25 maart 2026

Donald en de superlatieven


De filosofe Barbara Cassin onderzocht in haar boek La guerre des mots het taalgebruik van Trump en Poetin. Het boek is van oktober 2025, en dus spelen Iran en de Straat van Hormuz nog niet.
Verrassend zijn haar bevindingen voor niemand. Blijkt dat Poetin over een breder vocabularium beschikt. Dat van Trump telt maar twee- à drieduizend termen, en met zijn grammatica is het niet beter gesteld. Beiden vindt Cassin even grote schurken (scélérats). Uit het deel Trump, l’Américain en 3000 mots vertaal ik de pagina's 101-2. Veel verschil tussen Trumps campagnetaal en de jongste verklaringen over de successen in zijn korte oorlog is er niet.

Trump geeft de voorkeur aan korte zinnen in de vorm van onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp, waardoor naar verluidt zelfs een kind van 9 jaar ze kan vatten.* Maar het meest opvallende stilistische kenmerk van Trump is dat hij erratische zinnen aan elkaar rijgt. Een reeks ideeën die niet op logica berust, maar op instinct en op het moment – onvermogen en kindsheid, of geniale nonchalance en onvervalste oprechtheid?

De technische term die de retorica aan deze manier van aaneenschakelen zonder samenhang geeft, is anakoloet – van akoleô,** volgen, voorafgegaan door een ontkennend an, dus niet volgen. Precies het tegenovergestelde van de Griekse logos die voortdurend verbindingen legt met voegwoorden, om uitspraken als argumenten te onderbouwen en ervoor te zorgen dat logos-discours ook logos-rede wordt, oratio en ratio, zoals de Romeinen zo geniaal vertalen.

Trump gaat te werk met sprongen en capriolen, een bijna verleidelijke libertair met zijn glibberige tegenstrijdigheden zonder moreel gewicht ook al lijken ze subjectief oprecht. Vage woorden (great, tremendous), en precieze woorden die naar believen een nieuwe betekenis krijgen, losse grammatica en onsamenhangende zinnen. Projecteer er dus maar op wat je wilt: “We gaan ongelooflijke dingen doen... echt ongelooflijk... kijk maar...”. Hoe kun je het niét met mij eens zijn?

Vandaag is Trumps probleem helaas dat ook zijn trouwe volgers het niet langer met hem eens zijn. En de gewone burger weet niet meer wie hij moet geloven, hem of de machthebbers in Teheran. Bluffen en superlatieven gebruiken is wellicht goed in de immobiliënsector, maar die stijl werkt niet overal.

_______________

  * Het immer betrouwbare, beleefde en bezadigde ChatGPT voegt hieraan toe: This style can lower measured diversity without necessarily meaning limited understanding.
** Omdat vandaag werkelijk álles moet gecontroleerd worden, niet alleen citaten, zocht ik dit even op in echte boeken, en vreemd maar dat werkwoord kent de Bailly niet, en Chantraine evenmin. Wél ἀκολουθέω (akoloetheo): volgen, begeleiden. We denken dan aan akoliet.

20 maart 2026

Bluffen is altijd gewaagd, en citeren ook

 

Je zult altijd mensen hebben die graag uitpakken met kennis die zij niet bezitten, en dan bijvoorbeeld met citaten van Einstein of anderen komen aanzetten. Niet alleen rectoren doen dat, ook lieden die zich voordoen als ernstige, betrouwbare journalisten wagen zich aan mooie citaten zonder die te controleren.

Bluffen is menselijk maar gevaarlijk. Niets op tegen, maar je moet het dan wel met verstand doen, en liefst nog met je eigen verstand, zoals we hier kunnen leren van Giacomo Casanova, toen die zich even voor geoloog en econoom uitgaf:

Dezelfde jonge kamerheer die me voor het bal had uitgenodigd stelde me voor aan de verzamelde adel van de stad, toch wat de dames betreft. Maar ik had geen tijd om er een het hof te maken.
De volgende dag dineerde ik bij de heer de Kaiserling, en ik bracht Lambert* naar een jood om hem fatsoenlijk te laten aankleden.
De dag daarop werd ik uitgenodigd aan het hof voor een diner met de hertog, waar ik alleen maar mannen zag.
Deze oude prins liet mij voortdurend aan het woord. Toen het gesprek tegen het eind van het diner op de bodemschatten van het land kwam, en dat zijn alleen mijnen en halfmineralen,** waagde ik te zeggen dat deze rijkdommen onzeker konden worden, afhankelijk van de exploitatie, en om mijn bewering te rechtvaardigen sprak ik over dit onderwerp alsof ik er zowel in theorie als in de praktijk volmaakt bekend mee was.
Een oude kamerheer die de leiding had over alle mijnen van Courland en Semigallia, liet me eerst alles vertellen wat mijn enthousiasme me ingaf maar mengde zich vervolgens in het gesprek en voerde tegenwerpingen aan, al keurde hij alles goed wat ik voor redelijks had gezegd over de bedrijfsvoering, waar het nut van de exploitatie volledig van afhing.
Had ik, toen ik als kenner aan mijn verhaal begon, geweten dat er ook een echte kenner naar me luisterde, dan zou ik zeker veel minder hebben gezegd want ik was zeer onwetend op dit gebied. Maar ik zou erbij hebben ingeboet want dan had ik geen indruk gemaakt.
De hertog zelf was zo goed me als zeer geleerd te beschouwen, en na de maaltijd leidde hij me naar zijn kabinet en vroeg me of ik hem, mocht er geen haast zijn bij mijn reis naar Sint-Petersburg, twee weken van mijn tijd wilde schenken. Ik verklaarde me bereid om zijn wens in te willigen en hij zei me dat dezelfde kamerheer die me had aangesproken, mij zou rondleiden langs alle exploitaties die hij in zijn hertogdom bezat, en of ik zo vriendelijk wilde zijn mijn opmerkingen over de bedrijfsvoering op te schrijven.
Daar stemde ik direct mee in, en mijn vertrek werd vastgesteld op de volgende dag. De hertog, zeer tevreden met mijn bereidwilligheid om aan zijn wens tegemoet te komen, liet de kamerheer meteen roepen. Die verzekerde me bij dageraad voor de deur van mijn herberg te zullen staan in een koets met zes paarden.
Zodra ik thuiskwam pakte ik mijn spullen in, en liet Lambert weten dat hij zich klaar moest maken om met mij mee te gaan, met zijn wiskundekoffertje.*** Toen ik hem vertelde waar het om ging, verzekerde hij me dat hij, hoewel hij geen verstand had van de betreffende wetenschap, mij graag met al zijn kennis van dienst zou zijn.
We vertrokken op het afgesproken tijdstip met z'n drieën in de koets, een bediende zat achterin, en twee anderen reden te paard
voor ons uit, gewapend met sabels en geweren. Om de twee of drie uur kwamen we op een plek waar we van paarden wisselden. Daar verfristen we ons door iets te eten en goede wijn uit de Rijnstreek of uit Frankrijk te drinken, waarvan we een ruime voorraad in de koets hadden.
Tijdens onze reis, die vijftien dagen duurde, stopten we op vijf plaatsen met onderdak voor degenen die in de koper- of ijzermijnen werkten. Ik hoefde geen kenner te zijn om overal iets te noteren en goed te redeneren, vooral over de economie, het belangrijkste onderwerp dat de hertog mij had aanbevolen.
Op de ene plek hervormde ik wat ik nutteloos vond, en op een andere gaf ik opdracht tot uitbreiding van de mankracht om de inkomsten te verhogen. In een belangrijke mijn, waar dertig man aan het werk was, gaf ik opdracht tot de aanleg van een kanaal dat uitmondde in een klein riviertje, en dat hoewel erg kort door de kracht van zijn helling bij de opening van een sluis drie raderen zou aandrijven, waardoor de directeur van de mijn twintig man kon uitsparen. Lambert tekende onder mijn leiding het plan van het bouwwerk perfect uit, mat de hoogtes, tekende de sluis en de raderen, en plaatste zelf de markeringen van de hoogte van het terrein om het kanaal rechts en links af te bakenen tot aan het einde. Door middel van verschillende andere kanalen heb ik grote valleien drooggelegd om in grotere overvloed zwavel en vitriool te verzamelen, waar de gronden die we onderzochten verzadigd van waren.****
Ik keerde terug naar Mitau, verheugd dat ik niet had geposeerd maar geredeneerd, en dat ik een talent in mezelf had ontdekt waarvan ik niet wist dat ik het bezat.
De volgende dag besteedde ik helemaal aan het opschrijven van mijn waarnemingen, en het op groot formaat laten kopiëren van de tekeningen die ik erbij had gevoegd. De dag daarop legde ik al mijn waarnemingen aan de hertog voor, die zich zeer dankbaar toonde.
Tegelijk nam ik afscheid van hem en bedankte hem voor de eer die hij mij had bewezen. Hij zei dat hij me in een van zijn rijtuigen naar Riga zou laten brengen, en mij een brief zou meegeven voor prins Karel, zijn zoon die daar gelegerd was.
De wijze, door ervaring gevormde oude man vroeg me of ik liever een sieraad wilde, of de waarde daarvan in geld. Ik antwoordde hem dat ik van een prins als hij liever het geld zou ontvangen, hoewel ik al heel tevreden was met de eer zijn hand te mogen kussen. Hij gaf me een briefje waarin hij zijn penningmeester opdroeg mij contant vierhonderd Albersthaler uit te keren. Ik ontving deze in Hollandse dukaten, geslagen in de munt van Mitau. De Albersthaler is een halve dukaat waard. Ik kuste de hand van de hertogin en dineerde voor de tweede keer met de heer de Kaiserling.

Histoire de ma Vie
Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne
Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013, Tome III, pp. 300-302

_____________
      * Zijn bediende.
    ** Demi-minéraux is een term die in de Encyclopédie niet voorkomt bij Holbach. Minéraux wel, en dat waren dan geen gesteenten of metalen, maar bijvoorbeeld vitriool, sulfer en antimoon (voetnoot in Bouquins).
  *** Koffertje met meet- reken- en tekeninstrumenten.
**** Hier doet Casanova denken aan baron Munchausen. De auteur van die verhalen (1785), Rudolf Erich Raspe, was evenwel een échte geoloog.

Postscriptum: Na een clemente reprimande van mijn goede vriend Jan, geoloog, zie ik nu klaar in dat ik noch Casanova, noch Raspe geoloog had mogen noemen. Die discipline bestond in de XVIIIde eeuw nog niet. Wel mag ik zeggen dat Casanova zich uitgaf voor mijnbouwkundige, bodemkundige desnoods, en Raspe was een mineraloog/petrograaf.

17 maart 2026

Chantal Thomas over de auteur Casanova

 Ik neem alles terug wat ik na veertien bladzijden even dacht over het boek van Chantal Thomas. Wat zij hier in twee zinnen zegt over de auteur Casanova en de bijna drieduizend bladzijden van diens Histoire de ma Vie is onverbeterlijk.

Casanova a le talent de saisir en une phrase la qualité d’une vie, son génie ou sa limite insurmontée. De préférence à l’individualité d’un personnage, toujours incertaine, et qui, de plus, ne lui paraît peut-être pas une unité de mesure intéressante, il sait fixer une configuration d’événements qui produisent le portrait unique d’une existence.

Casanova bezit het talent om in één zin de essentie van een leven te vatten, het genie ervan of de onoverstegen limiet. In plaats van de individualiteit van een personage, altijd onzeker en wellicht ook geen interessante maatstaf wat hem betreft, weet hij een reeks voorvallen vast te leggen die het unieke portret van een bestaan vormen.

Casanova
Un voyage libertin
Gallimard, 2022, Collection Folio, p. 282
1985, Éditions Denoël

10 maart 2026

Een mens moet soms zijn kalmte bewaren

 

Bijna had ik een achteraf gezien steengoed boek al na veertien bladzijden in een hoek gegooid. De schrijfster ervan, Chantal Thomas, de l’Académie française, had het daar over zekere Maurice Heine die iets over Giacomo Casanova had gezegd. Ook op pagina 363, in het naamregister, komt Maurice voor.*

Nu had Heinrich naast drie broers, Karl, Gustav en Maximilian, wel een zwager die Moritz heette, maar voor zover het iemand heugt heeft die nooit iets verteld over Casanova en diens Histoire de ma Vie.

Heinrich wel, in de derde van zijn Briefe aus Berlin, 1822: Meiner Geliebten möchte ich es nicht empfehlen, aber allen meinen Freunden. Ik ben niet geneigd het mijn geliefde aan te bevelen, maar wel al mijn vrienden.

Hij verklaart: Es ist keine Zeile in diesem Buche, die mit meinen Gefühlen übereinstimmte, aber auch keine Zeile, die ich nicht mit Vergnügen gelesen hätte. Er staat geen regel in dit boek die met mijn gevoelens overeenstemt, maar ook geen regel die ik niet met plezier heb gelezen.**

Gelukkig vermande ik mij bijtijds, en las het boek van Chantal Thomas helemaal uit. Het is echt heel goed, en behandelt naast vele andere zaken –de Revolutie, waar Casanova met afschuw naar keek, syfilis, wat hij een kleinigheid vond– bijvoorbeeld ook de drukgeschiedenis van Histoire de ma vie, die eerst verscheen in een opgeschoonde Duitse vertaling (Heine heeft deze gelezen), terwijl de complete, oorspronkelijk Franse tekst op zich liet wachten tot in de twintigste eeuw, maar nu in al zijn pracht te bewonderen is.


Chantal Thomas
Casanova
Un voyage libertin
Gallimard, 2022, Collection Folio
1985, Éditions Denoël


___________
  * Dat die echt heeft bestaan wist ik niet voor Rik Van Cauwelaert me dat zei daarnet. Maurice Heine, essayist en uitgever, citeerde blijkbaar zijn naamgenoot! Dat had Chantal Thomas wel mogen zeggen, dan had ik me niet zo opgewonden.
** We moeten zo'n uitspraak in haar tijd zien: er was toen nog geen Internationale Vrouwendag. Zo heeft tijdgenoot Alexandr Poesjkin een verhaal over een bijeenkomst in een datsja, waar op de schoorsteenmantel een essay van Balzac lag: Physiologie du mariage. Het werd discreet verwijderd voor de dames binnenkwamen, want dit gevoelige onderwerp in haar bijzijn behandelen vonden de mannen ongepast.

6 maart 2026

Professor Janina Dill over Iran en Trump

 Trump is behalve onbehouwen –dat ziet ieder beschaafd mens– ook misdadig naïef als hij denkt dat het uitschakelen van een paar baardige leiders de zaak van het Iraanse volk ten goede komt. Hij doet terugdenken aan de mensonwaardige kreet destijds van Paul Bremer III: Ladies and Gentlemen ... we got him! toen ze Saddam Hoessein te pakken hadden. Daarmee was het klusje in Irak geklaard dacht die onverlaat. Infantiele wildwestromantiek.

Voor een ernstig woord kunnen we beter luisteren naar wat professor Janina Dill zei op de Zwitserse radio en televisie:

Ik heb helemaal geen sympathie voor het Iraanse regime, en natuurlijk heeft het Iraanse regime zelf zware rechtsschendingen begaan, vooral tegen het Iraanse volk. Daar zijn waarschijnlijk schendingen van de mensenrechten aan de orde, maar in het volkenrecht, en op zeer goede gronden, geeft dat een andere staat niet het recht om militair geweld te gebruiken om dit regime ten val te brengen. Een reden daarvoor is dat het tenslotte haast nooit heeft gewerkt. Als men van buitenaf een regime met militair geweld ten val brengt, voert dat er zo goed als nooit toe dat de mensenrechten en de democratie en de stabiliteit in het land verbeterd worden. Dat is historisch nogal duidelijk.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html