14 februari 2009

Sint Valentijn wordt niet altijd en overal op dezelfde manier gevierd

.
Aangezien noch De Standaard noch De Morgen, als ik het goed heb ook maar één letter vuilmaakten aan deze mooie verjaardag, zal ik het doen. Tenslotte hebben de Vlaamse lezers evengoed recht op een kwaliteitspers als de Zwitsers.
(cursivering, prentjes en voetnoten m.v.)
.
Neue Zürcher Zeitung, 14 februari

De vervloeking van de “Satanische Verzen”

Voor twintig jaar werd de fatwa tegen Salman Rushdie uitgevaardigd,
wat de Britse moslims radicaliseerde.
Georges Waser


De opgaaf van zijn beroepsgroep, zegt de dichter Baal in Salman Rushdies “Satanische Verzen”, is het op gang brengen van discussies – “en als er stromen bloed vloeien uit de wonden die zijn verzen slaan, dan zullen die hem voeden”.1 Over deze uitspraak heeft Salman Rushdie sedert de Valentijnsdag van 1989 ongetwijfeld al vaak nagedacht.

De campagne tegen hem kwam op gang toen zijn nieuwe roman in oktober 1988 in Indië officieel verbannen werd. Na verboden in Pakistan, Saoedi-Arabië en Egypte, kwam in januari 1989 uit de Engelse stad Bradford het bericht: daar, op een openbare plaats aan een paal gespijkerd, werd het boek door een kijklustige menigte verbrand. Rechters en toeschouwers waren extremistische moslims.
Een literair werk verboden en verbrand – omdat het religieuze gevoelens zou kwetsen?
Westerse rationele mensen die deze vraag stelden kregen alras nog meer te horen. De 14de februari 1989 werden Rushdie en zijn uitgevers door de sjiitische ayatollah Khomeiny, de leider van de islamitische revolutie in Iran, madhur ad-dam verklaard (zij wier bloed moet worden vergoten).

De fatwa en de motieven daarachter

Van nu af moest Rushdie in de wetenschap leven dat de drijfjacht op hem geopend was – en met de berichten over gepeupel dat zijn portret met uitgestoken ogen door vreemde steden droeg. Wat in Japan, Noorwegen en elders zijn vertalers en uitgevers ondergingen, is bekend. De dood van Khomeiny en ook Rushdies officiële bekentenis tot de islam konden niets veranderen: de fatwa bleef bestaan, en in 1991 werd de premie van een miljoen dollar die op het hoofd van de auteur stond, verhoogd tot twee miljoen.
Ook wat dit betreft staat er in de “Satanische Verzen” een bepaald profetische uitspraak, en wel komende uit de mond van de ter dood veroordeelde Baal; “Hoeren en dichters”, schreeuwt hij op weg naar zijn terechtstelling, “zijn mensen aan wie je geen vergiffenis kunt schenken!”
Vergiffenis was in de Rushdie-affaire inderdaad nooit een thema – en wel omdat diegenen die aan de touwtjes trokken niet op grond van religieuze, maar van politieke oogmerken handelden.2 Zoals Kenan Malik argumenteert, auteur van het eerstdaags te verschijnen boek “From Fatwa to Jihad: The Rushdie Affair and its Legacy”, werd Rushdie zijn roman door Saoedi-Arabië en Iran gebruikt, omdat zij zich als vaandeldragers van de globale islam wilden opwerpen.
Beide landen zagen in de vooreerst nog kleine groepjes die in Groot-Brittannië protesteerden tegen “De Satanische Verzen” een soort nieuwe kieskring.3 En in deze “kieskring”, zo constateert Malik, gold al snel enkel hij als een goede moslim die een verbod op het boek van Rushdie eiste, en indien enigszins mogelijk ook het bloed van de auteur wilde zien.
Bij deze “echte” moslims hoorde toen ook Inayat Bunglawala, vandaag woordvoerder van de Britse Moslimraad. Hij heeft zijn standpunt intussen veranderd; maar in die dagen had Khomeinys fatwa hem “in een feestroes” gebracht – en ook vandaag nog, zei hij pas in de “Observer”, dacht hij met dankbaarheid terug aan de protesten tegen Salman Rushdies boek, want die waren een bindteken geworden tussen de “etnische gemeenschappen” en hadden de grondslag gelegd voor een brits-moslimse identiteit. Kenan Malik ziet dat enigszins verschillend. Seculiere moslims, schrijft hij in de “Sunday Times”, zouden nu als verraders en “behorend tot de blanke linkerzijde” worden afgedaan, terwijl daarentegen ontevreden jongeren de radicale islam niet enkel acceptabel vonden, maar hem als authentiek verwelkomden.
Malik beklemtoont dat de Rushdie-affaire Groot-Brittannië in een samenlevingsconflict heeft gestort. Veel moslims –de meesten hadden Rushdies boek niet gelezen– geloofden dat zij hun religie moesten verdedigen. Hoe konden zij tot bedaren gebracht worden? En was een tegemoetkoming zelfs maar aangewezen? De Rushdie-affaire riep vragen op die men zich in Groot-Brittannië nooit had gesteld.

Een zaak met gevolgen

In het multiculturele Groot-Brittannië had de controverse vooral een weerslag op de vrijheid van het woord. Daar waar nog de uitgever Penguin dit principe nooit heeft laten vallen omwille van de “Satanic Verses”, gaat men in vele culturele instellingen tegenwoordig anders te werk. Om moslimse fijngevoeligheden niet te kwetsen voerde het Royal Court Theatre vorig jaar de toneelopvoering met een nieuwe versie van Aristophanes’ “Lysistrata” af – en om dezelfde reden werden al in 2005 in de Barbican enkele passages uit Marlowes stuk, Tamburlaine the Great, weggeknipt. Ook werd in hetzelfde jaar het werk “God is Great” van de beeldhouwer John Latham uit de Tate Gallery ver- wijderd, want naast blad- zijden uit de Bijbel en de Talmoed waren er ook enkele uit de Koran in verwerkt.
Zoals de schrijfster Monica Ali het in de “Sunday Times” beschrijft, is in de broeikasatmosfeer van zulke consideraties een “marktplaats voor schromelijke krenkingen” ontstaan, waar iedereen zich gerechtigd voelt om te schreeuwen en te protesteren.4 Ali kan het weten: toen men haar roman “Brick Lane” in 2006 in de gelijknamige Londense straat wilde verfilmen, werd dat plan door een protestmars verijdeld – en de deelnemers, zegt de auteur, werden zo goed als allemaal per bus uit Bradford aangevoerd.

____________

1 “ ‘To name the unnameable, to point at frauds, to take sides, start arguments, shape the world and stop it from going to sleep.’ And if rivers of blood flow from the cuts his verses inflict, then they will nourish him.” Rushdie, 1997, p.362
2 Het is nog maar de vraag of dat ook zo is… de islam is essentieel een politiek systeem, een oorlogsdoctrine kun je rustig zeggen, meer dan een godsdienst het boek van Malik verschijnt in april.
3 Vooral in Saoedi-Arabië kan dit begrip nochtans niet veel associaties hebben opgeroepen.
4 “What we have developed today,” she says, “is a marketplace of outrage.”
.

2 opmerkingen:

hel decker zei

Interessant.
't Doet me denken aan de uitspraak van (denk ik) de Britse minister van Binnenlandse Zaken, waarin hij uitlegt waarom Geert Wilders toelaten in Engeland om zijn filmpje voor te stellen voor het Hogerhuis niet kan: "In een volle theaterzaal mag je ook niet Brand! roepen. Daarmee volgens mij moslim-Engeland bedoelend. Weinig comfortabel idee.

Marc Vanfraechem zei

Inderdaad niet bijster verstandig (hoewel correct) van minister Miliband (die ervoor pleit om Turkije zo snel mogelijk tot de EU toe te laten).
In verband met dat roepen van Brand! is dit oude blogje misschien nog grappig.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html