symbolen accepteren, een andere identiteit aannemen. Zolang zij hun plekje maar behouden zijn ze tot elke knieval bereid, zijn zij bereid tot om het even welk teken van onderwerping.

  

Qu’est-ce qu’il nous dit dans Soumission Houellebecq? Que globalement les élites européennes ont tout le mécanisme psychologique déjà construit pour se soumettre le jour où il y a ...où un choc historique arriverait, où le basculement démographique aurait lieu. Ils ont déjà capitulé. Et leur objectif, ce n’est pas de résister à l’islamisation, ce n’est pas de résister à l’islamisme : leur objectif c’est de résister à ceux qui résistent à l’islamisme. Autrement dit, ils sont bien plus scandalisés par les révoltes qu’ils disent ‘populistes’ plutôt par ce qui inspire la colère des ‘populistes’.
De leur point de vue le vrai danger, c’est ce qu’ils appellent la xénophobie, le nationalisme, le repli identitaire, tout une série de termes utilisés pour disqualifier, pour discréditer ceux qui se disent : heu  ...ça ne va pas être le symbole de l’Europe.
Donc ils redoutent finalement d’avantage leurs peuples, leurs propres peuples, leurs peuples historiques, ils les redoutent d’avantage que ce symbole. Et à partir de là, toute volonté de refuser cette nouvelle étape dans la reconstruction symbolique de l’Europe est vue comme psychologie régressive.
Donc nous sommes devant des élites qui finalement ...leur objectif c’est d’accompagner doucement, tranquillement, pour peu que ça se fasse sans violence, nous sociétés vers un basculement historique, un nouveau modèle de civilisation.
On pourrait dire de ce point de vue au-delà de la psychologie : c’est le réflexe de toutes les bourgeoisies quand elles sentent qu’un nouveau régime s’installe, elles font tout pour maintenir leur position sociale à tout prix, devraient-elles changer de discours, changer de tenue, changer de symboles, changer d’identité. Pourvu qu’elles ne perdent pas leur place, elles sont prêtes à toutes les génuflexions, sont prêtes à tous les gestes de soumission.

24 november 2017

Raphaël Enthoven


In Frankrijk is er beroering ontstaan over een vertaling – ja, het blijft een cultuurland. Het gaat om één nieuwtestamentisch vers dat een vers jasje kreeg.
In de stichtingsoorkonde van ons Nederlands, de Statenvertaling van 1618-19 luidde het: (Matthéüs 6:13) En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Een duidelijk verstaanbare bede van de gelovigen, gericht aan hun Vader die in de hemelen verblijft.
In 1667 vertaalde Isaac Lemaistre de Sacy: et ne nous laissez point succomber à la tentation; mais delivrez nous du mal.
Ook heel begrijpelijk, al staat er in het Grieks noch in het Latijn iets over “bezwijken”. Het Grieks zegt μή εἰσενέγκῃς ἡμᾶς: een aorist 2de persoon enkelvoud van εἰσφέρω, naar binnen dragen, binnenvoeren in. En de Vulgaat zegt ne inducas nos, van inducere: voeren, leiden, brengen in. Dat “bezwijken” was een dichterlijke vrijheid van Lemaistre de Sacy, die blijkbaar besefte dat voor bekoringen de mens gewoonlijk tóch bezwijkt, en die voorafgaande stap van het in bekoring brengen dus achterwege kon blijven.
Een latere Franse vertaling maakte die sprong niet meer: et ne nous induis pas en tentation, mais délivre-nous du mal. Nog later, en tot vandaag had de officiële versie van het Franse Onze Vader: Ne nous soumets pas à la tentation.

Maar nu moeten vanaf drie december, de eerste zondag van de Advent, de Franse katholieken het anders zeggen: Ne nous laisse pas entrer en tentation. Dat soumettre, die soumission dus is weggevallen.

Woorden leiden hun eigen leven, en na de roman van Houellebecq kreeg soumission een bijzondere klank. Dat bracht de filosoof Raphaël Enthoven ertoe – Carla Bruni wijdde een liedje aan hem en schonk hem een zoon –  in die nieuwe vertaling een soort ‘islamofobe’ reflex te zien, onder het mom van een betere tekstgetrouwheid. Vergezocht en krankzinnig natuurlijk, maar daar ben je ook een politiek-correcte filosoof voor.
Hij werd hiervoor zwaar op de vingers getikt, en zelf zag hij ook snel in dat zijn bewering nergens op sloeg. Enthoven geeft zijn commentaren op de actualiteit, vaak heel grappig en spiritueel, elke dag op Europe1, en sloeg daar een uitgebreid mea culpa:

Quel est l’ennemi commun, l’ennemi de tous, l’ennemi du public n°1? C’est pas le catholicisme, ni l’islâm ni le judaïsme ni la laïcité bien sûr. Le seul ennemi que nous ayons tous à redouter, collectivement, le cauchemar du débat c’est le procès d’intention. Qu’on en fasse ou qu’on en subisse. C’est l’accusation indémontrable qui souille l’accusé sans exposer l’accusateur à un démenti argumenté.



Wat is de gemeenschappelijke vijand, de vijand van allen, de publieke vijand nummer één? Dat is niet het katholicisme, noch de islam, noch het judaïsme noch de vrijzinnigheid natuurlijk. De enige vijand waar we allen, gezamenlijk beducht voor moeten zijn, de gruwel van elk debat is het intentieproces. Of men het nu zelf voert of het ondergaat. Het is de onbewijsbare beschuldiging, die de beschuldigde besmeurt zonder dat men de beschuldiger een onderbouwde ontkenning voor de voeten werpt.

Alles goed en wel, heel eervol van Raphaël, maar dat nevenschikkend rijtje – catholicisme, islâm, judaïsme et laïcité – bevalt mij dan weer niet. Hij blijft een politiek-correcte filosoof.

Amen, of om met de Grieken te spreken: ἀμήν.

25 juli 2016

Wat te verkiezen, de stad of het land?


Houellebecq heb ik op enkele korte stukken na niet gelezen, maar door zijn toedoen nam ik toch Joris-Karl Huysmans (1848-1907) ter hand. Die halve Hollander schrijft op een manier die je eigen misantropie, mocht die aanwezig zijn, sterk kan relativeren.
Iedereen kent het klassieke gedicht van de echte Hollander Jakobus Cornelis Bloem, anderhalve generatie na Huysmans, waarin hij de stad – Amsterdam in dit geval – verheerlijkt en de natuur tussen haakjes plaatst. Hij schrijft het zo mooi dat het hier moet staan – daarna komt ook Huysmans beter tot zijn recht:

       De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig in de Dapperstraat.


Bij Huysmans – in Certains, 1889 – lezen we over Parijs. Hij ziet niet veel goeds in die stad:

[...] cette honte du goût moderne, la rue; ces boulevards sur lesquels végètent des arbres orthopédiquement corsetés de fer et comprimés par les bandagistes des Ponts et Chaussées, dans des roues de fonte; ces chaussées secouées par d’énormes omnibus et par des voitures de réclame ignobles; ces trottoirs remplis d’une hideuse foule en quête d’argent, de femmes dégradées par les gésines, abêties par d’affreux négoces, d’hommes lisant des journaux infâmes ou songeant à des fornications et à des dols le long de boutiques d’où les épient pour les dépouiller, les forbans patentés des commerces et des banques […].

Hij, anders dan Bloem, moet de stad uit: fuyant dans les au-delà, planant dans le rêve, loin des excrémentielles idées, secrétées par tout un peuple.

Ongetwijfeld zal de natuur hem een troost zijn? bijvoorbeeld in een villa of landhuisje dicht bij een vaart of een bos? Of anders de kunst, een mooi natuurschilderijtje misschien?

La nature a fait son temps; elle a définitivement lassé, par la dégoûtante uniformité de ses paysages et de ses ciels […] quel monotone magasin de prairies et d’arbres, quelle banale agence de montagnes et de mers! (À Rebours, 1884)

Zulke dingen lezen doet een mens deugd aan het hart. Chesterton had gelijk: ‘Unfortunately, good temper is sometimes more irritating than bad temper.’


2 september 2015

Léa Salamé praat met Michel Houellebecq


In de plezierige uitzending van France2, On n'est pas couché (programma dat je vanzelfsprekend niet helemaal hoeft uit te zitten: de interessante stukken zijn al snel op het web gevonden), zagen we de mooie Léa Salamé die de lelijke Michel Houellebecq aan de tand voelde. Het ging over de politieke correctheid van de media. Mij viel op dat Léa vaak de term "weldenkend", of "weldenkendheid" in de mond nam. De bij ons beter bekende term "constructief" lijkt in Frankrijk nog niet te zijn ingeburgerd.

Léa Salamé: In uw gesprekken met Le Figaro deze week, of toch deze maand augustus, verklaarde u: “Ik ben nooit bang geweest voor de heersende ideologie.” Wat is dat vandaag, de heersende ideologie?
Michel Houellebecq: Dat is dezelfde gebleven.
Salamé: Welke is dat dan? Hoe kenschetst u die dominante ideologie?
Houellebecq: Oh, dat is centrum-links toch.
Salamé: Maar hebt u de indruk dat dit nog altijd overheerst?
Houellebecq: Ja.
Salamé: Omdat ik, als ik u nu hoor, Michel Houellebecq, als ik uw verkoopcijfers zie, als ik de verkoopcijfers zie van Alain Finkielkraut met L’identité malheureuse, of die van Éric Zemmour met Le suicide français, dan denk ik van niet. Dan denk ik dat de overheersende ideologie is ingewisseld, en dat het vandaag de antimodernen zijn die de strijd om de gemoederen hebben gewonnen.
Houellebecq: Ik denk dat de strijd… nee, nee het zit zo dat de meerderheid dezelfde is gebleven. En dat is trouwens een probleem, hé, want mensen die vijandig staan tegenover de heersende ideologie hebben ook nog wat anders te vertellen, maar toch moeten zij steeds weer hun tijd besteden aan het bestrijden ervan. Wat ik wil zeggen, je leest Onfray, Finkielkraut of Taguieff, weet ik veel: altijd zijn zij genoodzaakt rondjes te draaien en hetzelfde te herhalen. Ze hebben niet de tijd om iets anders te zeggen, want de heersende ideologie is nog altijd dezelfde.
Salamé: Maar dat is niet helemaal waar, want ze worden overal uitgenodigd, ze mogen overal aanschuiven.
Houellebecq: Toch blijven zij zeer minoritair.
Salamé: Maar waar minoritair dan?
Houellebecq: Minoritair in het totale volume van wat er verteld wordt.
Salamé: Hebt u niet de indruk dat de vooruitstrevendheid vandaag geen enkele stem nog heeft om haar te vertegenwoordigen? Dat alle progressieve stemmen zodanig zwak, lauw en bleekjes uitvallen, vergeleken bij…
Houellebecq: Ja, het klopt dat zij mediocre zijn, maar dominant blijven ze, het spijt me.
Salamé: U blijft volhouden dat zij dominant zijn.
Houellebecq: Wel ja, heel duidelijk. Als je kranten leest of koopt en een statistische telling doet, ja.
Salamé: En als je de verkoopcijfers van boeken ziet, van uw en van andere boeken?
Houellebecq: Goed, die verkoopcijfers dat is iets anders, ja.
Salamé: En vooral als je kijkt naar de stembusuitslagen. Als je de scores ziet van het Front National bij de laatste verkiezingen…
Houellebecq: Ja, maar ik had het over wat overheersend is in de media.
Salamé: Zeker, maar wat overheerst in de media is ook een kwestie van politiek, Michel. Wat ik bedoel is ook wat er zich in de stemhokjes afspeelt. Vandaag hebben we een land, en een continent, Europa, dat de weg van de verrechtsing opgaat. Bent u het daar niet mee eens?
Houellebecq: Natuurlijk wel, dat is overduidelijk.
Salamé: Maar toch… maar toch blijft weldenkend links overheersend. Is dat wat u zegt?
Houellebecq: Maar de media blijven in meerderheid links, terwijl het land naar rechts opschuift.
Salamé: En dat steekt je?
Houellebecq: Non, je m’en fous.
Salamé: Goed, maar het laat u toch niet helemaal koud, want nu bent u wat geïrriteerd…
Houellebecq: Nee, nee maar men…
Salamé: …met wat Le Monde doet, zit u een beetje verveeld? Want voor u zal dat misschien dé spreekbuis van zijn, of niet? Zit er niet ook iets in van... van Michel Houellebecq tegen Le Monde? Le Monde als vertegenwoordiger van de linkse weldenkendheid?
Houellebecq: Oh, bah, nee. Nee, het hangt ervan af. Bij Le Monde zitten er ook die niet kwaad zijn.



Léa Salamé: Vous avez déclaré dans vos entretiens au Figaro cette semaine, enfin ce, le mois d’août : «Je n’ai jamais eu peur de l’idéologie dominante.» Aujourd’hui c’est quoi l’idéologie dominante?
Michel Houellebecq: C’est la même.
Salamé: C’est laquelle? Comment vous la qualifiez, l’idéologie dominante?
Houellebecq: Oh, c’est centre-gauche quoi.
Salamé: Mais est-ce que vous avez l’impression qu’elle est toujours dominante?
Houellebecq: Oui.
Salamé: Parce que moi, quand je vous écoute aujourd’hui, Michel Houellebecq, quand je vois vos chiffres de vente, quand je vois les chiffres de vente d’Alain Finkielkraut avec L’identité malheureuse, ou d’Éric Zemmour avec le Suicide français, je me dis que non, que l’idéologie dominante a changé, et qu’aujourd’hui ce sont les antimodernes qui ont gagné la bataille des esprits.
Houellebecq: Je pense que la bataille… non, non c’est, la majorité reste la même. Eux, c’est… ce qui est un problème d’ailleurs, hein. Parce que les gens hostiles à l’idéologie dominante ont autre chose à dire mais ils sont quand-même obligé de passer leur temps à la combattre. Je veux dire, on lit, je ne sais pas, Onfray, Finkielkraut ou Taguieff: ils sont toujours obligés de répéter en boucle la même chose, ils n’ont pas le temps de dire autre chose, parce que l’idéologie dominante, c’est toujours la même.
Salamé: Mais c’est pas tout à fait vrai ça, parce que ils sont invités partout, ils ont table ouverte partout.
Houellebecq: Ils restent quand même très minoritaires.
Salamé: Mais minoritaires où?
Houellebecq: Minoritaires dans le volume de discours produits.
Salamé: Vous n’avez pas le sentiment que le, que le progressisme n’a plus aucune voix pour le représenter aujourd’hui? Que toutes les voix progressistes sont tellement faibles, tièdes, pâlottes par rapport à la…
Houellebecq: C'est vrai qu’ils sont médiocres, mais ils restent dominants. Je suis désolé.
Salamé: Vous continuez à penser que c’est dominant.
Houellebecq: Ah bien oui, ça clairement. Quand on lit ou on achète des journaux, on fait un décompte statistique, oui.
Salamé: Et quand on voit les chiffres de vente des livres heu… de vos livres et des autres livres?
Houellebecq: Bien, les chiffres de vente c’est autre chose, oui.
Salamé: Et quand on voit surtout les résultats dans les urnes. Quand on voit les scores du Front National aux dernières élections…
Houellebecq: Oui, mais là je parle de ce qui domine dans les médias.
Salamé: Oui mais oui, mais ce qui domine dans les média c’est aussi politique, Michel. Ce que je veux dire c’est aussi ce qui se passe dans les urnes. Il y a aujourd’hui un pays, et un continent, l’Europe, qui est en train de se droitiser. Vous n’êtes pas d’accord avec ça?
Houellebecq: Mais si, c’est évident.
Salamé: Mais la… mais ça reste majoritairement de gauche, bien-pensant. C’est ce que vous dites ?
Houellebecq: Mais les médias restent majoritairement de gauche, alors que le pays se droitise.
Salamé: Et ça vous chiffonne?
Houellebecq: Non, je m’en fous.
Salamé: Bien vous ne vous en foutez pas complètement, puisque là vous êtes taquiné…
Houellebecq: Non, non mais on…
Salamé: … ce que fait Le Monde, vous ennuie un peu? Qui est peut-être, dans votre esprit le représentant de cela, non? Est-ce qu’il n’y a pas aussi quelque chose de, de Michel Houellebecq contre Le Monde, Le Monde comme représentant de la bien-pensance de gauche?
Houellebecq: Oh, bof. Non, non, ça dépend. Il y a des gens pas mal au Monde.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html