Het raadsel van de anderen
Gisteren was er in Mechelen, in boekhandel De Zondvloed, de voorstelling van het nieuwe boek van Benno Barnard: Het raadsel van de anderen.
De auteur signeerde mijn exemplaar met: ‘Voor de raadselachtige Marc, van de enigmatische Benno’. Dat lijkt mij goed aan te sluiten bij de titel van het boek.
En al heeft Benno me al vaker gezegd dat ik ook eens over iets of iemand anders dan Casanova moest schrijven – en al luister ik gewoonlijk als hij een stilistische aanmerking maakt bij een of andere zin op mijn blog, toch moet ik hier ongehoorzaam zijn.
De schrijfstijl van Barnard wordt algemeen geroemd – Joël De Ceulaer noemt hem zelfs de grootste levende stilist van de Nederlandse Letteren – en dus denk ik dat Barnard het met Casanova eens moét zijn als die beweert dat een auteur maar één stijl heeft: geen auteur heeft er twee, zoals ook geen aangezicht twee uiteenlopende trekken heeft.
Feiten kun je inderdaad liegen, verzinnen, verdraaien en verfraaien, maar stijl dat ben je zelf. Le stile est l’homme même, zei Casanova’s tijdgenoot Buffon in zijn discours de réception bij de Academie française.*
Maar nu over het raadsel van de anderen.
In Histoire de ma Vie laat Casanova ons een brief lezen die zijn grote liefde Henriette hem schreef. Of die brief echt is blijft onbewezen, zo leren ons de geleerden, maar de stijl ervan is prachtig – even mooi als de Brief van Tatiana in Poesjkins Jevgeni Onegin, al zijn die brieven inhoudelijk totaal verschillend.
Op mijn vertaling ervan mag Benno aanmerkingen maken, graag zelfs, maar de Franse tekst is smetteloos. Wát een stilist is Casanova, of wie weet Henriette zelf:
Voici la copie de la lettre qu’Henriette m’écrivait:
(ik cursiveer de zin die mijn ongehoorzaamheid moet rechtvaardigen)
Mijn enige vriend, ik ben het die je in de steek moet laten. Maak je verdriet niet nog groter door aan het mijne te denken. Laten we ons voorstellen dat we een mooie droom hebben gehad, en laten we niet klagen over ons lot want nooit heeft zo’n mooie droom zo lang geduurd. Laten we onszelf prijzen dat we elkaar drie maanden lang volmaakt gelukkig hebben gemaakt: er zijn maar weinig stervelingen die dat kunnen zeggen. Laten we elkaar dus nooit vergeten, en laten we onze liefde vaak in gedachten oproepen om ze in onze zielen te vernieuwen, die, hoewel gescheiden er des te levendiger van zullen genieten. Informeer niet naar mij, en mocht het je toevallig ter ore komen wie ik ben, doe dan alsof je het niet weet. Weet, mijn beste vriend, dat ik mijn zaken zo goed op orde heb dat ik de rest van mijn leven gelukkig zal zijn, voor zover ik dat zonder jou kan zijn. Ik weet niet wie je bent; maar ik weet dat niemand ter wereld je beter kent dan ik. Ik zal in mijn hele verdere leven geen minnaars meer hebben, maar ik hoop dat jij niet van plan bent hetzelfde te doen. Ik wens dat je weer zult liefhebben, en zelfs dat je een andere Henriette zult vinden. Adieu.
_________
* Al
bedekt men verkeerde citaten in plechtige redevoeringen vandaag met
de mantel der liefde: men schreef toen inderdaad nog stile en niet
style.
2026, uitgeverij Atlas-Contact, Amsterdam/Antwerpen
Histoire de ma Vie
Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne
Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013



Geen opmerkingen:
Een reactie posten