21 juli 2008

Frans leren is niet gemakkelijk !

.
Mijn meeste blogs zet ik ook op de site van In Flanders Fields. .Zoals mijn bedenking rond Richard Miller, hieronder. Er kwamen daar nogal wat reacties, en ik antwoordde aan een lezer:

ik moet er eens werk van maken om alles wat Casanova over de Fransen en de Franse taal heeft gezegd te verzamelen ...maar de man schreef duizenden bladzijden, en al lees ik altijd met een potlood in de hand (anders kan ik zelfs niet echt lezen) het blijft een heel werk. Ja, Casanova schreef zijn belangrijkste werk in het Frans, en wel zodanig dat Stendhal vond dat, naast dat van de Code Civil, zijn Frans het beste was dat er geschreven was ...ook al verscheen er heel soms een italianisme, zoals hierboven de la Florentine ipv que.
Waarop weer een andere lezer reageerde:
Nou breekt mijn klomp! Ik heb altijd gedacht dat het Frans van Casanova vol fouten stond (hij heeft wellicht een goede "redacteur" gehad). Het voorbeeld dat ik mij herinner is volgende passage: Casanova schreef: "pour juger de la beauté d'une femme, j'écarte ses jambes". En hij wilde hier helemaal niet dubbelzinnig zijn. Het was gewoon het gevolg van een gebrekkige kennis van het Frans.
Dat is echter een misvatting: Casanova heeft helemaal geen redacteur gehad, en in zijn autobiografie Histoire de ma Vie, die hij natuurlijk op latere leeftijd schreef, vertelt hij over de problemen die hij met het Frans had, toen hij voor het eerst in Parijs arriveerde.
Tijdens zijn leven werd zijn handschrift trouwens niet uitgegeven. Te delicaat. Casanova was wél zijn eigen redacteur, en hij heeft grote stukken van zijn handschrift herschreven, veel geschrapt en toegevoegd, en daar gaan onze uitgaven op terug. De accuratesse van Casanovas herinneringen is ronduit verbluffend, en vaak perfect controleerbaar.
Het werk bestaat uit twaalf volumes, en in het derde gaf hij deze ondertitel aan hoofdstuk IX :
Mes balourdises dans la langue française, mes succès, mes nombreuses connaissances. Louis XV. Mon frère arrive à Paris.
Volgend tafereel speelt in de Parijse Opera, en hij is op dat moment pas drieëntwintig.

[…] c’était une musique de Lulli. J’étais assis dans le parquet, précisément au-dessous de la loge où se trouvait Madame de Pompadour, que je ne connaissais pas. À la première scène voilà la fameuse le Maur qui sort de la coulisse, et qui au second vers fait un cri si fort et si inattendu que je l’ai cru devenue folle; je fais un petit éclat de rire de très bonne foi ne m’imaginant jamais qu’on pourrait le trouver mauvais. Un cordon bleu* qui était auprès de la marquise me demande sec de quel pays je suis, et je lui réponds sec que j’étais de Venise.
– Lorsque j’ai été à Venise j’ai aussi beaucoup ri au récitatif de vos opéras.
– Je le crois, monsieur, et je suis aussi sûr que personne ne s’est avisé de vous empêcher de rire.
.Ma réponse un peu verte fit rire Madame de Pompadour, qui me demanda si j’étais vraiment de là-bas.
– D’où donc?
– De Venise.
– Venise, Madame, n’est pas là-bas; elle est là-haut.
On trouve cette réponse plus singulière que la première, et voilà toute la loge qui fait une consultation pour savoir si Venise était là-bas, ou là-haut. On trouva apparemment que j’avais raison, et on ne m’attaqua plus. J’écoutais l’opéra sans rire, et comme j’étais enrhumé, je me mouchais trop souvent. Le même cordon bleu, que je ne connaissais pas, et qui était le maréchal de Richelieu, me dit qu’apparemment les fenêtres de ma chambre n’étaient pas bien fermées.
– Demande pardon monsieur; elles sont même calfoutrées.
. On rit alors beaucoup, et j’en fus mortifié parce que je me suis aperçu que j’avais mal prononcé le mot calfeutrées. J’avais l’air tout humilié. Une demi-heure après M. de Richelieu me demande laquelle des deux actrices me plaisait davantage pour la beauté.
– Celle-là.
– Elle a des vilaines jambes.
– On ne les voit pas, monsieur, et après, dans l’examen de la beauté d’une femme la première chose que j’écarte sont les jambes.
. Ce bon mot-là dit par hasard, et dont je ne connaissais pas la force, me rendit respectable et fit devenir la compagnie de la loge curieuse de moi. Le maréchal sut qui j’étais, de M. Morosini même, qui me dit que je lui ferais plaisir à lui faire ma cour. Mon bon mot devint fameux, et le maréchal de Richelieu me fit un accueil gracieux. Celui des ministres étrangers auquel je me suis attaché le plus fut milord maréchal d’Écosse Keit, qui l’était du roi de Prusse. J’aurai occasion de parler de lui. […]


* Cordon bleu : un chevalier du Saint-Esprit ; ordre crée par Henri III roi de France […]


Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 3 – Chapitre IX
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, pp.586-7


Deze prachtige scène deed mij nog denken aan een passage bij Heinrich Heine, bewonderaar van Casanova,** die het in zijn Ideen. Das Buch Legrand, Kapitel VII, ook heeft over de moeilijkheden bij de studie van het Frans. De kleine Harry-Henri-Heinrich liep school in Düsseldorf en vertelt hoe het in de les toeging:

[…] ich erinnere mich noch so gut, als wäre es erst gestern geschehen, daß ich durch la religion viel Unannehmlichkeiten erfahren. Wohl sechsmal erging an mich die Frage: »Henri, wie heißt der Glaube auf französisch?« Und sechsmal und immer weinerlicher antwortete ich: »Das heißt le crédit«. Und beim siebenten Male, kirschbraun im Gesichte, rief der wütende Examinator: »Er heißt la religion« – und es regnete Prügel, und alle Kameraden lachten. Madame! seit der Zeit kann ich das Wort religion nicht erwähnen hören, ohne daß mein Rücken blaß vor Schrecken und meine Wange rot vor Scham wird. Und ehrlich gestanden, le crédit hat mir im Leben mehr genützt als la religion

[…] ik herinner mij nog zo goed, als was het pas gisteren gebeurd, dat ik door la religion een hoop onaangenaamheden heb meegemaakt. Wel zes keer kreeg ik de vraag: “Henri, hoe zegt men geloof in het Frans?” En zes keer, alsmaar meer in tranen, antwoordde ik: “Dat is le crédit.” En de zevende keer, bruin aangelopen als een kers, riep de woedende examinator: “Het is la religion” — en het regende stokslagen, en alle kameraden lachten. Madame! sedert die tijd kan ik van dat woord religie niet meer horen, zonder dat mijn rug bleek van schrik en mijn wangen rood van schaamte worden. Een eerlijk toegegeven, le crédit is mij in het leven meer van nut geweest dan la religion

** In zijn "Briefe aus Berlin" (1822) schrijft hij: Es ist keine Zeile in diesem Buche, die mit meinen Gefühle übereinstimmte, aber auch keine Zeile, die ich nicht mit Vergnügen gelesen hätte. [er staat in dat boek geen regel die met mijn gevoel zou overeenstemmen, maar ook weer geen regel die ik niet met plezier zou gelezen hebben]
Over Heines eigen verhaal schreef Ludwig Marcuse nog:
Und Harry gab schon in jungen Jahren auf die Frage: wie heißt der Glaube auf französisch? die echte Rothschild-Antwort: le crédit!
Heinrich Heine in Selbstzeugnissen und Bilddokumenten
Rowohlts Monographien, 1960, S.17



.

22 opmerkingen:

Anoniem zei

interessant in dit verband is de getuigenis van charles-joesph prince de Ligne over Casanova:
"Il n'y a que les choses qu'il prétend savoir, qu'il ne sait pas: les règles de la danse, de la langue française, du goût, de l'usage du monde et du savoir-vivre."
uit: casanova, histoire de ma vie,Laffont t3 p1162.

Het lijkt erop dat casanova het frans toch niet zo goed beheerste, hoewel hij het omgekeerde beweerde. Ik heb casanova nooit ernstig genomen....priester,vrijmetselaar,dokter,kabbalist....beetje dimmen ja ;)

Oldfield

Marc Vanfraechem zei

Diezelfde de Ligne beste Oldfield, was anders een bewonderaar van C. zoals u weet.
Als ik uit mijn geheugen mag citeren, dan zei hij, ergens in een brief, over de Histoire de ma Vie (die hij in handschrift las, meen ik me te herinneren) ongeveer het volgende "Un tiers m'a fait rire, un tiers m'a fait bander, et un tiers m'a fait réfléchir".
Overigens was zijn voornaamste kritiek op het werk, dat er nauwelijks aandacht was voor de herenliefde, hetgeen de prins bijzonder verdriette.
Overigens zei hij geloof ik ook nog van Casanova: "Il serait assez bel homme, s'il ne serait pas laid".
En natuurlijk, Oldfield, wordt van niemand geëist dat hij Casanova ernstig neemt: dat deed hijzelf toch ook niet? Eergevoel had hij wel natuurlijk, maar dat is toch nog iets anders.

Anoniem zei

over casanova schreef de prince de ligne ook nog: "C'est un puits de science; mais il cite si souvent Homère et Horace, que c'est de quoi en degoüter....il est méchant, hargneux et détestable..."
Mij komt hij zowel uit zijn mémoires als uit wat tijdgenoten over hem vertelden over als een mythomaan...maar ik lees hem wel eens graag, en dat is voor een schrijver het belangrijkste.

Oldfield

Marc Vanfraechem zei

Helemaal akkoord.
...behalve dan, ik vergat het nog, met "priester" in de eerste reactie; abbé was C. op zijn zestiende of zeventiende al, maar priester is hij nooit geworden: het ging mis met zijn roeping toen hij een "proefpreek" ging voorleggen in de plaatselijke pastorij:
Je suis allé chez le curé pour le lui lire: il n'y était pas; et devant l'attendre je suis devenu amoureux d'Angela sa nièce, qui brodait au tambour, qui me dit qu'elle avait envie de me connaître, [...]. Cet amour me fut fatal ; il fut cause de deux autres, qui furent causes de plusieurs autres causes qui aboutirent à la fin à me faire renoncer à l'état ecclésiastique. Mais allons tout doucement.
Nu vind ik deze enkele zinnen al voldoende bewijs voor de grote stylistisch vaardigheden van onze auteur.

A. Griffon zei

Casanova avait de l' Esprit.
Ik moet terug gaan lezen, want veel is vaag geworden. De extraits en de polemiek rond Casanova heeft me geamuseerd doen lachen en mijn honger aangewakkerd. Waarvoor dank.
Het zijn cursiefjes avant la lettre.

Marc Vanfraechem zei

@a.griffon: het moet inderdaad niet altijd politiek zijn. Blij dat mijn blog ook een soort gratis boekenprogramma is, hetgeen, als ik alles goed volg, niet zo makkelijk te maken is ;-)
(tenzij voor een heel klein en select publiekje, zoals hier: dan valt het wel mee).

Anoniem zei

Terzake, en omdat het nog steeds 21juli is: een paar citaten Baudelaire, uit 'Pauvre Belgique'.

"On ne sait pas le français, personne ne le sait, et tout le monde affecte de ne pas savoir le flamand. C'est de bon goût. La preuve qu'ils le savent très bien, c'est qu'ils engueulent leurs domestiques en flamand."
(...)
"Parlez le flamand ou le français, mais gardez-vous, nous vous en prions, de parler ces deux langues ensemble."
(...)
"CONCLUSION POUR BRUXELLES... Bref, Bruxeles est ce que nous appelons un Trou, mais non pas un trou inoffensif. Un Trou plein de mauvaises langues. Un chapeau neuf."

Marc Vanfraechem zei

@anonieme: heel mooi, en bedankt maar ik zou toch willen zeggen: allei ket, woevui signeide ga na ni mè ave noam? dat ès toch nuut gien schanne, en surtout nie as ge me Baudelaire afkomt.

Tjerri van 't Faubourg zei

De parallellen tussen Baudelaire en België zijn - vermoed ik - ongewild ? Karel leed op 't einde van zijn leven aan stoornissen van het centrale zenuwstelsel ten gevolge van syfilis. Dit uitte zich in afasie en verlammingsverschijnselen ...
't Was ne maleuruize kadei op 't enne. En betje gelek den Belziek pâze kikke.

Tjerri

Anoniem zei

Kredit in het Duits komt van het Frans crédit, dat zelf van het Latijn komt credere: geloven.Heine maakte als jongetje wel een bijzonder knappe blunder!

Erwin

Anoniem zei

Eine geniale Fehler ist mehr wert als eine fade Wahrheit

Karl Marx( in betere doen )

Marc Vanfraechem zei

@ Erwin: zeker waar, maar we moeten niet vergeten dat het onderricht in het Frans toen zeer gepousseerd was, overal in Europa, en zeker ook in het Rijngebied. En kennis van het Latijn was, voor de bovenste lagen van de bevolking, niets minder dan normaal.
Heine vertelt in zijn Memoiren van 1855-56:
(mijn vertaling)
Met ontzetting denk ik er aan terug: hoe ik, uit de chrestomathie van de professor, de hexameters van de toespraak van Kajafas voor het Sanhedrin – uit Klopstocks “Messiade” – moest omzetten in Franse alexandrijnen! Dat was van een geraffineerde wreedheid die alle passiepijnen van de Messias zelf overstijgt, en die zelfs Hij niet rustig over zich heen had laten gaan. God vergeve, ik verwenste de wereld en de vreemde onderdrukkers die ons met hun metriek wilden opzadelen, en ik stond op het punt een Fransozenvreter te worden.
Voor Frankrijk had ik kunnen sterven, maar Franse verzen maken – nooit meer!

Anoniem zei

Interessant hoe twee uitersten in je blog elkaar vinden. Casanova en Heine. "Keine Zeile in diesem Buch, die mit meine Gefühle ubereinstimmten..." schrijft Heine over de memoires van Casanova. Kan ik mij iets bij voorstellen. Heine, ziek tot zijn matrassengraf veroordeeld, en dan Casanova altijd reizend en veroverend: geen matrassengraf maar een hemelbed met regelmatig verse vulling voor deze seigneur de Seingalt. En de ironie van het lot wil ook nog dat Heine aan de gevolgen van syfilis overleden is (hoogst waarschijnlijk) en de seksuele vrijbuiter gewoon gezond is gestorven.;)

Anoniem zei

Ik vergat nog mijn nick. Het is Berendbotje. En mijn bewondering voor je blog uiteraard. Zo zie je maar dat uit Belgische toestanden toch iets interessants kan ontstaan. Of zijn het Vlaamse toestanden. Vul maar in...

Berendbotje

hel decker zei

Nog altijd in Amerika, Berendbotje, of weer terug in Zuid-Laren?

Anoniem zei

@hel decker

Gewoon in Laren, hel decker, een Trotskist die het gemaakt heeft toch woont ofwel in de grachtengoredel, ofwel in LarieBlarie ;)

Berendbotje

Marc Vanfraechem zei

@berendbotje: bedankt voor de appreciatie! Inderdaad, het lot van Heine was onvoorstelbaar zwaar, acht jaar Matratzengruft!
En hijzelf dacht inderdaad dat het om syfilis ging, maar hij vertoonde niet de verschijnselen van die ziekte (ook al repeteert de Encyclopædia Britannica deze romantische verklaring nog altijd, tenminste op mijn schijfje, daterend van 2003).
Men heeft wel loodvergiftiging gesuggereerd, maar tegenwoordig houden neurologen het vaak op multiple sclerose, of een aanverwant ziektebeeld.
De grote Heinekenner Gerhard Höhn geeft in “Heinrich Heine, un intellectuel moderne” (PUF, 1994): “Aujourd’hui on avance l’hypothèse, plus crédible, que le poète a été terrassé par une sclérose latérale myatrophique.”
Wat dat overigens ook moge betekenen ;-)

en de naam is Jan van Gijzen zei

Mooi Marc. En attendant het boekenprogramma van de VRT.
Mijn koeken waren krom.

Anoniem zei

waarom niet iets over Vlaamse schrijvers:Dimitri verhulst,Tom Lanoye,Peter Verhelst,Erwin Mortier,Herman Brusselmans,Patricia De Martelaere,en zoveel anderen?

maar mooie blog dat wel

björn

Marc Vanfraechem zei

@björn: ik ben vast van plan om al die mensen te lezen ...in het Hiernamaals, waar het op een jaartje min of een jaartje meer niet aankomt ;-)

Anoniem zei

dat Hiernamaals , lijkt op een hel. Ik bedoel als je genoemde Vlaamse schrijvers moet lezen.

iskander

Marc Vanfraechem zei

@iskander: ik kan er weinig over zeggen, want ik moet de eerste letter van die mensen nog lezen, maar als ze daarboven er wat rijstpap bij serveren, en eventueel een schoteltje witte druiven, dan zal dat nog wel meevallen?

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html