15 maart 2015

Schrijven en schrijven is twee


Een boek dat begint met een klungelachtige, kamerbrede, hulpeloos gelede en encyclopedische zin, lees je als lezer niet.
Toch krijg je soms zo’n boek, natuurlijk niet van vrienden maar bijvoorbeeld wel als Boekenweekgeschenk. Daar is geen ontsnappen aan, en je koopt dan wel een Leys, of een Melville, of een Simenon, of een Stendhal, of een Hermans, maar een dunne Verhulst krijg je er gratis bij. Een krat Champagne heb je al, en nu nog een Corapilsje erbovenop.


Uit nieuwsgierigheid las ik die eerste Verhulstzin toch. Hij is hiernaast te zien, en de lezer kan het beeld vergroten, maar hem uittikken was me te veel. Hij is …ik zal niet zeggen slechter, maar toch even slecht als die zin waar destijds Lanoye nog een prijs voor kreeg

In Souvenirs d’égotisme legt Stendhal uit (impliciet vanzelfsprekend, zonder het echt te doen) hoe je moet schrijven. Het komt hierop neer: eerst en vooral moet je verstand hebben, en ten tweede grappig zijn (ja, er bestaan Vlamingen die zelfs Geert Hoste grappig vinden, maar dat bedoel ik niet).
Hij beschrijft een tocht door de Alpen. De koetsier had hem verzekerd dat het niet uitmaakte mocht hij, Stendhal, verongelukken maar hij was ervoor beducht dat toekomstige klanten afgeschrikt konden worden als ze vernamen dat een passagier van hem ergens in een ravijn was gestort. De Gotthardpas was toen net opengemaakt voor koetsen: daarvoor konden enkel ruiters en voetgangers hem passeren.

Volledigheid, zo kun je Stendhals Voltairiaanse recept misschien ook samenvatten, is de kortste weg naar verveling.
En voor we verdergaan met die Alpentocht: op een andere plek beschrijft hij tegen zijn zin een salon waar, zoals de lezer intussen vernomen heeft al veel is omgegaan, maar hij doet dat door middel van een tekening:

J'ai oublié de peindre ce salon. Sir Walter Scott et ses imitateurs eussent sagement commencé par-là, mais moi, j'abhorre la description matérielle. L'ennui de la faire m'empêche de faire des romans.
La porte d'entrée A donne accès à un salon de forme longue au fond duquel se trouve une grande porte toujours ouverte à deux battants. […]

Terug naar de Alpen voor enkele aanvullingen bij zijn reisverslag:
Le lendemain, je m'embarquai en bien mauvaise compagnie: des officiers suisses faisant partie de la garde de Louis XVIII, qui se rendaient à Paris.
(Ici 4 pages de descriptions de Altorff à Gersau, Lucerne, Bâle, Belfort, Langres, Paris: occupé du moral la description du physique m'ennuie. Il y a 2 ans que je n'ai écrit 12 pages comme ceci.) Die vier bladzijden zijn er nooit gekomen: La France et surtout les environs de Paris m'ont toujours déplu, ce qui prouve que je suis un mauvais Français et un méchant, disait plus tard Mlle Sophie... (belle-fille de M. Cuvier). Mon cœur se serra tout à fait en allant de Bâle à Belfort et quittant les hautes si ce n'est belles montagnes suisses pour l'affreuse et plate misère de la Champagne.
Que les femmes sont laides à ..., village où je les vis en bas bleus et avec des sabots.

Misschien zijn er mensen die mijn exemplaar van het boekenweekgeschenk willen hebben? Het is in mint condition.

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html