Een mens moet soms zijn kalmte bewaren
Bijna had ik een achteraf gezien steengoed boek al na veertien bladzijden in een hoek gegooid. De schrijfster ervan, Chantal Thomas, de l’Académie française, had het daar over zekere Maurice Heine die iets over Giacomo Casanova had gezegd. Ook op pagina 363, in het naamregister, komt Maurice voor.*
Nu had Heinrich naast drie broers, Karl, Gustav en Maximilian, wel een zwager die Moritz heette, maar voor zover het iemand heugt heeft die nooit iets verteld over Casanova en diens Histoire de ma Vie.
Heinrich wel, in de derde van zijn Briefe aus Berlin, 1822: Meiner Geliebten möchte ich es nicht empfehlen, aber allen meinen Freunden. Ik ben niet geneigd het mijn geliefde aan te bevelen, maar wel al mijn vrienden.
Hij verklaart: Es ist keine Zeile in diesem Buche, die mit meinen Gefühlen übereinstimmte, aber auch keine Zeile, die ich nicht mit Vergnügen gelesen hätte. Er staat geen regel in dit boek die met mijn gevoelens overeenstemt, maar ook geen regel die ik niet met plezier heb gelezen.**
Gelukkig vermande ik mij bijtijds, en las het boek van Chantal Thomas helemaal uit. Het is echt heel goed, en behandelt naast vele andere zaken –de Revolutie, waar Casanova met afschuw naar keek, syfilis, wat hij een kleinigheid vond– bijvoorbeeld ook de drukgeschiedenis van Histoire de ma vie, die eerst verscheen in een opgeschoonde Duitse vertaling (Heine heeft deze gelezen), terwijl de complete, oorspronkelijk Franse tekst op zich liet wachten tot in de twintigste eeuw, maar nu in al zijn pracht te bewonderen is.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten