Posts tonen met het label Rooy | Sam van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rooy | Sam van. Alle posts tonen

2 november 2011

Het islamboek van Wim en Sam van Rooy gerecenseerd (en niet in De Standaard of De Morgen)

.
Oprechtheid, Leugenachtigheid – en de islam
31 oktober 2011

Een boek dat laatst in mijn brievenbus viel, met de titel “Islam: Critical Essays about a Political Religion” riep een aantal gedachten op. De redactie was van Sam en Wim van Rooy en vorig jaar kwam het uit. Een massief compendium, net geen 800 pagina’s dik en in het Nederlands geschreven (De echte titel is: “De Islam: Kritische Essays over een Politieke Religie”). En het is veelomvattend en rijk, met vierendertig essays over zulke onderwerpen als de islamisering van Europa, de islam in Indië, de term “islamofobie”, jihad in Afrika, al-taqiyya, de Islam en het Westen, de sharia-wet, de “fellow travellers” van de islam, joden onder de islam, christenen onder de islam, islam en vrouwen, islam en slavernij, islam en fascisme en islam tegenover de democratie.

De meeste auteurs zijn Nederlandse en Vlaamse schrijvers met een behoorlijke expertise in hun onderwerp, en daarbij komen nog enkele welbekende internationale figuren zoals Ibn Warraq en Bat Ye’or. Niet elk woord in het boek heb ik al gelezen – en met mijn gebrekkig Nederlands kom ik daar misschien niet eens toe – maar één ding staat wel vast: dit is wis en zeker geen propagandaproduct uit de fabriek van de “Islamic Studies”. Het is met andere woorden niet het soort boek waarin je makkelijk het werk van John Esposito zult aantreffen, deze koning van de islamstudies in de VS, die zo’n trouwe islamapologeet is en wiens “Center for Muslim-Christian Understanding” aan de universiteit van Georgetown feitelijk betaald wordt door (en genoemd is naar) zijn goede vriend en weldoener, prins Alwaleed Bin Talal van Saudi-Arabië. Wat het boek ook niet biedt, is dat wollige, fijne materiaal dat succesauteurs zoals Karen Armstrong opdissen, terwijl zij toch waarlijk (dat mag erkend worden) prachtig werk verricht, door de duistere kanten van de islam te temperen en de nadruk te leggen op de warme, meer spirituele aspecten, zodat je als je over die religie nadenkt niet telkens weer dat beeld krijgt van een jihadist die iemand de kop afslaat, maar eerder een mooie vrouw ziet in een suggestieve, losjes omgeslagen sluier die bij zonsondergang onder een olijfboom mediterend aan haar koffie slurpt en heerlijke vijgen opknabbelt.

Nee, propagandisten voor de islam zijn de auteurs van dit boek niet. Wat zij samengevat wel zijn: open geesten, journalisten, onafhankelijke wetenschappers of professoren in niet-islamitische vakken die een expertise hebben ontwikkeld in bepaalde aspecten van de islam. En daar vertellen ze de waarheid over. Neen, vrouwen hebben onder de islam geen gelijke rechten. Ja, op afvalligheid staat in de islam de doodstraf. Neen, joden en christenen leefden in het middeleeuwse Andalusië niet in perfecte harmonie met hun moslimse opperheren, maar werden systematisch als minderwaardigen behandeld, in hun rechten beperkt en aan een specifieke taks onderworpen. Zoals Sam van Rooy schrijft in zijn voorwoord: het omvattende doel van dit boek is om mythes onderuit te halen, om naïviteiten te laten verdwijnen, en om de geschiedkundige absurditeit van de islam als ‘godsdienst van de vrede’ aan te pakken. Kortweg, dit boek is onmisbaar – een solide inwijding in de bewezen feiten wat betreft de islam, geschreven door mensen die niet de institutionele of ideologische verplichtingen hebben die nogal wat erkende “experten” op dat gebied beletten om over de islam de waarheid te vertellen, de hele waarheid en niets dan de waarheid.

De eerste van twee belangrijke vaststellingen hier, is dat dit boek bijlange niet alleen staat. Terwijl professoren in de islamkunde rustig doorgingen met hun vergoelijking van de religie van de vrede, hebben in de jaren na 9/11 mensen met verantwoordelijkheidsbesef, mannen en vrouwen losstaand van de kringen rond de “Islam Studies”, het op zich genomen om de waarheid te zeggen, om een aantal omvangrijke en soms zelfs encyclopedische boeken over de islam te publiceren. Sommigen van deze auteurs komen uit opleidingen of uit beroepen die met de islam niets hebben uit te staan, maar zij voelden na de schok van 9/11 de neiging om spoorslags aan zelfscholing te gaan doen rond de waardenschaal die bin Laden en zijn handlangers zo had bezield. Je denkt dan bijvoorbeeld aan Andrew Bostom, een arts en professor aan de Brown Universiteit die de laatste jaren op de een of andere manier de tijd heeft gevonden om massieve, gezaghebbende boeken te schrijven over de geschiedenis van de jihad en over de traditie van het islamitisch antisemitisme.
De tweede van de twee belangrijke vaststellingen hier is dat, ook al bestaan er inderdaad boeken als die van de van Rooys of van Bostom –niet enkel in het Engels maar in een aantal grote Europese talen– de onwetendheid en volslagen dubbelhartigheid rond de eenvoudige feiten betreffende de islam toch moeiteloos de overhand houden in het Westen. Dat laffe cliché over de islam als een religie van de vrede blijft overeind. Een collectie onnozele beweringen over de koran –bijvoorbeeld dat hij moord zou verbieden, of dwang inzake geloofszaken– die beweringen blijven bestaan.

En waarom blijven zij bestaan? Omdat zij aangemoedigd en bevorderd worden door programma’s als “Islamic Studies”, door angsthazen van politici en door de grote media. Nooit vergeet ik een televisie-interview dat ik een paar jaar geleden in Noorwegen zag. Een moslimpolitica vertelde aan een vrouwelijke reporter dat onder de islam mannen en vrouwen volkomen gelijk waren. De reporter glimlachte en knikte en ging over naar de volgende vraag. Of denk aan die lezing van de aartsbisschop van Canterbury in 2008, waar hij pleitte voor de sharia als een onvermijdelijke en heilzame aanvulling op de Westerse jurisprudentie. En wie kan de fameuze toespraak van president Obama vergeten, in Caïro, juni 2009, waar hij de islamitische geschiedenis en cultuur prees en waarin nagenoeg elke zin of een grove overdrijving was, of een totale leugen?
Dat soort van flagrante onwaarheden over de islam, zoals president Obama die in Caïro opdiste, zijn mantra’s voor de culturele elite. Sommigen die deze leugens herhalen, zijn onwetend genoeg om ze voor waar te houden. Anderen weten beter. Maar als het over het onderwerp islam gaat, moet ideologie zwaarder wegen dan waarheid, zo hebben zij besloten. “Respect voor diversiteit” weegt zwaarder dan waarheid. Dat is het hele multiculturalisme. Niet de waarheid omarmen is de ware deugd voor een goede multiculturalist, maar juist daarvan wegkijken in naam van culturele gevoeligheden. Ontmoet je kwaad in enige niet-Westerse cultuur –speciaal de islam– dan hoor je daar blind voor te blijven. En dag hoor je nacht te noemen, en nacht dag: schaamteloze leugens en vergoelijkende clichés over de islam moet je gelijkstellen aan ernst, verstand en openheid van geest, en onbevangen, onverbloemde uitspraken over de islamitische theologie, geschiedenis of cultuur hoor je toe te schrijven aan onbegrip en onverdraagzaamheid.

Stel je voor hoe anders dit zou kunnen zijn! Stel je voor dat politici, academici en journalisten van grote kranten in een geest van objectiviteit en intellectuele verantwoordelijkheid de discussie over islam zouden aangaan. Stel je voor dat boeken als die van de van Rooy’s en van Bostom prominent en gunstig zouden worden gerecenseerd, dat zij aan de universiteit plichtlectuur zouden worden, en voor ons en onze nakomelingschap bronnen van algemeen aanvaarde kennis betreffende de islam. Helaas, wat er in werkelijkheid gebeurt –ook al zijn dergelijke stevige compendia met objectieve informatie moeiteloos beschikbaar– is dat veel te veel leden van de volgende generatie, voor zover zij al iets over de islam “leren”, zij dit van glibberige propagandisten zoals Esposito en Armstrong “leren”. Intellectueel gesproken is dat, om het zacht uit te drukken een karikatuur, een educatief schandaal en een culturele catastrofe. En hoeft het nog gezegd: dit voorspelt weinig goeds voor de toekomst van datgene wat sommigen onder ons nog altijd graag de Vrije Wereld willen noemen.
.

21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC?


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.*
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hierop neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in het boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: .beter een afkeurende, ongefundeerde recensie dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikels en grote foto’s zaten.

Maar om de zaak in een breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van de stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:

Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent


Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.


oOoOoOo

* noot van 7 december: in de uitzending van het Humanistisch Verbond, een gastprogramma op Radio1, kwam het boek wel aan bod, in een gesprek van 10 minuten met de samensteller Wim van Rooy; een heel lang gesprek dus, naar de normen van vandaag.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html