24 februari 2007

Gaan kiezen is in Frankrijk eigenlijk nogal simpel

.
Nog uit de krant van gisteren, een beter geschreven artikel. Het komt dan ook niet uit de pen van een vaste redacteur, maar uit die van een gastauteur, Marc Hooghe van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn stuk gaat over de komende Franse presidentsverkiezingen.
In ons eigen landje zijn verkiezingen altijd complex en verward. Talloze thema’s tegelijk dienen zich aan, en bovenop elk van die thema’s komt nog een communautair sausje, waardoor alles één grote kliederboel wordt en je als kiezer nergens nog een losstaand probleem kunt onderscheiden dat eventueel met louter technische middelen op te lossen valt.
Frankrijk is vergelijkenderwijs een eenvoudig land, leert ons Marc Hooghe: zo eenvoudig dat het land misschien zelfs zónder enige wetenschap der politicologie zou kunnen blijven bestaan!

Onze zuiderburen gaan over precies twee maanden naar de stembus, maar de inzet van de verkiezingen is er klaar en duidelijk. Ofwel kiezen de Fransen voor een competitieve markteconomie, met strakke regels (Nicolas Sarkozy). Ofwel kiezen ze voor een solidaire samenleving, die ervoor zorgt dat er niemand achterblijft (Ségolène Royal).

Dat is toch om jaloers op te zijn! Hoe eenvoudig zitten die Franse verkiezingsprogramma’s in elkaar: politicologisch gesproken heb je één goede kandidate, en één slechte kandidaat. En je kiest maar.
Oude auteurs wezen er al op, en ook Marc Hooghe beseft ongetwijfeld dat de mens al te vaak tot het kwade is geneigd. Enkele peilingen in Frankrijk wezen trouwens al in die richting.
Het Kwade bezit een zekere aantrekkingskracht, en met strak politicologische argumenten en redeneringen valt daar weinig aan te doen. Noodgedwongen moet een goede wetenschapper dan al eens een kunstgreepje uithalen, een simplificatie, of kleine falsificatie van partijprogramma’s bijvoorbeeld. Want al is het probleem bij de Franse verkiezingen simple comme bonjour: de kans bestaat altijd dat het kiesvee zich op het beslissend moment toch nog vergist. Daarom voegt Hooghe wijselijk toe:

Als Nicolas Sarkozy uitpakt met zijn strakke law-and-orderprogramma, dan neemt hij een heel mannelijke rol op zich. Hij wordt dan de Vader des Vaderlands, die eventjes orde op zaken zal stellen. Het is een vanzelfsprekende rol geworden, en Sarkozy treedt daarmee moeiteloos in de voetsporen van generaal De Gaulle. Royal is op dit ogenblik echter bezig een nieuwe rol aan het uitvinden, die van Moeder des Vaderlands. [deze laatste zin valt stilistisch misschien wat tegen, maar de inhoud blijft overeind] Een moeder die zich bekommert om onderwijs, om armoede, maar die ook niet te beroerd is om af en toe op de regels te wijzen.

Veel wetenschappen sluiten zich op in een ivoren toren hoor je vaak zeggen, maar alvast de politicologie valt niet onder dat verwijt.
.

Op zijn Vlaams ne keer

.
Het Verdriet van België is één zaak, maar dat mag ons het Verdriet van de Vlaamse Schrijvers niet laten vergeten. Die mannen worden in Nederland bijna niet gelezen schrijft De Standaard.
Bij die krant hebben ze een dagelijks rubriekje waarin elk om beurt de redacteurs aan zichzelf een vraagje mogen stellen, en meteen ook het antwoord geven. Dat is handig en snel. Het rubriekje is altijd bovenaan te vinden, pal in het midden van de krant en bijgevolg verdeeld over twee aansluitende pagina’s – toch na verwijdering van een aantal katernen die u voor latere lectuur zult bestemmen. Het rubriekje is overigens herkenbaar genoeg want er staan geen foto’s bij, of hoogstens een kleintje.

Vandaag was het de beurt aan Jeroen Overstijns, die normaal De Standaard der Letteren leidt, maar vandaag even uit zijn katern mocht stappen. En zoals dat past in een duidingsrubriek verklaarde hij mij eindelijk waarom Nederlanders geen Vlaamse auteurs lusten.
Maak u niet ongerust lezer, het wordt niet ingewikkeld. Misschien dat u op deze weblog al eens een overtollige of hinderende bijzin hebt gezien, maar in een vlot krantenartikel komen die niet voor. Overstijns bewijst kort en goed dat qua verklaringskracht zelfs werkwoordloze zinnen niet hoeven onderdoen voor een doorwrochte periode.

Ze lusten ons daar weer niet, meneer
Waarom Nederlanders geen Vlaamse boeken lezen
Nederlanders lezen onze boeken niet. Dat ligt gevoelig. Maar het is niet erg.Droefheid is ons lot. Want slechts twee Belgen vind je in de top honderd van meest gelezen boeken van 2006 in Nederland. Twee Belgen, én de Snoecks. Dat qua Vlaams monument kan tellen. Maar toch. Sabine Dardenne, onze hoogst genoteerde, staat pas op 42. Een Waalse dan nog. Snoecks volgt even verder en De engelenmaker van Stefaan Brijs sluit de rij op 76. […]

Overstijns gaat nog door, maar na deze enkele alinea begreep ik al veel. Die auteurs lijken in spiegelbeeld wellicht op hun critici! Bonnet blanc et blanc bonnet.
Ik heb van Vlaamse auteurs eigenlijk nog nooit een boek gekocht, maar dat was enkel omdat ik hen soms op de radio had bezig gehoord, of op de televisie, en dan stond hun ondermaatse Nederlands mij altijd tegen. Onzeker woordgebruik en smerige dictie. Hun subtaaltje heeft nooit mijn interesse kunnen wekken. Vaak kennen zij niet eens correct dialect vermoed ik, en dus koop ik hun boeken niet. Niemand verder die zich aan hun smoutebollentaal lijkt te storen, maar voor mij: Leve de Nederlanders.
Soms hoor je ook uitzonderingen. Over Van Istendael had ik het bijvoorbeeld niet, maar dat is ook een halve Hollander, en zijn boeken lees ik wel. Hemmerechts zou misschien ook in die categorie vallen als zij niet zo nadrukkelijk een behaagzieke bakvis was.

Maar of zulder dat nu zelf kunnen inschatten of niet, de stijl van criticus Overstijns is dodelijk voor alle Vlaamse auteurs. Terwijl het nochtans kan voorkomen dat een criticus je overhaalt om een onverwachte auteur in huis te halen. In de Volkskrant, of was het de NRC, las ik twintig jaar geleden een recensie die mij de Onegin in de vertaling van Jonker heeft doen lezen. Die recensent zijn naam weet ik niet meer, maar hij heeft mij toen verplicht om dat boek te kopen. Hij vond de vertaling overtreffend goed, en zelf schreef hij ook ernstig Nederlands.
.

22 februari 2007

Ruim een kwart eeuw geleden voorzag deze dichter ...de bloggers al

.
Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng dagen door
met puntenslijpen; 'k weet van vóór
nauw'lijks dat ik van acht'ren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op papier.
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor het land!

Soms, onder 't slijpen, groeit de wens
actief te zijn, een actie-mens.
Maar zie ik dan, op 't laat journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
'Vandaag één krul te veel gezet'.

Lévi Weemoedt
uit: .Zand erover (1981)

20 februari 2007

Twoalf boulons losvijze, mier es da nie.

.
An ‘t Groavekastiel (Gravensteen voor niet-Gentenaars) plakt al jaren een enorm kunstwerk. Een ijzeren stelling die een spinnenweb voorstelt, en die het zicht op het XIXde-XXste E.’se gebouw zelf danig in de weg staat. Jan Hoet heeft dat kunstwerk voor ons laten maken door de wellicht wereldberoemde Duitse artiest Stefan Kern, nog ter gelegenheid van de tentoonstelling “Over the Edges” van het jaar 2000.

Geen kwaad woord over Over die Edzjes, want dat gedoe was best grappig die zomer. Maar wél een kwaad woord over de onsmakelijke beslissing, of juist niet-beslissing om dat spinnenweb eindeloos maar te laten hangen waar het hangt.
.
Ja, moderne kunst. Laat ons daar eens over spreken.
Iedere deftige mens beseft dat zij ergens goed voor is, maar in zijn binnenste weet diezelfde mens ook dat kunst niet enkel zien is, maar vooral eerst een beetje afzien. En zo hoort het: leven is lijden!
Achteraf babbelen over die kunst, bij een glas en in goed gezelschap, is natuurlijk een stuk plezieriger dan de verplichte plechtige communie met de werken zelf.
Zoals wij weten: de gewone volksmens schuwt elk contact met moderne kunst. Wellicht ontbreekt hem de bereidheid tot voorafgaand lijden. Genieten doen zij graag genoeg, maar vraag hen niet om een momentje van afzien.
Voor goede bestuurders ligt hier een taak. Maar zij moeten die niet halverwege laten liggen: er kúnnen gedichten op de stadsmuren, zelfs knullige spinnenwebben, maar dan moet er wel een permanente receptie komen waar die dingen verteerbaar gemaakt worden.
.

15 februari 2007

Katholiek is hij natuurlijk niet!

.
Iets over Karel De Gucht vertellen heeft, om redenen, altijd een bepaalde charme. Hij is een goed onderwerp. Ik zal niet zo ver gaan als de jongens en meisjes van de krant, of van radio of televisie, die hem (omdat de man als verstandig bekend staat) bepaald schroomvallig benaderen – of toch met meer dan de normale hondse trouw waar Karels democratische collega’s mogen op rekenen.
Direct toegegeven, er zijn sterke aanwijzingen dat deze man niet op zijn kopje gevallen is. Zo drukt hij zich gewoonlijk grammaticaal uit, een eigenaardigheid in zijn kringen. Vandaar dus die charme waar ik mee begon. Nog iets dat ik kan appreciëren: hij bewaart altijd een zekere afstand tot het publiek. Wellicht is ook hij van oordeel dat de kloof met de burger natuurlijk niet te groot, maar ook niet te klein moet worden.
Maar zelfs zijn bewonderaars – waaronder ik stilaan mijzelf begin te rekenen, op grond van de vele stukjes die hier aan hem zijn gewijd – zelfs zijn bewonderaars dus, zullen moeten toegeven dat er tussen de volzinnen die Karel bij onderscheiden gelegenheden uitspreekt soms eigenaardige spanningen bestaan.
Zo verraste hij mij gisteren nog met een verhaal over de schrijnende toestanden in Servië en Kosovo. En de zaken opentrekkend kwam even later ook Kroatië in zijn verhaal voor. Karel was bijzonder mededeelzaam. Niet dat hij vloeibaar werd voor de microfoon, maar hij bood ons toch een zeldzaam kijkje in zijn innerlijke. Bepaalde gevoelens van eenzaamheid had hij ondervonden, nadat zijn collega's-buitenlandministers weinig enthousiasme hadden betoond voor een bezoekje van de roemruchte pleitbezorgster der Kosovaren, Carla Del Ponte.
Ik stel voor dat wij nu eerst even luisteren hoe Karel De Gucht verderging in De Wandelgangen op Radio1, en lucht gaf aan zijn wantrouwen tegenover de Serviërs.

Kijk men zet de wereld toch op zijn kop. Men zegt kijk, daar is nu een democratische regering die gaat gevormd worden, dat mag ik hopen, euh en dus moeten we daar euh toegeeflijk tegenover zijn. Ik zou zeggen als het een democratische regering is, dan is toch het eerste wat die wil doen en moet doen, is volledig samenwerken met de internationale justitie, en inderdaad Mladić uitleveren. Democratie is niet alleen verkiezingen, het is ook de rechtsstaat respecteren dus dat is een bijzonder raar argument; ten tweede ben ik er helemaal niet van overtuigd, zelfs integendeel dat dat wat dan ook zal veranderen met betrekking tot Kosovo. Ik kan mij niet inbeelden dat er een politicus in Belgrado rondloopt, een belangrijke politicus die kan zeggen OK, Kosovo laten we dat maar onafhankelijk worden hé! Geen enkele politicus kan dat zomaar gaan zeggen, dus denken dat omdát wij wat toegeeflijker zijn dat zij dan ook toegeeflijker gaan zijn, ik bedoel de Servische politici met betrekking tot Kosovo, dat is totaal onjuist. Ten derde, Mladić en Karadžić zijn toch wel twee van de ergste oorlogsmisdadigers, hé? En Mladić is de rechtstreekse verantwoordelijke voor het bloedbad in, in Srebrenica, waar, euh duizenden, euh mensen, euh vermoord zijn.
Gerechtigheid gaat vóór op politieke manoeuvres?
Het is euh, gerechtigheid moét daar op voorgaan, maar ik weet dat euh, dat is een eindeloos dispuut natuurlijk in de internationale politiek, maar hier gaat het niet alleen over internationale politiek hé! Het gaat erover: zijn wij nu als Europese Unie gediend dat wij op termijn een aantal landen binnenkrijgen, die geen schoon schip hebben gemaakt met hun verleden. En als je toegeeflijk wordt in Servië, dan gáát dat ook zijn gevolgen hebben in Kroatië, dan stopt men daar ook inderdaad met de nog, euh overblijvende zaken, dat zijn er honderden nietwaar, met die ernstig te behandelen dus. Het zou gewoon een politieke vergissing zijn, het is moreel onaanvaardbaar, maar het is ook politiek onjuist.


De pers was unaniem zeer enthousiast, en noemde de minister rechtlijnig en principieel. Zo nu en dan een beroep op het geweten valt daar licht in de smaak.
Laten wij mischien een stap teruggaan in de tijd. Na het Heizeldrama nam de liberale vice-premier Jean Gol even ontslag, in de plaats van zijn christelijke collega Nothomb, voor een half uurtje geloof ik nam hij ontslag, of hooguit een uur, daarna was alles weer koek en ei. De tijd enfin van een wandelingetje in het koninklijk park met dat mooie grondplan, en misschien een plasje ook. Het gaf in elk geval sfeervolle foto’s in de krant. Maar Gol, de kortstondig verloren zoon, had direct bij zijn terugkeer in het Halfrond een zin klaar die ik altijd mooi (en bitter) ben blijven vinden: Quand on fait appel à la conscience d’autrui, il faut être sûr d’avoir épuisé la sienne.
Van je eigen politieke familie moet je het hebben! want wát verklaarde Karel vóór enkele tijd nog, toen iemand hem herinnerde aan de Turkse genocide op de christelijke Armeniërs? – niet dat wat mij betreft die Armeense kwestie ten gronde iets te maken heeft met een EU-lidmaatschap van Turkije, maar voor hém zou dat wel mogen aangezien hij, zoals de Open-VLD, zich beroept op een "ethische moraal" om even te spreken in de woorden van zijn partijvoorzitter – wel, Karel moest niéts weten van “voorafgaandelijk schoon schip maken”: integendeel onze gelegenheids-Realpolitiker vond het juist euh achterlijk …om niet vooruit te kijken en altijd maar achteruit! Trouwens, voegde hij ons nog toe: “…zoals wij zelf weten: het vraagt tijd om met het eigen verleden in het reine te komen”.
Ik vrees dat Karel De Gucht hier discrimineert: christenen en atheïsten moeten iets wel, en moslims niet. Stelt hij hen niet gelijk met ons?
Goed, iedereen weet dat Karel zelf geen christen is (hoé gelukkig was hij niet, de dag dat zijn partij overal slaag had gekregen ... en hij in Berlare de Infamie had verpletterd?), ik geloof niet eens dat hij katholiek is ...maar zekere casuïstiek, zekere jezuïetentrekjes kan niemand hem ontzeggen.
.

8 februari 2007

Zoetzuur kan wel lekker zijn

.
Net als de meesten onder u lezers, lees ik een krant of twee per dag, soms drie, luister ik ondertussen ingespannen naar mijn radio, en zet ik ‘s avonds al eens mijn televisiepost aan, want dat is een venster op de wereld.
Nu kan ik niet weten wat voor effecten dit helse ritme op u heeft, maar bij mij is het resultaat van mijn inspanningen, dat ik al een tijdlang geloof dat er in de wereld veel zinloos geweld voorkomt. Meer toch dan vroeger.
Felix infelicitas: ik kan dit feit nu ook verklaren. Ongebreideld individualisme, tomeloos materialisme, met als gevolg verharding, en hieruit weer: een alom proefbare verzuring. Met als ondergrond, in basso continuo, ons ziekmakend blank racisme. Dat laatste vergat ik bijna nog te zeggen.
Journalisten helpen ons vaak aan inzichten, en wel eenvoudig omdat zij zaken waar een ander niet uitkomt weten te plaatsen, en zij gelukkig daar geen geheim van maken. Zij houden niet alles voor zich. Nobele neiging, maar ze vraagt, zoals elk fenomeen rondom ons, om een verklaring. Waar komt die neiging vandaan? Soms lijkt het hen eerder een genoegen dan een plicht zult u zeggen, maar dat volstaat niet.
Welnu, ook deze belangeloze inzet kan ik verklaren! En ik zie daarbij niet de noodzaak om in grove termen te vervallen, zoals bijvoorbeeld dat regierungskonforme Maulhurerei, dat ik laatst moest zien staan in de doorgaans deftige Frankfurter Rundschau.
Vraag mij niet om een vertaling. Al zouden wij dat misschien even goed kunnen als de Duitsers, wij hebben hier geen zaken met hun lange woordvormingen.
Ik kan trouwens niet beoordelen wat er in andere landen omgaat, maar zie ondertussen wel dat onze journalisten hier, opnoemen is overbodig, noch individueel noch als groep ook maar een spatje van verzuring vertonen. Ik vind dat verklaring genoeg.
En dat terwijl –wij zagen het net aan dat buitenlands voorbeeld– op zich het beroep van journalist geen afdoende beschutting lijkt te bieden tegen het zuurvirus (H2SO4).. Wellicht bezorgt hier te lande het gematigde zeeklimaat hen een extra immuniteit, of toch een bepaalde afscherming, een soort ophokking of cordon als u wil.
Ikzelf trouwens profiteer mee van dat klimaat, want ik ben ook niet verzuurd! ...wel knaagt aan mij voortdurend het besef dat precies die gedachte wel een veeg teken kon zijn, en dat het gevreesde proces onverbiddelijk op gang is gekomen.
Want ik moet toegeven: van bepaalde zaken kan ik inderdaad tijdelijk zuur worden. Om maar te zeggen hoe erg: .zinloze mededelingen die op de weg naar het werk in trein of tram mijn oor bereiken, ja zelfs eenvoudige reclamepanelen waar mijn oog op valt, kunnen al een heftige irritatie opwekken die soms minutenlang zich doorzet.
Sterker: vaak heeft de lectuur onderweg van het enkele adjectief “zinloos” al hetzelfde effect.
.

2 februari 2007

Een laf lachebekje

.
Bij Grammens, in zijn laatste Journaal, p.3864, lees ik iets dat in Humo heeft gestaan. Dat blad Humo staat bij Vlaamse welmenende democraten goed aangeschreven, en het gaat zelfs door voor iets in de buurt van een kwaliteitsblad. Als je kennissen of collega’s bezig hoort dan klinkt het altijd: “Ja, platvloers, toegegeven, dat zal wel …maar toch goed gemaakt, én het verkoopt.”
Dat is voor een Vlaamse journalistieke vrucht inderdaad al heel wat, en naast de puree van StandaardMorgenKnack zal Humo wel afsteken, ongeveer vermoed ik, zoals op het wereldwijdeweb de site der Zatte Vrienden afsteekt, ook goed gemaakt, en wellicht met zowat dezelfde middelen.
Wat nu de immer ernstige Grammens berichtte was:

Misdadig. Op de misdadige vraag van een Humo-redacteur: “Wat zou u doen als u in de metro zeven allochtone jongeren Filip Dewinter ziet aftroeven?”, antwoordt de Belgische minister Bruno Tobback “grijnzend” (zo staat het er): “Ik zou denken dat het veel te gevaarlijk is om tussenbeide te komen”. Dit ligt geheel in de lijn van de vaderlijke raadgeving van Louis Tobback dat “alle middelen” (en hij herhaalde: noteer goed, alle middelen) toegelaten zijn tegen het (toenmalige) Vlaams Blok.

De fiston van Louis laat zich hier kennen als een haatdragende en vooral gewetenloze lafbek, tot daar, al blijft het genoteerd dat aan die snotneus blijkbaar nooit is bijgebracht wat de plichten van een gewone staatsburger zijn ...en niemand is tot heldendaden verplicht, maar dat een regerende minister zich tegenover allochtone dreigingen en geweld meent te mogen gedragen als een pure capitulard is ontluisterend. Je wéét zulke dingen wel, maar om ze zo openlijk te moeten horen...
Wat ik even nog wilde zeggen, geëerde Mark Grammens, ik vind niet de vraag van Humo misdadig (hoe zou een vraag misdadig zijn?): zij bracht juist verheldering. Zelfs het antwoord was dat niet, dat was enkel bruut en dom, en onder die jongens wellicht geestig.
Maar ik nodig het ministerventje uit, ter lering, om samen met mij op onzalige uren gebruik te maken van het Brusselse openbaar vervoer. Ik beloof hem naar vermogen rugdekking te verlenen.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html