9 juli 2026

Mbappé moet nog even wachten: nu geen voetbal


[…] dat de mens niet alleen van voetbal leeft, weten we uit Deuteronomium, het vijfde Boek van Moses.

In Les Délices, Voltaires kasteel in Ferney nabij Genève, had de gastheer geanimeerde gesprekken met Casanova, over poëzie en filosofie. Beiden citeerden uit het hoofd passages uit onder meer Horatius, een gedeelde liefde.

Wat de filosofie betreft ging het over het bijgeloof, dat volgens Voltaire moest uitgeroeid worden, wat in de echte wereld zowel ondoenbaar als onwenselijk was, vond Casanova. Of dat gesprek (of die gesprekken) ook woordelijk zo verliepen, weten we alleen uit Histoire de ma Vie ...en Casanova wint hier, als kenner van de echte wereld, zonder geloof in een ideale wereld die hij als gevaarlijk beschouwt.

Hij doet hier denken aan Heine, die later ook de religie, geloof én 'bijgeloof' zal verdedigen met grote kennis van de wereld: Heil aan deze uitvinding! Heil aan een religie die een paar zoete, slaapverwekkende druppeltjes in de bittere kelk van de lijdende mensheid goot, geestelijk opium, een paar druppels liefde, hoop en geloof! 

We waren nu ongeveer wel klaar, maar een vers van Horatius dat ik aanhaalde om een van zijn ideeën te prijzen, deed hem zeggen dat Horatius een grootmeester was wiens recepten nooit zouden verouderen.
— Een enkel ervan overtreedt u toch, zei ik, maar wel als een groot man.
— En welk dan?
— U schrijft niet contentus paucis lectoribus.*
— Ook Horatius zou voor het grote publiek hebben geschreven, als hij zoals ik het bijgeloof had moeten bestrijden.
— Die moeite zou u zich kunnen besparen, meen ik, want u zult er nooit in slagen het te vernietigen: en zelfs mocht u erin slagen, zegt u me dan eens waardoor u het zou vervangen.
— Dat is me wat moois. Als ik de mensheid bevrijd van een woest beest dat haar verslindt, kan men mij dan vragen wat ik ervoor in de plaats zal stellen?**
— Het verslindt haar niet. Het is integendeel noodzakelijk voor haar bestaan.
— Omdat ik de mensheid liefheb, zou ik haar graag net zo gelukkig zien als ikzelf: vrij, en bijgeloof is onverenigbaar met vrijheid. Waar kan volgens u onderwerping het geluk van een volk brengen?
— U wil dus de soevereiniteit bij het volk leggen?
— God beware me. Één man moet aan het roer staan.
— Dán is bijgeloof noodzakelijk, want zonder dat zal het volk de monarch nooit gehoorzamen.
— Geen monarch, want die naam doet mij denken aan het despotisme dat ik evenzeer moet haten als de horigheid.
— Wat wilt u dan? Als u wil dat iemand alleen regeert, kan ik hem alleen maar als een vorst beschouwen.
— Ik wil dat hij het bevel voert over een vrij volk, en hij zal dan hun leider zijn, maar we hoeven we hem geen vorst te noemen, want hij zal nooit als scheidsrechter kunnen optreden.
Adisson vertelt u dat een dergelijke monarch, dat zo'n leider niet behoort tot de mogelijke bestaansvormen. Ik ben voor Hobbes. Van twee kwaden moet men het minste kiezen. Een volk zonder bijgeloof zou filosofisch zijn,*** en filosofen willen nooit gehoorzamen. Het volk kan alleen gelukkig zijn als het de mond wordt gesnoerd, vertrappeld en aan de ketting gelegd.****
— Als u mij gelezen hebt, zult u de bewijzen hebben gevonden waarmee ik aantoon dat bijgeloof de vijand van koningen is.
— Of ik u gelezen heb? Gelezen en hèrlezen! En vooral wanneer ik het niet met u eens was. Uw grootste passie is uw liefde voor de mensheid. Est ubi peccas.***** Die liefde maakt u blind. Hou van de mensheid, maar u kunt haar alleen liefhebben zoals zij is. Zij is niet ontvankelijk voor de weldaden die u haar wil schenken, en door ze haar te geven, zou u haar ongelukkiger en slechter maken. Láát haar het beest dat haar verslindt: dat beest is haar dierbaar. Ik heb nog nooit zo hard gelachen als toen ik Don Quichot zag die zich in grote problemen had gewerkt, en zich moest verdedigen tegen de galeislaven aan wie hij uit grootmoedigheid zojuist de vrijheid had geschonken. 
— Voelt u zich vrij in Venetië?
— Voor zover men dat kan zijn onder een aristocratisch bewind. De vrijheid die wij genieten is niet zo groot als die in Engeland, maar wij zijn  tevreden. Mijn gevangenschap bijvoorbeeld was een flagrante daad van despotisme, maar omdat ik wist dat ik zelf misbruik had gemaakt van de vrijheid, vond ik op bepaalde momenten dat zij gelijk hadden gehad mij zonder de gebruikelijke formaliteiten op te sluiten.
— Als dat zo is, is niemand vrij in Venetië.
— Best mogelijk, maar geef toe dat om vrij te zijn, het volstaat te geloven dat men het is.


________________
        * Met weinig lezers tevreden (Horatius, Satiren I, 10). Horatius haalt de actrice Arbuscula aan, die verklaarde, toen ze werd uitgejouwd (explosa): Mij volstaat het als de ridders me toejuichen. Hij is het met haar eens. Ook Stendhal denkt er zo over, en besloot een boek vaak met: For the happy few. 
      ** Letterlijk uit Voltaires Tombeau du Fanatisme (1767). 
    *** In de zin van de Encyclopedisten.
  **** In De Cive XII (1647) zegt Hobbes wel: Lingua hominum tuba est seditionis. De tong der mensen is de klaroen van de opstand. Maar deze formulering is van Casanova afkomstig, en wil de noodzakelijkheid van bijgeloof onderstrepen.
***** Daar zondigt u. (Horatius, Brieven II, 1) Interdum volgus rectum videt, est ubi peccat. Soms ziet het volk klaar, soms dwaalt het.
      *° Hoofdstuk 22. Prachtig vertaald door Barber van de Pol, voor de Arbeiderspers.



Histoire de ma Vie
Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne
Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013
Tome Cinquième, Chapitre VIII, pp. 508-511

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html