Posts tonen met het label van het Reve | Gerard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label van het Reve | Gerard. Alle posts tonen

9 april 2006

Bij de dood van Gerard van het Reve

.
Gerard Kornelis van het Reve is niet meer. Ik noem hem nog even bij zijn oude naam, want onder die naam leerde ik hem als auteur kennen. Ooit had ik ook het voorrecht om, samen met nog enkele anderen een paar pinten te drinken met van het Reve, in een lang verdwenen café aan de Lammerstraat in Gent. 1967 of. ‘68 moet dat zijn geweest, want hij wachtte toen nog op de uitspraak in beroep van zijn ezelsproces.
Reve was door de faculteitskring Germania uitgenodigd voor een lezing, en hij had ook enkele gedichten voorgelezen. De avond was een groot succes, auditorium E zat afgeladen vol, ook al wist ik van geen enkele boekhandel in Gent waar je toen een werk van hem zomaar uit het rek kon plukken. Goed, ook voor Carmiggelt moest je de grens nog over, en enkel Bomans was hier soms en min of meer verkrijgbaar.
We gingen in dat café wachten op de terugkomst van Willem Bruno van Albeda, ons beter bekend als Teigetje. Misschien had Teigetje geen zin in een zoveelste lezing, in ieder geval had Reve hem meteen bij aankomst in het StPietersstation enkele briefjes van honderd in de hand geduwd: “ga jij de stad maar eens in”.

In afwachting van Teigetje dus, konden wij van het Reve eens van nabij bekijken, en hem tactvol en met veel omwegen vragen: of dat nu serieus was van dat katholicisme. Die bekering was bij mij namelijk, en ik vermoed bij de meesten van het gezelschap, nogal hard aangekomen. Veel wijzer zijn we uit zijn antwoorden niet geworden, maar hij was wél heel grappig en sprak ook op café een koninklijk Nederlands dat wij nog nooit hadden gehoord.

Een soortgelijke, voor ons plotse bekering hebben wij enkele jaren daarop moeten verwerken, toen Bob Dylan zich tot het christendom bekende. Weliswaar was dat in zijn geval kortstondig, en enkel om aan een vrouw te behagen, maar daar waren wij onwetend van en we moesten onze troost vinden in de reactie van Joan Baez, toen die van de jongste bekering had gehoord: poor Bobby...

Ja, nu denk ik daar wel anders over. Wat van het Reve toen aanvoelde, en wat wij nog niet wisten, was dat de positie van de schrijver radicaal verandert in een wereld die geen transcendentie meer kent. Zijn katholicisme had niets met een vrouw vandoen, maar wel met de muze. Het had met het schrijverschap zelf te maken. Ik geloof ook nu niet dat zijn persoonlijke oplossing blijvend soelaas kan brengen, maar ik meen wel te zien waarom hij die beweging, minder religieus dan wel mystiek van aard, heeft willen maken.

Deze man nu, die schreef zoals niemand schrijft (op zijn broer na), verdient een in memoriam van een speciaal soort. Het moet gaan over de zaken die hijzelf belangrijk vond en waar hij altijd, zij het vaak impliciet over schreef: met name de grote culturele traditie van Europa, de teloorgang van een beschaving die elke identiteit afwijst, de situatie waarin een Europese auteur zich nu bevindt. Niet voor niets schrijft hij archaïserend, statig, bijbels. Toch schreef hij vaak over …zo goed als niets. Zelfs waar hij over seks schrijft zit er weinig vlees aan. Hij ouwehoert maar, of zevert zoals wij zeggen. Maar het zijn wel grote boeken. Hoe kan dat? Gerard van het Reve beheerst de Nederlandse taal en stijl, en als auteur is daarmee zijn geraamte intact. Hij was onaanraakbaar voor zijn eigen cultuurloze tijdvak.

Maar wat zou een Vlaming gerechtigd zijn om een in memoriam voor hem te schrijven? Een volk dat een figuur als Bert A. aanvaardt als minister van cultuur, kan op een moment als dit niets beters doen dan zijn muil houden. Inderdaad, uns ziemt es das Maul zu halten, en in diepe schaamte te denken aan de Prijs der Nederlandse Letteren van het jaar 2001. Toen liet die microcefale Bert A., zelfverklaarde republikein en democraat, niet toe dat Albert Coburg, zijn soeverein, aan Reve de prijs overhandigde. Bert A. – maar dat weet hijzelf niet natuurlijk – hanteerde toen een redenering die uit oudere rechtssystemen voortkomt. De Germanen kenden dat, vele islamieten kennen dat nog, en wij noemen het: Sippenhaftung. Je bent verantwoording verschuldigd voor wat je naasten doen: een pre-napoleontische opvatting.

Nee, ik wil verder geen woorden vuilmaken aan dat kereltje, waarvan alleen al de oogjes, en de muil de leegte laten zien zoals die –je zou zweren op maat werd beschreven door de vorige maand overleden Franse auteur Philippe Muray:

Voilà à quoi un écrivain d’aujourd’hui a affaire: à des lieux et à des personnes qui ignorent la castration et la Bible. C’est cette ignorance extraordinaire, et sans précédent dans l’histoire humaine, qui produit ces faces hilares, ces regards inhabités, ces cerveaux en forme de trous noirs, ces propos dévastés d’où tout soupçon de pensée critique s’est en allé, cette flexibilité à toute épreuve, et cette odieuse nouvelle innocence qui les entoure comme une aura.

Festivus festivus
conversations avec Élisabeth Lévy
Librairie Arthème Fayard, 2005, pp. 60-1

Ik laat het hierbij, Gerard Reve.

_______________

Kijk waar een auteur vandaag mee te maken krijgt: plekken en personages die van castratie of bijbel geen weet hebben. Wel is er die ongemene onwetendheid, zonder voorgaande in de menselijke geschiedenis, die deze verheerlijkte facies voortbrengt, de doodse blikken, de zwarte gaten van breinen, de verwoeste uitlatingen, verlaten van elk greintje kritisch vermogen, die flexibiliteit ook, die tegen alles bestand lijkt, en die hatelijke nieuwe onschuld die hen als een lichtkroon omgeeft.
.

16 oktober 2005

Sommige figuren lenen zich voor om het even wát ...maar weer niet voor stukjes op een blog


Op een blog mensen als Eyskens, De Croo, De Gucht, Verhofstadt uitlachen is geloof ik zeer wel mogelijk. Over die kerels kan iets verteld worden, er zitten facetten aan. Er is ook geen brede maatschappelijke consensus : niet iedereen vindt hen exact even slim, even dom, even gewiekst, even kortzichtig &cet, en dat geeft speelruimte. Ik meen zelfs dat over Dedecker iets te verzinnen valt. À la rigueur ook nog over Verstrepen of over onze exquise ex-skiër, de motard Michel en zijn poulain, de voetballende senator.
Maar een levensgroot probleem stellen mensen als Bert (of is het Bart, Gérard?) Anciaux. Ik stel mij de vraag of één blogger het al heeft aangedurfd om over Bert te beginnen.
Die jongen, die destijds door Marc Uytterhoeven van de straat is geraapt, mocht sindsdien een paar keer minister worden. Dat was een gevolg van de spelingen van de kieswet en van zijn genegenheid voor Steve. De schade moest natuurlijk beperkt blijven beseften anderen, en daarom maakten ze hem minister van cultuur. Dat hij De Nachten van Gerard Korneliszoon van het Reve kende was een goed punt hierbij.
Maar nu lees ik in mijn kwaliteitskrant over iets dat zich op de televisie moet hebben voorgedaan:


donderdag 13 oktober 2005
KRETEN EN GEFLUISTER
Slimste mens
Wie kent er dat impressionistische boegbeeld Edouard Manet niet? De man die met zijn schilderij Déjeuner sur l'herbe aan de basis lag van een revolutionaire kunststroming.
Wel, de Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux (Spirit), bleek tijdens het tv-programma
De slimste mens slecht op de hoogte. Hij verwarde Manet zelfs even met het surrealisme. Even surrealistisch was Anciaux' reactie op de vraag van presentator Erik Van Looy wie er meespeelt in een blazerskwintet. "Die zijn zeker met vier?"
_____________


Ga daar maar eens tegenaan...




P.S.__Elk in zijn gewichtsklasse !
Ik weet niet of dezer dagen het soort van ridderlijkheid dat ik nu zal beschrijven nog voorkomt, maar als je dertig jaar geleden ‘s nachts in Gent in een café iets had miszegd tegen een struis figuur dat er zo te zien een volgehouden bokstraining had opzitten, en als je dan tegelijk het geluk had dat die kerel zijn eigen kracht kende én voldoende verachting koesterde voor bleke schlemielen, dan zei die gast:
'k En sloa nie oender ma gewicht.

.

19 februari 2005

Hans Boland heeft net het derde deel van Poesjkins verzamelde werken klaar

.


Alexandr Sergeïevitsj Poesjkin
(Vasily Tropinin, 1827)
Moskou, Poesjkinmuseum

U
itgeverij De Papieren Tijger heeft weer een prachtdeeltje bezorgd, het derde in een reeks van negen: "Lyriek in Ballingschap".
Ik neem lukraak, het eerste wat ik lees, een klein gedichtje eruit, en Poesjkin/Boland bewijst al meteen dat het woord "lyriek" niemand aan het schrikken mag brengen.


Voor een schip
(Кораблю, 1824)

Dat averij worde vermeden
Smeek ik de hemel! Klief de zee,
Maar hoed het pand van mijn gebeden:
Mijn hoop en liefde neem jij mee.
Doorploeg de golven, ga gevleugeld;
Ik wens jou een behouden vaart,
Waarbij de wind zijn kracht beteugelt
En ongerief haar blijft bespaard.

Op het eerste gezicht een dramatisch scheepsgedicht in de romantische traditie ...maar het is een van de vele gedichten die Poesjkin schreef voor zijn geliefde van dat moment, Jelizaveta Vorontsova, de vrouw van de gouverneur van Odessa.
Poesjkin was door de tsaar naar Odessa verbannen omwille van geschriften. Niet direct wegens, maar toch in de nasleep van bijvoorbeeld een clandestien verspreid gedicht over de bevruchting van de Maagd Maria –het grappige Gabriëlslied– iets dat hem zijn kop had moeten kosten, maar hij wist op het nippertje nog te pleiten dat het gedicht van een andere dichter was, een klasgenoot van hem die op dat moment al veilig onder de zoden lag.
De tsaar, die goed besefte dat hij de grootste dichter van Rusland voor zich had, heeft die zaak toen nog uit de handen van zijn raadgevers kunnen nemen. Alles was door hemzelf nauwlettend onderzocht verklaarde hij, en naar bevrediging afgehandeld.
Dan te bedenken dat wij hier met een "cultuurminister" zitten die op de (licht beledigende) vraag wàt het bekendste boek van Gerard van het Reve is, antwoordde:. "De Nachten"! Vervolgens schermde diezelfde republikeinse nitwit zijn eigen tsaar af, en liet hij aan Reve zijn prijs uitreiken per post.

Nu was Poesjkins Jelizaveta niet zomaar een dametje, geen Damienne da me zegge, want om over de geletterde wereld verder te gaan: Jelizaveta's portretten liegen er niet om, ze was wonderbaarlijk mooi, en deze Jelizaveta maakte op het moment van dit gedicht ...een veilig boottochtje op de Zwarte Zee.
Meer zat er niet achter Poesjkins lyrische bede, en zijn grote bezorgdheid wat betreft de scheepvaart heeft hij verder zelden tot uitdrukking gebracht.

Boland is een schitterend vertaler!

Hans Boland
Alexandr Poesjkin
Lyriek in Ballingschap
(verzameld werk deel 3)
Breda, 2005, Uitgeverij Papieren Tijger, p.156

8 december 2004

Las u dat "Ontwerp van een Europese Grondwet" ?

.


Ik las het gedeeltelijk... vooral de pagina’s over de Grondrechten interesseerden mij.
__________

De oorspronkelijke Belgische Grondwet was een staaltje van gedegen juridisch denkwerk leerden wij allemaal. Een voorbeeld voor de rest van de wereld toen. Haar bepalingen waren bondig, duidelijk, eenvoudig, principieel. Vaag of nietszeggend waren ze nergens, en de rechtsleer spreekt tot op onze dagen van een liberale wet. Die grondwet was niet aristocratisch maar juist burgerlijk en emanciperend.

Wat vorm en stijl betreft ademde het wetboek nog helemaal in de weldoende geest van de achttiende eeuw. Logische fouten en overbodigheden had men vrijwel vermeden. Het geheel bezat een bijna mathematische, juridische elegantie.

In dat laatste opzicht was die Grondwet een kind van de Napoleontische wetboeken, die eenzelfde bekoorlijkheid uitstraalden, soms ook voor niet-juristen. Stendhal, ongemakkelijk gezeten op het scharnier tussen de XVIIIde en de XIXde eeuw, zei over “goede stijl” het volgende: "Je ne vois qu’une règle : le style ne saurait être trop clair, trop simple […]. J’ai horreur de la phrase à la Chateaubriand." Hij was als de dood voor hoogdravende en nietszeggende frasen.
’s Ochtends, alvorens hij zich aan het schrijven zette, en om zichzelf te behoeden, las Stendhal wel eens enkele artikelen uit de Code Civil. "En composant la Chartreuse, pour prendre le ton, je lisais de temps en temps quelques pages du Code civil". Hij nam eerst zijn medicamenten, zei geloof Victor Hugo.

Terug naar onze tijd. Het ontwerp van “Europese Grondwet”, met daarin een aantal “grondrechten”, gaat zowel inhoudelijk als stilistisch in tegen de rationele XVIIIde-XIXde E.'se regels.[1]

Laat ik ter verduidelijking eerst een klassieke Nederlandse auteur aanhalen, namelijk Gerard (Cornelis van het) Reve.[2] Die man zegt, in een ontroerende volzin van hem: “Hoofdzaak is dat wij zuiverheid betrachten op eigen lichaam en geest, eerbied tonen jegens de Natuur, en lief zijn jegens dieren en vogels, gekooid of in vrijheid, die net als wij, in angstige barensnood, wachten op verlossing.”

Bij dit morele voorschrift van Reve zal een logicus of jurist opmerken dat het niet nodig was om de vogels, wezen zij gekooid of in vrijheid, te onderscheiden van de dieren. Waarschijnlijk zal hij daaraan toevoegen dat, ten principale en voor de vogelbescherming, zulk een onderscheid eerder een verzwakking inhoudt.

Onze zelfbenoemde Europese grondwetgever doet nochtans net hetzelfde. Een voorbeeld uit vele.
Behalve tegen de lengte van de opsomming hebben weinigen bezwaar tegen een bepaling als:
Artikel II-21: 1. Iedere discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, is verboden.
Als je daar echter aan toevoegt:
Artikel II-23: De gelijkheid van mannen en vrouwen moet op alle gebieden worden gewaarborgd, met inbegrip van werkgelegenheid, beroep en beloning
dan stelt zich niet enkel een probleem van elegantie en stijl, maar ook van doelmatigheid.
Latere jurisprudentie zal er immers niet omheen kunnen, en moeten besluiten dat, om een voorbeeld te nemen uit artikel II-21: 1., ... de gelijkheid van man en vrouw nooit als volledig gelijk kan zijn bedoeld! Immers artikel II-23 geeft aansluitend een opsomming van omstandigheden waarin die gelijkheid speciaal van toepassing is …en elke opsomming is beperkend, nolens volens.
Van deze logische fout zijn er meerdere voorbeelden te geven, ook als we ons beperken tot het gedeelte “grondrechten”.

Een ander probleem is de ongebreidelde groei van het aantal grondrechten.
Grondrechten zijn prioriteiten en ze gaan aan een aantal gewone rechten vooraf. En die gewone rechten kunnen best groot in aantal zijn. De Europese “grondwetgever” lijkt dit niet te beseffen, en hij doet niet onder voor sommige regeringen, die al eens enkele dozijnen “prioriteiten” durven aankondigen.

Wat te zeggen bijvoorbeeld over een grondrecht als het “recht op arbeid”? Of sterker nog, het daaruit afgeleide grondrecht op 'kosteloze arbeidsbemiddeling' (artikel II-29)?
Staat, in de geest van deze wetgever dit recht op één lijn met principes als “alle burgers zijn gelijk voor de wet”? of met het recht op vrije meningsuiting, inclusief de keuze van een religie? of met het recht op vrijheid van vereniging? of het eigendomsrecht?

Hadden Valéry Giscard d’Estaing, Giuliano Amato en Jean-Luc Dehaene, voor ze de pen ter hand namen, toch maar één medicament genomen! Bijvoorbeeld een paragraaf van Ferdinando Galiani, een man die in de XVIIIde E. al vond dat men met “grondrechten” uiterst voorzichtig moest omgaan. Voor hem gingen sommigen toen al te ver…
De consequentie van een ongebreidelde groei, zei hij, was dat wij op den duur nog elkeens grondrecht om te stappen zouden erkennen, en bijgevolg ook het grondrecht om binnenshuis te stappen, en bijgevolg het grondrecht op pantoffels.
Le droit naturel que tous les hommes ont à marcher et aux moyens de marcher, est tellement le premier de nos droits fondamentaux, que, sans lui, nous ne pourrions plus remuer nos pieds. Nous aurions peut-être des béquilles très anciennes, mais non des pantoufles fondamentales. Non, si nous ne remontons au droit de marcher pour trouver le premier principe de toutes les Pantoufles, il n’en est pas une dont nous puissions montrer la raison essentielle et primitive […]”[3]

Moeten wij, dit gelezen hebbende, het voorliggend “ontwerp van Grondwet” ernstig nemen?
Geen burger zal om zijn mening worden gevraagd, maar velen zullen zeggen: moi pas "raisonner pantoufle" !
_________________

[1] Ik heb het nu even niet over het feit dat wij burgers deze “Grondwet” nooit zullen mogen beoordelen, ook al staat boven de Preambule ervan een woord van de geschiedschrijver Thucydides, boek II, XXXVII: Xρώµεθα γάρ πολιτεία ... καί όνοµα µέν διά τό µή ές ολίγους áλλ’ ές πλείονας οικεĩν δηµοκρατία κέκληται : onze constitutie ... wordt democratisch genoemd, omdat de macht niet in handen is van een minderheid, maar van de grootst mogelijke meerderheid. 
[2] Volgens een Vlaamse minister van cultuur is Reve de schrijver van het boek “De Nachten” !… dat die minister op recepties nog kan verschijnen zonder dat iedereen dubbel gaat van de lach bewijst dat de problemen van de “Vlaamse cultuur” waarschijnlijk onoplosbaar zijn. Diezelfde kerel, in zijn dagboek had het ook even over onze door allochtonen "verreikte" samenleving". De dag daarop was het al "verrijkte" maar who cares! Dat is toch onbelangrijk voor een politicus die vanuit zijn buik redeneert.
[3] Grondrechten als Pantoufles fondamentales: Galiani verwijst naar een toen bekende uitdrukking; "raisonner pantoufle": faire des raisonnements de travers (dictionnaire de l’Académie française, 1789)
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html