5 maart 2024

Wat zal naar uw gading zijn, lezer?


Alexandre Dumas beschrijft in De Graaf van Monte Christo – een verhaaltje van vijftienhonderd bladzijden – op pagina vierhonderdzesentachtig de Parijse woonst van een gegoede jongeman. Hij doet dat grondig. Kennelijk had Dumas nooit een schrijfcursus gevolgd en zijn zinnen vallen bijgevolg wat langer uit, soms. Eerst komt de gelijkvloerse verdieping:

Onze jongeman had zijn hoofdkwartier gevestigd in de kleine salon op de benedenverdieping. Daar, op een tafel met daarrond op enige afstand brede, zachte divans lagen alle bekende tabakken, van de gele tabak van Petersburg tot de zwarte tabak van de Sinaï, en niet te vergeten Maryland, Portorico en Latakia, te schitteren in de gecraqueleerde faiencepotten waar de Hollanders zo gek op zijn. Daarnaast stonden in geurige houten kistjes, in volgorde van grootte en kwaliteit, puro’s, regalia’s, havanna’s en manilla's gerangschikt. In een open kast ten slotte, een verzameling Duitse pijpen, chibouks met barnstenen koppen versierd met koraal en met goud ingelegde shisha’s met hun lange marokijnen pijpen opgerold als slangen, wachtend op de luim of de gunst van de rokers. Albert zelf had voor deze ordening gezorgd, of liever gezegd voor deze symmetrische wanorde die disgenoten na de koffie bij een moderne maaltijd graag aanschouwen door de walmen die uit hun mond ontsnappen en in lange, grillige spiralen naar het plafond stijgen.

Le Comte de Monte-Christo

Préface de Jean-Yves Tadié

Édition établie et annotée par Gilbert Sigaux

Gallimard 1981, Folio classique


Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html