25 januari 2004

Het conclaaf van Gembloers

.
.
Eerst de Maan, vervolgens Mars !

Wij maken heroïsche tijden mee,
Onze helden zijn achttien-karaats.
Niet dat het vroeger minder was –
Noem de Vaderen niet ondermaats!
Maar tussen twee epische daden,
Lieten die redelijk veel plaats.

Nu roept men gedurig: man overboord!
Elke minister moet nodig iets doen.
Het aantal der helden – is Legioen. [1]
Ja, hoe waar was het woord
Van de Fransman: – “Je ne crains
Pas le vide, mais le trop plein.” [2]

Precies het probleem van dit Heldendicht!
Olympische Spelen, weet u nog wel?
Hoe ‘t gloednieuw vliegveld werd gebouwd,
De zwarte kas terloops gelicht,
Daarbij nog 't geld van ‘t Zilverspel –
Aah! geleek niet alles gedekt met goud?

Romantiek op de Gembloerse hoeve…
Op het neerhof werd heel wat bedisseld,
Er zijn normen geruisloos verwisseld.
Gaat dié vlieger op in Medialand?
Ook zonder Noël (de bajesklant)? [3]
“Wát?”, roept Guy: “Kerseneten met boeven?

“Mijn civiele normen zijn niet vervaagd!
“Laat noord’lijke prinsessen zijn ontmaagd
“Door gangsters, ‘k en wil ‘t nog nie weten!
“Romances met slangenbroed moet je vergeten! [4]
“Daarbij – tzelfs in bad word ik nie nat […]
In de korf van de kiezer, zet hij zijn pad.

Ik weet nog goed, hoe vroeger de Tsjeven
(Gaston en Leo… ’k vergeet er zes-zeven, [5]
Want éindeloos waren zij aan de macht)
Mij welhaast tot wanhoop hadden gebracht.
Maar nu vallen de schellen van d’ogen…
[6]
Toch weer bidden, tot de Heer in den Hoge?

Homerus, verzekeren Zeven Steden,
Werd binnen hún wallen geboren. [7]
Ik bezweer die goede Homerus:
Bezorg dit ploegje de pleuris!
En al resten geeneens meer gebeden –
Als hij niet gaat suffen – niets is verloren! [8]

Mukkegeve
januari 2004


[1] Marcus 5:9; Lukas 8:30.
[2] Aan Charles de Gaulle werd gevraagd of er, na zijn verdwijning, niet een leegte dreigde in de Franse politiek? "En politique, antwoordde hij, ce n'est jamais le vide qui menace, c'est le trop plein."
[3] Noël S., succesvolle foordoktoor, tevens fabrikant van suikerspin.
[4] Voor deze uitval zijn vast twee verklaringen mogelijk: Mabel Wisse Smit, de aanstaande bruid van Johan Friso Bernhard Christiaan David, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, bracht in een vorig leven een aantal nachten door op de sloep Neeltje Jacoba, toen eigendom van de Nederlandse peetvader, drugsbaron Klaas“de Dominee”Bruinsma, zaliger; er zouden bij deze gelegenheden niet nader omschreven substanties zijn gebruikt. Evengoed echter, kan hier prinses Mette-Marit Tjessem Høiby zijn bedoeld: deze kersverse moeder Mette-Marit, gehuwd met Haakon van Noorwegen, Magnus Glücks­burg, zoon van koning Harald V., bracht net als Mabel, in parallelle omstandigheden, enkele nachten door aan boord van pleziervaartuigen.
[5] Rijmnood eist een gewisse tol… er waren in totaal elf christelijke premiers (enkel na de oorlog gerekend). Ter volledigheid hier de namen, met de dubbels weggelaten, want enkelen kwamen twee-drie keer aan de bak: Gaston & Jean & Joseph & andere Jean & Théo & Pierre & Paul & Leo & Wilfried & Mark & tenslotte Jean-Luc, het paard dat achter de (amper)zandkar werd gespannen.
[6] Handelingen 9:18.
[7] Smyrna, Rhodos, Colophon, Salamis, Chios, Argos, Athenae, hae septem certant de stirpe insignis Homeri: deze zeven strijden om de afstamming van de beroemde Homerus.
[8] Alhoewel… Quandoque bonus dormitat Homerus, heeft Horatius al moeten vaststellen.

P.S. ingezonden voor de KLARA-gedichtendag, met als thema: het Heldendicht. Niet gewonnen...


.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html