Alexis de Tocqueville over Cordon en PC
Ik weet dat zijn werken in het Nederlands vertaald zijn, vanzelfsprekend, maar ik heb enkel de Franse tekst bij de hand en vertaal daarom een passage:
Over de greep die in Amerika de meerderheid heeft op het denken
Zodra zich onherroepelijk een meerderheid heeft gevormd rond een vraagstuk, wordt er in de Verenigde Staten niet meer geredetwist – Waarom dat zo is – De morele macht van de meerderheid op de ideeën – Democratische republieken maken het despotisme tot iets immaterieels.

Een koning bezit ook enkel materiële macht, die op de gedragingen wel inwerkt, maar op de gezindheden geen vat krijgt; een meerderheid is echter bekleed met een materiële zowel als een morele macht, die op de gezindheid niet minder inwerkt dan op de gedragingen, en die tegelijk acties belet én de wens daartoe.
Ik ken geen ander land waar, in het algemeen gesproken, minder geestelijke onafhankelijkheid en echte vrijheid van discussie heerst dan Amerika.

In Amerika trekt de meerderheid een geduchte cirkel rond de vrije gedachte. Binnen die krijtlijn is de schrijver vrij; maar wee hem die zich erbuiten zou wagen. Niet dat hij een autodafe hoeft te vrezen, maar hij staat bloot aan alle soorten van afschuw, en aan dagelijkse vervolgingen. Een politieke carrière is voor hem uitgesloten: hij heeft immers de enige macht beledigd die zulke carrière voor hem zou kunnen openstellen. Alles wordt hem ontzegd, tot zelfs zijn eigenwaarde. Vóór hij zijn opinies publiceerde dacht hij nog medestanders te hebben; nu hij zich voor iedereen bloot heeft gegeven, gelooft hij niet langer dat hij er nog heeft; want diegenen die hem afkeuren, geven daar luid uitdrukking aan, en diegenen die denken zoals hij, maar niet zijn moed bezitten, houden zich gedeisd en stil. Hij zwicht, buigt onder de last van elke dag, en hult zich in stilzwijgen, als had hij wroeging over zijn oprechte woorden.
Kettingen en beulen waren de lompe instrumenten die de tirannie destijds gebruikte; maar in onze tijd heeft de beschaving tot zelfs het despotisme geperfectioneerd, ook al leek dat niets te leren meer te hebben.
De prinsen hadden om zo te zeggen het geweld gematerialiseerd; de democratische republieken van onze dagen hebben het geweld omgevormd tot iets dat net zo geestelijk is als de menselijke wil, die het aan banden wil leggen.
Onder het absolute bewind van een enkeling sloeg het despotisme botweg het lijf, om zo de ziel te treffen; en de ziel, die aan deze slagen ontkwam, verhief zich in alle glorie er boven; maar in de democratische republieken gaat de tirannie niet meer op die manier te werk; zij laat het lijf met rust en gaat recht op de ziel af. De meester zegt niet meer: u zult denken zoals ik, of u gaat eraan; hij zegt: het staat u vrij om niet te denken zoals ik; uw leven, uw have en goed, alles mag u behouden; maar vanaf nu bent u een vreemde onder ons. Uw burgerrechten zult u behouden, maar ze zullen nutteloos voor u zijn; want als u naar de gunst van uw medeburgers dingt, zullen zij u die niet verlenen, en indien u nog maar hun achting verlangt, dan nog zullen zij doen alsof ze die weigeren. U zult onder de mensen blijven, maar recht op medemenselijkheid zal u worden ontzegd. Als u toenadering tot uw gelijken zult zoeken, zullen zij u als een onrein wezen mijden; en diegenen die in uw onschuld geloven, juist diegenen zullen u in de steek laten, want anders zou men op hun beurt ook hen mijden. Ga in vrede, ik spaar uw leven, maar dat zal erger zijn dan de dood.
De absolute monarchieën hadden het despotisme onteerd; laten we uitkijken dat de democratische republieken het niet alsnog in eer herstellen, en dat zij, door het voor enkelingen zwaarder te maken, het niet in de ogen van de meerderheid ontdoen van zijn hatelijke aspecten en zijn vernederende karakter.
De la démocratie en Amérique
(d’après la douzième édition, 1848)
Préface d’André Jardin
Éditions Gallimard 1981, tome I, pp. 380-3
.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten