21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC?


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.*
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hier op neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in het boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: .beter een afkeurende, ongefundeerde recensie dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikels en grote foto’s zaten.

Maar om de zaak in een breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van de stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:

Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent


Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.


oOoOoOo

* noot van 7 december: in de uitzending van het Humanistisch Verbond, een gastprogramma op Radio1, kwam het boek wel aan bod, in een gesprek van 10 minuten met de samensteller Wim van Rooy; een heel lang gesprek dus, naar de normen van vandaag.
.

4 opmerkingen:

PN zei

Ik vond het anders wel sympathiek van dhr de Jong om toe te geven in zijn stukje dat hij het boek maar ten dele heeft gelezen.

Daar ik er tegenop zie om dat ganse boek te lezen, ben ik zo vrijmoedig om te vragen welke auteur suggesties voor een eventuele remedie aanreikt.

Marc Vanfraechem zei

Zoals u weet, beste P.N., vroeg koning Ptolemaios aan Euclides of er een makkelijke weg was naar de kennis van de meetkunde. Deze antwoordde hem dat er in de meetkunde geen koninklijke weg bestond.
In die zin vrees ik dat u helemaal zelf in het boek zult moeten kijken of u de gevraagde remedies kunt vinden, die vaak -om het extra moeilijk te maken- enkel impliciet aangegeven worden. Lezen is werken!

PN zei

Ik had in u niet iemand gezien die het selectief lezen afkeurde.

Van mijn kant zou ik het selectieproces als een deel van de arbeid beschouwen.

Maar goed, een halszaak is het nu ook alweer niet.

Elders op het web las ik overigens dat Michiel Hegener zijn hoofdstuk expliciet wijdt aan de zijns inziens wenselijke beleidsmatige consequenties van de huidige culturele ontwikkelingen.

Marc Vanfraechem zei

Beste PN, u kunt van mij toch niet verlangen dat ik, die zelf een stukje schreef in dat boek, ook nog eens aanduidingen geef over welke essays iemand best leest of misschien kan overslaan. Maar ik zie dat u de zaak natuurlijk zelf al ter hand hebt genomen ;-)

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html