12 februari 2022

Over het nut van cafés

.

Het boek hiernaast is een nachtmerrie voor uitgevers. John Aubrey (1626-1697) schreef het, al is dat veel gezegd want wat hij produceerde waren losse, haastig geschreven papiertjes. Zijn oudheidkundige studiën in Oxford had hij niet kunnen afmaken, achtervolgd door schuldeisers, maar zijn belangstelling voor het onderwerp bleef.

In Brief Lives geeft hij heel korte levensbeschrijvingen van auteurs en wetenschappers, tijdgenoten of die kort voor hem leefden. Om er enkele te noemen: Francis Bacon, Edmund Halley, William Shakespeare, Sir Walter Raleigh, Andrew Marvell, Richard Napier, Ben Jonson, René Descartes, Edward de Vere, Jean Baptiste Colbert, Desiderius Erasmus, John Milton enzovoort: meer dan honderd. Hij bedoelde niet deze uit te geven,* maar een vriend van hem, Anthony Wood, professor oudheidkunde (antiquary) in Oxford, vond dat het moest. 

Aubrey stuurde hem zijn materiaal en vrac, en in een brief verontschuldigt hij zich voor de vele slordigheden, weglatingen enzovoort en vraagt dat ze gecorrigeerd worden. 
Én hij wijst op de onvervangbare rol van cafés (een nieuwigheid toen)** als het gaat om het verzamelen van materiaal:  


'Brief Lives,' chiefly of Contemporaries,
set down by
John Aubrey, between
the Years 1669 & 1696

          To my worthy friend Mr. ANTHONIE à WOOD,
          Antiquarie of Oxford.

1680

  SIR!

I have, according to your desire, putt in writing these minutes of lives tumultuarily, as they occurr'd to my thoughts or as occasionally I had information of them. […]
'Tis a taske that I never thought to have undertaken till you imposed it upon me, sayeing that I was fitt for it by reason of my generall acquaintance, having now not only lived above halfe a centurie of yeares in the world, but have also been much tumbled up and downe in it which hath made me much knowne; besides the moderne advantage of coffee-howses in this great citie, before which men knew not how to be acquainted, but with their owne relations, or societies. […]
When I first began, I did not thinke I could have drawne it out to so long a thread.
___________
* Aubrey beschreef zich als 'een wetsteen, niet in staat om zelf te snijden': cos exors ipse secandi.
** Hij betreurde echter dat de rector van de school waar hij Latijn leerde, 'a proper man and a good fellow', niettemin het tapgat van een vat bier dat hij gebrouwen had gewoonlijk afsloot met een stuk perkament uit een oud manuscript. He said nothing did it so well: which methought did grieve me then to see. [...] and perhaps in the library we might have found a correct Pliny's Natural History, which Camitus, a monk here, did abridge for King Henry the Second.


Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html